<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR367591_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rioolheffing Alphen-Chaam 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Weekblad, 19-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Alphen-Chaam 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=228a">Gemeentewet, art. 228a </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffing Alphen-Chaam 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Alphen-Chaam;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 oktober2014;</al><al>gelet op artikel 228a, van de Gemeentewet;</al><al>Besluit</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al> perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                gedeelte daarvan; </al></li><li nr="b."><al> gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente; </al></li><li nr="c."><al> water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater. </al></li><li nr="d."><al> woning: een perceel dient in hoofdzaak tot woning, indien de waarde
                                op basis van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                                vastgesteld voor dat perceel in hoofdzaak kan worden toegerekend aan
                                delen van dat perceel die dienen tot woning dan wel volledig
                                dienstbaar zijn aan woondoeleinden; </al></li><li nr="e."><al> recreatieterrein: een terrein met inbegrip van de roerende en
                                onroerende opstallen dat is bestemd voor verblijfsrecreatie, daarvan
                                uitgezonderd een minicamping; </al></li><li nr="f."><al> minicamping: een terrein met maximaal 25 staanplaatsen, dat is
                                bestemd voor verblijfsrecreatie gedurende korte tijd in mobiele
                                kampeeronderkomens, niet zijnde stacaravans.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: </al><lijst><li nr="a."><al> de inzameling, berging en het transport van huishoudelijk
                                afvalwater en bedrijfsafvalwater alsmede de zuivering van
                                huishoudelijk afvalwater en; </al></li><li nr="b."><al> de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde en afvloeiende hemelwater, alsmede het treffen van
                                maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de
                                grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel
                                mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De belasting als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke
                        grondslagen geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water
                        direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Met betrekking tot de rioolheffing wordt: </al><lijst><li nr="a."><al> als gebruiker aangemerkt degene die naar de omstandigheden
                                beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit,
                                beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; </al></li><li nr="b."><al> gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden
                                aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede
                                lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar
                                aangewezen lid van dat huishouden; </al></li><li nr="c."><al> gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel – niet
                                een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – in gebruik is gegeven,
                                aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik
                                heeft gegeven; </al></li><li nr="d."><al> het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik
                                aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter
                                beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Als gebruiker van een recreatieterrein wordt aangemerkt degene die een
                        recreatieterrein exploiteert, dan wel een vereniging van eigenaren of
                        gebruikers van de percelen die deel uitmaken van het recreatieterrein.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                        indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt
                        de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Percelen die op een recreatieterrein zijn gelegen, worden als een perceel
                        in de heffing betrokken als recreatieterrein.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De belasting wordt geheven naar de grondslagen genoemd in lid 2 van dit
                        artikel en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De grondslagen van de belasting zijn: </al><lijst><li nr="a."><al> Een vast bedrag per perceel: </al></li><li nr="b."><al> Een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit
                                het perceel direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                afgevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het aantal kubieke meters afgevoerd water wordt gesteld op het aantal
                        kubieke meters water dat in de loop van het belastingjaar naar het perceel
                        is toegevoerd en/of opgepompt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                        pompinstallatie zijn voorzien van een: </al><lijst><li nr="a."><al> watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                afgelezen, of </al></li><li nr="b."><al> bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie
                                met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De
                                eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                                hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                                wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De op voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd en of
                        opgepompt water wordt, voor zover de hoeveelheid geloosd water ten minste
                        3.000 m3 of ten minste 20% lager is dan de som van de hoeveelheden
                        toegevoerd of opgepompt water, verminderd met de hoeveelheid water die niet
                        als water is afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De belasting berekend naar de grondslag als bedoeld in artikel 5, lid 2,
                        letter a is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dit
                        later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                        de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor
                        zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als
                        er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                        kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                        bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                        dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de
                        tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog
                        volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing
                        minder bedraagt dan € 10,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                        belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander
                        perceel gebruik maakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De belasting berekend naar de grondslag als bedoeld in artikel 5, lid 2,
                        letter b, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of eerder indien
                        de belastingplicht binnen de gemeente wordt beëindigd in de loop van het
                        belastingjaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de
                        toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet
                        verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten
                        de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnbedragen waarvan de
                        eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden na de
                        eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien een bestuurlijke boete is opgelegd, dan is het bedrag inzake die
                        bestuurlijke boete invorderbaar in twee gelijke termijnbedragen waarvan de
                        eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden na de
                        eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, in geval
                        het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer
                        bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit
                        aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend
                        op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> In afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid geldt,
                        ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag
                        van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer doch niet
                        meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in
                        tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag
                        van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                        is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De in het vierde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
                        geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn
                        betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
                        belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na
                        afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in
                        het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> In afwijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag worden
                        betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand van de
                        dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden van het belastingjaar
                        overblijven, met dien verstande dat het aantal betalingstermijnen steeds
                        minimaal twee telt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening
                        van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                        later.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al> De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel
                        gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Van de belasting berekend naar hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de bij deze
                        verordening behorende tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels m.b.t. heffing en invordering</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant kan nadere
                        regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De 'Verordening rioolheffing Alphen-Chaam 2014, vastgesteld bij
                        raadsbesluit van 12 december 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het
                        derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat
                        zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum
                        hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                        van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening rioolheffing Alphen-Chaam
                        2015".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 november 2014 </ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Tarieventabel behorende bij de 'Verordening rioolheffing gemeente
                        Alphen-Chaam 2015’</titel></kop><al>Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarief vast bedrag </al><al>1.1 De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2 onder a, bedraagt per
                    belastingjaar: </al><al>1.1.1 voor een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient en op 1 januari van het
                    belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het
                    belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door: één
                    persoon € 221,00 meer dan één persoon € 275,00 </al><al>1.1.2 voor een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient. € 275,00 </al><al>Hoofdstuk 2 Maatstaven en gedifferentieerde tarieven rioolheffing </al><al>2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1, bedraagt de belasting als bedoeld
                    in artikel 5, lid 2 onder b, voor een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning
                    dient, per perceel: </al><al>2.1.1 Bij een hoeveelheid afgevoerd water vanaf 501 m3 tot en met 1.000 m3, €
                    487,00</al><al>2.1.2 Bij een hoeveelheid afgevoerd water vanaf 1.001 tot en met 2.000 m3 €
                    487,00 </al><al>2.1.3 Bij een hoeveelheid afgevoerd water vanaf 2.001 m3 tot en met 5.000 m3 €
                    487,00 </al><al>2.1.4 Bij een hoeveelheid afgevoerd water vanaf 5.001 m3 € 3.003,00 </al><al>2.2. In afwijking van 2.1 bedraagt de rioolheffing voor een recreatieterrein per
                    m3 afgevoerd water € 0,58 </al><al>Behorende bij raadsbesluit van 20 november 2014</al><al>De griffier,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>