<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368245_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening re-integratie, beschut werk en tegenprestatie Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitale bekendmaking via Overheid.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Participatiewet 2015.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8a van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging artikel 12 Tegenprestatie</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening re-integratie, beschut werk en
                tegenprestatie Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling “Regionale Dienst
                        Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI)”;</al><al/><al>Gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur,</al><al/><al>Gelet op artikel 8a van de Participatiewet</al><al/><al>En gelet op artikel 149 van de Gemeentewet</al><al/><al>Overwegende dat:</al><al>de Participatiewet gemeenten verplicht om bij verordening regels te stellen
                        met betrekking tot het ondersteunen van personen uit de doelgroep en het
                        verrichten van een tegenprestatie; </al><al/><al>stelt vast de</al><al/><al><vet>Verordening re-integratie</vet><vet>, beschut werk </vet><vet>en
                            tegenprestatie Participatiewet 2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de wet: de Participatiewet; termen en begrippen in deze verordening
                            worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke
                            regeling “Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn
                            Heuvelrug”(RDWI);</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>uitkeringsgerechtigde: de bijstandgerechtigde die algemene bijstand
                            ontvangt of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) of de Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                            zelfstandigen (Ioaz);</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>doelgroep: de personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a van de
                            wet;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdracht Dagelijks Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een evenwichtig aanbod van
                            voorzieningen aan personen behorende tot de doelgroep, rekening houdend
                            met de afstand tot de arbeidsmarkt van de persoon, diens functionele
                            beperkingen, alsmede met omstandigheden die betrekking hebben op
                            zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de
                            doelgroep voor loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening
                            beschut werk. Onder zorgtaken wordt in elk geval verstaan: de opvang van
                            ten laste komende kinderen tot vijf jaar en de noodzaak van het
                            verrichten van mantelzorg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan een of meer voorzieningen met betrekking tot
                            personen uit de doelgroep toekennen aan de werkgever of beoogde
                            werkgever van deze persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Rechten en plichten personen uit de doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De persoon uit de doelgroep kan aanspraak maken op ondersteuning bij
                            arbeidsinschakeling ten behoeve van het realiseren van de, naar het
                            oordeel van het Dagelijks Bestuur, kortste weg naar arbeid naar
                            vermogen. Het Dagelijks Bestuur bepaalt hoe deze aanspraak wordt
                            ingevuld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd alle overige verplichtingen, voortvloeiend uit de wet,
                            waaronder de verplichting om mee te werken aan een door het Dagelijks
                            Bestuur geboden voorziening, is de belanghebbende die gebruik maakt van
                            een voorziening op grond van deze verordening verplicht alle
                            inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor de
                            beoordeling van de aanspraak op ondersteuning en de noodzaak van
                            voortzetting ervan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een belanghebbende de wettelijke verplichtingen niet nakomt, kan het
                            Dagelijks Bestuur beslissen dat zijn aanspraak op iedere voorziening
                            vervalt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Plichten werkgevers</titel></kop><al>De werkgever of beoogd werkgever die met betrekking tot een persoon uit de
                        doelgroep in aanmerking wil komen voor een voorziening is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaven en inlichtingen te verstrekken die hem in verband met een
                                aanspraak op een voorziening door het Dagelijks Bestuur worden
                                gevraagd dan wel waarvan hij redelijkerwijs kan verwachten dat zij
                                voor deze aanspraak van belang kunnen zijn;</al></li><li nr="b."><al>mee te werken aan onderzoek door of in opdracht van het Dagelijks
                                Bestuur met het oog op het toekennen of voortzetten van een
                                voorziening;</al></li><li nr="c."><al>in persoon of met inzet van werknemers of derden de benodigde
                                aansturing en begeleiding te bieden aan werknemers voor wie aan hem
                                voorzieningen zijn verleend;</al></li><li nr="d."><al>zich als een goed werkgever te gedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Rekening houdend met en afgestemd op de mogelijkheden en beperkingen van
                            belanghebbende kan het Dagelijks Bestuur de volgende voorzieningen
                            inzetten:</al><lijst><li nr="a."><al>een praktijkomgeving voor het opdoen van arbeidsritme en
                                    toepassen van werknemers- en beroepsvaardigheden;</al></li><li nr="b."><al>training of scholing, als bedoeld in artikel 10 van de wet,
                                    gericht op uitstroom naar werk of terugkeer naar school;</al></li><li nr="c."><al>een proefplaats of werkervaringsplaats met het oog op het tot
                                    stand komen van een dienstverband, hieronder begrepen het
                                    gedurende maximaal 6 maanden bij een werkgever onbeloonde
                                    werkzaamheden laten verrichten;</al></li><li nr="d."><al>ondersteuning bij een leer-werktraject voor jongeren als bedoeld
                                    in artikel 10f van de wet;</al></li><li nr="e."><al>persoonlijke ondersteuning of jobcoaching als bedoeld in artikel
                                    10 van de wet, gericht op uitstroom naar werk dan wel behoud van
                                    werk:</al></li><li nr="f."><al>activiteiten in het kader van sociale activering gericht op het
                                    op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kunnen
                                    verkrijgen.</al></li><li nr="g."><al>een voorbereidingstraject voor startende ondernemers of
                                    begeleiding voor reeds gestarte ondernemers.</al></li><li nr="h."><al>een persoonlijk re-integratiebudget.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan in verband met de uitvoering van dit artikel
                            ten behoeve van een persoon behorende tot de doelgroep een
                            detacheringovereenkomst aangaan met derden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan een persoon van 27 jaar of ouder
                            overeenkomstig artikel 10a van de wet (participatieplaats) onbeloonde
                            additionele werkzaamheden laten verrichten voor een periode van maximaal
                            6 maanden met de mogelijkheid tot verlenging voor 6
                            maanden.Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat de te
                            verrichten werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke
                            overeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met betrekking tot degene die op grond van het vorige lid additionele
                            werkzaamheden verricht, beoordeelt het Dagelijks Bestuur na een periode
                            van 6 maanden na de aanvraag van de werkzaamheden of het voortzetten van
                            de werkzaamheden de kans op uitstroom naar werk vergroot. Als dit het
                            geval is kan het Dagelijks Bestuur door middel van een gemotiveerd
                            besluit, de termijn van 6 maanden verlengen met maximaal 6 maanden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur biedt aan een persoon van 27 jaar of ouder die
                            werkzaamheden verricht zoals bedoeld in het derde lid
                            (participatieplaats) een premie, als bedoeld in artikel 10a, zesde lid,
                            van de wet. De hoogte van de premie bedraagt € 300 per 6 maanden. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan aan een persoon van 27 jaar en ouder die niet
                            beschikt over een startkwalificatie en die werkzaamheden verricht zoals
                            bedoeld in het derde lid, opleiding of scholing aanbieden als bedoeld in
                            artikel 10a, vijfde lid van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Participatievoorziening beschut werken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan de voorziening beschut werk aanbieden aan een
                            persoon uit de doelgroep die door een lichamelijke, verstandelijke of
                            psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en
                            aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat van een reguliere werkgever
                            redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze persoon in dienst
                            neemt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de voorziening wordt aangeboden, maakt het Dagelijks Bestuur uit
                            de personen uit de doelgroep een voorselectie en wint bij het
                            Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) advies in voor de
                            beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder
                            aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                            hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, bedoelde
                            werkzaamheden mogelijk te maken zet het Dagelijks Bestuur de volgende
                            ondersteunende voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de werkplek of
                            de werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van
                            werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur bepaalt jaarlijks de omvang van het aanbod beschut
                            werk en legt jaarlijks in het jaarplan vast hoeveel plekken voor beschut
                            werk de deelnemende gemeenten beschikbaar stellen. In verband hiermee
                            overlegt het Dagelijks Bestuur met het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen, aan de gemeenten gelieerde bedrijven en andere
                            reguliere werkgevers.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Uit budgettaire overwegingen kan het Dagelijks Bestuur besluiten om
                            andere voorzieningen dan beschut werk voor deze doelgroep in te
                            zetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Loonkostensubsidies-BUIG</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan een subsidie verlenen ter dekking van een deel
                            van de loonkosten aan de werkgever bij wie een persoon behorende tot de
                            doelgroep in dienst treedt of blijft, dan wel een subsidie verstrekken
                            als vergoeding van de aantoonbare extra kosten die een werkgever maakt
                            bij het in dienst nemen van een bijstandsgerechtigde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na inwerkingtreding van deze verordening kan het Dagelijks Bestuur ten
                            aanzien van de verstrekking van deze subsidies nadere regels vaststellen
                            met betrekking tot:</al><lijst><li nr="-"><al>De aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;</al></li><li nr="-"><al>De voorwaarden waaronder een subsidie wordt verstrekt;</al></li><li nr="-"><al>Het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag
                                    wordt bepaald;</al></li><li nr="-"><al>De activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt;</al></li><li nr="-"><al>De weigeringsgronden voor een subsidie;</al></li><li nr="-"><al>De verplichtingen voor de subsidieontvanger.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie-BUIG</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt vast of een persoon tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het Dagelijks Bestuur de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel
                                    7, eerste lid onderdeel a, van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan op schriftelijke aanvraag van een persoon als
                            bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, vaststellen of die
                            persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Overeenkomstig het
                            bepaalde in artikel 10c, eerste lid, onderdeel b, van de wet kan de
                            vaststelling ook ambtshalve plaatsvinden, behalve voor niet
                            uitkeringsgerechtigden en ANW gerechtigden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 8, lid 3 van deze verordening kan
                            slechts eenmaal per twaalf maanden worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt in samenwerking met de colleges van b. en w.
                            in de arbeidsmarktregio en het UWV en met inachtneming van het Besluit
                            loonkostensubsidie Participatiewet en de ministeriële regeling
                            loonwaardebepaling Participatiewet vast welke methode wordt gehanteerd
                            voor de vaststelling van de loonwaarde en draagt zorg voor de
                            bekendmaking van een actuele beschrijving van deze methode.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Persoonlijke voorzieningen bij werk of scholing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Dagelijks Bestuur kan aan de persoon, behorend tot de doelgroep,
                                die arbeid in dienstbetrekking verricht of gaat verrichten of arbeid
                                op een proefplaats verricht of gaat verrichten, voorzieningen
                                toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de
                                mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, het volgen van scholing
                                of opleiding. </al></li><li nr="2."><al>Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend
                                verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>vervoersvoorzieningen die er toe strekken dat de
                                        belanghebbende zijn werkplek of opleidingslocatie kan
                                        bereiken;</al></li><li nr="b."><al>intermediaire activiteiten ten behoeve van personen met een
                                        visuele, auditieve of motorische handicap;</al></li><li nr="c."><al>meeneembare voorzieningen ten behoeve van de inrichting van
                                        de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden, de
                                        inrichting van de opleidingsplaats of de proefplaats en de
                                        bij de arbeid of opleiding te gebruiken hulpmiddelen, die in
                                        overwegende mate op het individu van de belanghebbende zijn
                                        afgestemd; en</al></li><li nr="d."><al>noodzakelijke persoonlijke ondersteuning bij het verrichten
                                        van de aan de belanghebbende opgedragen taken, indien die
                                        ondersteuning een compensatie vormt voor zijn
                                        beperkingen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het Dagelijks Bestuur kan bij nadere regels bepalen dat voor een
                                voorziening een eigen bijdrage is verschuldigd of dat een
                                voorziening niet wordt verstrekt of wordt beëindigd indien het
                                inkomen of vermogen van de belanghebbende meer bedraagt dan een door
                                het Dagelijks Bestuur vast te stellen bedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan, ter stimulering van de arbeidsinschakeling,
                        besluiten diverse kosten te vergoeden voor activiteiten die daaraan
                        bijdragen. Men kan denken aan reiskosten, verhuiskosten en kosten van
                        kinderopvang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Compensatie van ziekteverzuim (no-riskpolis)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan werkgevers de kosten van een no-riskpolis
                            vergoeden als:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de werkgever voor ten minste de duur van 6 maanden een
                            arbeidsovereenkomst aangaat met een werknemer;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de werknemer voorafgaande aan de aanvang van de arbeid behoort tot de
                            doelgroep;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de werknemer een structurele functionele of andere beperking heeft of de
                            werkgever ten behoeve van de werknemer een loonkostensubsidie als
                            bedoeld in artikel 10d van de wet ontvangt;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de werknemer zijn woonplaats heeft binnen een van de gemeenten</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na inwerkingtreding van deze verordening kan het Dagelijks Bestuur
                            nadere regels vaststellen die onder meer betrekking hebben op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de duur en de dekking van de verzekeringspolis;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de periode vanaf de aanvang van het verzuim als gevolg van
                            arbeidsongeschiktheid waarover de loonkosten niet worden vergoed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het bedrag van de aan de werkgever uit te keren vergoeding van
                            loonkosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur wijst de uitkeringsgerechtigden op de
                            mogelijkheden tot en het belang van het verrichten van maatschappelijke
                            activiteiten. Indien nodig kan lokaal ondersteuning worden geboden.
                            Klanten die een activeringstraject naar werk volgen, of een
                            maatschappelijke bijdrage leveren door mantelzorg te bieden of
                            vrijwilligerswerk, dan wel anderszins actief zijn in de samenleving,
                            zijn daarvan uitgezonderd.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan een uitkeringsgerechtigde een tegenprestatie
                            naar vermogen opdragen. Als hiertoe wordt overgegaan moet het gaan om
                            maatschappelijk nuttige activiteiten, die additioneel van aard zijn en
                            niet tot verdringing van betaalde arbeid leiden. Er wordt rekening
                            gehouden met individuele omstandigheden en de aard, duur en omvang
                            worden in overleg met betrokkene vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het vrijwillig uitvoeren van een maatschappelijke bijdrage door een
                            uitkeringsgerechtigde wordt beschouwd als tegenprestatie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Eigen bijdrage</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan besluiten dat en op welke wijze en onder welke
                        voorwaarden de niet-uitkeringsgerechtigde of de ANW-gerechtigde ouder dan 27
                        jaar aan wie een voorziening wordt aangeboden, een eigen bijdrage
                        verschuldigd is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud
                        en duur van de aangeboden voorzieningen alsmede met betrekking tot de wijze
                        waarop wordt vastgesteld of een voorziening passend is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op voorzieningen, tegemoetkomingen en premies die zijn ingezet of
                            toegekend op grond van de Re-integratieverordening Wet Werk en Bijstand
                            2007 blijven de bepalingen uit deze verordening van toepassing tot het
                            einde van de periode waarvoor ze zijn toegekend, dan wel zoveel eerder
                            tot de datum waarop de voorziening, de tegemoetkoming of de premie op
                            grond van omstandigheden van de belanghebbende dient te worden gewijzigd
                            of beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van loonkostensubsidies die zijn verleend over een periode
                            die is ingegaan voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze
                            verordening, maar waarvan de vaststelling op de datum van
                            inwerkingtreding van deze verordening nog niet heeft plaatsgevonden,
                            gelden de bepalingen van de Re-integratieverordening Wet Werk en
                            Bijstand 2007 inzake de vaststelling van de subsidie. De
                            loonkostensubsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening
                            bij beschikking zijn verleend, maar betrekking hebben op een periode
                            gelegen na de datum van inwerkingtreding, worden vastgesteld in
                            overeenstemming met de regels van deze verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeerwijze en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Re-integratieverordening
                                Participatiewet 2015.</al></li><li nr="2."><al>De Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2007 wordt
                                gelijktijdig per 1 juli 2015 ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke
                        regeling “Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI), in
                        zijn openbare vergadering gehouden op 27 mei 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De directeur, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Publicatie is geschied op 4 juni.2015</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting behorend bij de verordening re-integratie, beschut werk en
                        tegenprestatie Participatiewet 2015</titel></kop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Er is gekozen voor een raamverordening. Dit heeft te maken met de aard van de
                    opdracht die de raad/het AB heeft gekregen, te weten het bij verordening regels
                    stellen waarin het beleid van de gemeente/GR ten aanzien van haar
                    re-integratietaak wordt neergelegd. Hieruit moet onder andere aandacht blijken
                    voor de in de Participatiewet onderscheiden doelgroepen en de daarbinnen te
                    onderscheiden subgroepen. Dit leent zich niet tot het formuleren van
                    gedetailleerde regels die op iedere situatie van toepassing zijn. Immers,
                    re-integratie is maatwerk. Het is helemaal afhankelijk van iemands mogelijkheden
                    en beperkingen wat in het concrete geval een passend re-integratietraject is.
                    Daarom wordt aan het Dagelijks Bestuur de bevoegdheid gegeven om op een aantal
                    punten eigen afwegingen te maken. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                    behandeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 1. Begrippen</tussenkop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze
                    verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. </al><al/><al><cursief>Doelgroep</cursief></al><al>De doelgroep wordt gevormd door personen zoals bedoeld in
                    artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet. Het betreft:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                            vierde lid, onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdelen b en c, van de WIA, tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                            Algemene nabestaandenwet (hierna: ANW);</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna:
                            IOAW);</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna:
                            IOAZ);</al></li><li nr="-"><al>personen zonder uitkering;</al></li></lijst><al>en, die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het Dagelijks
                    Bestuur aangeboden voorziening.</al><al/><tussenkop>Artikel 2. Opdracht Dagelijks Bestuur</tussenkop><al>Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel a, van de Participatiewet moet de
                    gemeenteraad in de verordening regels stellen met betrekking tot de verdeling
                    van de voorzieningen over personen, waarbij rekening wordt gehouden met de
                    omstandigheden en de functionele beperkingen van die personen. Hierin ligt
                    besloten dat de gemeenteraad ook rekening houdt met de omstandigheden en
                    functionele beperkingen van personen met een handicap. Dit is in overeenstemming
                    met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. De
                    doelstelling van dit verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen van het
                    volledige genot door alle personen met een handicap van alle mensenrechten en
                    fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid en het bevorderen van de
                    eerbiediging van hun inherente waardigheid. In dit artikel is aan het voorgaande
                    uitvoering gegeven. </al><al/><tussenkop>Artikel 3. Rechten en plichten personen uit de doelgroep</tussenkop><al>De Participatiewet legt in beginsel aan iedereen de verplichting op om naar
                    vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden. Uiteraard
                    wordt er wel gekeken naar de aansluiting bij de individuele mogelijkheden van de
                    persoon in verband met gezondheid en belastbaarheid. Hiertegenover staat dat
                    iemand ook aanspraak kan maken op ondersteuning, overeenkomstig de bepalingen in
                    deze verordening. </al><al>Tegen beslissingen op grond van deze verordening staat bezwaar en beroep open op
                    grond van de Algemene wet bestuursrecht (AWB). Het recht op inzage in gegevens
                    en zonnodig correctie daarvan is geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens
                    (WBP). </al><al/><tussenkop>Artikel 5. Voorzieningen</tussenkop><al>Voorzieningen worden alleen ingezet als deze de kortste weg naar werk bieden.
                    Onder 'werk' zijn begrepen werkvormen als deeltijdbanen, flexwerk,
                    detacheringsplaatsen en tijdelijke klussen. Werken in een participatieplaats,
                    dus met behoud van uitkering, vindt conform de wet slechts plaats door
                    bijstandsgerechtigden van 27 jaar en ouder met een kleine kans op inschakeling
                    in het arbeidsproces ten gevolge van persoonlijke werkbelemmeringen. Het gaat
                    dus om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en het doel is om cliënt
                    dichter bij de arbeidsmarkt te brengen. De te verrichten werkzaamheden moeten
                    dan ook nuttig zijn voor de ontwikkeling van betrokkene richting arbeidsmarkt.
                    De werkzaamheden op een participatieplaats zijn altijd additioneel, dat wil
                    zeggen dat de werkzaamheden normaal gesproken niet in de gemeente worden
                    verricht. Van belang is dat de concurrentieverhoudingen niet nadelig worden
                    beïnvloed. </al><al>Daarnaast kunnen voorzieningen worden ingezet om belanghebbenden aan het werk te
                    houden, zoals begeleiding op de werkplek of scholing. Alleen als uitstroom naar
                    werk niet tot de mogelijkheden behoort, kan maatschappelijke participatie een
                    doel van de inzet van een voorziening zijn. Uiteindelijk ligt de
                    verantwoordelijkheid voor de inhoud en de inzet van een voorziening bij het
                    Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur kan in beleidsregels vastleggen op
                    welke wijze een specifieke voorziening wordt ingezet.</al><tussenkop>Rekening houden met omstandigheden en beperkingen</tussenkop><al>Het Dagelijks Bestuur moet bij de inzet van de voorzieningen rekening houden met
                    de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Beschut werken</tussenkop><al>Het Dagelijks Bestuur kan bepalen dat de voorziening beschut werk wordt
                    aangeboden aan een persoon uit de doelgroep. Het Dagelijks Bestuur bepaalt de
                    omvang van het aanbod beschut werk en legt vast hoeveel plekken voor beschut
                    werk de deelnemende gemeenten beschikbaar stellen.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Loonkostensubsidie</tussenkop><al>Het doel van het verstekken van een subsidie aan een werkgever is extra
                    uitstroom naar werk te realiseren voor bijstandsgerechtigden. Op de huidige
                    arbeidsmarkt is het lastig voor bijstandsgerechtigden om aan het werk te komen.
                    Door het verstrekken van subsidies worden de financiële risico's en/of de extra
                    inzet van een werkgever om iemand uit de doelgroep in dienst te nemen
                    gecompenseerd en wordt de kans op uitstroom naar werk groter. De vorm van
                    loonkostensubsidie die bedoeld wordt in artikel 9 eerste lid is niet
                    noodzakelijk gericht op personen met een arbeidsbeperking, maar ondersteunt
                    personen om sneller uit te stromen naar werk. </al><al/><tussenkop>Artikel 8. vaststellen doelgroep loonkostensubsidie</tussenkop><al>Het doel van de loonkostensubsidie is het bieden van compensatie voor het feit
                    dat voor een persoon ten minste het wettelijk minimumloon wordt betaald, terwijl
                    de werkgever iemand nog niet ten volle kan inzetten. In dit artikel staat
                    omschreven wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren. </al><al>De in dit artikel omschreven loonkostensubsidie moet worden onderscheiden van de
                    loonkostensubsidie zoals bedoeld in artikel 9, lid 1. </al><al>De regering vindt het van belang dat een aantal uitgangspunten rondom
                    loonwaardebepaling landelijk gelden en verankert deze daarom in de regeling
                    Loonkostensubsidie Participatiewet. Een van de uitgangspunten is dat de
                    loonwaarde op basis van de feitelijke werkzaamheden op de werkplek wordt
                    vastgesteld. Een ander uitgangspunt is dat de loonwaarde wordt vastgesteld door
                    of onder verantwoordelijkheid van een deskundige. Het is van belang dat de
                    loonwaarde wordt vastgesteld door of onder verantwoordelijkheid van iemand met
                    een zekere scholing, vakbekwaamheid en kennis van de arbeidsmarkt. De regering
                    laat aan gemeenten de keuze door of onder verantwoordelijkheid van welke
                    deskundige zij de loonwaardevaststelling laten doen. De loonwaardevaststelling
                    moet tot slot in ieder geval plaatsvinden op basis van een beschreven methode,
                    zodat voor een ieder transparant is hoe tot een loonwaarde wordt gekomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 9. Persoonlijke voorzieningen bij werk of scholing</tussenkop><al>Het gaat hier om werkvoorzieningen voor personen met arbeidsbeperkingen zoals
                    hulpmiddelen en werkplekaanpassingen maar ook om persoonlijke ondersteuning door
                    een jobcoach.</al><al/><tussenkop>Artikel 11. Compensatie van ziekteverzuim (no-riskpolis)</tussenkop><al>De no-riskpolis kan worden ingezet als ondersteuning bij de arbeidsinschakeling
                    (artikel 8a, tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet). Het Dagelijks
                    Bestuur kan de kosten van de no-riskpolis voor werkgevers vergoeden (eerste
                    lid). De no-riskpolis is een belangrijk instrument om aarzelingen bij werkgevers
                    weg te nemen om mensen met arbeidsbeperkingen in dienst te nemen. De
                    no-riskpolis zorgt ervoor dat de werkgever compensatie ontvangt voor de
                    loonkosten, wanneer een werknemer met arbeidsbeperkingen ziek wordt. Een
                    werkgever komt niet in aanmerking voor een no-risk polis als artikel 29b van de
                    Ziektewet van toepassing is (artikel 8a, tweede lid, onderdeel b, van de
                    Participatiewet). </al><al/><tussenkop>Voorwaarden</tussenkop><al>In het eerste lid is opgenomen wanneer een werkgever in aanmerking komt voor een
                    no-risk polis. Er is voor gekozen om de mogelijkheid tot inzet van een
                    no-riskpolis te beperken tot arbeidsovereenkomsten die minimaal zes maanden
                    duren. </al><al>Voorts is voor inzet van de no-risk polis vereist dat de werknemer behoort tot
                    de doelgroep (zie artikel 1 van deze verordening) en hij een structurele
                    functionele of andere beperking heeft of ten behoeve van hem de werkgever een
                    loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet ontvangt.
                    Ook ligt voor de hand dat de werknemer zijn woonplaats moet hebben binnen de
                    gemeente.</al><al/><tussenkop>Hoogte vergoeding</tussenkop><al>Het Dagelijks Bestuur kan de kosten van de no-riskpolis vergoeden voor
                    werkgevers. Niet elke verzekering komt voor vergoeding in aanmerking. Hiervoor
                    zijn regels gesteld in het tweede lid. </al><al> Het Dagelijks Bestuur zal voor toekenning van de vergoeding moeten toetsen of
                    de door de werkgever gekozen verzekering voldoet aan deze voorwaarden.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Tegenprestatie</tussenkop><al>Bij de aanscherping van de WWB eind 2014 heeft het Dagelijks Bestuur besloten
                    verder te gaan op de ingeslagen weg met betrekking tot
                    wederkerigheid/tegenprestatie voor bijstandsontvangers en dit op te nemen in de
                    re-integratieverordening. In deze verordening voldoen we aan de wettelijke
                    verplichting om dat te regelen. Verdergaan op de ingeslagen weg houdt in dat we
                    in het kader van tegenprestatie/wederkerigheid klanten blijven vragen/verleiden
                    én activeren om een maatschappelijk nuttige bijdrage aan de samenleving te
                    leveren. De RSD wijst hen actief op de mogelijkheid en het belang hiervan.
                    Klanten die mantelzorg bieden of formeel (in organisatieverband) dan wel
                    informeel vrijwilligerswerk doen, voldoen al aan het principe van
                    wederkerigheid. Zij zijn daarom uitgezonderd. Uitstroom naar werk staat altijd
                    voorop, het uitvoeren van een maatschappelijke bijdrage mag dit niet in de weg
                    staan. Daarom zijn klanten die al bezig zijn met een activeringstraject naar
                    werk eveneens uitgezonderd. </al><al/><al>Wel kan het verrichten van maatschappelijke activiteiten een onderdeel van een
                    ontwikkelingstraject naar werk, wanneer dergelijke activiteiten de kansen op
                    uitstroom vergroten. Daarbij sluiten we aan bij de eigen kracht, de
                    zelfwerkzaamheid en de mogelijkheden van betrokkene. Lokaal kan ondersteuning
                    worden geboden. We geloven dat het verrichten van een bijdrage op basis van
                    vrijwilligheid het beste resultaat oplevert voor de maatschappij en voor
                    ontwikkeling naar een hogere trede op de Participatieladder. Vrijwilligheid
                    betekent echter niet vrijblijvendheid.</al><al/><al>De afspraken over het leveren van een tegenprestatie worden opgenomen in het
                    Plan van aanpak. Als betrokkene onvoldoende meewerkt aan afspraken in het Plan
                    van aanpak die te maken hebben met haar/zijn ontwikkeling naar werk en we
                    vaststellen dat betrokkene verwijtbaar gedrag vertoont, dan kunnen we overgaan
                    tot het opleggen van een sanctie. De basis hiervoor is geregeld in de
                    afstemmingsverordening. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>