<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368205_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hengelo</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-05-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hengelo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-09-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Algemene Plaatselijke Verordening
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Hengelo;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        26 mei 2015 met nummer 1076428;</al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al>
          <al>besluit</al>
          <al>vast te stellen de volgende</al>
          <al>
            <vet>1e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening
                        2014</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom waarvan de gemeenteraad bij hun
                                    besluit van 3 juli 2007 overeenkomstig artikel 27, tweede lid,
                                    van de Wegenwet de grenzen heeft vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een (omgevings)vergunning of ten
                                    aanzien van een al verleende (omgevings)vergunning;</al></li>
              <li nr="c."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                    direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter
                                    plaatse te functioneren;</al></li>
              <li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li>
              <li nr="e."><al>gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke
                                    overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                    vormt;</al></li>
              <li nr="f."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li>
              <li nr="g."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li>
              <li nr="h."><al>openbare plaats: een al dan niet met enige beperking voor het
                                    publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als
                                    bedoeld onder j;</al></li>
              <li nr="i."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li>
              <li nr="j."><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bestuursorgaan kan de beslistermijn voor ten hoogste zes weken
                                verdagen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10 A, eerste
                                lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11.</al>
              <al/>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste twaalf weken.</al>
              <al/>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al>
              <al/>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde; </al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid; </al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid; </al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of </al></li>
                    <li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing; </al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                verwijderen.</al>
              <lijst>
                <li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. </al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li>
                <li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>BETOGING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2</nr>
                <titel>Optochten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    ten minste 72. uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De kennisgeving bevat:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                            en</al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat vóór 12.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4</nr>
                <titel>Afwijking termijn</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:5</nr>
                <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:6</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:7</nr>
                <titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:8</nr>
                <titel>Dienstverlening</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:9</nr>
                <titel>Straatartiest e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>A: Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de
                                    weg of een openbare plaats in strijd met de publieke functie
                                    ervan</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een
                                    weggedeelte of een openbare plaats anders te gebruiken dan
                                    overeenkomstig de publieke functie daarvan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg
                                            of de openbare plaats, gevaar oplevert voor de
                                            bruikbaarheid van de weg of de openbare plaats of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg of de openbare plaats;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>B: Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:25;</al></li>
                  <li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;</al></li>
                  <li nr="c."><al>reclameborden met een maximale afmeting van 1,5 m² voor
                                            niet-commerciële doeleinden in of op de grond en
                                            spandoeken op de daarvoor door het college aangewezen
                                            plaatsen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>uitstallingen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>bouwmaterialen, steigerwerken, stortkokers of bouwketen,
                                            daaronder begrepen zaken en materialen in verband met
                                            genoemde voorwerpen, mits geplaatst op verharding en tot
                                            een maximum van 8 m².</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                    worden geopenbaard.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel
                                            geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                            wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
                                            of het Provinciaal wegenreglement.</al></li>
                  <li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het
                                            vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet.</al></li>
                  <li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het
                                            vorige artikel geldt niet voor bouwwerken;</al></li>
                  <li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het
                                            vorige artikel geldt niet voor zover in het geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>C: Beslistermijn en silencio positivo</titel>
              </kop>
              <al>Indien het college niet binnen de in artikel 1:2 genoemde termijn op
                                de aanvraag heeft beslist wordt de vergunning geacht te zijn
                                verleend.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>D: Vrij te stellen categorieën</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan in aanvulling op het bepaalde in artikel 2:10B
                                categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod in het
                                eerste lid van artikel A niet geldt.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:11</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de
                                    waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de Algemene
                                    Verordening Ondergrondse Infrastructuren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:12</nr>
                <titel>Maken van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                            gemeente;</al></li>
                  <li nr="e."><al>er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door
                                            een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze
                                            tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het maken of veranderen van een uitweg wordt uitgevoerd door de
                                    gemeente. </al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:12</nr>
                <titel>A Veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een verandering te brengen in een bestaande
                                    uitweg naar de weg indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>degene die voornemens is verandering te brengen in een
                                            bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren
                                            met behulp van een door het college verstrekt formulier
                                            melding heeft gedaan aan het college, onder indiening
                                            van een situatieschets van de gewenste uitweg en een
                                            foto van de bestaande situatie; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de uitweg naar de weg na verbreding meer dan 3,5 meter
                                            breed wordt; of</al></li>
                  <li nr="c."><al>het college het maken of veranderen van de uitweg heeft
                                            verboden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college verbiedt het veranderen van de uitweg indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li>
                  <li nr="b."><al>dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats; </al></li>
                  <li nr="c."><al>het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze
                                            wordt aangetast.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De uitweg kan worden aangelegd indien niet binnen zes weken na
                                    ontvangst van de melding hebben beslist dat de gewenste uitweg
                                    wordt verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken,
                                    de Waterschapskeur of het provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het maken of veranderen van een uitweg wordt uitgevoerd door de
                                    gemeente. </al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:13</nr>
                <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:14</nr>
                <titel>Winkelwagentjes</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is
                                    verplicht deze </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                            herkenningsteken, en </al></li>
                  <li nr="b."><al>terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de
                                            omgeving van dat bedrijf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:16</nr>
                <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:17</nr>
                <titel>Kelderingangen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:18</nr>
                <titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:19</nr>
                <titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad of andere scherpe voorwerpen aan te
                                    brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat
                                    gedeelte van de weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad of andere
                                    scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de
                                    uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van
                                    een afscheiding zijn aangebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:20</nr>
                <titel>Vallende voorwerpen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:21</nr>
                <titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                    Belemmeringenwet Privaatrecht.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:22</nr>
                <titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de
                                    elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
                                    toelaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken
                                    van de hoogspanningslijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:23</nr>
                <titel>Veiligheid op het ijs</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>EVENEMENTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:24</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening
                                            (snuffelmarkt);</al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare</al></li>
                  <li nr="f."><al>manifestaties;</al></li>
                  <li nr="g."><al>activiteiten als bedoeld in 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een braderie;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Evenementen worden onderverdeeld in de volgende
                                    categorieën:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>meldingsplichtig evenement: evenement met een laag
                                            risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden
                                            aangevraagd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>A-evenement: laag risico-evenement, waarbij sprake is
                                            van een beperkte impact op de omgeving, de openbare
                                            orde, de veiligheid en/of het verkeer;</al></li>
                  <li nr="c."><al>B-evenement: gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake
                                            is van een grote impact op de directe omgeving, de
                                            openbare orde, de veiligheid en/of gevolgen voor het
                                            verkeer;</al></li>
                  <li nr="d."><al>C-evenement: hoog risico-evenement, waarbij sprake is
                                            van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen
                                            voor het verkeer, de openbare orde, de veiligheid en
                                            hulpverleningsdiensten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onder evenementenkalender wordt verstaan: kalender met A-, B- en
                                    C-evenementen voor het betreffende jaar.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Onder organisator wordt verstaan: degene die het evenement
                                    organiseert of degene die in het bezit is van de
                                    evenementenvergunning.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:25</nr>
                <titel>Evenementenvergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een A-, B-
                                    of C-evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De aanvraag om een evenementenvergunning bevat ten minste:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een volledig ingevuld aanvraagformulier met bijlagen
                                            voor categorie A evenementen; </al></li>
                  <li nr="b."><al>een volledig ingevuld aanvraagformulier met bijlagen en
                                            een calamiteitenplan voor categorie B en C evenementen.
                                        </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Risicoverhogende feiten of omstandigheden waarvan eerst na de
                                    aanvraag is gebleken, worden door de organisator onverwijld aan
                                    de burgemeester gemeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Dit artikel is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de
                                    weg, voor zover in het onderwerp wordt voorzien door artikel 10
                                    juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:25A</nr>
                <titel>Meldingsplichtige evenementen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Behoudens in door de burgemeester aangewezen gebieden, is het
                                    verboden zonder melding aan de burgemeester een
                                    meldingsplichting evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Van een meldingsplichtig evenement is sprake indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het een feest op eigen terrein met uitstraling naar de
                                            openbare weg betreft;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het een straatfeest in de openlucht betreft; </al></li>
                  <li nr="c."><al>het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 250
                                            personen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het een evenement is dat plaatsvindt op maandag tot en
                                            met donderdag tussen 9.00 en 23.00 uur of op vrijdag en
                                            zaterdag tussen 9.00 en 00.00 uur. En op een zon- of
                                            feestdag tussen 13.00 en 24.00 uur;</al></li>
                  <li nr="e."><al>het geluidsniveau geen hinder veroorzaakt voor de
                                            omgeving;</al></li>
                  <li nr="f."><al>het niet plaatsvindt op de weg in de zin van de
                                            Wegenverkeerswet 1994 of anderszins een belemmering
                                            vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;</al></li>
                  <li nr="g."><al>het geen extra politiecapaciteit vergt;</al></li>
                  <li nr="h."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van maximaal 20 m² per object;</al></li>
                  <li nr="i."><al>er een organisator is.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De organisator meldt het meldingsplichtig evenement ten minste
                                    tien werkdagen voordat het evenement plaatsvindt aan de
                                    burgemeester door middel van het door de burgemeester
                                    vastgestelde meldingenformulier evenementen.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:25B</nr>
                <titel>Beslistermijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In afwijking van artikel 1:2 beslist de burgemeester binnen
                                    twaalf weken na de datum waarop de ontvankelijke aanvraag om een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 2:25 is ontvangen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                    verdagen. De aanvrager van de vergunning wordt voor de afloop
                                    van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis
                                    gesteld van de verdaging.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:26</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:27</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>openbare inrichting: </al><lijst>
                      <li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                                  snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li>
                      <li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                                  worden verstrekt of bereid;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                            inrichting liggend deel daarvan waar sta- of
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                            verstrekt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:28</nr>
                <titel>Exploitatie openbare inrichting</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:29</nr>
                <titel>Sluitingstijd</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de houder van een horecabedrijf dat: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een
                                            sportorganisatie of instelling, dan wel die direct of
                                            indirect in verbinding staat met een zodanige inrichting
                                            of de daarbij behorende terreinen; </al></li>
                  <li nr="b."><al>is gelegen op een kampeer- of caravanterrein verboden
                                            dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers
                                            toe te laten of te laten verblijven tussen 24.00 en
                                            06.00 uur daaropvolgend.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is de houder van een horecabedrijf dat geheel of ten dele in
                                    gebruik is bij een jeugdorganisatie of -instelling dan wel een
                                    organisatie of instelling welke niet primair het uitoefenen van
                                    een horecabedrijf ten doel heeft verboden dit voor bezoekers
                                    geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven tussen 24.00 en 08.00 uur daaropvolgend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is de houder van een horecabedrijf, niet zijnde een bedrijf
                                    als bedoeld in het eerste en tweede lid, en welk bedrijf is
                                    gelegen binnen het gebied dat wordt begrensd door de Marskant –
                                    Spoorstraat – Stationsplein - Pr. Bernhardplantsoen - Wolter ten
                                    Catestraat – Drienerstraat – Enschedesestraat – Wemenstraat –
                                    Oldenzaalsestraat – Deldenerstraat (= binnenring), verboden dit
                                    voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te
                                    laten of te laten verblijven tussen 04.00 uur en 09.00 uur
                                    daaropvolgend. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het is de houder van een horecabedrijf, niet zijnde een bedrijf
                                    als bedoeld in het eerste en tweede lid, en welk bedrijf is
                                    gelegen buiten het in lid 3 aangegeven gebied ( = buitenring),
                                    verboden dit voor bezoekers geopend te hebben of te laten
                                    verblijven tussen 02.00 uur en 09.00 uur daaropvolgend en aldaar
                                    bezoekers toe te laten na 01.00 uur (instaptijd). </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan (per kalenderjaar) van de krachtens dit
                                    artikel geldende verboden voor één of meer horecabedrijven
                                    ontheffing verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en de
                                    woon- en leefomgeving de krachtens dit artikel geldende
                                    openingstijden voor één of meer horecabedrijven beperken. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Het in de voorgaande leden bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht gebaseerde
                                    voorschriften.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:30</nr>
                <titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de
                                        woon- en leefsituatie, veiligheid, zedelijkheid of
                                        gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te
                                        zijner beoordeling, voor een of meer horecabedrijven,
                                        tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                        sluitingsuren vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
                                    </al></li>
                <li nr="2."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden deze voor
                                        het publiek geopend te hebben of daarin of aldaar publiek
                                        toe te laten of te laten verblijven op een tijdstip waarop
                                        het horecabedrijf, ingevolge een op grond van het voorgaande
                                        lid genomen besluit, gesloten dient te zijn.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                        Opiumwet.</al></li>
              </lijst>
              <al>
                <cursief>(Artikelen wijken af van VNG-modelbepaling)</cursief>
              </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:31</nr>
                <titel>Verboden gedragingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de orde te verstoren; </al></li>
                <li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; </al></li>
                <li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn
                                        op het terras.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:32</nr>
                <titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                    overdraagt.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:33</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8A.</nr>
              <titel>BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE
                                DRANK- EN HORECAWET</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34a</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het bepaalde in deze afdeling wordt
                                    verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de wet: Drank- en Horecawet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van
                                            de wet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het bepaalde in deze afdeling wordt onder
                                    de overige begrippen in deze verordening verstaan hetgeen de wet
                                    daaronder verstaat.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34b</nr>
                <titel>Indeling para commerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <al>Para commerciële rechtspersonen worden onderverdeeld naar aard, te
                                weten:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Para commerciële rechtspersonen die zich richten op
                                        activiteiten van sportieve aard;</al></li>
                <li nr="b."><al>Para commerciële rechtspersonen die zich richten op
                                        activiteiten van sociale interactie;</al></li>
                <li nr="c."><al>Overige para commerciële rechtspersonen.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34c</nr>
                <titel>Schenktijden para commerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een para commercieel rechtspersoon die zich richt op het
                                    organiseren van activiteiten van sportieve aard, is het alleen
                                    toegestaan om alcoholhoudende drank te verstrekken gedurende één
                                    uur voor, tijdens en tot één uur na de activiteit van de para
                                    commerciële rechtspersoon, mits die activiteit behoort tot de
                                    statutaire doelstelling van de para commerciële rechtspersoon.
                                    Het is in ieder geval verboden alcoholhoudende drank te
                                    verstrekken buiten de volgende tijden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Maandag tot en met vrijdag van 17.00 en tot 23.00 uur
                                            en;</al></li>
                  <li nr="b."><al>Zaterdag en zondag van 11.00 uur tot 19.00 uur.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor zover er bij para commerciële rechtspersonen als bedoeld in
                                    het eerste lid verenigingsactiviteiten of wedstrijdactiviteiten
                                    plaatsvinden die eindigen tijdens het laatste uur vóór het
                                    verlopen of na afloop van de in dat lid genoemde schenktijden,
                                    is het deze para commerciële rechtspersoon toegestaan, in
                                    aanvulling op de schenktijden genoemd in dat lid,
                                    alcoholhoudende drank te verstrekken tot één uur na beëindiging
                                    van deze activiteiten, onverminderd het bepaalde ten aanzien van
                                    de sluitingstijd. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Para commerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten
                                    van sociale interactie kunnen alcoholhoudende drank uitsluitend
                                    verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk één
                                    uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in
                                    verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon,
                                    onverminderd het bepaalde ten aanzien van de sluitingstijd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Overige para commerciële rechtspersonen kunnen alcoholhoudende
                                    drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en
                                    tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt
                                    uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de
                                    rechtspersoon, onverminderd het bepaalde ten aanzien van de
                                    sluitingstijd.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34d</nr>
                <titel>Bijeenkomsten bij para commerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is para commerciële rechtspersonen verboden om
                                    alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van
                                    persoonlijke aard. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is para commerciële rechtspersonen verboden om
                                    alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten die
                                    gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                    activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken
                                    zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is para commerciële rechtspersonen verboden om de
                                    mogelijkheid tot het houden van bijeenkomsten als bedoeld onder
                                    het eerste en tweede lid openlijk aan te prijzen.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34e</nr>
                <titel>Prijsacties horeca</titel>
              </kop>
              <al>Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de
                                openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet
                                alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse
                                tegen een prijs die lager is dan 60% van de prijs die in de
                                betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk
                                wordt gevraagd.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34f</nr>
                <titel>Verbod op verstrekken van sterke drank</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden sterk alcoholische drank te verstrekken in de
                                onderstaande inrichtingen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Een inrichting waarin, of in een onderdeel waarvan,
                                        uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren, zoals
                                        belegde broodjes, patates frites en kroketten worden
                                        verkocht; </al></li>
                <li nr="b."><al>Waarin uitsluitend of in hoofdzaak onderwijs wordt gegeven;
                                    </al></li>
                <li nr="c."><al>Die, of waarvan een onderdeel, uitsluitend of in hoofdzaak
                                        in gebruik is bij jeugdorganisaties of jeugdinstellingen;
                                    </al></li>
                <li nr="d."><al>Die, of waarvan een onderdeel, uitsluitend of in hoofdzaak
                                        in gebruik is bij sportorganisaties of
                                        sportinstellingen.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:35</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:36</nr>
                <titel>Kennisgeving exploitatie</titel>
              </kop>
              <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:37</nr>
                <titel>Nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:38</nr>
                <titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:39</nr>
                <titel>Speelgelegenheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li>
                  <li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als in artikel l, onder
                                            a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:40</nr>
                <titel>Kansspelautomaten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:41</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                    aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                    noodzakelijk is.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:42</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                    aanbrengen van handelsreclame.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                    een toezichthouder op diens eerste vordering terstond ter inzage
                                    af te geven.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:43</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:44</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:45</nr>
                <titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:46</nr>
                <titel>Rijden over bermen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de
                                    provinciale wegenverordening.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:47</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder berokkent.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:47A</nr>
                <titel>Skaten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onder skaten wordt in dit artikel verstaan: het zich
                                    voortbewegen op rolschaatsen, rollerskates, skates, skeelers,
                                    skateboarden en vergelijkbare voorwerpen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan wegen of
                                    weggedeelten aanwijzen, waar het skaten naar haar oordeel: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>schade kan veroorzaken aan die plaatsen of aan de in de
                                            nabijheid van die plaatsen gelegen gebouwen of andere
                                            zaken en / of </al></li>
                  <li nr="b."><al>voor de weggebruikers of voor de gebruikers van de in de
                                            nabijheid van die plaatsen gelegen gebouwen gevaarlijk
                                            of hinderlijk kan zijn. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden om op de in lid 2 aangewezen plaatsen te
                                    skaten.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:48</nr>
                <titel>Verboden drankgebruik</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld
                                            in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:49</nr>
                <titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:50</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:51</nr>
                <titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of </al></li>
                <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:52</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:53</nr>
                <titel>Bespieden van personen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:54</nr>
                <titel>Bewakingsapparatuur</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:55</nr>
                <titel>Nodeloos alarmeren</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:56</nr>
                <titel>Alarminstallaties</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:57</nr>
                <titel>Loslopende honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                            aangelijnd; of </al></li>
                  <li nr="c."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod in het eerste
                                    lid aanhef en onder b niet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
                                    van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:58</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar de verplichting genoemd
                                    in het eerste lid, onder a niet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht op eerste
                                    vordering van een ambtenaar, belast met de zorg voor de naleving
                                    van het in dit artikel bepaalde, aan te tonen dat hij bij het
                                    uitlaten van die hond een deugdelijk hulpmiddel bij zich heeft,
                                    dat gezien de vorm en constructie als zodanig geschikt is voor
                                    het verwijderen van uitwerpselen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:59</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:60</nr>
                <titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li>
                  <li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college gestelde regels;</al></li>
                  <li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>te voeren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnenplaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:60A</nr>
                <titel>Hinder door blaffende honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die de zorg heeft voor een hond, is verplicht te
                                    voorkomen dat deze voor een omwonende of overigens voor de
                                    omgeving hinder veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in lid 1 van dit artikel bepaalde geldt niet voor zover op
                                    de Wet Milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing
                                    zijn.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:61A</nr>
                <titel>Nachtvissen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden tussen twee uur na zonsondergang en één uur
                                        voor zonsopgang te vissen in de binnen de bebouwde kom
                                        gelegen, openbare wateren. </al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan openbare wateren aanwijzen waarvoor het
                                        verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels
                                        stellen in het belang van het voorkomen en beperken van
                                        overlast. </al></li>
              </lijst>
              <al>
                <cursief>(Artikel wijkt af van VNG-modelbepaling)</cursief>
              </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:61</nr>
                <titel>Wilde dieren</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:62</nr>
                <titel>Loslopend vee</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:63</nr>
                <titel>Duiven</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:64</nr>
                <titel>Bijen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:65</nr>
                <titel>Bedelarij</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:66</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:67</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te
                                    nemen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; en </al></li>
                  <li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:68</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel>
              </kop>
              <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging; </al></li>
                    <li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                                adressen;</al></li>
                    <li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li>
                    <li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven; </al></li>
                <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn; </al></li>
                <li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:69</nr>
                <titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:70</nr>
                <titel>Handel in horecabedrijven</titel>
              </kop>
              <al>[Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op openbare
                                inrichtingen) onder artikel 2:32]</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>VUURWERK</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:71</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit ).</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:72</nr>
                <titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Op de vergunningaanvraag bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:73</nr>
                <titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>13A.</nr>
              <titel>CARBIDSCHIETEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:74</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>bus: een al dan niet originele melkbus, of een andere bus
                                        van staal of ijzer, een container, een opslagvat, een buis
                                        of een ander daarmee gelijk te stellen voorwerp;</al></li>
                <li nr="b."><al>carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze
                                        verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                        carbid (calciumacetylide) en water of van een gasmengsel met
                                        vergelijkbare eigenschappen.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:75</nr>
                <titel>Verbod carbidschieten</titel>
              </kop>
              <al>Carbidschieten in de open lucht is verboden.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:76</nr>
                <titel>Vrijstelling verbod</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod gesteld in artikel 2:75 geldt niet indien
                                    carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 en 24.00
                                    uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur, mits:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>daarbij gebruik wordt gemaakt van een bus met een inhoud
                                            van ten hoogste 1 liter;</al></li>
                  <li nr="b."><al>daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten
                                            waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of
                                            redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor gevaar,
                                            schade of hinder kan optreden voor personen of voor de
                                            omgeving.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, geldt het verbod
                                    gesteld in artikel 2:75 eveneens niet indien carbidschieten
                                    plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 en 24.00 uur en op 1
                                    januari tussen 00.00 en 02.00 uur buiten de bebouwde kom,
                                    mits:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>daarbij gebruik wordt gemaakt van een bus met een inhoud
                                            van ten hoogste 30 liter;</al></li>
                  <li nr="b."><al>daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten
                                            waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of
                                            redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor gevaar,
                                            schade of hinder kan optreden voor personen of voor de
                                            omgeving;</al></li>
                  <li nr="c."><al>degene die het carbidschieten verricht, een
                                            schriftelijke toestemming daartoe kan overleggen van de
                                            eigenaar van het terrein van waaraf wordt
                                            geschoten;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats op het terrein van waaraf wordt geschoten is
                                            gelegen:</al><lijst>
                      <li nr="i."><al>op een afstand van ten minste 75 meter van
                                                  woonbebouwing;</al></li>
                      <li nr="ii."><al>op een afstand van ten minste 150 meter van
                                                  inrichtingen voor de intramurale zorg;</al></li>
                      <li nr="iii."><al>op een afstand van ten minste 150 meter van in
                                                  gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van
                                                  dieren;</al></li>
                      <li nr="iv."><al>op een afstand van ten minste 500 meter van een
                                                  vogelbeschermingsgebied;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="e."><al>wordt geschoten in een richting welke tegengesteld is
                                            aan de richting waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing
                                            is gelegen;</al></li>
                  <li nr="f."><al>het vrije schootsveld ten minste 75 meter is en hierin
                                            geen verharde openbare wegen of paden liggen;</al></li>
                  <li nr="g."><al>er geen busdeksels of andere gevaarzettende voorwerpen
                                            worden weggeschoten;</al></li>
                  <li nr="h."><al>het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen
                                            zodanig is dat daardoor geen schade aan mens, dier of
                                            goed kan worden veroorzaakt;</al></li>
                  <li nr="i."><al>het terrein van waaraf wordt geschoten is afgezet met
                                            linten of ander vergelijkbaar materiaal;</al></li>
                  <li nr="j."><al>binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de
                                            plaats waar het carbidschieten plaatsvindt, in totaal
                                            niet meer dan zes bussen voor het carbidschieten worden
                                            gebruikt dan wel gebruiksklaar voor carbidschieten
                                            aanwezig worden gehouden;</al></li>
                  <li nr="k."><al>de bussen zodanig stevig in de bodem, in een frame of op
                                            andere wijze zijn verankerd, dat terugslag wordt
                                            voorkomen;</al></li>
                  <li nr="l."><al>het carbidschieten plaatsvindt door een persoon van ten
                                            minste 16 jaar oud die niet verkeert onder invloed van
                                            alcohol of andere psychotrope stoffen;</al></li>
                  <li nr="m."><al>teneinde de veiligheid van het publiek en de eigen
                                            veiligheid te waarborgen, toezicht op het carbidschieten
                                            wordt gehouden door ten minste één persoon van ten
                                            minste 18 jaar oud die niet verkeert onder invloed van
                                            alcohol of andere psychotrope stoffen;</al></li>
                  <li nr="n."><al>het terrein van waaraf wordt geschoten goed is verlicht
                                            indien het carbidschieten plaatsvindt na
                                            zonsondergang.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:77</nr>
                <titel>Bij zich hebben van carbid</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan de weg carbid bij zich te hebben op
                                    andere dagen dan op 31 december tussen 10.00 en 24.00 uur en op
                                    1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degenen
                                    aan wie carbid is afgeleverd, gedurende de tijd die nodig is om
                                    thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het
                                    carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:78</nr>
                <titel>Aanwijzing gebieden zonder vrijstelling</titel>
              </kop>
              <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of
                                overlast of in het belang van de natuurbescherming, een of meer
                                gedeelten van de gemeente of een of meer bepaalde plaatsen aanwijzen
                                waar het gestelde in artikel 2:76 niet van toepassing is.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:79</nr>
                <titel>Ontheffing</titel>
              </kop>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het
                                artikel 2:75 gestelde verbod.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:80</nr>
                <titel>Toepasselijkheid</titel>
              </kop>
              <al>Deze afdeling is niet van toepassing voor zover de Wet milieubeheer,
                                de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet
                                vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van
                                toepassing is.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>DRUGSOVERLAST</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:81</nr>
                <titel>Drugshandel op straat</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:82</nr>
                <titel>Bestuurlijke ophouding</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:10, 2:11,
                                2:16, 2:47, 2:47 A, 2:48, 2:49, 2:50 of 5:34 van de Algemene
                                plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:83</nr>
                <titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid
                                van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
                                een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek
                                openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:84</nr>
                <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                    een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van
                                    de door de gemeenteraad aan te wijzen of aangewezen plaatsen die
                                    voor het publiek toegankelijk zijn.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>16.</nr>
              <titel>TOEZICHT OP GROWSHOPS C.A.</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:85</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte voor
                                        het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen
                                        uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van
                                        hallucinerende dan wel psychotrope stoffen, die niet
                                        verboden zijn op grond van de Opiumwet, aan de uiteindelijke
                                        verbruiker of gebruiker of producten die dienst (kunnen)
                                        doen voor het gebruik of de productie van cannabis.</al></li>
                <li nr="b."><al>leidinggevende:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de natuurlijke persoon of de bestuurders van een
                                                rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens
                                                rekening en risico de inrichting wordt
                                                geëxploiteerd;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft
                                                aan de exploitatie van de inrichting;</al></li>
                    <li nr="3."><al>de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding
                                                geeft aan de exploitatie van de inrichting;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="c."><al>bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met
                                        uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de leidinggevende(n) en de levenspartner en kinderen
                                                van een leidinggevende van de inrichting;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting
                                                wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al><al/></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:86</nr>
                <titel>Vergunningplicht</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting
                                te exploiteren.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:87</nr>
                <titel>Eisen leidinggevende</titel>
              </kop>
              <al>Een leidinggevende:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>staat niet onder curatele;</al></li>
                <li nr="b."><al>is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                <li nr="c."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li>
                <li nr="d."><al>heeft de leeftijd van 21 jaar bereikt.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:88</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan nadere regels vast stellen voor wat betreft het
                                aantal inrichtingen waarvoor vergunning kan worden verleend alsmede
                                voor die inrichting geldende nadere voorwaarden.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:89</nr>
                <titel>Vergunningaanvraag</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag bij de
                                    burgemeester worden ingediend aan de hand van een door de
                                    burgemeester vast te stellen formulier.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt
                                    tenminste:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>opgaaf gedaan van de personalia van de leidinggevende(n)
                                            voor wiens rekening en risico de inrichting wordt
                                            geëxploiteerd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>opgaaf gedaan van de personalia en het adres van iedere
                                            overige leidinggevende;</al></li>
                  <li nr="c."><al>overgelegd een recente pasfoto van de
                                            leidinggevende(n);</al></li>
                  <li nr="d."><al>opgaaf gedaan van het adres en de aard van de
                                            bedrijfsuitoefening;</al></li>
                  <li nr="e."><al>overgelegd een niet meer dan drie maanden tevoren ten
                                            behoeve van de leidinggevende afgegeven verklaring
                                            omtrent het gedrag;</al></li>
                  <li nr="f."><al>overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de
                                            inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan
                                            en een plattegrond van de inrichting (schaal 1 :
                                            100).</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in
                                    behandeling genomen.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:90</nr>
                <titel>Beslistermijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop
                                    de aanvraag met bijbehorende bescheiden is ontvangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                    verdagen. De aanvrager van de vergunning wordt voor de afloop
                                    van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis
                                    gesteld van de verdaging.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:86 is
                                    paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:91</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging en/of
                                    de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan, met een leefmilieuverordening of met het
                                    bepaalde in of krachtens deze verordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan de vergunning weigeren indien naar zijn
                                    oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde
                                    wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving
                                    van de inrichting nadelig wordt beïnvloed.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester in ieder geval rekening
                                    met:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het karakter van de straat en van de wijk waarin de
                                            inrichting is gelegen of zal komen te liggen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de aard van de inrichting;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                            blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                            exploitatie van de inrichting;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de concentratie van inrichtingen in een bepaald
                                            gebied;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de wijze van bedrijfsuitoefening door de
                                            leidinggevende(n) van de inrichting in deze of in andere
                                            inrichtingen;</al></li>
                  <li nr="f."><al>de wijze van bedrijfsuitoefening van de inrichting in
                                            het verleden;</al></li>
                  <li nr="g."><al>artikel 3 van de Wet Bibob.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:92</nr>
                <titel>Vergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In een vergunning worden vermeld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de natuurlijke of rechtspersoon of -personen aan wie de
                                            vergunning is verleend;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de leidinggevenden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats waar de inrichting zich bevindt;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de situering en de oppervlakten van de
                                            lokaliteiten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning of een afschrift daarvan is in de inrichting
                                    aanwezig.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste 3
                                    jaar.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:93</nr>
                <titel>Aanwezigheid leidinggevende</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te houden
                                indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld
                                staat op een vergunning met betrekking tot die inrichting.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:94</nr>
                <titel>Intrekkingsgronden</titel>
              </kop>
              <al>1.Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6. kan de burgemeester de
                                vergunning intrekken, indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>aannemelijk is, dat een leidinggevende van de inrichting
                                        betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden
                                        verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die
                                        een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een
                                        bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de
                                        omgeving van de inrichting;</al></li>
                <li nr="b."><al>een leidinggevende van de inrichting toestaat danwel
                                        gedoogt, dat in zijn inrichting strafbare feiten worden
                                        gepleegd;</al></li>
                <li nr="c."><al>een leidinggevende van de inrichting zich schuldig maakt aan
                                        discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid
                                        zoals genoemd in artikel 1 van de Grondwet;</al></li>
                <li nr="d."><al>zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben
                                        voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven
                                        van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde
                                        en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in
                                        de omgeving van de inrichting;</al></li>
                <li nr="e."><al>is gehandeld in strijd met het bij of krachtens artikel 2:93
                                        bepaalde;</al></li>
                <li nr="f."><al>een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is geworden
                                        met betrekking tot de inrichting, waarop de vergunning
                                        betrekking heeft;</al></li>
                <li nr="g."><al>indien de bedrijfsuitoefening van de inrichting voor een
                                        periode van langer dan 3 maanden is of wordt
                                        onderbroken;</al></li>
                <li nr="h."><al>indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in of krachtens
                                        deze afdeling.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:95</nr>
                <titel>Vervallen vergunning</titel>
              </kop>
              <al>De vergunning vervalt indien een vergunning, strekkende ter
                                vervanging van een eerdere vergunning voor dezelfde inrichting, is
                                verleend.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:96</nr>
                <titel>Sluiting van inrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan een inrichting - al dan niet voor een
                                    bepaalde duur – gesloten verklaren:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige
                                            vergunning;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met
                                            het bepaalde in deze verordening of met de aan de
                                            vergunning verbonden voorschriften;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt
                                    zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of
                                    toegangen van de inrichting is aangebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de
                                    burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden
                                    feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn
                                    oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling
                                    van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal
                                    plaatsvinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het is verboden, na het van kracht worden van de sluiting als
                                    bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting toe te
                                    laten of daarin te laten verblijven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester
                                    gesloten inrichting als bezoeker te verblijven.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:97</nr>
                <titel>Toegang opsporingsambtenaren</titel>
              </kop>
              <al>De leidinggevende van een inrichting is verplicht ervoor te zorgen
                                dat opsporingsambtenaren, als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek
                                van Strafvordering alsmede de ambtenaren die door burgemeester en
                                wethouders of de burgemeester met de zorg voor de naleving van deze
                                verordening zijn belast, vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd
                                toegang hebben tot zijn bedrijf:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend
                                        is; dan wel </al></li>
                <li nr="b."><al>gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn
                                        en indien die (opsporings)ambtenaren hun vermoeden uiten dat
                                        daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.</al><al/><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li>
                <li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li>
                <li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li>
                <li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                    <li nr="3."><al>de prostituee;</al></li>
                    <li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li>
                    <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li>
                    <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al><al/></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:3</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit
                                hoofdstuk.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:4</nr>
                <titel>Seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan. </al></li>
                <li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend voor een periode van drie jaar.
                                    </al></li>
                <li nr="3."><al>Het bevoegd orgaan kan het aantal te verlenen vergunningen
                                        aan een maximum verbinden. </al></li>
                <li nr="4."><al>Bij de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval overgelegd respectievelijk vermeld: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li>
                    <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; </al></li>
                    <li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;
                                            </al></li>
                    <li nr="d."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                                inrichting door middel van een situatietekening met
                                                een schaal van tenminste 1:1000; </al></li>
                    <li nr="e."><al>een plattegrond van de seksinrichting door middel
                                                van een tekening met een schaal van tenminste 1:100
                                            </al></li>
                    <li nr="f."><al>een bewijs van inschrijving in het handelsregister
                                                bij de Kamer van Koophandel; </al></li>
                    <li nr="g."><al>een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant
                                                gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd
                                                voor de seksinrichting. </al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <al>
                <cursief>(Artikel wijkt af van VNG-modelbepaling)</cursief>
              </al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:5</nr>
                <titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li>
                  <li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie
                                            openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
                                            Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                            rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                            recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                            artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                            Strafvordering is toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><lijst>
                      <li nr="i."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li>
                      <li nr="ii."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                      <li nr="iii."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                      <li nr="iv."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de Kansspelen;</al></li>
                      <li nr="v."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li>
                      <li nr="vi."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:6</nr>
                <titel>Sluitingstijden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 00:00 uur en 11:00 uur;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke
                                    seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                                    gebaseerde voorschriften.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:7</nr>
                <titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de
                                    bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit
                                    bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42,
                                    tweede lid.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:8</nr>
                <titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel
                                    3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:9</nr>
                <titel>Straatprostitutie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te
                                    lokken:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste
                                    lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan
                                    personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende
                                    de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de
                                    belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie
                                    ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde
                                    lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in
                                    een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen
                                    of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder
                                    b.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:10</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:11</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>BESLISTERMIJN: WEIGERINGSGRONDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:12</nr>
                <titel>Beslistermijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid,
                                    beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning
                                    bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de
                                    dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de vergunningaanvraag is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
                                    wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                    tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:13</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan,
                                            voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening; of</al></li>
                  <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li>
                  <li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:14</nr>
                <titel>Beëindiging exploitatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig
                                    artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:15</nr>
                <titel>Wijziging beheer</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                    binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in
                                    het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste
                                    lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het
                                    moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het
                                    tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                    besloten.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>OVERGANGSBEPALING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:16</nr>
                <titel>Overgangsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li>
                <li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li>
                <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li>
                <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li>
                <li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        ander geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van
                                        gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in het Besluit
                                    gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt voor een
                                    deel van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het college stelt in het gemeentelijk geluidbeleid voor
                                    dagen/festiviteiten als bedoeld in het eerste lid voorwaarden
                                    ter beperking van de geluidbelasting van geluidgevoelige
                                    gebouwen.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan om een door het college vast te
                                    stellen maximum aantal incidentele festiviteiten per
                                    kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in
                                    de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5
                                    van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder
                                    van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens een door het college
                                    vast te stellen maximum aantal incidentele festiviteiten per
                                    kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van
                                    sportactiviteiten waarbij artikel 4.113 , eerste lid, van het
                                    Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting
                                    ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                                    college daarvan in kennis heeft gesteld. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het college stelt in het gemeentelijk geluidbeleid voor
                                    festiviteiten als bedoeld in het eerste lid voorwaarden ter
                                    beperking van de geluidbelasting van geluidgevoelige
                                    gebouwen.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:4</nr>
                <titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:5</nr>
                <titel>Onversterkte muziek</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan voor het ten gehore brengen van onversterkte muziek
                                binnen inrichtingen, zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder
                                f en vijfde lid van het Besluit algemeen geldende regels en
                                voorschriften stellen ter beperking van de geluidbelasting van
                                geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op het
                                    gebruik van openbare sport- en speelvoorzieningen en terreinen
                                    voor zover het betreft de uitoefening van sport- en
                                    speelactiviteiten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                    openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                    milieuverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:7</nr>
                <titel>Straatvegen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:8</nr>
                <titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:9</nr>
                <titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:10</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11</nr>
                <titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12</nr>
                <titel>Vergunning van rechtswege</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:13</nr>
                <titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, kan het college plaatsen
                                    aanwijzen die buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg zijn gelegen,
                                    waar het verboden is de volgende voorwerpen of stoffen op te
                                    slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li>
                  <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens de Provinciale Verordening.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:14</nr>
                <titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:15</nr>
                <titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                    ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:16</nr>
                <titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:17</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:18</nr>
                <titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:19</nr>
                <titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet van toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en
                                    b.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>PARKEEREXCESSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li>
                <li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3</nr>
                <titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:4</nr>
                <titel>Defecte voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:5</nr>
                <titel>Voertuigwrakken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:6</nr>
                <titel>Kampeermiddelen e.a.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt gedurende
                                    langer dan drie dagen aaneengesloten in de openlucht en tevens
                                    zichtbaar vanaf de weg te plaatsen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                    Provinciale landschapsverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:7</nr>
                <titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:8</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:9</nr>
                <titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:10</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:11</nr>
                <titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:12</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                    ruimte of gezondheid aangewezen plaatsen op de weg, fietsen of
                                    bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                    plaatsen te laten staan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen
                                    fietsen of bromfietsen langer dan een door het college
                                    vastgestelde periode onafgebroken te laten staan
                                    (weesfietsen).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden fietsen en bromfietsen, die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op of aan de weg te laten staan (fietswrakken).</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>COLLECTEREN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:13</nr>
                <titel>Inzameling van geld of goederen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>VENTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:14</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder venten wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                            exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van
                                            de Winkeltijdenwet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel
                                            5:22;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:15</nr>
                <titel>Ventverbod</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 19:00 en 09:00
                                    uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:16</nr>
                <titel>Vrijheid van meningsuiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                    artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door het venten te verbieden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen;
                                            of</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede
                                    lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>STANDPLAATSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:17</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:18</nr>
                <titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben op gemeentegrond.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden een standplaats op particulier terrein in te
                                    nemen indien de weigeringsgronden uit lid 2 en lid 3 van dit
                                    artikel van toepassing zijn.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:20</nr>
                <titel>Afbakeningsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet
                                    van toepassing op bouwwerken.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:21</nr>
                <titel>Aanhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>SNUFFELMARKTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:22</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:23</nr>
                <titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>OPENBAAR WATER</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:24</nr>
                <titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan Het college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                    de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:25</nr>
                <titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:26</nr>
                <titel>Aanwijzingen ligplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:27</nr>
                <titel>Verbod innemen ligplaats</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:28</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken,
                                    wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
                                    bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen,
                                    aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente
                                    in beheer zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:29</nr>
                <titel>Reddingsmiddelen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:30</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening … .</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:31</nr>
                <titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:31A</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
                                        1, onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1990;</al></li>
                <li nr="b."><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:32</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarop het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproductie sportmotoren.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:33</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarop het verbod in het
                                    eerste lid niet van toepassing is. Het kan daarbij regels
                                    stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het
                                    belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerst lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de bevoegde minister aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li>
                  <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li>
                  <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li>
                  <li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                            bedoelde gebieden of terreinen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:34</nr>
                <titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li>
                  <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>VERSTROOIING VAN AS</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:35</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:36</nr>
                <titel>Verboden plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                    plaatsvindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:37</nr>
                <titel>Hinder of overlast</titel>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en
                            de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een
                            geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: </al>
            <al>artikel 2:1, 2:10 A, 2:11, 2:12, 2:12A, 2:15, 2:16, 2:19, 2:22, 2:23,
                            2:25, 2:26, 2:29, 2:30, 2:31, 2:33, 2:34c, 2:34d, 2:34e, 2:34f, 2:39,
                            2:41, 2:42, 2:43, 2:44, 2:45, 2:46, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:51, 2:52,
                            2:57, 2:59, 2:60, 2:60A, 2:61A, 2:65, 2:72, 2:73, 2:75, 2:77, 2:81,
                            2:86, 2:93, 2:96, 3:4, 3:6, 3:8, 3:9, 3:10, 3:11, 4:6, 4:7, 4:8, 4:13,
                            4:15, 4:18, 5:2, 5:3, 5:4, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:11, 5:12, 5:13, 5:15,
                            5:16, 5:18, 5:19, 5:23, 5:24, 5:25, 5:27, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:32,
                            5:33, 5:34, 5:36, 5:37.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:2</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde zijn belast de bij besluit van het college dan wel
                            de burgemeester aan te wijzen personen. </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:3</nr>
              <titel>Binnentreden woningen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:4</nr>
              <titel>Intrekking oude verordening</titel>
            </kop>
            <al>De Algemene plaatselijke verordening 2014 wordt ingetrokken vanaf het
                            moment dat deze verordening in werking treedt.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:5</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.6</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2015. </al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:7</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
                            verordening.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Hengelo in zijn openbare vergadering van 2 september 2015</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          de griffier, de voorzitter,
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>