<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368222_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Functioneringsmanagement</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-05-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarle-Nassau</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Breda</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Drimmelen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Halderberge</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilvarenbeek</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roosendaal</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rucphen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woensdrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zundert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Blad Gemeenschappelijke Regeling</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Functioneringsmanagement</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Gemeenschappelijke Regeling</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">dagelijks bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-05-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 2, 3, 4, 5, 5a, 5b, 5c, 5d, 5e, 6, 7, 8.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BGR nr. 56, 28 mei 2015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Functioneringsmanagement</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>Medewerker:</vet> De persoon die door de
                                        Veiligheidsregio Midden- en West Brabant is aangesteld om in
                                        openbare dienst werkzaam te zijn alsmede de persoon met wie
                                        een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan.
                                    </al></li><li nr="b"><al><vet>Leidinggevende:</vet> De directe leidinggevende van de
                                        medewerker. Dat wil zeggen onder wiens verantwoordelijkheid
                                        de medewerker zijn werkzaamheden verricht en daarmee degene
                                        die de gesprekken in het kader van functioneringsmanagement
                                        met de medewerker voert. </al></li><li nr="c"><al><vet>Functioneringsmanagement:</vet> Een serie van twee
                                        formele gesprekken per jaar tussen medewerker en
                                        leidinggevende waarin afspraken gemaakt en gevolgd worden
                                        over de te behalen resultaten, de benodigde competenties en
                                        de persoonlijke ontwikkeling van de medewerker. </al></li><li nr="d"><al><vet>Startgesprek:</vet> Het gesprek tussen leidinggevende
                                        en medewerker waarin afspraken worden gemaakt over de door
                                        de medewerker te behalen resultaten, te ontwikkelen
                                        competenties, alsmede het opstellen van zijn of haar
                                        persoonlijk ontwikkelplan. </al></li><li nr="e"><al><vet>Persoonlijk ontwikkelplan:</vet> Een overzicht van de
                                        ontwikkelwensen van en afspraken met de medewerker dat tot
                                        stand komt door middel van gesprek over loopbaanperspectief
                                        en ambities voor de komende jaren, de door hem of haar te
                                        volgen opleidingsactiviteiten en over de bekostiging van die
                                        activiteiten voor een nader te bepalen periode.</al></li><li nr="f"><al><vet>Functioneringsgesprek:</vet> Het gesprek tussen direct
                                        leidinggevende en medewerker waarin de resultaatafspraken
                                        worden geëvalueerd en indien nodig worden bijgesteld. </al></li><li nr="g"><al><vet>Beoordeling:</vet> Het oordeel dat de leidinggevende
                                        opstelt over het functioneren van de medewerker tegen de
                                        achtergrond van de aan de functie te stellen eisen, de
                                        geformuleerde resultaatafspraken en de
                                        competentieontwikkeling. De beoordeling is geen vast
                                        onderdeel van functioneringsmanagement en wordt toegepast
                                        als daar behoefte aan is bij de medewerker of leidinggevende
                                        en als er besluiten genomen worden die rechtspositionele
                                        gevolgen vragen. </al></li><li nr="h"><al><vet>Beoordelingsgesprek:</vet> Het gesprek waarin de
                                        leidinggevende de beoordeling bespreekt met de ambtenaar
                                    </al></li><li nr="i"><al><vet>Naasthogere leidinggevende:</vet> De direct
                                        leidinggevende van de leidinggevende van de medewerker </al></li><li nr="j"><al><vet>Resultaatafspraak:</vet> Een te behalen resultaat dat
                                        gericht is op</al><lijst><li nr="1"><al> de bijdrage van de medewerker aan de afdelings-
                                                en/of organisatiedoelstellingen </al></li><li nr="2"><al> de benodigde competenties en </al></li><li nr="3"><al> de verdere professionalisering en
                                                (loopbaan)ontwikkeling van de medewerker. </al></li></lijst></li><li nr="k"><al><vet>Gesprekkencyclus-volgsysteem:</vet> De digitale
                                        ondersteuningssoftware waarin de afspraken, de waarderingen
                                        en eventuele beoordelingen worden vastgelegd </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De jaarcyclus</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>De cyclus vanaf 1 januari 2017 bestaat uit een periode van één jaar
                                en bestaat uit een startgesprek en een functioneringsgesprek.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>In de periode van 1 januari 2015 tot 31 december 2016 bestaat de
                                cyclus uit ten minste één functioneringsgesprek. Medewerkers en
                                leidinggevenden die in deze periode de gesprekkencyclus willen
                                uitbreiden met een startgesprek en/of een beoordelingsgesprek kunnen
                                hier gebruik van maken.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Een beoordeling maakt geen vast onderdeel uit van de jaarcyclus,
                                maar wordt toegepast als daar behoefte aan is bij de medewerker of
                                de leidinggevende en als er besluiten genomen worden die
                                rechtspositionele gevolgen vragen.</al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>Het beoordelingsgesprek en het startgesprek kunnen, als geen van de
                                partijen daartegen bezwaar hebben, in één gesprek plaatsvinden, maar
                                worden wel als twee onderdelen onderscheiden.</al><tussenkop><vet>Lid 5</vet></tussenkop><al>De gemaakte afspraken in alle gesprekken worden vastgelegd in de
                                gesprekkencyclus-volgsysteem door middel van digitale formulieren.
                                Via een geautoriseerde toegangsprocedure zijn de afspraken
                                voortduren raadpleegbaar door zowel leidinggevende als
                                medewerker.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Startgesprek</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>De startgesprekken vinden in de periode van december tot en met
                                februari plaats.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Met de medewerker die gedurende het jaar (vóór 1 oktober) in dienst
                                treedt, wordt binnen een termijn van twee maanden na indiensttreding
                                een startgesprek gehouden.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>De leidinggevende en de medewerker bepalen samen een datum voor het
                                startgesprek en bereiden zich voor. De datum wordt minimaal twee
                                weken van te voren gepland.</al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>In het startgesprek stellen medewerker en leidinggevende samen de
                                resultaatafspraken voor het komende jaar vast. De afspraken worden
                                gemaakt tegen de achtergrond van het functie- en competentieprofiel
                                behorende bij de functie van de medewerker. In de resultaatafspraken
                                worden afspraken gemaakt over werk, opleiding en (persoonlijke)
                                ontwikkeling van de medewerker.</al><tussenkop><vet>Lid 5</vet></tussenkop><al>De afspraken worden door de medewerker en/of leidinggevende
                                vastgelegd in het digitale formulier in de
                                gesprekkencyclus-volgsysteem en binnen vier weken voor akkoord
                                getekend (aangevinkt). Door het tekenen verklaren beiden dat de
                                gemaakte afspraken redelijkerwijs kunnen worden nagekomen.</al><tussenkop><vet>Lid 6</vet></tussenkop><al>Het originele formulier blijft (digitaal) in beheer bij de
                                leidinggevende totdat alle gegevens van de resultaatafspraken op het
                                formulier zijn ingevuld en het formulier ondertekend is.</al><tussenkop><vet>Lid 7</vet></tussenkop><al>De leidinggevende is er verantwoordelijk voor dat de
                                resultaatafspraken jaarlijks worden opgemaakt.</al><tussenkop><vet>Lid 8</vet></tussenkop><al>De medewerker en leidinggevende zijn samen verantwoordelijk voor de
                                uitvoering en het bewaken van de afspraken. De leidinggevende is
                                verantwoordelijk voor de benodigde coaching en het beschikbaar
                                stellen van faciliteiten.</al><tussenkop><vet>Lid 9</vet></tussenkop><al>De resultaatafspraken over werk, opleiding en (persoonlijke)
                                ontwikkeling dienen als input voor het functioneringsgesprek en voor
                                de eventuele beoordeling.</al><tussenkop><vet>Lid 10</vet></tussenkop><al>Bij verschil van mening over de inhoud van de afspraken beslist de
                                naasthogere leidinggevende.</al><tussenkop><vet>Lid 11</vet></tussenkop><al>Over de gemaakte afspraken kan geen bedenking/bezwaar/beroep worden
                                gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Functioneringsgesprek</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>Het functioneringsgesprek wordt minimaal één keer per jaar gehouden
                                in de periode van mei tot en met september.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>De leidinggevende en de medewerker bepalen samen een datum voor het
                                functioneringsgesprek en bereiden zich voor. De datum wordt minimaal
                                twee weken van te voren gepland.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>In het functioneringsgesprek worden ten minste de volgende
                                onderwerpen besproken</al><lijst><li nr="a"><al> Evaluatie van de voortgang van de resultaatafspraken die
                                        gemaakt zijn in het startgesprek en een eventuele
                                        bijstelling van deze afspraken. </al></li><li nr="b"><al> Waardering van de leidinggevende op de componenten uit het
                                        basis en competentieprofiel behorende bij de functie van de
                                        medewerker </al></li><li nr="c"><al> Ontwikkeling in de huidige functie en eventuele nieuwe
                                        afspraken om het functioneren te bevorderen. </al></li><li nr="d"><al> Evaluatie van de medewerker voor de ondersteuning door de
                                        leidinggevende </al></li><li nr="e"><al>Werksfeer en werkomstandigheden </al></li></lijst><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>De leidinggevende kan voor de evaluatie en waardering, al dan niet
                                op verzoek van de medewerker, inlichtingen inwinnen bij derden. De
                                leidinggevende deelt de medewerker mee welke informatie hij heeft
                                ontvangen.</al><tussenkop><vet>Lid 5</vet></tussenkop><al>De conclusies en afspraken worden door de medewerker en/of
                                leidinggevende vastgelegd in het digitale formulier in de
                                gesprekkencyclus-volgsysteem en door leidinggevende en medewerker
                                binnen vier weken voor akkoord getekend (aangevinkt). Door het
                                tekenen verklaren beiden dat de gemaakte conclusies akkoord zijn en
                                dat gemaakte afspraken redelijkerwijs kunnen worden gehaald.</al><tussenkop><vet>Lid 6</vet></tussenkop><al>De gemaakte conclusies en afspraken in het functioneringsgesprek
                                dienen als input voor het startgesprek en eventueel een beoordeling
                                die voorafgaand aan het startgesprek plaatsvindt.</al><tussenkop><vet>Lid 7</vet></tussenkop><al>De medewerker kan gebruik maken van de mogelijkheid om schriftelijk
                                commentaar te geven op de resultaatafspraken, de voortgang op en de
                                bijstelling van de afspraken en de waardering van de
                                leidinggevende.</al><tussenkop><vet>Lid 8</vet></tussenkop><al>Over de evaluatie, waardering en vervolgafspraken kan geen
                                bedenking/bezwaar/beroep worden gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5a</nr><titel>Beoordeling algemeen</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>De beoordeling is gericht op het formeel vaststellen van de wijze
                                van functioneren in relatie tot de gemaakte resultaatafspraken. De
                                formele vaststelling dient onder andere voor:</al><lijst><li nr="a"><al> Vaste aanstelling </al></li><li nr="b"><al> Besluiten over beloning zoals het al dan niet toekennen van
                                        een periodieke salarisverhoging, een functioneringstoeslag,
                                        gratificaties</al></li><li nr="c"><al> Oordeel over functioneren met daaraan verbonden
                                        consequenties </al></li><li nr="d"><al> Promotie, demotie en sturing op carrièrelijnen en
                                        loopbaanperspectief</al></li><li nr="e"><al> Activeren van mobiliteit </al></li></lijst><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Een beoordeling kan ook plaatsvinden als medewerker of
                                leidinggevende aangeeft daar behoefte aan te hebben.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>De beoordeling gaat in principe over een tijdvak van één
                                kalenderjaar. In bijzondere omstandigheden kan degene die daartoe is
                                bevoegd (in de mandaatregeling) een ander tijdvak vaststellen,
                                echter niet korter dan een half jaar en niet langer dan 2 jaar.</al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>Om een juiste beoordeling mogelijk te maken moet de leidinggevende
                                ten tijde van het beoordelingsgesprek ten minste een half jaar
                                leiding hebben gegeven aan de medewerker. Indien de leidinggevende
                                niet aan deze voorwaarde voldoet dan voert de naasthogere
                                leidinggevende de beoordeling uit, mits deze persoon ten minste een
                                half jaar lang als naasthogere leidinggevende heeft
                                gefunctioneerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5b</nr><titel>Opstellen van een beoordeling</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>De leidinggevende maakt de beoordeling tegen de achtergrond van het
                                geldende functie- en competentieprofiel en de gemaakte
                                resultaatafspraken. Bij de beoordeling weegt de leidinggevende
                                tevens mee de verleende faciliteiten, de relevante omstandigheden,
                                gestelde eisen en gegeven richtlijnen die van invloed waren op het
                                functioneren van de medewerker.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>De leidinggevende maakt de conceptbeoordeling op. Als de
                                leidinggevende daartoe niet in staat is, treedt de naasthogere
                                leidinggevende hiervoor in de plaats.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Voor het opstellen van de beoordeling wordt het digitale formulier
                                in de gesprekkencyclus-volgsysteem gebruikt waarin de beoordeling
                                digitaal wordt vastgelegd.</al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>De leidinggevende vermeldt de aanleiding voor de beoordeling op het
                                formulier.</al><tussenkop><vet>Lid 5</vet></tussenkop><al>Het oordeel van de leidinggevende over het functioneren van de
                                medewerker gedurende de beoordelingsperiode wordt uitgedrukt in een
                                5-puntsschaal.</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>score 1</al></entry><entry colname="col2"><al>score 2</al></entry><entry colname="col3"><al>score 3</al></entry><entry colname="col4"><al>score 4</al></entry><entry colname="col5"><al>score 5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onvoldoende / onder de maat</al></entry><entry colname="col2"><al>Matig / net niet voldoende</al></entry><entry colname="col3"><al>Voldoende </al></entry><entry colname="col4"><al>Ruim voldoende / goed</al></entry><entry colname="col5"><al>Uitstekend</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop><vet>Lid 6</vet></tussenkop><al>Voor elke resultaatafspraak en component van het functie- en
                                competentieprofiel geeft de leidinggevende één waardering
                                ondersteund door een motivering. De motivering moet onderbouwd
                                kunnen worden door concrete feiten. Tot slot formuleert de
                                leidinggevende zijn conclusie over het functioneren van de
                                medewerker en welke (rechtspositionele) gevolgen de beoordeling voor
                                de medewerker zal hebben.</al><tussenkop><vet>Lid 7</vet></tussenkop><al>Indien de leidinggevende gebruik maakt van informatieverstrekkers
                                wordt op het formulier genoteerd bij welke verstrekkers informatie
                                is ingewonnen.</al><tussenkop><vet>Lid 8</vet></tussenkop><al>De medewerker ontvangt minimaal één week voor het geplande
                                beoordelingsgesprek de conceptbeoordeling die door de leidinggevende
                                is opgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5c</nr><titel>Het beoordelingsgesprek</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>In onderling overleg stellen de leidinggevende en de medewerker een
                                datum vast voor een beoordelingsgesprek.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Tijdens het beoordelingsgesprek geeft de leidinggevende de
                                medewerker een toelichting op de inhoud en conclusie van de
                                conceptbeoordeling.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>De medewerker wordt in het beoordelingsgesprek in de gelegenheid
                                gesteld zijn visie op de inhoud van deze conceptbeoordeling kenbaar
                                te maken.</al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>Indien de medewerker van mening is dat essentiële informatie van een
                                informant betrokken kan worden, die nog niet is meegewogen, kan hij
                                dat tijdens het beoordelingsgesprek aangeven. In dat geval zal de
                                leidinggevende alsnog informatie van deze informatieverstrekker
                                inwinnen en de verkregen informatie meewegen bij het opstellen van
                                de definitieve beoordeling.</al><tussenkop><vet>Lid 5</vet></tussenkop><al>De medewerker kan in het beoordelingsgesprek aangeven dat hij
                                gebruik wil maken van zijn recht om kanttekeningen te plaatsen op
                                het beoordelingsformulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5d</nr><titel>De definitieve beoordeling</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>Naar aanleiding van het beoordelingsgesprek stelt de leidinggevende
                                binnen twee weken na het beoordelingsgesprek de definitieve
                                beoordeling op in het digitale formulier van de
                                gesprekkencyclus-volgsysteem.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Indien de medewerker dit in het beoordelingsgesprek heeft aangegeven
                                kan hij zijn kanttekeningen plaatsen op het
                                beoordelingsformulier.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>De medewerker tekent 14 dagen nadat de leidinggevende de definitieve
                                beoordeling heeft opgesteld het beoordelingsformulier voor gezien en
                                zijn eventuele kanttekeningen voor akkoord.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5e</nr><titel>Beoordeling door naasthogere leidinggevende</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>Bij verschil van mening tussen de medewerker en de leidinggevende
                                over de beoordeling kan de medewerker binnen 14 dagen nadat de
                                leidinggevende de definitieve beoordeling heeft opgesteld verzoeken
                                om een beoordeling van de naasthogere leidinggevende.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>De naasthogere leidinggevende stelt na informatie-inwinning bij de
                                medewerker en de leidinggevende een nieuwe voorlopige beoordeling
                                op.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Op basis van deze nieuwe voorlopige beoordeling vindt binnen 14
                                dagen na het verzoek van de medewerker opnieuw een
                                beoordelingsgesprek plaats als bedoeld in artikel 5c. Deze keer in
                                aanwezigheid van de naasthogere leidinggevende.</al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>Op basis van deze nieuwe voorlopige beoordeling en het nieuwe
                                beoordelingsgesprek wordt door de naasthogere leidinggevende een
                                definitieve beoordeling opgesteld als bedoeld in artikel 5d.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vaststelling door bevoegd gezag</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>De beoordeling wordt door de leidinggevende ter vaststelling
                                voorgelegd aan het bevoegd gezag (clustercommandant en
                                diensthoofden), binnen vier weken na ondertekening door de
                                medewerker.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Het bevoegd gezag stelt de beoordeling al dan niet gewijzigd
                                vast.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>De medewerker ontvangt een afschrift van dit beoordelingsbesluit. In
                                dit besluit wordt gewezen op de bezwaar- en beroepsmogelijkheden die
                                de medewerker heeft.</al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>De medewerker die zich niet kan verenigen met een besluit als
                                bedoeld in lid b, kan op grond van de Awb een gemotiveerd
                                bezwaarschrift indienen conform de daarvoor geldende procedure.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inzage beoordelingsstukken</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>Het beoordelingsformulier en alle andere daarop betrekking hebbende
                                stukken worden strikt vertrouwelijk behandeld en opgeborgen in het
                                digitale personeelsdossier van de medewerker.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Toegang tot de beoordeling is geregeld via een geautoriseerde
                                toegangsprocedure.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>De bewaartermijn voor het beoordelingsformulier is vijf jaar, daarna
                                zal dit worden vernietigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>In die gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid
                                voorziet, beslist het bevoegd gezag.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling
                                functioneringsmanagement VR MWB”.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.</al></artikel></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Regeling functioneringsmanagement</vet></al><al/><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al/><al>Artikel 1 Begripsbepaling</al><al/><al>Artikel 2 De jaarcyclus</al><al/><al>Artikel 3 Startgesprek</al><al/><al>Artikel 4 Functioneringsgesprek</al><al/><al>Artikel 5a Beoordeling algemeen</al><al/><al>Artikel 5b Opstellen van een beoordeling</al><al/><al>Artikel 5c Het beoordelingsgesprek</al><al/><al>Artikel 5d De definitieve beoordeling</al><al/><al>Artikel 5e Beoordeling door naasthogere leidinggevende</al><al/><al>Artikel 6 Vaststelling door bevoegd gezag</al><al/><al>Artikel 7 Inzage beoordelingsstukken</al><al/><al>Artikel 8 Slotbepalingen</al></bijlage></regeling></body></cvdr>