<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368875_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Haaksbergen (4.47)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, nr. 62693 , 22 juli 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0015703">Participatiewet, art. 6</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie Haaksbergen (4.47)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening loonkostensubsidie Haaksbergen (4.47)</vet></al><al/><al><vet>Samenvatting</vet></al><al>Deze verordening bevat regels over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                        loonwaarde</al><al/><al><vet>De gemeenteraad van H</vet><vet>aaksbergen</vet><vet>;</vet></al><al>Voorstel van het college van: 2 juni 2015</al><al/><al>Wettelijke basis: bepalingen van de Participatiewet (artikel 6, tweede lid),
                        de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht.</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al>Vast te stellen de <vet>Verordening l</vet><vet>oonkostensubsidie</vet><vet>
                            Haaksbergen </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en
                            de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder de wet: de
                            Participatiewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroeploonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel
                                    7, eerste lid, onderdeel a, van de wet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college vraagt advies over het oordeel of een persoon behoort tot de
                            doelgroep loonkostensubsidie. De adviseur neemt daarbij de in het tweede
                            lid opgenomen criteria in acht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de loonwaarde schriftelijk vast op basis van de
                            feitelijke werkzaamheden op de werkplek van een persoon uit de doelgroep
                            loonkostensubsidie bij de werkgever en met inbreng van de werkgever, die
                            voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan dan wel een
                            dienstbetrekking is aangegaan met die persoon. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast over de wijze om de loonwaarde van
                            een persoon te bepalen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het collegekan advies vragen over de vaststelling van de
                            loonwaarde van een persoon. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan voor de uitvoering van deze verordening nadere regels
                        stellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 24 juli 2015 en werkt terug tot 1 juli
                        2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 8 juli 2015</ondertekening><ondertekening>mr. G. Raaben G.J. Kok MDR</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de verordening</titel></kop><tussenkop>Algemeen </tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen: </al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel e, van de Participatiewet). </al><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in
                    een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet). </al><al/><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                    worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van
                    loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor
                    een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente
                    werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                    behandeld. </al><al/><tussenkop>Artikel 2 Doelgroep loonkostensubsidie </tussenkop><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij: </al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35,
                            vierde lid, onderdeel b, en</al></li></lijst><al>36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
                    (hierna: WIA) tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking
                    gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten
                    behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in
                    artikel 10d is verleend; </al><lijst><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is om
                    vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke
                    wijze het college bepaalt of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren
                    en of loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet. In artikel 2, tweede lid, is
                    vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve
                    criteria zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie
                    vastgelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Vaststelling loonwaarde </tussenkop><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde
                    van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. </al><al>De nog nader te bepalen organisatie adviseert het college over de vaststelling
                    van de loonwaarde van een persoon.De vastgestelde loonwaarde legt het
                    college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens
                    (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al/><tussenkop>Artikel 4 Nadere regels</tussenkop><al>Voor de uitvoering kan het college nadere regels stellen. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>