<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR367699_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Allonge bij het Geldes Sociaal Plan definitieve versie 7 februari 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Omgevingsdienst regio Arnhem</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-04-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Duiven</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Renkum</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rheden</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rozendaal</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westervoort</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad provincie Gelderland 2013/274</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Allonge GSP</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Allonge bij het Geldes Sociaal Plan definitieve versie 7 februari 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Voorwoord</titel></kop><structuurtekst><al>Een hoeksteen onder het Gelders Sociaal Plan (GSP) is het eerste
                            uitgangspunt van de preambule:</al><al/><al><cursief>’</cursief><cursief>Dat wat voor RUD’s op P&amp;O gebied
                                gemeenschappelijk geregeld kan worden, willen we ook
                                gemeenschappelijk regelen. Gemeenschappelijk onderwerpen zijn onder
                                meer: dezelfde arbeidsvoorwaarden, één interne arbeidsmarkt, één
                                functieboek, één systeem van bepaling van het functieniveau, één
                                beoordelingssysteem.</cursief>’</al><al/><al>In hoofdstuk 7 van het GSP is voor twee onderwerpen afgesproken dat deze
                            moeten zijn uitgewerkt voordat het GSP daadwerkelijk in werking treedt,
                            en voor twee andere onderwerpen dat ze voor de startdatum van de RUD’s
                            geregeld moeten zijn. Het gaat om de volgende onderwerpen:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>Loopbaanbeleid (GSP art. 7.4.)</al></li><li nr="•"><al>Opleidingsbeleid (GSP art. 7.4.)</al></li><li nr="•"><al>Bezoldigingsbeleid (GSP art. 7.5.1.)</al></li><li nr="•"><al>Beoordelingsbeleid (GSP art. 7.5.2.)</al><al/></li></lijst><al>In deze allonge zijn deze onderwerpen beschreven en daarmee is voldaan
                            aan de voorwaarden van het GSP.</al><al/><al>Daarnaast zijn door partijen nog enkele aanvullende afspraken en
                            verduidelijkingen overeen gekomen. Deze zijn ook opgenomen in deze
                            allonge, óf apart, óf als onderdeel van het bezoldigingsbeleid.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>1.Status</label></kop><structuurtekst><al>Deze allonge is overeengekomen tussen Gezamenlijke werkgevers en
                            Vakbonden en maakt daarmee rechtsgeldig onderdeel uit van het GSP.</al><al>De artikelen in GSP hoofdstuk 1 (onder meer Begrippen, looptijd,
                            toepassing, begeleidingscommissie en hardheidsclausule) zijn onverkort
                            van toepassing op de bepalingen in deze allonge.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>1.1.Citeertitel</label></kop><structuurtekst><al>Deze allonge kan aangehaald worden als ‘Allonge GSP’. Deze titel
                                dient bij verwijzing naar bepalingen in deze allonge gehanteerd te
                                worden ter onderscheiding van GSP artikelen.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2.Bezoldigingsbeleid</label></kop><structuurtekst><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Toelichting</vet></al><al>De CAR UWO regelt in hoofdstuk 3 de salaris- en
                                                vergoedingsregelingen. Het GSP regelt in aanvulling
                                                daarop in hoofdstuk 5.3. het salarissysteem, in 5.4.
                                                de EHBO/BHV vergoeding, in 5.5. de
                                                overwerkvergoeding, in 5.6. de toelage onregelmatige
                                                dienst, in 5.7. de consignatievergoeding en in 5.8.
                                                de ambtsjubileumgratificatie.</al><al>Hiermee is het grootste deel van het
                                                bezoldigingsbeleid voor de RUD’s al vastgelegd.
                                                Aanvullend daarop dienen de volgende onderwerpen
                                                geregeld worden:</al><al>- Inschaling</al><al>- Toekenning periodieken</al><al>- Toekenning functionele schaal</al><al>- Toekenning uitloopperiodieken</al><al>- Toelage voor coördinatie taken.</al><al>Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk uitgewerkt. </al><al/><al>Daarnaast is een verduidelijking opgenomen over de
                                                harmonisatietoelage en over garanties bij
                                                functiewaardering.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><label>2.1.Begrippen</label></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Functionele schaal</vet></al></entry><entry><al>De salarisschaal die overeenkomt met het niveau
                                                  van een bepaalde functie.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Aanloopschaal</vet></al></entry><entry><al>De salarisschaal die één niveau lager is dan de
                                                  functionele schaal.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Module coördinatietaken</vet></al></entry><entry><al>Een formeel vastgelegde aanvulling op de
                                                  takenpakket van een medewerker in de vorm van een
                                                  beschrijving van coördinatietaken. Deze
                                                  coördinatietaken kunnen tijdelijk aan een
                                                  medewerker worden opgedragen en maken geen vast
                                                  onderdeel uit van de functie. </al></entry></row><row><entry><al><vet>Toelage voor coördinatietaken</vet></al></entry><entry><al>Een toelage voor de medewerker op wie
                                                  coördinatietaken zijn opgedragen in de vorm van
                                                  een Module coördinatietaken. </al><al>De toelage is een vaste bruto toelage, die deel
                                                  uitmaakt van de bezoldiging en die basis is voor
                                                  vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering,
                                                  levensloopbijdrage en pensioen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.2 Inschaling</label></kop><artikel><kop><label>2.2.1 Bepalen van functieniveau en salarisschaal</label></kop><al>De CAR UWO kent 20 salarisschalen. Het nummer van iedere schaal komt
                                overeen met het niveau van de functie, waarin de medewerker is
                                ingedeeld. Voor de indeling in functieniveaus bij de start van de
                                RUD’s, zie GSP 2.3.1. </al></artikel><artikel><kop><label>2.2.2 Functiewaardering</label></kop><al>Na de startdatum van de RUD’s zullen de functies in de RUD
                                gewaardeerd worden met behulp van een nader te bepalen systeem van
                                functiewaardering.</al><al/><al>Indien de uitkomst van functiewaardering leidt tot een verhoging van
                                het functieniveau van een medewerker, gaat deze verhoging met
                                terugwerkende kracht in vanaf de startdatum van de RUD’s.</al><al/><al>Indien de uitkomst van functiewaardering leidt tot een verlaging van
                                het functieniveau van een medewerker, worden eventuele
                                beloningsverschillen verrekend met de harmonisatietoelage volgens de
                                regels in GSP art. 6.2.2. en 6.2.3., ingaande de eerstvolgende
                                kalendermaand nadat het besluit tot verlaging van het functieniveau
                                is genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>2.2.3 Inschaling</label></kop><al>Een medewerker wordt na overgang naar de RUD geplaatst in een
                                functie met een bepaald niveau zoals geregeld is in GSP hoofdstuk
                                2.</al><al>Indien deze medewerker was ingedeeld in een aanloopschaal, gelden de
                                regels zoals genoemd in GSP 6.2.6. </al><al/><al>Een medewerker die nieuw in een functie wordt benoemd, wordt, op
                                grond van zijn kennis, ervaring en competenties, ingeschaald in zijn
                                functionele schaal of in de aanloopschaal.</al><al>Inschaling vindt dan ten hoogste plaats op het maximum van de
                                functionele schaal. </al><al/><al><cursief>Aanloopschaal</cursief></al><al>In de RUD’s kan gebruik gemaakt worden van aanloopschalen volgens de
                                regels in GSP 5.3.4.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.3 Toekenning periodieken</label></kop><structuurtekst><al>Periodieken worden toegekend totdat het maximum van de salarisschaal
                                die voor de medewerker geldt bereikt is. </al><al/><al>Toekenning van periodieken is afhankelijk van de beoordeling van het
                                algehele functioneren van de medewerker. De beoordeling vindt
                                jaarlijks plaats voor de periodiekdatum (zie GSP 5.3.2.). </al><al/><al>De beoordelingsscore is bepalend voor de toekenning van periodieken
                                volgens tabel 2.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i975843a8-f2ba-46e5-9c89-a08e3f33a97d" naam="i254784i975843a8-f2ba-46e5-9c89-a08e3f33a97d.png" type="foto" breedte="9.6cm" hoogte="3.05cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.4.Toekenning functionele schaal</label></kop><structuurtekst><al>Inpassing in de functionele schaal is geregeld in GSP 5.3.4. Bij
                                bevordering naar de functionele schaal blijft de periodiekdatum
                                onveranderd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.5.Toekenning uitloopperiodieken</label></kop><structuurtekst><al>Een medewerker die het maximum van de voor hem geldende functionele
                                schaal heeft bereikt kan in aanmerking komen voor maximaal drie
                                uitloopperiodieken volgens de regels in GSP 5.3.3. Met de daar
                                genoemde ‘bovengemiddelde beoordeling’ wordt de beoordelingsscore
                                ‘zeer goed’ bedoeld.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.6 Toelage voor coördinatietaken</label></kop><structuurtekst><al>Aan een medewerker kunnen coördinatietaken worden opgedragen. Dit
                                kan worden vastgelegd in de vorm van een Module coördinatietaken. De
                                medewerker t/m de functionele schaal 10A krijgt bij toekenning van
                                de Module coördinatietaken de toelage voor coördinatietaken. Deze
                                toelage bedraagt 6 % van het schaalmaximum van de functionele schaal
                                die overeenkomt met de huidige functie van de medewerker.</al><al>De medewerker ontvangt de toelage voor coördinatietaken gedurende de
                                periode (afgerond op hele maanden) waarop de module coördinatietaken
                                op hem van toepassing is. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.7 Harmonisatietoelage</label></kop><structuurtekst><al>In aanvulling op GSP art. 1.1.3. geldt voor de harmonisatietoelage
                                dat deze ook basis is voor de werkgeversbijdrage levensloop.</al><al>De harmonisatietoelage is een vaste toelage, dat wil zeggen dat het
                                een persoonlijke toelage is die niet is gekoppeld aan de looptijd
                                van het GSP maar aan de medewerker. GSP art. 6.2.2. en 6.2.3. zijn
                                volledig van toepassing.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3.Beoordelingsregeling</label></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Toelichting</vet></al><al>In het loopbaanbeleid (hoofdstuk 4 van de Allonge
                                                GSP) is in art. 4.3. geregeld dat het
                                                beoordelingsgesprek één van de formele
                                                gespreksmomenten in het kader van loopbaanbeleid is. </al><al/><al>In het bezoldigingsbeleid (hoofdstuk 2 van de
                                                Allonge GSP) is in art. 2.3. geregeld dat toekenning
                                                van periodieken afhankelijk is van de
                                                beoordeling.</al><al/><al>Deze beoordelingsregeling regelt de spelregels
                                                rondom beoordelen. Het beoordelingsformulier is als
                                                bijlage opgenomen in deze Allonge GSP. </al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><label>3.1 Begrippen</label></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Ambtenaar</vet></al></entry><entry><al>De ambtenaar genoemd in artikel 1:1, eerste lid
                                                  onder a, van de CAR.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Individueel jaarplan</vet></al></entry><entry><al>Schriftelijk document waarin de ambtenaar in
                                                  overleg met de leidinggevende concreet beschrijft
                                                  welke werkzaamheden in een bepaald jaar door de
                                                  ambtenaar zullen worden verricht.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Leidinggevende</vet></al></entry><entry><al>De hiërarchisch leidinggevende van de ambtenaar.
                                                </al></entry></row><row><entry><al><vet>Dagelijks Bestuur</vet></al></entry><entry><al>Het Dagelijks Bestuur van de RUD, de
                                                  werkgever.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.2 Beoordelaar</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De direct leidinggevende is beoordelaar en voert als zodanig
                                        het beoordelingsgesprek met de ambtenaar en stelt de
                                        beoordeling op met gebruikmaking van het daartoe bestemde
                                        formulier, dat als bijlage onderdeel uitmaakt van deze
                                        regeling.</al></li><li nr="2."><al>Een door het Dagelijks Bestuur daartoe aangewezen lid
                                        fungeert voor de directeur als beoordelaar.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.3 Informeren ambtenaar</label></kop><structuurtekst><al>De beoordelaar informeert de ambtenaar uiterlijk 2 weken voor het
                                beoordelingsgesprek over de datum van het beoordelingsgesprek en
                                verstrekt de ambtenaar bij die gelegenheid het in concept ingevuld
                                beoordelingsformulier.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.4 Aanwezigheid P&amp;O-adviseur</label></kop><structuurtekst><al>Indien de ambtenaar of de beoordelaar dit wenst, is een
                                P&amp;O-adviseur aanwezig bij het beoordelingsgesprek. De
                                aanwezigheid van de P&amp;O-adviseur wordt vermeld op het
                                beoordelingsformulier.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.5 Aanleiding beoordeling</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Er vindt jaarlijks een beoordeling plaats.</al></li><li nr="2."><al>Voorafgaand aan een beloningsbesluit als bedoeld in artikel
                                        2.3. van het Bezoldigingsbeleid wordt een beoordeling
                                        opgesteld en na vaststelling dient die beoordeling als basis
                                        voor het te nemen beloningsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>Een beoordeling wordt ook opgesteld en vastgesteld
                                        voorafgaand aan de volgende besluiten:</al><lijst><li nr="a."><al>Een ontslagbesluit als bedoeld in artikel 8:6
                                                CAR;</al></li><li nr="b."><al>Het besluit om een tijdelijke aanstelling bij wijze
                                                van proef als genoemd in artikel 2:4, vierde lid,
                                                van de CAR, al dan niet te verlengen of deze te
                                                laten opvolgen door een aanstelling voor onbepaalde
                                                tijd..</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Een beoordeling wordt ook opgesteld en vastgesteld als de
                                        ambtenaar daar om verzoekt. Hierbij geldt de voorwaarde dat
                                        de laatste beoordeling meer dan 6 maanden tevoren
                                        plaatsvond.</al></li><li nr="5."><al>Een beoordeling kan ook worden opgesteld en vastgesteld in
                                        andere gevallen waarin de beoordelaar dit nodig acht. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.6 Kader beoordeling</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Een beoordeling gebeurt op basis van:</al><lijst><li nr="a."><al>Eisen die gerelateerd zijn aan de afspraken in het
                                                vooraf vastgestelde individuele
                                                werkplan/jaarplan;</al></li><li nr="b."><al>Houding en gedrag die volgens het vooraf
                                                vastgestelde individuele werkplan/jaarplan van de
                                                ambtenaar mogen worden verwacht, gelet op de door de
                                                ambtenaar vervulde functie en vanuit het oogpunt van
                                                goed werknemerschap.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de beoordeling wordt opgesteld voor het nemen van het
                                        jaarlijkse beloningsbesluit, is het beoordelingstijdvak de
                                        periode van een jaar die voorafgaat aan het moment van de
                                        beoordeling.</al></li><li nr="3."><al>Indien de beoordeling om een andere reden dan genoemd in het
                                        tweede lid wordt opgesteld, wordt op het
                                        beoordelingsformulier aangegeven wat het beoordelingstijdvak
                                        is. Het beoordelingstijdvak is niet korter dan 6 maanden en
                                        niet langer dan 24 maanden.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.7 Opstellen beoordeling</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De beoordelaar geeft in het beoordelingsformulier een
                                        oordeel over de volgende aspecten in het functioneren van de
                                        ambtenaar:</al><lijst><li nr="a."><al>De kwaliteit van de geleverde prestaties;</al></li><li nr="b."><al>De kwantiteit van de geleverde prestaties;</al></li><li nr="c."><al>De houding en het gedrag zoals die door de ambtenaar
                                                zijn getoond.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Over elk in het eerste lid genoemde aspect neemt de
                                        beoordelaar in de beoordeling één van de volgende scores
                                        op:</al></li><li nr="•"><al>Zeer goed: De ambtenaar voldeed zeer goed aan de gestelde
                                        eisen;</al></li><li nr="•"><al>Goed: De ambtenaar voldeed goed aan de gestelde eisen;</al></li><li nr="•"><al>Onvoldoende: De ambtenaar voldeed onvoldoende aan de
                                        gestelde eisen.</al></li><li nr="3."><al>Op basis van de drie scores op de aspecten genoemd in het
                                        eerste lid, neemt de beoordelaar in de beoordeling ook voor
                                        het algehele functioneren van de ambtenaar één van de scores
                                        op, genoemd in het tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>De beoordelaar licht het oordeel over het functioneren van
                                        de ambtenaar toe door in het beoordelingsformulier in elk
                                        geval concrete voorbeelden op te nemen die de toegekende
                                        score ondersteunen.</al></li><li nr="5."><al>De ambtenaar heeft aan het einde van het beoordelingsgesprek
                                        de mogelijkheid om op het beoordelingsformulier zijn
                                        zienswijze te geven over de door de beoordelaar opgestelde
                                        beoordeling.</al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.8 Vaststellen beoordeling</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De naast hogere leidinggevende stelt de ten aanzien van de
                                        ambtenaar opgestelde beoordeling vast.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur van de RUD fungeert als naast hogere
                                        leidinggevende voor de directeur en voor de managementlaag
                                        direct onder de directeur.</al></li><li nr="3."><al>Bij het vaststellen van de beoordeling betrekt de naast
                                        hogere leidinggevende de zienswijze van de ambtenaar in zijn
                                        afwegingen.</al></li><li nr="4."><al>Binnen 14 dagen na het opstellen van de beoordeling ontvangt
                                        de ambtenaar een beoordelingsbesluit met als bijlage de
                                        vastgestelde beoordeling.</al></li><li nr="5."><al>Indien de vastgestelde beoordeling inhoudelijk afwijkt van
                                        de door de beoordelaar opgestelde beoordeling, wordt in het
                                        beoordelingsbesluit gemotiveerd aangegeven wat daarvan de
                                        reden is. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.9 Bewaren beoordelingsformulieren</label></kop><structuurtekst><al>De vastgestelde beoordelingen worden bewaard bij het
                                personeelsdossier van de betreffende ambtenaar. Zij worden na 5
                                jaren vernietigd. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.10 Hardheidsclausule</label></kop><structuurtekst><al>In gevallen waarin de toepassing van deze regeling naar het oordeel
                                van de werkgever tot een onbillijke uitkomst voor de ambtenaar
                                leidt, zal de werkgever in het voordeel van de ambtenaar afwijken
                                van deze regeling.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.11 Citeertitel en inwerkingtreding</label></kop><structuurtekst><al>Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling
                                personeelsbeoordeling’ en treedt in werking met ingang van de
                                startdatum van de RUD’s.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4. Loopbaanbeleid in de RUD’s in Gelderland</label></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief><vet>Toelichting</vet></cursief></al><al>De Gelderse RUD’s blijven na oprichting voortdurend
                                                in ontwikkeling. Externe en interne ontwikkelingen
                                                stellen voortdurend nieuwe eisen aan werkprocessen
                                                en dienstverlening, maar ook aan de eigen
                                                medewerkers. </al><al/><al>Willen de RUD’s de uitdagingen kunnen waarmaken met
                                                de medewerkers die in dienst zijn, zowel nu als in
                                                de toekomst, dan is het belangrijk om medewerkers
                                                blijvend te ontwikkelen. Die ontwikkeling is erop
                                                gericht dat organisatiedoelen en –ambities
                                                waargemaakt kunnen worden, dat er daadwerkelijk
                                                sprake is van een flexibele organisatie die om kan
                                                gaan met een veranderende omgeving en dat
                                                medewerkers inzetbaar zijn en blijven. </al><al/><al>Loopbaanbeleid is gericht op de duurzame
                                                inzetbaarheid van medewerkers. <cursief>Het gaat er
                                                  bij loopbaanbeleid om dat medewerkers geschikt en
                                                  gezond zijn en blijven voor werk.</cursief></al><al> Loopbaanbeleid wordt vertaald naar het gesprek
                                                tussen medewerker en leidinggevende over inzetbaar
                                                zijn en blijven en naar ondersteunende P&amp;O
                                                instrumenten.</al><al/><al>Deze notitie over loopbaanbeleid is een aanvulling
                                                op en verdere uitwerking van GSP art. 7.4. In
                                                hoofdstuk 5 wordt specifiek ingegaan op
                                                opleiden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><label>4.1.Begrippen</label></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Loopbaanbeleid</vet></al></entry><entry><al>Regelingen, afspraken, procedures en
                                                  instrumenten die zijn gericht op de bevordering
                                                  van duurzame inzetbaarheid van medewerkers. </al></entry></row><row><entry><al><vet>Duurzame inzetbaarheid</vet></al></entry><entry><al>Geschikt en gezond zijn en blijven voor
                                                  werk.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Mobiliteit</vet></al></entry><entry><al>De overgang van een medewerker naar een andere
                                                  functie, binnen of buiten de RUD waar de
                                                  medewerker werkzaam is.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Interne mobiliteit</vet></al></entry><entry><al>De overgang naar een functie binnen de eigen RUD
                                                  of een andere RUD.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Verticale mobiliteit</vet></al></entry><entry><al>De overgang naar een functie met een hoger of
                                                  lager functieniveau.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Horizontale mobiliteit</vet></al></entry><entry><al>De overgang naar een functie op hetzelfde
                                                  functieniveau.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Externe mobiliteit</vet></al></entry><entry><al>De overgang naar een functie buiten de RUD’s,
                                                  vanwege ontslag, detachering, collegiale
                                                  doorlening, outplacement, of anderszins.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Potentieel geschikt</vet></al></entry><entry><al>De medewerker kan, door opleiding en/of
                                                  ontwikkeling van ervaring binnen één jaar geschikt
                                                  zijn voor een bepaalde functie (voor geschiktheid,
                                                  zie GSP art. 1.1.2.).</al></entry></row><row><entry><al><vet>GSP</vet></al></entry><entry><al>Het Gelders Sociaal Plan versie 2.0 van 31
                                                  oktober 2012.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor de overige begrippen, zie de beschrijving in het GSP en in de
                                CAR UWO.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.2 Verantwoordelijkheden</label></kop><structuurtekst><al>De <cursief>Directeur</cursief> is als werkgever verantwoordelijk
                                voor het bieden van faciliteiten en instrumenten en voor het
                                activeren van medewerkers. De Directeur houdt daarbij rekening met
                                de levensfase van de medewerkers en met een goede balans tussen werk
                                en privé. De Directeur is hierop aanspreekbaar door de OR RUD.</al><al/><al>De <cursief>medewerker</cursief> is als ‘Projectleider van zijn
                                eigen loopbaan’ verantwoordelijk voor eigen keuzes t.a.v. zijn
                                loopbaan, het bewaken van zijn professionaliteit, voor het blijven
                                voldoen aan de functie-eisen en voor actief gebruik maken van
                                faciliteiten / instrumenten. De medewerker is daarop aanspreekbaar. </al><al/><al>De <cursief>leidinggevende</cursief> is verantwoordelijk voor het
                                overleg met de medewerker (zie 4.3.) en voor het faciliteren en
                                activeren van medewerkers.</al><al/><al>De <cursief>afdeling P&amp;O</cursief> is verantwoordelijk voor
                                advisering, begeleidingen opleiding m.b.t. loopbaanbeleid van
                                leidinggevenden en functioneert als vraagbaak voor medewerkers. </al><al>Daarnaast ontwikkelt en verbetert P&amp;O de loopbaan instrumenten
                                en draagt zorg voor adequate managementinformatie op
                                loopbaangebied.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.3 Gesprekken</label></kop><structuurtekst><al>De basis van loopbaanbeleid is het gesprek tussen de leidinggevende
                                en de medewerker. Het regelmatig praten met elkaar is onlosmakelijk
                                verbonden met goed leiding geven en met loopbaan activiteiten.</al><al/><al>Voor loopbaanbeleid zijn ook formele overlegmomenten belangrijk. We
                                onderscheiden in z'n algemeenheid ten minste de volgende formele
                                gesprekken, die al of niet gecombineerd kunnen voorkomen:</al><lijst><li nr="•"><al><cursief>Selectiegesprek</cursief>, het gesprek in het kader
                                        van de werving en selectie van nieuwe medewerkers;</al></li><li nr="•"><al><cursief>Introductiegesprek</cursief>, het gesprek met een
                                        nieuw in dienst tredende medewerker;</al></li><li nr="•"><al><cursief>Voortgangsgesprek</cursief>, het gesprek in de loop
                                        van een jaar waarin de voortgang van de ontwikkeling van de
                                        medewerker wordt besproken;</al></li><li nr="•"><al><cursief>Beoordelingsgesprek</cursief>, het gesprek waarin
                                        de leidinggevende het functioneren van de medewerker
                                        beoordeelt. Voor het beoordelingsgesprek is een aparte
                                        notitie geschreven als onderdeel van het GSP. Zie ook GSP
                                        art. 7.5.2.</al></li><li nr="•"><al><cursief>Loopbaan- of ontwikkelingsgesprek</cursief>, het
                                        gesprek over de loopbaan en opleiding van de medewerker. Dit
                                        gesprek wordt jaarlijks gevoerd tussen medewerker en
                                        leidinggevende en dit gesprek geldt tevens als een gesprek
                                        in het kader van CAR UWO art. 17.1.1. </al></li><li nr="•"><al><cursief>Verzuimgesprek</cursief>, het gesprek met de zieke
                                        medewerker in het kader van zijn ziekmelding en
                                        re-integratie.</al></li><li nr="•"><al><cursief>Functioneringsgesprek</cursief> en
                                            <cursief>correctiegesprek</cursief>, het gesprek met de
                                        onvoldoende functionerende medewerker en het gesprek met de
                                        medewerker die formeel gecorrigeerd moet worden.</al></li></lijst><al/><al>De RUD’s zullen binnen een jaar na de startdatum van de RUD’s een
                                regeling of handleiding opstellen voor HRM-gesprekken (de zogenaamde
                                ‘HR-gesprekscyclus’). In deze gesprekken staat in z'n algemeenheid
                                ontwikkeling van medewerkers centraal. Het loopbaan- en
                                ontwikkelingsgesprek zorgt voor een verdergaande verdieping op dit
                                onderwerp.</al><al/><al>De regeling of handleiding 'HR-cyclus' is te beschouwen als een
                                regeling in het kader van WOR art. 27 lid 1 e, f en/of g. Hiervoor
                                is dus instemming van de OR RUD vereist.</al><al/><al>Partijen vinden het op grond van GSP art. 7.5. belangrijk dat dit
                                gemeenschappelijk geregeld wordt voor alle RUD’s.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.4 Maatwerk</label></kop><structuurtekst><al>Loopbaanbeleid is altijd maatwerk per individuele medeweker. Iedere
                                medewerker is anders en ieders situatie is anders. </al><al/><al>Instrumenten op loopbaangebied zijn geen doel op zich maar dienen de
                                medewerker op maat te ondersteunen bij zijn duurzame
                                inzetbaarheid.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.5 Levensfase, diversiteit en loopbaan</label></kop><structuurtekst><al>De duurzame inzetbaarheid van medewerkers hangt samen met de
                                ontwikkelingen in de organisatie én met de ontwikkeling en dus ook
                                de levensfase van de medewerker zelf. En iedere levensfase
                                impliceert andere wensen, eisen en vragen voor de medewerker én voor
                                de organisatie. </al><al/><al>Bij duurzame inzetbaarheid van medewerkers spelen ook verschillen en
                                overeenkomsten vanuit het oogpunt van diversiteit en persoonlijke
                                omstandigheden een rol.</al><al/><al>De RUD zal in de uitwerking van het loopbaanbeleid expliciet
                                rekening houden met levensfase en diversiteit. Dit zal onder meer
                                een plek krijgen in het voortgangsgesprek en in het loopbaan- of
                                ontwikkelingsgesprek en bij de verzuimaanpak.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.6 Loopbaanbeleid, cao en GSP</label></kop><structuurtekst><al>De Cao Sector gemeenten en het GSP besteden expliciet aandacht aan
                                de loopbaan en aan de ontwikkeling van medewerkers. Onder meer gaat
                                het om:</al><lijst><li nr="•"><al>Werkzekerheid; zie de afspraken over mobiliteit en Van Werk
                                        Naar Werk; zie ook GSP 7.2.2.;</al></li><li nr="•"><al>RUD’s vormen samen één interne arbeidsmarkt, zie GSP
                                        7.3.;</al></li><li nr="•"><al>Vaststelling opleidingsplan en opleidingsbeleid;</al></li><li nr="•"><al>Opstellen Persoonlijk Ontwikkelingsplan. Het Persoonlijk
                                        Ontwikkelingsplan wordt ten minste één keer per drie jaar
                                        opgesteld;</al></li><li nr="•"><al>Recht op loopbaanadvies. De medewerker heeft na elke periode
                                        van vijf jaar recht op loopbaanadvies bij een door de
                                        werkgever aangewezen interne of externe deskundige;</al></li><li nr="•"><al>Periodiek gesprek met senioren over belasting en
                                        belastbaarheid;</al></li><li nr="•"><al>Individueel loopbaanbudget: jaarlijks € 500,- in 2013, 2014
                                        en 2015.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.7 Managen op duurzame inzetbaarheid</label></kop><structuurtekst><al>Voor de uitvoering van loopbaanbeleid en daarmee het bevorderen van
                                de duurzame inzetbaarheid van medewerkers heeft de leidinggevende
                                binnen de RUD in zijn begeleidende en faciliterende rol een groot
                                aantal instrumenten tot zijn beschikking. Deze zijn individueel of
                                in combinatie in te zetten. </al><al/><al>Bij de inzet van die instrumenten, dit zijn onder meer de
                                instrumenten die in 4.6. genoemd zijn, houdt de leidinggevende
                                rekening met de afdelings- en organisatiedoelstellingen, de
                                individuele mogelijkheden en behoeften van de medewerker, de
                                levensfase van de individuele medewerker en met
                                diversiteitskenmerken.</al><al/><al>De basis is om met elkaar het ‘goede gesprek’ te voeren, zodat
                                maatwerk geleverd kan worden in de ontwikkeling van medewerkers en
                                hun loopbanen. Hiertoe zal de HR gesprekscyclus ontwikkeld worden
                                (zie 4.3.).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.8 Loopbaanbeleid in de zeven RUD’s</label></kop><structuurtekst><al>In het GSP is al geregeld dat partijen willen dat op P&amp;O gebied
                                zoveel als mogelijk zaken gemeenschappelijk geregeld worden voor de
                                zeven RUD’s (GSP 7.5.). Hiermee wordt ook één interne arbeidsmarkt
                                voor de zeven RUD’s ondersteund (GSP 7.3.).</al><al/><al>Het gaat er daarbij niet alleen om dat beleid en instrumenten zoveel
                                mogelijk gelijk zijn, maar ook dat gezamenlijk en gecoördineerd
                                gemanaged wordt op loopbaanontwikkeling. </al><al/><al>Om die reden zullen bij de RUD die verantwoordelijk is voor de
                                stelselcoördinatie, bijvoorbeeld de volgende taken belegd
                                worden:</al><lijst><li nr="•"><al>Jaarlijks opleveren van goede managementinformatie aan de
                                        RUD’s en aan partijen over ten minste de volgende
                                        onderwerpen:</al><lijst><li nr="•"><al>Vacatures per RUD en wijze van en snelheid van
                                                vervulling daarvan</al></li><li nr="•"><al>Mobiliteit tussen RUD’s</al></li><li nr="•"><al>Opleidingsplannen per RUD</al></li><li nr="•"><al>Ziekteverzuimgegevens per RUD</al></li><li nr="•"><al>Leeftijdsopbouw en relevante diversiteitskenmerken
                                                per RUD</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Het inrichten van een gezamenlijke interne arbeidsmarkt voor
                                        de RUD’s, waaronder één werving- en selectieprocedure en één
                                        gemeenschappelijke vacaturesite; daarbij wordt bij voorkeur
                                        gebruik gemaakt van reeds bestaande infrastructuren;</al></li><li nr="•"><al>Het jaarlijks organiseren van een vacature- en loopbaanmarkt
                                        voor de zeven RUD’s, waarin o.m. aandacht voor:</al><lijst><li nr="•"><al>Advies aan medewerkers over inzet van hun
                                                loopbaanbudget;</al></li><li nr="•"><al>Opleidingsmogelijkheden;</al></li><li nr="•"><al>Vacatures en loopbaanmogelijkheden binnen de
                                                RUD’s;</al></li><li nr="•"><al>Loopbaaninstrumenten.</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Het inrichten van een coördinatiepunt op mobiliteit, met
                                        onder meer de volgende taken:</al><lijst><li nr="•"><al>Afstemmen van vraag en aanbod binnen de
                                                gemeenschappelijke arbeidsmarkt;</al></li><li nr="•"><al>Inzicht krijgen in loopbaanmogelijkheden van
                                                medewerkers binnen RUD’s (talentontwikkeling) en op
                                                grond daarvan de RUD directeuren adviseren;</al></li><li nr="•"><al>RUD’s indien nodig adviseren in en ondersteunen bij
                                                Van Werk Naar Werk trajecten.</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Gezamenlijk inkopen van opleidingen en loopbaanadvies
                                        activiteiten en –instrumemten. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>5. Opleidingsbeleid Gelderse RUD’s</label></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet><cursief>Toelichting</cursief></vet></al><al>De Gelderse RUD’s blijven voortdurend werken aan de
                                                ontwikkeling van de organisatie en van de mensen die
                                                er werken. Die ontwikkeling berust op twee pijlers:
                                                loopbaanbeleid en opleidingsbeleid.</al><al/><al>Het loopbaanbeleid is gericht op de duurzame
                                                inzetbaarheid van medewerkers. <cursief>Het gaat er
                                                  bij loopbaanbeleid om dat medewerkers geschikt en
                                                  gezond zijn en blijven voor werk.</cursief> Zie
                                                hoofdstuk 4.</al><al/><al>Het opleidingsbeleid is gericht op de ontwikkeling
                                                en ontplooiing van medewerkers, zodat de organisatie
                                                beter haar doelen realiseert en de medewerker zijn
                                                loopbaandoelen beter realiseert. <cursief>Het gaat
                                                  er bij opleidingsbeleid om dat medewerkers zich
                                                  blijvend ontwikkelen, met het oog op de
                                                  ontwikkeling van de RUD en ten behoeve van
                                                  zichzelf.</cursief></al><al/><al>Deze notitie over opleidingsbeleid is een aanvulling
                                                op en verdere uitwerking van GSP art. 7.4. en op
                                                hoofdstuk 4, Loopbaanbeleid. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><label>5.1 Begrippen</label></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Opleidingsbeleid</vet></al></entry><entry><al>Regelingen, afspraken, procedures en
                                                  instrumenten die zijn gericht op de ontwikkeling
                                                  en ontplooiing van medewerkers, zoals bedoel in
                                                  CAR UWO art. 17.1.3.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Loopbaanbeleid</vet></al></entry><entry><al>Regelingen, afspraken, procedures en
                                                  instrumenten die zijn gericht op de bevordering
                                                  van duurzame inzetbaarheid van medewerkers. </al></entry></row><row><entry><al><vet>Opleidingsplan</vet></al></entry><entry><al>Een jaarlijks vast te stellen plan conform CAR
                                                  UWO art. 17.1.3.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Opleiding</vet></al></entry><entry><al>Een doelgerichte onderwijsactiviteit,
                                                  bijvoorbeeld in de vorm van een leergang, workshop
                                                  of cursus.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Verplichte opleiding</vet></al></entry><entry><al>Een opleiding waaraan de daartoe door de
                                                  Directeur aangewezen medewerker verplicht deel
                                                  moet nemen.</al></entry></row><row><entry><al><vet>RUD opleiding</vet></al></entry><entry><al>Een verplichte opleiding op grond van de
                                                  opleidingsbehoefte van de RUD of de gezamenlijke
                                                  RUD’s. </al></entry></row><row><entry><al><vet>POP</vet></al></entry><entry><al>Persoonlijk ontwikkelingsplan conform CAR UWO
                                                  art. 17.1.</al></entry></row><row><entry><al><vet>POP opleiding</vet></al></entry><entry><al>Een verplichte opleiding waarover afspraken zijn
                                                  gemaakt in het POP en/of de HR-cyclus.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Opleidingsovereenkomst</vet></al></entry><entry><al>De afspraken tussen Directeur en medewerker over
                                                  POP opleidingen, zoals bedoeld in CAR UWO art.
                                                  17.1.6. </al></entry></row><row><entry><al><vet>GSP</vet></al></entry><entry><al>Het Gelders Sociaal Plan versie 2.0 van 31
                                                  oktober 2012.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Voor de overige begrippen, zie de beschrijving in het GSP en in de
                                CAR UWO.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>5.2 Waarom opleiden</label></kop><structuurtekst><al>Opleidingen ondersteunen de ontwikkeling van de RUD in brede zin
                                doordat ze bijdragen aan de ontwikkeling van (specifieke)
                                competenties en gedrag. </al><al/><al>Opleidingen zijn ondersteunend aan de ontwikkeling van de eigen
                                loopbaan van de medewerker en vergroten het leervermogen van de
                                medewerker. Daarmee levert opleiding een direct bijdrage aan
                                mobiliteit en wordt levenslang leren gestimuleerd.</al><al/><al>Daarnaast zijn ook in de Cao en het GSP afspraken gemaakt over
                                mobiliteit, inzetbaarheid en persoonlijke opleidingsbudgetten voor
                                medewerkers.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>5.3 Opleidingsplan</label></kop><structuurtekst><al>Jaarlijks maakt iedere RUD, met instemming van de OR RUD een
                                opleidingsplan. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>5.3.1 Inhoud opleidingsplan</label></kop><al>In het opleidingsplan komen in ieder geval de volgende onderdelen
                                aan de orde:</al><al><cursief>1.RUD opleidingen van de gezamenlijke RUD’s</cursief></al><al>In dit onderdeel gaat het om de invulling van de opleidingsbehoefte
                                van de gezamenlijke RUD’s, inclusief een motivatie daarvoor. In deze
                                motivatie wordt ten minste ingegaan op de ontwikkelingen in de
                                Gelderse RUD’s die relevant zijn voor de opleidingsbehoefte. De
                                opleidingsbehoefte wordt beschreven in de vorm van
                                opleidingsthema’s. </al><al/><al>2.RUD opleidingen van de eigen RUD</al><al>In dit onderdeel gaat het om invulling van de specifieke
                                opleidingsbehoefte en opleidingsthema’s van de eigen RUD, inclusief
                                een motivatie daarvoor. In deze motivatie wordt ten minste ingegaan
                                op die specifieke ontwikkelingen in de eigen RUD die bepalend zijn
                                voor de opleidingsbehoefte. De opleidingsbehoefte wordt beschreven
                                in de vorm van opleidingsthema’s. </al><al>Opleidingen die gevolgd moeten worden op grond van een wettelijke
                                verplichting maken onderdeel uit van de gezamenlijke of eigen RUD
                                opleidingen.</al><al/><al><cursief>3.POP opleidingen</cursief></al><al>In dit onderdeel gaat het om een totaal overzicht van de POP
                                opleidingen. </al><al/><al><cursief>4.Overige opleidingen</cursief></al><al>In dit deel komen opleidingen aan de orde die niet vallen in de
                                onderdelen 1, 2 of 3. Doorgaans wordt in het opleidingsplan hiervoor
                                alleen budget gereserveerd en vindt nadere invulling in de loop van
                                het opleidingsplanjaar plaats. Het kan bijvoorbeeld gaan om
                                persoonlijke opleidingsvragen (al of niet in relatie tot het werk)
                                die niet in een POP zijn opgenomen of om RUD opleidingen die niet
                                voorzien waren.</al><al/><al><cursief>5.Opleidingsbudget</cursief></al><al>Het beschikbare opleidingsbudget en de gemotiveerde verdeling
                                daarvan over de hierboven genoemde onderdelen 1 t/m 4.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>5.4 Vergoeding opleidingskosten</label></kop><structuurtekst><al>De directe kosten van RUD opleidingen en POP opleidingen worden
                                volledig door de RUD vergoed. </al><al/><al>RUD opleidingen worden in werktijd gehouden. De reiskosten naar een
                                eventuele opleidingslocatie worden vergoed als dienstreis.</al><al/><al>Bij POP opleidingen wordt een opleidingsovereenkomst gemaakt. Daarin
                                worden in ieder geval nadere afspraken vastgelegd over eventueel
                                verlof voor het volgen van de opleiding, over eventueel verlof voor
                                zelfstudie en over eventuele vergoeding van reiskosten. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>6. Overige bepalingen</label></kop><structuurtekst><al>In aanvulling op het GSP zijn partijen de volgende afspraken en
                            toelichtingen overeen gekomen.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>6.1 Werkgelegenheid en verschuiving van taken</label></kop><structuurtekst><al>Indien een latende organisatie besluit om aan een RUD overgedragen
                                taken terug te nemen, volgt de medewerker zijn taak en treedt dus
                                opnieuw in dienst bij die latende organisatie. In een dergelijke
                                situatie is GSP art. 7.2.3. (tweede alinea) dus van toepassing.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.2 Detachering in uitzonderlijke individuele situaties</label></kop><structuurtekst><al>In GSP art. 3.2.2.4. is detachering in uitzonderlijke individuele
                                situaties geregeld. Op grond van dit artikel kan een individuele
                                medewerker een gemotiveerd verzoek indienen om gedetacheerd te
                                worden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.3 Interne arbeidsmarkt</label></kop><structuurtekst><al>In GSP art. 7.3. hebben partijen uitgesproken het wenselijk te
                                vinden dat op termijn de interne RUD arbeidsmarkt wordt gekoppeld
                                aan die van de latende organisaties. Vooruitlopend hierop heeft de
                                Provincie geregeld dat medewerkers van de Provincie die in een RUD
                                geplaatst zijn, in zoverre als interne medewerkers worden beschouwd
                                dat hun sollicitatie vóór die van externe kandidaten in behandeling
                                worden genomen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.4 Maatwerkafspraken voor reiskosten woon-werkverkeer</label></kop><structuurtekst><al>Voor de medewerkers van de Provincie geldt specifiek dat zij vaker
                                een langere reisafstand hebben waarbij bovendien de huidige
                                vervoerssoort in de nieuwe situatie niet altijd voor de hand ligt.
                                Om die reden heeft de Provincie als werkgever aan de medewerkers in
                                september 2012 toegezegd dat in individuele situaties wordt bezien
                                of maatwerk afspraken noodzakelijk zijn. De Provincie zal haar GO en
                                OR informeren over de uitvoering van deze toezegging.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.5 Regeling reiskosten woon-werkverkeer</label></kop><structuurtekst><al>In GSP art. 1.3.3. is onder meer geregeld dat partijen bij de
                                evaluatie van het GSP in ieder geval de regeling reiskosten
                                woon-werkverkeer wordt betrokken. Deze evaluatie zal leiden tot een
                                vervolgafspraak voor een regeling reiskosten woon-werkverkeer.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ondertekening</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Deze Allonge maakt deel uit van het Gelders Sociaal Plan is overeengekomen
                        op 10 december 2012</ondertekening><ondertekening>De gezamenlijke werkgevers: De werknemersvertegenwoordiging: </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Jan Markink, </ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Provincie Gelderland,</ondertekening><ondertekening>Voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Sengul Sozen, </ondertekening><ondertekening>Abvakabo FNV</ondertekening><ondertekening>Bestuurder</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Bruno Groen,</ondertekening><ondertekening>Abvakabo FNV</ondertekening><ondertekening>Adviseur</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Hannie Kunst</ondertekening><ondertekening>Wethouder Gemeente Nijmegen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Marcel Matser</ondertekening><ondertekening>CNV Publieke Zaak</ondertekening><ondertekening>Bestuurder</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Theo van Koningsbruggen</ondertekening><ondertekening>CNV Publieke Zaak</ondertekening><ondertekening>Adviseur</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>René de Vries</ondertekening><ondertekening>Wethouder Gemeente Epe</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Peter Leenders</ondertekening><ondertekening>CMHF</ondertekening><ondertekening>Bestuurder</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>Beoordelingsformulier </titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i042fcc16-e75b-4d67-8ab3-d0ed5831db51" naam="i254874i042fcc16-e75b-4d67-8ab3-d0ed5831db51.png" type="foto" breedte="15.2cm" hoogte="18.47cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i178e66f9-0aa9-47ca-9ba2-2c5c6399f5ff" naam="i254875i178e66f9-0aa9-47ca-9ba2-2c5c6399f5ff.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="20.66cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Voorwoord </al><al>1.Status </al><al>1.1.Citeertitel </al><al>2.Bezoldigingsbeleid </al><al>2.1.Begrippen </al><al>2.2 Inschaling </al><al>2.2.1 Bepalen van functieniveau en salarisschaal </al><al>2.2.2 Functiewaardering </al><al>2.2.3 Inschaling </al><al>2.3 Toekenning periodieken </al><al>2.4.Toekenning functionele schaal </al><al>2.5.Toekenning uitloopperiodieken </al><al>2.6 Toelage voor coördinatietaken </al><al>2.7 Harmonisatietoelage </al><al>3.Beoordelingsregeling </al><al>3.1 Begrippen </al><al>3.2 Beoordelaar </al><al>3.3 Informeren ambtenaar </al><al>3.4 Aanwezigheid P&amp;O-adviseur </al><al>3.5 Aanleiding beoordeling </al><al>3.6 Kader beoordeling </al><al>3.7 Opstellen beoordeling </al><al>3.8 Vaststellen beoordeling </al><al>3.9 Bewaren beoordelingsformulieren </al><al>3.10 Hardheidsclausule </al><al>3.11 Citeertitel en inwerkingtreding </al><al>4. Loopbaanbeleid in de RUD’s in Gelderland </al><al>4.1.Begrippen </al><al>4.2 Verantwoordelijkheden </al><al>4.3 Gesprekken </al><al>4.4 Maatwerk </al><al>4.5 Levensfase, diversiteit en loopbaan </al><al>4.6 Loopbaanbeleid, cao en GSP </al><al>4.7 Managen op duurzame inzetbaarheid </al><al>4.8 Loopbaanbeleid in de zeven RUD’s </al><al>5. Opleidingsbeleid Gelderse RUD’s </al><al>5.1 Begrippen </al><al>5.2 Waarom opleiden </al><al>5.3 Opleidingsplan </al><al>5.3.1 Inhoud opleidingsplan </al><al>5.4 Vergoeding opleidingskosten </al><al>6. Overige bepalingen </al><al>6.1 Werkgelegenheid en verschuiving van taken </al><al>6.2 Detachering in uitzonderlijke individuele situaties </al><al>6.3 Interne arbeidsmarkt </al><al>6.4 Maatwerkafspraken voor reiskosten woon-werkverkeer </al><al>6.5 Regeling reiskosten woon-werkverkeer </al><al>Ondertekening </al></bijlage></regeling></body></cvdr>