<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR367900_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Individuele Inkomenstoeslag 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Weekblad, 06-02-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Individuele Inkomenstoeslag 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Participatiewet/article=8%2C%2036">Participatiewet, art. 8, 36 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-06-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Individuele Inkomenstoeslag 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Alphen-Chaam:</al><al>- gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>- gelet op de artikelen 8 lid 1 sub b en 36 van de Participatiewet;</al><al>- gelet op artikel 149 van de Gemeentewet</al><al>Besluit vast te stellen de</al><al/><al><vet>Verordening Individuele Inkomenstoeslag 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. Wet: Participatiewet;</al><al>b. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Alphen-Chaam;</al><al>c. Raad: de gemeenteraad van de gemeente Alphen-Chaam;</al><al>c. Peildatum: datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag
                            aanvraagt;</al><al>d. Referteperiode: periode van drie jaar (36 maanden) voorafgaand aan de
                            peildatum;</al><al>e. Individuele inkomenstoeslag: toeslag zoals bedoeld in artikel 36 van
                            de wet;</al><al>f. Vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet;</al><al>g. WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al><al>h. WSF 2000: Wet Studiefinanciering;</al><al>i. Voor de individuele inkomenstoeslag gaan we uit van de volgende
                            normen:</al><al>norm gehuwden: de norm zoals genoemd in artikel 21 sub b
                            Participatiewet;</al><al>norm alleenstaande ouder: 90% van de norm gehuwden;</al><al>norm alleenstaande: 70% van de norm gehuwden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>1. Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking
                            voor de Individuele inkomenstoeslag de belanghebbende van 21 jaar of
                            ouder doch jonger dan de AOW gerechtigde leeftijd, die gedurende de
                            referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is
                            dan 100% van de voor hem geldende norm, zoals opgenomen in artikel 1 sub
                            i van deze Verordening, gemiddeld per jaar en geen in aanmerking te
                            nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet.</al><al>2. Niet voor de Individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de
                            belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel
                            een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.</al><al>3. Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de
                            Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college
                            vastgesteld formulier.</al><al>4. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele
                            inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de
                            Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                            individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                            alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden</al><al>5. Voor toepassing van het eerste, tweede en vierde lid is de situatie
                            op de peildatum bepalend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de toeslag</titel></kop><al>1. De Individuele inkomenstoeslag bedraagt:</al><al>a. voor gehuwden: 40 % van de norm gehuwden</al><al>b. voor alleenstaande ouders: 40 % van de norm alleenstaande ouder</al><al>c. voor alleenstaanden: 40 % van de norm alleenstaande</al><al>2. De bedragen worden naar boven afgerond op hele tientallen en worden
                            jaarlijks in januari vastgesteld en gelden voor het gehele
                            kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onvoorziene situaties</titel></kop><al>In situaties en omstandigheden waarin deze regeling niet voorziet,
                            beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De "Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Alphen-Chaam" wordt op
                            dat moment ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze Verordening kan aangehaald worden als: Verordening Individuele
                            Inkomenstoeslag 2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>ã€€</ondertekening><ondertekening>ã€€</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december
                            2014.</ondertekening><ondertekening>ã€€</ondertekening><ondertekening>ã€€</ondertekening><ondertekening>ã€€</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening Individuele Inkomenstoeslag.</titel></kop><al/><al>Algemeen.</al><al>Langdurigheidstoeslag wordt individuele inkomenstoeslag</al><al>Per 1 januari 2015 is de wet werk en bijstand (WWB) aangepast en
                            opgenomen in de Participatiewet. Met de wetswijziging is de
                            langdurigheidstoeslag (LDT) omgevormd naar een individuele
                            inkomenstoeslag</al><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag,
                            bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het
                            bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel
                            toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig
                            op een minimuminkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er
                            na verloop van tijd geen perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit
                            arbeid het inkomen te verhogen. Er is dan sprake van
                            bestaansverschraling. Om die reden is bij de invoering van de Wet werk
                            en bijstand in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen.
                            Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook
                            is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van
                            (categoriale) bijzondere bijstand. Per 1 januari 2015 vervangt de
                            individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag. Sindsdien is het
                            verlenen van de toeslag geen gebonden bevoegdheid meer, maar een
                            discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het college een individuele
                            inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de voorwaarden
                            daarvoor.</al><al>Bevoegdheid gemeenten</al><al>Vast te leggen regels in verordening</al><al>De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten.
                            Het is een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde personen die
                            langdurig een laag inkomen hebben en daarbij, gelet op de omstandigheden
                            van die persoon, geen uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel
                            36, eerste lid, van de Participatiewet). Bij verordening moeten regels
                            vastgesteld worden over het verlenen van een individuele inkomenstoeslag
                            als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. Deze regels moeten in
                            ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven
                            aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Daarnaast moet bij
                            verordening de hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepaald
                            worden.</al><al>Beleidsregels</al><al>Het college kan in beleidsregels aangeven wanneer sprake is van 'geen
                            uitzicht op inkomensverbetering'. Gelet op de tekst van artikel 8,
                            tweede lid, van de Participatiewet hoeft dit criterium niet te worden
                            vastgelegd in de verordening. Bij de beoordeling van het criterium 'geen
                            uitzicht op inkomensverbetering' moet het college rekening houden met de
                            omstandigheden van de persoon. In artikel 36, tweede lid, van de
                            Participatiewet is bepaald dat tot die omstandigheden in ieder geval
                            worden gerekend:</al><al>- de krachten en bekwaamheden van de persoon, en</al><al>- de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot
                            inkomensverbetering te komen.</al><al>Het college kan in beleidsregels aangeven welke groepen niet in
                            aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag en in welke gevallen
                            personen (geen) uitzicht hebben op inkomensverbetering. Hierbij kan
                            bijvoorbeeld worden gedacht aan personen aan wie in de referteperiode
                            een maatregel is opgelegd wegens een schending van een
                            arbeidsverplichting of een re-integratieverplichting of aan personen die
                            uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgen.</al><al>Overgangsrecht</al><al>Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de
                            langdurigheidstoeslag. Het is niet nodig om in deze verordening
                            overgangsrecht op te nemen met betrekking tot eerder verstrekte
                            langdurigheidstoeslagen, omdat artikel 78z van de Participatiewet
                            voorziet in algemeen overgangsrecht met betrekking tot de wijzigingen in
                            de Participatiewet als gevolg van de inwerkingtreding van de
                            Invoeringswet Participatiewet en de Wet maatregelen WWB op 1 januari
                            2015. De individuele inkomenstoeslag en voorheen de
                            langdurigheidstoeslag worden immers toegekend tegen een peildatum. Zaken
                            die na de peildatum gebeuren hebben geen betekenis voor het recht op een
                            dergelijke toeslag. Wie op een datum gelegen vóór 1 januari 2015 op
                            basis van de toepasselijke verordening recht had op
                            langdurigheidstoeslag, behoudt dat onverkort, ongeacht of hij voldoet
                            aan de voorwaarden die per 1 januari 2015 zijn gesteld in artikel 36 van
                            de Participatiewet en deze verordening. Toekenning van het recht op
                            individuele inkomenstoeslag tegen een datum gelegen op of ná 1 januari
                            2015 is uitsluitend mogelijk als wordt voldaan aan de in artikel 36 van
                            de Participatiewet en deze verordening opgenomen voorwaarden.</al><al>Wijziging leefvorm</al><al>De leefvorm (alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwd) van een
                            persoon kan wijzigen binnen de referteperiode. Dit is bijvoorbeeld het
                            geval indien gehuwden individuele inkomenstoeslag aanvragen, maar zij
                            over een gedeelte van de referteperiode als alleenstaande moeten worden
                            aangemerkt. Personen moeten dan ook over dat deel van de referteperiode
                            aan de voorwaarden voldoen om voor individuele inkomenstoeslag in
                            aanmerking te komen. Gehuwden moeten immers zowel gezamenlijk als
                            afzonderlijk aan de voorwaarden voldoen.</al><al>Mogelijkheden voor eigen beleid.</al><al>Op grond van de nieuwe wet zijn er diverse mogelijkheden voor het
                            invullen van eigen gemeentelijk beleid.</al><al>Naast de genoemde onderwerpen kan het daarbij ook gaan om de afstemming
                            van het beleid op het gemeentelijke armoede en participatie beleid.
                            Hierna wordt op de verschillende onderwerpen nader ingegaan.</al><al>Doelgroep.</al><al>Als we de individuele inkomenstoeslag zouden koppelen aan de nieuwe
                            kostendelersnorm komen veel werkenden niet in aanmerking. De
                            kostendelersnorm rekent namelijk met een lager uitkeringsbedrag naarmate
                            er meer volwassenen in een huis wonen. Omdat werkende mensen minimaal
                            het wettelijk minimum loon verdienen hebben zij bij inwoning altijd een
                            hoger inkomen dan de kostendelersnorm. Als we de kostendelersnorm zouden
                            hanteren, zouden werkenden dus niet in aanmerking komen voor de
                            inkomenstoeslag. Dit willen we voorkomen. Daarom koppelen we het recht
                            op toeslag aan een percentage van de norm gehuwden tussen 21 jaar en de
                            pensioengerechtigde leeftijd zoals opgenomen in de Participatiewet en
                            hanteren we niet de kostendelersnorm.</al><al>Hoogte van de toeslag.</al><al>Tot 2009 was de hoogte van de langdurigheidstoeslag centraal bepaald.
                            Oorspronkelijk was de hoogte van de toeslag gekoppeld aan het verschil
                            tussen de bijstandsnorm en de volledige AOW. Deze hoogte hanteren wij
                            bij benadering nog. Het waren vaste bedragen, als percentage van de voor
                            de persoon toepasselijke bijstandsnorm. Vanaf 1 januari 2009 bepalen
                            gemeenten zelf de hoogte van de toeslag. Ook met de Participatiewet
                            blijft dat zo.</al><al>Bij vaststellen van het bedrag moet een aantal zaken bedacht worden. Een
                            te laag bedrag doet geen recht aan het karakter van de individuele
                            inkomenstoeslag, namelijk dat deze is bedoeld voor mensen die financieel
                            geen mogelijkheden hebben gehad te reserveren voor onverwachte uitgaven.
                            Een te hoog bedrag kan leiden tot het optreden van de armoedeval.
                            Immers, wordt op enig moment een hoger inkomen bereikt, dan vervalt
                            direct de hele toeslag.</al><al>Met de Participatiewet wordt ook de kostendelersnorm ingevoerd. Hierdoor
                            ontstaan bij het bepalen van de hoogte van uitkeringsbedragen veel
                            verschillende categorieën van bedragen; meer dan in de vroegere
                            situatie. Dat maakt het lastig uit te gaan van de geldende
                            bijstandsnorm; die is er immers in veel varianten. Door te kiezen voor
                            een percentage van de norm gehuwden, hoeft slechts gerekend te worden
                            met één bedrag dat jaarlijks wordt vastgesteld. Bovendien hoeft op deze
                            manier niet jaarlijks apart geïndexeerd te worden. De raad heeft ervoor
                            gekozen om de hoogte van de individuele inkomenstoeslag ten opzichte van
                            de vorige verordening minimaal aan te passen door niet meer uit te gaan
                            van de geldende bijstandsnorm maar van het van toepassing zijnde
                            percentage van de norm gehuwden.</al><al>Langdurig.</al><al>De referteperiode die we voorheen hanteerden was 3 jaar. Op dit moment
                            heeft de raad ervoor gekozen deze referteperiode van 3 jaar ook na 1
                            januari 2015 te handhaven.</al><al>ã€€</al><al>ã€€</al><al>Laag inkomen.</al><al>De wet stelde vanaf 2012 een maximale grens van 110%. Vanaf 2015 heeft
                            de gemeente weer de vrijheid te bepalen of zij de inkomensgrens wil
                            verhogen of verlagen.</al><al>Alphen-Chaam kiest ervoor de grens van 100 % te handhaven, berekend naar
                            een percentage van het wettelijk minimum loon voor respectievelijk
                            gehuwden, alleenstaande ouders en alleenstaanden. Hiermee blijft de
                            doelgroep gelijk, terwijl de druk op het budget niet toe neemt.</al><al>Vorm verstrekking.</al><al>De toekenning gebeurt in beginsel op aanvraag. Het onderzoek om vast te
                            stellen of klanten met een</al><al>bijstandsuitkering of andere inkomensondersteunende regeling van de
                            gemeente Alphen-Chaam in aanmerking komen</al><al>voor individuele inkomenstoeslag, zal zoveel mogelijk uitgevoerd worden
                            met gebruikmaking van gegevens uit de administratie door middel van
                            geautomatiseerde gegevensselectie. We voldoen daarmee aan belangrijke
                            pijlers van gemeentelijk en landelijk beleid: tegengaan van niet-gebruik
                            (armoedemaatregel), beperken van administratieve last en verhogen van
                            dienstverlening aan klanten, individuele toetsing en het beperken van
                            gegevensuitvraag en efficiencymaatregelen in relatie tot
                            uitvoeringskosten. Ook voldoen we hiermee aan de Wet eenmalige
                            gegevensuitvraag.</al><al>De overige inwoners van de gemeente die nog niet in onze administratie
                            zitten kunnen de individuele inkomenstoeslag aanvragen en moeten de
                            noodzakelijke gegevens aanleveren.</al><al>Artikelsgewijze toelichting.</al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen.</al><al>Dit artikel bevat de definitiebepalingen.</al><al>Peildatum</al><al>De peildatum is de datum waartegen een persoon individuele
                            inkomenstoeslag aanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om
                            de datum waarop een persoon langdurig een laag inkomen heeft, geen in
                            aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet en, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen
                            uitzicht op inkomensverbetering heeft. De peildatum komt meestal overeen
                            met de meldingsdatum. De peildatum kan in beginsel niet liggen vóór de
                            dag waarop een persoon zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag
                            aan te vragen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Dit volgt
                            uit artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet en de jurisprudentie
                            rondom artikel 44 van de Participatiewet.</al><al>Normbedragen</al><al>De normbedragen verdienen een toelichting. Per 1 januari 2015 is de
                            kostendelersnorm ingevoerd. Hierdoor wordt de uitkering lager al naar
                            gelang er meer volwassenen in dezelfde woning wonen. Als we de
                            individuele inkomenstoeslag koppelen aan de kostendelersnorm komen veel
                            werkenden niet in aanmerking, omdat zij minimaal het wettelijk minimum
                            loon verdienen en bij inwoning dus een hoger inkomen hebben dan de
                            kostendelersnorm. Dit willen we voorkomen. Daarom koppelen we het recht
                            op toeslag aan een percentage van het de norm voor gehuwden. We noemen
                            dit dus bewust niet de bijstandsnorm of het sociaal minimum. We laten de
                            hoogte van de tegemoetkoming aan dezelfde normen gekoppeld als aan de
                            langdurigheidstoeslag tot 2015.</al><al>Artikel 2. Voorwaarden.</al><al>In dit artikel worden de omschrijvingen van de begrippen langdurig en
                            laag inkomen uitgewerkt. Het laag inkomen wordt uitgedrukt in maximaal
                            100 % van de voor persoon toepassing zijnde norm, gedefinieerd in deze
                            verordening als:</al><al>norm gehuwden: de norm zoals genoemd in de Participatiewet voor gehuwden
                            tussen 21 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd.</al><al>norm alleenstaande ouder: 90% norm gehuwden</al><al>norm alleenstaande: 70% norm gehuwden</al><al>Onder norm verstaan we steeds de netto norm inclusief
                            vakantietoeslag).</al><al>Wettelijk is geregeld dat de individuele inkomenstoeslag bestemd is voor
                            mensen tussen 21 jaar en de AOW gerechtigde leeftijd.</al><al>Langdurig wordt aangeduid met 3 jaar (36 maanden). Gedurende deze
                            periode moet een laag inkomen zijn geweest, niet hoger dan het in
                            aanmerking te nemen percentage van de norm.</al><al>De gemeente verstrekt een eenvoudig aanvraagformulier om de aanvraag in
                            te dienen.</al><al>Artikel 3. Hoogte van de toeslag.</al><al>In dit artikel wordt de hoogte van de toeslag geregeld. In dit model
                            wordt uitgegaan van 40 % van het toepasselijke percentage van het
                            wettelijk minimumloon, verschillend naar de categorieën: gehuwden
                            (100%), alleenstaande ouder (90% norm gehuwden) of alleenstaand (70%
                            norm gehuwden). Afronding vindt plaats op hele tientallen naar boven.
                            Door te kiezen voor een percentage van de norm gehuwden, hoeft slechts
                            gerekend te worden met één bedrag dat jaarlijks in januari wordt
                            vastgesteld. Bovendien hoeft op deze manier niet jaarlijks apart
                            geïndexeerd te worden.</al><al>De norm van januari is de maatstaf en daar wordt de berekening van de
                            toeslag op aangepast. De wijziging in juli wordt niet meegenomen, zoals
                            gebruikelijk was bij de Langdurigheidstoeslag.</al><al>Er zijn geen bedragen opgenomen in deze verordening om te voorkomen dat
                            deze onderhoudsgevoelig wordt door de wijzigingen in de
                            normbedragen.</al><al>Artikel 5. Inwerkingtreding.</al><al>De Participatiewet wordt per 2015 van kracht en op 1 januari 2015 treedt
                            deze verordening in werking.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>