<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR368018_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG PARTICIPATIEWET 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG PARTICIPATIEWET 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervallen van rechtswege</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG PARTICIPATIEWET 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER;</al><al>(nr. 7) ;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 7 april 2015;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de
                        Participatiewet;</al><al>BESLUIT:</al><al>de Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015 vast te
                        stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Verzoek</titel></kop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag als bedoeld in artikel 36b,
                        eerste lid, van de Participatiewet wordt ingediend middels een door het
                        college vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Advies</titel></kop><al>Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen adviseert het college met
                        betrekking tot het oordeel of een persoon niet in staat is tot het verdienen
                        van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot
                        arbeidsparticipatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Periode</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in
                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag bedraagt 20 procent van het individueel
                        geldende wettelijk minimumloon of wettelijk minimumjeugdloon.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>Een individuele toeslag wordt per periode van zes maanden eenmalig als één
                        bedrag uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Onvoorzien en nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze
                            verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                                studietoeslag Participatiewet 2015.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Gedaan te Ten Boer ter openbare raadsvergadering van 22 april 2015.</ondertekening><ondertekening>N.A. van de Nadort R.Sj. Bosma</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                        Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                        mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                        minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als
                        ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de
                        arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand
                        gemotiveerd is en iets in zijn mars heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje
                        in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen
                        een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                        stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een
                        studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het
                        feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met
                        een bijbaan (TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                        bijzondere bijstand (artikel 5, sub d, Participatiewet). De individuele
                        studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                        inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze
                        niet in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><al><cursief>Verordeningsplicht</cursief></al><al>De Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                        verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. Deze verordenings-opdracht is neergelegd in artikel 8, eerste
                        lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval
                        betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de
                        individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><al><cursief>Discretionaire bevoegdheid</cursief></al><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire
                        bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college aan personen die
                        voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe
                        niet is gehouden. </al><al>Het college kan in beleidsregels aangeven of bepaalde groepen niet in
                        aanmerking komen voor een studietoeslag. Het college kan in plaats daarvan -
                        en in aanvulling op artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet - in
                        beleidsregels aangeven wie, wanneer en op grond van welke nadere voorwaarden
                        recht heeft op een individuele studietoeslag. </al><al><cursief>Voorwaarden individuele studietoeslag </cursief></al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                        arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van
                        de Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele
                        studietoeslag. Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt
                        overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk
                        verzoek – gelet op de individuele omstandigheden van een persoon – een
                        individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op
                        de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten;</al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot
                                het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden
                                tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                        WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                        studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding,
                        leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de
                        Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een
                        individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op
                        een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht
                        heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als
                        aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een
                        beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde
                        opleiding te overleggen. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van
                        toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                        tweede lid, van de Participatiewet). Dit betekent onder meer dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de individuele studietoeslag alleen op aanvraag kan worden
                                verstrekt; de aanvraag moet worden ingediend bij het college;</al></li><li nr="-"><al>een individuele studietoeslag niet als lening kan worden verstrekt
                                als een persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen;</al></li><li nr="-"><al>de individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt in de vorm
                                van een voorschot.</al></li></lijst><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Verzoek</titel></kop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door
                        personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                        Participatiewet. Dit betreft personen die het college ondersteunt bij
                        arbeidsinschakeling.</al><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek (dan wel
                        aanvraag; wordt in artikel 36b heel verwarrend beide gebruikt), een
                        individuele studietoeslag verlenen. Een persoon dient op datum van de
                        aanvraag aan de voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste
                        lid, van de Participatiewet. </al><al>Onder aanvraag wordt volgens de Awb verstaan: een verzoek van een persoon,
                        een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag
                        dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                        ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet
                        worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Het gaat
                        dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt
                        ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de
                        aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die
                        wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft
                        ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig
                        zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2,
                        tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden
                        aangemerkt als een verzoek om individuele studietoeslag zoals bedoeld in
                        artikel 36b van de Participatiewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Advies</titel></kop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                        college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
                        omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval
                        indien een persoon voldoet aan de gestelde voorwaarden zoals neergelegd in
                        artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet. </al><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium, de zogenaamde
                        verdiencapaciteit, wint het college advies in bij het Uitvoeringsinstituut
                        Werknemersverzekeringen. Het gaat om advies over het oordeel of een persoon
                        wel of niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                        doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al><al>Let op: bij Nota van wijziging Verzamelwet SZW 2015, p. 37, is artikel 36b,
                        eerste lid, onderdeel d gewijzigd. Het zinsdeel “met voltijdse arbeid” is
                        komen te vervallen. De reden hiervoor is dat door de oorspronkelijke
                        redactie mensen met een urenbeperking niet in aanmerking zouden komen voor
                        een individuele studietoeslag. Dit was wel de bedoeling van het amendement
                        van de leden Van Weyenberg en Schouten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Periode</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal per zes maanden in aanmerking komen voor een
                        individuele studietoeslag. </al><al>Doorgaans kan een persoon halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor de
                        beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een individuele
                        studietoeslag wordt de situatie op de datum van de aanvraag beoordeeld
                        (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Om deze reden is geregeld
                        dat een persoon slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in
                        aanmerking kan komen voor een individuele studietoeslag (artikel 3). Hierbij
                        wordt aangesloten bij de halfjaarlijkse inschrijf- en startmomenten die in
                        de meeste gevallen gelden voor opleidingen (augustus en februari).</al><al>Studeert een persoon na die zes maanden nog steeds en voldoet hij aan de
                        voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, dan kan hij
                        opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al><al>Naar ons oordeel volgt uit de vormgeving van artikel 36b, eerste lid van de
                        Participatiewet dat een persoon enkel op de datum van de aanvraag moet
                        voldoen aan de daarin gestelde voorwaarden. Als een persoon op enig moment
                        na de aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het
                        recht op een individuele studietoeslag. Om deze reden is gekozen voor een
                        relatief korte periode om te voorkomen dat een persoon al maanden niet meer
                        studeert maar nog wel recht heeft op de toegekende studietoeslag. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte</titel></kop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                        studietoeslag geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die
                        voldoet aan de voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag bedraagt
                        20 procent van het individueel geldende wettelijk minimumloon. Met de term
                        “individueel” wordt bedoeld dat de hoogte van het minimumloon afhankelijk is
                        van de leeftijd van de persoon. Voor personen van 18 tot 23 jaar gelden
                        namelijk de (lagere) bedragen van het minimum jeugdloon..</al><al>Als er sprake is van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de
                        voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk
                        in aanmerking voor een individuele studietoeslag. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>De individuele studietoeslag wordt eenmalig in één bedrag uitbetaald. Dit is
                        het bedrag zoals neergelegd in artikel 4. Na zes maanden kan een persoon
                        opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Dit volgt
                        uit artikel 3.</al><al>Er is gekozen voor een eenmalige betaling van de studietoeslag om fiscale
                        redenen. Volgens de Rekenregels en handleiding loonheffing over
                        bijstandsuitkering 2014 is periodieke bijzondere bijstand die niet
                        bestedings-gebonden is maar inkomensaanvullend namelijk een belaste
                        verstrekking. Eenmalige bijzondere bijstand is een onbelaste
                        verstrekking.</al><al>Maandelijks uitbetalen van de studietoeslag zou om die reden gevolgen kunnen
                        hebben voor de inkomensafhankelijke toeslagen van een belanghebbende. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Onvoorzien en nadere regels</titel></kop><al>Dit artikel is bedoeld als een vangnetartikel. Waar de verordening
                        onvoldoende aansluit bij een bijzondere situatie uit de praktijk, kan het
                        college een besluit nemen om daarin te voorzien. Dit kan in een individueel
                        geval zijn waarin de verordening niet voorziet. Dit kan ook door het college
                        nadere regels over de uitvoering van deze verordening te laten
                        vaststellen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>