<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368303_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening geldelijke voorzieningen (burger)raadsleden, commissieleden en leden van de Rekenkamer gemeente Leiderdorp 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-03-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening geldelijke voorzieningen (burger)raadsleden, commissieleden en leden van de Rekenkamer gemeente Leiderdorp 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-09-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening geldelijke voorzieningen (burger)raadsleden, commissieleden en leden van de Rekenkamer gemeente Leiderdorp 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leiderdorp;</al><al>gelezen het voorstel, nr. Z/14/005746/19654;</al><al>gezien het advies van het presidium van 9 februari 2015;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 81k, 95 en 96 van de Gemeentewet en gelet
                        op de artikelen 4, 7a vierde lid, 13 tweede lid, 14 eerste lid van het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de Verordening geldelijke voorzieningen (burger)raadsleden,
                        commissieleden en leden van de Rekenkamer gemeente Leiderdorp 2015</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Raad: de gemeenteraad van Leiderdorp;</al></li><li nr="c."><al>Commissie: commissie ingesteld door de raad op grond van de
                                artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>Politiek Forum: commissie ingesteld door de raad op grond van de
                                artikel 82 ter voorbereiding van de raadsvergadering;</al></li><li nr="e."><al>Commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1 lid
                                c;</al></li><li nr="f."><al>Burgerraadslid: lid van een politieke partij die de raadsleden van
                                die partij ondersteunt bij hun werkzaamheden onder andere door
                                deelname aan het Politiek Forum. De raad benoemt een burgerraadslid
                                op voordracht van een fractie;</al></li><li nr="g."><al>Fractie: het geheel van leden van een raadsfractie alsmede de
                                burgerraadsleden van die politieke partij;</al></li><li nr="h."><al>Raadsfractie; leden van de raad die door het Centraal Stembureau op
                                dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij aanvang
                                van de zitting als een fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts een lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd;</al></li><li nr="i."><al>Rekenkamer: de Rekenkamer van de gemeente Leiderdorp ingesteld door
                                de raad op grond van artikel 81a;</al></li><li nr="j."><al>Waar in deze verordening ‘hij’ staat kan ook ‘zij’ worden
                                gelezen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor raadsleden voor de werkzaamheden en
                            onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad ontvangen per kalenderjaar een vergoeding voor hun
                            werkzaamheden en een onkostenvergoeding. Deze vergoeding en
                            onkostenvergoeding zijn gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse
                            Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde maximum als vermeld in de
                            jaarlijkse circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en
                            Koninkrijksrelaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid van de raad is
                            geweest, ontvangt de vergoeding en onkostenvergoeding, als bedoeld in
                            lid 1, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij het lidmaatschap
                            van de raad heeft bekleed;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De betaling van de vergoeding en onkostenvergoeding, als bedoeld in lid
                            1, geschiedt in maandelijkse termijnen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Naast de vergoeding en onkostenvergoeding ontvangen fractievoorzitters
                            voor de duur van hun fractievoorzitterschap per jaar een toelage op
                            grond van artikel 8b Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding voor burgerraadsleden, commissieleden en de
                            Rekenkamer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgerraadsleden ontvangen een vergoeding als zij deelnemen aan en het
                            woord voeren in een vergadering van het Politiek Forum. Deze vergoeding
                            is gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse Zaken en
                            Koninkrijksrelaties vastgestelde maximum als vermeld in tabel IV in de
                            jaarlijkse circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en
                            Koninkrijksrelaties;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het deelnemen van burgerraadsleden aan een vergadering, als bedoelt in
                            lid 1, blijkt uit het tekenen van een presentielijst en uit het beeld-
                            en geluidverslag in het raadsinformatiesysteem;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Commissieleden ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de
                            vergaderingen van een commissie. Deze vergoeding is gelijk aan het door
                            de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde
                            maximum als vermeld in tabel IV in de jaarlijkse circulaire van het
                            Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van lid 3 van dit artikel ontvangen leden van de Rekenkamer
                            als vergoeding voor het deelnemen aan een vergadering van de Rekenkamer
                            twee maal het bedrag als bedoeld in lid 3 van dit artikel;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel
                            ontvangt de voorzitter van de Rekenkamer voor het deelnemen aan een
                            vergadering van de Rekenkamer drie maal het bedrag als bedoeld in lid 3
                            van dit artikel;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergoeding wordt na afloop van elk kalenderkwartaal, op basis van
                            zijn uit de presentielijst blijkende aanwezigheid, aan de rechthebbende
                            uitbetaald;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid ontvangt geen vergoeding degene die
                            zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks
                            uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van
                            overheidswege wordt gesubsidieerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Reis- en verblijfkosten raadsleden, commissieleden en de
                            Rekenkamer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in
                            verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering
                            van een beslissing van het gemeentebestuur worden vergoed;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan commissieleden en leden van de Rekenkamer worden de reis- en
                            verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie
                            en Rekenkamer vergoed;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid is:</al><lijst><li nr="a."><al>voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig
                                    in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders bepaalde;</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in
                                    artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag
                            vergoed.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die
                            zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks
                            uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van
                            overheidswege wordt gesubsidieerd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd
                            worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Scholing raads- en burgerraadsleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- en burgerraadsleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13,
                            eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden willen
                            deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de
                            griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van inhoudelijke
                            informatie en een kostenspecificatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de beroepsvereniging
                            van raadsleden of door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komt
                            altijd voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als voldaan wordt
                            aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeenteraad kan bij aparte verordening nadere regels stellen met
                            betrekking tot de maximale vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening
                            worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In voorkomende gevallen beslist de vergadering van fractievoorzitters
                            van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Congres, seminar of symposium raads- en burgerraadsleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname aan een cursus, congres, seminar of symposium
                            aangeboden of verzorgd door of namens de gemeente Leiderdorp komen voor
                            rekening van de gemeente;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het (burger)raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                            of symposium dat niet aangeboden wordt door of namens de gemeente
                            Leiderdorp, dient een gemotiveerde aanvraag in bij het presidium. De
                            aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                            kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als
                            het presidium van mening is dat deelname van algemeen belang is in
                            verband met de vervulling van het (burger)raadslidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al> Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                        eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f,
                        van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 13a
                        van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Declaratie van kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Betaling van kosten als bedoeld in artikel 5 en 6 vindt plaats door
                            rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente:</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan wordt
                            aan de bepalingen in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De declaratie van kosten die uit eigen middelen vooruit zijn betaald
                            vindt plaats door het indienen van de bewijsstukken aan de griffier.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toepassing</titel></kop><al>In die gevallen waarin deze verordening niet voorziet of wanneer een artikel
                        voor verschillende uitleg vatbaar blijkt te zijn, beslist de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening geldelijke
                            voorzieningen (burger)raadsleden, commissieleden en leden van de
                            Rekenkamer gemeente Leiderdorp 2015”;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking in de rubriek
                            Gemeente-aan-huis van een in de gemeente verschijnend huis-aan-huisblad
                            d.d. 11 maart 2015;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met ingang van de in het tweede lid genoemde datum wordt de “Verordening
                            geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 2011”
                            ingetrokken.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van </ondertekening><ondertekening>de raad van Leiderdorp op 2 maart 2015,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mevrouw J.C. Zantingh mevrouw L.M. Driessen-Jansen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><tussenkop>Wettelijke regelingen</tussenkop><al>De regeling van de rechtspositie van raadsleden en leden van gemeentelijke
                    commissies vindt op verschillende niveaus plaats, te weten bij wet, algemene
                    maatregel van bestuur (AMvB) en gemeentelijke verordening. In de Gemeentewet is
                    aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van raads- en
                    commissieleden moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB). Daartoe zijn
                    tot stand gekomen het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. In een
                    ministeriële regeling, de Regeling rechtspositie wethouders, zijn sommige
                    vergoedingen nader uitgewerkt. In deze wetten en nadere regelgeving zijn alle
                    voor de rechtspositie van belang zijnde onderwerpen geregeld. Een aantal
                    voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de verschillende
                    onkostenvergoedingen, is in de rechtspositiebesluiten overwegend geregeld in
                    dwingendrechtelijke bepalingen. </al><al>De vergoedingen en regelingen voor raads- en commissieleden die bij of krachtens
                    de wet (lees Gemeentewet, rechtspositiebesluit of regeling) dwingendrechtelijk
                    geregeld zijn, zijn niet opgenomen in deze verordening. Dit betreft de
                    vergoedingen voor:</al><lijst><li nr="1."><al>De onkostenvergoedingen voor raadsleden en wethouders</al></li><li nr="2."><al>De toelage voor fractievoorzitters, leden van de vertrouwenscommissie,
                            leden van de rekenkamerfunctie bedoeld in artikel 81oa Gemeentewet, dan
                            wel van onderzoekscommissie zoals bedoeld in artikel 115a, derde lid
                            Gemeentewet</al></li><li nr="3."><al>De compensatiemaatregelen voor raads- en commissieleden als zij een WW,
                            BOO of arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben</al></li><li nr="4."><al>De verstrekking van een computer</al></li><li nr="5."><al>De voorziening bij ziekte en dienstongeval</al></li><li nr="6."><al>De vergoeding voor de waarneming van het voorzitterschap van de
                            gemeenteraad</al></li><li nr="7."><al>De voorziening bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of
                            ziekte</al></li><li nr="8."><al>De tegemoetkoming in de ziektekosten</al></li><li nr="9."><al>Voorzieningen voor raads- en commissieleden met fysieke beperking</al></li></lijst><tussenkop>De arbeidsverhouding van het raadslid</tussenkop><al>Raadsleden zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus
                    niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het
                    raadslidmaatschap nietvallen onder de werknemersverzekeringen zoals de
                    Werkloosheidswet, Ziektewet en WIA. Omdat er geen dienstbetrekking met de
                    gemeente is vallen raadsleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar
                    worden hun inkomsten getoetst aan de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kan een
                    raadslid opteren voor de loonbelasting door te kiezen voor het fictief
                    werknemerschap (zie hieronder).</al><tussenkop>De loon- en inkomstenbelasting</tussenkop><al><vet>Opting-in-regeling</vet><vet> - </vet>Raadsleden kunnen opteren voor de
                    loonbelasting. Het raadslid kan met de gemeente overeenkomen dat deze
                    loonheffing inhoudt. Dat wordt de ‘opting-in-regeling’ genoemd. De administratie
                    van de gemeente is zodanig ingericht dat wordt voldaan aan de daaraan gestelde
                    wettelijke eisen. In een gezamenlijke verklaring melden de gemeente en het
                    raadslid aan de Belastingdienst dat wordt geopteerd voor de loonbelasting. Als
                    gezamenlijk wordt gekozen voor het loonbelastingsysteem, dan draagt de gemeente
                    de ingehouden loonheffing af aan de Belastingdienst. Omdat een raadslid geen
                    werknemer in de formele zin van het woord is, valt hij zoals gezegd vanwege het
                    raadslidmaatschap niet onder de sociale zekerheidswetgeving. Om die reden worden
                    over de raadsvergoedingen ook geen premies sociale zekerheid ingehouden. De
                    inkomsten worden als loon belast in box 1. Het raadslid hoeft in dat geval geen
                    administratie bij te houden.</al><al>Belastingdienst accepteert inmiddels ook van commissieleden de toepassing van de
                    opting-in-regeling.</al><al><vet>Fiscale standaardpositie</vet><vet> - </vet>Als niet voor de loonbelasting
                    wordt geopteerd, dan geldt voor het raadslid dat hij voor de Wet
                    inkomstenbelasting 2001 resultaat uit een werkzaamheid geniet. In dat geval is
                    het winstsysteem van toepassing. Betrokkene moet dan alle ontvangsten
                    verantwoorden als winst en kan de gemaakte kosten daarop in mindering brengen.
                    Raadsleden die gekozen hebben voor de standaardregeling zullen dan ook over de
                    netto-onkostenvergoeding inkomstenbelasting moeten betalen, tenzij zij aan de
                    hand van bewijsmateriaal aan kunnen tonen dat de vergoeding is besteed aan
                    onkosten voortvloeiend uit het raadslidmaatschap. Betrokkenen kunnen bij de
                    aangifte inkomstenbelasting hun werkelijke beroepskosten, met inachtneming van
                    een aantal wettelijke beperkingen en normeringen, in minderingbrengen op
                    hun belastbaar inkomen (belastbare resultaat). De gemeente dient jaarlijks alle
                    betalingen en verstrekkingen op grond van deze verordening aan de
                    Belastingdienst te melden middels een opgave IB47. Verstrekkingen moeten naar de
                    waarde in het economische verkeer worden opgegeven. Het daadwerkelijk zakelijk
                    gebruik leidt dan tot aftrek.</al><tussenkop>Eenmalige keuze per zittingsperiode</tussenkop><al>De keuze om al of niet te opteren voor de loonbelasting kan voor het raadslid
                    ingrijpende gevolgen hebben. De beslissing om voor de loonbelasting te opteren
                    kan eenmaal per zittingsperiode worden gemaakt en geldt in beginsel om voor de
                    (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene als spijtop-tant terugkomen op
                    deze beslissing voor de resterende periode. Opteren voor de loonbelasting hoeft
                    niet bij aanvang van de zittingsperiode te gebeuren, maar kan ook gedurende de
                    zittingsperiode voor de resterende periode. </al><tussenkop>Vergoedingensystematiek</tussenkop><al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen hoeven aan te spreken. een adequate vergoedingssystematiek is daarom van
                    belang. Waar er functionele uitgaven zijn, verdient het aanbeveling terughoudend
                    te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen
                    vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke
                    middelen moeten zo veel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit de
                    overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de
                    gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter
                    behoefte blijven bestaan. </al><tussenkop>Controle en verantwoording</tussenkop><al>Voor de bestuurlijke uitgaven is - net als voor de besteding van alle andere
                    publieke middelen - transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen - en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders en over de eventueel verschuldigde
                    belasting. </al><al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan omtrent
                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven. In verband hiermee, is in
                    aanvulling op de in de beheers- en controleverordening vast-gestelde regels, een
                    aantal belangrijke procedures vastgelegd over rechtstreekse facturering van
                    functionele uitgaven en declaratie van vooruitbetaalde kosten. In aanvulling
                    hierop is een gedragscode ontwikkeld waarin nadere gedragsregels zijn
                    vastgelegd.</al><tussenkop> </tussenkop><tussenkop> ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van het raadslid</tussenkop><al>In artikel 2 is de hoogte van de vergoeding bepaald op een vast bedrag per
                    inwonersklasse overeenkomstig het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
                    De gemeenteraad kan besluiten dat een deel van de raadsvergoeding wordt betaald
                    als presentiegeld. Dat deel mag maximaal 20% van de raadsvergoeding zijn. Er mag
                    geen onderscheid worden gemaakt tussen raadsleden, dus een presentievergoeding
                    geldt voor alle raadsleden. Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden
                    wordt geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het
                    indexcijfer Cao lonen overheid. Hiervoor is in de gemeente geen nadere
                    besluitvorming nodig.</al><al>Raadsleden die een WAO-uitkering ontvangen, kunnen verzoeken hun raadsvergoeding
                    te verlagen. Daardoor kan het nadeel van indeling in een lagere
                    arbeidsongeschiktheidsklasse worden voorkomen. Deze mogelijkheid is opgenomen in
                    artikel 12 lid 3 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al><al>Raadsleden die een WW- of een BWOO uitkering ontvangen kunnen verzoeken hun
                    raadsvergoeding te verhogen als de korting als gevolg van hun raadslidmaatschap
                    hoger is dan hun raadsvergoeding. Deze mogelijkheid is geregeld in artikel 12
                    lid 1 en 2 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al><tussenkop>Artikel 3 Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</tussenkop><al>In dit artikel is het presentiegeld voor leden van gemeentelijke commissies die
                    zijn ingesteld op basis van artikel 82 t/m 84 Gemeentewet en voor de leden van
                    de Rekenkamer op basis van artikel 81k Gemeentewet geregeld. De bepaling geldt
                    niet voor raadsleden en wethouders die in de commissie zitten (uitgezonderd in
                    artikel 96 Gemeentewet). Uitgezonderd zijn verder onder meer ambtenaren (op
                    grond van artikel 1 rechtspositiebesluit raads- en commissieleden), en
                    medewerkers en bestuurders van door de gesubsidieerde organisaties die in die
                    hoedanigheid in de commissie zitting hebben. </al><al>De hoogte van het presentiegeld wordt bepaald op een vast bedrag per
                    inwonersklasse overeenkomstig het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
                    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties indexeert jaarlijks
                    per 1 januari het bedrag zoals dat is herzien aan de hand van het indexcijfer
                    Cao lonen overheid. </al><al>Het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de Gemeentewet bieden de
                    mogelijkheid om in de gemeentelijke verordening te regelen dat in bepaalde
                    gevallen een hoger bedrag aan presentiegelden wordt toegekend dan het eerder
                    bedoelde bedrag. </al><tussenkop>Artikel 4 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden</tussenkop><al>De Gemeentewet voorziet niet in een vergoeding voor ‘woon-werkverkeer’ voor
                    raadsleden. Het is dan ook in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet als
                    raadsleden van de gemeente een vergoeding ontvangen voor reizen binnen het
                    grondgebied van de gemeente.</al><al>Artikel 97 van de Gemeentewet voorziet voor raads- en commissieleden wel in een
                    vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van
                    de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur. Omdat in
                    het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verder geen eigen
                    vergoedingsregeling is opgenomen, is aansluiting gezocht bij de
                    vergoedingsregelingen voor wethouders. </al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    verstrekte vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                    worden verantwoord. De reiskosten kunnen binnen de geldende randvoorwaarden als
                    aftrekbare beroepskosten worden opgevoerd. </al><tussenkop>Artikel 5 Scholing</tussenkop><al>Op grond van artikel 13 lid 1 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden komt niet partij-politiek georiënteerde scholing in verband met
                    de vervulling van de functie van raads- of commissielidmaatschap ten laste van
                    de gemeente. In dit artikel is de procedure verder uitgewerkt. Gezien de aard en
                    duur van het ambt liggen voor raads- en commissieleden opleidingen voor de hand
                    die gericht zijn op het persoonlijk functioneren in het ambt. </al><al>Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis
                    en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Onder deze
                    scholingskosten worden verstaan de cursus- en lesgelden, de kosten van het
                    studiemateriaal, examen- en diplomakosten en de aanschafkosten van verplicht
                    gesteld studiemateriaal, alsmede reis- en verblijfkosten in het kader van de
                    opleiding. </al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><al>De raad kan bij verordening nadere regels stellen omtrent het maximale bedrag
                    voor de scholing die voor vergoeding in aanmerking komt. Deze mogelijkheid is
                    geboden in de kapstokbepaling in het vierde lid. Het zesde lid bevat een
                    hardheidsclausule. Mocht de griffier behoefte hebben aan extra oordeel of de
                    gevraagde vergoeding binnen de geldende regels voor vergoeding in aanmerking
                    komt, dan kan de vergadering van de fractievoorzitters in de raad om een oordeel
                    gevraagd worden. </al><tussenkop>Artikel 7 Werkkostenregeling</tussenkop><al>In verband met de werkkostenregeling moeten een aantal netto-vergoedingen en
                    verstrekkingen door de gemeente aangewezen worden als eindheffingsbestanddeel.
                    Anders worden deze door de belastingdienst als loon gezien en moet hierover
                    belasting worden ingehouden. Ook de vergoedingen en verstrekkingen die door de
                    belastingdienst gezien worden als gerichte vrijstelling of voor nihil waardering
                    in aanmerking komen moeten in eerste instantie wel aangewezen worden. In een
                    later stadium wordt dan (in de financiële administratie) aangegeven dat dit
                    gerichte vrijstellingen of nihil waarderingen betreft. </al><tussenkop>Artikelen 8 De procedure van declaratie</tussenkop><al>Aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde is en welke
                    procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. Hierbij gaat de voorkeur
                    uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente en daarna declaratie van
                    vooruitbetaalde kosten. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>