<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368230_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-06-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitale bekendmaking</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de Participatiewet en artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-06-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling “Regionale Dienst
                        Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI)”</al><al/><al>gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur d.d. 25 maart 2015, met
                        overneming van de daarin vermelde motieven; </al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de
                        Participatiewet; </al><al/><al>gelet op het advies van het MT van de RSD;</al><al/><al>BESLUIT: </al><al>vast te stellen de volgende verordening</al><al/><al><vet>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een door de RSD vastgesteld formulier. Een verzoek
                        kan slechts één maal per zes maanden worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>De RSD beoordeelt of een persoon, van wie is vastgesteld dat hij wegens een
                        arbeidshandicap met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van
                        het wettelijk minimumloon, wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie.
                        Indien de RSD hier onvoldoende zicht op heeft, wordt advies aan een
                        arbeidsdeskundige gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Toekenning en verstrekking individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt toegekend voor 6 maanden en in 6
                        gelijke, maandelijkse delen betaalbaar gesteld, voor zolang de betreffende
                        persoon voldoet aan de voorwaarden voor de Individuele Studietoeslag zoals
                        bepaald in de Participatiewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 600,-- per half jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd conform
                            de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal
                            Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op
                            hele euro's.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt per maand uitbetaald in 6 gelijke delen.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag
                        Participatiewet 2015.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling
                        “Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI) </ondertekening><ondertekening>De directeur, De voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting Verordening individuele studietoeslag
                        Participatiewet 2015</titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt de RSD de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
                    Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                    in zijn mars heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK
                    2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><al/><al><cursief>Verordeningsplicht </cursief></al><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de RDWI de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><al/><al><cursief>Discretionaire bevoegdheid </cursief></al><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid
                    van de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug (RSD). Dit betekent dat de
                    RSD aan personen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van
                    de Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe
                    niet is gehouden. De RSD kan in beleidsregels aangeven of bepaalde groepen niet
                    in aanmerking komen voor een studietoeslag. De RSD kan in plaats daarvan - en in
                    aanvulling op artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet - in beleidsregels
                    aangeven wie, wanneer en op grond van welke nadere voorwaarden recht heeft op
                    een individuele studietoeslag. </al><al/><al><cursief>Voorwaarden individuele studietoeslag </cursief></al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over
                    verzoek als aanvraag. De RSD kan op een dergelijk verzoek – gelet op de
                    individuele omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag
                    verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij wegens een arbeidshandicap
                            met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het
                            wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                            heeft.</al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt, is niet in de
                    Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een
                    individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een
                    individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft
                    op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van
                    de toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een
                    bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing
                    bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij de RSD. Een individuele
                    studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon met de
                    studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is
                    namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                    tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is
                    niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid,
                    van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan
                    worden verstrekt in de vorm van een voorschot. </al><al/><al/></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Verordening individuele studietoeslag
                        Participatiewet 2015</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door
                        personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                        Participatiewet. Dit betreft personen die de RSD ondersteunt bij
                        arbeidsinschakeling: </al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b
                                en c, 35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid,
                                onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
                                tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking
                                gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon
                                bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen
                                loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                                Algemene nabestaandenwet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen,
                                en.</al></li><li nr="-"><al>niet-uitkeringsgerechtigden.</al></li></lijst><al>De RSD kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                        individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de
                        voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon,
                        een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag
                        dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek als bedoeld
                        in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden ingediend,
                        bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan
                        middels een door de RSD vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien
                        als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om
                        een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend
                        door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat,
                        de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
                        (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de
                        gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en
                        waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede
                        lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden
                        aangemerkt als een verzoek om individuele studietoeslag zoals bedoeld in
                        artikel 36b van de Participatiewet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen de
                        RSD op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden,
                        een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een
                        persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten;</al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid
                                niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                                maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium beoordeelt de RSD aan de
                        hand van beschikbare gegevens van het Uitvoeringsinstituut
                        Werkgeversverzekeringen (UWV), eventuele eerdere medische keuringen en
                        informatie vanuit het netwerk, zoals bijvoorbeeld school, of een persoon
                        hieraan voldoet. Indien dit onvoldoende uitsluitsel geeft, wordt advies van
                        een arbeidsdeskundige ingewonnen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Toekenning en verstrekken individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in
                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. </al><al>Doorgaans kan een persoon halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor de
                        beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een individuele
                        studietoeslag wordt de situatie op de datum van de aanvraag beoordeeld
                        (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Om deze reden is geregeld
                        dat een persoon slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in
                        aanmerking kan komen voor een individuele studietoeslag (artikel 3 van deze
                        verordening). Studeert een persoon na die zes maanden nog steeds en voldoet
                        hij aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        dan kan hij opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                        studietoeslag geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die
                        voldoet aan de voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag bedraagt </al><al>€ 600,- per half jaar.</al><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden
                        voor een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking
                        voor een individuele studietoeslag. </al><al>In artikel 4, tweede lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling
                        opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet
                        worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang
                        de nieuwe bedragen (na indexatie) intern duidelijk te communiceren. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                        studietoeslag geregeld. </al><al>Een individuele studietoeslag wordt per maand uitbetaald in zes gelijke
                        delen. Artikel 4 van deze verordening bepaalt de hoogte van de individuele
                        studietoeslag. Dit bedrag moet in zes gedeelten worden uitbetaald. Per maand
                        wordt dus, 1/6 deel van dit bedrag uitbetaald. </al><al>De studietoeslag is immers bedoeld als steun in de rug van studerenden met
                        een arbeidsbeperking voor onder meer het niet kunnen combineren van een
                        studie met een bijbaan. Het ligt dan voor de hand maandelijks een bedrag te
                        verstrekken.</al><al>Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel 36b,
                        eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment na de
                        aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het recht
                        op een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan voorkomen dat
                        een persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht
                        heeft op uitbetaling van een eerder toegekende individuele studietoeslag
                        aangezien uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag bepalend is. </al><al>Na zes maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een
                        individuele studietoeslag. Dit volgt uit artikel 3 van deze verordening.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die
                        datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de
                        verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de
                        verordening vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>