<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368121_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling Jaargesprekkken RUD Zeeland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale uitvoeringsdienst Zeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Middelburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veere</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Borsele</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noord-Beveland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reimerswaal</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kapelle</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tholen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Scheldestromen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/">Elektronisch publicatieblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling jaargesprekken RUD Zeeland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel F.7 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-25320</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-25321</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-25322</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling Jaargesprekkken RUD Zeeland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Deze onderstaande tekst is een exacte weergave van de afspraken die in het
                        Sectoraal Provinciaal Arbeidsoverleg gemaakt zijn over een
                        uitvoeringsregeling van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
                        Provincies. Deze regeling is door het Algemeen Bestuur van de RUD Zeeland
                        vastgesteld voor deze organisatie. De tekst moet daarom als volgt gelezen
                        worden. Voor "provincie" dient gelezen te worden "RUD Zeeland", tenzij de
                        "cao provincies." Wordt bedoeld. Voor "Gedeputeerde Staten" dient gelezen te
                        worden "het bestuur van de RUD Zeeland".</al><al/><al>Het Algemeen Bestuur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland,</al><al/><al>Gelet op </al><al>Artikel F.7 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;</al><al/><al>Besluit vast te stellen: </al><al><vet>de Regeling Jaargesprekkken RUD Zeeland</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>leidinggevende: degene die voor de toepassing van deze regeling als
                                directe hiërarchisch leidinggevende is aangewezen;</al></li><li nr="b."><al>competenties: de competenties, vastgelegd in de lijst van
                                competenties die als bijlage 1 onderdeel uitmaakt van deze
                                regeling;</al></li><li nr="c."><al>werkresultaten: resultaten met betrekking tot de werkzaamheden
                                waarover in het planningsgesprek afspraken zijn gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Planningsgesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regel voeren de leidinggevende en de ambtenaar eenmaal per 12
                            maanden een planningsgesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het planningsgesprek wordt gevoerd aan de hand van een formulier waarvan
                            het model als bijlage 2 onderdeel uitmaakt van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leidinggevende en de ambtenaar kunnen afspreken dat andere personen
                            bij het planningsgesprek aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het planningsgesprek wordt in ieder geval aandacht besteed aan de
                            door de ambtenaar te bereiken werkresultaten, het functioneren, de
                            competenties, de opleiding, de loopbaan- perspectieven, de werktijden en
                            de arbeidsomstandigheden van de ambtenaar en aan de ondersteuning van de
                            leidinggevende.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leidinggevende en de ambtenaar maken in het planningsgesprek voor een
                            periode van in de regel 12 maanden afspraken over de te bereiken
                            werkresultaten, de ontwikkeling van de voor de functie geldende
                            competenties en de eventuele daartoe benodigde middelen en
                            faciliteiten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leidinggevende en de ambtenaar kunnen in het planningsgesprek ook
                            andere afspraken maken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De in het vijfde en zesde lid bedoelde afspraken worden vastgelegd in
                            het formulier planningsgesprek. De leidinggevende en de ambtenaar
                            ondertekenen het formulier voor akkoord.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Als de leidinggevende en de ambtenaar het niet eens worden over de te
                            maken afspraken beslist de leidinggevende en kan de ambtenaar zijn
                            zienswijze vermelden op het formulier. In dat geval tekent de ambtenaar
                            voor gezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Voortgangsgesprek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leidinggevende en de ambtenaar voeren ten minste eenmaal in de
                                periode, bedoeld in artikel2, vijfde lid, een voortgangsgesprek. De
                                leidinggevende kan besluiten dat een door hem aangewezen ambtenaar
                                het voortgangsgesprek voert.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het voortgangsgesprek heeft tot doel de realisering van de in het
                                formulier planningsgesprek vastgelegde afspraken te volgen en te
                                ondersteunen. Zo nodig worden de afspraken nader ingevuld, aangevuld
                                dan wel bijgesteld. Afspraken over nadere invulling, aanvulling of
                                bijstelling worden schriftelijk vastgelegd.</al></li><li nr="3."><al>Artikel 2, derde en achtste lid, is voor zoveel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Evaluatie- en beoordelingsgesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na afloop van de periode, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, voeren de
                            leidinggevende en de ambtenaar een evaluatie- en beoordelingsgesprek. Zo
                            nodig wordt dit gesprek, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar,
                            eerder gevoerd of vinden extra gesprekken plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het evaluatie- en beoordelingsgesprek evalueren de leidinggevende en
                            de ambtenaar de ontwikkeling van de voor de functie geldende
                            competenties en de werkresultaten, alsmede andere afspraken welke zijn
                            neergelegd in het formulier planningsgesprek en eventueel nader zijn
                            ingevuld, aangevuld of bijgesteld in het voortgangsgesprek. Het
                            evaluatie- en beoordelingsgesprek wordt afgesloten met een beoordeling
                            door de leidinggevende welke wordt vastgelegd in een
                            beoordelingsformulier waarvan het model als bijlage 3 onderdeel uitmaakt
                            van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leidinggevende en de ambtenaar kunnen afspreken dat andere personen
                            bij het evaluatie- en beoordelingsgesprek aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leidinggevende kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ten
                            behoeve van de uit te brengen beoordeling inlichtingen van derden
                            inwinnen. Hij deelt de ambtenaar mee welke informatie hij van deze
                            derden heeft ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de ambtenaar weigert deel te nemen aan het evaluatie- en
                            beoordelingsgesprek of daaraan niet kan deelnemen terwijl uitstel naar
                            het oordeel van de leidinggevende niet verantwoord is, kan de
                            leidinggevende besluiten de beoordeling buiten aanwezigheid van de
                            ambtenaar uit te brengen. De leidinggevende stelt de ambtenaar hiervan
                            tijdig tevoren schriftelijk en gemotiveerd in kennis.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De beoordeling van de ontwikkeling van de voor de functie geldende
                            competenties mondt uit in een van de navolgende scores:</al><lijst><li nr="a."><al>uitstekend: de duurzame groei in het functioneren van de
                                    ambtenaar overtreft de gestelde eisen in uitzonderlijke
                                    mate;</al></li><li nr="b."><al>zeer goed: de duurzame groei in het functioneren van de
                                    ambtenaar overtreft de gestelde eisen in ruime mate;</al></li><li nr="c."><al>normaal: de duurzame groei in het functioneren van de ambtenaar
                                    voldoet aan de gestelde eisen;</al></li><li nr="d."><al>matig: de duurzame groei in het functioneren van de ambtenaar
                                    voldoet niet geheel aan de gestelde eisen;</al></li><li nr="e."><al>slecht: de duurzame groei in het functioneren van de ambtenaar
                                    voldoet niet aan de gestelde eisen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De beoordeling van de door de ambtenaar te behalen werkresultaten mondt
                            uit in een van de navolgende scores:</al><lijst><li nr="a."><al>uitstekend: de werkresultaten van de ambtenaar overtreffen de
                                    gestelde eisen in uitzonderlijke mate;</al></li><li nr="b."><al>zeer goed: de werkresultaten van de ambtenaar overtreffen de
                                    gestelde eisen in ruime mate;</al></li><li nr="c."><al>normaal: de werkresultaten van de ambtenaar voldoen aan de
                                    gestelde eisen;</al></li><li nr="c."><al>matig: de werkresultaten van de ambtenaar voldoen niet geheel
                                    aan de gestelde eisen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De leidinggevende ondertekent het beoordelingsformulier voor akkoord. De
                            ambtenaar ondertekent het beoordelingsformulier voor gezien. Indien de
                            ambtenaar het niet eens is met de beoordeling kan hij binnen 2 weken de
                            geschilpunten op het beoordelingsformulier vermelden.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De beoordeling wordt vastgesteld binnen 4 weken nadat zij is
                            uitgebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als Regeling jaargesprekken RUD Zeeland</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt na publicatie in werking per 1 januari 2016.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen bestuur van de RUD
                        Zeeland van 4 april 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, A.G. van der Maas</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, ing. A. van Leeuwen MPA </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Regionale uitvoeringsdienst Zeeland/i271383.pdf">BIJLAGE 1 REGELING JAARGESPREKKEN: LIJST VAN COMPETENTIES</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Regionale uitvoeringsdienst Zeeland/i271384.pdf">BIJLAGE 2 REGELING JAARGESPREKKEN: FORMULIER PLANNINGSGESPREK</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Regionale uitvoeringsdienst Zeeland/i271385.pdf">BIJLAGE 3 REGELING JAARGESPREKKEN: BEOORDELINGSFORMULIER</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop><vet><vet>Beleidsmatige achtergronden en uitgangspunten</vet></vet></tussenkop><al/><al><vet>CAO-afspraken</vet></al><al/><al>In het SPA-akkoord 2000/2001 zijn afspraken gemaakt over de invoering van een
                    systeem van jaargesprekken teneinde het werk beter te structureren, sturing en
                    beoordeling van werknemers te verbeteren en loopbaanbeleid handen en voeten te
                    geven. Enerzijds vormt het een instrument voor het organiseren van de
                    werkprocessen, anderzijds betreft het hier een zaak van rechtspositionele
                    ordening. In het SPA-akkoord 2002/2003 zijn in aanvulling hierop afspraken
                    gemaakt over de invoering van een beoordelingssysteem dat is afgestemd op het
                    systeem van jaargesprekken en op het beloningssysteem. Het beoordelings- en
                    beloningssysteem is in 2005 ingevoerd en in 2010 (beperkt) aangepast op grond
                    van een in 2008 uitgevoerde evaluatie.</al><al/><al><vet>Systeem van jaargesprekken</vet></al><al/><al>Het systeem van jaargesprekken houdt kort samengevat in een cyclus van
                    plannings-, voortgangs-, evaluatie- en beoordelingsgesprekken waarvan de basis
                    wordt gevormd door een individueel werk- plan dat, als afgeleide van het
                    jaarplan van de werkeenheid, de concrete afspraken vastlegt tussen manager en
                    werknemer. De afspraken omvatten in ieder geval het resultaat, het functioneren,
                    de competenties, opleiding, loopbaanperspectief, werktijden,
                    arbeidsomstandigheden en de ondersteu- ning van de leidinggevende. Deze
                    afspraken zijn de basis voor de concrete evaluatie en beoordeling aan het einde
                    van de afgesproken periode.</al><al/><al><vet>Doelstellingen</vet></al><al/><al>Invoering van een systeem van jaargesprekken is geen doel op zich. Het maakt
                    onderdeel uit van een breder P&amp;O-beleid. Zo is er bijv. een duidelijke
                    relatie met het beloningsbeleid, het loopbaan- en mobiliteitsbeleid en het
                    scholingsbeleid. Jaargesprekken zijn verder een onmisbaar instrument voor de
                    ontwikkeling van een meer resultaatsgerichte organisatie. Samengevat worden met
                    de invoering van een systeem van jaargesprekken de volgende doelen beoogd:</al><al/><al>- het werk beter structureren;</al><al/><al>- werknemers effectiever aansturen op basis van resultaten en gemaakte
                    afspraken;</al><al/><al>- een beter instrumentarium bieden voor het nemen van rechtspositionele
                    beslissingen, waaronder het nemen van bewuste beloningsbeslissingen;</al><al/><al>- faciliteiten bieden en de zelfstandigheid stimuleren van werknemers en de
                    kwaliteit van het ma- nagement behouden c.q. verbeteren;</al><al/><al>- een bijdrage leveren aan het zelflerend vermogen van de organisatie als
                    thermometer voor de ontwikkelingsfase van de organisatie</al><al/><al>- bevorderen dat reële afspraken met het bestuur worden gemaakt over o.a.
                    prioriteiten en posterioriteiten en met de individuele werknemer over de
                    werkbelasting e.d.</al><al/><al><vet>Uitgangspunten</vet></al><al/><al>Van belang is dat het systeem van jaargesprekken een goede
                    bedrijfsorganisatorische inbedding krijgt. Daarover hebben sociale partners in
                    het SPA de provincies een aantal concrete aanbevelingen gedaan. Een belangrijke
                    voorwaarde voor succes is dat het systeem van jaargesprekken aansluit bij de
                    doelstellingen en cultuur van de organisatie en dat er een breed draagvlak
                    binnen de organisatie aanwezig is. Andere uitgangspunten zijn:</al><al/><al>- de beschikbaarheid van jaarplannen van de organisatie-eenheid en een logische
                    onderlinge aan- sluiting van de plannen;</al><al/><al>- betrokkenheid van de werknemers bij het opstellen van de </al><al>jaarplannen van de organisatieeenheid;</al><al/><al>- de beschikbaarheid van jaarplannen van de organisatieeenheid en een logische
                    onderlinge aansluiting van de plannen;</al><al/><al>- betrokkenheid van de werknemers bij het opstellen van de jaarplannen van de
                    organisatieeenheid;</al><al/><al>- coachend leidinggeven en zelfstandige, resultaatsgerichte werknemers;</al><al/><al>- een inzichtelijk, betrouwbaar, eenvoudig en hanteerbaar systeem;</al><al/><al>- een goede grondslag voor rechtspositionele beslissingen;</al><al/><al>- waarborgen voor zorgvuldigheid, rechtsgelijkheid, rechtszekerheid en
                    rechtsbescherming</al><al/><al>- een open communicatie;</al><al/><al>- één systeem voor de hele provinciale organisatie met ruimte voor maatwerk per
                    functie en/of persoon</al><al/><al><vet>Het beoordelingssysteem</vet></al><al/><al>Het beoordelingssysteem is ingebed in het systeem van jaargesprekken en is
                    afgestemd op het beloningssysteem. Het beoordelingssysteem beoordeelt zowel de
                    duurzame groei in functioneren als de werkresultaten, zulks afgezet tegen de
                    daarover gemaakte afspraken in het planningsgesprek. Daarbij wordt uitgegaan van
                    een vijfpuntschaal van beoordeling met als scores uitstekend (in school-
                    cijfers:9 of 10), zeer goed (in schoolcijfers: 8), normaal (in schoolcijfers: 6
                    of 7), matig (in schoolcijfers: 5) en slecht (in schoolcijfers: 4 of lager). Met
                    het oog op de duurzame groei in het functioneren worden in het planningsgesprek
                    afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de voor de functie geldende
                    competenties. Er is een duidelijke samenhang tussen beide componenten van de
                    beoordeling. Er is sprake van tweerichtingsverkeer. Afspraken over de
                    ontwikkeling van de competenties hebben als doel in de toekomst te komen tot
                    duurzaam hogere prestaties. Als het goed is beïnvloedt de ontwikkeling van de
                    competenties dus de werkresultaten in positieve zin. Daarom zal de ontwikkeling
                    van de competenties achteraf mede worden beoordeeld aan de hand van de
                    daadwerkelijke prestaties en niet alleen worden afgemeten aan de manier waarop
                    het werkresultaat wordt bereikt. Het betekent derhalve dat het oordeel over de
                    duurzame groei in het functioneren wordt bepaald door zowel de geleverde
                    prestaties als de ontwikkeling van de competenties. Op basis van de behaalde
                    resultaten zullen vervolgens de nieuwe afspraken over de ontwikkeling van de
                    competenties worden gemaakt. Beide componenten worden afzonderlijk
                    beoordeeld.</al><al/><al>De structurele beloning is immers afhankelijk van het oordeel over de duurzame
                    ontwikkeling in het functioneren, terwijl de daadwerkelijk geleverde prestaties
                    in de afgesproken periode de basis vormen voor een eventuele incidentele bonus
                    over die periode. De samenhang zal blijken uit de beoordeling. Het ligt niet
                    voor de hand dat de beoordelingsscores voor de ontwikkeling van de competenties
                    en voor de behaalde werkresultaten ver uiteen zullen lopen.</al><al/><al><vet>Competenties</vet></al><al/><al>Om de functie naar behoren te kunnen vervullen en de afgesproken werkresultaten
                    te kunnen behalen zal de werknemer over een aantal competenties moeten
                    beschikken. Competentie is een verzamelnaam voor kennis, deskundigheden en
                    vaardigheden die mensen geschikt (ofwel ‘competent’) maken voor hun werk. Het
                    gaat niet alleen om kennis en vaardigheden maar ook om gedragseigen- schappen
                    als bijvoorbeeld het goed kunnen samenwerken en de bereidheid en alertheid deze
                    kwaliteiten op het juiste moment in te zetten. Of een medewerker over voldoende
                    kwaliteiten beschikt en bereid is deze in de praktijk te brengen is niet alleen
                    af te meten aan het werkresultaat maar ook aan de manier waarop dat resultaat
                    wordt bereikt. De competenties zijn niet voor alle werknemers de- zelfde maar
                    zijn afhankelijk van de eisen die aan de functie worden gesteld. Voor elke
                    functie zijn daarom enkele competenties vastgesteld waarvan het aantal varieert
                    van minimaal 4 tot maximaal 9. Voor een functie hoeven overigens niet permanent
                    dezelfde competenties te gelden. Zo kunnen bijvoorbeeld, afhankelijk van de fase
                    waarin bepaalde werkzaamheden zich bevinden, van werknemers andere vaardigheden
                    worden verlangd. Voor de gezamenlijke provincies geldt een lijst van
                    competenties waarin is vastgelegd welke competenties aan functies kunnen worden
                    toebedeeld. Er kunnen derhalve aan functies geen competenties worden verbonden
                    die niet voorkomen in deze lijst van competenties. De lijst van competenties
                    maakt onderdeel uit van deze regeling. Voor elke functie zullen de competenties
                    worden vastgelegd in een competentieprofiel. De competenties worden in het
                    competentieprofiel zodanig uitgewerkt dat zij optimaal aansluiten op inhoud en
                    het niveau van de functie. Dat betekent dus dat competenties afhankelijk van de
                    functie een verschillende uitwerking en invulling kunnen krijgen. Vervolgens
                    worden in het planningsgesprek afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de
                    competenties. Daarbij moet het gaan om afspraken die volgens het SMART- principe
                    Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden zijn. De werknemer
                    wordt beoordeeld op de ontwikkeling van de voor de functie geldende competenties
                    waarover tussen hem en zijn leidinggevende in het planningsgesprek afspraken
                    zijn gemaakt.</al><al/><al><vet>Beoordeling als basis voor rechtspositionele beslissingen</vet></al><al/><al>Het beoordelingssysteem bevat waarborgen voor zorgvuldig te nemen en objectief
                    te onderbouwen rechtspositionele beslissingen waarbij het functioneren van de
                    ambtenaar een rol speelt. Het biedt de grondslag voor bewuste
                    beloningsbeslissingen, maar ook voor beslissingen over bijvoorbeeld ont- slag
                    wegens disfunctioneren of de omzetting van een dienstverband voor bepaalde tijd
                    op proef in een dienstverband voor onbepaalde tijd.</al><al/><al><vet>Beoordeling en beloning</vet></al><al/><al>De beoordeling kan directe gevolgen hebben voor zowel de structurele beloning
                    als de variabele outputbeloning. Daarover het volgende.</al><al/><al><vet>De structurele beloning</vet></al><al/><al>De structurele beloning heeft als doel het leveren van duurzaam hogere
                    prestaties in de toekomst. Beoordeling van de daarvoor benodigde duurzame groei
                    in het functioneren vindt plaats aan de hand van de ontwikkeling van de voor de
                    functie geldende competenties en de werkresultaten. Deze worden tijdens het
                    evaluatie- en beoordelingsgesprek vergeleken met de ter zake gemaakte afspraken.
                    Uit deze vergelijking kan vervolgens de conclusie worden getrokken tot welk
                    structureel niveau in kwaliteit en kwantiteit de in de toekomst te leveren
                    prestaties zich ontwikkelt en op basis hiervan wordt de groei in het vaste
                    inkomen bepaald. Op basis van de vijfpuntschaal voor de beoordelingkunnen de
                    volgende vijf beloningsbeslissingen worden genomen.</al><al/><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Beoorde- lingsscore</vet></al></entry><entry><al><vet>‘vertaling’</vet></al></entry><entry><al><vet>G</vet><vet>roei in vast inkomen</vet></al></entry></row><row><entry><al>Uitstekend</al><al/><al>(cijfer 9 of 10)</al></entry><entry><al>De duurzame groei in het functioneren van de medewerker
                                        overtreft de gestelde eisen in uitzonderlijke mate</al></entry><entry><al>6% van het maximumbedrag van de salarisschaal</al></entry></row><row><entry><al>Zeer goed</al><al/><al>(cijfer 8)</al></entry><entry><al>De duurzame groei in het functioneren van de medewerker
                                        overtreft de gestelde eisen in ruime mate</al></entry><entry><al>4% van het maximumbedrag van de salarisschaal</al></entry></row><row><entry><al>Normaal</al><al/><al>(cijfer 6 of 7)</al></entry><entry><al>De duurzame groei in het functioneren van de medewerker
                                        voldoet aan de ge- stelde eisen</al></entry><entry><al>3% van het maximumbedrag van de salarisschaal</al></entry></row><row><entry><al>Matig</al><al/><al>(cijfer 5)</al></entry><entry><al>De duurzame groei in het functioneren van de medewerker
                                        voldoet niet geheel aan de gestelde eisen</al></entry><entry><al>1% van het maximumbedrag van de salarisschaal</al></entry></row><row><entry><al>Slecht</al><al/><al>(cijfer 4 of lager)</al></entry><entry><al>De duurzame groei in het functioneren van de medewerker
                                        voldoet niet aan de gestelde eisen</al></entry><entry><al>Geen groei in vast inkomen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><vet>De variabele outputbeloning</vet></al><al/><al>Naast de structurele beloning kan voor extra prestaties een variabele beloning
                    worden gegeven. Daarbij gaat het om beloning van output. Uitgangspunten zijn
                    hier het motiveren, stimuleren en waarderen van medewerkers om te komen tot
                    werkresultaten door het toekennen van flexibele incidentele elementen. Met de
                    medewerker worden in het planningsgesprek afspraken gemaakt over het realiseren
                    van vooraf vastgelegde, concrete en zoveel mogelijk kwantificeerbare
                    doelstellingen. Variabele beloning is een outputbeloning die alleen wordt
                    gegeven bij uitstekende of zeer goede werkresultaten. De outputbeloning heeft
                    een incidenteel karakter en is 3% of 7%. Een en ander is hierna schematisch
                    weergegeven.</al><al/><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Beoorde- lingsscore</vet></al></entry><entry><al><vet>‘Vertaling’</vet></al></entry><entry><al><vet>V</vet><vet>ariabele beloning</vet></al><al/><al><vet>(u</vet><vet>itgedrukt als % van jaarsalaris in jaar waarin
                                            resultaten zijn behaald)</vet></al></entry></row><row><entry><al>Uitstekend</al></entry><entry><al>De werkresultaten van de medewerker overtreffen de gestelde
                                        eisen in uitzonder- lijke mate</al></entry><entry><al>Outputbeloning van 7%</al></entry></row><row><entry><al>Zeer goed</al></entry><entry><al>De werkresultaten van de medewerker overtreffen de gestelde
                                        eisen in ruime mate</al></entry><entry><al>Outputbeloning van 3%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>De rechtspositionele regeling van de jaargesprekken</vet></al><al/><al>De CAO-afspraken over een systeem van jaargesprekken met bijbehorend
                    beoordelingssysteem hebben geleid tot de Regeling jaargesprekken waarin de
                    rechtspositionele aspecten zijn geregeld. De regeling bevat bepalingen over
                    rechten en plichten en procedures en heeft betrekking op de drie fases van de
                    jaarcyclus, te weten het planningsgesprek, het voortgangsgesprek en het
                    evaluatie- en beoordelingsgesprek. De betekenis van de uitgebrachte beoordeling
                    voor de beloning is geregeld in de bezoldigingsregeling.</al><al/><al><vet>Implementatie (P.M. lokaal in te vullen)</vet></al><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Definities</vet></al><al/><al>Uitgangspunt is dat de integraal manager verantwoordelijk is voor de
                    jaargesprekken. Dat betekent dat de gesprekken worden gevoerd tussen de
                    werknemer en zijn directe hiërarchisch leidinggeven- de. In artikel 1 is daarom
                    bepaald dat als leidinggevende voor de toepassing van de regeling jaargesprekken
                    de directe hiërarchisch leidinggevende wordt aangemerkt.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Planningsgesprek</vet></al><al/><al>In het planningsgesprek gaat het om de productdoelstellingen van de werknemer en
                    om persoons- gebonden doelstellingen. In het vierde lid is concreet aangegeven
                    waaraan in het planningsgesprek in ieder geval aandacht moet worden
                    besteed.</al><al/><al>Productdoelstellingen hebben betrekking op te realiseren producten en te
                    verrichten activiteiten zo mogelijk gekoppeld aan termijnen of te investeren
                    tijd. Zij worden afgeleid van de doelstellingen van de organisatie en van de
                    functie die de werknemer vervult. De productdoelstellingen dienen zoveel
                    mogelijk te voldoen aan het SMART-principe, dat wil zeggen dat ze specifiek,
                    meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden moeten zijn. Bij
                    persoonsgebonden doelstellingen gaat het om ontwikkel- punten waarin de
                    werknemer een ontwikkeling wil of moet doormaken.</al><al/><al>Het planningsgesprek is een gesprek van de werknemer met zijn leidinggevende. Er
                    zijn geen anderen bij aanwezig tenzij zij samen anders afspreken. Het
                    planningsgesprek heeft een tweezijdig karakter en moet leiden tot concrete
                    afspraken over de output, de ontwikkeling van de voor de functie geldende
                    competenties en de daartoe eventueel benodigde middelen en faciliteiten. Daarbij
                    kan worden gedacht aan vorming, training en opleiding, coaching van de
                    leidinggevende, ondersteuning van collega's, toegang tot bepaalde informatie of
                    overleggen, secretariële ondersteuning, benodigde apparatuur e.d. Er kunnen ook
                    andere afspraken worden gemaakt, bijv. over loopbaan en mobiliteit met
                    bijbehorende flankerende maatregelen, over de werktijden, werkomstandigheden
                    e.d. Het spreekt voor zich dat beide partijen zich aan de gemaakte afspraken
                    dienen te houden. Zowel de werknemer als de leidinggevende kunnen hierop worden
                    aangesproken en afgerekend. Als een leidinggevende niet zelf beslissingsbevoegd
                    is om bepaalde afspraken te maken, bijv. omdat hij niet zelfstandig over
                    budgetten kan beschikken, zal hij vooraf moeten organiseren dat hij daartoe
                    gemandateerd is. Hoofdregel is dat de werknemer en zijn leidinggevende afspraken
                    maken.</al><al/><al>Mocht dat onverhoopt niet mogelijk zijn dan voorziet het achtste lid erin dat de
                    leidinggevende eenzijdig beslissingen neemt. De werknemer kan in dat geval zijn
                    afwijkende zienswijze vermelden.</al><al/><al>Het planningsgesprek heeft betrekking op een vooraf afgesproken periode. Als
                    regel betreft het een periode van 12 maanden. Daarover kunnen ook andere
                    afspraken worden gemaakt. De regeling schrijft bewust niet dwingend voor wanneer
                    het planningsgesprek plaatsvindt. Hier ligt een duidelijke relatie met de
                    invulling van de werkprocessen. De regeling laat ook de ruimte om het plannings-
                    gesprek en het evaluatie - en beoordelingsgesprek aansluitend op eenzelfde datum
                    te voeren (waar- bij het planningsgesprek - dat op de toekomst is gericht -
                    volgt op het evaluatie- en beoordelingsgesprek waarin wordt teruggekeken).</al><al/><al>De werknemer heeft de gelegenheid om het planningsgesprek voor te bereiden door
                    een werkplan op te stellen. Dit werkplan is dan de basis voor het
                    planningsgesprek. Vorm en inhoud kunnen afhankelijk van de functie sterk
                    uiteenlopen. Het planningsgesprek wordt gevoerd aan de hand van een formulier
                    waarop ook de afspraken worden vastgelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Voortgangsgesprek</vet></al><al/><al>Het spreekt voor zich dat regelmatig wordt gekeken hoe het staat met de
                    uitvoering van de afspraken die zijn gemaakt in het planningsgesprek. Daarmee
                    kan de vinger aan de pols worden gehouden en kunnen zo nodig tijdig zaken worden
                    bijgesteld. Ook kan er reden zijn om na verloop van tijd de af- gesproken
                    doelstellingen - die naarmate zij verder in de toekomst liggen minder concreet
                    zullen zijn - nader in te vullen. Op welke wijze een en ander gebeurt is een
                    verantwoordelijkheid van de leiding- gevende en de werknemer. Er is weinig reden
                    om dat formeel te gaan inkaderen. In artikel 3 wordt daarom niet meer geregeld
                    dan dat in een jaar in ieder geval één voortgangsgesprek met de werknemer
                    plaatsvindt. Dat voortgangsgesprek wordt door de direct hiërarchisch
                    leidinggevende gevoerd, die dat kan mandateren aan de operationeel
                    leidinggevende. Mandatering ligt niet in de rede als er veel valt bij te sturen
                    en een minder goede beoordeling in het verschiet ligt.</al><al/><al>Als afspraken uit het planningsgesprek nader moeten worden ingevuld, aangevuld
                    of bijgesteld zal de betrokken operationeel leidinggevende hiertoe vooraf
                    gemachtigd moeten zijn.</al><al/><al>Het ligt voor de hand dat ook afspraken over nadere invulling, aanvulling of
                    bijstelling van de in het planningsgesprek gemaakte schriftelijke afspraken
                    schriftelijk worden vastgelegd.</al><al/><al>Als leidinggevende en werknemer niet tot nadere afspraken kunnen komen geldt
                    hetzelfde als bij het planningsgesprek, namelijk dat de leidinggevende eenzijdig
                    beslissingen neemt. Het spreekt voor zich dat het voortgangsgesprek steeds op
                    een zodanig tijdstip plaatsvindt dat tijdig kan worden bijgestuurd. Als het
                    voortgangsgesprek na 2/3 van de periode komt is dat als regel te laat.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Evaluatie- en beoordelingsgesprek</vet></al><al/><al>Na afloop van de afgesproken periode (van in de regel 12 maanden) bekijken de
                    leidinggevende en de werknemer in de eerste plaats gezamenlijk in hoeverre de
                    afspraken over output en ontwikkeling van de voor de functie geldende
                    competenties zijn gerealiseerd en – zo nodig - welke factoren een rol hebben
                    gespeeld bij het wel of niet realiseren van die afspraken. Ook wordt na afloop
                    gezamenlijk bekeken of de andere in het planningsgesprek gemaakte afspraken zijn
                    nageleefd. Als de tussentijd- se voortgangsbewaking goed is geweest zullen er
                    voor beide partijen weinig verrassingen zijn.</al><al/><al>Beoogd wordt de aansturing en verdere ontwikkeling en goed functioneren van de
                    werknemer te bevorderen. Het is de opstap voor het volgende planningsgesprek. De
                    conclusies zullen in het eerst- volgende planningsgesprek basis zijn voor nieuwe
                    afspraken voor de komende periode. De werknemer heeft de gelegenheid een
                    schriftelijke zelfevaluatie van de afgelopen periode op te stellen die in het
                    evaluatie- en beoordelingsgesprek zal worden besproken.</al><al/><al>Het gesprek mondt uit in een beoordeling door de leidinggevende. Hier heeft het
                    gesprek een duidelijk eenzijdig karakter. Het gaat dan immers om het oordeel van
                    de leidinggevende en niet om een gezamenlijk oordeel van leidinggevende en
                    werknemer. In de beoordeling zal de leidinggevende uiteraard wel de inbreng van
                    de werknemer in het gesprek meewegen, terwijl de werknemer ter plekke in de
                    gelegenheid is aan te geven op welke punten hij het oneens is met de uit te
                    brengen beoordeling. Tegen de vastgestelde beoordeling kan de werknemer op grond
                    van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar aantekenen bij gedeputeerde staten en
                    vervolgens, als hij het met die beslissing niet eens is, bij de rechter in
                    beroep gaan.</al><al/><al>De regeling geeft helder aan wie beoordeelt maar laat bewust open wie de
                    beoordeling uiteindelijk vaststelt. Dat wordt in de mandaatregeling bepaald en
                    is afhankelijk van wat in een provincie gebruik is om te mandateren. Het ligt
                    voor de hand dat de hiërarchisch leidinggevende als integraal manager degene is
                    die de beoordeling formeel vaststelt. Het bestaan van geschilpunten tussen
                    beoordelaar en beoordeelde zou echter aanleiding kunnen zijn de formele
                    vaststelling van de beoordeling in dat geval op een hoger niveau te leggen.</al><al/><al>Er kunnen derden bij het gesprek aanwezig zijn om nadere informatie te
                    verstrekken. Het initiatief kan zowel van de leidinggevende als de werknemer
                    uitgaan. Zij maken hierover samen afspraken. De werknemer kan zich in de
                    eventuele bezwaar- en beroepsprocedure juridisch laten bijstaan. De
                    leidinggevende kan, al dan niet op aanvraag van de werknemer, inlichtingen van
                    derden inwinnen ten behoeve van de uit te brengen beoordeling. Dat maakt een 360
                    graden beoordeling mogelijk. Het lijkt in zijn algemeenheid zeker nuttig bij
                    beoordeling van leidinggevenden (ook) inlichtingen van ondergeschikten te
                    vragen.</al><al/><al>Het evaluatie- en beoordelingsgesprek heeft, net als het plannings- en
                    voortgangsgesprek, een ver- plicht karakter, zowel voor de leidinggevende als de
                    werknemer. Het kan dus niet zo zijn dat een werknemer om hem moverende redenen
                    afziet van dit gesprek en daarmee ook het uitbrengen van een beoordeling kan
                    voorkomen. Evenmin mag de leidinggevende hier in gebreke blijven.</al><al/><al>De beoordeling is immers nodig voor de te nemen beloningsbeslissing. De
                    betrokken leidinggevende, maar ook de provinciesecretaris als
                    eindverantwoordelijke, kunnen daarop worden aangesproken. De werknemer heeft dus
                    belang bij een tijdige beoordeling en kan dat, zo nodig, ook afdwingen. Als de
                    leidinggevende in gebreke blijft zal dat geen nadelige gevolgen hebben voor de
                    werknemer: beoordeling en beloningsbeslissing zullen kunnen terugwerken tot en
                    met het tijdstip waarop die rechtens hadden moeten ingaan. De OR kan erop
                    toezien dat de beoordelingsregeling ook op dit punt correct wordt
                    nageleefd.</al><al/><al>Het evaluatie- en beoordelingsgesprek hoeft niet altijd in een keer te worden
                    afgerond. Soms kan een afkoelingsperiode zinvol zijn. In dat geval kan worden
                    besloten het gesprek op een later tijdstip voort te zetten. Ook kan het zijn dat
                    de werknemer enige bedenktijd nodig heeft. Daarom is geregeld dat de betrokken
                    werknemer 2 weken de tijd heeft om eventuele geschilpunten op het
                    beoordelingsformulier te vermelden.</al><al/><al>Het vijfde lid maakt het mogelijk om bij uitzondering een beoordeling buiten
                    aanwezigheid van betrokkenen uit te brengen. Dat kan ook in situaties waarin
                    betrokkene (bijvoorbeeld wegens langdurige ziekte) niet aan het gesprek kan
                    deelnemen en (langdurig) uitstel (bijvoorbeeld in verband met een te nemen
                    beslissing over voortzetting van het dienstverband) niet verantwoord is. Ook in
                    die (uitzonderings)situatie geldt uiteraard dat de werknemer op het
                    beoordelingsformulier kan aangeven op welke onderdelen hij het eventueel oneens
                    is met de uitgebrachte beoordeling voordat deze formeel wordt vastgesteld.</al><al/><al>Op de inhoud van het beoordelingssysteem en de betekenis van het
                    beoordelingssysteem voor bij- voorbeeld de beloning van de werknemer is
                    hierboven in de algemene toelichting al uitvoerig ingegaan.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>