<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368446_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasurystatuut 2015 gemeente Druten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Druten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Druten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Publicatie in elektronisch gemeenteblad op 3 juni 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasurystatuut 2015 gemeente Druten</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 147, 149 en 212 van de Gemeentewet, de wet financiering decentrale overheden, de Wet regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden, de Financiële Verordening van de gemeente Druten</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>n.v.t.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Treasurystatuut 2015 gemeente Druten</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelezen het voorstel van het college van 12 mei 2015;</al><al/><al> Gelet op artikel 147, 149 en 212 van de Gemeentewet, de Financiële
                        Verordening van de gemeente Druten</al><al/><al> Besluit:</al><al/><al> Het Treasurystatuut gemeente Druten 2015 vast te stellen.</al><al/><al> Aldus besloten in de openbare vergadering van 28 mei 2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.1</nr><titel>Leeswijzer</titel></kop><structuurtekst><al>Dit statuut geeft het kader (de spelregels) van de gemeenteraad voor
                                het college van burgemeester en wethouders over de treasuryfunctie.
                                Het treasurystatuut is opgenomen als hoofdstuk 3 en treedt in de
                                plaats van het treasurystatuut zoals dat door de gemeenteraad is
                                vastgesteld op 9 december 2010. Het statuut kent de volgende
                                opzet:</al><al> - In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de thans voorliggende
                                wijzigingsvoorstellen van het treasurystatuut uit 2010;</al><al> - In hoofdstuk 2 wordt een nadere uitleg gegeven van het onderwerp
                                treasury. Hierbij wordt tevens ingegaan op de van toepassing zijnde
                                wet- en regelgeving;</al><al> - In hoofdstuk 3 is het treasurystatuut opgenomen dat door het
                                college aan de gemeenteraad wordt aangeboden ter vaststelling;</al><al> - In hoofdstuk 4 is de memorie van toelichting op het
                                treasurystatuut opgenomen.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Treasury en wet- en regelgeving</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>De treasuryfunctie kan worden gedefinieerd als het sturen en
                                beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de
                                financiële vermogenwaarden, de financiële geldstromen, de financiële
                                posities en de hieraan verbonden risico’s.</al><al/><al> Ingevolge de Wet fido is in de gemeente Druten een tweetal
                                instrumenten werkzaam op het gebied van treasury: allereerst het
                                onderhavige treasurystatuut. In dit treasurystatuut is de
                                “beleidsmatige infrastructuur” van de treasuryfunctie vastgelegd in
                                de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen, limieten en
                                administratieve organisatie en interne controle. Het treasurystatuut
                                maakt een objectieve en transparante uitvoering van het
                                treasurybeleid en verantwoording achteraf mogelijk. Naast dit
                                treasurystatuut neemt de gemeente jaarlijks een
                                financieringsparagraaf op in zowel de begroting als in de
                                jaarstukken. De financieringsparagraaf geeft de kaders voor de
                                uitvoering van de treasury (begroting) en verantwoordingsinformatie
                                over de uitvoering (jaarrekening).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Wet- en regelgeving</titel></kop><structuurtekst><al>Met de invoering van de Wet fido per 1 januari 2001 is in de
                                gemeentewet in artikel 212 opgenomen dat in de financiële
                                verordening de regels over de algemene doelstellingen en de te
                                hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie deint
                                te bevatten.</al><al/><al> Als gevolg van de evaluatie van de Wet fido is de gemeentewet
                                aangepast op het duale stelsel. Artikel 212 brengt de bevoegdheid
                                over het beheer van de administratieve organisatie van de
                                treasuryfunctie terug bij het college. De raad is en blijft bevoegd
                                om de kaders aan te geven voor het beheer van de treasuryfunctie in
                                het treasurystatuut.</al><al> De Regeling uitzetting en derivaten decentrale overheden (ruddo)
                                beperkt zich tot regelgeving over het uitzetten van gelden. Deze wet
                                geeft regels voor eenduidige toepasbaarheid. Decentrale overheden
                                hebben hun eigen verantwoordelijkheid voor het door hen te voeren
                                treasurybeleid. De uniforme regels van de wet zijn desgewenst aan te
                                scherpen in het eigen treasurybeleid.</al><al> In het thans voorliggende treasurystatuut is volledig rekening
                                gehouden met de regelgeving zoals opgenomen in de wet fido en de
                                regeling ruddo.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Uitgangspunten treasury</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Transparantie in beleid en uitvoering</cursief></al><al> Middels het treasurystatuut wordt inzicht verschaft in de
                                doelstellingen van het treasurybeleid, de inrichting van de
                                treasuryfunctie, de regeling van de bevoegdheden en
                                verantwoordelijkheden en de informatievoorziening over de uitvoering
                                van het treasurybeleid.</al><al/><al><cursief>Prudent beheer van gemeenschapsgelden</cursief></al><al> Bij het aangaan van transacties worden specifieke eisen gesteld aan
                                tegenpartijen, het karakter en het gebruik van instrumenten.</al><al/><al><cursief>Beheersing van de financiële risico’s</cursief></al><al> In het treasurystatuut wordt, overeenkomstig de eisen van de
                                wetgever, uitgegaan van een beperking van de financiële risico’s die
                                samengaan met de uitoefening van de treasuryfunctie.</al><al/><al><cursief>Schatkistbankieren</cursief></al><al> In december 2013 voerde de rijksoverheid het schatkistbankieren in.
                                Er wordt aan de wet invulling gegeven door indien nodig onze
                                overtollige liquide middelen naar ’s Rijks schatkist over te maken.
                                Hiervoor heeft het Rijk een rekening-courantrekening beschikbaar
                                gesteld. Dit is een rekening waarop de gemeente Druten haar
                                overtollige liquide middelen bij het Rijk aanhoudt. Er kan dagelijks
                                geld naartoe of vanaf worden geboekt. Hiermee wordt gewaarborgd dat
                                het geld beschikbaar blijft voor de publieke taak.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>Treasurystatuut</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>Titel 1</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al><al/><al> - Begrotingstotaal</al><al> De totale lasten op de begroting;</al><al/><al> - Deposito</al><al> Tijdelijk uitgezette middelen voor korte termijn;</al><al/><al> - Derivaten</al><al> Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde
                                onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële
                                producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder
                                andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te
                                minimaliseren;</al><al/><al> - Financiële onderneming</al><al> Een onderneming die in een lidstaat het bedrijf van
                                kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingdiensten mag verlenen,
                                rechten van een deelneming in een beleggingsmaatschappij mag
                                aanbieden of het bedrijf van een verzekeraar mag uitoefenen;</al><al/><al> - Financiering </al><al> Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode
                                van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen
                                vermogen als vreemd vermogen;</al><al/><al> - Geldstromenbeheer </al><al> Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren
                                zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden
                                (betalingsverkeer);</al><al>- Intern liquiditeitsrisico</al><al> De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning
                                en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten
                                kunnen afwijken van de verwachtingen;</al><al/><al> - Kasgeldlening</al><al> Opname of uitzetting van geldmiddelen voor korte termijn van 1 week
                                tot 12 maanden;</al><al/><al> - Kasgeldlimiet</al><al> Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage
                                van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van
                                het jaar. De kasgeldlimiet heeft betrekking op financieringsvormen
                                met een looptijd tot maximaal 1 jaar;</al><al/><al> - Koersrisico</al><al> Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde
                                verminderen door negatieve koersontwikkelingen;</al><al/><al> - Kortlopend </al><al> Termijn kleiner dan 1 jaar;</al><al/><al> - Kredietrisico</al><al> Het risico dat uitgezette (belegde) middelen niet worden
                                terugontvangen;</al><al/><al> - Langlopend</al><al> Termijn gelijk aan of groter dan 1 jaar;</al><al/><al> - Liquiditeitenbeheer</al><al> Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één
                                jaar;</al><al/><al> - Liquiditeitsplanning</al><al> Een prognose van inkomende en uitgaande geldstromen ingedeeld per
                                tijdseenheid;</al><al/><al> - Liquiditeitsbehoefte</al><al> Behoefte aan geldmiddelen;</al><al/><al> - Onderhandse lening</al><al> Een lening waarbij de voorwaarden in onderling overleg met de
                                geldgevende partij worden overeengekomen. Een dergelijke lening is
                                moeilijk verhandelbaar;</al><al/><al> - Prudent karakter</al><al> Uitzettingen hebben een prudent karakter wanneer in ieder geval aan
                                twee aspecten is voldaan, te weten voldoende kredietwaardigheid van
                                de tegenpartij en een beperkt marktrisico van de instrumenten van
                                uitzetting;</al><al/><al> - Rating</al><al> Kredietwaardigheidsbeoordeling van debiteuren door instituten zoals
                                Moody’s, Standard &amp; Poors (S&amp;P) en Fitch. Een rating is de
                                inschatting van de kans op wanbetaling bij toekomstige rente- en
                                aflossingsbetalingen. Een hogere rating houdt een betere
                                kredietwaardigheid in;</al><al/><al> - Rente instrumenten</al><al> Afgeleide financiële instrumenten om posities af te schermen of in
                                te dekken, het betreft verhandelbare contracten ten aanzien van
                                bepaalde rechten of verplichtingen met als onderliggende waarde een
                                geldlening of belegging. Niet de geldlening zelf wordt verhandeld,
                                maar bijvoorbeeld het recht deze te kopen of verkopen tegen vooraf
                                bepaalde voorwaarden. Ook het recht om op een toekomstig tijdstip de
                                rente vast te stellen op een bepaalde wijze kan in een contract
                                worden geregeld. Zie ook “Derivaten”;</al><al/><al> - Renterisico</al><al> Het effect op de financiële resultaten van de gemeente door
                                renteontwikkelingen;</al><al/><al> - Renterisiconorm</al><al> Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd
                                percentage van het begrotingstotaal van de gemeente dat bij de
                                realisatie niet mag worden overschreden. De renterisiconorm heeft
                                betrekking op financieringsvormen met een looptijd langer dan 1
                                jaar;</al><al/><al> - Rentevisie</al><al> Toekomstverwachting over de renteontwikkelingen;</al><al/><al> - Rentetypische looptijd</al><al> Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin
                                op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door
                                de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante
                                rentevergoeding;</al><al/><al> - Risicobeheer</al><al> De uitvoering van het risicomanagement;</al><al/><al> - Saldobeheer </al><al> Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;</al><al/><al> - Solvabiliteitsratio</al><al> De solvabiliteitsratio is een maatstaf die de verhouding weergeeft
                                tussen het eigen en het vreemd vermogen. De solvabiliteitsratio is
                                gedefinieerd als het eigen vermogen gedeeld door het
                                balanstotaal.</al><al/><al> - Solvabiliteitsratio van 0%</al><al> Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een “solvabiliteitsvrije
                                status”) is een status die door een bancaire toezichthouder in een
                                EU-lidstaat (bijv. De Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het
                                schuldpapier van een instelling. Deze status houdt in dat een bank
                                voor desbetreffend papier geen reserves (0%) hoeft aan te houden en
                                wordt ondermeer toegekend aan papier uitgegeven of gegarandeerd door
                                (centrale) overheden. Het is de gemeente dus toegestaan om bij
                                andere overheden geld uit te zetten, of om te beleggen in papier
                                waaraan een overheidsgarantie is verbonden (zoals door het WSW
                                geborgde leningen van woningcorporaties);</al><al/><al> - Treasury</al><al> Alle activiteiten die zich richten op het sturen en het beheersen
                                van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële
                                vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en
                                de hieraan verbonden risico’s;</al><al/><al> - Treasuryfunctie</al><al> Uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten,
                                organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening
                                en de administratieve organisatie ter uitvoering van de
                                treasuryfunctie;</al><al/><al> - Treasuryparagraaf</al><al> Onderdeel van de programmabegroting en het jaarverslag waarin, voor
                                de uitvoering van de treasuryfunctie, de beleidsplannen
                                respectievelijk de realisatie van deze beleidsplannen voor het
                                begrotingsjaar zijn opgenomen;</al><al/><al> - Treasurystatuut</al><al> Hierin wordt het treasurybeleid vastgelegd;</al><al/><al> - Uitzetting</al><al> Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen
                                vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende
                                uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en
                                langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één
                                jaar of langer;</al><al/><al> - Vaste schuld</al><al> Alle aangegane geldleningen met een rentetypische looptijd van één
                                jaar of langer bij aangaan van de lening;</al><al/><al> - Vlottende schuld</al><al> Alle aangegane geldleningen met een looptijd korter dan één jaar,
                                de schulden die in rekening-courant worden aangehouden de voor een
                                periode korter dan één jaar ontvangen waarborgsommen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>Titel 2</nr><titel>Doelstellingen van de treasuryfunctie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:</al><al/><al> 1. Het verkrijgen en handhaven van toegang tot de financiële
                                    markten tegen acceptabele condities (financierings- en
                                    beleggingsfunctie);</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Het zoveel mogelijk beschermen van gemeentelijke vermogens-
                                    en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals
                                    rente-, koers-, krediet-, valuta en liquiditeitsrisico
                                    (risicomanagementfunctie);</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe
                                    kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                    posities;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van
                                    de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het
                                    treasurystatuut;</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>5. Het opzetten en onderhouden van een goede en efficiënte
                                    financiële infrastructuur voor het beheer van de geldstromen en
                                    posities;</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>6. Het realiseren van adequate informatiestromen ter
                                    ondersteuning van het beleid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>Titel 3</nr><titel>Risicobeheer</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Uitgangspunten risicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
                                uitgangspunten:</al><al/><al> 1. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de
                                “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door de Gemeenteraad
                                goedgekeurde derde partijen;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de
                                treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben
                                en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van
                                overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt
                                gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit
                                treasurystatuut;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.</al><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Renterisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. De kasgeldlimiet mag conform de Wet fido maximaal twee
                                opeenvolgende kwartalen overschreden worden;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet
                                fido;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande
                                financiële positie en de liquiditeitenplanning;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>4. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende
                                lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele
                                rentestand en de rentevisie;</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>5. De rentevisie van de gemeente in de treasuryparagraaf is
                                gebaseerd op de visie van de huisbankier;</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>6. Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de
                                gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van
                                uitzettingen.</al><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Koersrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. Koersrisico’s worden in de gemeente uitgesloten door alleen
                                financieringen en uitzettingen aan te gaan in euro’s.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Het uitzetten van financiële middelen is enkel nog mogelijk in de
                                schatkist van het Rijk. De gemeente beperkt de koersrisico’s op
                                uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de
                                volgende producten te hanteren: rekening courant, spaarrekening,
                                daggeld en deposito’s.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door de looptijd van
                                de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning.</al><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Kredietrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury geldt het
                                volgende uitgangspunt:</al><al> Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij de schatkist van het
                                Rijk;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak
                                worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist.</al><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Intern liquiditeitsrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar
                            treasuryactiviteiten te baseren op een actuele
                            liquiditeitenplanning.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Valutarisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend
                            leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>Titel 4</nr><titel>Financiering, Langlopende uitzettingen en relatiebeheer</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Financiering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar
                                en langer gelden de volgende uitgangspunten:</al><al/><al> 1. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de
                                uitoefening van de publieke taak;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel
                                mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne
                                financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken
                                teneinde het renteresultaat te optimaliseren;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen
                                zijn onderhandse leningen;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>4. De gemeente vraagt telefonisch offertes op bij minimaal twee
                                instellingen, waaronder de huisbankier, alvorens een financiering
                                wordt aangetrokken. De gemeente legt de telefonisch verkregen
                                offertes vast in een proces verbaal.</al><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Langlopende uitzettingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al>Door de invoering van schatkistbankieren is de gemeente verplicht
                            overtollige middelen (boven het drempelbedrag) te storten in de
                            schatkist van het Rijk.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Relatiebeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme
                                condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de
                                volgende uitgangspunten:</al><al/><al> 1. Financiële instellingen (kredietinstellingen,
                                beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en
                                pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EU-toezicht
                                te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Financiële instellingen dienen ten minste een A-rating te hebben
                                van twee van de volgende erkende rating-bureau’s: Moody’s, Standard
                                &amp; Poors of Fitch IBCA en dienen gevestigd te zijn in landen die
                                voldoen aan de vereisten van Ruddo;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit
                                Financiële Markten (AFM) en daarbij een vergunning als makelaar te
                                hebben ontvangen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>Titel 5</nr><titel>Kasbeheer</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Geldstromenbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt:</al><al/><al> 1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op
                                gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen.
                                Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is
                                om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden
                                nagekomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door
                                één bank.</al><al/><al><cursief><vet>Saldo- en liquiditeitenbeheer</vet></cursief></al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende
                                specifieke richtlijnen:</al><al/><al> 1. De gemeente streeft naar concentratie van de overtollige
                                liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de
                                gunstigste condities;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente
                                kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt rekening gehouden met
                                de wettelijke kasgeldlimiet. Een overschrijding van meer dan twee
                                kwartalen wordt gemeld bij de toezichthouder;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende
                                middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening
                                courant.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>Titel 6</nr><titel>Administratieve organisatie en interne controle</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Uitgangspunten administratieve organisatie en interne
                                    controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene
                                uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en
                                interne controle.</al><al/><al> 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van
                                treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk
                                vastgelegd;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk
                                vastgelegd;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding
                                doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:</al><al> a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen
                                geautoriseerd (het vier-ogen-principe);</al><al> b. de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke
                                functionarissen;</al><al> c. de uitvoering en registratie in de financiële administratie
                                geschiedt door afzonderlijke functionarissen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>4. Bij afwezigheid van medewerkers treedt een vervangingsregeling in
                                werking om voortgang van de dagelijkse werkzaamheden te
                                garanderen;</al><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Verantwoordelijkheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verantwoordelijkheden</titel></kop><al>De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de
                            gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.</al><table><title>Treasuryfunctie</title><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>De portefeuillehouder Financiën</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>De controller</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Adviseur financieel beleid</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>De budgetbeheerders</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><al>Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de
                            onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de
                            betreffende functionarissen:</al><table><title/><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><tbody><row><entry><al>1. Betalingen en ontvangsten in pijplijn</al></entry><entry><al>Dagelijks</al></entry><entry><al>Kassier/ heffings- en invorderingsambt.</al></entry><entry><al>Adviseur financieel beleid</al></entry></row><row><entry><al>2. Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en
                                                ontvangsten voor de liquiditeitenplanning</al></entry><entry><al>Permanent / Incidenteel</al></entry><entry><al>Budgetbeheerders</al></entry><entry><al>Adviseur financieel beleid </al></entry></row><row><entry><al>3. Liquiditeitsprognose lange termijn</al></entry><entry><al>Jaarlijks</al></entry><entry><al>Adviseur financieel beleid</al></entry><entry><al>Controller/portefeuillehouder</al></entry></row><row><entry><al>4. Beleidsplannen treasury in treasuryparagraaf van
                                                begroting</al></entry><entry><al>Jaarlijks</al></entry><entry><al>Adviseur financieel beleid</al></entry><entry><al>Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry><al>5. Evaluatie treasuryactiviteiten in
                                                treasuryparagraaf van jaarrekening</al></entry><entry><al>Jaarlijks</al></entry><entry><al>Adviseur financieel beleid</al></entry><entry><al>Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry><al>6. Voortgang onderdelen treasuryparagraaf via voor-
                                                en najaarsrapportage</al></entry><entry><al>Halfjaarlijks</al></entry><entry><al>Adviseur financieel beleid</al></entry><entry><al>Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry><al>7. Informatie aan derden (toezichthouder en CBS)
                                                zoals genoemd in art. 8 Wet fido</al></entry><entry><al>Kwartaal</al></entry><entry><al>Adviseur financieel beleid</al></entry><entry><al>Derden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>Titel 7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel/></kop><al>Dit treasurystatuut treedt in werking daags na bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel/></kop><al>Op het moment van inwerkingtreding van dit statuut wordt de voorgaande
                            versie van dit statuut, vastgesteld door de raad op 9 december 2010,
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel/></kop><al>Dit statuut kan worden aangehaald als “Treasurystatuut 2015 gemeente
                            Druten”.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad 28 mei 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De raadsgriffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> mw. E.E.M. Dreier-Haefkens MSc. drs. L.J.E.M. van Riswijk</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Memorie van toelichting</titel></kop><al><vet>Toelichting</vet></al><al/><al> In dit treasurystatuut is het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen
                    vastgelegd. Dit gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de
                    doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2). Vervolgens geeft het
                    bestuur in het statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de
                    doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend
                    voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een
                    type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de
                    limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet financiering decentrale overheden
                    (Wet fido). Middels de limieten en richtlijnen wordt het risicoprofiel van de
                    gemeente bepaald, waarbinnen de treasuryactiviteiten dienen te worden
                    uitgevoerd.</al><al/><al> De treasuryparagraaf in de begroting geeft de beleidsplannen voor de
                    treasuryfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende
                    jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de
                    concrete beleidsplannen binnen de kaders van het statuut. Het gaat hierbij
                    vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse
                    financieringspositie, leningenportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het
                    kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders
                    van de Wet fido en het treasurystatuut blijven. De treasuryparagraaf in het
                    jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen
                    zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie in het
                    verslagjaar.</al><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al/><al> Artikel 2</al><al> In artikel 2 worden de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente
                    weergegeven, hieronder worden deze afzonderlijk toegelicht.</al><al/><al> Artikel 2 lid 1</al><al> In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat de gemeente duurzaam
                    toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele condities. De treasury
                    moet waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten
                    benodigde middelen aan te trekken. De condities die daarbij worden bedongen
                    dienen, in het licht van de op het betreffende moment gebruikelijke condities,
                    acceptabel (tenminste marktconform) te zijn.</al><al/><al> Artikel 2 lid 2</al><al> Door haar activiteiten loopt de gemeente de volgende financiële risico’s:
                    renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, valutarisico’s en interne
                    liquiditeitsrisico’s Het is de taak van de treasury dergelijke risico’s zo veel
                    mogelijk te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8 wordt aangegeven op welke
                    wijze dit wordt gewaarborgd.</al><al/><al> Artikel 2 lid 3</al><al> De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het minimaliseren van de kosten
                    bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities. Deze kosten
                    bestaan o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het betalingsverkeer. Het
                    is de taak van de treasury het beheer zo efficiënt mogelijk uit te voeren.</al><al/><al> Artikel 2 lid 4</al><al> De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent
                    dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo hoog mogelijke
                    renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij
                    overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie
                    liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële
                    risico’s, de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte afdeling (“profit
                    center”). Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido
                    en dit treasurystatuut kan desondanks worden gestreefd naar optimalisatie van de
                    renteresultaten.</al><al/><al> artikel 3 lid 1</al><al> De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met betrekking
                    tot treasury. Dit betreft de publieke taak waarvoor leningen en garanties dienen
                    enerzijds en het prudente karakter van (overige) uitzettingen anderzijds. Er
                    wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van
                    leningen uit hoofde van de publieke taak en het uitzetten van middelen uit
                    hoofde van treasury.</al><al> De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit
                    hoofde van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet fido het
                    volgende aangegeven: “De gemeenteraad bepaalt de publieke taak. De begroting en
                    de begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van
                    de publieke taak”.</al><al/><al> Artikel 3 lid 2</al><al> Conform de Wet fido, dienen uitzettingen “uit hoofde van treasury” (zie
                    toelichting artikel 3 lid 1) een prudent karakter te hebben.</al><al> In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip
                    “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met als
                    oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen,
                    is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet fido en de memorie van
                    toelichting op de Wet fido). Bankachtige activiteiten – het aantrekken en
                    uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen – zijn als gevolg
                    van deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut
                    vallen binnen de kaders van de Wet fido.</al><al> De limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut zijn specifiek geformuleerd
                    om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van treasury te
                    garanderen en hebben derhalve géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen
                    of garanties uit hoofde van de “publieke taak” van de gemeente.</al><al/><al> Artikel 3 lid 3</al><al> Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een
                    bepaalde onderliggende waarde. Derivaten kennen een breed toepassingsgebied en
                    worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten
                    te minimaliseren. De Wet fido stelt dat derivaten uitsluitend mogen worden
                    gebruikt ter beperking van financiële risico’s. Gezien de (mogelijke)
                    complexiteit van derivaten en de beperkte kennis binnen de organisatie over
                    dergelijke instrumenten wordt gebruik van derivaten niet toegestaan.</al><al/><al> Artikel 4 lid 1</al><al> Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-)
                    rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente;</al><al> Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote
                    fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te
                    stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is
                    in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt
                    dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij
                    korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten.
                    De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de
                    jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. De gemiddelde omvang van
                    de netto vlottende schuld per kwartaal mag de kasgeldlimiet niet overschrijden.
                    Indien in drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden,
                    dient de toezichthouder daarvan op de hoogte te worden gesteld.</al><al/><al> Artikel 4 lid 2</al><al> Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de
                    vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door
                    het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De
                    renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage te
                    vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang
                    van het jaar.</al><al/><al> Artikel 4 lid 3</al><al> Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt bedragen slechts te lenen c.q.
                    uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig respectievelijk
                    beschikbaar zijn.</al><al/><al> Artikel 4 lid 5</al><al> Een rentevisie is een toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling, op basis
                    waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de
                    (interne- of externe) ontwikkelingen zal de gemeente haar rentevisie
                    actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op de rentevisie van
                    enkele gezaghebbende financiële instellingen, zoals de huisbankier.</al><al/><al> Artikel 4 lid 6</al><al> Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd (de periode dat de
                    rente van een uitzetting vast is) van uitzettingen, wordt de invloed van een
                    rentedaling op de renteresultaten gespreid over meerdere jaren.</al><al/><al> Artikel 5 lid 1</al><al> Interne koersrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de gemeente de
                    overtollige middelen voor een bepaalde periode heeft uitgezet bij het Rijk en
                    gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt dat de middelen (onverwacht)
                    nodig zijn voor het doen van een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de
                    gemeente vervroegd de middelen van een deposito moet opnemen tegen de actuele
                    marktwaarde en dat dat het vervroegd opnemen van een deposit0 kan leiden tot
                    negatieve gevolgen voor de financiële resultaten.</al><al/><al> Artikel 5 lid 2</al><al> Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties op
                    een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van de
                    hele organisatie zijn gepland.</al><al/><al> Artikel 6 lid 2</al><al> De Wet fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de debiteuren bij het
                    verstrekken van leningen of garanties aan derden in het kader van de publieke
                    taak. Omdat de Gemeenteraad de publieke taak bepaalt, worden leningen of
                    garanties uitsluitend verstrekt aan door de Gemeenteraad goedgekeurde partijen.
                    Teneinde de kredietrisico’s te verkleinen kunnen zekerheden of garanties worden
                    verlangd van de debiteuren.</al><al/><al> Artikel 7</al><al> In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige
                    liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente
                    onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de
                    hieraan verbonden financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang dat het
                    team advies en ondersteuning juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door
                    de overige teams over de financiële gevolgen van hun activiteiten.</al><al/><al> Artikel 9 lid 1</al><al> Het aantrekken van gelden met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is
                    door artikel 2 lid 2 van de Wet fido (zie ook memorie van toelichting op de Wet
                    fido) nadrukkelijk niet toegestaan.</al><al/><al> Artikel 9 lid 3</al><al> Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden van de lening in
                    onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld. </al><al/><al> Artikel 9 lid 4</al><al> Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te waarborgen,
                    voor bijv. te betalen rentepercentages, provisies, (boete-) clausules bij
                    vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere offertes wordt
                    bereikt dat de gemeente een beter beeld heeft van de op dat moment gebruikelijke
                    tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een
                    afgewogen keuze worden gemaakt.</al><al/><al> Artikel 10</al><al> Schatkistbankieren is gebaseerd op het principe van zero-balancing. Dit houdt
                    in dat dagelijks aan het einde van de dag, de overtollige middelen worden
                    afgeroomd naar of aangevuld uit de schatkist De gemeente heeft hiervoor een
                    nieuwe rekening bij de BNG geopend, de werkrekening schatkistbankieren
                    (SKB).</al><al> Ge gemeente is gerechtigd om een bepaald bedrag aan middelen buiten ’s Rijks
                    schatkist aan te houden. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis
                    buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het
                    drempelbedrag. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal
                    van de gemeente Voor gemeente Druten is het drempelbedrag gelijk aan 0.75% van
                    het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 250.000
                    bedraagt.</al><al> Indien de gemeente dat wenst kan een deel van de middelen op de
                    rekening-courant bij de schatkist voor langere tijd worden vastgezet in een of
                    meer deposito’s. Bij voortijdige beëindiging van een deposito wordt de actuele
                    marktwaarde van het deposito uitgekeerd. </al><al/><al> Artikel 11 lid 3</al><al> Tussenpersonen hebben een intermediairsfunctie bij het afsluiten van financiële
                    transacties en vallen niet onder de “tegenpartijen”. De vereisten van lid 2 zijn
                    voor tussenpersonen dan ook niet van toepassing. Teneinde dit te ondervangen
                    stelt de gemeente voor tussenpersonen als eis dat zij geregistreerd staan bij de
                    Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarbij een vergunning als makelaar
                    hebben ontvangen.</al><al/><al> Artikel 12 lid 1</al><al> Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een efficiënt
                    betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd
                    door een betalingsdatum af te stemmen op bepaalde verwachte ontvangsten. Hiermee
                    wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (c.q.
                    middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken) teneinde de
                    betreffende betaling (tijdelijk) te financieren.</al><al/><al> Artikel 12 lid 2</al><al> Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft als voordeel
                    dat er geen kosten hoeven te worden gemaakt om gelden tussen verschillende
                    banken over te boeken.</al><al/><al> Artikel 13 lid 1</al><al> Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op
                    de rekeningen (-courant) van de gemeente. Teneinde de noodzaak tot het doen van
                    interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen die de
                    gemeente bij één bank aanhoudt opgenomen in een rentecompensatiecircuit. Dit is
                    een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van
                    een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de
                    rente wordt berekend.</al><al/><al> Artikel 13 lid 3</al><al> In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn
                    financieringsinstrumenten benoemd. De term daggeld (ook wel callgeld genoemd)
                    staat voor een opgenomen of uitgezette lening voor onbepaalde tijd die dagelijks
                    gewijzigd kan worden. Kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een
                    vast bedrag en een vaste periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vast
                    rentepercentage. Kredietlimiet op de rekening courant betreft de mogelijkheid
                    debet (“rood”) te staan op de rekening courant.</al><al/><al> Artikel 14</al><al> Bij de treasuryfunctie zijn veel personen en organen betrokken. Met het oog op
                    de omvang van de transacties en de hiermee samenhangende risico’s, zijn in dit
                    artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen teneinde een transparante
                    functiescheiding aan te brengen tussen beleidsbepaling en de uitvoering en
                    tussen de administratie en controle op financiële transacties.</al><al/><al> Artikel 15</al><al> De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen die binnen de
                    gemeente betrokken zijn bij de treasuryactiviteiten zijn in artikel 15
                    beschreven. De toekenning van de genoemde functies en bijbehorende bevoegdheden
                    en verantwoordelijkheden aan functies en/of functionarissen vindt plaats via de
                    hiertoe dienende documenten (mandaten, besluiten e.d.). Deze
                    verantwoordelijkheden dienen te worden gecommuniceerd naar de betrokkenen.</al><al/><al> Artikel 16</al><al> De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening
                    wordt gewaarborgd voor: operationele informatie (punt 1 en 2), beleidsmatige
                    informatie (punt 3 en 4) en verantwoordingsinformatie (punt 5, 6 en 7). Het
                    verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante
                    verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste voorwaarden
                    voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico’s van de
                    gemeente.</al><al/><al> Artikel 16 punt 2</al><al> Afdelingen dienen “incidenteel” informatie te verschaffen op de momenten waarop
                    zich significante wijzigingen voordoen in hun verwachtingen omtrent tijdstip of
                    omvang van toekomstige betalingen of ontvangsten (bijv. bij uitstel van een
                    grote investering).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>