<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR36784_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Leningen Stedelijke Vernieuwing Coevorden 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Coevorden HuisAanHuis, 15-06-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Leningen stedelijke vernieuwing Coevorden 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-06-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-06-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2006-06-15</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-07-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006/346</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening en milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Let op: overgangsbepalingen artikel 15</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Leningen Stedelijke Vernieuwing Coevorden 2006
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al> No. 2006/346</al>
          <al> De raad van de gemeente Coevorden;</al>
          <al> gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. </al>
          <al> 1 juni 2006, nummer 346;</al>
          <al> gelet op het bepaalde in artikel 147 en 149 van de Gemeentewet;</al>
          <al>
            <vet> b e s l u i t :</vet>
          </al>
          <al> vast te stellen:</al>
          <al>Verordening “Leningen Stedelijke Vernieuwing Coevorden 2006”</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de wet: de Wet stedelijke vernieuwing;</al></li>
              <li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li>
              <li nr="c."><al>SVn: de stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse
                                gemeenten te Hoevelaken;</al></li>
              <li nr="d."><al>revolverend fonds: het geheel van de fondsdelen waaruit de gemeente,
                                op grond van haar deelnemingsovereenkomst met het SVn, leningen kan
                                toekennen;</al></li>
              <li nr="e."><al>meerjaren ontwikkelingsprogramma (MOP): het door de raad
                                vastgestelde beleidsstuk</al><al> voor de stedelijke vernieuwing in de gemeente Coevorden;</al></li>
              <li nr="f."><al>stedelijk vernieuwingsplan: een plan voor stedelijke vernieuwing dat
                                voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 3, tweede lid en dat
                                betrekking heeft op een gebied of een deel van een gebied dat
                                genoemd is in artikel 2;</al></li>
              <li nr="g."><al>boekjaar: het kalenderjaar waarvoor het budgetplafond is
                                vastgesteld;</al></li>
              <li nr="h."><al>budgetplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten
                                hoogste beschikbaar</al><al> is voor de toekenning van leningen ten laste een bepaalde post van
                                de gemeentelijke </al><al> begroting;</al></li>
              <li nr="i."><al>eigenaar: natuurlijke -of rechtspersoon die het recht van eigendom
                                of een ander zakelijk recht op de onroerende zaak heeft;</al></li>
              <li nr="j."><al>rietdakenlijst: een door het college vastgestelde lijst van voor een
                                stimuleringslening in aanmerking komende objecten;</al></li>
              <li nr="k."><al>rietdakherstel: werkzaamheden noodzakelijk om het rietendak van een
                                object op de rietendakenlijst in goede staat te houden c.q. als
                                zodanig in stand te houden om toekomstig groot onderhoud en
                                restauraties te voorkomen of te verminderen, dan wel werkzaamheden
                                die het normale onderhoud te boven gaan en die voor herstel van het
                                rietendak noodzakelijk zijn;</al></li>
              <li nr="l."><al>stimuleringslening: een laagrentende lening vanuit de
                                gemeenterekening bij de SVn voor doeleinden zoals omschreven in deze
                                verordening;</al></li>
              <li nr="m."><al>ontwikkelingslening: lening ter dekking van tekorten bij de
                                uitvoering van een stedelijk vernieuwingsplan;</al></li>
              <li nr="n."><al>goedgekeurde kosten: de kosten waarvoor door het college een lening
                                wordt toegekend.</al></li>
              <li nr="o."><al>dorpsschoongebied: gebied zoals aangegeven in bijlagen behorende bij
                                rietdakenlijst.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>DE WERKINGSSFEER VAN DE VERORDENING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Toepassingsbereik</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een ontwikkelingslening toekennen voor maatregelen in
                            een van de gebieden en/of thema’s uit het Meerjaren
                            Ontwikkelingsprogramma van Coevorden (MOP).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan een stimuleringslening toekennen voor herstellen van
                            rietendaken die op de rietdakenlijst voorkomen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Voor alle financieringen als bedoeld in het eerste lid en tweede lid
                            geldt dat deze slechts worden verstrekt indien het project, waarvoor een
                            lening wordt aangevraagd naar het oordeel van het college past binnen de
                            kaders van het gemeentelijk beleid inzake stedelijke vernieuwing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Ontwikkelingslening voor een stedelijk vernieuwingsplan</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan aan een aanvrager een ontwikkelingslening toekennen voor
                            in een stedelijk vernieuwingsplan opgenomen maatregelen gericht op de
                            fysieke leefomgeving, met uitzondering van maatregelen betreffende
                            bodemsanering.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het stedelijke vernieuwingsplan dient aan de volgende voorwaarden te
                            voldoen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het stedelijk vernieuwingsplan bevat een beschrijving van de
                                    door middel van stedelijke vernieuwing op te lossen
                                    problemen;</al></li>
                <li nr="b."><al>het stedelijk vernieuwingsplan bevat een samenhangend pakket van
                                    op de fysieke</al><al> leefomgeving gerichte maatregelen met daarbij de motivering van
                                    de keus voor die maatregelen;</al></li>
                <li nr="c."><al>in het stedelijk vernieuwingsplan wordt aangegeven op welke
                                    wijze en in welke</al><al> mate aan de gemeentelijke doelstellingen van stedelijke
                                    vernieuwing wordt bijgedragen;</al></li>
                <li nr="d."><al>in het stedelijk vernieuwingsplan wordt aangegeven op welke
                                    wijze en met welk resultaat overleg met betrokken partijen heeft
                                    plaatsgevonden;</al></li>
                <li nr="e."><al>in het stedelijk vernieuwingsplan wordt aangeven binnen welke
                                    termijn het plan in</al><al> zijn totaliteit en binnen welke termijnen de onderscheiden
                                    onderdelen of deelprojecten zullen worden uitgevoerd;</al></li>
                <li nr="f."><al>het stedelijk vernieuwingsplan bevat een financiële paragraaf,
                                    waarin in elk geval een begroting is opgenomen van inkomsten en
                                    uitgaven, onderverdeeld naar investeerders en naar soort van
                                    activiteiten in het gebied waarop het plan betrekking
                                    heeft.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Stimuleringslening voor het herstel van rietendaken</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan een stimuleringslening toekennen voor rietdakwerkzaamheden
                        voor bestaande met rietafgedekte boerderijen, schuren en andere objecten die
                        voorkomen op de rietdakenlijst. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Rietdakenlijst</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college stelt een lijst vast met objecten die in aanmerking voor een
                            stimuleringslening</al>
              <al> kunnen komen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor plaatsing op de rietdakenlijst komen in aanmerking objecten die uit
                            een oogpunt van dorps- of landschapsschoon als beeldbepalend worden
                            gekwalificeerd en waarvan het oorspronkelijke karakter aan nagenoeg alle
                            architectonische kwaliteitseisen, hoofdvorm, gevelindeling,
                            materiaalkeuze en kleurstelling voldoet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In onderscheiden dorpsschoongebieden kunnen beeldondersteunende panden
                            op de rietdakenlijst worden geplaatst</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Plafonds</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan jaarlijks een plafond vaststellen voor de voorlopige
                                toekenning van de leningen krachtens deze verordening.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan het vast te stellen leningplafond onderverdelen in
                                meerdere plafonds.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan met het oog op de realisering van een stedelijk
                                vernieuwingsplan een plafond als bedoeld in het eerste of tweede lid
                                wijzigen of voor een andere activiteit van stedelijke vernieuwing
                                bestemmen.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college kan besluiten het algehele plafond of de deelplafonds te
                                wijzigen als</al><al> de minister en/of gedeputeerde staten voor enig jaar het budget
                                voor stedelijke vernieuwing voor Coevorden wijzigt/wijzigen.</al></li>
              <li nr="5."><al>Een aanvraag voor een lening wordt afgewezen als het beschikbare
                                leningsplafond voor de desbetreffende categorie, van het lopende
                                jaar is bereikt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>LENINGAANVRAAG</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Vereisten aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Leningsvoorwaarden</al>
              <al> De lening wordt toegekend onder de voorwaarden:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>dat er op datum van toekenning nog niet begonnen is met de
                                    uitvoering van werkzaamheden, tenzij het college van deze
                                    voorwaarde vooraf een ontheffing heeft verleend.</al></li>
                <li nr="b."><al>dat de uitvoering van het werk gebeurt door een vakbedrijf.</al></li>
                <li nr="c."><al>dat de uitvoering van de werkzaamheden binnen 12 maanden na de
                                    verzending van de</al><al> beschikking, zoals bedoeld in artikel 8 van de verordening,
                                    dienen te worden uitgevoerd. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Ontwikkelingslening</al>
              <al> De aanvraag voor een ontwikkelingslening gaat vergezeld van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het stedelijke vernieuwingplan waarvoor een ontwikkelingslening
                                    wordt aangevraagd;</al></li>
                <li nr="b."><al>een opgave van het geschatte tekort bij de uitvoering van dat
                                    stedelijk vernieuwingsplan, waarvoor een lening wordt
                                    aangevraagd.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Stimuleringslening rietendaken</al>
              <al> De aanvraag voor het herstel van een rietdak gaat vergezeld van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een gespecificeerde begroting van de kosten;</al></li>
                <li nr="b."><al>bewijs van eigendom;</al></li>
                <li nr="c."><al>een foto waarop aangegeven waar de werkzaamheden
                                    plaatsvinden.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Beschikking op de aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college beslist binnen acht weken op de leningaanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan de in het vorige lid genoemde termijn met redenen
                            omkleed, eenmalig met 8 weken verlengen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan voorschriften en voorwaarden aan toekenningsbeschikking
                            verbinden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Maximum en minimum leningsbedrag voor stimuleringslening</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De maximale stimuleringslening bedraagt 50% van de door het college
                                goedgekeurde kosten tot een maximum van € 10.000,00.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een stimuleringslening wordt slechts eenmaal per twee kalenderjaren
                                voor hetzelfde object toegekend.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een stimuleringslening wordt alleen toegekend voor plannen waarvan
                                de door het college</al><al> goedgekeurde kosten € 2250,- of meer zijn per object.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>VASTSTELLEN DEFINITIEVE LENING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Gereedmelding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De aanvrager meldt het project gereed bij het college binnen 12 maanden
                            na ontvangst van de beschikking zoals bedoeld in artikel 8.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan op aanvraag de in het eerste lid genoemde termijn
                            maximaal 1 jaar verlengen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij de gereedmelding dient te worden ingediend:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een specificatie van de werkelijke gemaakte kosten;</al></li>
                <li nr="b."><al>alle betalingsbewijzen of een accountantsverklaring;</al></li>
                <li nr="c."><al>foto’s van de uitgevoerde werkzaamheden;</al></li>
                <li nr="d."><al>declaratieformulier.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan voor stedelijke vernieuwingsplannen een procedure van
                            gereedemelding vaststellen die afwijkt van het eerste lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Vaststelling van de lening</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Na uitvoering en gereedmelding van het plan stelt het college het
                                leningsbedrag vast.</al></li>
              <li nr="2."><al>De lening wordt vastgesteld na goedkeuring van uitgevoerde
                                werkzaamheden en na een positief advies van het Bemiddelend Orgaan
                                van de SVn te Hoevelaken.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan de lening lager vaststellen dan het bedrag uit de
                                voorlopige beschikking indien de aanvrager het bij of krachtens deze
                                verordening gestelde niet en/of niet geheel heeft nageleefd.</al></li>
              <li nr="4."><al>De definitieve lening bedraagt niet meer dat het voorlopige
                                toegekende leningsbedrag.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>INTREKKING BESCHIKKING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Intrekking beschikking</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan een beschikking zoals bedoeld in artikel 8 en 11
                                geheel of gedeeltelijk intrekken als:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>niet is voldaan aan de bij de of krachtens deze verordening
                                        gestelde voorwaarden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de lening is toegekend of vastgesteld op grond van onjuiste
                                        gegevens.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college trekt de beschikking in ieder geval in indien de
                                aanvrager meldt dat de uitvoering van de werkzaamheden niet
                                plaatsvinden.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Afwijkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Zonder ontheffing van het college mag niet afgeweken worden van het plan
                            of werkzaamheden waarvoor de beschikking zoals bedoeld in artikel 8 is
                            verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De ontheffing zoals bedoeld in lid 1 wordt uitsluitend verleend indien
                            duidelijk wordt</al>
              <al> aangetoond dat de afwijking gerechtvaardigd is, en wordt alleen in
                            bijzondere gevallen verleend.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Nadere regelgeving.</titel>
            </kop>
            <al>1.Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels
                        stellen.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>OVERGANGSBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Overgangsbepalingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Beschikkingen verleend, op aanvragen ingediend voor 1 januari 2006, op
                            grond van de verordening “ Leningen stedelijke vernieuwing Coevorden
                            2002” blijven van kracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Als rietdakenlijst als bedoeld in artikel 5 wordt voor de eerste keer
                            aangemerkt rietdakenlijst behorende bij de provinciale
                            “Subsidieverordening rietendaken” geldende voor de gemeente Coevorden op
                            31 december 2005 welke als gewaarmerkte lijst bij deze verordening is
                            opgenomen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt
                            terug tot</al>
              <al> 1 januari 2006.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Op de in het eerste lid genoemde datum vervalt de verordening “Leningen
                            stedelijke vernieuwing Coevorden 2002”.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als verordening “Leningen stedelijke
                        vernieuwing Coevorden 2006”.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 15 juni 2006.</ondertekening>
        <ondertekening>, voorzitter.</ondertekening>
        <ondertekening>, griffier.</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <tussenkop>TOELICHTING</tussenkop>
        <al/>
        <al/>
        <tussenkop>Begripsbepalingen</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop>
        <al/>
        <al>In dit artikel worden de begrippen uitgelegd die bij de toekenning van een
                    stimuleringslening voor het herstel van een rietdak of voor een
                    ontwikkelingslening voor een stedelijk vernieuwingsplan een rol spelen. </al>
        <tussenkop>De werkingssfeer van de verordening</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 2 Toepassingsbereik</tussenkop>
        <al>Dit artikel geeft aan waar op grond van deze verordening een lening voor wordt
                    toegekend. De ontwikkelingslening komt wel uit het gemeentelijk budget voor
                    stedelijke vernieuwing, maar staat feitelijk los van de overige leningen. Het is
                    een financiering die alleen voor bepaalde gebieden en thema’s geldt om eventuele
                    tekorten van stedelijke vernieuwingsplannen te dekken. De aanvragen zullen
                    worden getoetst aan het gemeentelijk beleid inzake stedelijke vernieuwing. Dit
                    zal in veel gevallen verwoord in het Meerjaren ontwikkelingsprogramma (MOP) en
                    verdere uitwerkingsplannen.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 Ontwikkelingslening voor een stedelijk
                    vernieuwingsplan</tussenkop>
        <al/>
        <al>De ontwikkelingslening is bedoeld om tekorten bij projecten in het kader van een
                    stedelijk vernieuwingsplan in een op grond van artikel 2 aangewezen gebied te
                    dekken.</al>
        <al>De voorwaarden waaraan stedelijke vernieuwingsplannen moeten voldoen, zijn
                    opgesomd in lid 2. Dit artikel beschrijft de algemene voorwaarden om in het
                    kader van een stedelijk vernieuwingsplan voor reservering in aanmerking te
                    komen. Belangrijk in het plan is de integraliteit: er moet sprake zijn van een
                    bundeling van maatregelen en er moet niet alleen aandacht zijn voor de inhoud,
                    maar ook voor het proces. In onderdeel c wordt gevraagd naar de bijdrage van het
                    ontwikkelingsplan aan de doelstellingen van stedelijke vernieuwing. Hiermee
                    wordt ook gevraagd naar de bijdrage van het plan aan de gemeentelijke
                    economische en sociale doelstellingen van stedelijke vernieuwing. In onderdeel d
                    wordt gevraagd hoe en met welk resultaat met betrokken partijen is overlegd.
                    Daarbij kan worden gedacht aan bewoners, bedrijven en sociale en culturele
                    instellingen.</al>
        <tussenkop>Artikel 4 Stimuleringslening voor het herstel van rietendaken</tussenkop>
        <al/>
        <al>In dit artikel is omschreven in welke gevallen een stimuleringslening kan
                    toegekend worden. Objecten kunnen bestaan uit een samengesteld geheel van een
                    hoofdobject met daarbij behorende aparte onderdelen zoals bijvoorbeeld een
                    schaapskooi of een bijschuur. In dit gevallen geldt dat de rietdak
                    herstelwerkzaamheden voor die bijbehorende onderdelen in de stimuleringslening
                    mogen worden meegenomen mits de betreffende onderdelen dienen deze te zijn
                    gericht op handhaving en herstel van een historisch verantwoorde staat van het
                    object. Alleen die kosten komen voor een stimuleringslening in aanmerking die
                    noodzakelijk zijn om het rietdak te herstellen of te conserveren.</al>
        <tussenkop>Artikel 5 Rietdakenlijst</tussenkop>
        <al/>
        <al>De stimuleringslening herstel rieten daken richt zich op het in stand houden van
                    met riet gedekte karakteristieke boerderijen, die uit een oogpunt van dorps- en
                    landschapsschoon van bijzondere waarde zijn. Deze objecten dienen aan primaire
                    en secundaire criteria te voldoen. Deze criteria staan op de rietdakenlijst. </al>
        <al>De boerderijen die aan dergelijke kwaliteitskenmerken voldoen worden op deze
                    lijst geplaatst.</al>
        <al>Plaatsing op de lijst is afhankelijk van de samenhang die een pand heeft
                    (beeldbepalend) met de naaste omgeving (stedebouwkundig-landschappelijke
                    kwaliteit) en de mate waarin het oorspronkelijke karakter in hoofdvorm,
                    gevelindeling, materiaalkeuze en kleurstelling nog aanwezig is (architectonische
                    kwaliteit). In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de samenhang van een
                    pand met onderscheiden dorps- of landschapsschoongebieden. Ook wordt de
                    toegevoegde kwaliteit van het erf, zoals de situering en vormgeving van
                    bijgebouwen, bij de afweging betrokken.</al>
        <al>Voor handhaving van panden op deze lijst in geval van verbouw, dient het
                    oorspronkelijke karakter van het pand (architectorische kwaliteit), hetgeen
                    wordt bepaald door hoofdvorm, gevelindeling, materiaalkeuze en kleurstelling,
                    gehandhaafd blijven. Dat wil zeggen dat een pand van deze lijst zal worden
                    afgevoerd, indien verbouwingen hebben plaatsgevonden die het oorspronkelijke
                    karakter sterk aantasten en slecht (afwijkend) zijn gedetailleerd.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 6 Plafonds</tussenkop>
        <al/>
        <al>Dit artikel bepaalt dat de het college jaarlijks een plafond vaststelt voor een
                    lening uit de verordening. Het geld voor stedelijke vernieuwing bestaat in elk
                    geval uit het ISV-budget dat de gemeente van het Rijk/Provincie ontvangt, en kan
                    zijn aangevuld met andere gemeentelijke middelen conform de notitie “Van
                    weggeven naar uitlenen”.</al>
        <al>Het ISV maakt het mogelijk een integraal budget te hanteren voor het verstrekken
                    van een lening. Met het in het tweede lid bepaald kan het plafond worden
                    opgedeeld in verschillende deelplafonds, verdeeld naar de verschillende
                    categorieën of verschillende projecten. Ook een combinatie naar categorie en
                    naar gebied is op zich denkbaar.</al>
        <al>Het derde lid bepaalt dat flexibiliteit kan worden omgegaan met de plafonds, als
                    er sprake is van een stedelijk vernieuwingsplan. Deze bepaling geven de ruimte
                    om maatwerk te leveren voor een plan en om de sectorale besteding van budgetten
                    los te laten, indien dit voor het realiseren van een stedelijk vernieuwingsplan
                    gewenst is.</al>
        <al>Omdat het gemeentelijk ISV-budget derhalve tussentijds door de minister en/of
                    gedeputeerde staten kan worden aangepast, is in het vierde lid mogelijkheid
                    opgenomen dat het college deelplafonds kaan aanpassen als het gemeentelijk
                    ISV-budget wijzigt </al>
        <tussenkop>Leningaanvraag</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 7 Vereisten aanvraag</tussenkop>
        <al/>
        <tussenkop>Ontwikkelingslening/ Stimuleringslening</tussenkop>
        <al>Aanvragen moeten compleet zijn om in behandeling te worden genomen. Conform de
                    bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht ( artikel 4:5) krijgt de aanvrager
                    de tijd om ontbrekende stukken of informatie alsnog aan te leveren. Als deze
                    termijn wordt overschreden, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 8 Beschikking op de aanvraag</tussenkop>
        <al/>
        <al>Het college neemt het besluit binnen 8 weken. Aan de beschikking kan het college
                    voorschriften en voorwaarden verbinden.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 9 Maximum en minimum leningsbedrag voor een
                    stimuleringslening</tussenkop>
        <al/>
        <al>In deze verordening is uitgegaan van de gemiddelde herstelkosten (goedgekeurde
                    kosten) van een rietdak. De aanvrager mag maximaal € 10.000,00 lenen. De lening
                    is altijd 50% van de totale kosten die in aanmerking komen.</al>
        <al>Er is een ondergrens van € 2.250,00. Als de rietdak herstelkosten die in
                    aanmerking voor de lening komen lager uitvallen dan € 2.250,00 dan verstrekt het
                    college geen lening. Dit betekent dat het minimum lening die toegekend kan
                    worden € 1.125,00 is. </al>
        <tussenkop>Vaststellen definitieve lening en uitbetaling</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 10 Gereedmelding</tussenkop>
        <al/>
        <al>Zodra een project voltooid, vindt de gereedmelding plaats door de aanvrager. De
                    gemeente controleert dus achteraf of aan de voorwaarden bij het toekennen van de
                    lening is voldaan. </al>
        <al>Omdat de gemeente de controle moet kunnen uitoefenen moeten de rekeningen en
                    betalingswijzen worden ingeleverd. Ook de gemeente kan door het Rijk of door de
                    Provincie worden gevraagd gegevens ter inzage te geven ( artikel 23 WSV). Deze
                    bepaling gaat ervan uit dat alle bewijzen worden gevraagd bij de gereedmelding
                    en door de gemeente worden gearchiveerd.</al>
        <al>Het vierde lid maakt het mogelijk in individuele gevallen als verplichting bij
                    de lening een procedure van gereedmelding van toepassing te verklaren die
                    afwijkt van de bepalingen in het eerste lid. Hiermee kan een gereedmelding
                    worden geregeld die bijvoorbeeld periodiek plaatsvindt in plaats van eenmalig
                    aan het eind van een activiteit. Tevens kan een afwijkende uiterlijke termijn
                    worden gegeven voor de gereedemelding.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 11 Vaststelling van de lening</tussenkop>
        <al/>
        <al>De vaststelling dient om de hoogte van de lening definitief te bepalen op basis
                    van de uitvoering van het project. Lager vaststellen houdt ook de mogelijkheid
                    in om indien de gereedmelding daartoe aanleiding heeft, de bijdrage vast te
                    stellen op nul.</al>
        <al>Aan de hand van de zogenaamde BKR-toetsing door de stichting Svn kan beoordeeld
                    worden of en in hoeverre de aanvrager in staat is om aan zijn verplichtingen te
                    voldoen. Deze toetsing is vergelijkbaar met die voor hypotheekaanvragen waarvoor
                    mensen Nationale Hypotheekgarantie aanvragen.</al>
        <al>De aanvrager moet aan de voorwaarden die in de Nadere/uitvoeringsregels zijn
                    vastgesteld voldoen om in aanmerking voor een lening te komen. </al>
        <al>Ten aanzien van het toe te passen rentepercentage wordt ingegaan van een rente
                    die in ieder geval 5% onder de actuele marktrente ligt, met minimum van
                    1,5%.</al>
        <al>De gemeente is vrij om te bepalen welk rentepercentage zijn hanteert. Indien
                    marktontwikkeling hier aanleiding toegeeft kan de hoogte van de rente
                    dienovereenkomstig worden bijgesteld. Dit gebeurt in overleg met de SVn. De
                    looptijd wordt door het college vastgesteld, maar is maximaal 10 jaar.</al>
        <tussenkop>Intrekking beschikking</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 12 Intrekking beschikking </tussenkop>
        <al>Gehele of gedeeltelijke intrekking van de lening kan gebeuren als zonder
                    ontheffing van het college afgeweken is van de gestelde voorschriften en/of
                    voorwaarden. Het feit dat een lening op grond van onvoldoende of onjuiste
                    gegevens is toegekend kan ook reden zijn om de lening geheel of gedeeltelijk in
                    te trekken. De lening wordt in ieder geval ingetrokken als de activiteit niet
                    doorgaat.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Overige bepalingen </tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 13 Afwijkingen </tussenkop>
        <al/>
        <al>Voor afwijkingen op plannen is een ontheffing nodig van het college. </al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 14 Nadere regelgeving</tussenkop>
        <al/>
        <al>Voor de uitvoering van deze verordening kan het college nadere regels
                    vaststellen die betrekking hebben op een procedure, de aanvraag om lening,
                    uitvoering van een project ontwikkelings/stimuleringslening van de verordening
                    “Leningen stedelijke vernieuwing Coevorden 2006”.</al>
        <tussenkop>Overgangsbepalingen</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 15 Overgangsbepalingen</tussenkop>
        <al/>
        <al>Het lid 1 voorziet erin dat beschikkingen verleend op aanvraagen ingediend voor
                    1 januari 2006 op grond van de verordening “Leningen stedelijke vernieuwing
                    Coevorden 2002”blijven van kracht.</al>
        <al>In de provincie Drenthe bestond al enige tientallen jaren een subsidieregeling
                    met betrekking tot rietendaken ( Provinciale rietdakenlijst). De laatste
                    herinventarisatie van deze lijst heeft in jaren 1990-1993 plaatsgevonden.
                    Daartoe is destijds per gemeente een ambtelijke werkgroep geformeerd, waarin
                    naast de gemeente ook de provincie en de Stichting Drentse Welstandtoezicht
                    vertegenwoordig waren. Vervolgens is na intensief overleg een herinventarisatie
                    van rieten daken per gemeente gemaakt, met voorstellen tot:</al>
        <al>plaatsing op de lijst, handhaving op de lijst en afvoeren van de lijst.</al>
        <al> Dit proces verkeerde per (voormalige) gemeente in een verschillende fase.</al>
        <al>Als rietdakenlijst wordt voor de eerste keer aangemerkte de door GS van Drenthe
                    bij besluit d.d. 21-12-1990 (Dalen), d.d. 20 –07-1992 (Sleen), d.d. 10-11-1993
                    (Zweeloo), d.d. 12-09-1996 ( Coevorden), d.d. 01-03-1993 (Oosterhesselen)
                    vastgestelde lijst(en) welke als gewaarmerkte lijst bij deze verordening is
                    opgenomen.</al>
        <tussenkop>Artikel 16 Inwerkingtreding</tussenkop>
        <al/>
        <al>Een normale inwerkingtreding</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 18 Citeertitel</tussenkop>
        <al/>
        <al>Normale citeertitel</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>