<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>368653_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening gemeente Nunspeet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-06-04</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.nunspeet.nl/bekendmakingen">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening gemeente Nunspeet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R.0003870</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Huisvestingsverordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al>De raad van de gemeente Nunspeet;</al><al>overwegende dat:</al><lijst><li nr="-"><al>Met ingang van 1 juli 2015 de Huisvestingsverordening 1994 van
                                rechtswege vervalt;</al></li><li nr="-"><al>Het gewenst is de woonruimteverdelingsregels op basis van de
                                Huisvestingswet 2015 vast te stellen;</al></li><li nr="-"><al>De commissie Ruimte en Wonen in haar vergadering van 18 mei 2015
                                geadviseerd heeft de verordening vast te stellen;</al></li></lijst><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 april 2015, nr.
                        A.0013084;</al><al>gelet op de artikelen 4, 5, 7, 9, 10, 11, 12, 13, 18, 19 en 20 van de
                        Huisvestingswet 2014;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>De Huisvestingsverordening gemeente Nunspeet als volgt vast te stellen. </al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Commissie Bezwaarschriften Woonruimteverdeling Noord – Veluwe
                                    2015: de commissie die burgemeester en wethouders adviseert over
                                    bezwaarschriften die in het kader van deze verordening worden
                                    ingediend;</al></li><li nr="b."><al>doorstromer: een woningzoekende die op basis van een koop- of
                                    huurovereenkomst over een legale, zelfstandige woonruimte in het
                                    woningmarktgebied Noord – Veluwe beschikt en deze leeg
                                    achterlaat voor verkoop of verhuur;</al></li><li nr="c."><al>huishoudinkomen: met huishoudinkomen wordt bedoeld wat daar over
                                    is opgenomen in artikel 1 van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>lotingsmodule: wijze van verdeling van woonruimte waarbij de
                                    rangorde van woningzoekenden door middel van loting wordt
                                    bepaald;</al></li><li nr="e."><al>mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning 2015, zoals uitgewerkt in de
                                    richtlijn urgentie behorend bij het Reglement Urgentiecommissie
                                    Woonruimteverdeling Noord – Veluwe 2015; </al></li><li nr="f."><al>starter: een woningzoekende, niet zijnde een doorstromer; </al></li><li nr="g."><al>urgentiecategorie: een onderscheid op basis van type urgentie,
                                    waarbij twee typen worden onderscheiden:</al></li><li nr="A."><al>-urgentiecategorie 1: vergunninghouders die onder de
                                    gemeentelijke taakstelling vallen, en,</al></li><li nr="B."><al>-urgentiecategorie 2: woningzoekenden die voorrang hebben op
                                    basis van het bieden of ontvangen van mantelzorg, het verlaten
                                    van een tijdelijke instelling, op andere gronden urgent
                                    verklaarden en woningzoekenden, die urgent zijn verklaard, omdat
                                    zij vanwege stadsvernieuwing hun woning moeten verlaten;</al></li><li nr="h."><al>urgentiecommissie: de commissie die belast is met het beoordelen
                                    van aanvragen van woningzoekenden om in een urgentiecategorie te
                                    worden ingedeeld;</al></li><li nr="i."><al>wet: Huisvestingswet 2014;</al></li><li nr="j."><al>woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel
                                    70 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de
                                    woningmarktregio Noord-Veluwe; </al></li><li nr="k."><al>woningmarktregio Noord-Veluwe: het grondgebied van de gemeenten
                                    Putten, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Elburg, Oldebroek, Hattem,
                                    Heerde en Epe;</al></li><li nr="l."><al>woningzoekende: huishouden, waartoe ten minste één meerderjarig
                                    persoon behoort, dat in het inschrijfsysteem als bedoeld in
                                    artikel 3 is ingeschreven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>De huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woonruimte in eigendom van een woningcorporatie met een huurprijs
                                beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid,
                                onder a, van de Wet op de huurtoeslag, mag alleen voor bewoning in
                                gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een
                                huisvestingsvergunning is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte als bedoeld in
                                artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de
                                Leegstandwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inschrijfsysteem van woningzoekenden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een woningcorporatie draagt in het kader van deze verordening zorg
                                voor het aanleggen en bijhouden van een register van
                                woningzoekenden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De woningcorporaties stellen gezamenlijk regels op over de wijze van
                                inschrijving, vastlegging van gegevens, eventuele opschorting en
                                einde van de inschrijving.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de inschrijving en de jaarlijkse verlenging van de inschrijving
                                kan een woningcorporatie een geldelijke bijdrage vragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De inschrijving bij een woningcorporatie in een andere gemeente in
                                de woningmarktregio Noord – Veluwe is ook geldig als inschrijving in
                                deze gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt ingediend door
                                gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld
                                formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden de volgende
                                gegevens verstrekt: </al><lijst><li nr="a."><al>naam, geboortedatum, contactgegevens en, indien van
                                        toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat
                                        betrekken;</al></li><li nr="c."><al>huishoudinkomen;</al></li><li nr="d."><al>adres, naam van de verhuurder, en huurprijs van de te
                                        betrekken woonruimte;</al></li><li nr="e."><al>beoogde datum van het betrekken van de woonruimte;</al></li><li nr="f."><al>indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor
                                        een woonruimte met een specifieke voorziening, en,</al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, de urgentiecategorie waartoe de
                                        aanvrager behoort.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zeven werkdagen op een
                                aanvraag om een huisvestingsvergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning
                                        betrekking heeft;</al></li><li nr="b."><al>aan wie de vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Criteria voor verlening huisvestingsvergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen
                            voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>woningzoekenden die in aanmerking komen voor feitelijke
                                    toewijzing van een woning door een woningcorporatie op basis van
                                    de in artikel 11 van deze verordening gegeven rangorde;</al></li><li nr="b."><al>zijnde meerderjarige woningzoekenden;</al></li><li nr="c."><al>en met een inkomen lager dan de voor de woningcorporaties
                                    geldende actuele inkomensnorm voor toewijzing van een sociale
                                    huurwoning en</al></li><li nr="d."><al>daarnaast overige meerderjarige woningzoekenden, die in
                                    aanmerking kunnen komen voor een sociale huurwoning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Bekendmaking aanbod van woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt
                                bekendgemaakt door publicatie op een voor iedere woningzoekende
                                toegankelijk digitaal platform.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bekendmaking bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het adres en de huurprijs van de woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in
                                        gebruik genomen mag worden als daarvoor geen
                                        huisvestingsvergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor
                                        het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning,
                                        en,</al></li><li nr="d."><al> indien van toepassing, dat de betreffende woning via loting
                                        zal worden toegewezen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Door de corporatie kan een beperkt deel van het vrijkomende
                                woningaanbod direct worden bemiddeld met het oog op de huisvesting
                                van categorieën woningzoekenden die niet in staat zijn zelf een
                                woning te vinden en voor welke directe bemiddeling de meest passende
                                vorm van woningtoewijzing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de in het vorige lid genoemde uitzondering wordt jaarlijks voor
                                1 maart verantwoording afgelegd aan burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Voorrang bij urgentie</titel></kop><al>Voor de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het
                            verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan
                            woningzoekenden die zijn ingedeeld in een urgentiecategorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verzoek om indeling in een urgentiecategorie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek om ingedeeld te worden in urgentiecategorie 2 wordt
                                ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders
                                vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek gaat vergezeld van de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, geboortedatum, contactgegevens, en, indien van
                                        toepassing, de verblijfstitel van de verzoeker;</al></li><li nr="b."><al>omvang van het huishouden van de verzoeker;</al></li><li nr="c."><al>motivering van het verzoek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de woningzoekende verlangen
                                nadere gegevens te overleggen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de beoordeling van de gevraagde indeling in een
                                urgentiecategorie kunnen burgemeester en wethouders zich laten
                                adviseren door een door hen aan te wijzen deskundig persoon of
                                instantie. Deze persoon of instantie neemt bij de advisering de
                                richtlijn urgentie in acht behorend bij het Reglement
                                Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Noord – Veluwe 2015.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een beschikking tot indeling in een urgentiecategorie vermeldt in
                                ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en contactgegevens van de woningzoekende;</al></li><li nr="b."><al>de datum van het verzoek als bedoeld in het eerste lid,
                                        en</al></li><li nr="c."><al>de urgentiecategorie waarin de woningzoekende is
                                        ingedeeld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekken urgentie</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beschikking tot indeling in een
                            urgentiecategorie intrekken als de woningzoekende:</al><lijst><li nr="a."><al>niet langer als urgent woningzoekende is aan te merken;</al></li><li nr="b."><al>bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of
                                    kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren;</al></li><li nr="c."><al>een aanbod voor een passende woning heeft geweigerd, of,</al></li><li nr="d."><al>gedurende zes maanden geen gebruik heeft gemaakt van de
                                    toegekende urgentie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Toewijzing van woningen door middel van loting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beschikbaar komende woningen kunnen ofwel regulier ofwel binnen de
                                lotingsmodule worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van het aanbod wordt dit onderscheid
                                aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In beide gevallen geldt een gelijke reactietermijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het zonder dwingende redenen weigeren van een via loting toegewezen
                                woning leidt tot uitsluiting van één jaar van deelname aan de
                                lotingsmodule.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een woningcorporatie kan daarnaast in overleg met burgemeester en
                                wethouders aanvullende spelregels hanteren voor een goed
                                functioneren van de lotingsmodule. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Rangorde woningzoekenden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rangorde voor de verdeling van woonruimte is als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>als eerste komen in aanmerking woningzoekenden die vallen in
                                        urgentiecategorie 1, waarbij de langstlopende urgentie het
                                        eerst in aanmerking komt;</al></li><li nr="b."><al>als tweede komen in aanmerking woningzoekenden die vallen in
                                        urgentiecategorie 2, waarbij de langstlopende urgentie het
                                        eerst in aanmerking komt;</al></li><li nr="c."><al>als derde komen in aanmerking overige woningzoekenden in
                                        volgorde van de datum van de inschrijving in het register
                                        van woningzoekenden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor woningen die via de lotingsmodule worden toegewezen geldt dat
                                de woning toevalt aan de eerst gelote kandidaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de gevallen waarin dit artikel niet voorziet, stellen
                                woningcorporaties nadere rangorderegels op om tot een rechtvaardige
                                verdeling van woonruimte te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Verlenen mandaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de bevoegdheden als bedoeld in
                                het artikel 4 mandaat verlenen aan een woningcorporatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de bevoegdheden als bedoeld in
                                de artikelen 8 en 9 mandaat verlenen aan een urgentiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als burgemeester en wethouders mandaat verlenen zoals bedoeld in het
                                vorige lid, geldt dit mandaat tevens voor het voeren van verweer bij
                                de Commissie Bezwaarschriften Woonruimteverdeling 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Urgentiecommissie</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen in overleg met de overige gemeenten
                            en woningcorporaties in de woningmarktregio Noord – Veluwe een reglement
                            vast waarin onder andere de samenstelling, benoeming, bevoegdheden en
                            werkwijze van de urgentiecommissie worden geregeld. Dit reglement wordt
                            aangeduid als Reglement Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Noord –
                            Veluwe 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Commissie Bezwaarschriften Woonruimteverdeling Noord – Veluwe
                                2015</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen in overleg met de overige
                                    gemeenten in de woningmarktregio Noord – Veluwe een reglement
                                    vast waarin onder andere de samenstelling, benoeming,
                                    bevoegdheden en werkwijze van de commissie worden geregeld.</al></li><li nr="2."><al>Dit reglement wordt aangeduid als Reglement Commissie
                                    Bezwaarschriften Woonruimteverdeling Noord – Veluwe 2015. </al></li></lijst><al>3.De commissie is bevoegd om namens burgemeester en wethouders de
                            beslistermijn op bezwaarschriften te verlengen overeenkomstig artikel
                            7:10 lid 3 van de Awb. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op het moment van inwerkingtreding van deze verordening in de
                                Regio Noord - Veluwe als urgent aangemerkte woningzoekenden behouden
                                hun eerdere urgentie, zolang de oorspronkelijke geldigheidsduur niet
                                is verstreken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De op het moment van inwerkingtreding van deze verordening in de
                                Regio Noord – Veluwe ingeschreven starters op de woningmarkt
                                behouden hun inschrijfduur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Doorstromers kunnen worden ingeschreven in het inschrijfsysteem
                                bedoeld in artikel 3, waarbij de woonduur in de huidige woning als
                                inschrijftijd wordt aangemerkt. Een verzoek om hiervoor in
                                aanmerking te komen kan tot uiterlijk 12 maanden na de
                                inwerkingtreding van deze verordening worden gedaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Experimenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ruimte bieden aan experimenten op
                                het gebied van de woonruimteverdeling, waarbij kan worden afgeweken
                                van de bepalingen in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt hiervan
                                melding en verslag gedaan aan de gemeenteraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in gevallen waarin toepassing
                            van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt,
                            ten gunste van de woningzoekende af te wijken van deze regels. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Wijziging van overige regelgeving</titel></kop><al>Aan artikel 2 lid 2 van de ‘Verordening Commissie Bezwaarschriften
                            gemeente Elburg en gemeente Nunspeet’ word de volgende bepaling
                            toegevoegd:</al><al>d.de Huisvestingsverordening gemeente Nunspeet 2015</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015 en vervalt
                                    uiterlijk op 1 juli 2019.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening
                                    gemeente Nunspeet 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld ter openbare vergadering </al><al>van 28 mei 2015,</al><al>de griffier, de voorzitter,</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>Uitgangspunten Huisvestingswet 2014</tussenkop><al>De Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) biedt gemeenten het instrumentarium om in
                    te grijpen in de verdeling van woonruimte en de samenstelling van de
                    woonruimtevoorraad. Gebruikmaken van dit instrumentarium – door een
                    Huisvestingsverordening vast te stellen – is niet vanzelfsprekend en dient
                    periodiek onderbouwd en getoetst te worden.</al><al> Het instrumentarium bestaat uit het vaststellen van een
                    Huisvestingsverordening, die regels bevat met betrekking tot het in gebruik
                    geven en nemen van goedkope woonruimte en/of het wijzigen van de samenstelling
                    van de woningvoorraad. Het is niet meer mogelijk om in plaats van een
                    verordening dergelijke regels af te spreken met corporaties (in een
                    overeenkomst). Zodoende wordt de democratische legitimiteit vergroot en de
                    transparantie, openheid en rechtsbescherming voor woningzoekenden
                    bevorderd.</al><al> Het uitgangspunt van de wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die
                    rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te
                    verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt indien
                    noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Artikel
                    2 van de Huisvestingswet geeft aan dat als een gemeente van het instrumentarium
                    van de wet gebruik wilt maken, dit alleen mag om onrechtvaardige en
                    onevenwichtige effecten van schaarste aan woonruimte tegen te gaan. De
                    uitzondering daarop zijn de artikelen 12 en 13 (urgentieregeling), waarbij dit
                    schaarste-argument geen rol hoeft te spelen. In de onderhavige
                    conceptverordening is daarvan uitgegaan, reden waarom het argument schaarste
                    geen rol hoeft te spelen bij de onderbouwing van de verordening.</al><al>Sturing in de woonruimteverdeling beperkt zich tot de goedkope
                    woonruimtevoorraad die bestemd is voor verhuur. De vaste huurprijsgrens is
                    vervallen; gemeente wijst zelf de goedkope voorraad aan en maakt deze daarmee
                    vergunningplichtig. Bemoeienis van de gemeente met de verdeling van woonruimte
                    boven de in de verordening genoemde prijsgrens is uitgesloten.</al><tussenkop>De huisvestingsvergunning</tussenkop><al>Het is verboden de in de verordening aangewezen woonruimte zonder
                    huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of te geven. Woonruimteverdeling op
                    basis van de wet gebeurt dus aan de hand van een vergunningensysteem.
                    Burgemeester en wethouders kunnen de bevoegdheid om vergunningen te verlenen
                    mandateren aan verhuurders, bijvoorbeeld de (samenwerkende) corporaties. </al><tussenkop>Wijzigingen in de woonruimtevoorraad</tussenkop><al>De wet biedt tevens de mogelijkheid om onttrekking, samenvoeging, omzetting en
                    woningvorming dan wel splitsing van aangewezen categorieën woonruimte
                    vergunningplichtig te maken. Ook de voorgaande Huisvestingswet kende deze
                    mogelijkheid. Evenals in de voorgaande situatie, wordt van deze mogelijkheid
                    wordt in de nieuwe verordening ook geen gebruik gemaakt omdat de achterliggende
                    problematiek (met name: de zogeheten huisjesmelkerij) in de regio Noordwest
                    Veluwe niet of nauwelijks speelt.</al><tussenkop>Inwerkingtreding wet, overgangsrecht, tijdelijk karakter
                    verordening</tussenkop><al>De wet is op 1 januari 2015 in werking getreden en bevat overgangsrecht voor
                    bestaande huisvestingsverordeningen; deze vervallen uiterlijk op 1 juli 2015.
                    Huisvestingsverordeningen gelden maximaal vier jaar op grond van de nieuwe wet.
                    Derhalve vervalt deze verordening uiterlijk op 1 juli 2019.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><al>In deze artikelsgewijze toelichting worden alleen de bepalingen die nadere
                    toelichting behoeven behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de wet al een flink
                    aantal definities kent, die ook bindend zijn voor deze verordening. Voor de
                    duidelijkheid zijn een aantal belangrijke definities hieronder weergegeven:</al><al><cursief>b. doorstromer</cursief>: de definitie spreekt voor zich en is alleen
                    voor een goede interpretatie van de overgangsregeling (zie artikel 15) van
                    belang. </al><al><cursief>d. lotingsmodule</cursief>: een deel van de vrijkomende woningen zal
                    via loting worden toegewezen. De bedoeling hiervan is dat spoedzoekers met
                    weinig kansen op een woning toch een kans te bieden op toewijzing van een
                    woning. De verwachting is dat ook een deel van degenen die anders een formele
                    urgentieprocedure zouden moeten doorlopen, hiermee rechtstreeks geholpen kunnen
                    worden wat de druk op de urgentieregeling vermindert.</al><al>e.<cursief>mantelzorg</cursief>: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid,
                    participatie, beschermd wonen opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van
                    jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die
                    rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en
                    niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Bij de definitie
                    van mantelzorg in de verordening is aangesloten bij de definitie in artikel
                    1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. In de urgentierichtlijnen
                    wordt hier nader invulling aan gegeven omdat onder de actuele wettelijke
                    definitie ook zeer lichte vormen van mantelzorg vallen die geen faciliteit als
                    een urgentieverlening rechtvaardigen, aan welke faciliteit voor
                    niet-mantelzorgers een zeer zware toetsing voorafgaat.</al><al><cursief>f. doorstromer</cursief>: de definitie spreekt voor zich en is alleen
                    voor een goede interpretatie van de overgangsregeling (zie artikel 15) van
                    belang.</al><al>g.<cursief>urgentiecategorie</cursief>: er worden 2 groepen urgenten
                    onderscheiden. Allereerst verblijfsgerechtigden die onder de gemeentelijke
                    taakstelling voor huisvesting vallen. Om tijdig aan de wettelijk opgelegde
                    taakstelling te kunnen voldoen, ontvangen deze personen tot aan de opgelegde
                    aantallen voorrang bij de woningtoewijzing. Onder verblijfsgerechtigden moeten
                    worden verstaan, personen, die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor
                    bepaalde tijd hebben aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning
                    hebben ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de
                    Vreemdelingenwet 2000. Met de taakstelling wordt bedoeld het aantal in
                    opvangcentra of op gemeentelijke opvangplaatsen verkerende vergunninghouders in
                    wier huisvesting door de gemeente op grond van een besluit van de minister moet
                    worden voorzien.</al><al>Daarnaast zijn er de personen in het bezit van een urgentieverklaring, verleend
                    door de regionale urgentiecommissie. Zij vallen in urgentiecategorie 2</al><al>Daarna volgen alle overige woningzoekenden.</al><al>k.<cursief>woningmarktregio:</cursief> gebied dat vanuit het oogpunt van het
                    functioneren van de woningmarkt als een geheel kan worden beschouwd. De genoemde
                    gemeenten en de in die gemeenten werkzame woningcorporaties werken samen bij de
                    woonruimteverdeling.</al><tussenkop>Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</tussenkop><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 7 van de wet, waarin is bepaald dat
                    de gemeenteraad in de huisvestingsverordening categorieën goedkope woonruimte
                    kan aanwijzen die niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven
                    als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend.</al><al> In het eerste lid is onder a aangegeven tot welke huurprijsgrens de
                    huisvestingsvergunning verplicht is. Alleen huurwoningen van de
                    woningcorporaties met een huurprijs niet hoger dan het bedrag tot welk nog
                    huurtoeslag wordt verstrekt, zijn onder de werkingssfeer van deze verordening
                    gebracht. Woonruimten met een huur boven de huurprijsgrens kunnen zonder
                    huisvestingsvergunning worden gehuurd of verhuurd.</al><tussenkop>Artikel 3. Inschrijfsysteem van woningzoekenden</tussenkop><al>Deze bepaling is gegrond op artikel 4, eerste lid, onder a, van de wet. Het
                    hanteren van eenzelfde regionaal inschrijfsysteem bevordert de transparantie en
                    vermindert de administratieve lasten voor de burger.</al><al>In artikel 15 is een overgangsregeling opgenomen voor bestaande inschrijvingen
                    in de oude inschrijfsystemen. Zie verder de toelichting bij artikel 15.</al><al>Het in het vierde lid genoemde bewijs van inschrijving is vormvrij.</al><al>Voorwaarde voor woningtoewijzing is inschrijving als woningzoekende bij een
                    corporatie. Wie het langst staat ingeschreven is het eerst aan de beurt voor een
                    woning, tenzij het om een woning gaat die wordt verloot onder de
                    belangstellenden. Daarnaast ontvangen urgent woningzoekenden voorrang.</al><al>Een inschrijving bij een corporatie in deze gemeente is ook geldig bij
                    corporaties in de andere gemeenten van de woningmarktregio, m.a.w. een
                    inschrijving in gemeente A bij woningcorporatie B is ook geldig in gemeente C
                    voor woningen van woningcorporatie D.</al><tussenkop>Artikel 4. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning</tussenkop><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 5 van de wet. Daarin is bepaald dat
                    de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze van
                    aanvragen van vergunningen en de gegevens die door de aanvrager worden verstrekt
                    bij de aanvraag van een vergunning. De in lid 2 genoemde gegevens met betrekking
                    tot geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, verblijfstitel zijn
                    noodzakelijk in verband met de wettelijke eisen van artikel 10, tweede lid, van
                    de wet.</al><al>In artikel 18 van de wet zijn intrekkingsgronden voor de huisvestingvergunning
                    opgenomen. Zo kan de vergunning worden ingetrokken als de vergunninghouder de in
                    die vergunning vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en
                    wethouders bij de verlening gestelde termijn in gebruik heeft genomen of als de
                    vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens
                    waarvan deze wist of moest vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren. Deze
                    intrekkingsgronden gelden rechtstreeks op grond van de wet en zijn in de
                    verordening niet herhaald. </al><tussenkop>Artikel 5. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning</tussenkop><al>In artikel 5 worden de voorwaarden voor verlening van een vergunning nog eens
                    duidelijk weergeven: er moet sprake zijn van een toewijzing door de corporatie
                    aan een meerderjarige woningzoekende met een passend inkomen.</al><tussenkop>Artikel 6. Bekendmaking aanbod van woonruimte</tussenkop><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 20 van de wet, waarin is bepaald dat
                    de gemeenteraad regels kan stellen over de wijze van bekendmaking van de
                    beschikbaarheid van vergunningplichtige woonruimte. Transparantie in het
                    woningaanbod draagt voor woningzoekenden bij aan het gericht vinden van voor hen
                    beschikbare woonruimte.</al><al>In uitzonderlijke gevallen kan door een woningcorporatie een woning rechtstreeks
                    worden toegewezen, als van een woningzoekende gezien zijn of haar persoonlijke
                    omstandigheden, echt niet kan worden verlangd, dat hij / zij via de
                    gebruikelijke wijze van bekendmaking enz. opteert voor woning. Hiervan maakt de
                    corporatie spaarzaam gebruik en maakt zij melding aan het gemeentebestuur (leden
                    3 en 4).</al><tussenkop>Artikel 7. Voorrang bij urgentie</tussenkop><al>De wet biedt de mogelijkheid een urgentieregeling op te stellen, ook wanneer
                    geen sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte. Ook zonder schaarste kan
                    immers behoefte bestaan om sommige woningzoekenden met voorrang te kunnen
                    huisvesten. </al><al>In de huisvestingsverordening kan overeenkomstig artikel 12 van de wet bepaald
                    worden dat bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven
                    aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte
                    dringend noodzakelijk is. </al><al>Verblijfsgerechtigden (zie boven), personen die in blijf-van-mijn-lijfhuizen
                    verblijven en woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen behoren in
                    ieder geval tot de urgente woningzoekenden (artikel 12, derde lid, van de wet).
                    Deze groepen kunnen dus niet van indeling in een urgentiecategorie worden
                    uitgesloten. Dit geldt voor alle gemeenten, dat wil zeggen dat een
                    woningzoekende die valt onder deze verplichte urgentiecategorieën in elke
                    gemeente met urgentie moet worden behandeld.</al><tussenkop>Artikel 8. Verzoek om indeling in een urgentiecategorie</tussenkop><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 13 van de wet, waarin is bepaald dat
                    burgemeester en wethouders beslissen over de indeling van woningzoekenden in de
                    urgentiecategorieën. Hierbij is expliciet bepaald dat burgemeester en wethouders
                    van deze bevoegdheid mandaat kunnen verlenen. Voorts is bepaald dat de
                    gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze waarop
                    woningzoekenden kunnen verzoeken om indeling in een urgentiecategorie. De
                    motivering, bedoeld in het tweede lid, onder c, kan bijvoorbeeld omvatten: de
                    aard van de persoonlijke problematiek, de relatie van deze problematiek met de
                    huidige woonsituatie en de argumentatie op grond waarvan verhuizing op korte
                    termijn absoluut noodzakelijk is. Voor een advies als bedoeld in het vierde lid,
                    kunnen burgemeester en wethouders bijvoorbeeld bij een verzoek om een medische
                    indicatie een medisch adviseur aanwijzen. Deze laat zich – evenals andere in te
                    schakelen adviseurs – in zijn onderzoek en advies mede leiden door de
                    richtlijnen en de aandachtspunten, die door de gemeenten en corporaties voor een
                    goede beoordeling en afweging zijn opgesteld.</al><tussenkop> Artikel 9. Intrekken urgentie</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich. Het weigeren van een woning wordt een urgent
                    woningzoekende zwaar aangerekend. Na zes maanden verloopt een urgentie.</al><tussenkop>Artikel 10. Toewijzing van woningen door middel van loting</tussenkop><al>Een deel van het woningaanbod kan via loting worden toegewezen. Het percentage
                    woningen dat via loting wordt verdeeld kan variëren naar gelang de actuele
                    situatie op de woningmarkt. Het percentage schommelt in beginsel rond de
                    25%.</al><al>Op die manier maken ingeschreven woningzoekenden met een korte inschrijftijd
                    toch kans op een woning. Vooral wie op korte termijn een woning nodig heeft
                    en/of personen die zich niet tijdig inschreven of konden inschrijven zijn
                    hierbij gebaat. De introductie van een lotingsmodule moet op termijn het aantal
                    aanvragen voor urgentie substantieel verminderen. </al><al>Net zoals een urgent woningzoekende geen woning mag weigeren en hem of haar dat
                    zwaar wordt aangerekend, geldt dat een bij loting toegewezen woning niet mag
                    worden geweigerd. Een weigering heeft tot gevolg dat de woningzoekende een jaar
                    lang niet kan meedoen aan de lotingsmodule. </al><tussenkop>Artikel 11. Rangorde woningzoekenden</tussenkop><al>In deze bepaling is in aansluiting op de voorrangsregels van deze verordening
                    een rangorde voor toewijzing van woonruimte gegeven. Over de volgorde van
                    toewijzing kan op die manier geen misverstand bestaan.</al><tussenkop>In overzicht:</tussenkop><al>-Bij loting: de eerst gelote kandidaat enz.</al><al>(lotingsmodule, ca. 25% van de vrijkomende woningen)</al><al>-Overig woningaanbod:</al><al>(wensmodule, ca. 70% van de vrijkomende woningen)</al><al>1) statushouders (op datum urgentie), vervolgens</al><al>2) overige urgenten (op datum urgentie), dan</al><al>3) overige ingeschreven woningzoekenden (op basis van inschrijftijd)</al><al>-Via bemiddeling: uitzonderingen, door corporaties in te vullen</al><al>(ca. 3-5% van de vrijkomende woningen)</al><tussenkop>Artikel 12. Verlenen mandaat</tussenkop><al>Mandaatverlening is een bevoegdheid van het college, dus een dergelijke bepaling
                    is strikt genomen niet nodig in de verordening. De bepaling is een uitwerking
                    van artikel 19 van de wet en is opgenomen om te benadrukken dat dit
                    uitdrukkelijk de bedoeling is en dat burgemeester en wethouders voornemens zijn
                    van deze bevoegdheid gebruik te maken. Daardoor ontstaat een vloeiende regionale
                    werkwijze.</al><tussenkop>Artikel 13. Urgentiecommissie</tussenkop><al>Op grond van de gemeentewet kan het college een dergelijke commissie inrichten.
                    Voor alle duidelijkheid is toch dit artikel opgenomen. Ook om te benadrukken dat
                    deze verordening vooral bedoeld is om de urgentie van woningzoekende te regelen.
                    Het reglement geldt voor de gehele woningmarkt.</al><al>(zie ook de toelichting bij artikel 12)</al><tussenkop>Artikel 14. Commissie bezwaarschriften woonruimteverdeling</tussenkop><al>Het college kan de afhandeling van bezwaar en beroep zelf bij besluit regelen.
                    Zie hiervoor ook de hoofdstukken 7 en 9 van de Awb.</al><al>Om te bevorderen dat voor het onderdeel woonruimteverdeling een in de gehele
                    woningmarktregio gelijke aanpak en beoordeling wordt gevolgd, is toch dit
                    artikel opgenomen en een reglement voor de commissie opgesteld. (zie ook de
                    toelichting bij artikel 12 en 13). Deze commissie komt voor dit onderdeel in de
                    plaats van de reguliere Verordening Commissie Bezwaarschriften gemeente Elburg
                    en gemeente Nunspeet. In artikel 18 wordt dit geformaliseerd.</al><tussenkop>Artikel 15. Overgangsregeling</tussenkop><al>De overgangsbepaling houdt allereerst in dat de ingeschreven starters hun
                    inschrijfduur behouden.</al><al>De opgenomen overgangsbepalingen zijn daarnaast bedoeld om woningzoekenden, die
                    nadeel ondervinden van de invoering van deze nieuwe regels (vooral doorstromers)
                    in de gelegenheid te stellen om hun oude rechten te verzilveren. Deze laatste
                    overgangsbepaling geldt gedurende een periode van 12 maanden, rekenende vanaf de
                    datum van inwerkingtreding van deze verordening. Binnen deze termijn dient men
                    zich te melden en in te schrijven om van de overgangsregeling gebruik te kunnen
                    maken. Vervolgens gelden de verkregen rechten voor onbepaalde tijd.</al><al>Lid 1 is evident.</al><tussenkop>Artikel 16. Experimenten</tussenkop><al>Dit artikel maakt het mogelijk gedurende de looptijd van de verordening
                    aanvullende afspraken te maken over de verdeling van woonruimte en in te spelen
                    op veranderingen op de (regionale) woningmarkt. Van dergelijke aanvullende
                    afspraken wordt de gemeenteraad in kennis gesteld. Daarnaast worden deze
                    maatregelen geëvalueerd. Van deze evaluatie wordt verslag gedaan aan de raad. </al><tussenkop>Artikel 17. Hardheidsclausule</tussenkop><al>Wanneer uit de toepassing van deze regels voor de woningzoekende onevenredig
                    nadeel zou voortvloeien, kan van deze bepaling gebruik worden gemaakt. Een
                    duidelijke motivering zal steeds aan een afwijking ten grondslag moeten liggen. </al><tussenkop>Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>De geldigheidsduur van deze verordening is gesteld op maximaal vier jaar.</al><al>Dat maakt dat binnen 4 jaar de noodzaak voor het stellen van deze regels en de
                    situatie op de woningmarkt opnieuw zal worden getoetst. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>