<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR367407_1</dcterms:identifier><dcterms:title>CAR UWO</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Valkenburg aan de Geul</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-10-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Valkenburg aan de Geul</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>CAR UWO</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-03-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>CAR UWO</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>1 ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>Artikel 1:1</vet></al><al>1.<vet>Voor de toepassing van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst
                            wordt verstaan onder:</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>ambtenaar: hij die door of vanwege de gemeente is
                                                aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn
                                                alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar
                                                burgerlijk recht is aangegaan;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>b</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>betrekking: het geheel van werkzaamheden dat door
                                                de ambtenaar is te verrichten;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>c</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>pensioenwet: de Algemene burgerlijke pensioenwet,
                                                zoals die gold tot en met 31 december
                                            1995;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>d</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>pensioen: een pensioen in de zin van het
                                                pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds
                                                ABP;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>e</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>arbeidsduur: de vooraf vastgestelde omvang van het
                                                aantal uren in een bepaalde periode gedurende welke
                                                door de ambtenaar arbeid moet worden
                                            verricht;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>f</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>arbeidsduur per dag: de arbeidsduur zoals die voor
                                                de ambtenaar voor een bepaalde dag is
                                                vastgesteld;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>g</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>formele arbeidsduur per week: de arbeidsduur
                                                volgens de aanstelling;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>h</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>feitelijke arbeidsduur per week: de arbeidsduur
                                                zoals die voor de ambtenaar voor een bepaalde week
                                                is vastgesteld;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>i</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>vervallen</cursief></vet><vet>;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>j</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>arbeidsduur per jaar: de naar jaarbasis herleide
                                                formele arbeidsduur per week, gecorrigeerd voor
                                                feestdagen;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>k</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>volledige betrekking: een betrekking waarbij de
                                                arbeidsduur per jaar ten hoogste 1836 uur bedraagt
                                                en de formele arbeidsduur per week 36 uur
                                                bedraagt;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>l</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>overwerk: werkzaamheden door de ambtenaar in
                                                dienstopdracht verricht buiten de feitelijke
                                                arbeidsduur per week;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>m</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>werkdag: een dag waarop de ambtenaar arbeid moet
                                                verrichten;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>n</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>werktijd: de periode tussen vastgestelde
                                                tijdstippen gedurende welke door de ambtenaar arbeid
                                                moet worden verricht;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>o</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>uurloon: 1/156 gedeelte van het - zo nodig naar een
                                                volledige betrekking herberekende - salaris van de
                                                ambtenaar per maand;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>p</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Zvw: de Zorgverzekeringswet</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>q</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>CAR: Collectieve arbeidcvoorwaardenregeling voor de
                                                sector gemeenten;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>r</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>UWO: Uitwerkingsovereenkomst; </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>s</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>functioneringstoelage: een toelage die aan de
                                                ambtenaar wordt toegekend op grond van buitengewone
                                                bekwaamheid, geschiktheid en ijver;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>t</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>waarnemingstoelage: een vergoeding die wordt
                                                toegekend aan de ambtenaar die ingevolge hem daartoe
                                                door of namens het college verstrekte opdracht
                                                volledig een andere betrekking waarneemt, indien
                                                voor die betrekking een hogere schaal geldt dan voor
                                                de eigen betrekking;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>u</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>LOGA: Landelijk Overleg Gemeentelijke
                                                Arbeidsvoorwaarden;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>v</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>WAO: de Wet op de
                                                arbeidsongeschiktheidsverzekering;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>w</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschikt in de zin
                                                van artikel 18, eerste lid, van de WAO;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>x</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>WAO-uitkering: een uitkering op grond van de
                                                WAO;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>y</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>WIA: Wet werk en inkomen naar
                                                arbeidsvermogen;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>z</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>IVA: Regeling inkomensvoorziening volledig
                                                arbeidsongeschikten;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>aa</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>IVA-uitkering: de uitkering bij volledige en
                                                duurzame arbeidsongeschiktheid op grond van de
                                                WIA;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>bb</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>WGA: Regeling werkhervatting gedeeltelijk
                                                arbeidsgeschikten;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>cc</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>WGA-uitkering: de werkhervattingsuitkering
                                                gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van de
                                                WIA;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>dd</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>WAJONG: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor
                                                jong gehandicapten;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>ee</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
                                                zelfstandigen;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>ff</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Waz: Wet arbeid en zorg;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>gg</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>SUWI: de wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk
                                                en Inkomen;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>hh</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>uitvoeringsinstelling: een uitvoeringsinstelling
                                                als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de
                                                Organisatiewet sociale verzekeringen
                                            1997;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>ii</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>pensioenreglement: het pensioenreglement van de
                                                Stichting Pensioenfonds ABP;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>jj</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>WPA: de Wet privatisering ABP;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>kk</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>FPU-regeling: regeling flexibel pensioen en
                                                uittreden, bedoeld in artikel 2 van de Centrale
                                                Vut-overeenkomst overheids- en
                                                onderwijspersoneel;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>ll</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering: het
                                                reglement zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid,
                                                van de Centrale Vut-overeenkomst overheids- en
                                                onderwijpersoneel;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>mm</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Deeltijdbetrekking: een betrekking waarbij de
                                                arbeidsduur per jaar minder dan 1836 uur bedraagt en
                                                de formele arbeidsduur per week minder dan 36 uur
                                                bedraagt;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>nn</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>ZW: de Ziektewet;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>oo</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>ZW-uitkering: ziekengeld of uitkering krachtens de
                                                ZW;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>pp</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>UWV: het Uitvoeringsinstituut
                                                Werknemersverzekeringen, als bedoeld in hoofdstuk 5
                                                van de wet SUWI.</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>3.<vet>Tot de openbare dienst van de gemeente behoren alle diensten en
                            bedrijven door de gemeente beheerd.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</vet></al><al><vet>Geen ambtenaar</vet></al><al><vet>Artikel 1:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Voor de toepassing van deze regeling en de
                                    uitwerkingsovereenkomst wordt niet als ambtenaar
                                    beschouwd:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>het onderwijzend personeel bij een inrichting van
                                            openbaar onderwijs;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>het onderwijsondersteunend personeel bij een inrichting
                                            van openbaar onderwijs, indien zij belanghebbenden zijn
                                            in de zin van het Rechtspositiebesluit
                                            onderwijspersoneel;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>de (buitengewoon) ambtenaar van de burgerlijke stand
                                            als zodanig;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>de onbezoldigd gemeenteambtenaar als genoemd in artikel
                                            231, tweede lid, onderdeel b, c, d en e van de
                                            Gemeentewet;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>de directeur van de RDW Dienst Wegverkeer die tevens is
                                            benoemd tot onbezoldigd ambtenaar der gemeentelijke
                                            belastingen;</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>de onbezoldigd gemeenetambtenaar die toezichthouder is
                                            zonder opsporingsbevoegdheid;</vet></al></li><li nr="g."><al><vet>de onbezoldigd gemeenteambtenaar die toezichthouder is
                                            met opsporingsbevoegdheid;</vet></al></li><li nr="h."><al><vet>hij die een indicatie heeft voor de sociale
                                            werkvoorziening en op grond daarvan op basis van een
                                            arbeidsovereenkomst in dienst is van de gemeente, met
                                            uitzondering van de geïndiceerde die werkzaam is bij de
                                            gemeente in het kader van begeleid werken als bedoeld in
                                            artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening;</vet></al></li><li nr="i."><al><vet>de ambtenaar als bedoeld in artikel 1.1, onder
                                            “medewerker”, van de sector-cao
                                        Ambulancezorg.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Voor toepassing van onderdeel f of g van het eerste lid is,
                                    afhankelijk van de lokale bevoegdheidsverdeling tussen het
                                    georganiseerd overleg en de ondernemingsraad, overeenstemming
                                    vereist is in het georganiseerd overleg of instemming vereist
                                    van de ondernemingsraad.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Op de ambtenaar die aangesteld is als vrijwilliger bij de
                                    gemeentelijke brandweer is alleen hoofdstuk 19 en hoofdstuk 19a
                                    van toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200800390, U200901449, </vet><vet> U201001980 en
                            U201002606</vet></al><al><vet>Artikel 1:2:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op de ambtenaar met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                recht is aangegaan zijn artikel 3:3, 3:3:1, 7:24a, 7:25a, 7:25b, en
                                de hoofdstukken 17 en 18 niet van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Op de ambtenaar die is aangesteld hoofdzakelijk ten behoeve van een
                                wetenschappelijke of praktische opleiding of vorming zijn de
                                hoofdstukken 3, 7, 10d, 11a en 17 niet van toepassing</al></li><li nr="3."><al>Op de ambtenaar die is aangesteld als vakantiekracht zijn de
                                hoofdstukken 3, 10d en 17 niet van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van
                                werkzaamheden in het kader van een door de overheid getroffen
                                regeling, die het karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling
                                de opneming in het arbeidsproces te bevorderen van personen, die
                                behoren tot één of meer bepaalde groepen van werklozen, zijn de
                                hoofdstukken 3, 10d en 11a niet van toepassing.</al></li></lijst><al> briefnummer: U200801637, U201300288</al><al><vet>Leer-werkbaan</vet></al><al><vet>Artikel 1:2:2</vet></al><al>(vervallen)</al><al> briefnummer: U200515875, U200801544, U201401851</al><al><vet>Instapplan</vet></al><al><vet>Artikel 1:2:3</vet></al><al>(vervallen)</al><al> briefnummer: U200515875, U201401851</al><al><vet>Artikel 1:2a Stageplaats</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college kan een student in het kader van opleiding, studie
                                    of onderzoek eenstageplaats aanbieden op basis van een
                                    stage-overeenkomst.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Op de stage-overeenkomst is de CAR-UWO van toepassing, met
                                    uitzondering van dehoofdstukken 3, 4a, 5a, 6, 6a, 7,10d en 17 en
                                    artikelen 2:1A, 2:1B, 2:4.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De stage-overeenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd,
                                    waarbij de duur afhankelijkis van de leerdoelen van de
                                    stagiair.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De te verrichten werkzaamheden worden bepaald in samenspraak
                                    met de stagiair enonderwijsinstelling, waarbij het leerproces
                                    van de stagiair centraal staat. Het college zorgt voor adequate
                                    begeleiding.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Aan de stagiair kan een onkostenvergoeding worden
                                    betaald.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De stagiair is geen werknemer in de zin van artikel 2:4 van het
                                    PensioenreglementStichting Pensioenfonds ABP.</vet></al></li></lijst><al>Ledenbrief: U201401851</al><al><vet>Artikel 1:2b Werkervaringsplaats</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college kan degene die daarom verzoekt een
                                    werkervaringsplaats aanbieden opbasis van een
                                    werkervaringsovereenkomst.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Op de werkervaringsovereenkomst is de CAR-UWO van toepassing,
                                    met uitzondering vande hoofdstukken 3, 4a, 5a, 6, 6a, 7,10d en
                                    17 en artikelen 2:1A, 2:1B en 2:4.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De werkervaringsovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde
                                    tijd, voor een periodevan maximaal 6 maanden. De
                                    werkervaringsovereenkomst kan eenmalig worden verlengd met een
                                    periode van maximaal 6 maanden.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De te verrichten werkzaamheden worden bepaald in overleg met de
                                    medewerker,waarbij het leerproces van de medewerker centraal
                                    staat. Het college zorgt voor adequate begeleiding.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Aan de medewerker wordt een onkostenvergoeding
                                betaald.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De medewerker is geen werknemer in de zin van artikel 2:4 van
                                    het PensioenreglementStichting Pensioenfonds ABP.</vet></al></li></lijst><al><vet>Ledenbrief: U201401851</vet></al><al><vet>Toepassing</vet></al><al><vet>Artikel 1:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De bepalingen van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst
                                    vinden ten aanzien van ambtenaren, omtrent wier rechtstoestand
                                    bij of krachtens de wet regelen zijn gesteld, slechts
                                    toepassing, voor zover bij of krachtens de wet die
                                    rechtstoestand niet is geregeld.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Bij besluit van het college kan de toepasselijkheid van deze
                                    regeling en de uitwerkingsovereenkomst of van delen daarvan op
                                    ambtenaren of groepen ambtenaren om bijzondere redenen worden
                                    uitgesloten. Het voornemen een besluit te nemen, bedoeld in de
                                    eerste volzin, wordt - met redenen omkleed - gemeld bij het
                                    secretariaat van het LOGA. Deze melding kan voor LOGA-partijen
                                    aanleiding zijn te besluiten tot een verdere
                                handelwijze.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: 2002004761 en U200801115</vet></al><al><vet>Artikel 1:3:1</vet></al><al>Vervalt</al><al>briefnummer: CvA/200801115</al><al><vet>Artikel 1:3a</vet></al><al><vet>Voor de toepassing van deze regeling ten aanzien van de griffier en de
                            op de griffie werkzame ambtenaren is de raad bevoegd.</vet></al><al><vet> briefnummer: CvA/2002004761</vet></al><al><vet>Voorschriften en instructies</vet></al><al><vet>Artikel 1:4:1</vet></al><al>Met inachtneming van het bepaalde in deze regeling kan het college, indien
                        zulks naar het oordeel van het college nodig of wenselijk is:</al><lijst><li nr="a."><al>bijzondere voorschriften vaststellen ter uitvoering van de
                                bepalingen van deze regeling, alsmede ten behoeve van het
                                functioneren van de dienst;</al></li><li nr="b."><al>instructies vaststellen ten aanzien van betrekkingen en bij de
                                vervulling daarvan te volgen werkwijzen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Uitreiking van CAR en UWO</vet></al><al><vet>Artikel 1:4:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op verzoek ontvangt de ambtenaar kosteloos een exemplaar van deze
                                regeling, van de wijzigingen daarvan en van alle andere regelingen
                                welke ter uitvoering van artikel 125 van de Ambtenarenwet zijn of
                                worden getroffen.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek ontvangen eveneens kosteloos een exemplaar van de in her
                                vorige lid bedoelde stukken:</al><lijst><li nr="a."><al>de centrales van overheidspersoneel welke zijn toegelaten
                                        tot het LOGA met het College voor Arbeidszaken van de
                                        Vereniging van Nederlandse Gemeenten;</al></li><li nr="b."><al>de organisaties die blijkens hun statuten de belangen van
                                        gemeenteambtenaren behartigen en aangesloten zijn bij de
                                        onder a aangeduide centrales;</al></li><li nr="c."><al>de afdelingen van de organisaties, bedoeld onder b;</al></li><li nr="d."><al>ieder ander die daarvoor naar het oordeel van het college in
                                        aanmerking komt.</al></li></lijst></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Artikel 1:4:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op verzoek ontvangt de ambtenaar kosteloos een exemplaar van de voor
                                hem geldende schriftelijke regels, welke zijn vastgesteld ter
                                uitwerking of uitvoering van de bepalingen van deze regeling of
                                welke hij bij de vervulling van zijn betrekking heeft na te leven,
                                tenzij de bedoelde regels op een voor hem gemakkelijk toegankelijke
                                plaats ter inzage liggen.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer de ambtenaar niet schriftelijk vastgestelde regels als
                                bedoeld in het eerste lid heeft na te leven, worden deze behoorlijk
                                te zijner kennis gebracht.</al></li></lijst><al><vet>Voordragen van belangen</vet></al><al><vet>Artikel 1:4:4</vet></al><al>De ambtenaar heeft het recht zijn belangen rechtstreeks bij het hoofd van
                        dienst en bij het tot aanstelling bevoegd bestuursorgaan voor te
                        dragen.</al><al><vet>Omvang van de betrekking</vet></al><al><vet>Artikel 1:5</vet></al><al><vet>Bij de berekening van uren onder meer bij het bepalen van de omvang van
                            de betrekking, worden deze tot op twee decimalen afgerond. Om tot een
                            decimaal te komen wordt de gangbare afbreekregel gehanteerd.</vet></al><al><vet>briefnummer: ARZ/601519</vet></al><al><vet>Vrijstelling</vet></al><al><vet>Artikel 1:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In een nadere regeling kan worden bepaald dat in bijzondere
                                    gevallen voor nader te bepalen hogere functies een tijdelijke
                                    aanstelling kan worden verleend in afwijking van artikel 2:4,
                                    alsmede dat voor bedoelde functies kan worden afgeweken van de
                                    salaristabel en/of van het bepaalde in de hoofdstuk 8 en 10d. In
                                    de commissie voor georganiseerd overleg moet overeenstemming
                                    zijn bereikt over de criteria voor de aanwijzing van deze
                                    functies en over de functies zelf. Ingeval geen commissie voor
                                    georganiseerd overleg is ingesteld, wordt de procedure ingevolge
                                    bijlage III van deze regeling gevoerd bij het opstellen van
                                    evengenoemde criteria en bij het bepalen van de functies,
                                    waarbij het overeenstemmingsvereiste van toepassing
                                is.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De in het vorige lid bedoelde regeling kan overeenkomstig van
                                    toepassing worden verklaard op ambtenaren in tijdelijke dienst
                                    die projecten of functies van tijdelijke aard uitoefenen waarbij
                                    de te bereiken resultaten in een bepaalde tijdsperiode tevoren
                                    kunnen worden vastgesteld en de betrokken ambtenaar in
                                    verregaande mate zelfstandig verantwoordelijkheid draagt voor de
                                    inrichting van de werkzaamheden.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2008001112</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>2 AANSTELLING EN ARBEIDSOVEREENKOMST</vet></al><al><vet>Aanstelling: het bevoegd gezag</vet></al><al><vet>Artikel 2:1</vet></al><al><vet>Tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is of wordt bepaald,
                            geschiedt de aanstelling door het college.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Aanstelling in algemene dienst</vet></al><al><vet>Artikel 2:1A</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De aanstelling geschiedt in algemene dienst van de
                                    gemeente.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college stelt in een lokale regeling nadere regels ter
                                    uitvoering van dit artikel.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar die op 31 december 2012 in dienst is van de
                                    gemeente is met ingang van 1 januari 2013 van rechtswege
                                    aangesteld in algemene dienst van de gemeente.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201201481</vet></al><al><vet>Artikel 2:1B</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar is – nadat hij is gehoord – verplicht om in het
                                    belang van de dienst een andere passende functie te aanvaarden.
                                    Een passende functie is een functie die de ambtenaar
                                    redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, zijn
                                    omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan
                                    worden opgedragen.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien het college dit in het belang van de dienst nodig acht,
                                    is de ambtenaar verplicht om:</vet></al><lijst><li nr="o"><al><vet>a. tijdelijk niet tot zijn functie behorende
                                            werkzaamheden te verrichten, dan wel tijdelijk een
                                            andere functie waar te nemen;</vet></al></li><li nr="o"><al><vet>b. tijdelijk werkzaamheden te verrichten buiten de voor
                                            hem vastgestelde werktijden;</vet></al></li><li nr="o"><al><vet>c. beschikbaar te zijn buiten de voor zijn functie
                                            vastgestelde werktijden.</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet> Voor het, gedurende onbepaalde tijd periodiek verrichten van deze
                            beschikbaarheidsdiensten wordt de ambtenaar schriftelijk aangewezen,
                            indien deze diensten ten minste op gemiddeld zestig kalenderdagen in een
                            periode van twaalf maanden zullen moeten worden verricht, hetgeen uit de
                            schriftelijke aanwijzing moet blijken.</vet></al><al>3.<vet>Wanneer de ambtenaar meent, dat in verband met zijn persoonlijkheid
                            en omstandigheden de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden
                            redelijkerwijs niet van hem kunnen worden gevergd, geeft hij –
                            onverminderd zijn verplichting om die werkzaamheden terstond aan te
                            vangen – daarvan door tussenkomst van het hoofd van dienst terstond
                            kennis aan het college, dat zo spoedig mogelijk een beslissing ter zake
                            neemt.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201481</vet></al><al><vet>Aanstelling: onderzoek naar bekwaamheid en geschiktheid</vet></al><al><vet>Artikel 2:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Voor aanstelling kan slechts in aanmerking komen hij van wie -
                                    na een daartoe door of vanwege het tot aanstelling bevoegd
                                    bestuursorgaan gehouden onderzoek - kan worden aangenomen, dat
                                    hij in voldoende mate beschikt over de hoedanigheden tot het
                                    verrichten van de hem op te dragen werkzaamheden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college treft maatregelen, waardoor de vertrouwelijkheid
                                    van de gegevens, ontvangen op grond van het in het eerste lid
                                    bedoelde onderzoek, te allen tijde wordt
                                gegarandeerd.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Voor aanstelling kan als vereiste worden gesteld, dat
                                    betrokkene in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag
                                    als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke
                                    gegevens.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De vreemdeling, zoals omschreven in de Vreemdelingenwet 2000
                                    kan slechts voor een aanstelling in aanmerking komen indien hij
                                    beschikt over een tewerkstellingsvergunning tenzij hij van deze
                                    verplichting is uitgesloten krachtens artikel 3 van de Wet
                                    arbeid vreemdelingen.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: 2004001009, U201100883, U201300288</vet></al><al><vet>Aanstelling: geneeskundig onderzoek</vet></al><al><vet>Artikel 2:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Onverminderd artikel 2:2, kan het college bepalen dat voor
                                    bepaalde functies, waarbij aan de vervulling van de functie
                                    bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten
                                    worden gesteld, aanstelling alleen mogelijk is na een
                                    geneeskundig onderzoek gericht op de te vervullen betrekking,
                                    waaruit blijkt dat tegen het vervullen van de betrekking uit
                                    medisch oogpunt geen bezwaren bestaan. Het geneeskundig
                                    onderzoek wordt ingesteld door de geneeskundige(n), daartoe
                                    aangewezen door het college.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van de
                                    gemeente.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Duur van de aanstelling</vet></al><al><vet>Artikel 2:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De aanstelling geschiedt vast of tijdelijk</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Vanaf de dag dat de tijdelijke aanstelling een periode van 36
                                    maanden overschrijdt, geldt, met inachtneming van het derde en
                                    vierde lid, de laatste aanstelling met ingang van die dag als
                                    vaste aanstelling.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het tweede lid is niet van toepassing wanneer een tijdelijke
                                    aanstelling wordt aangegaan voor een project met een eenmalig en
                                    uniek karakter.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>In afwijking van het tweede lid geldt bij een tijdelijke
                                    aanstelling die is aangegaan voor vervulling van de betrekking
                                    bij wijze van proef een maximale termijn van 24 maanden,
                                    eventuele verlengingen daarin begrepen.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing wanneer
                                    tijdelijke aanstellingen elkaar met tussenpozen van niet meer
                                    dan drie maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden,
                                    die tussenpozen inbegrepen, overschrijden.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Vanaf de dag dat meer dan drie tijdelijke aanstellingen elkaar
                                    hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden,
                                    geldt de laatste aanstelling als vaste aanstelling.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2001002849</vet></al><al><vet>Bericht van aanstelling</vet></al><al><vet>Artikel 2:4:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar ontvangt voor zijn indiensttreding kosteloos het
                                bericht van aanstelling. Dit bericht vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de gegevens genoemd in artikel II, tweede lid, onderdeel a
                                        tot en met j, van de wet van 2 december 1993 (Stb.
                                        1993,635);</al></li><li nr="b."><al>de geboortedatum en geboorteplaats van de ambtenaar;</al></li><li nr="c."><al>de aanstellingsgrond, indien de ambtenaar is
                                        aangesteld:</al><lijst><li nr="i."><al>in een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde
                                                tijd;</al></li><li nr="ii."><al>voor vervulling van een betrekking bij wijze van
                                                proef;</al></li><li nr="iii."><al>voor een project met een eenmalig en uniek
                                                karakter;</al></li><li nr="iv."><al>hoofdzakelijk ten behoeve van een wetenschappelijke
                                                of praktische opleiding of vorming;</al></li><li nr="v."><al>als vakantiekracht;</al></li><li nr="vi."><al>voor het verrichten van werkzaamheden in het kader
                                                van een door de overheid getroffen regeling, die het
                                                karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling
                                                de opneming in het arbeidsproces te bevorderen van
                                                personen, die behoren tot één of meer bepaalde
                                                groepen van werklozen;</al></li><li nr="vii."><al>als werkzoekende in tijdelijke dienst.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een wijziging bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt de
                                ambtenaar kosteloos meegedeeld.</al></li><li nr="3."><al>De mededeling als bedoeld in het zesde lid van artikel II van de wet
                                van 2 december 1993 geschiedt kosteloos.</al></li></lijst><al>briefnummer: MARZ/U200515875</al><al><vet>Vacatures</vet></al><al><vet>Artikel 2:4:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vervulling van een vacature geschiedt bij voorkeur uit het
                                personeel van de gemeente, tenzij naar het oordeel van het tot
                                aanstelling bevoegde bestuursorgaan het dienstbelang zich daartegen
                                verzet.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het vorige lid van dit artikel is van
                                overeenkomstige toepassing op degenen die een uitkering krachtens
                                hoofdstuk 10a en 10d genieten ten laste van de gemeente.</al></li></lijst><al> briefnummer: U2008001112</al><al><vet>Artikel 2:4:3</vet></al><al>(vervallen)</al><al> briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Arbeidsovereenkomst</vet></al><al><vet>Artikel 2:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Door het college kan met een persoon slechts een
                                    arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht worden aangegaan voor
                                    het bij oproep verrichten van werkzaamheden van een in aard en
                                    omvang wisselend karakter.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De arbeidsovereenkomst wordt schriftelijk aangegaan, in
                                    tweevoud opgemaakt en door beide partijen
                                ondertekend.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Artikel 125h van de Ambtenarenwet is van overeenkomstige
                                    toepassing op de persoon met wie een arbeidsovereenkomst voor
                                    bepaalde tijd is gesloten.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200800453</vet></al><al><vet>Artikel 2:5:1</vet></al><al>Ten aanzien van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2:5 zijn de
                        artikelen 2:1 tot en met 2:4:2 van overeenkomstige toepassing.</al><al>briefnummer: CvA/2001002849 </al><al><vet>Minimum-urengarantie bij oproepkrachten</vet></al><al><vet>Artikel 2:5:2</vet></al><al>De overeenkomst kent een minimum-urengarantie. Per oproep wordt een minimum
                        van 2 uur gegarandeerd en op maandbasis wordt uitbetaling van minimaal 15
                        uur gegarandeerd. De middeling van gewerkte uren vindt per kwartaal plaats
                        indien in de maanden van het betreffende kwartaal meer of minder uren wordt
                        gewerkt.</al><al>briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Inhoud oproepovereenkomst</vet></al><al><vet>Artikel 2:5:3</vet></al><al>De overeenkomst dient de volgende afspraken te bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>de werkgever verbindt zich, indien zich werkzaarnheden voordoen die
                                een beroep op de arbeid van de oproepkracht rechtvaardigen, het
                                verrichten van deze werkzaamheden aan de oproepkracht aan te
                                bieden;</al></li><li nr="b."><al>de oproepkracht verbindt zich in beginsel de werkzaamheden - na
                                daartoe opgeroepen te zijn - te verrichten;</al></li><li nr="c."><al>een oproep door de werkgever dient ten minste 24 uur voor de aanvang
                                van de feitelijke werkzaamheden aan de oproepkracht kenbaar gemaakt
                                te worden. Daarbij dient de werkgever de omvang van de werkzaamheden
                                zo nauwkeurig mogelijk aan te geven;</al></li><li nr="d."><al>de werkgever verbindt zich in de overeenkomst de tijden te
                                vermelden, waarbinnen de werkzaamheden kunnen worden verricht;</al></li><li nr="e."><al>een oproep kan door de werkgever worden afgezegd en door de
                                oproepkracht worden geweigerd, indien de afzegging respectievelijk
                                de weigering uiterlijk twaalf uur voor de aanvang van de feitelijke
                                werkzaamheden aan de wederpartij kenbaar wordt gemaakt. Indien
                                afzegging plaatsvindt zonder de termijn van twaalf uur in acht te
                                nemen, is de werkgever gehouden loon te betalen als ware de
                                werkzaamheden feitelijk vervuld. Indien weigering plaatsvindt zonder
                                de termijn van twaalf uur in acht te nemen, maakt de oproepkracht
                                zich schuldig aan plichtsverzuim;</al></li><li nr="f."><al>indien gedurende een omschreven periode de oproepkracht niet heeft
                                gewerkt, terwijl de werkgever de oproepkracht ten minste een
                                omschreven aantal malen daartoe heeft opgeroepen, en de oproepkracht
                                alsdan niet verhinderd was werkzaam te zijn wegens ziekte, kan
                                genoemde omstandigheid gelden als grond voor ontslag van de
                                oproepkracht op grond van artikel 8:13.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Bezoldiging en betaling bij ziekte van de oproepkracht</vet></al><al><vet>Artikel 2:5:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente verbindt zich de bezoldiging van de oproepkracht te
                                baseren op de minimum afspraken zoals geformuleerd in artikel
                                2:5:2.</al></li><li nr="2."><al>De bezoldiging die de oproepkracht geniet, daaronder begrepen de
                                vakantietoelage, wordt uitgedrukt in een bezoldiging per uur.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval de oproepkracht aanspraak maakt op een uitkering ingevolge
                                hoofdstuk 7, wordt als berekeningsbasis voor de uitkering uitgegaan
                                van het inkomen dat gemiddeld is genoten gedurende het
                                kalenderkwartaal, voorafgaand aan het tijdstip waarop de ziekte is
                                ontstaan. Ingeval het arbeidspatroon in bedoeld kalenderkwartaal in
                                belangrijke mate afwijkt van het arbeidspatroon in een voorafgaand
                                kwartaal, wordt uitgegaan van het inkomen dat is genoten gedurende
                                een kalenderkwartaal dat een getrouw beeld geeft van het gemiddelde
                                arbeidspatroon van de oproepkracht.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Artikel 2:5:5</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001002849 </al><al><vet>Artikel 2:5:6</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Artikel 2:5:7</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Artikel 2:5:8</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Oproepkrachten</vet></al><al><vet>Artikel 2:5:9</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Artikel 2:5:10</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Artikel 2:5:11</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Artikel 2:5:12</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Inwerkingtreding</vet></al><al><vet>Artikel 2:5:13</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al><vet>Artikel 2:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Op aanstellingen of arbeidsovereenkomsten die op 1 juli 2001
                                    voldoen aan de voorwaarden van attikel 2:4, wordt artikel 2:4
                                    pas van toepassing indien een volgende aanstelling of
                                    arbeidsovereenkomst wordt aangegaan na een tussenpoos van niet
                                    meer dan drie maanden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Op een tijdelijke aanstelling of arbeidsovereenkomst die voor 1
                                    juli 2001 is verleend en die na 1 juli 2001 doorloopt, blijven
                                    tot het einde van deze aanstelling of arbeidsovereenkomst de
                                    bepalingen van toepassing, zoals deze luidden voor 1 juli
                                    2001.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan op grond van de
                                    bepalingen van artikel 2:5, eerste lid, onder a, b of c, en
                                    artikel 2:5:2, onder b, juncto artikel 2:5, eerste lid, onder e,
                                    zoals deze luidden voor 1 juli 2001, worden per 1 juli 2001
                                    omgezet in een aanstelling. Van deze omzetting ontvangt
                                    betrokkene kosteloos bericht. Het aanstellingsbesluit voldoet
                                    aan de voorwaarden van artikel 2:4:1.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Arbeidsovereenkomsten voor het bij oproep verrichten van
                                    werkzaamheden van een in aard en omvang wisselend karakter, die
                                    zijn aangegaan voor 1 mei 1994, vallen onder de werking van
                                    hoofdstuk 2, zoals dat per 1 juli 2001 luidt, met uitzondering
                                    van artikel 2:5:2.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2001002849</vet></al><al><vet>Aanpassing arbeidsduur</vet></al><al><vet>Artikel 2:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Overeenkomstig de Wet aanpassing arbeidsduur heeft een persoon
                                    die is aangesteld als ambtenaar of met wie een
                                    arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht de formele
                                    arbeidsduur per week te verminderen, tenzij zwaarwegende
                                    bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Overeenkomstig de Wet aanpassing arbeidsduur heeft een persoon
                                    die is aangesteld als ambtenaar of met wie een
                                    arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht op de formele
                                    arbeidsduur per week uit te breiden tot het aantal uren van een
                                    volledige betrekking, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of
                                    dienstbelangen zich hiertegen verzetten.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het college kan afwijken van het gestelde in het tweede lid ten
                                    aanzien van personen die werkzaam zijn in het kader van het
                                    Besluit in- en doorstroombanen, indien dit zou leiden tot een
                                    verlies van subsidie.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Artikel 2:7a</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Op verzoek van het college kan de arbeidsduur van een ambtenaar
                                    die is aangesteld voor een formele arbeidsduur van 36 uur per
                                    week, worden verruimd naar maximaal 40 uur per week.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Bij een verruiming van de arbeidsduur geldt dat:</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>- de verruiming van de arbeidsduur plaatsvindt
                                            gedurende een vooraf te bepalen periode;</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>- het salaris evenredig wordt verhoogd;</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>- de vakantieduur evenredig wordt verhoogd;</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>- de pensioenopbouw evenredig wordt
                                        verhoogd;</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>- de minimum vakantietoelage als bedoeld in artikel
                                            6:3, tweede lid, sub a, evenredig wordt
                                        verhoogd;</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>- de minimale eindejaarsuitkering als bedoeld in
                                            artikel 3:6, eerste lid, evenredig wordt
                                        verhoogd;</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>- instemming van de ambtenaar is vereist;</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>- artikel 4a:2 in de bepaalde periode niet van
                                            toepassing is.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Wanneer het eerste lid van dit artikel wordt toegepast, meldt
                                    het college dit vooraf aan de OR.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college rapporteert jaarlijks in het sociaal jaarverslag
                                    over het gebruik van de uitbreidingsmogelijkheid van de
                                    arbeidsduur naar maximaal 40 uur. Deze rapportage wordt ter
                                    bespreking voorgelegd aan de OR.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: </vet>ECCVA/U200800305 / U200800645</al><al><vet>Aanstelling na 65 jaar</vet></al><al><vet>Artikel 2:8</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2004003238 </vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>3 SALARIS EN VERGOEDINGSREGELINGEN</vet></al><al><vet>Bezoldiging</vet></al><al><vet>Artikel 3:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Met inachtneming van artikel 1:2:1 wordt aan de ambtenaar
                                    binnen het kader van een lokaal vast te stellen
                                    bezoldigingsregeling een bezoldiging toegekend.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>In deze bezoldigingsregeling worden de volgende begrippen
                                    gebruikt:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>schaal: voor een betrekking of voor een aantal
                                            betrekkingen tezamen ter bepaling van het salaris
                                            geldende opklimmende reeks van bedragen, daaronder mede
                                            begrepen de bedragen welke gelden ter verhoging van het
                                            salaris als gevolg van diensttijduitloop;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>salaris: het bedrag van de schaal hetwelk aan de
                                            ambtenaar is toegekend of, indien voor de betrekking een
                                            vast bedrag geldt, dit bedrag;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>bezoldiging: het salaris, vermeerderd met het bedrag
                                            van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en
                                            toelagen - niet zijnde onkostenvergoedingen - als
                                            omschreven in de in het eerste lid bedoelde regeling,
                                            alsmede het bedrag van de functioneringctoelage en de
                                            waarnemingstoelage.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Van de bezoldigingsregeling, bedoeld in het eerste lid, maken
                                    deel uit bijlage II en IIa van de CAR.</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>Bijlage II omvat de indeling van de schalen, bedoeld in
                                            het tweede lid, onderdeel a, en is van toepassing op die
                                            ambtenaar die ook op 31 maart 1996 reeds een salaris
                                            genoot op grond van deze bijlage, tenzij op grond van
                                            het gestelde onder b, tweede gedachtenstreepje, bijlage
                                            IIa op hem van toepassing is.</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>Bijlage IIa omvat de indeling en de opbouw van de
                                            schalen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en is
                                            van toepassing op:</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>- de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een
                                                  betrekking aanvaardt in de zin van de CAR, zonder
                                                  direct daaraan voorafgaand een betrekking in de
                                                  zin van de CAR te hebben vervuld en</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>- de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een
                                                  nieuwe betrekking in de zin van de CAR aanvaardt,
                                                  direct voorafgegaan door een andere betrekking in
                                                  de zin van de CAR, waarbij aan die nieuwe
                                                  betrekking een beter salarisperspectief is
                                                  verbonden. Hierbij wordt een betrekking mede als
                                                  nieuw aangemerkt ingeval een bestaande aanstelling
                                                  of arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd, als gevolg
                                                  van een wijziging in de uit te voeren
                                                taken.</vet></al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>Met inachtneming van het bepaalde in het derde lid en het
                                    vijfde lid worden in de bezoldigingsregeling nadere regels
                                    gesteld inzake de wijze waarop de inschaling plaatsvindt
                                    ingevolge bijlage IIa van de ambtenaren ten aanzien van wie het
                                    salaris op 31 maart 1996 is vastgesteld op grond van bijlage
                                    II.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Van de nadere regels, bedoeld in het vorige lid, maken deel uit
                                    de afspraken:</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>- dat de ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage
                                            II, die voor 1 april 1997 reeds het maximum heeft
                                            bereikt van de schaal en die binnen die betrekking geen
                                            perspectief heeft op een hogere schaal eerst per 1 april
                                            1997 een salaris gaat ontvangen op basis van het maximum
                                            van dezelfde schaal ingevolge bijlage IIa</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>- en dat de ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage
                                            II die op of na 1 april 1997 het maximum bereikt van de
                                            schaal en binnen zijn betrekking geen perspectief heeft
                                            op een hogere schaal op de datum van het bereiken van
                                            het maximum van de schaal een salaris gaat ontvangen op
                                            basis van het maximum van dezelfde schaal ingevolge
                                            bijlage IIa.</vet></al></li></lijst></li><li nr="6."><al><vet>Het salaris wordt berekend, gebaseerd op de formele arbeidsduur
                                    per week, en uitgekeerd per maand.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Met instemming van de ambtenaar kan een ambtenaar van 55 jaar
                                    of ouder in het kader van seniorenbeleid aangesteld worden in
                                    een functie waaraan een lagere schaal is verbonden met een
                                    dienovereenkomstige aanpassing van het salaris.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Na de toepassing van artikel 7:16, tweede lid, kan de ambtenaar
                                    worden herplaatst in de eigen of een passende functie waaraan
                                    een lagere schaal is verbonden met dienovereenkomstige
                                    aanpassing van het salaris.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/U200515560</vet></al><al><vet>Waarnemingstoelage</vet></al><al><vet>Artikel 3:1:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De bezoldiging, bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, wordt bepaald
                                met inachtneming van de aard van de betrekking en de wijze waarop de
                                ambtenaar deze vervult. Mede kunnen in aanmerking worden genomen
                                bekwaamheid en geschiktheid van de ambtenaar, voor zover in het
                                belang van de dienst gebleken ter zake van werkzaamheden niet tot
                                zijn eigenlijke betrekking behorende. Voorts kunnen in aanmerking
                                worden genomen leeftijd en dienstjaren van de ambtenaar alsook
                                andere omstandigheden, voor zover deze naar het oordeel van het tot
                                aanstelling bevoegde bestuursorgaan, gelet op het dienstbelang en
                                gelet op verhoudingen binnen de dienst, van betekenis zijn.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover daarin niet reeds is voorzien door de in artikel 3:1,
                                eerste lid, bedoelde regeling kan het college nadere regelen stellen
                                met betrekking tot het in het eerste lid bepaalde.</al></li><li nr="3."><al>Voor zover in de in artikel 3:1, eerste lid, bedoelde regeling niet
                                anders is bepaald, geschiedt de uitbetaling van de bezoldiging per
                                maand. Omtrent de wijze waarop de uitbetaling geschiedt, kan het
                                college nadere regels stellen.</al></li><li nr="4."><al>Over de tijd gedurende welke de ambtenaar in strijd met zijn
                                verplichtingen opzettelijk nalaat zijn betrekking te vervullen,
                                wordt hem zijn bezoldiging niet uitgekeerd.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Overwerkvergoeding</vet></al><al><vet>Artikel 3:1:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die ingevolge hem daartoe door of namens het college
                                verstrekte opdracht volledig een andere betrekking waarneemt,
                                ontvangt, indien voor die betrekking een hogere schaal geldt dan
                                voor zijn betrekking, over de tijd van deze waarneming een
                                vergoeding overeenkomstig het bepaalde in het volgende lid.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 8% van het eigen
                                salaris gedurende de periode van de waarneming. De vergoeding
                                tezamen met de bezoldiging bedraagt gedurende de waarneming niet
                                meer dan de ambtenaar zou hebben ontvangen indien hij was
                                ingeschaald in de bij de waargenomen betrekking behorende schaal,
                                hoogste periodiek. Voor de ambtenaar wiens salaris hoger is dan het
                                maximum van een bij besluit van het college voor de toepassing van
                                deze bepaling aangewezen schaal, bestaat eerst aanspraak op deze
                                vergoeding, indien de waarneming in een aaneengesloten tijdvak van
                                zes weken ten minste twintig volle werkdagen heeft geduurd, in welk
                                geval hem de vergoeding over de dagen waarop hij reeds waargenomen
                                heeft alsnog wordt uitbetaald.</al></li><li nr="3."><al>De ambtenaar die ingevolge hem daartoe door of namens het college
                                verstrekte opdracht volledig een andere betrekking waarneemt
                                waarvoor andere werktijden zijn vastgesteld dan voor zijn betrekking
                                gelden, ontvangt - zulks onverminderd het bepaalde in het eerste lid
                                - in zoverre op de waar te nemen betrekking het bepaalde in artikel
                                3:3 van toepassing is een vergoeding overeenkomstig de in dat
                                artikel bedoelde regels. Op de eerste twee dagen en op de eerste
                                zaterdag en zondag van de waarneming ontvangt hij evenwel voor de
                                uren welke liggen buiten de voor zijn betrekking geldende werktijd
                                ten minste een bedrag gelijk aan de vergoeding als bedoeld in
                                artikel 3:2:1. Wordt achtereenvolgens en zonder onderbreking meer
                                dan een betrekking als hier bedoeld waargenomen, dan geldt dit als
                                een geval van waarneming.</al></li><li nr="4."><al>Geen vergoeding ingevolge het eerste en derde lid wordt genoten door
                                de ambtenaar voor wie krachtens zijn aanstelling een bijzondere
                                regeling geldt.</al></li><li nr="5."><al>Het college is bevoegd om in andere gevallen van waarneming een naar
                                het oordeel van het college, gelet op de aard en de omvang van de
                                ingevolge de waarneming verrichte werkzaamheden, alsmede op de duur
                                en de wijze van de waarneming, billijke vergoeding toe te
                                kennen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Artikel 3:2</vet></al><al><vet>De ambtenaar als bedoeld in de artikelen 4:3 en 4:8 heeft recht op een
                            vergoeding voor overwerk. In een nader vast te stellen regeling wordt
                            onder meer bepaald in welke</vet><vet> gevallen een uitzondering geldt
                            wat betreft de mogelijkheid aanspraak te maken op een vergoeding,
                            bedoeld in de eerste zin.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201300476</vet></al><al><vet>Artikel 3:2:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding, bedoeld in artikel 3:2, bestaat uitverlof gelijk aan
                                het aantalvolle uren van het overwerk, alsmede uit het bedrag dat
                                voor die uren wordt berekend overeenkomstig het in het vijfde lid
                                bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>Het verlof, bedoeld in het vorige lid wordt verleend op een zo vroeg
                                mogelijk tijdstip. Op verzoek van de ambtenaar en voor zover de
                                belangen van de dienst en de belangen van de andere ambtenaren dit
                                toelaten wordt het verlof verleend - zo nodig in afwijking van het
                                bepaalde in de eerste volzin - op een tijdstip dat de ambtenaar
                                wenst.</al></li><li nr="3."><al>Voor 1 november (tenzij lokaal anders is geregeld) kunnen verlofuren
                                die het gevolg zijn van de vergoeding voor overwerk dat zal worden
                                verricht in het daarop volgende kalenderjaar, worden omgezet in
                                vakantie als bedoeld in artikel 6:2, eerste lid. Het aantal
                                verlofuren uit de vorige volzin en het aantal vakantie-uren als
                                bedoeld in artikel 6:2, tweede lid tezamen mag maximaal 50,4 uur
                                bedragen. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een arbeidsduur
                                van minder dan 36 uur per week geldt een naar evenredigheid lager
                                aantal uren als maximum.</al></li><li nr="4."><al>Kan geen verlof worden verleend in overeenstemming met het in het
                                tweede lid bepaalde, dan bestaat de in artikel 3:2 bedoelde
                                vergoeding uitsluitend uit een bedrag. Dit bedrag wordt berekend
                                overeenkomstig het bepaalde in het vijfde lid, met dien verstande,
                                dat de in dat lid genoemde percentages worden vermeerderd met
                                100.</al></li><li nr="5."><lijst><li nr="a."><al>Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vergoeding
                                        wordt voor elk van de in aanmerking komende uren berekend
                                        naar een percentage van het uurloon van de ambtenaar Dit
                                        percentage bedraagt: 100 voor overwerk op een zondag tussen
                                        0 en 24 uur, 75 voor overwerk op een zaterdag tussen 0 en 24
                                        uur, 75 voor overwerk op een maandag tussen 0 en 6 uur, 50
                                        voor overwerk op een dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag
                                        tussen 0 en 6 uur, 50 voor overwerk op een maandag, dinsdag,
                                        woensdag donderdag of vrijdag tussen 20 en 24 uur, 25 voor
                                        overwerk op maandag dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag
                                        tussen 6 en 20 uur</al></li><li nr="b."><al>Voor overwerk op een feestdag, als bedoeld in artikel 4:5,
                                        derde lid, en op de dag volgende op die feestdag tussen 0 en
                                        6 uur, geldt het percentage ingevolge het voorgaande,
                                        onderscheidenlijk voor een zondag en voor een maandag tussen
                                        0 en 6 uur, bepaald.</al></li><li nr="c."><al>Is voor de ambtenaar volgens rooster in plaats van een
                                        zondag, een feestdag, als bedoeld in artikel 4:5, derde lid,
                                        of een zaterdag, een andere vrije dag aangewezen dan wordt
                                        overwerk op die dag beschouwd als overwerk op
                                        overeenkomstige uren verricht op onderscheidenlijk een
                                        zondag, een feestdag, bedoeld in artikel 4:5, derde lid, of
                                        een zaterdag. Het college is echter bevoegd om, indien zulks
                                        naar het oordeel van het college wenselijk is, een regeling
                                        vast te stellen waarbij in afwijking van het hier bepaalde
                                        voor overwerk op vorenbedoelde vrije dag, ongeacht of deze
                                        is aangewezen in de plaats van een zondag of een feestdag,
                                        bedoeld in artikel 4:2:1, derde lid, of een zaterdag, een
                                        gelijke vergoeding wordt vastgesteld van 80%.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het college bepaalt welke ambtenaren - gelet op de aard en het
                                niveau van hun betrekking - geen aanspraak hebben op vergoeding voor
                                overwerk. Het college is bevoegd aan de ambtenaar die op grond van
                                het bovenstaande geen aanspraak heeft op vergoeding voor overwerk in
                                bijzondere gevallen een door het college te bepalen vergoeding toe
                                te kennen, indien en naarmate dit naar het oordeel van het college,
                                gelet op de aard of omvang van het overwerk en de onvermijdelijkheid
                                daarvan, redelijk is te achten.</al></li><li nr="7."><al>Het college is bevoegd om voor werkzaamheden welke door ambtenaren
                                met een verschillende bezoldiging en eventueel een verschillende
                                betrekking te samen en gelijktijdig als overwerk moeten worden
                                verricht, een naar het oordeel van het college billijke voor deze
                                ambtenaren gelijke vergoeding vast te stellen.</al></li><li nr="8."><al>Dit artikel is niet van toepassing op overwerk dat voortvloeit uit
                                een van de in artikel 15:1:11 bedoelde verplichtingen. Het college
                                regelt afzonderlijk de vergoeding voor zodanig overwerk.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Toelage onregelmatige dienst</vet></al><al><vet>Artikel 3:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar als bedoeld in de artikelen 4:3 en 4:8 heeft recht
                                    op een vergoeding over de werktijd vastgesteld op:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>maandag tot en met vrij ag tussen 0.00 en 08.00 uur en
                                            tussen 18.00 uur en 24.00 uur;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>zaterdag tussen 0.00 en 24.00 uur;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>zondag tussen 0.00 en 24.00 uur.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid heeft de
                                    ambtenaar geen recht op vergoeding, indien in een week slechts
                                    op één aaneengesloten periode van ten hoogste 3 uur, op de in
                                    dat lid onder a of b genoemde tijdstippen, werktijd is
                                    vastgesteld. </vet></al></li><li nr="3."><al><vet>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid behoudt de
                                    ambtenaar zijn recht op vergoeding over de op zaterdag
                                    vastgestelde werktijd, indien voor hem reeds vóór 1 januari 1997
                                    in de regel werktijd op zaterdag werd vastgesteld.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>In een nader vast te stellen regeling wordt onder meer bepaald
                                    in welke gevallen, anders dan in de voorgaande leden, een
                                    uitzondering geldt voor de mogelijkheid om aanspraak te maken op
                                    een vergoeding, als bedoeld in het eerste lid.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: 607820, U201300476</vet></al><al><vet>Artikel 3:3:1</vet></al><al><vet>Vervallen per 1-1-2014</vet></al><al><vet>Artikel 3:3A</vet></al><al><vet>Artikel 3:3A :</vet><vet> 1. Het college stelt voor de ambtenaar aan
                            wie de verplichting bedoeld in artikel 2:1B, tweede lid, onderdeel c, is
                            opgelegd, regelen ter vergoeding daarvan. Geen</vet><vet> vergoeding
                            wordt toegekend indien uitdrukkelijk is bepaald dat bij de vaststelling
                            van de bezoldiging met vorenbedoelde verplichting rekening is
                            gehouden.</vet></al><al><vet>2. De ambtenaar die valt onder de standaardregeling en die aangewezen
                            is voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten als bedoeld in
                            artikel 2:1B, tweede lid,</vet><vet> onderdeel c, heeft over de uren
                            buiten het dagvenster dat hij daadwerkelijk arbeid verricht recht op een
                            buitendagvenstervergoeding.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201300476</vet></al><al><vet>Verschuivingstoelage</vet></al><al><vet>Artikel 3:4</vet></al><al><vet> Het college kan bepalen dat bij verschuiving van de vastgestelde
                            werktijden per week van de ambtenaar als bedoeld in artikel 4:3 en 4:8
                            anders dan op verzoek van de ambtenaar</vet><vet> aanspraak op een
                            vergoeding ontstaat. In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald
                            wanneer recht ontstaat op een verschuivingsvergoeding.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009; U201300476</vet></al><al><vet>Artikel 3:4:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:4 heeft de ambtenaar
                                als bedoeld in de artikelen 4:3 en 4:8 recht op een vergoeding,
                                indien binnen 72 uur voor aanvang van de oorspronkelijk vastgestelde
                                werktijd, de werktijden worden verschoven.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing
                                ingeval een verschuiving van de oorspronkelijk vastgestelde
                                arbeidsduur per week en/of de oorspronkelijk vastgestelde werktijd
                                plaatsvindt zonder dat het dienstbelang dit vereist, gedurende de
                                periode gelegen tussen een maand en 72 uur voor aanvang van de
                                betreffende week dan wel de werktijd.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van deze vergoeding bedraagt voor elk verschoven uur 25%
                                van het uurloon.</al></li></lijst><al>briefnummer: ARZ/601519</al><al><vet>Ambtsjubileumgratificatie</vet></al><al><vet>Artikel 3:5</vet></al><al><vet>De ambtenaar heeft recht op een ambtsjubileumgratificatie. In een nader
                            vast te stellen regeling wordt onder meer bepaald:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet> in welke gevallen een uitzondering geldt wat betreft de
                                    mogelijkheid aanspraak te maken op een gratificatie, bedoeld in
                                    de aanhef;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>op welke wijze het bedrag aan gratificatie wordt
                                    berekend.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: ARZ/601519</vet></al><al><vet>Artikel 3:5:1</vet></al><al>1.Aan de ambtenaar die gedurende 25 jaar een betrekking bij de overheid
                        heeft vervuld, wordt een gratificatie toegekend overeenkomende met de helft
                        van de bezoldiging en van de vakantietoelage waarop de ambtenaar in de maand
                        van zijn jubileum aanspraak heeft. De ambtenaar die gedurende veertig
                        respectievelijk vijftig jaar een betrekking bij de overheid heeft vervuld,
                        ontvangt een gratificatie gelijk aan en bedrag, overeenkomende met de gehele
                        bezoldiging, vermeerderd met de vakantietoelage over de maand waarin hij
                        deze jubilea gedenkt. Aan de ambtenaar, die wordt ontslagen:</al><lijst><li nr="o"><al>- op grond van artikel 8:3;</al></li><li nr="o"><al>- op grond van artikel 8:4 bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of
                                meer;</al></li><li nr="o"><al>- op grond van artikel 8:11 indien en voorzover het een volledig
                                ontslag betreft;</al></li></lijst><al>en die indien het ontslag niet had plaatsgevonden het voor een gratificatie
                        vereiste aantal dienstjaren binnen vijf jaren na de ontslagdatum had kunnen
                        vervullen, wordt een proportionele gratificatie toegekend. Deze
                        proportionele gratificatie wordt berekend door het bedrag waarop recht zou
                        hebben bestaan indien het vereiste aantal dienstjaren zou zijn vervuld, te
                        vermenigvuldigen met een breuk. Daarvan wordt de teller gevormd door het
                        feitelijk geheel of gedeeltelijk vervulde aantal dienstjaren, waarbij naar
                        boven wordt afgerond op hele maanden; de noemer is het aantal dienstjaren
                        dat vervuld had moeten zijn om voor de gratificatie in aanmerking te komen.
                        De op grond van het vorenstaande berekende bedragen worden naar boven
                        afgerond op een veelvoud van vijf Euro.</al><al>2.Bij gedeeltelijk ontslag wordt de proportionele ambtsjubileumgratificatie
                        berekend naar rato van het aantal uren waarvoor ontslag wordt verleend.</al><al>briefnummer: 2008001112, U201300288</al><al><vet>Eindejaarsuitkering</vet></al><al><vet>Artikel 3:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar heeft recht op een eindejaarsuitkering ten bedrage
                                    van 6,0 % van het voor hem in een kalenderjaar geldende salaris
                                    op jaarbasis. De uitkering bedraagt bij een volledige betrekking
                                    minimaal € 1.750,--. Bij een deeltijd betrekking wordt dit
                                    bedrag naar rato vastgesteld.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de
                                    maand december betaald.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Bij indiensttreding na 1 januari van een kalenderjaar bouwt de
                                    ambtenaar naar evenredigheid aanspraken op een
                                    eindejaarsuitkering op. Bij ontslag van de ambtenaar vindt
                                    betaling van de eindejaarsuitkering plaats over het gedeelte van
                                    het kalenderjaar dat de ambtenaar in dienstverband werkzaam is
                                    geweest.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200800195 en U201001449</vet></al><al><vet>Militaire dienst</vet></al><al><vet>Artikel 3:7:1</vet></al><al>(Vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/702674 , U201001464</al><al><vet>Artikel 3:7:2</vet></al><al>(Vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/702674 / U201001464</al><al><vet>Artikel 3:7:3</vet></al><al>(Vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549 / U201001464</al><al><vet>Artikel 3:7:4</vet></al><al>(Vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/608409 / U201001464</al><al><vet>Artikel 3:7:5</vet></al><al>(Vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/702674 / U201001464</al><al><vet>Artikel 3:7:6</vet></al><al>(Vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/702674 / U201001464</al><al><vet>Artikel 3:7:7</vet></al><al>(Vervallen)</al><al>briefnummer: supplement 11 (december 1998) / U201001464</al><al><vet>Persoonlijke toelage</vet></al><al><vet>Artikel 3:7:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar, die het maximum van de voor hem geldende schaal
                                heeft bereikt, kan door het college een toelage worden toegekend,
                                wanneer daartoe op grond van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid
                                en ijver aanleiding bestaat.</al></li><li nr="2."><al>De toelage wordt ingetrokken, indien de gronden waarop de toelage
                                werd toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij het college van
                                oordeel is, dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of
                                gedeeltelijk te handhaven.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Artikel 3:8 Buitendagvenstervergoeding</vet></al><al><vet>1. De ambtenaar die valt onder de standaardregeling voor de werktijden
                            en die door het college aangewezen is om arbeid te verrichten buiten het
                            dagvenster als</vet><vet> bedoeld in artikel 4:2, tweede lid, heeft
                            recht op een buitendagvenstervergoeding.</vet></al><al><vet>2. De buitendagvenstervergoeding bedraagt:</vet><vet> - 50% van het
                            uurloon van de ambtenaar over de gewerkte uren buiten het dagvenster
                            tussen maandag 00:00 uur en vrijdag 24:00 uur;</vet><vet> - 75% van het
                            uurloon van de ambtenaar over de uren gewerkt op zaterdag;</vet><vet> -
                            100% van het uurloon van de ambtenaar over de uren gewerkt op zondag en
                            op de feestdagen genoemd in artikel 4:5, derde lid.</vet></al><al><vet>3. De ambtenaar die een functie bekleedt waaraan een functieschaal 11
                            of hoger verbonden is heeft geen recht op een
                            buitendagvenstervergoeding</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201300476</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>4 ARBEIDSDUUR EN WERKTIJDEN</vet></al><al><vet>Artikel 4:1</vet></al><al><vet>Het college stelt lokaal een werktijdenregeling vast met inachtneming
                            van hetgeen in dit hoofdstuk bepaald is.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U200600335, U201300476</vet></al><al><vet>§ 1. Standaardregeling voor de werktijden</vet></al><al><vet>Artikel 4:2</vet></al><al>U201300476</al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar verricht zijn werkzaamheden op tijden binnen het
                                    dagvenster.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het dagvenster loopt van maandag tot en met vrijdag tussen 7:00
                                    en 22:00 uur.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar en het college maken voorafgaand aan elk
                                    kalenderjaar afspraken.</vet></al></li></lijst><al><vet>over de werktijden, het verlof en de planning van de werkzaamheden van
                            de ambtenaar, voor het komende jaar.</vet></al><lijst><li nr="4."><al><vet>Ten aanzien van de afspraken over werktijden geldt als
                                    uitgangspunt dat </vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>hierover overeenstemming bereikt wordt tussen de
                                            ambtenaar en het college;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de werktijden binnen de normen van de arbeidstijdenwet
                                            blijven;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>de werktijd per dag ten hoogste 11 uren bedraagt en per
                                            week 50 uren, tenzij op verzoek van de ambtenaar daarvan
                                            wordt afgeweken.</vet></al></li></lijst></li><li nr="5."><al><vet>Als gevolg van gewijzigde omstandigheden kunnen de afspraken
                                    over de werktijden aangepast worden.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De ambtenaar en het college overleggen tweemaal per jaar over
                                    de werktijden in relatie tot de planning van de
                                    werkzaamheden.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Blijkt tijdens dit periodieke gesprek over de werktijden dat
                                    het ongewijzigd voortzetten van de planning van de werkzaamheden
                                    leidt tot overschrijding van de arbeidsduur per jaar, dan worden
                                    de afspraken in overleg aangepast. Indien de ambtenaar en het
                                    college het erover eens zijndat overschrijding van de
                                    arbeidsduur per jaar onvermijdelijk is dan wordt in overleg de
                                    omvang van de overschrijding vastgesteld, uitgedrukt in uren. De
                                    ambtenaar ontvangt voor elk te veel gewerkt uur een vergoeding
                                    ter hoogte van het uurloon of een uur vakantieverlof.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>de ambtenaar verricht arbeid op werktijden buiten het
                                    dagvenster wanneer dat op grond van dienstbelang noodzakelijk
                                    is.Voor de uren die de ambtenaar buiten het dagvenster werkt
                                    geldt een buitendagvenstervergoeding als bedoeld in artikel
                                    3:8.</vet></al></li><li nr="9."><al><vet>Ten aanzien van het verrichten van arbeid buiten het dagvenster
                                    vanwege dienstbelang is het bepaalde in artikel 4:5 van
                                    overeenkomstige toepassing.</vet></al></li><li nr="10."><al><vet>Wanneer de ambtenaar en het college er niet in slagen om de
                                    werktijden in overeenstemming vast te stellen, dan stelt het
                                    college wanneer het dienstbelang dit vergt eenzijdig de
                                    werktijden vast met afweging van alle betrokken belangen. In die
                                    situatie geldt ten aanzien van de werktijden van de ambtenaar de
                                    bijzondere regeling als bedoeld in paragraaf 2 van dit
                                    hoofdstuk.</vet></al></li><li nr="11."><al><vet>Het college kan de ambtenaar om redenen van dienstbelang
                                    incidenteel verzoeken om werkzaamheden te verrichten op
                                    werktijden die afwijken van de afspraken die hierover gemaakt
                                    zijn op grond van het derde lid. Wanneer de ambtenaar en het
                                    college hierover geen overeenstemming bereiken dan heeft de
                                    ambtenaar recht op een vergoeding voor de gewerkte uren ter
                                    hoogte van de buitendagvenstervergoeding, zoals omschreven in
                                    artikel 3:8, tweede lid, eerste aandachtstreepje. Artikel 3:8,
                                    derde lid, is van overeenkomstige toepassing.</vet></al></li><li nr="12."><al><vet>Het college en de OR evalueren jaarlijks de regels en afspraken
                                    over de werktijden in de organisatie. De OR heeft de bevoegdheid
                                    om verbetervoorstellen in te dienen, waarvan het college alleen
                                    gemotiveerd kan afwijken.</vet></al></li><li nr="13."><al><vet>Als op 31 december 2013 op grond van een lokale regeling een
                                    ruimer dagvenster geldt dan het dagvenster genoemd in het tweede
                                    lid, dan blijft vanaf 1 januari 2014 dit ruimere dagvenster
                                    gelden.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Artikel 4:2:1</vet></al><al>(vervallen per 1-1-2014)</al><al>briefnummer: 2004001009, U201300476</al><al><vet>Artikel 4:2:2</vet></al><al>(vervallen per 1-1-2014)</al><al>Briefnummer: U201300476</al><al><vet>§ 2. Bijzondere regeling voor de werktijden</vet></al><al><vet>Opgebouwde verloftegoed uit voormalige
                        verlofspaarmogelijkheid</vet></al><al><vet>Artikel 4:3 Werkingssfeer</vet></al><al><vet>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar van wie de werktijd
                            eenzijdig wordt vastgesteld door het college.</vet></al><al><vet>Briefummers: U2008001112, U201300288, U201300476</vet></al><al><vet>Artikel 4:3:1</vet></al><al>(vervallen)</al><al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600335</al><al><vet>Artikel 4:3:2</vet></al><al>(vervallen)</al><al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600335</al><al><vet>Artikel 4:3:3</vet></al><al>(vervallen)</al><al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600335</al><al><vet>Bijzondere regeling</vet></al><al><vet>Artikel 4:4 Vaststelling werktijden</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college stelt de werktijden van de ambtenaar
                                vast.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De arbeidsduur bedraagt ten hoogste 11 uur per dag en 50 uur
                                    per week.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Wanneer voor de ambtenaar wisselende werktijden gelden dan legt
                                    het college deze vast in een rooster.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Bij de vaststelling van de werktijden worden de volgende regels
                                    in acht genomen:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>De werktijden worden ten minste één maand voor aanvang
                                            bekend gemaakt aan de ambtenaar.</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>De werktijd van de ambtenaar wordt niet uitsluitend
                                            vastgesteld op een wijze waardoor een aanspraak op een
                                            ORT wordt ontweken.</vet></al></li></lijst></li></lijst><al>Briefnummer: U201300476</al><al><vet>Artikel 4:5 Werken op zon-en feestdagen</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar verricht geen werkzaamheden op zaterdag en zondag,
                                    tenzij het dienstbelang dit noodzakelijk maakt. Een afwijking
                                    hiervan is slechts mogelijk voor ten hoogste 26 zondagen per
                                    jaar.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Bij de vaststelling van de werktijden van de ambtenaar wordt
                                    zoveel mogelijk gezorgd, dat de ambtenaar op zondag en de voor
                                    hem geldende kerkelijke feestdagen zijn kerk kan bezoeken en dat
                                    hij in zijn zondagsrust zo weinig mogelijk wordt
                                beperkt.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van
                                    arbeid op zondag is bepaald, geldt mede voor het verrichten van
                                    arbeid op de nieuwjaarsdag, de tweede Paasdag, de
                                    Hemelvaartsdag, de tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen en de
                                    dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Voor zover het dienstbelang niet anders vereist, geldt, hetgeen
                                    in dit artikel ten aanzien van het verrichten van arbeid op
                                    zondag is bepaald, ook voor kerkelijke of nationale, landelijke,
                                    regionale of plaatselijk erkende feest- of gedenkdagen die door
                                    het college zijn aangewezen als dagen, waarop de openbare dienst
                                    van de gemeente is gesloten.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Het bepaalde in dit artikel vindt voor hem die tot een
                                    kerkgenootschap behoort dat de wekelijkse rustdag op de sabbat
                                    of de zevende dag viert, overeenkomstige toepassing indien hij
                                    een daartoe strekkend verzoek heeft ingediend.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U201300476</al><al><vet>Artikel 4:6</vet></al><al><vet>Indien door de ambtenaar, bedoeld in artikel 3:3, arbeid op zaterdag of
                            zondag wordt verricht, wordt hem voor elke zaterdag of zondag waarop hij
                            arbeid heeft verricht een</vet><vet> werkdag ter vrije beschikking
                            toegekend.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201300476</vet></al><al><vet>Artikel 4:7 Nadere regels</vet></al><al><vet>Het college kan ter uitvoering van de artikelen 4:1 tot en met 4:6
                            nadere regels stellen.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201300476</vet></al><al><vet>§ 3. Werktijden brandweerpersoneel in dienstroosters</vet></al><al><vet>Artikel 4:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De artikelen 4:1 tot en met 4:7 zijn niet van toepassing op de
                                    ambtenaar die bij de brandweer werkzaam is in een
                                    dienstrooster.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college stelt voor de ambtenaren genoemd in het eerste lid
                                    van dit artikel een werktijdenregeling vast.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Bij het vaststellen van het dienstrooster draagt het college er
                                    zorg voor dat de arbeidsduur per jaar niet wordt
                                    overschreden.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U201300476</al><al><vet>§ 4. Opgebouwde verloftegoed uit voormalige
                            verlofspaarmogelijkheid</vet></al><al><vet>Artikel 4:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan
                                onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>opgebouwde verloftegoed: het voor 1 april 2006
                                            opgebouwde verlof in het kader van de voormalige
                                            verlofspaarmogelijkheid;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>kapitalisatie van het opgebouwde verloftegoed: het
                                            omzetten van het opgebouwde verloftegoed in een
                                            geldbedrag. Per verlofuur wordt een bedrag uitgekeerd
                                            ten hoogte van het op het moment van uitbetalen geldende
                                            uurloon van de ambtenaar.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Het opgebouwde verloftegoed wordt op verzoek van de ambtenaar
                                    door het college verleend, tenzij de belangen van de dienst zich
                                    daartegen verzetten. De ambtenaar geniet het verlof zoveel als
                                    mogelijk in een aaneengesloten periode.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar kan verzoeken om kapitalisatie van het opgebouwde
                                    verloftegoed.Het college beslist of aan dit verzoek kan worden
                                    voldaan. Het verloftegoed kan enkel worden gekapitaliseerd
                                    wanneer de ambtenaar deelneemt aan de levensloopregeling en
                                    waneer het gekapitaliseerde verloftegoed wordt gestort op zijn
                                    levenslooprekening. Bij de kapitalisatie van het opgebouwde
                                    verloftegoed gelden de randvoorwaarden zoals opgenomen in de
                                    wettelijke bepalingen omtrent de levensloopregeling. Wanneer in
                                    een bepaald jaar het opgebouwde verloftegoed niet volledig kan
                                    worden gekapitaliseerd kan de ambtenaar in een volgend jaar
                                    opnieuw een verzoek indienen tot kapitalisatie van het
                                    resterende opgebouwde verloftegoed. Het college beslist dan of
                                    aan dit verzoek kan worden voldaan.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>In geval van ontslag op grond van artikel 8:1 wordt het
                                    resterende opgebouwde verloftegoed zoveel mogelijk opgenomen
                                    gedurende de opzegtermijn. In overeenstemming met de ambtenaar
                                    kan hiervoor de maximale opzegtermijn zonodig worden verlengd.
                                    Indien het voor de ambtenaar, in verband met het aanvaarden van
                                    een andere betrekking, niet mogelijk is om de opzegtermijn te
                                    verlengen, wordt het niet opgenomen resterende opgebouwde
                                    verloftegoed uitbetaald ingevolge het bepaalde in het tiende
                                    lid.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>In geval van ontslag op grond van artikel 8:3, 8:6, 8:7, 8:8,
                                    8:10 of 8:11 wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld om
                                    voorafgaand aan het ontslag het resterende opgebouwde
                                    verloftegoed op te nemen. Indien dit niet mogelijk is, wordt het
                                    niet opgenomen opgebouwde verloftegoed uitbetaald ingevolge het
                                    bepaalde in het tiende lid.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>In geval van ontslag op grond van artikel 8:5a of 8:13 is de
                                    ambtenaar verplicht het resterende opgebouwde verloftegoed op te
                                    nemen met ingang van de dag dat het voornemen tot ontslag aan de
                                    ambtenaar is meegedeeld. Het ontslag gaat in op de eerste dag na
                                    afloop van de opname van het opgebouwde verloftegoed.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>In geval van ontslag op grond van artikel 8:4 en 8:5 of 8:9
                                    wordt het resterende opgebouwde verloftegoed uitbetaald op grond
                                    van het tiende lid.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>In het geval van overlijden van de ambtenaar wordt aan de
                                    nabestaanden, met inachtneming van het bepaalde van artikel
                                    8:16:2, het resterende opgebouwde verloftegoed uitbetaald
                                    ingevolge het bepaalde in het tiende lid.</vet></al></li><li nr="9."><al><vet>In geval het ontslag als bedoeld in de voorgaande leden een
                                    gedeeltelijk ontslag betreft, worden tussen de ambtenaar en het
                                    college nadere afspraken gemaakt over de opname van het
                                    resterende opgebouwde verloftegoed.</vet></al></li><li nr="10."><al><vet>Indien het opgebouwde verloftegoed wordt uitbetaald, wordt dit
                                    uitbetaald naar het op het moment van uitbetalen geldende
                                    uurloon van de ambtenaar.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U201300476</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>4a UITWISSELEN VAN ARBEIDSVOORWAARDEN</vet></al><al><vet>Vakantie-uren uitwisselen tegen geld</vet></al><al><vet>Artikel 4a:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar kan bij het college voor l november (tenzij lokaal
                                    anders is geregeld) een verzoek indienen om gedurende het
                                    daaropvolgende kalenderjaar de duur van de vakantie - als
                                    bedoeld in artikel 6:2, eerste lid - te verminderen in ruil voor
                                    een vergoeding als bedoeld in het vijfde lid.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het
                                    aantal vakantie-uren -na vermindering op grond van het eerste
                                    lid- minimaal 144 uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor
                                    een formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een
                                    naar evenredigheid lager aantal uren als minimum.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het
                                    aantal te verminderen vakantie-uren op grond van het eerste lid
                                    maximaal 72 uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een
                                    formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een
                                    naar evenredigheid lager aantal uren als maximum.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid
                                    toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich
                                    daartegen verzetten.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Tenzij op lokaal niveau anders is overeengekomen ontvangt de
                                    ambtenaar voor elk op grond van het eerste lid verminderd
                                    vakantie-uur een vergoeding overeenkomend met de hoogte van het
                                    salaris per uur dat hij geniet bij de aanvang van het
                                    kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200600335, U201300288</vet></al><al><vet>Geld uitwisselen tegen vakantie-uren</vet></al><al><vet>Artikel 4a:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar kan bij het college voor 1 november (tenzij lokaal
                                    anders is geregeld) een verzoek indienen om gedurende het
                                    daaropvolgende kalenderjaar de duur van de vakantie - als
                                    bedoeld in artikel 6:2, eerste lid - te vermeerderen tegen
                                    inlevering van een vergoeding als bedoeld in het vierde
                                    lid.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het
                                    aantal op grond van het eerste lid te vermeerderen vakantie-uren
                                    maximaal 72 uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een
                                    formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een
                                    naar evenredigheid lager aantal uren als maximum.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het college wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid
                                    toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich
                                    daartegen verzetten.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Tenzij op lokaal niveau anders is overeengekomen, wordt op het
                                    salaris van de ambtenaar voor elk op grond van het eerste lid
                                    meer verkregen vakantie-uur een vergoeding ingehouden
                                    overeenkomend met de hoogte van het salaris per uur dat hij
                                    geniet bij aanvang van het kalenderjaar waarop het verzoek
                                    betrekking heeft.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: 2004001009, U201300288</vet></al><al><vet>Inhouding op bezoldiging, eindejaarsuitkering, vakantietoelage of
                            urenvergoeding</vet></al><al><vet>Artikel 4a:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college kan op verzoek van de ambtenaar zijn bezoldiging
                                    als bedoeld in artikel 3:1, zijn eindejaarsuitkering als bedoeld
                                    in artikel 3:6, zijn vakantietoelage als bedoeld in artikel 6:3
                                    of zijn vergoeding als bedoeld in artikel 4a:1, vijfde lid,
                                    verlagen voor door het college vastgestelde
                                    bestedingsmogelijkheden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Bij regeling van het college kunnen voor de uitvoering van het
                                    bepaalde in het eerste lid nadere voorschriften worden
                                    gesteld.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>5 SENIORENMAATREGELEN</vet></al><al><vet>Artikel 5:1 56-jarigenregeling</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 5:2 Pré-Vut</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 5:3 60-jarigenregeling</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 5:4 Ingangsdatum seniorenmaatregelen</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 5:5 Overgangsbepalingen</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 5:6 Slotbepalingen</vet></al><al><vet>(vervalt)</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>6 VAKANTIE, VAKANTIETOELAGE EN (ZWANGERSCHAPS- EN
                            BEVALLINGS)VERLOF</vet></al><al><vet>Vakantie</vet></al><al><vet>Artikel 6:1</vet></al><al><vet>In elk kalenderjaar heeft de ambtenaar recht op vakantie met behoud van
                            bezoldiging.</vet></al><al><vet>Artikel 6:1:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vakantie, waarop de ambtenaar recht heeft ingevolge artikel 6:1,
                                wordt verleend, tenzij de belangen van de dienst zich daartegen
                                verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel
                                6:2:4, eerste lid, dan wel toepassing wordt gegeven aan artikel
                                6:2:6.</al></li><li nr="2."><al>De vakantie wordt verleend door het college.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Artikel 6:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vakantie van de ambtenaar met een volledige betrekking
                                    bedraagt ten minste 158,4 uur per kalenderjaar. Hiervan is 144
                                    uur per kalenderjaar wettelijk verlof.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor 1 november (tenzij lokaal anders is geregeld) kan de
                                    ambtenaar verzoeken in het daaropvolgende kalenderjaar de
                                    arbeidsduur per jaar te mogen overschrijden met - bij een
                                    volledige betrekking - een maximum van 50,4 uren en deze uren om
                                    te zetten in vakantie als bedoeld in het eerste lid. Voor de
                                    ambtenaar die is aangesteld voor een arbeidsduur van minder dan
                                    36 uur per week geldt een naar evenredigheid lager aantal uren
                                    als maximum.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het college wijst een verzoek als bedoeld in het vorige lid
                                    toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich
                                    daartegen verzetten.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009, U201401851</vet></al><al><vet>Artikel 6:2:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:2 geeft het college
                                algemene regels met betrekking tot de duur van de vakantie.</al></li><li nr="2."><al>De duur van de vakantie van een ambtenaar die is aangesteld voor een
                                formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week, wordt naar
                                evenredigheid verminderd.</al></li><li nr="3."><al>Bij de in het eerste lid bedoelde algemene regels wordt ten aanzien
                                van de ambtenaren of bepaalde groepen van ambtenaren voorzien in een
                                vermeerdering van de vakantie op grond van volbrachte diensttijd of
                                bereikte leeftijd, dan wel van beide, waarbij het bepaalde in het
                                tweede lid van overeenkomstige toepassing is.</al></li><li nr="4."><al>De aan de ambtenaar volgens de in het eerste lid bedoelde algemene
                                regels toekomende vakantie wordt vermeerderd met 14,4 uren ten
                                aanzien van degene, bedoeld in de artikelen 3:3 en 3:3:1, indien
                                regelmatig en in belangrijke mate op onregelmatige uren wordt
                                gewerkt, respectievelijk indien de in artikel 3:3:1 genoemde
                                verplichting regelmatig en in belangrijke mate op de ambtenaar
                                rust.</al></li><li nr="5."><al>In gevallen waarin dit artikel niet voorziet, stelt het college
                                bijzondere regels vast.</al></li><li nr="6."><al>Het recht op vermeerdering van de vakantie als bedoeld in het derde
                                lid van dit artikel vervalt met ingang van de dag waarop de
                                ambtenaar gebruikmaakt van de FPU Gemeenten als omschreven in
                                hoofdstuk 5a.</al></li></lijst><al>briefnummer: 2004001009 en U201100883</al><al><vet>Artikel 6:2:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vakantie kan worden opgesplitst, maar wordt als regel voor ten
                                minste 2/3 deel, doch in elk geval voor ten minste tien werkdagen,
                                aaneensluitend verleend.</al></li><li nr="2."><al>De vakantie wordt desverlangd zoveel mogelijk, in het bijzonder voor
                                wat betreft de aaneengesloten periode, bedoeld in het eerste lid,
                                verleend in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober. De ambtenaar wordt
                                in de gelegenheid gesteld vakantie op te nemen op officiële
                                feestdagen, samenhangend met geloof en/of culturele achtergrond
                                anders dan de feestdagen genoemd in artikel 4:5 lid 3, bij het
                                huwelijk of geregistreerd partnerschap van bloed- en aanverwanten in
                                eerste en tweede graad en bij verhuizing.</al></li><li nr="3."><al>De beslissing omtrent de tijdstippen waarop de vakantie zal worden
                                verleend, alsmede die omtrent de tijdvakken waarin de vakantie
                                eventueel zal worden gesplitst , berust bij het bestuursorgaan dat
                                de vakantie verleent. Bij die beslissing wordt, voor zover de
                                belangen van de dienst en die van de andere ambtenaren die toelaten,
                                zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van de
                                ambtenaar.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002001818</al><al><vet>Vakantieopbouw tijdens ziekte, arbeidsongeschiktheid en andere redenen
                            van afwezigheid</vet></al><al><vet>Artikel 6:2:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar is aangesteld of
                                wordt ontslagen heeft recht op een duur van de vakantie naar rato
                                van de tijd dat hij zijn betrekking vervult.</al></li><li nr="2."><al>Voor de ambtenaar die door oorzaken anders dan die bedoeld in het
                                eerste lid , niet gedurende het volle kalenderjaar zijn betrekking
                                vervult, wordt de duur van de vakantie naar evenredigheid verminderd
                                behoudens het bepaalde in het derde lid.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 6:1:1, eerste lid, wordt een
                                vermindering, bedoeld in het tweede lid, niet toegepast:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende afwezigheid wegens zwangerschap en bevalling;</al></li><li nr="b."><al>gedurende afwezigheid wegens ziekte </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien aan de ambtenaar op zijn verzoek vakantie wordt verleend op
                                werkdagen, waarop hij wegens ziekte geheel of gedeeltelijk zijn
                                arbeid niet kan verrichten, wordt het aantal vakantie-uren van de
                                ambtenaar verminderd met het aantal uren dat hij op die dag zou
                                werken als hij niet ziek zou zijn geweest.</al></li><li nr="5."><al>Voor vakantie-uren waarop de ambtenaar aanspraak heeft, maar die met
                                ingang van de dag van ontslag nog niet zijn verleend wordt een
                                vergoeding gegeven. Deze vergoeding is gelijk aan het uurloon van de
                                ambtenaar voor elk niet verleend vakantie-uur.</al></li></lijst><al>briefnummer: U200601371 en U201001464 en U201401851</al><al><vet>Artikel 6:2:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Is aan de ambtenaar om redenen van dienstbelang in enig kalenderjaar
                                de vakantie niet of niet geheel verleend, dan wordt hem die nog niet
                                genoten vakantie zoveel mogelijk in het eerstvolgende, doch
                                uiterlijk voor het einde van het tweede volgende kalenderjaar
                                verleend.</al></li><li nr="2."><al>Indien het belang van de dienst het onvermijdelijk maakt, dat de
                                vakantie of het aaneengesloten gedeelte daanan wordt genoten buiten
                                het in artikel 6:2:2, tweede lid, genoemde tijdvak, kan door het
                                college de duur van de vakantie of het aaneengesloten deel daarvan
                                met 1/3 worden verlengd.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Artikel 6:2:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Verleende vakantie kan worden ingetrokken, wanneer dringende redenen
                                van dienstbelang zulks noodzakelijk maken. Indien ten gevolge
                                daarvan de ambtenaar op een bepaalde werkdag slechts gedeeltelijk
                                vakantie genoot, worden de genoten vakantieuren van die werkdag niet
                                in aanmerking genomen bij de berekening van het aantal genoten
                                vakantie-uren.</al></li><li nr="2."><al>Indien de ambtenaar ten gevolge van de intrekking van de vakantie
                                geldelijke schade lijdt, wordt deze schade hem vergoed.</al></li></lijst><al>briefnummer: ARZ/601519</al><al><vet>Artikel 6:2:6</vet></al><al>1.Indien in enig kalenderjaar de vakantie geheel of gedeeltelijk niet is
                        verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de ambtenaar;</al></li><li nr="b."><al>als gevolg van afwezigheid wegens ziekte die niet aan de schuld of
                                nalatigheid van de ambtenaar is te wijten of</al></li><li nr="c."><al>als gevolg van verblijf in militaire dienst anders dan voor eerste
                                oefening, wordt de niet genoten vakantie in een volgend kalenderjaar
                                verleend, tenzij het belang van de dienst of de belangen van de
                                andere ambtenaren zich daartegen verzetten.</al></li></lijst><al>Een verzoek als bedoeld onder a kan achterwege blijven, indien de niet
                        genoten vakantie minder is dan een nader door het college te bepalen aantal
                        uren.</al><lijst><li nr="2."><al>De wegens ziekte tijdens een vakantie niet genoten vakantie-uren
                                worden als niet verleend beschouwd, indien de ambtenaar aannemelijk
                                kan maken dat hij, ware hem geen vakantie verleend, op die uren
                                verhinderd zou zijn geweest zijn betrekking te vervullen.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt met dien verstande,
                                dat de ambtenaar in enig kalenderjaar nimmer meer vakantie-uren kan
                                opnemen dan anderhalf maal het hem bij of krachtens artikel 6:2:1
                                toekomende aantal uren tenzij op een desbetreffend verzoek van de
                                ambtenaar uitdrukkelijk anders is beslist.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Artikel 6:2:7</vet></al><al>Aan de ambtenaar die tijdens zijn vakantie bepaalde voordelen welke aan zijn
                        betrekking zijn verbonden derft, kan deswege een vergoeding worden
                        toegekend.</al><al><vet>Artikel 6:2a Vervaltermijn wettelijk verlof</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien in een kalenderjaar het wettelijk verlof geheel of
                                    gedeeltelijk niet is opgenomen , vervalt dit verlof 12 maanden
                                    na het einde van dat kalenderjaar, tenzij de ambtenaar tot aan
                                    dat tijdstip om medische redenen redelijkerwijs niet in staat is
                                    geweest om dit vakantieverlof op te nemen, of dit vanwege
                                    dienstbelang niet mogelijk is geweest.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Een ambtenaar kan een verzoek indienen om zijn wettelijk verlof
                                    gedeeltelijk in te zetten voor een langere verlofperiode. Het
                                    college kan daarbij de in lid 1 genoemde termijn
                                    verlengen.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201401851</vet></al><al><vet>Artikel 6:2b Verjaringstermijn bovenwettelijk verlof</vet></al><al>Indien in een kalenderjaar het bovenwettelijk verlof geheel of gedeeltelijk
                        niet is opgenomen, verjaart dit verlof 60 maanden na het einde van dat
                        kalenderjaar. </al><al><vet>Vakantietoelage</vet></al><al><vet>Artikel 6:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar heeft aanspraak op een vakantietoelage voor elke
                                    maand waarover hij als zodanig bezoldiging heeft genoten. Indien
                                    een ambtenaar in de loop van een maand zijn betrekking
                                    gaatvervullen dan wel wordt ontslagen, ontvangt hij een
                                    evenredig deel van de vakantietoelage over die maand.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De vakantietoelage bedraagt per kalendermaand 8% van de voor de
                                    ambtenaar in die maand geldende bezoldiging, met dien verstande
                                    dat aan de ambtenaar ten minste het bedrag wordt uitbetaald dat
                                    gelijk is aan de voor ambtenaren vastgestelde minimum
                                    vakantietoelage, welk bedrag bij het vervullen van een
                                    onvolledige betrekking naar evenredigheid wordt
                                    verminderd.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/U200800645</vet></al><al><vet>Artikel 6:3:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vakantietoelage, bedoeld in artikel 6:3 , wordt eenmaal per
                                kalenderjaar uitbetaald over de periode van 12 maanden, beginnende
                                met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar. In afwijking
                                van het bepaalde in de vorige zin vindt uitbetaling ook plaats bij
                                ontslag van de ambtenaar.</al></li><li nr="2."><lijst><li nr="a."><al>Artikel 6:3 , alsmede het eerste lid van dit arrikel zijn
                                        niet van toepassing op de ambtenaar, die in werkelijke
                                        dienst is of te werk is gesteld in de zin van artikel 9 van
                                        de Wet gewetensbezwaren militaire dienst;</al></li><li nr="b."><al>Aan de ambtenaar die ingevolge wettelijke verplichting
                                        anders dan voor herhalingsoefeningen als militair in
                                        werkelijke dienst is, of te werk is gesteld in de zin van
                                        artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst en
                                        die vervangende dienst gedurende negen maanden heeft
                                        vervuld, wordt een bedrag uitgekeerd, dat gelijk is aan het
                                        verschil tussen het bedrag, dat hij als vakantie-uitkering
                                        uit hoofde van zijn militaire dienst of tewerkstelling in de
                                        zin van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst ontvangt en
                                        het bedrag aan vakantietoelage - mits dit hoger is - dat hij
                                        zou hebben ontvangen indien de voorgaande leden op hem van
                                        toepassing zouden zijn en de toelage zou zijn berekend op
                                        basis van de volle aan zijn betrekking verbonden
                                        bezoldiging.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij de toepassing van dit artikel wordt in acht genomen dat de tijd
                                gedurende welke bij wijze van disciplinaire straf of uit hoofde van
                                schorsing een gedeelte van de bezoldiging wordt ingehouden buiten
                                beschouwing wordt gelaten, indien en voorzover dat bij de
                                strafoplegging of schorsing is bepaald. Artikel 8:15:2, vierde en
                                vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Met betrekking tot de uitvoering van dit artikel kan het college
                                nadere regels stellen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Buitengewoon verlof</vet></al><al><vet>Artikel 6:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op
                                    calamiteiten- en ander kort verzuimverlof of kraamverlof heeft
                                    gedurende dit verlof aanspraak op doorbetaling van zijn
                                    bezoldiging.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald in welke
                                    andere gevallen aan de ambtenaar door het college buitengewoon
                                    verlof met behoud van de bezoldiging kan worden
                                verleend.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald in welke
                                    gevallen het college buitengewoon verlof kan verlenen aan de
                                    ambtenaar die lid is van een op grond van artikel 12:1, derde
                                    lid, toegelaten organisatie.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>In de situatie dat er tijdens de non-activiteit elders pensioen
                                    wordt opgebouwd, is het verhaal van de Vut-fonds bijdrage als
                                    bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basisen aanvullende
                                    uitkering gelijk aan de bijdrage die voor de ambtenaar is
                                    verschuldigd.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</vet></al><al><vet>Artikel 6:4:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud
                                van bezoldiging op de dag dat het huwelijk of geregistreerd
                                partnerschap van de ambtenaar wordt voltrokken.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar meldt tenminste twee weken tevoren aan het college
                                wanneer het huwelijk of het registeren van het partnerschap zal
                                plaatsvinden.</al></li></lijst><al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600336</al><al><vet>Langdurend zorgverlof</vet></al><al><vet>Artikel 6:4:1a</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op langdurend
                                zorgverlof heeft over de uren dat hij dit verlof geniet aanspraak op
                                doorbetaling van 50% van zijn bezoldiging.</al></li><li nr="2."><al>Indien de ambtenaar gedurende het langdurend zorgverlof wegens
                                ziekte niet in staat is zijn betrekking te vervullen vindt geen
                                opschorting van het langdurend zorgverlof plaats.</al></li><li nr="3."><al>De ambtenaar die langdurend zorgverlof geniet en langer dan 7
                                kalenderdagen wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking te
                                vervullen heeft met ingang van de achtste kalenderdag aanspraak op
                                zijn volledige bezoldiging.</al></li><li nr="4."><al>De duur van de vakantie van de ambtenaar die langdurend zorgverlof
                                geniet wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het
                                langdurend zorgverlof.</al></li><li nr="5."><al>Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking
                                te vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 7 kalenderdagen,
                                wordt met ingang van de achtste kalenderdag de vermindering van de
                                duur van de vakantie beëindigd.</al></li><li nr="6."><al>De opbouw van de vakantietoelage van de ambtenaar die langdurend
                                zorgverlof geniet vindt plaats op basis van de bezoldiging genoemd
                                in het eerste lid.</al></li><li nr="7."><al>Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking
                                te vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 7 kalenderdagen,
                                vindt met ingang van de achtste kalenderdag de opbouw van de
                                vakantietoelage weer plaats op basis van de volledige
                                bezoldiging.</al></li></lijst><al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600336</al><al><vet>Vakbondsverlof</vet></al><al><vet>Artikel 6:4:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel worden verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Centrales van overheidspersoneel;</al><lijst><li nr="1."><al>de Algemene Centrale van overheidspersoneel
                                                (ACOP);</al></li><li nr="2."><al>de Christelijke Centrale van overheids- en onderwijs
                                                personeel (CCOOP);</al></li><li nr="3."><al>de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen
                                                bij overheid, onderwijs, bedrijven en instellingen
                                                (CMHF).</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Verenigingen van ambtenaren de verenigingen van ambtenaren
                                        welke zijn aangesloten bij de onder a genoemde centrales van
                                        overheidspersoneel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt
                                door het college buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging
                                verleend aan de ambtenaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het bijwonen van algemene vergaderingen van
                                        verenigingen van ambtenaren of, voor zover het algemene
                                        verenigingen betreft welke ook andere groepen van ambtenaren
                                        dan gemeentepersoneel organiseren, voor het bijwonen van
                                        algemene vergaderingen van een landelijke groep van
                                        gemeentepersoneel indien de ambtenaar lid van het
                                        hoofdbestuur, bestuurslid ener landelijke groep of
                                        afgevaardigde van een afdeling is, met dien verstande dat
                                        van elke afdeling voor iedere vijftig leden of gedeelte
                                        daarvan aan ten hoogste twee afgevaardigden tot een maximum
                                        van tien afgevaardigden, verlof wordt verleend;</al></li><li nr="b."><al>voor het bijwonen van hoofdbestuursvergaderingen indien hij
                                        lid is van het hoofdbestuur van bondsraad- of
                                        bestuursraadvergaderingen indien hij lid is van de bonds- of
                                        bestuursraad, en van groepsraadvergaderingen indien hij lid
                                        is van een landelijke groepsraad;</al></li><li nr="c."><al>voor het bijwonen van één algemene vergadering van de
                                        centrale organisatie waarbij de vereniging van de ambtenaar
                                        is aangesloten, indien hij als vertegenwoordiger van zijn
                                        vereniging aan die vergadering deelneemt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten wordt door
                                het college aan de ambtenaar met een volledige betrekking
                                buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>om, indien hij daartoe door een centrale van
                                        overheidspersoneel als bedoeld in heteerste lid, onder a of
                                        door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen.</al><lijst><li nr="§"><al>om bestuurlijke en/of vertegenwoordigende
                                                activiteiten te ontplooien binnen die centrale of
                                                die daarbij aangesloten vereniging,
                                                onderscheidenlijk binnen het gemeentelijk apparaat,
                                                welke ertoe strekken de doelstellingen van deze
                                                centrale van overheidspersoneel en/of de daarbij
                                                aangesloten vereniging te ondersteunen, het geheel
                                                voor ten hoogste 216 uren per kalenderjaar;</al></li><li nr="§"><al>als vakbondsconsulent, voor ten hoogste 50 uur per
                                                jaar voor een organisatie met minder dan 400
                                                medewerkers en ten hoogste 100 voor een organisatie
                                                met meer dan 400 medewerkers;</al></li><li nr="§"><al>als arbeidsvoorwaardenadviseur voor ten hoogste 50
                                                uur per jaar voor een organisatie met minder dan 400
                                                medewerkers en ten hoogste 100 uur voor een
                                                organisatie met meer dan 400 medewerkers met dien
                                                verstande dat per vakcentrale per organisatie verlof
                                                wordt toegekend aan maximaal een
                                                arbeidsvoorwaardenadviseur</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>voor het - op uitnodiging van een vereniging van ambtenaren
                                        - als cursist deelnemenaan een cursus welke door of ten
                                        behoeve van de leden van die vereniging van ambtenaren wordt
                                        gegeven, alles te samen voor ten hoogste 43,2 uren per twee
                                        kalenderjaren.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Van het buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging van een
                                ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur per week
                                van minder dan 36 uur wordt het aantal uren genoemd in het derde lid
                                onder de a en b, naar evenredigheid verminderd.</al></li><li nr="5."><al>Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid tezamen, kan voor de
                                ambtenaar met een volledige betrekking niet meer bedragen dan ten
                                hoogste 244,8 uren per kalenderjaar, echter met dien verstande dat
                                ten hoogste 316,8 uren verlof kan worden verleend aan de ambtenaar
                                die:</al><lijst><li nr="a."><al>lid is van het hoofdbestuur van een centrale van
                                        overheidspersoneel, genoemd in het eerste lid onder a , nr.
                                        1 of 2 en/of van een vereniging van ambtenaren die
                                        rechtstreeks bij die centrale is aangesloten.</al></li><li nr="b."><al>lid is van het centrale bestuur van de centrale genoemd in
                                        het eerste lid onder a , nr.3 en/of bestuurs lid is van een
                                        sector of sectie van de centrale.</al></li></lijst></li></lijst><al>Het buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging van een ambtenaar die is
                        aangesteld voor een formele arbeidsduur per week van minder dan 36 uur wordt
                        het aantal uren genoemd in het derde lid onder a en b, naar evenredigheid
                        verminderd.</al><lijst><li nr="6."><al>Verlof, bedoeld in de vorige leden, kan slechts worden verleend aan
                                de ambtenaar die lid is van een vereniging van ambtenaren, bedoeld
                                in het eerste lid, onder b.</al></li><li nr="7."><al>Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt
                                aan de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij
                                lid is, is aangewezen als lid van de commissie, bedoeld in artikel
                                12:1, tweede lid, buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging
                                verleend voor het bijwonen van de vergadering van die commissie,
                                alsmede voor een voorvergadering per uitgeschreven
                                commissievergadering. Hetgeen ten aanzien van de voorvergadering is
                                bepaald, geldt eveneens voor de ambtenaar die door de vereniging van
                                ambtenaren waarvan hij lid is, is aangewezen als plaatsvervangend
                                lid van de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid.</al></li><li nr="8."><al>Het college kan omtrent het bepaalde in dit artikel nadere regels
                                stellen, waarbij het te verlenen verlof, bedoeld in het tweede,
                                derde en vijfde lid, op een lager aantal uren kan worden
                                gesteld.</al></li></lijst><al>briefnummer: 2004001009, U201300288, U201401851</al><al><vet>Artikel 6:4:2a</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2002004755 </al><al><vet>Kortdurend zorgverlof</vet></al><al><vet>Artikel 6:4:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar met een volledige betrekking kan voor maximaal 72 uur
                                per kalenderjaar aanspraak maken op kortdurend zorgverlof op grond
                                van de Waz.</al></li><li nr="2."><al>Het maximum van 72 uur, als genoemd in het eerste lid, wordt voor de
                                ambtenaar die is aangesteld voor een formele betrekkingsomvang van
                                minder dan 36 uur per week naar evenredigheid verminderd.</al></li><li nr="3."><al>Het verlof komt voor de helft voor de rekening van de werkgever en
                                voor de helft voor de rekening van de ambtenaar.</al></li><li nr="4."><al>Het college bepaalt in overleg met de ambtenaar nader de wijze
                                waarop de verrekening van het verlof met hem plaatsvindt.
                                Verrekening met de vakantie bedoeld in artikel 6:2 is mogelijk.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2002004755</al><al><vet>Non-activiteit</vet></al><al><vet>Artikel 6:4:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij non-activiteit, bedoeld in artikel 125c, eerste lid, van de
                                Ambtenarenwet bestaat geen recht op doorbetaling van de bezoldiging
                                en vakantietoelage.</al></li><li nr="2."><al>Indien de ambtenaar uit hoofde van zijn benoeming of verkiezing,
                                bedoeld in artikel 125c, tweede lid, Ambtenarenwet 1929, aanspraak
                                heeft op een vaste vergoeding - niet zijnde een onkostenvergoeding -
                                wordt op zijn bezoldiging over de tijd dat hij het op grond van dat
                                artikellid verleende verlof geniet een inhouding toegepast. Deze
                                inhouding gaat hetgeen hij geacht kan worden te ontvangen als
                                vergoeding voor de met het verlof overeenkomende tijd niet te
                                boven.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ter uitvoering van de vorige leden nadere regels
                                vaststellen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Overige redenen buitengewoon verlof</vet></al><al><vet>Artikel 6:4:5</vet></al><al>Het college kan aan een ambtenaar op diens verzoek, met behoud van het genot
                        van de gehele of gedeeltelijke bezoldiging en al dan niet onder bepaalde
                        nadere voorwaarden, verlof verlenen om andere redenen dan die welke zijn
                        genoemd in artikel 6:4 tot en met artikel 6:4:4. Het verlof wordt verleend
                        voor maximaal één jaar.</al><al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600904 </al><al><vet>Artikel 6:4:5a</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de ambtenaar die benoemd is tot bezoldigd
                                bestuurder van een vereniging van ambtenaren op diens verzoek
                                onbetaald verlof verlenen voor de duur van de vervulling van de
                                functie voor ten hoogste twee jaren.</al></li><li nr="2."><al>Gedurende de periode van het verlof is het verhaal van de
                                pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel 21
                                van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk aan het
                                bedrag van de premies en de bijdrage die voor de ambtenaar zijn
                                verschuldigd. Bij deeltijd verlof wordt het verhaal naar rato
                                vastgesteld. Het verhaal is, voor wat betreft de pensioenpremies,
                                niet aan de orde in het geval dat het verlof voor ten hoogste drie
                                maanden is verleend.</al></li></lijst><al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</al><al><vet>Buitengewoon verlof is geen vakantie</vet></al><al><vet>Artikel 6:4:6</vet></al><al>Het buitengewoon verlof dat volledig doorbetaald wordt, wordt niet in
                        mindering gebracht op de vakantie.</al><al>briefnummer: CvA/2002004755 </al><al><vet>Ouderschapsverlof</vet></al><al><vet>Artikel 6:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op
                                    ouderschapsverlof, heeft, voor zover lokaal een regeling betaald
                                    ouderschapsverlof is of wordt vastgesteld, over de uren dat hij
                                    dit verlof geniet, maar ten hoogste over 13 maal de formele
                                    arbeidsduur per week, aanspraak op doorbetaling van een
                                    percentage van zijn bezoldiging minus het daaraan gekoppelde
                                    maximale uurbedrag van de fiscale tegemoetkoming van de
                                    Belastingdienst waarop de ambtenaar aanspraak kan
                                maken.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het percentage bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
                                    ambtenaar die wordt bezoldigd volgens:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>schaal 1: 90%</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>schaal 2: 85%</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>schaal 3: 80%</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>schaal 4: 70%</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>schaal 5: 60%</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>schaal 6 en hoger: 50%</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Het is niet toegestaan dat de ambtenaar gedurende de uren dat
                                    het betaald ouderschapsverlof wordt genoten betaalde arbeid
                                    verricht. Het college kan hieromtrent nadere regels
                                    stellen.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Op de ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op
                                    ouderschapsverlof is artikel 6:9 niet van toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200600394 en U200801974 en U200900468</vet></al><al><vet>Voorwaarden</vet></al><al><vet>Artikel 6:5:1</vet></al><al>De ambtenaar meldt het voornemen om ouderschapsverlof op te nemen ten minste
                        drie maanden voor de door hem gewenste ingangsdatum door middel van het
                        daarvoor vastgestelde aanvraagformulier. briefnummer: CvA/2002004755 en
                        U200900468</al><al><vet>Meerlingen</vet></al><al><vet>Artikel 6:5:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij twee- of meerlingen bestaat slechts voor één kind aanspraak
                                betaald ouderschapsverlof.</al></li><li nr="2."><al>De bepalingen uit artikel 6:5:1, 6:5:3, 6:5:4 en 6:5:7 zijn van
                                overeenkomstige toepassing indien er, voor het tweede en de meerdere
                                kinderen van een twee- of meerling, gebruik wordt gemaakt van de
                                mogelijkheid onbetaald ouderschapsverlof te genieten.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2002004755 en U200900468</al><al><vet>Ziekte</vet></al><al><vet>Artikel 6:5:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de ambtenaar gedurende het ouderschapsverlof wegens ziekte
                                niet in staat is zijn betrekking te vervullen vindt geen opschorting
                                van het ouderschapsverlof plaats.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar die ouderschapsverlof geniet en langer dan 14
                                kalenderdagen wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking te
                                vervullen heeft met ingang van de vijftiende kalenderdag aanspraak
                                op zijn volledige bezoldiging.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2002004755</al><al><vet>Opbouw vakantie en vakantie-toelage</vet></al><al><vet>Artikel 6:5:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De duur van de vakantie van de ambtenaar die ouderschapsverlof
                                geniet, wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het
                                ouderschapsverlof.</al></li><li nr="2."><al>Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking
                                te vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 14
                                kalenderdagen, wordt met ingang van de vijftiende kalenderdag de
                                vermindering van de duur van de vakantie beëindigd.</al></li><li nr="3."><al>De opbouw van de vakantietoelage van de ambtenaar die
                                ouderschapsverlof geniet vindt plaats op basis van de bezoldiging,
                                die tijdens dit ouderschapsverlof wordt uitbetaald.</al></li><li nr="4."><al>Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking
                                te vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 14
                                kalenderdagen, vindt met ingang van de vijftiende kalenderdag de
                                opbouw van de vakantietoelage weer plaats op basis van de volledige
                                bezoldiging.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2002004755 en U200900468</al><al><vet>Terugbetaling</vet></al><al><vet>Artikel 6:5:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die gedurende het betaald ouderschapsverlof of binnen
                                zes maanden daarna ontslag wordt verleend op grond van artikel 8:1,
                                eerste lid, of artikel 8:13, is verplicht de bezoldiging, die hij op
                                grond van artikel 6:5 heeft genoten, terug te betalen.</al></li><li nr="2."><al>Geen terugbetalingsverplichting ontstaat indien het ontslag als
                                bedoeld in artikel 8:1, eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>het gevolg is van het aanvaarden van een betrekking bij een
                                        andere gemeente;</al></li><li nr="b."><al>en evenmin indien de betrokkene aanspraak heeft op een
                                        uitkering krachtens de Werkloosheidswet, vanwege
                                        werkloosheid, die is ontstaan doordat de ambtenaar ontslag
                                        heeft gevraagd omdat hij de echtgenoot of geregistreerde
                                        partner volgt, die door geheel buiten hem liggende oorzaken
                                        noodzakelijk van standplaats moet wijzigen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De ambtenaar die gedurende het betaald ouderschapsverlof of binnen
                                drie maanden daarna op eigen verzoek een betrekking aanvaardt voor
                                minder uren dan hij direct voorafgaande aan het ouderschapsverlof
                                vervulde, is verplicht de bezoldiging, die hij op grond van artikel
                                6:5 heeft genoten over de uren waarmee zijn aanstelling wordt
                                verminderd, terug te betalen.</al></li><li nr="4."><al>De ambtenaar die van het betaald ouderschapsverlof gebruik maakt,
                                dient zich tevoren schriftelijk akkoord te verklaren met het in het
                                eerste en derde lid bepaalde.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2002004755 en U200900468</al><al><vet>Artikel 6:5:6</vet></al><al>(vervallen)</al><al> briefnummer: MARZ/CvA/U200515951</al><al><vet>Artikel 6:5:7</vet></al><al>Voor gevallen waarin deze regeling niet of niet naar billijkheid voorziet,
                        kan het college een bijzondere regeling treffen.</al><al>briefnummer: CvA/2002004755 </al><al><vet>Overgangsrecht ouderschapsverlof</vet></al><al><vet>Artikel 6:5a</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op
                                    ouderschapsverlof, heeft, voor zover lokaal een regeling betaald
                                    ouderschapsverlof is of wordt vastgesteld, over de uren dat hij
                                    dit verlof geniet, maar ten hoogste over 13 maal de formele
                                    arbeidsduur per week, aanspraak op doorbetaling van zijn
                                    bezoldiging, berekend naar een percentage bepaald in het tweede
                                    en derde lid, indien:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>hij op 31 december 2005 één of meer kinderen heeft die
                                            jonger zijn dan acht jaar en waarvoor nog geen
                                            ouderschapsverlof is genoten, en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>hij op 31 december 2005 langer dan één jaar in dienst
                                            is van de gemeente.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar die wordt bezoldigd volgens schaal 4 of hoger van
                                    de bezoldigingsregeling heeft recht op doorbetaling van 75% van
                                    de bezoldiging over de arbeidsduur waarvoor het
                                    ouderschapsverlof geldt.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar die wordt bezoldigd volgens de schalen 1, 2 of 3
                                    van de bezoldigingsregeling heeft recht op doorbetaling van
                                    respectievelijk 90%, 85% of 80% van de bezoldiging over de
                                    arbeidsduur waarvoor het ouderschapsverlof geldt.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het is niet toegestaan dat betrokkene gedurende de uren dat het
                                    betaald ouderschapsverlof wordt genoten betaalde arbeid
                                    verricht. Het college kan hieromtrent nadere regels
                                    stellen.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Over de uren waarop de ambtenaar betaald ouderschapsverlof
                                    geniet wordt het bedrag van de bezoldiging, berekend op grond
                                    van het tweede en derde lid, verminderd met het daaraan
                                    gekoppelde maximale uurbedrag van de fiscale tegemoetkoming van
                                    de Belastingdienst waarop de ambtenaar aanspraak kan
                                    maken.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Op de ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op
                                    ouderschapsverlof is artikel 6:9 niet van toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200600394 en U200801974 en U200900468</vet></al><al><vet>Artikel 6:5a:1</vet></al><al>Op de ambtenaar die gebruik maakt van het overgangsrecht betaald
                        ouderschapsverlof zijn de artikelen 6:5:1 tot en met 6:5:7 van
                        overeenkomstige toepassing.</al><al>briefnummer: MARZ/CVA/U200600334</al><al><vet>Artikel 6:6</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600904 </vet></al><al><vet>Zwangerschaps- en bevallingsverlof</vet></al><al><vet>Artikel 6:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrouwelijke ambtenaar die op grond van de Waz zwangerschaps-
                                    en bevallingsverlof geniet, heeft gedurende dit verlof aanspraak
                                    op doorbetaling van haar volledige bezoldiging.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De Waz-uitkering van het zwangerschaps- en bevallingsverlof
                                    wordt in mindering gebracht op het bedrag waarop de ambtenaar op
                                    grond van het eerste lid recht heeft.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar is, wanneer zij recht heeft op zwangerschaps- en
                                    bevallingsverlof, verplicht mee te werken aan de aanvraag en de
                                    uitbetaling van de Waz-uitkering door de gemeente bij en door
                                    het UWV.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen
                                    door de vrouwelijke ambtenaar de Waz-uitkering nog niet tot
                                    uitbetaling is gekomen, vermindering ondergaat, aan de ambtenaar
                                    een boete wordt opgelegd, danwel het recht op de Waz-uitkering
                                    geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan haar schuld
                                    of toedoen te wijten is, wordt de Waz-uitkering op de
                                    bezoldiging in mindering gebracht.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/U200515560</vet></al><al><vet>Adoptie- en pleegzorgverlof</vet></al><al><vet>Artikel 6:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op adoptie- of
                                    pleegzorgverlof, heeft gedurende dit verlof aanspraak op
                                    doorbetaling van zijn volledige bezoldiging. </vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De Waz-uitkering van het adoptie- of pleegzorgverlof wordt in
                                    mindering gebracht op het bedrag waarop de ambtenaar op grond
                                    van het eerste lid recht heeft.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar is, wanneer hij recht heeft op adoptie- of
                                    pleegzorgverlof, verplicht mee te werken aan de aanvraag en de
                                    uitbetaling van de Waz-uitkering door de gemeente bij en door
                                    het UWV.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen
                                    door de ambtenaar de Waz-uitkering nog niet tot uitbetaling is
                                    gekomen, vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete
                                    wordt opgelegd, danwel het recht op de Waz-uitkering geheel of
                                    gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn schuld of toedoen
                                    te wijten is, wordt de Waz-uitkering op de bezoldiging in
                                    mindering gebracht.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Het adoptie- en pleegzorgverlof schort de termijnen, bedoeld in
                                    artikel 7:3, niet op.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</vet></al><al><vet>Onbetaald verlof onder meer t.b.v. de gemeentelijke
                            levensloopregeling</vet></al><al><vet>Artikel 6:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die langer dan een jaar in dienst is van de
                                    gemeente kan het college verzoeken hem onbetaald verlof te
                                    verlenen voor een periode van tenminste 1 maand en ten hoogste
                                    18 maanden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar geniet in een periode van vijf jaar maximaal 18
                                    maanden onbetaald verlof. Per jaar heeft de ambtenaar recht op
                                    maximaal één periode van onbetaald verlof. </vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het college kan afwijken van de in het eerste en tweede lid
                                    gestelde voorwaarden.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het verzoek van de ambtenaar heeft betrekking op de volledige
                                    arbeidsduur of op een deel daarvan.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De ambtenaar dient het verzoek tenminste drie maanden voor de
                                    gewenste ingangsdatum in. Het college stelt vast hoe het verzoek
                                    wordt ingediend. </vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Het college beslist zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen
                                    twee maanden na ontvangst van het verzoek. De ambtenaar ontvangt
                                    schriftelijk bericht van de beslissing van het college.
                                </vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Indien de ambtenaar betaalde arbeid verricht over de uren dat
                                    hij onbetaald verlof geniet, kan het college het verlof
                                    intrekken.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Onverminderd het zevende lid kan het onbetaalde verlof niet
                                    tussentijds worden beëindigd tenzij het college en de ambtenaar
                                    hiermee instemmen.</vet></al></li><li nr="9."><al><vet>Het college kent een verzoek om onbetaald verlof dat betrekking
                                    heeft op een periode direct voorafgaand aan de pensionering toe,
                                    tenzij zwaarwegende dienstbelangen zich daartegen verzetten. In
                                    afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het verlof
                                    verleend voor een periode van maximaal drie jaren.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</vet></al><al><vet>Aanspraken tijdens het verlof</vet></al><al><vet>Artikel 6:10</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De duur van de vakantie van de ambtenaar die onbetaald verlof
                                    geniet wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het
                                    onbetaald verlof.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Gedurende de periode van verlof bestaat geen aanspraak op
                                    uitkeringen, tegemoetkomingen, toeslagen, toelagen en
                                    (kosten)vergoedingen. Bij deeltijd verlof wordt dit naar rato
                                    vastgesteld.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Gedurende de periode van het verlof bestaat aanspraak op de
                                    gehele vergoeding als bedoeld in artikel 7:24a.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Gedurende de periode van het verlof is het verhaal van de
                                    pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel
                                    21 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk
                                    aan het bedrag van de premies en de bijdrage die voor de
                                    ambtenaar zijn verschuldigd. Bij deeltijd verlof wordt het
                                    verhaal naar rato vastgesteld. Het verhaal is, voor wat betreft
                                    de pensioenpremies, niet aan de orde in het geval dat het verlof
                                    voor ten hoogste drie maanden is verleend.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/U200801637</vet></al><al><vet>Samenloop met ziekte</vet></al><al><vet>Artikel 6:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het verlof van de ambtenaar die voor een deel van zijn
                                    betrekking onbetaald verlof geniet en langer dan 14
                                    kalenderdagen ziek is, eindigt met ingang van de vijftiende
                                    kalenderdag.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college kan besluiten het verlof van de ambtenaar die
                                    volledig onbetaald verlof geniet en langer dan 14 kalenderdagen
                                    ziek is, in schrijnende gevallen te beëindigen. Dit kan niet
                                    wanneer er sprake is van verlof voorafgaand aan
                                    pensionering.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: U200600904 en U200802017</vet></al><al><vet>Samenloop met zwangerschaps- en bevallingsverlof</vet></al><al><vet>Artikel 6:12</vet></al><al><vet>Het onbetaalde verlof eindigt op de eerste dag van het zwangerschaps-
                            en bevallingsverlof.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600904 </vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>6a DE GEMEENTELIJKE LEVENSLOOPREGELING</vet></al><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>Artikel 6a:1</vet></al><al><vet>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>gemeentelijke levensloopregeling: een regeling als bedoeld in
                                    artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>instelling: een door de ambtenaar gekozen kredietinstelling of
                                    verzekeraar als bedoeld in artikel 19g, vierde lid, Wet op de
                                    loonbelasting 1964;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>levenslooprekening: een bij de instelling door de ambtenaar
                                    geopende geblokkeerde rekening, waarop de inleg van de ambtenaar
                                    wordt gestort;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>levensloopverzekering: een bij de instelling door de ambtenaar
                                    afgesloten verzekering, waarop de inleg van de ambtenaar wordt
                                    gestort;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>levenslooptegoed: het tegoed op een levenslooprekening
                                    onderscheidenlijk het verzekerd kapitaal.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</vet></al><al><vet>Artikel 6a:2 Doel</vet></al><al><vet>vervallen</vet></al><al><vet>briefnummer: U200600904 en U201300314</vet></al><al><vet>Verzoek tot deelname levensloopregeling</vet></al><al><vet>Artikel 6a:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die deel wil nemen aan de gemeentelijke
                                    levensloopregeling meldt dit bij het college.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college verwerkt de melding uiterlijk met ingang van de
                                    derde kalendermaand na ontvangst, tenzij niet wordt voldaan aan
                                    de eisen zoals genoemd in artikel 6a:4.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het college stelt vast hoe de melding moet
                                plaatsvinden.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</vet></al><al><vet>Artikel 6a:4 Verzoek tot deelname levensloopregeling</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar informeert het college schriftelijk over de
                                    instelling waarbij de levenslooprekening of de
                                    levensloopverzekering wordt aangehouden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het college of hij een
                                    levenslooptegoed heeft opgebouwd bij een of meer gewezen
                                    inhoudingsplichtigen tenzij een andere werkgever bij wie de
                                    ambtenaar in dienstbetrekking staat geacht wordt
                                    inhoudingsplichtig te zijn ten aanzien van dit
                                    levenslooptegoed.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar stemt er schriftelijk mee in dat de instelling aan
                                    het college informatie verstrekt over de omvang van het
                                    levenslooptegoed van de ambtenaar tenzij dit levenslooptegoed
                                    geacht wordt te zijn opgebouwd bij een andere
                                    inhoudingsplichtige bij wie de ambtenaar in dienstbetrekking
                                    staat.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het college dat hij
                                    voldoet aan de voorwaarden die de Wet op de Loonbelasting 1964
                                    aan deelname stelt.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummers: U200600904 en U201300314</vet></al><al><vet>Inleg</vet></al><al><vet>Artikel 6a:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar vermeldt bij zijn melding om deel te nemen aan de
                                    gemeentelijke levensloopregeling het gewenste bedrag van de
                                    inleg per jaar.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar kan eenmaal per jaar op een door het college
                                    aangewezen wijze en tijdstip de hoogte van de inleg
                                    wijzigen.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De inleg bestaat uit een of meerdere van de in artikel 6a:6
                                    genoemde bronnen.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</vet></al><al><vet>Bronnen</vet></al><al><vet>Artikel 6a:6</vet></al><al><vet>De jaarlijkse inleg van de ambtenaar in het kader van de gemeentelijke
                            levensloopregeling bestaat uit een of meer van de volgende
                            bronnen:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>het salaris;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de vakantietoelage;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>de eindejaarsuitkering;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>de levensloopbijdrage als genoemd in artikel 6a:7;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>de geldelijke vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren als
                                    bedoeld in artikel 4a:1;</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>het opgebouwde verloftegoed bedoeld in artikel 4:9 lid
                                3.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200601087, U201300476</vet></al><al><vet>Levensloopbijdrage</vet></al><al><vet>Artikel 6a:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die geboren is na 31 december 1949, met
                                    uitzondering van de ambtenaar die in 2005 55 jaar is geworden en
                                    die in deeltijd met FPU is gegaan, heeft recht op een
                                    levensloopbijdrage ten bedrage van 1,5% van het voor hem in een
                                    kalenderjaar geldende salaris op jaarbasis. De bijdrage bedraagt
                                    bij een volledige betrekking minimaal €400. Bij een deeltijd
                                    betrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De
                                    levensloopbijdrage wordt tevens uitgekeerd aan ambtenaren die
                                    zijn geboren voor of op 31 december 1949 en die geen recht
                                    hebben op een uitkering zoals bedoeld in hoofdstuk
                                5a.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>In afwijking van het eerste lid is de levensloopbijdrage 2,5%
                                    indien en voor zolang hoofdstuk 9a op de ambtenaar van
                                    toepassing is.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De levensloopbijdrage bedoeld in het tweede lid wordt gedurende
                                    maximaal 20 jaar verstrekt. Hierna ontvangt de ambtenaarde
                                    levensloopbijdrage bedoeld in het eerste lid. De
                                    levensloopbijdrage van 2,5% kan na 20 jaar voortgezet worden,
                                    indien artikel 9a:9, eerste lid, onderdeel b, van toepassing
                                    is.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De levensloopbijdrage wordt eenmaal per kalenderjaar in de
                                    maand december betaald.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Bij indiensttreding vanaf 1 augustus van een kalenderjaar bouwt
                                    de ambtenaar naar evenredigheid aanspraken op een
                                    levensloopbijdrage op. Bij ontslag van de ambtenaar vindt
                                    betaling van de levensloopbijdrage plaats over het gedeelte van
                                    het kalenderjaar dat de ambtenaar in dienstverband werkzaam is
                                    geweest.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De levensloopbijdrage behoort tot het percentage, bedoeld in
                                    het eerste lid, tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in
                                    artikel 3.1, lid 1, sub g van het pensioenreglement van de
                                    Stichting Pensioenfonds ABP.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200800195</vet></al><al><vet>Artikel 6a:7a Uitbetaling levensloopbijdrage 2008</vet></al><al><vet>Vervallen</vet></al><al><vet>Briefnummer: U200800195 en U201300314</vet></al><al><vet>Beëindiging deelname levensloopregeling</vet></al><al><vet>Artikel 6a:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college beëindigt de deelname aan de levensloopregeling
                                    uiterlijk twee maanden na ontvangst van de kennisgeving hiertoe
                                    door de ambtenaar. Het college stelt vast hoe de kennisgeving
                                    moet plaatsvinden</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Deelname aan de gemeentelijke levensloopregeling eindigt
                                    daarnaast:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>bij overlijden van de ambtenaar;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>bij ontslag van de ambtenaar;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>op de dag voorafgaand aan die waarop de ambtenaar de
                                            AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200600904 en U201001917 en U201200194</vet></al><al><vet>Artikel 6a:9 Opname levenslooptegoed</vet></al><al><vet>Om over het levenslooptegoed te kunnen beschikken ten behoeve van de
                            opname van onbetaald verlof op grond van de Wet Arbeid en Zorg en
                            hoofdstuk 6 meldt de ambtenaar tenminste drie maanden voor de gewenste
                            ingangsdatum het college dat hij wil beschikken over (een deel van zijn)
                            levenslooptegoed. Het college stelt vast hoe de melding moet
                            plaatsvinden.</vet></al><al><vet>briefnummer: U200600904 en U201300314</vet></al><al><vet>Slotbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 6a:10</vet></al><al><vet>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op ambtenaren bedoeld in hoofdstuk
                            9 en 9b, met uitzondering van de ambtenaar op wie paragraaf 5 van
                            hoofdstuk 9b van toepassing is.</vet></al><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Tijdelijke regeling ambtenaren die werkzaam zijn in een betrekking bij
                            het gemeentelijk stadsvervoer</vet></al><al><vet>Artikel 6a:11</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>7 AANSPRAKEN BIJ ONGESCHIKTHEID WEGENS ZIEKTE OF GEBREK</vet></al><al><vet>Overgangsbepaling 1%-regeling</vet></al><al><vet>Uitbetaling werkgeversbijdrage 2006</vet></al><al><vet>§ 1. DEFINITIES</vet></al><al><vet>Definities</vet></al><al><vet>Artikel 7:1</vet></al><al>1.<vet>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en
                                    bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om
                                    redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van
                                    hem kan worden gevergd;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>werkzaamheden in het kader van de reïntegratie: toonvormende
                                    arbeid, die specifiek gericht is op terugkeer in de eigen dan
                                    wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het
                                    plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>scholing in het kader van de reïntegratie: scholing die gericht
                                    is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover
                                    afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in
                                    artikel 7:9, derde lid;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>arbeidsongeschiktheid in en door de dienst:
                                    arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebreken die in
                                    overwegende mate haar oorzaak vindt in:</vet></al><lijst><li nr="§"><al><vet>de aard van de opgedragen werkzaamheden of in de
                                            bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden
                                            verricht of;</vet></al></li><li nr="§"><al><vet>in een dienstongeval verband houdende met de aard van
                                            de opgedragen werkzaamheden of de bijzondere
                                            omstandigheden waarin deze werkzaamheden moesten worden
                                            verricht;</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>en die niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te
                            wijten;</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="e."><al><vet>restverdiencapaciteit: het door UWV vast te stellen
                                            inkomen dat de ambtenaar met zijn vaardigheden en
                                            bekwaamheden, gelet op zijn beperkingen, nog kan
                                            verdienen; </vet></al></li><li nr="f."><al><vet>arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 17,
                                            eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;</vet></al></li><li nr="g."><al><vet>inactieve: de oud-ambtenaar met een WW-uitkering,
                                            aanvullende</vet><vet> uitkering, nawettelijke
                                            uitkering, WAO-uitkering, WIA-uitkering of</vet><vet>
                                            wachtgelduitkering, die direct voorafgaand aan de
                                            uitkering in dienst</vet><vet> was van een
                                            gemeente;</vet></al></li><li nr="h."><al><vet>postactieve: de oud-ambtenaar met een uitkering
                                            functioneel</vet><vet> leeftijdsontslag, FPU-uitkering,
                                            ouderdomspensioen van het ABP of</vet><vet> ABP
                                            keuzepensioen, die direct voorafgaand aan deze uitkering
                                            of dit</vet><vet> pensioen in dienst was van een
                                            gemeente of inactieve was;</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht
                                    genomen.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200801637, U200802017, U201300288</vet></al><al><vet>§ 2. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig
                        onderzoek</vet></al><al><vet>Bedrijfgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek</vet></al><al><vet>Artikel 7:2</vet></al><al><vet>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot
                            bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek.</vet></al><al><vet> briefnummer: CvA/2002004415</vet></al><al><vet>Arbo-dienst</vet></al><al><vet>Artikel 7:2:1</vet></al><al>De gemeente laat zich bijstaan door een arbodienst of gecertificeerd
                        deskundige(n).</al><al>briefnummer: 2002004415, U201300288</al><al><vet>Bedrijfsgeneeskundige begeleiding</vet></al><al><vet>Artikel 7:2:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar heeft het recht op bedrijfsgeneeskundige begeleiding
                                overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk.</al></li><li nr="2."><al>De bedrijfsgeneeskundige begeleiding van de ambtenaar geschiedt door
                                een arbodienst of gecertificeerd deskundige(n), overeenkomstig door
                                het college te stellen regels.</al></li></lijst><al> briefnummer: 2002004415, U201300288</al><al><vet>Consulteren arts door ambtenaar</vet></al><al><vet>Artikel 7:2:3</vet></al><al>De ambtenaar heeft het recht een arts van de arbo-dienst rechtstreeks te
                        consulteren ter zake van gezondheidsproblemen die naar zijn mening met zijn
                        arbeidssituatie kunnen samenhangen.</al><al> briefnummer: CvA/2002004415</al><al><vet>Periodiek geneeskundig onderzoek</vet></al><al><vet>Artikel 7:2:4</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet> briefnummer: 2002004415, U201300288</vet></al><al><vet>Geneeskundig onderzoek</vet></al><al><vet>Artikel 7:2:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd de arbo-dienst opdracht te geven de ambtenaar
                                aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar het oordeel van het college redelijkerwijs
                                        aanleiding bestaat tot twijfel aan een goede
                                        gezondheidstoestand van de ambtenaar;</al></li><li nr="b."><al>indien de ambtenaar niet of niet langer volledig geschikt is
                                        gebleken voor het naar behoren vervullen van zijn
                                        betrekking, zulks ten einde na te gaan of hiervoor medische
                                        oorzaken zijn aan te wijzen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De ambtenaar is verplicht zich aan een onderzoek, bedoeld in het
                                eerste lid, te onderwerpen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002004415</al><al><vet>Buitendienststelling</vet></al><al><vet>Artikel 7:2:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien bij een onderzoek, bedoeld in artikel 7:2:4 of in artikel
                                7:2:5 blijkt van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand
                                van de ambtenaar, dat naar het oordeel van de arbo-dienst de
                                belangen van de ambtenaar, die van de dienst of van bij de
                                dienstuitoefening betrokken derden zich tegen voortzetting van zijn
                                betrekking verzetten, wordt de ambtenaar door het college buiten
                                dienst gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, vindt niet
                                plaats indien, naar het oordeel van de arbo-dienst, de lichamelijke
                                of geestelijke toestand van de ambtenaar het wenselijk maakt dat hij
                                tijdelijk met andere werkzaamheden wordt belast, indien en voor
                                zover deze voorhanden zijn. In dat geval is artikel 7:18:1 van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de
                                toepassing van de overige artikelen van dit hoofdstuk gelijkgesteld
                                met een verhindering wegens ziekte.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2002004415</al><al><vet>Maatregelen of voorzieningen in belang herstel ambtenaar</vet></al><al><vet>Artikel 7:2:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien daartoe naar het oordeel van de arbo-dienst aanleiding
                                bestaat, verzoekt het college het UWV de ambtenaar in aanmerking te
                                laten komen voor maatregelen of voorzieningen in het belang van het
                                herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud,
                                het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar wordt van het verzoek, bedoeld in het eerste lid,
                                schriftelijk in kennis gesteld.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2002004415</al><al><vet>§ 3 Aanspraken tijdens ziekte</vet></al><al><vet>Recht op bezoldiging</vet></al><al><vet>Artikel 7:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van
                                    zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te
                                    stellen gevolg van ziekte of gebrek vanaf de eerste dag van die
                                    ongeschiktheid gedurende de eerste zes maanden recht op
                                    doorbetaling van zijn volledige bezoldiging.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid
                                    gedurende de zevende tot en met de twaalfde maand recht op
                                    doorbetaling van 90% van zijn bezoldiging. </vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na
                                    12 maanden gedurende de dertiende tot en met de vierentwintigste
                                    maand recht op doorbetaling van 75% van zijn
                                bezoldiging.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na
                                    24 maanden tot het einde van zijn dienstverband recht op
                                    doorbetaling van 70% van zijn bezoldiging</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ziekte ook
                                    gebreken verstaan.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De ambtenaar heeft recht op de doorbetaling van zijn volledige
                                    bezoldiging over de uren waarop hij:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>zijn arbeid verricht;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>passende arbeid verricht;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>werkzaamheden in het kader van zijn reïntegratie
                                            verricht;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>scholing volgt in het kader van zijn
                                            reïntegratie.</vet></al></li></lijst></li><li nr="7."><al><vet>De ambtenaar behoudt na afloop van de termijn van zes maanden
                                    recht op de doorbetaling van zijn volledige bezoldiging bij
                                    arbeidsongeschiktheid in en door de dienst.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>De ambtenaar bedoeld in het derde en vierde lid, die ten minste
                                    50% van zijn formele arbeidsduur zijn arbeid, passende arbeid,
                                    werkzaamheden in het kader van zijn reïntegratie verricht of
                                    scholing volgt in het kader van zijn reïntegratie, genoemd in
                                    het zesde lid van dit artikel, heeft recht op een extra
                                    percentage van 5% berekend over de bezoldiging waar hij recht op
                                    heeft ingevolge dit artikel. Hierbij geldt als maximum de
                                    bezoldiging bedoeld in het eerste lid. </vet></al></li><li nr="9."><al><vet>De ambtenaar heeft ten minste recht op het wettelijk
                                    minimumloon, berekend naar rato van zijn formele
                                    arbeidsduur.</vet></al></li><li nr="10."><al><vet>De periode waarover de ambtenaar voorafgaand aan de periode van
                                    het zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in artikel 6:7,
                                    ziek is als gevolg van de zwangerschap, schort de periode,
                                    bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, op.</vet></al></li><li nr="11."><al><vet>Voor de toepassing van het eerste tot en met het vierde lid
                                    worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld
                                    indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken
                                    opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op
                                    een periode waarin zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt
                                    genoten, bedoeld in artikel 6:7, tenzij in dat geval de
                                    ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te
                                    vloeien uit dezelfde oorzaak.</vet></al></li><li nr="12."><al><vet>De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in het eerste,
                                    tweede, derde en vierde lid, eindigt indien de ambtenaar
                                    definitief wordt herplaatst in een andere functie.</vet></al></li><li nr="13."><al><vet>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het
                                    recht op bezoldiging.</vet></al></li><li nr="14."><al><vet>Het college zal rekening houden met individuele gevallen van
                                    terminale ziekte. In die gevallen zal de afweging worden gemaakt
                                    of ook na afloop van de termijn van zes maanden, bedoeld in het
                                    eerste lid, de volledige bezoldiging wordt
                                doorbetaald.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CVA/U200800206 - CVA/U200800645</vet></al><al><vet>Bezoldiging bij ziekte bij seniorenmaatregel en onbetaald/gedeeltelijk
                            betaald verlof</vet></al><al><vet>Artikel 7:4</vet></al><al><vet>De ambtenaar die onbetaald dan wel gedeeltelijk betaald verlof geniet
                            heeft recht op doorbetaling van de bezoldiging als bedoeld in artikel
                            7:3, met dien verstande dat de ambtenaar nooit een groter bedrag aan
                            bezoldiging doorbetaald kan krijgen, dan dat hij doorbetaald zou hebben
                            gekregen, indien hij niet ziek zou zijn geweest.</vet></al><al><vet> briefnummer: 2002004415, U20130088</vet></al><al><vet>Uitkering wegens arbeidsongeschiktheid in en door de dienst</vet></al><al><vet>Artikel 7:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Aan de gewezen ambtenaar die recht heeft op een WGA- of
                                    IVA-uitkering wordt, bij arbeidsongeschiktheid in en door de
                                    dienst, een aanvullende uitkering verleend.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De aanvullende uitkering genoemd in het eerste lid is voor de
                                    ambtenaar met een WGA- of IVA uitkering, gelijk aan het bedrag
                                    dat nodig is om de aan de ambtenaar toegekende WGA- of
                                    IVA-uitkering, vermeerderd met een aan de ambtenaar toegekende
                                    bovenwettelijke aanvulling ingevolge het pensioenreglement van
                                    de Stichting Pensioenfonds ABP, aan te vullen tot een bepaald
                                    percentage van de bezoldiging die de ambtenaar heeft genoten in
                                    het jaar voorafgaand aan zijn ontslag. Dit percentage is
                                    afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt
                                    bij een arbeidsongeschiktheid van:</vet><vet> 80% of meer:
                                    95%</vet><vet> 65 tot 80% 68,875%</vet><vet> 55 tot 65%
                                    57%</vet><vet> 45 tot 55% 47,5%</vet><vet> 35 tot 45%
                                38%</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De aanvullende uitkering eindigt:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>indien de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in
                                            het eerste lid genoemde voorwaarden of;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>met ingang van de dag waarop de ambtenaar de
                                            AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</vet></al></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>De gewezen ambtenaar die recht heeft op een uitkering op grond
                                    van dit artikel, is verplicht om het college op de hoogte te
                                    stellen van wijzigingen in zijn arbeidsongeschiktheiduitkering
                                    of bovenwettelijke aanvulling ingevolge het pensioenreglement
                                    van de Stichting Pensioenfonds ABP.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200600958 en U201001917 en U201200194</vet></al><al><vet>Overlijdensuitkering bij arbeidsongeschiktheid in en door de
                            dienst</vet></al><al><vet>Artikel 7:6</vet></al><al><vet>(Vervalt)</vet></al><al><vet>Briefnummer: CvA/2002004415 en U201001464</vet></al><al><vet>Vergoeding kosten geneeskundige verzorging bij arbeidsongeschiktheid in
                            en door de dienst</vet></al><al><vet>Artikel 7:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst worden aan de
                                    ambtenaar vergoed de te zijner laste blijvende, naar het oordeel
                                    van het college noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige
                                    behandeling of verzorging.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere
                                    voorschriften geven.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2002004415</vet></al><al><vet>Nadere regels</vet></al><al><vet>Artikel 7:8</vet></al><al><vet>Het college kan nadere regels stellen.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2002004415 </vet></al><al><vet>Vaststelling referte-tijdvak toelagen</vet></al><al><vet>Artikel 7:8:1</vet></al><al>Het referte-tijdvak dat in acht wordt genomen voor de vaststelling van de
                        gemiddelde hoogte van de toelage onregelmatige dienst, de overgangstoelage
                        onregelmatige dienst, alsmede de prestatiebeloning, ten behoeve van de
                        vaststelling van het bedrag van de bezoldiging zoals bedoeld in dit
                        hoofdstuk, dient in een lokale regeling nader te worden uitgewerkt.</al><al> briefnummer: CvA/2002004415</al><al><vet>Periodieke salarisverhoging</vet></al><al><vet>Artikel 7:8:2</vet></al><al>Het onderwerp periodieke salarisverhogingen tijdens ziekte dient in een
                        lokale regeling nader te worden uitgewerkt.</al><al>briefnummer: CvA/2002004415 </al><al><vet>Werktijd bij ziekte bij seniorenmaatregel en toepassing van artikel
                            2:7a</vet></al><al><vet>Artikel 7:8:3</vet></al><al>De ambtenaar wiens arbeidsduur is aangepast op grond van artikel 2:7a, kan
                        voor de duur van de periode waarvoor toepassing van dit artikel is bepaald,
                        worden verplicht tot aanvaarding van arbeid waarvan de arbeidsduur
                        overeenkomt met deze tijdelijke uitgebreide arbeidsduur. Wanneer de periode
                        waarvoor de toepassing van artikel 2:7a is verstreken, geldt de verplichting
                        voor de ambtenaar ten aanzien van de aanvaarding van een nieuwe functie voor
                        de formele arbeidsduur.</al><al> briefnummer: 2002004415, U201300288</al><al><vet>§ 4. Verplichtingen en sancties</vet></al><al><vet>Verplichtingen college</vet></al><al><vet>Artikel 7:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige
                                    maatregelen te treffen en voorschriften te geven als
                                    redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar, die in verband met
                                    ongeschiktheid ten gevolge van ziekte of gebrek verhinderd is
                                    zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen
                                    arbeid of passende arbeid te verrichten.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden
                                    verricht en binnen de openbare dienst van de gemeente geen
                                    passende arbeid voorhanden is, bevordert het college de
                                    inschakeling van de ambtenaar in passende arbeid buiten de
                                    openbare dienst van de gemeente.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Uit hoofde van zijn verplichting, genoemd in het eerste en
                                    tweede lid, stelt het college in overeenstemming met de
                                    ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25,
                                    tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met
                                    medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig
                                    bijgesteld.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college stelt een protocol vast, waarin de regels zijn
                                    opgenomen met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt
                                    gegeven aan de begeleiding van ziekteverzuim, verplichtingen
                                    omtrent ziek- en herstelmeldingen daaronder begrepen, de
                                    arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te
                                    nemen procedures.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/U200515560 en Marz/CvA/U200516003</vet></al><al><vet>Verplichting ambtenaar tot informatieverstrekking bij ziekte</vet></al><al><vet>Artikel 7:10</vet></al><al><vet>De ambtenaar verstrekt op verzoek van het college alle informatie die
                            noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2002004415 </vet></al><al><vet>Artikel 7:10:1</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2000004977 </al><al><vet>Artikel 7:10:2</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2000004977 </al><al><vet>Artikel 7:10:3</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2000004977 </al><al><vet>Artikel 7:10:4</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2000004977 </al><al><vet>Verplichting tot verlening van medewerking aan reïntegratie</vet></al><al><vet>Artikel 7:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van
                                    ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, is
                                    verplicht:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>gevolg te geven aan, door het college of een door hem
                                            aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften
                                            en mee te werken aan door het college of een door hem
                                            aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld
                                            in artikel 7:9;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>zijn medewerking te verlenen aan het opstellen,
                                            evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als
                                            bedoeld in artikel 7:9, derde lid;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>zich te gedragen naar de regels die in het protocol,
                                            bedoeld in artikel 7:9, vierde lid, zijn
                                            opgenomen.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Indien de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn
                                    betrekking te vervullen, in staat is passende arbeid als bedoeld
                                    in artikel 7:1 te verrichten en hij door het college of een
                                    andere werkgever daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, is hij
                                    verplicht die arbeid te verrichten.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/en CvA/U200516003 en CVA/U200800330</vet></al><al><vet>Verplichtingen ambtenaar medisch onderzoek</vet></al><al><vet>Artikel 7:12</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar is verplicht zich te onderwerpen aan een door of
                                    vanwege de arbo-dienst in te stellen medisch onderzoek ter
                                    beantwoording van de vragen:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>of er sprake is van verhindering tot het vervullen van
                                            zijn betrekking wegens ziekte;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>in welke mate er sprake is van verhindering als bedoeld
                                            onder a;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>of de ambtenaar de verhindering tot het vervullen van
                                            zijn betrekking opzettelijk heeft veroorzaakt;
                                        </vet></al></li><li nr="d."><al><vet>of de ambtenaar ten onrechte nalaat zich onder
                                            geneeskundige behandeling te stellen of te blijven
                                            stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften
                                            hem door de behandelende geneeskundige gegeven, met dien
                                            verstande dat te dezen voorschriften tot het verlenen
                                            van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard
                                            zijn uitgezonderd;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>of de ambtenaar zich zodanig gedraagt, dat zijn
                                            genezing wordt belemmerd of vertraagd;</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in
                                            het belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel
                                            in het belang van het behoud, het herstel of de
                                            bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid; </vet></al></li><li nr="g."><al><vet>wanneer en in welke mate de vervulling van de
                                            betrekking kan worden hervat.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de
                                    redenen van medisch onderzoek.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2002004415</vet></al><al><vet>Geen aanspraak op doorbetaling bezoldiging</vet></al><al><vet>Artikel 7:13:1</vet></al><al>Geen aanspraak op doorbetaling bezoldiging als bedoeld in artikel 7:3
                        bestaat:</al><lijst><li nr="a."><al>indien blijkens het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7:12,
                                sprake is van een omstandigheid waarbij de ambtenaar opzettelijk de
                                verhindering tot het vervullen van zijn betrekking heeft
                                veroorzaakt, tenzij de ambtenaar daarvan op grond van zijn
                                geestelijk toestand geen verwijt kan worden gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>indien de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een
                                halfjaar na de in artikel 2:3, eerste lid, bedoelde geneeskundige
                                keuring en alsdan blijkt dat de ambtenaar hierbij onjuiste
                                informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of
                                gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring dat
                                tegen de vervulling van zijn betrekking uit medisch oogpunt geen
                                bezwaren bestaan, ten onrechte is afgegeven, tenzij de ambtenaar
                                aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002004415</al><al><vet>Staken van doorbetaling de bezoldiging</vet></al><al><vet>Artikel 7:13:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in artikel 7:3, wordt
                                gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar:</al><lijst><li nr="a."><al>weigert de in artikel 7:12 neergelegde verplichting tot het
                                        verlenen van medewerking aan een door of vanwege de
                                        arbo-dienst in te stellen medische onderzoek na te
                                        komen;</al></li><li nr="b."><al>blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek ten onrechte
                                        heeft nagelaten zich onder geneeskundige behandeling te
                                        stellen ofte blijven stellen;</al></li><li nr="c."><al>blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek de
                                        voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt, met
                                        uitzondering van voorschriften om mee te werken aan een
                                        ingreep van heelkundige aard;</al></li><li nr="d."><al>zich blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek
                                        schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt
                                        belemmerd of vertraagd;</al></li><li nr="e."><al>er de oorzaak van is dat het arbeidsgezondheidskundig
                                        onderzoek door een door de arbo-dienst aangewezen arts niet
                                        kan plaatshebben;</al></li><li nr="f."><al>tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid
                                        wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht,
                                        tenzij dit door de arbo-dienst in het belang van zijn
                                        genezing wenselijk wordt geacht en het college daartoe
                                        toestemming heeft verleend;</al></li><li nr="g."><al>weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid, die hij
                                        heeft in verband met het verrichten van door de arbo-dienst
                                        in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid
                                        voor zichzelf of derden;</al></li><li nr="h."><al>zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de arbo-dienst
                                        bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate,
                                        indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door
                                        de arbo-dienst als geldig erkende reden heeft
                                        opgegeven;</al></li><li nr="i."><al>weigert om - op verzoek van het college - informatie te
                                        verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit
                                        hoofdstuk.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De doorbetaling van de bezoldiging vindt wel plaats indien de
                                ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan
                                worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het eerste lid.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002004415</al><al><vet>Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen ambtenaar</vet></al><al><vet>Artikel 7:14</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die zich niet houdt aan zijn verplichtingen,
                                    bedoeld in artikel 7:11, eerste lid, onder c, wordt disciplinair
                                    gestraft wegens plichtsverzuim.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in artikel 7:3,
                                    wordt gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: </vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>weigert mee te werken aan, door het college of een door
                                            hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke
                                            voorschriften of getroffen maatregelen, als bedoeld in
                                            artikel 7:11, eerste lid, onder a, die erop gericht zijn
                                            om de betrokkene in staat te stellen de eigen passende
                                            arbeid te verrichten; </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en
                                            bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in
                                            artikel 7:11, eerste lid, onder b. </vet></al></li><li nr="c."><al><vet>weigert aangeboden passende arbeid te verrichten,
                                            waartoe hij op grond van artikel 7:11, tweede lid,
                                            verplicht is.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>De doorbetaling van de bezoldiging, als genoemd in het tweede
                                    lid, vindt wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn
                                    geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het
                                    gedrag, genoemd in het tweede lid.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/U200515560</vet></al><al><vet>Artikel 7:14:10</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Briefnummer: ARZ/507386 </vet></al><al><vet>Bezoldiging uitbetalen aan anderen en nabetaling aan
                        ambtenaar</vet></al><al><vet>Artikel 7:15:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, indien daarvoor naar zijn oordeel bijzondere
                                omstandigheden aanleiding geven bepalen, dat de op grond van de
                                artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 niet uitbetaalde bezoldiging,
                                geheel of ten dele aan anderen dan de ambtenaar zal worden
                                uitbetaald.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover het college van zijn in het eerste lid bedoelde
                                bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de ingevolge de
                                artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 niet uitbetaalde bezoldiging alsnog
                                aan de ambtenaar uitbetaald wanneer de ambtenaar op grond van de
                                second opinion die hij conform artikel 32 van de wet SUWI, heeft
                                aangevraagd inzake het oordeel over de ongeschiktheid tot werken in
                                het gelijk gesteld wordt.</al></li></lijst><al> briefnummer: 2002004415, U201300288</al><al><vet>Herplaatsing in passende arbeid</vet></al><al><vet>Artikel 7:16</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, wordt de
                                    ambtenaar opgedragen:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>door plaatsing in een andere betrekking voor tijdelijke
                                            duur, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van
                                            de aanstelling;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>door plaatsing in een andere betrekking bij wijze van
                                            proef, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van
                                            de aanstelling;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>bij een andere werkgever, door een tijdelijke
                                            detachering, zonder dat dit gepaard gaat met een
                                            wijziging van de aanstelling.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Na 24 maanden van ziekte wordt passende arbeid, bedoeld in
                                    artikel 7:11, tweede lid, aan de ambtenaar opgedragen door
                                    definitieve herplaatsing. Deze definitieve herplaatsing vindt
                                    plaats door wijziging van de aanstelling.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die
                                    ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die minder dan 35%
                                    arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de
                                    periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de
                                    ambtenaar met de passende arbeid zijn volledige
                                    restverdiencapaciteit benut.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die
                                    ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die 35% of meer, maar
                                    minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12
                                    maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid,
                                    dat de ambtenaar met de passende arbeid 50% van zijn
                                    restverdiencapaciteit of meer benut.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid wordt
                                    onder een andere betrekking mede verstaan het verrichten van
                                    dezelfde werkzaamheden onder andere voorwaarden.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12
                                    maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling
                                    van de betrekking tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan
                                    het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het
                                    zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet
                                    in aanmerking genomen.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12
                                    maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte
                                    samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder
                                    dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en
                                    aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of
                                    bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit
                                    geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit
                                    dezelfde oorzaak.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>De termijn van 24 maanden wordt verlengd:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld
                                            in artikel 24, eerste lid, van de WIA en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>met de duur van het tijdvak, dat het
                                            Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond
                                            van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft
                                            vastgesteld.</vet></al></li></lijst></li><li nr="9."><al><vet>De ambtenaar verleent alle medewerking en verstrekt alle
                                    informatie die nodig is om de restverdiencapaciteit vast te
                                    stellen.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: U200800330 / U2008001112 / U200801544 / U200802017</al><al><vet>Bezwaar tegen geneeskundig oordeel</vet></al><al><vet>Artikel 7:16:9</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2000004977 </al><al><vet>Terugkeer in betrekking na ziekte</vet></al><al><vet>Artikel 7:17</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is
                                    zijn betrekking te vervullen, kan worden bepaald dat hij zijn
                                    betrekking slechts weer zal mogen vervullen, indien het college
                                    daarvoor toestemming heeft verleend, onder bepaling van de mate
                                    waarin de hervatting kan geschieden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ten behoeve van de bepaling van het eerste lid zal mede worden
                                    gelet op het advies van de arbo-dienst of van het UWV.
                                </vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De in het eerste lid bedoelde toestemming is in ieder geval
                                    vereist indien de ambtenaar gedurende meer dan eenjaar volledig
                                    verhinderd is geweest zijn betrekking te vervullen.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2002004415</vet></al><al><vet>Inkomsten uit of in verband met arbeid</vet></al><al><vet>Artikel 7:18</vet></al><al><vet>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het in
                            mindering brengen van inkomsten uit passende arbeid of werkzaamheden in
                            het kader van de reïntegratie op de bezoldiging.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/U200515560 </vet></al><al><vet>Inkomsten andere betrekking in mindering brengen op
                        bezoldiging</vet></al><al><vet>Artikel 7:18:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de ambtenaar tijdens de verhindering tot het vervullen
                                    van zijn betrekking, op grond van een aan het college
                                    uitgebracht advies door de arbo-dienst of door het UWV, in het
                                    belang van zijn genezing of zijn reïntegratie, dan wel in het
                                    kader van herplaatsing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of
                                    voor derden verricht, worden de inkomsten uit deze arbeid in
                                    mindering gebracht op de bezoldiging waar de ambtenaar recht op
                                    heeft krachtens artikel 7:3.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Tot de in het eerste lid bedoelde inkomsten wordt tevens
                                    gerekend een herplaatsingstoelage, toegekend op grond van
                                    hoofdstuk 12 van het pensioenreglement, alsmede elke andere
                                    toelage, onder welke benaming ook, die geacht kan worden
                                    betrekking te hebben op arbeid bedoeld in het eerste
                                lid.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601047</vet></al><al><vet>§ 5 Bijzondere situaties</vet></al><al><vet>Samenloop van bezoldiging bij ziekte met ZW-uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 7:19</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende
                                    ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk recht heeft op
                                    een ZW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in
                                    mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel
                                    7:3, recht heeft.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de ambtenaar geen ZW-uitkering aanvraagt binnen de in de
                                    ZW gestelde termijnen en dit aan zijn schuld of toedoen te
                                    wijten is, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen
                                    ZW-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel
                                    rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen
                                    door de ambtenaar de ZW-uitkering vermindering ondergaat, aan de
                                    ambtenaar een boete wordt opgelegd, dan wel het recht op de
                                    ZW-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan
                                    zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de toepassing
                                    van dit artikel rekening gehouden met een volledige
                                    ZW-uitkering.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle
                                    medewerking aan het via het college tot uitbetaling laten komen
                                    van de ZW-uitkering.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Indien de ZW-uitkering meer bedraagt dan het bedrag waarop de
                                    ambtenaar op grond van artikel 7:3 recht heeft, wordt het
                                    meerdere aan de ambtenaar uitbetaald.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/U200515560</vet></al><al><vet>Samenloop van bezoldiging bij ziekte met een WW-uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 7:20</vet></al><al><vet>Indien de ambtenaar ter zake van de dienstbetrekking waarbij de
                            ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk is ontstaan, recht heeft
                            op een WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering
                            gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht
                            heeft.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/U200515560</vet></al><al><vet>Samenloop van bezoldiging bij ziekte met uitkering op grond van de
                            WIA</vet></al><al><vet>Artikel 7:21</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende verhindering
                                    tot het vervullen van zijn betrekking recht heeft op een WGA- of
                                    een IVA-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in
                                    mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel
                                    7:3 recht heeft. Wanneer de ambtenaar recht heeft op een
                                    IVA-uitkering dan wel een WGA-uitkering in verband met
                                    volledige, maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid, heeft de
                                    ambtenaar ten minste recht op een bedrag ter hoogte van deze
                                    IVA- of WGA-uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de ambtenaar recht heeft op een WGA- of een
                                    IVA-uitkering uit hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen,
                                    wordt die uitkering naar rato van de bezoldiging uit de
                                    verschillende functies, in mindering gebracht op de
                                    dienstbetrekking op grond waarvan de bezoldiging wordt
                                    doorbetaald.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien de ambtenaar geen WGA- of IVA-uitkering aanvraagt binnen
                                    de in de WIA gestelde termijnen en hem dit redelijkerwijs kan
                                    worden verweten, wordt voor de periode dat hij dientengevolge
                                    geen WGA- of IVA-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit
                                    artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen
                                    door de ambtenaar niet kan worden vastgesteld of de ambtenaar in
                                    aanmerking komt voor een WGA- of een IVA-uitkering en hem dit
                                    redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van
                                    dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering. </vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van
                                    handelingen door betrokkene de WGA- of IVA-uitkering
                                    vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of
                                    gedeeltelijk wordt geweigerd, en hem dit redelijkerwijs kan
                                    worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel
                                    uitgegaan van de WGA- of IVA-uitkering zoals die werd genoten
                                    voor vermindering of gehele of gedeeltelijke weigering van het
                                    bedrag plaatsvond.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle
                                    medewerking aan het via het college tot uitbetaling laten komen
                                    van de WGA- of IVA-uitkering.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/U200801544</vet></al><al><vet>Bovenwettelijke aanvulling Pensioenreglement</vet></al><al><vet>Artikel 7:22</vet></al><al><vet>Artikel 7:21 is van overeenkomstige toepassing, wanneer de ambtenaar in
                            aanvulling op de WGA- of IVA-uitkering, bedoeld in artikel 7:21, recht
                            heeft op een bovenwettelijke aanvulling op grond van het
                            Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP. </vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</vet></al><al><vet>Ziektewet als bodem</vet></al><al><vet>Artikel 7:22:2</vet></al><al>(vervallen) </al><al>briefnummer: CvA/2000004977</al><al><vet>Wajong/WAZ</vet></al><al><vet>Artikel 7:23</vet></al><al><vet>Indien de ambtenaar op grond van zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft
                            op een WAJONG-of WAZ-uitkering, worden deze uitkeringen voor de
                            toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een uitkering op grond
                            van de WIA.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601123</vet></al><al><vet>Artikel 7:23:1</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2002004755 </al><al><vet>Tegemoetkoming ziektekosten</vet></al><al><vet>Artikel 7:24</vet></al><al><vet>De VNG sluit voor de zorgverzekering van gemeenteambtenaren,
                            postactieven en inactieven een overeenkomst als bedoeld in artikel 18
                            van de Zorgverzekeringswet.</vet></al><al><vet>Brief: U200801637 en U201201238</vet></al><al><vet>§ 6. Ziektekosten</vet></al><al><vet>Zorgverzekering</vet></al><al><vet>Artikel 7:24a</vet></al><al><vet>1.</vet><vet>De ambtenaar, die een aanvullende verzekering Extra Zorg 3 of Extra
                            Zorg 4 bij IZA Zorgverzekeraar NV, of Mijn Keuze 3 of Mijn Keuze 4 bij
                            Zilveren Kruis Achmea heeft, heeft recht op een tegemoetkoming in zijn
                            ziektekosten.</vet></al><al><vet>2.</vet><vet>De tegemoetkoming in de ziektekosten wordt eenmaal per kalenderjaar in
                            de maand december uitbetaald.</vet></al><al><vet>3.</vet><vet>Bij indiensttreding op of na 1 januari van een kalenderjaar heeft de
                            ambtenaar naar evenredigheid recht op een tegemoetkoming in de
                            ziektekosten.</vet></al><al><vet>Hoogte tegemoetkoming</vet></al><al><vet>Artikel 7:25</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De tegemoetkoming in de ziektekosten is € 168,= per
                                jaar.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De tegemoetkoming in de ziektekosten is € 296,= per jaar als
                                    het salaris van de</vet><vet> ambtenaar maal de deeltijdfactor
                                    lager is dan of gelijk is aan het bedrag dat hoort
                                    bij</vet><vet> de hoogste periodiek van schaal 6.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar die gedurende het jaar in dienst treedt of
                                    ontslagen wordt ontvangt een</vet><vet> tegemoetkoming in de
                                    ziektekosten naar rato van de tijd dat hij in dienst is
                                    geweest.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De peildatum voor de vergelijking van het tweede lid is de
                                    maand december. Voor de</vet><vet> ambtenaar die gedurende het
                                    jaar uit dienst treedt is de peildatum voor de
                                    vergelijking</vet><vet> van het tweede lid de laatste maand dat
                                    de ambtenaar in dienst is geweest.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: U200801637 / U201001464</vet></al><al><vet>Artikel 7:25:1</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: MARZ/CvA/U200515951 </al><al><vet>Artikel 7:25:2</vet></al><al>(verrvallen)</al><al>briefnummer: MARZ/CvA/U200515951</al><al><vet>Artikel 7:25:3</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: MARZ/CvA/U200515951</al><al><vet>Artikel 7:25:4</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: MARZ/CvA/U200515951</al><al><vet>Meerdere dienstverbanden</vet></al><al><vet>Artikel 7:25a</vet></al><al><vet>Indien de ambtenaar uit hoofde van een ander dienstverband een
                            tegemoetkoming krijgt voor ziektekosten, wordt dit verrekend met de
                            tegemoetkoming op grond van artikel 7:24a en artikel 7:25. De ambtenaar
                            is verplicht de gemeente te informeren, indien hij een dergelijke
                            tegemoetkoming ontvangt uit hoofde van een andere
                            dienstbetrekking.</vet></al><al><vet> briefnummer: CvA/U200801637 </vet></al><al><vet>Inhouding ziektekostenpremies</vet></al><al><vet>Artikel 7:25b</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: U200515951, U201300288</vet></al><al><vet>§ 7. Overige bepalingen</vet></al><al><vet>Overgangsbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 7:26</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Op de ambtenaar of gewezen ambtenaar, die wegens ziekte op 31
                                    december 2000 recht heeft op bezoldiging of uitkering op grond
                                    van dit hoofdstuk en waarvan de ziekte ook na deze datum
                                    voortduurt, blijven de bepalingen van dit hoofdstuk, zoals deze
                                    luidden op 31 december 2000 van kracht tot het moment dat de
                                    ziekte van de betrokkene eindigt, dan wel tot de dag met ingang
                                    waarvan de betrokkene recht krijgt op een uitkering krachtens de
                                    Ziektewet.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De betrokkene is verplicht de onverschuldigde betalingen aan
                                    hem, die op grond van dit artikel zijn verricht, terug te
                                    betalen, indien hem met terugwerkende kracht een uitkering
                                    krachtens de Ziektewet wordt toegekend.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2002004415</vet></al><al><vet>Garantie-uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 7:27</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die herplaatst is op grond van artikel 7:6, tweede
                                    lid onder c, zoals dat luidde voor 1 januari 2003, heeft, indien
                                    naderhand maar voor 1 januari 2001, de mate van
                                    arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld, recht
                                    op een garantie-uitkering, indien hem geen aanvullende gangbare
                                    arbeid is aangeboden van een zodanige omvang dat hij in staat is
                                    om zijn toegenomen restverdiencapaciteit te benutten. Onder
                                    gangbare arbeid wordt in dit artikel verstaan alle algemeen
                                    geaccepteerde arbeid waartoe betrokkene in staat is, gezien zijn
                                    krachten en bekwaamheden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De garantie-uitkering bedraagt te rekenen vanaf de datum van
                                    aanvang van de ziekte in de oorspronkelijke betrekking 18
                                    maanden 100%, vervolgens 39 maanden 80% en daarna 33 maanden 70%
                                    van de bezoldiging die de ambtenaar genoot in de oorspronkelijke
                                    betrekking.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Op de garantie-uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen de
                                    ambtenaar ontvangt aan bezoldiging uit de betrekking waarin hij
                                    is herplaatst en, in voorkomend geval, met het recht op
                                    WAO-uitkering, invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage en
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf verkregen op
                                    of na de datum waarop de arbeidsongeschiktheid op een lager
                                    niveau is vastgesteld.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien de betrokkene nalaat van de gelegenheid gebruik te maken
                                    die kan leiden tot het verkrijgen van gangbare arbeid, indien
                                    hij weigert gangbare arbeid te aanvaarden of indien hij
                                    opzettelijk inkomsten uit gangbare arbeid verloren laat gaan,
                                    wordt het bedrag van de garantie-uitkering verminderd met het
                                    bedrag van de verzuimde, of de verloren gegane
                                inkomsten.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De garantie-uitkering eindigt:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>met ingang van de maand volgend op die waarin hij de
                                            leeftijd van 65 jaar bereikt;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>bij ontslag.</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</vet></al><al><vet>Overgangsartikel</vet></al><al><vet>Artikel 7:28</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid
                                    bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de
                                    artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en
                                    7:22 niet van toepassing.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen
                                    7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 , 7:18, 7:21 en 7:22, zoals
                                    die golden op 31 december 2005, van toepassing.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid
                                    bedoeld in artikel 7:3 is gelegen op of na 1 januari 2004 en die
                                    op grond van de WAO recht heeft op een WAO-uitkering, zijn de
                                    artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21 niet van
                                    toepassing.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen
                                    7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21, zoals die golden op 31
                                    december 2005, van toepassing, waarbij de verwijzing in artikel
                                    7:21, eerste lid, naar artikel 7:3, eerste lid, gelezen moet
                                    worden als een verwijzing naar artikel 7:3, zoals dat luidt met
                                    ingang van 1 januari 2006.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Het college stelt per 1 januari 2006 voor de ambtenaren van wie
                                    de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, is
                                    gelegen op of na 1 januari 2004, de duur van de ongeschiktheid
                                    vast. De hoogte van de loondoorbetaling vanaf 1 januari 2006
                                    wordt bij voortduring van de ongeschiktheid berekend op basis
                                    van het bepaalde in artikel 7:3, eerste tot en met het vierde
                                    lid.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600958</vet></al><al><vet>Artikel 7:28:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 is artikel 7:18:1 niet
                                van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 7:18:1 zoals
                                dat gold op 31 december 2005, van toepassing.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/U200515560 en Marz/CvA/U200516003</al><al><vet>Artikel 7:28a</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16 niet van
                                toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16, zoals dat
                                gold op 30 juni 2008, van toepassing.</al></li></lijst><al>Brief: CVA/U200800330</al><al><vet>Artikel 7:28b</vet></al><al><vet>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in
                            artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 7:16 van
                            toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</vet></al><al>Briefnummer: U200802017</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>8 ONTSLAG</vet></al><al><vet>Ontslag wegens reorganisatie</vet></al><al><vet>Reorganisatieontslag kunstzinnige vorming</vet></al><al><vet>Ontslag op verzoek</vet></al><al><vet>Artikel 8:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol
                                    verleend.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                    verleend.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangehouden
                                    indien een ontslag op grond van artikel 8:13 overwogen
                                    wordt.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Artikel 8:1:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het ontslag, bedoeld in artikel 8:1, wordt niet verleend met ingang
                                van een datum gelegen binnen een maand dan wel later dan drie
                                maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de ambtenaar dit verzoekt kan van het bepaalde in het eerste
                                lid worden afgeweken.</al></li><li nr="3."><al>Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de ambtenaar aanhangig
                                is of indien overwogen wordt hem in aanmerking te brengen voor
                                disciplinaire straf kan het nemen van een beslissing op een verzoek
                                om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de
                                strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf
                                onherroepelijk is geworden.</al></li></lijst><al><vet>Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd</vet></al><al><vet>Artikel 8:2 Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde
                            leeftijd</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar wordt eervol ontslag verleend met ingang van de
                                    dag waarop hij de AOWgerechtigde leeftijd bereikt.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Aan de ambtenaar die voldoet aan de voorwaarden voor FPU, maar
                                    niet (geheel) gebruik maakt van dit recht, wordt eervol ontslag
                                    verleend met ingang van de eerste van de maand volgend op die
                                    waarin hij de 65-jarige leeftijd bereikt.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het college kan in bijzondere gevallen, indien de ambtenaar
                                    hiermede instemt, van het bepaalde in het eerste lid
                                    afwijken.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200601047 en U200902748 en U201001917 en U201200194 en
                            U201200308</vet></al><al><vet>Artikel 8:2:1</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001000560 </al><al><vet>Artikel 8:2a</vet></al><al><vet>De aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker die na het
                            bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst is getreden van de
                            gemeente, alsmede de aanstelling of arbeidsovereenkomst als bedoeld in
                            artikel 8:2, derde lid, wordt beëindigd wanneer een van de partijen dat
                            wenselijk acht. Hierbij wordt een opzegtermijn van één maand in acht
                            genomen.</vet></al><al><vet>briefnummer: 2004003238, U201100883, U201300288</vet></al><al><vet>Ontslag wegens reorganisatie</vet></al><al><vet>Artikel 8:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens opheffing
                                    van zijn betrekking of wegens verandering in de inrichting van
                                    het dienstonderdeel waarbij hij werkzaam is of van andere
                                    dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte aan
                                    arbeidskrachten. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol
                                    verleend.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                    verleend.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Op grond van dit artikel wordt, individuele gevallen
                                    uitgezonderd, ontslag verleend ingevolge een vooraf vastgesteld
                                    plan.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/200800330</vet></al><al><vet>Artikel 8:3:1</vet></al><al>Over het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, wordt overleg gepleegd in
                        de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid. Daarna wordt het aan de
                        betrokken ambtenaren medegedeeld.</al><al>briefnummer: MARZ/CvA/U200800330</al><al><vet>Ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid</vet></al><al><vet>Artikel 8:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Onder volledige arbeidsongeschiktheid wordt
                                    verstaan:</vet><vet> a. arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer,
                                    waarbij recht bestaat op een WGA-uitkering;</vet><vet> b.
                                    arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op
                                    een IVA-uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van
                                    volledige ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking
                                    wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder
                                    ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol
                                    verleend.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Ontslag als bedoeld in het tweede lid mag slechts plaatsvinden
                                    indien er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van
                                    zijn betrekking wegens ziekte gedurende een periode van 24
                                    maanden.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er
                                    sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid het
                                    resultaat van de claimbeoordeling van de WIA en de resultaten
                                    van een mogelijke herbeoordeling.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat
                                    een ontslagprocedure als bedoeld in het tweede lid wordt
                                    ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 21e
                                    maand na de eerste ziektedag.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de
                                    meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in
                                    het zesde lid, genomen is, moet het college, indien er geen
                                    overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel
                                    van UWV betrekken.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van
                                    24 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling
                                    van de betrekking tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan
                                    het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het
                                    zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet
                                    in aanmerking genomen.</vet></al></li><li nr="9."><al><vet>Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van
                                    24 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte
                                    samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder
                                    dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en
                                    aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of
                                    bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit
                                    geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit
                                    dezelfde oorzaak.</vet></al></li><li nr="10."><al><vet>De termijn van 24 maanden, als bedoeld in het derde lid wordt
                                    verlengd:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld
                                            in artikel 24, eerste lid, van de WIA en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>met de duur van het tijdvak, dat het
                                            Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond
                                            van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft
                                            vastgesteld.</vet></al></li></lijst></li></lijst><al>Briefnummer U200800330 en U200801112 en U200802017</al><al><vet>Ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid</vet></al><al><vet>Artikel 8:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van
                                    gedeeltelijke ongeschiktheid voor de vervulling van zijn
                                    betrekking wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel
                                    wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt
                                    eervol verleend. </vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Een ontslag als bedoeld in het eerste lid mag slechts
                                    plaatsvinden indien:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van
                                            zijn betrekking wegens ziekte gedurende een periode van
                                            36 maanden:</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>het na zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken
                                            de ambtenaar binnen de gemeentelijke dienst passende
                                            arbeid op te dragen, als bedoeld in artikel
                                        7:9.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er
                                    sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid het
                                    resultaat van de claimbeoordeling op grond van de WIA en de
                                    resultaten van een mogelijke herbeoordeling.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat
                                    sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid op
                                    grond waarvan de ontslagprocedure als bedoeld in het eerste lid
                                    wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de
                                    33e maand na de eerste ziektedag.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de
                                    meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in
                                    het vijfde lid, genomen is, moet het college, indien er geen
                                    overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel
                                    van UWV betrekken</vet></al></li><li nr="7."><al><vet> Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a,
                                    bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van
                                    ongeschiktheid voor de vervulling van de betrekking tengevolge
                                    van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en
                                    bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of
                                    bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking
                                    genomen.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a,
                                    bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van
                                    ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met
                                    een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien
                                    zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin
                                    zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de
                                    ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan
                                    worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. . </vet></al></li><li nr="9."><al><vet>De termijn van 36 maanden, als genoemd in het tweede lid,
                                    onderdeel a, wordt verlengd:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld
                                            in artikel 24, eerste lid, van de WIA en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>met de duur van het tijdvak, dat het
                                            Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond
                                            van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft
                                            vastgesteld.</vet></al></li></lijst></li><li nr="10."><al><vet> Indien voor de ambtenaar buiten de gemeentelijke dienst
                                    passende arbeid als bedoeld in artikel 7:16, derde of vierde
                                    lid, aanwezig is, is ontslag vanaf 24 maanden na de eerste dag
                                    van ongeschiktheid op grond van dit artikel mogelijk. Bij het
                                    bepalen van de termijn van 24 maanden worden het zesde, zevende
                                    en achtste lid van artikel 7:16 overeenkomstig
                                toegepast.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200801544 en U200802017</al><al><vet>Artikel 8:5:1</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 8:5a</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die ongeschikt is voor de vervulling van zijn
                                    functie wegens ziekte of gebrek kan ontslag verleend worden
                                    indien hij zonder deugdelijke grond weigert:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>gevolg te geven aan door het college of een door hem
                                            aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en
                                            mee te werken aan door het college of een door hem
                                            aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in
                                            staat te stellen de eigen of passende arbeid te
                                            verrichten, als bedoeld in artikel 7:9; </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>arbeid als bedoeld in artikel 7:11, tweede lid te
                                            verrichten waartoe het college hem in de gelegenheid
                                            stelt;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>zijn medewerking te verlenen aan het opstellen,
                                            evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als
                                            bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de
                                        WIA;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>een uitkering op grond van de WIA aan te
                                        vragen.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld
                                    in het eerste lid, wint het college een hierop betrekking
                                    hebbend advies van het UWV in.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</vet></al><al><vet>Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid</vet></al><al><vet>Artikel 8:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van
                                    onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn
                                    betrekking anders dan op grond van ziekten of gebreken. Ontslag
                                    op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                    verleend.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/U200800330</vet></al><al><vet>Overige ontslaggronden</vet></al><al><vet>Artikel 8:7</vet></al><al><vet>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>verlies van een vereiste bij de aanstelling door het
                                    bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij
                                    aanvaarding van de betrekking geldt;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de
                                    betrekking zou uitsluiten;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden
                                    rechterlijke uitspraak;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens
                                    onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens
                                    misdrijf;</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met
                                    indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt
                                    kan worden gemaakt.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 8:7:1</vet></al><al>Behalve in het geval, bedoeld in artikel 8:7, onder e, wordt een ontslag op
                        grond van evengenoemd artikel eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder
                        ingaan dan op de dag volgende op die waarop de reden voor het ontslag voor
                        het eerst aanwezig was.</al><al>briefnummer: CvA/2000004977</al><al><vet>Artikel 8:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Een ambtenaar die vast is aangesteld kan eervol worden
                                    ontslagen op een bij het besluit omschreven grond, niet vallende
                                    onder de gronden in vorige artikelen van dit hoofdstuk
                                    genoemd.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                    verleend.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/U200800330</vet></al><al><vet>Artikel 8:8:1</vet></al><al>De grond waarop het ontslag berust, dat is verleend ingevolge artikel 8:8,
                        wordt slechts op verzoek van de ambtenaar in het ontslagbesluit
                        vermeld.</al><al><vet>Artikel 8:9</vet></al><al><vet>Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in
                            een publiekrechtelijk college, waarin hij was benoemd of verkozen
                            tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt indien hij
                            ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het
                            college niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag
                            verleend.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Ontslag wegens Pré-VUT</vet></al><al><vet>Artikel 8:10</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 8:10:1</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Ontslag wegens FPU</vet></al><al><vet>Artikel 8:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een
                                    uitkering op grond van de FPU-regeling wordt eervol ontslag
                                    verleend indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig
                                    vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van
                                    de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende
                                    aanvraag hebben vastgesteld dat na te verlenen ontslag recht
                                    bestaat op een uitkering op grond van die regeling. </vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het in het eerste lid genoemde ontslag kan ook voor een
                                    gedeelte van de voor de ambtenaar geldende formele arbeidsduur
                                    per week worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich
                                    hiertegen verzetten. Het deeltijdontslag bedraagt ten minste 10%
                                    van de formele arbeidsduur per week. Het deeltijdontslag
                                    bedraagt telkenmale dat het wordt verleend, ten minste 10% van
                                    de oorspronkelijke formele arbeidsduur.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/1999005385</vet></al><al><vet>Artikel 8:11:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het ontslag, bedoeld in artikel 8:11, gaat eerst in met ingang van
                                de dag waarop het recht op een uitkering ingevolge de FPU-regeling
                                bestaat.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in artikel 8:1:1 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li></lijst><al> briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke
                            urenuitbreiding</vet></al><al><vet>Artikel 8:12</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor bepaalde tijd is
                                    van rechtswege ontslagen op de datum waarop die tijd verstrijkt.
                                    Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, het
                                    dienstverband feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een
                                    aanstelling is verleend, wordt de tijdelijke aanstelling geacht
                                    voor dezelfde tijd te zijn aangegaan.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor bepaalde tijd is
                                    aangegaan, is, voor zover het die urenuitbreiding betreft, van
                                    rechtswege ontslagen op de datum dat de urenuitbreiding eindigt.
                                    Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, de
                                    urenuitbreiding feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw
                                    een urenuitbreiding is verleend, wordt de tijdelijke
                                    urenuitbreiding geacht voor dezelfde tijd te zijn
                                    aangegaan.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd
                                    kan ontslag worden verleend indien de omstandigheid die tot de
                                    aanstelling leidde is vervallen. </vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor onbepaalde tijd
                                    is aangegaan, kan, voor zover het die urenuitbreiding betreft,
                                    ontslag worden verleend, indien de omstandigheid die tot de
                                    urenuitbreiding leidde, is vervallen.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Het ontslag als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kan
                                    niet plaatsvinden wanneer de termijnen als genoemd in artikel
                                    2:4 zijn overschreden.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Het college kan omtrent de opzegtermijnen voor het ontslag uit
                                    een tijdelijke aanstelling</vet><vet> voor onbepaalde tijd
                                    nadere regels stellen.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2004003238</vet></al><al><vet>Tussentijds ontslag uit een tijdelijke aanstelling of
                            urenuitbreiding</vet></al><al><vet>Artikel 8:12:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, eerste en tweede lid, kan ook
                                ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit
                                hoofdstuk.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, kan ook
                                ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit
                                hoofdstuk.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Opzegtermijn bij beëindiging tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding
                            voor onbepaalde tijd</vet></al><al><vet>Artikel 8:12:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij een ontslag als bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid,
                                wordt een opzegtermijn in acht genomen:</al><lijst><li nr="a."><al>van drie maanden, indien de tijdelijke aanstelling
                                        respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de
                                        opzegtermijn onafgebroken twaalf maanden heeft geduurd;</al></li><li nr="b."><al>van twee maanden, indien de tijdelijke aanstelling
                                        respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de
                                        opzegtermijn onafgebroken zes maanden of langer, doch korter
                                        dan twaalf maanden, heeft geduurd;</al></li><li nr="c."><al>van één maand, indien de tijdelijke aanstelling
                                        respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de
                                        opzegtermijn onafgebroken korter dan zes maanden heeft
                                        geduurd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Over de tijd die aan de in het eerste lid bedoelde opzegtermijn
                                mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van de
                                bezoldiging.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2001002849</al><al><vet>Ontslag als disciplinaire straf</vet></al><al><vet>Artikel 8:13</vet></al><al><vet>Als disciplinaire straf kan aan de ambtenaar ongevraagd ontslag
                            verleend worden.</vet></al><al><vet>briefnummer: ARZ/608409</vet></al><al><vet>Ontslagbescherming leden ondernemingsraad en vakorganisaties</vet></al><al><vet>Artikel 8:14</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In dit artikel wordt verstaan onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>wet: Wet op de ondernemingsraden;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in
                                            de wet;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>ambtenaar: de persoon zoals bedoeld in artikel 1,
                                            tweede lid, van de wet.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet
                                geschieden:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>wegens de plaatsing van de ambtenaar op een
                                            kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de
                                            wet;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>wegens het lidmaatschap van een
                                        ondernemingsraad;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>wegens het lidmaatschap van een commissie bedoeld in
                                            artikel 15 van de wet;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid
                                            is geweest van een ondernemingsraad;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid
                                            is geweest van een commissie bedoeld in artikel 15 van
                                            de wet.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden wegens het
                                    feit dat de ambtenaar door een toegelaten organisatie als
                                    bedoeld in artikel 12:1, derde lid, of door een daarbij
                                    aangesloten bond is aangewezen om bestuurlijke of
                                    vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn
                                    centrale of een daarbij aangesloten bond c.q. binnen de
                                    organisatie van de werkgever, die er toe strekken de
                                    doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de
                                    daarbij aangesloten bonden te ondersteunen.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>In afwijking van het tweede en derde lid kan ontslag op grond
                                    van artikel 8:8 plaatsvinden wanneer de betrokkene schriftelijk
                                    in het ontslag toestemt.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Indien de ondernemer aan de ondernemingsraad een secretaris
                                    heeft toegevoegd, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige
                                    toepassing op die secretaris.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/801202</vet></al><al><vet>Schorsing als ordemaatregel</vet></al><al><vet>Artikel 8:15:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 16:1:2 kan de ambtenaar door
                                het college worden geschorst:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hem het voornemen tot bestraffing met
                                        onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de
                                        oplegging van deze straf mededeling is gedaan;</al></li><li nr="b."><al>wanneer tegen hem volgens de terzake geldende bepalingen van
                                        het Wetboek van Strafvordering een bevel tot
                                        inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis wordt ten
                                        uitvoer gelegd;</al></li><li nr="c."><al>wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens
                                        misdrijf wordt ingesteld;</al></li><li nr="d."><al>in andere gevallen waarin schorsing wordt gevorderd door het
                                        belang van de dienst.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing
                                        ingaat;</al></li><li nr="b."><al>een nauwkeurige aanduiding van de in het eerste lid bedoelde
                                        omstandigheid of omstandigheden welke tot de schorsing
                                        aanleiding heeft of hebben gegeven;</al></li><li nr="c."><al>een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de
                                        schorsing.</al></li></lijst></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Artikel 8:15:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder b
                                of c , kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden;
                                na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere
                                vermindering van het uit te keren bedrag, ook tot het volle bedrag
                                van de bezoldiging, plaatsvinden, behoudens het bepaalde in het
                                derde lid.</al></li><li nr="2."><al>Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder a ,
                                kan tot de in de strafaanzegging of -oplegging genoemde datum van
                                ingang van het ontslag de bezoldiging geheel of gedeeltelijk worden
                                ingehouden, behoudens het bepaalde in het derde lid. Met ingang van
                                de datum van het ontslag wordt de uitkering van de bezoldiging
                                geheel gestaakt.</al></li><li nr="3."><al>Het betaalbare gedeelte van de bezoldiging kan aan anderen dan de
                                ambtenaar worden uitgekeerd. Gedurende de schorsingsperiode blijft
                                de ambtenaar in ieder geval in het genot van een bedrag, gelijk aan
                                het op hem verhaalbare gedeelte van de premies voor pensioen .</al></li><li nr="4."><al>De ingevolge het eerste lid niet uitgekeerde bezoldiging wordt
                                alsnog uitbetaald, indien de schorsing niet door een door de
                                strafrechter opgelegde straf wordt gevolgd of ook indien en in
                                zoverre op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt
                                besloten.</al></li><li nr="5."><al>De ingevolge het tweede lid niet uitgekeerde bezoldiging wordt
                                alsnog uitbetaald, indien op de schorsing bestraffing van de
                                ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet volgt.</al></li></lijst><al>briefnummer: MARZ/CvA/U200515951</al><al><vet>Bevoegdheid tot ontslagverlening</vet></al><al><vet>Artikel 8:15:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ontslag wordt verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot
                                aanstelling in de betrekking, laatstelijk door de ambtenaar
                                vervuld</al></li><li nr="2."><al>Het besluit tot het verlenen van ontslag wordt op schrift gesteld,
                                met vermelding van de datum van ingang van het ontslag dan wel een
                                omschrijving of aanduiding van die datum.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval aan een ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor
                                onbepaalde tijd ontslag wordt verleend, wordt de grond waarop het
                                ontslag berust slechts op verzoek van de ambtenaar vermeld.</al></li></lijst><al>briefnummer: ARZ/608409</al><al><vet>Opzegtermijnen</vet></al><al><vet>Artikel 8:16:1</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001002849 </al><al><vet>Overlijdensuitkering</vet></al><al><vet>Artikel 8:16:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De bezoldiging van de ambtenaar wordt niet langer uitbetaald dan tot
                                en met de dag van het overlijden.</al></li><li nr="2."><al>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de ambtenaar wordt aan de
                                weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner een bedrag uitgekeerd
                                gelijk aan de bezoldiging over een tijd vak van drie maanden
                                vermeerderd met de vakantietoelage. Als maatstaf bij de berekening
                                van het in de vorige volzin bedoelde bedrag wordt in aanmerking
                                genomen de voor de ambtenaar op de dag van overlijden geldende
                                bezoldiging per maand. Indien de overledene geen weduwe, weduwnaar
                                of geregistreerde partner na laat, geschiedt de uitkering ren
                                behoeve van de minderjarige wettige, natuurlijke en pleegkinderen.
                                Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering, indien
                                de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen,
                                broeders of zusters, ten behoeve van deze betrek- kingen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de overledene geen betrekkingen, bedoeld in het tweede lid ,
                                na laat , kan het daarbedoelde bedrag door het bevoegd
                                bestuursorgaan geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling
                                van de kosten van de laatste ziekte en van de lijk bezorging ,
                                indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die
                                kosten ontoereikend is.</al></li><li nr="4."><al>Op de uitkering, bedoeld in het tweede lid, wordt in mindering
                                gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
                                betrekkingen van de ambtenaar ter zake van diens overlijden
                                aanspraak kunnen maken krachtens enig wettelijk voorgeschreven
                                verzekering tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid.</al></li></lijst><al>briefnummer: ARZ/801143</al><al><vet>Artikel 8:16:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Gedurende de maand waarin het overlijden van de ambtenaar plaatsvond
                                en de daarop volgende drie maanden behouden de achterblijvende
                                gezinsleden het gebruik van de dienstwoning waarin zij met de
                                ambtenaar woonden. Daarvan kan echter worden afgeweken als het
                                college dat in het belang van de dienst noodzakelijk acht.</al></li><li nr="2."><al>Indien door de ambtenaar voor het gebruik van de dienstwoning een
                                vergoeding verschuldigd was, voldoen de achtergebleven gezinsleden
                                deze over de tijd gedurende welke zij het gebruik van de woning
                                behouden.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst</vet></al><al><vet>Artikel 8:16a</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de ambtenaar overlijdt en zijn overlijden een
                                    rechtstreeks gevolg is van een</vet><vet> ongeval in en door de
                                    dienst, dan wordt aan de weduwe, weduwnaar of
                                    geregistreerd</vet><vet> partner een uitkering verstrekt. Indien
                                    de overledene geen weduwe, weduwnaar of</vet><vet> geregistreerd
                                    partner nalaat, wordt de uitkering verstrekt aan de minderjarige
                                    wettige,</vet><vet> natuurlijke en pleegkinderen.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De uitkering bedraagt één jaarbezoldiging, berekend over de 12
                                    kalendermaanden</vet><vet> onmiddellijk voorafgaande aan de
                                    maand van overlijden.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien het college een verzekering heeft afgesloten die tot
                                    uitkering komt in geval de</vet><vet> ambtenaar overlijdt als
                                    gevolg van een ongeval in en door de dienst, bedraagt
                                    de</vet><vet> uitkering in afwijking van het tweede lid het
                                    bedrag waarvoor het college zich terzake</vet><vet> heeft
                                    verzekerd, met een minimum van één jaarbezoldiging.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U201001464</al><al><vet>Gedeeltelijk ontslag na terugbrengen</vet></al><al><vet>Artikel 8:17</vet></al><al><vet>Indien door de werkgever de formele arbeidsduur per week gedeeltelijk
                            wordt teruggebracht, al dan niet na een tijdelijke uitbreiding daarvan,
                            dient dit te geschieden door een gedeeltelijk ontslag op grond van dit
                            hoofdstuk, behalve in het geval van wijziging van de aanstelling op
                            grond van artikel 7:16.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2002004415</vet></al><al><vet>Overgangsbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 8:18</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor
                                    de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in de
                                    artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de
                                    artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen
                                    8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van
                                    toepassing.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor
                                    de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in de
                                    artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen op of na 1 januari 2004, maar
                                    die op grond van de WAO recht hebben op een WAO-uitkering, zijn
                                    de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen
                                    8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van
                                    toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600958</vet></al><al><vet>Artikel 8:19</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de
                                vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in artikel
                                8:5, is gelegen voor 1 juli 2007 is artikel 8:5 niet van
                                toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 8:5, zoals
                                dat gold op 30 juni 2008, van toepassing.</al></li></lijst><al> Briefnummer: U200800330</al><al><vet>Artikel 8:20</vet></al><al><vet>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in
                            artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 8:4 of artikel
                            8:5 van toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</vet></al><al>Briefnummer: U200802017</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>9 UITKERING FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG</vet></al><al><vet>Tijdelijke regeling ambtenaren geboren vóór 1950 die werkzaam zijn in
                            een betrekking bij het gemeentelijk stadsvervoer, waarvoor door het
                            college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005,
                            leeftijdsgrenzen zijn bepaald</vet></al><al><vet>Ontslag wegens FLO</vet></al><al><vet>Artikel 9:1</vet></al><al><vet>Aan de ambtenaar aan wie ontslag wordt verleend op grond van het
                            bepaalde in artikel 8:3, zoals bedoeld in artikel 9:15, wordt met ingang
                            van de datum van het ontslag ten laste van de gemeente een maandelijkse
                            uitkering toegekend.</vet></al><al><vet>Briefnummer: MARZ/CvA/U200602051</vet></al><al><vet>Artikel 9:1:1</vet></al><al>Onder gewezen ambtenaar wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan
                        de ambtenaar die aan zijn ontslag aanspraak kan ontlenen op een uitkering
                        volgens de bepalingen van dit hoofdstuk.</al><al><vet>Artikel 9:1:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 8:3:1, eerste lid, bedoeld in artikel 9:15:1, bedoelde
                                datum van ingang van ontslag kan op verzoek van de ambtenaar, dan
                                wel ingeval deze desgevraagd daarmee instemt voor de duur van ten
                                hoogste een jaar, telkens met een periode van ten hoogste een jaar
                                te verlengen, worden opgeschort, indien dit door het bestuursorgaan,
                                bevoegd tot het verlenen van ontslag, in het belang van de dienst
                                wordt geacht en de ambtenaar, blijkens de uitslag van een
                                geneeskundig onderzoek, geestelijk en lichamelijk in staat kan
                                worden geacht zijn betrekking te blijven vervullen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de ambtenaar voor wie toepassing is gegeven aan het bepaalde
                                in het eerste lid, blijkens de uitslag van een geneeskundig
                                onderzoek tussentijds ongeschikt is geworden voor de verdere
                                vervulling van zijn betrekking, kan hem ontslag worden verleend met
                                ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de
                                uitslag van het geneeskundig onderzoek te zijner kennis is
                                gebracht.</al></li></lijst><al>briefnummer: MARZ/CvA/U200602051</al><al><vet>Bedrag en duur</vet></al><al><vet>Artikel 9:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De uitkering bedraagt gedurende 60 maanden aansluitend aan het
                                    ontslag 80% van de laatstelijk voor het ontslag van de ambtenaar
                                    aan diens betrekking verbonden bezoldiging vermeerderd met
                                    zoveel - doch ten hoogste 10 malen - 0,5% van die bezoldiging
                                    als het totaal aantal volle dienstjaren geldig voor pensioen
                                    krachtens de pensioenreglement op de dag van het ontslag meer
                                    dan 30 bedraagt. Vervolgens bedraagt de uitkering 70% van
                                    bedoelde bezoldiging, met dien verstande dat het bedrag van de
                                    uitkering niet lager is dan het bedrag van het pensioen waarop
                                    de gewezen ambtenaar recht zou hebben indien hij zou zijn
                                    gepensioneerd met ingang van de datum van zijn ontslag en in
                                    aanmerking zou zijn genomen de diensttijd bedoeld in artikel 5.4
                                    van het pensioenreglement, welkehij bij het bereiken van de
                                    leeftijd van 65 jaar zal kunnen aanwijzen.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Onder laatstelijk voor het ontslag aan de betrekking verbonden
                                    bezoldiging wordt voor de toepassing van deze regeling verstaan
                                    de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, vermeerderd met de
                                    vakantieuitkering, bedoeld in artikel 6:3 , berekend over een
                                    maand en de eindejaarsuitkering, bedoeld in artikel 3:6, met
                                    dien verstande dat de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3 en de
                                    prestatiebeloning slechts geacht worden te behoren tot de
                                    bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de
                                    twaalf maanden voorafgaande aan het ontslag gemiddeld per maand
                                    aan die vergoeding of beloning aan de gewezen ambtenaar is
                                    toegekend.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien in de laatstelijk voor het ontslag aan de betrekking
                                    verbonden bezoldiging uit anderen hoofde dan wegens periodieke
                                    verhogingen wijziging zou zijn gekomen wanneer de gewezen
                                    ambtenaar op deze bezoldiging in dienst zou zijn gebleven, geldt
                                    van de datum van in werking treden dier wijziging af het aldus
                                    gewijzigde bedrag als laatstelijk voor het ontslag aan de
                                    betrekking verbonden bezoldiging.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De hoogte van de uitkering wordt actuarieel neutraal herrekend
                                    indien de ambtenaar na 1 januari 2006 gebruik maakt van de
                                    mogelijkheid van artikel 9:1:2, eerste lid om de ingang van het
                                    ontslag uit te stellen. Overschrijdt de uitkering de oude
                                    bezoldiging dan wordt het meerdere omgezet in ouderdoms- en
                                    nabestaandenpensioen. </vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200602051</vet></al><al><vet>Bijdrage Vereveningsfonds FLO sector Gemeenten</vet></al><al><vet>Artikel 9:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Vereveningsfonds: het Vereveningsfonds FLO sector
                                        Gemeenten.</al></li><li nr="b."><al>Vereveningsregeling: de tijdelijke regeling die deel
                                        uitmaakt van de LOGA-overeenkomst met betrekking tot de
                                        financiering van het functioneel leeftijdsontslag</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De gemeenten zijn verplicht de in de Vereveningsregeling bedoelde
                                bijdrage af te dragen aan het Vereveningsfonds voor alle bij hun m
                                dienst zijnde personen voor wie premie ten behoeve van de
                                FPU-regelmg moet worden afgedragen.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde bijdrage wordt voor de helft verhaald
                                op de bij de instellingen in dienst zijnde personen voor wie premie
                                ten behoeve van de FPU-regeling wordt afgedragen.</al></li></lijst><al>briefnummer: ARZ/805077</al><al><vet>Samenloop met FPU</vet></al><al><vet>Artikel 9:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de datum van ontslag van de ambtenaar van 55 jaar of
                                    ouder gelegen is na 1 april 1997, is deze ambtenaar verplicht
                                    een uitkering krachtens de FPU-regeling aan te vragen. De
                                    uitkering als bedoeld in artikel 9:1 komt niet tot uitbetaling
                                    indien de ambtenaar geen toestemming verleent om de uitkering
                                    krachtens de FPU-regeling via de werkgever tot uitbetaling te
                                    laten komen.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar niet of niet
                                    tijdig de uitkering krachtens de FPU-regeling aanvraagt, en hem
                                    dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt, voor de periode
                                    waarin hij dientengevolge voornoemde uitkering niet of niet
                                    volledig ontvangt, voor de toepassing van lid 3 van dit artikel
                                    rekening gehouden met de uitkering die hij vanaf de ontslagdatum
                                    zou hebben genoten, indien hij de voornoemde uitkering wel
                                    tijdig zou hebben aangevraagd.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De uitkering wordt, indien en voorzover recht daarop bestaat,
                                    verminderd met het bedrag van de uitkering krachtens de
                                    FPU-regeling, met dien verstande dat buiten beschouwing blijft
                                    dat gedeelte van de uitkering krachtens de FPU-regeling dat
                                    gebaseerd is op een individuele opbouw krachtens artikel 16.2,
                                    16.3 of 16.4 van het pensioenreglement.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen
                                    door de in het tweede lid bedoelde ambtenaar, de uitkering
                                    krachtens de FPU-regeling geheel of ten dele vervallen wordt
                                    verklaard dan wel geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt
                                    deze uitkering voor de toepassing van lid 3 van dit artikel
                                    geacht onverminderd te zijn genoten.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: ARZ/805077</vet></al><al><vet>Verrekening inkomsten uit of in verband met arbeid</vet></al><al><vet>Artikel 9:4:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een gewezen ambtenaar, die aan deze regeling recht op
                                uitkering kan ontlenen, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in
                                verband met arbeid, waaronder mede wordt verstaan een uitkering
                                krachtens de WAJONG of de WAZ, of bedrijf, ter hand genomen met
                                ingang van of na de datum waarop zijn ontslag is ingegaan, wordt op
                                de uitkering een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk
                                aan het bedrag waarmede de inkomsten en de onverminderde uitkering
                                krachtens artikel 9:2 samen de laatstelijk genoten bezoldiging te
                                boven gaan.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen
                                gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk
                                voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan hem de uitkering
                                krachtens deze regeling is toegekend.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer de gewezen ambtenaar op of na de dag, bedoeld in het eerste
                                lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf
                                ter hand genomen vóór evenbedoelde dag, is ten aanzien van die
                                inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing. De hierbedoelde vermindering vindt
                                echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het
                                gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de gewezen
                                ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn
                                van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende
                                met het ontslag.</al></li><li nr="4."><al>Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
                                verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als
                                gratificatie.</al></li></lijst><al>briefnummer: ARZ/805077</al><al><vet>Artikel 9:4:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Van het ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf doet de gewezen
                                ambtenaar onverwijld mededeling aan het college. Daarbij doet hij,
                                voor zover mogelijk, opgave van de inkomsten, die hij uit dien
                                hoofde zal verwerven; hij is verplicht om, indien die inkomsten
                                tijdelijk of blijvend wijziging ondergaan, daarvan tijdig voor het
                                verschijnen van de eerstvolgende uitkeringstermijn nadere opgave te
                                doen. Zijn de inkomsten niet vooraf op te geven, dan doet hij tijdig
                                vóór het verschijnen van elke uitkeringstermijn opgave van de
                                inkomsten die hij sedert het ter hand nemen van de werkzaamheden of
                                sinds de vorige opgave heeft genoten. Brengt echter de aard der
                                werkzaamheden mede dat de inkomsten over een langere termijn moeten
                                worden berekend, dan geschiedt de opgave over die langere termijn en
                                kan op de uitkering een voorlopige vermindering worden toegepast
                                naar een geraamd bedrag van die inkomsten, onder voorbehoud van
                                nadere verrekening aan het einde van evenbedoelde termijn. Dit lid
                                vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de arbeid of
                                bedrijf en de inkomsten daaruit, bedoeld in artikel 9:4:1, tweede en
                                derde lid.</al></li><li nr="2."><al>Indien de gewezen ambtenaar de verplichtingen, genoemd in het eerste
                                lid, niet of niet volledig nakomt, kan het college bepalen dat de
                                uitkering, zolang zulks niet het geval is, niet of slechts
                                gedeeltelijk wordt uitbetaald.</al></li><li nr="3."><al>De gewezen ambtenaar wordt geacht door het aanvaarden van de
                                uitkering er in te bewilligen dat zij die daarvoor naar het oordeel
                                van het college in aanmerking komen, de inlichtingen verstrekken
                                welke voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijk zijn.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Samenloop met aanspraken uit hoofde van ziekte of ongeval</vet></al><al><vet>Artikel 9:4:3</vet></al><al>Ten aanzien van hem die aan deze regeling recht op uitkering ontleent en die
                        na zijn ontslag uit hoofde van ziekte of ongeval nog aanspraken in verband
                        met de dienstbetrekking waaruit hij is ontslagen heeft of verkrijgt, wordt
                        de uitkering tot het einde van de periode waarover die aanspraken bestaan,
                        verminderd met het bedrag daarvan.</al><al>briefnummer: ARZ/805077</al><al><vet>Pensioenopbouw vanaf 62 jaar</vet></al><al><vet>Artikel 9:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de gewezen ambtenaar bij het bereiken van de leeftijd
                                    van 62 jaar gebruik maakt van de mogelijkheid die artikel 16.3
                                    van het pensioenreglement biedt tot vrijwillige voortzetting van
                                    de pensioenopbouw, worden de kosten van deze vrijwillig
                                    voortzetting gedragen door de gemeente voor zover het
                                    pensioenopbouw voor de helft betreft, met dien verstande dat per
                                    1 januari 2007 30% van het bedrag van de premie dat door de
                                    werkgever afgedragen zou moeten worden, indien de gewezen
                                    ambtenaar nog verplicht pensioen zou opbouwen, voor rekening
                                    blijft van de gewezen ambtenaar. De kosten van een vrijwillige
                                    aanvullende deelname waardoor de pensioenopbouw voor meer dan de
                                    helft plaats vindt, komen volledig ten laste van de gewezen
                                    ambtenaar. </vet><vet> De werkgever stelt de ambtenaar in de
                                    drie maanden voor zijn ontslag schriftelijk op de hoogte
                                    van:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de mogelijkheid om ook na het bereiken van de leeftijd
                                            van 62 jaar de pensioenopbouw voort te zetten op basis
                                            van artikel 16.3 van het pensioenreglement;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>dat indien de gewezen ambtenaar van de onder a
                                            weergegeven mogelijkheid gebruik maakt om voor de helft
                                            pensioen te blijven opbouwen dit niet leidt tot extra
                                            kosten in vergelijking tot de situatie zoals die gold
                                            voor de gewezen ambtenaar voordat hij de leeftijd van 62
                                            jaar bereikte als gevolg van de toepasselijkheid van
                                            artikel 9:5 lid 1;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>de termijn waarbinnen een schriftelijk verzoek van de
                                            gewezen ambtenaar om gebruik te maken van de
                                            mogelijkheid die artikel 16.3 van het pensioenreglement
                                            bieden, ingediend moet zijn bij het bestuur van de
                                            Stichting Pensioenfonds ABP;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>de mogelijkheid dat de gewezen ambtenaar op zijn
                                            verzoek bij de indiening van de aanvraag wordt
                                            ondersteund door de werkgever.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>De aanschrijving bedoeld in het eerste lid wordt herhaald in de
                                    drie maanden voor de dag dat de ambtenaar de leeftijd van 62
                                    jaar bereikt.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200602051 en CVA/U200701890 en
                        U200800258</vet></al><al><vet>Geneeskundig onderzoek</vet></al><al><vet>Artikel 9:6:1</vet></al><al>(vervallen) briefnummer: ARZ/805077</al><al><vet>Verval uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 9:7:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De uitkering vervalt:</al><lijst><li nr="a."><al>met ingang van de dag, volgende op die waarop de gewezen
                                        ambtenaar is overleden;</al></li><li nr="b."><al>op de datum waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65
                                        jaren bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De uitkering kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard
                                indien de gewezen ambtenaar zich naar het oordeel van het college
                                zodanig gedraagt dat hij, ware hij in dienst gebleven, zou zijn
                                ontslagen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Overlijdensuitkering</vet></al><al><vet>Artikel 9:8:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de gewezen ambtenaar heeft
                                de weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner, die krachtens de
                                pensioenreglement recht heeft op een nabestaandenpensioen, recht op
                                een bedrag gelijk aan de bezoldiging bedoeld in artikel 9:2 over een
                                tijdvak van drie maanden welk bedrag in voorkomend geval wordt
                                verminderd met de uitkering bij overlijden krachtens de
                                FPU-regeling. Wordt geen weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner
                                als bedoeld in de vorige volzin nagelaten, dan verkrijgen de
                                minderjarige kinderen van de overledene recht op bedoelde uitkering.
                                Ontbreken ook zodanige kinderen, dan hebben, indien de overledene
                                kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broers of
                                zusters, deze betrekkingen recht op bedoelde uitkering.</al></li><li nr="2."><al>Laat de overledene geen betrekkingen na die krachtens het eerste lid
                                recht hebben op de uitkeringen als in dat lid bedoeld, dan kan dit
                                bedrag door het college geheel of ten delen worden aangewend voor de
                                betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de
                                lijkbezorging.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>FLO-betrekkingen en leeftijdsgrenzen</vet></al><al><vet>Artikel 9:9:1</vet></al><al>In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald welke leeftijdsgrenzen
                        gelden voor de vervulling van de daarbij vermelde betrekkingen.</al><al>briefnummer: ARZ/805077</al><al><vet>Ingangsdatum ontslag wegens FLO</vet></al><al><vet>Artikel 9:10:1</vet></al><al>Indien een ambtenaar die een betrekking vervult als in artikel 9:9:1 genoemd
                        op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling de leeftijdsgrens als
                        genoemd in dat artikel reeds heeft bereikt, wordt hem eervol ontslag
                        verleend met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin
                        deze regeling in werking treedt, tenzij overeenkomstige toepassing wordt
                        gegeven aan het bepaalde in artikel 9:1:2, eerste lid.</al><al>briefnummer: ARZ/805077</al><al><vet>Tijdelijke regeling</vet></al><al><vet>Artikel 9:11</vet></al><al><vet>Vervallen</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/U200515893 en CvA/U200701890</vet></al><al><vet>Artikel 9:12</vet></al><al><vet>De ambtenaar die op 1 januari 2006 of daarna FLO-ontslag wordt verleend
                            en die recht heeft op een uitkering op grond van dit hoofdstuk, heeft
                            totdat het FLO-overgangsrecht is vastgesteld recht op een maandelijkse
                            uitkering waarvan het bedrag berekend wordt op basis van de bepalingen
                            van dit hoofdstuk.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/U200515893</vet></al><al><vet>Slotbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 9:13</vet></al><al><vet>Ambtenaren aan wie op of na 1 januari 2006 FLO-ontslag is verleend en
                            die op grond van artikel 9:12 een maandelijkse uitkering hebben
                            ontvangen, worden met ingang van 1 juli 2006 geacht te zijn ontslagen op
                            grond van artikel 8:11 en worden onder de werking van hoofdstuk 9b
                            gebracht.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 &amp; U200701890 &amp;
                            U200800258</vet></al><al><vet>Artikel 9:14</vet></al><al><vet>Met ingang van 1 juli 2006 kan ambtenaren op grond van dit hoofdstuk
                            geen uitkering meer verleend worden.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/U200600947 &amp; U200800258</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>9a AMBTENAREN DIE VANAF 1 JANUARI 2006 IN DIENST ZIJN GETREDEN OP EEN
                            BEZWARENDE FUNCTIE</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al><vet>Artikel 9a:1</vet></al><al><vet>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die vanaf 1 januari
                            2006 in dienst is getreden op een bezwarende functie, die op 31 december
                            2005 recht gaf op functioneel leeftijdsontslag op grond van artikel 8:3,
                            zoals dat luidde op 31 december 2005.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Definities</vet></al><al><vet>Artikel 9a:2</vet></al><al><vet>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>bezwarende functie: een betrekking met een hoge belasting door
                                    het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten
                                    en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de
                                    uitruk met als gevolg een verhoogde kans op
                                    gezondheidsklachten;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de
                                    gemeente of buiten de organisatie van de gemeente die, in het
                                    kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie en
                                    die past bij de richting zoals afgesproken is in het
                                    loopbaanplan.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>Medische keuring</vet></al><al><vet>Artikel 9a:3</vet></al><al><vet>Vervallen </vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 en U201002606</vet></al><al><vet>Het loopbaanplan</vet></al><al><vet>Artikel 9a:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar blijft maximaal 20 jaar werkzaam in een bezwarende
                                    functie.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar heeft recht op een loopbaanplan, waardoor het de
                                    ambtenaar mogelijk is na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in
                                    de bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen binnen of
                                    buiten de gemeentelijke dienst.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>Artikel 9a:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In afwijking van hoofdstuk 17 gelden voor de ambtenaar de
                                    volgende bepalingen.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college en de ambtenaar leggen in een persoonlijk
                                    loopbaanplan de afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en
                                    de vereiste kennis en vaardigheden, alsmede de in dat kader door
                                    de ambtenaar te volgen opleiding en de te ondernemen
                                    activiteiten, die nodig zijn om na maximaal 20 jaar gewerkt te
                                    hebben in een bezwarende functie een tweede loopbaan te
                                    beginnen. </vet><vet> Het loopbaanplan omvat in ieder geval die
                                    opleidingselementen die nodig zijn om de ambtenaar die bij de
                                    brandweer werkzaam is, in 20 jaar op te leiden tot MBO-niveau.
                                    Hierbij moet het gaan om opleidingen die extern erkend
                                    worden.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het college en de ambtenaar zijn verplicht medewerking te
                                    verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het
                                    loopbaanplan.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het loopbaanplan wordt in het jaar van indiensttreding
                                    opgesteld.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Het loopbaanplan wordt ten minste een keer per drie jaar
                                    geëvalueerd, geactualiseerd en zonodig bijgesteld.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Bij het loopbaanplan wordt rekening gehouden met zowel de
                                    belangen van het college als met de belangen van de
                                    ambtenaar.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>In het loopbaanplan worden afspraken vastgelegd met betrekking
                                    tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van het
                                    college die de ambtenaar in staat moeten stellen de gemaakte
                                    afspraken uit te voeren. </vet></al></li><li nr="8."><al><vet>De kosten die gemaakt zullen worden in het kader van de in het
                                    loopbaanplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door het
                                    college vergoed. </vet></al></li><li nr="9."><al><vet>In het loopbaanplan worden, indien mogelijk, ten aanzien van de
                                    activiteiten en de opleiding in ieder geval de volgende aspecten
                                    vastgelegd:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>het aanspreekpunt binnen de organisatie;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>het beroep of de richting die als tweede loopbaan
                                            gekozen wordt;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>de keuze van opleidingsvorm of het instituut, waar de
                                            activiteit plaatsvindt;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>de te maken kosten;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>de start- en einddatum van de te ondernemen activiteit
                                            of de te volgen scholing;</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>de te maken voortgang binnen de activiteit of
                                            scholing;</vet></al></li><li nr="g."><al><vet>de minimaal te behalen resultaten van de activiteit of
                                            scholing;</vet></al></li><li nr="h."><al><vet>de planning van vervolgafspraken;</vet></al></li><li nr="i."><al><vet>de omstandigheden onder welke een te volgen opleiding
                                            of te ondernemen activiteit kan worden onderbroken of
                                            gestopt;</vet></al></li><li nr="j."><al><vet>eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor
                                            een goede uitvoering van de gemaakte
                                        afspraken.</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>Terugbetaling</vet></al><al><vet>Artikel 9a:6</vet></al><al><vet>De ambtenaar die evident misbruik maakt van de loopbaanfaciliteiten die
                            het college biedt, is verplicht de kosten, verband houdende met de
                            activiteiten dan wel opleidingen, die door het college zijn vergoed,
                            terug te betalen.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Tweede loopbaan binnen / buiten de gemeentelijke dienst</vet></al><al><vet>Artikel 9a:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Plaatsing van een ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan
                                    binnen of buiten de gemeentelijke dienst vindt definitief
                                    plaats.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Definitieve plaatsing binnen de gemeentelijke dienst vindt
                                    plaats door aanpassing van de aanstelling.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Definitieve plaatsing buiten de gemeentelijke dienst vindt
                                    plaats door ontslag op grond van artikel 8:1 uit de bezwarende
                                    functie.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>Disciplinaire straf</vet></al><al><vet>Artikel 9a:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die de verplichtingen, zoals neergelegd in het
                                    loopbaanplan, niet nakomt, wordt disciplinair gestraft.
                                </vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Wanneer de tweede loopbaan na 20 jaar gewerkt te hebben in de
                                    bezwarende functie door schuld of toedoen van de ambtenaar niet
                                    begonnen kan worden, wordt de ambtenaar op grond van artikel
                                    8:13 disciplinair ontslag verleend.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>Gevolgen niet starten tweede loopbaan</vet></al><al><vet>Artikel 9a:9</vet></al><al>1.<vet>De ambtenaar blijft na 20 jaar in de bezwarende functie werkzaam
                            wanneer: </vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de tweede loopbaan niet begonnen kan worden, omdat het college
                                    zijn verplichtingen uit het loopbaanplan niet nakomt;
                                </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de tweede loopbaan niet begonnen wordt, omdat het college en de
                                    ambtenaar daar gezamenlijk toe besluiten.</vet></al></li></lijst><al><vet>Voorwaarde is dat de ambtenaar medisch geschikt is om in de bezwarende
                            functie door te werken.</vet></al><lijst><li nr="2."><al><vet>Het loopbaanplan wordt voortgezet tot de tweede loopbaan
                                    begonnen wordt.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid na 20 jaar niet
                                    medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken,
                                    geldt de procedure, bedoeld in artikel 9a:10.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</vet></al><al><vet>Medisch niet meer geschikt; overbruggingsuitkering</vet></al><al><vet>Artikel 9a:10</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die niet meer medisch geschikt is om in de
                                    bezwarende functie door te werken, ontvangt een
                                    overbruggingsuitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De duur van de overbruggingsuitkering is afhankelijk van het
                                    aantal jaren dat betrokkene in een bezwarende functie werkzaam
                                    is geweest.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Per dienstjaar in een bezwarende functie is de duur van de
                                    overbruggingsuitkering 12/10 maand. De maximumduur van de
                                    overbruggingsuitkering is 24 maanden. </vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Zodra de medische ongeschiktheid voor de bezwarende functie is
                                    vastgesteld, stopt de opbouw van de
                                    overbruggingsuitkering.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De hoogte van de overbruggingsuitkering bedraagt de eerste 12
                                    maanden 100% van het salaris en de maanden daarna 80% van het
                                    salaris.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De duur van de overbruggingsuitkering wordt in mindering
                                    gebracht op de duur van de loondoorbetaling, bedoeld in artikel
                                    7:3. </vet></al></li><li nr="7."><al><vet>De overbruggingsuitkering komt tot uitbetaling voor zover deze
                                    hoger is dan de loondoorbetaling bij ziekte, bedoeld in artikel
                                    7:3.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>Garantiesalaris en afbouw toelagen</vet></al><al><vet>Artikel 9a:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder oude bezoldiging verstaan de optelsom
                                van:</al></li><li nr="a."><al>het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, sub b,</al></li><li nr="b."><al>de vakantieuitkering,</al></li><li nr="c."><al>de eindejaarsuitkering,</al></li><li nr="d."><al>de functioneringstoelage,</al></li><li nr="e."><al>de waarnemingstoelage en</al></li><li nr="f."><al>de in de lokale bezoldigingsverordening genoemde andere toelagen en
                                emolumenten, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend,</al></li></lijst><al>berekend over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het
                        begin van de tweede loopbaan.</al><lijst><li nr="2."><al>Indien een keuze van de ambtenaar leidt tot een wijziging van de
                                feitelijke uitbetaling van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1,
                                tweede lid, onderdeel c, werkt die wijziging van de feitelijke
                                uitbetaling van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1, tweede lid,
                                onderdeel c door in de oude bezoldiging.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid werkt een verhoging of verlaging van
                                de feitelijke uitbetaling van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1,
                                tweede lid, onderdeel c bij uitruil in het kader van de uitwisseling
                                van arbeidsvoorwaarden genoemd in hoofdstuk 4a niet door in de oude
                                bezoldiging.</al></li><li nr="4."><al>De ambtenaar die binnen de organisatie van de gemeente de tweede
                                loopbaan begint, krijgt een garantietoelage ter hoogte van het
                                negatieve verschil tussen het oude en het nieuwe salaris. Het oude
                                salaris wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging,
                                zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</al></li><li nr="5."><al>Op de garantietoelage wordt een vermindering toegepast tot het
                                bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en
                                vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de
                                garantietoelage de oude bezoldiging overstijgt. De oude bezoldiging
                                wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze
                                in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</al></li><li nr="6."><al>De ambtenaar die als gevolg van de tweede loopbaan binnen de
                                organisatie van de gemeente de toelagen en vergoedingen verliest,
                                die behoorden bij de bezwarende functie, krijgt een aflopende
                                afbouwtoelage ter hoogte van een percentage van het verschil tussen
                                de oude toelagen en vergoedingen en eventuele toelagen en
                                vergoedingen die bij de nieuwe functie behoren. De afbouwtoelage
                                bedraagt:</al></li><li nr="a."><al>het eerste jaar 100%;</al></li><li nr="b."><al>het tweede jaar 75%;</al></li><li nr="c."><al>het derde jaar 50%;</al></li><li nr="d."><al>het vierde jaar 25%.</al></li></lijst><al>De oude toelagen en vergoedingen worden niet geïndexeerd met de generieke
                        salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt
                        overeengekomen.</al><lijst><li nr="7."><al>Op de afbouwtoelage wordt een vermindering toegepast tot het bedrag
                                waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en vergoedingen,
                                behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoelage en de
                                afbouwtoelage de oude bezoldiging overstijgt. De oude bezoldiging
                                wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze
                                in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</al></li><li nr="8."><al>De ambtenaar die een tweede loopbaan begint buiten de organisatie
                                van de gemeente ontvangt een afkoopbedrag ter hoogte van 175% van
                                het verschil tussen de oude bezoldiging en het nieuwe jaarsalaris,
                                inclusief eventuele toelagen en vergoedingen. Het nieuwe
                                jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen, wordt
                                berekend naar het bedrag dat voor de ambtenaar bij indiensttreding
                                bij de nieuwe werkgever is vastgesteld.</al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U200700397 en U200701890</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>9b OVERGANGSRECHT AMBTENAREN IN EEN FUNCTIE DIE OP 31 DECEMBER 2005
                            RECHT GAF OP FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG</vet></al><al><vet>§1.Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Werkingssfeer</vet></al><al><vet>Artikel 9b:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>op 31 december 2005 werkzaam was bij een gemeentelijk
                                            beroepsbrandweerkorps of bij een gemeentelijke
                                            ambulancedienst; en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>op 31 december 2005 een betrekking vervulde, waarvoor
                                            door het college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde
                                            op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn bepaald;
                                            en</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>sinds 31 december 2005 onafgebroken de betrekking heeft
                                            vervuld, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals
                                            dat luidde op 31 december 2005, ontslag werd verleend op
                                            de leeftijd van 55 jaar of ouder.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Het eerste lid is overeenkomstig van toepassing voor de
                                    ambtenaar die</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>overstapt naar een andere functie bij dezelfde gemeente
                                            of ambulancedienst, of</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>overstapt naar een andere gemeentelijk
                                            beroepsbrandweerkorps, dan wel naar een andere
                                            gemeentelijke ambulancedienst</vet><vet> tenzij bij de
                                            overstap tussen de werkgever en ambtenaar andere
                                            afspraken zijn gemaakt.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Als voorwaarde bij de toepassing van het tweede lid geldt dat
                                    de functie waarnaar de ambtenaar overstapt ook een bezwarende
                                    functie is, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat
                                    luidde op 31 december 2005, ontslag werd verleend op de leeftijd
                                    van 55 jaar of ouder.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200600947 &amp; U200701890</vet></al><al><vet>§ 2. De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer in een
                            bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke
                            moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in
                            december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9 niet in aanmerking
                            kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop
                            heeft ontvangen</vet></al><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 9b:2</vet></al><al><vet>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet> bezoldiging: de optelsom van</vet><vet> i. het salaris, als
                                    bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel b,</vet><vet> ii.
                                    de vakantieuitkering;</vet><vet> iii. de
                                    eindejaarsuitkering;</vet><vet> iv. de
                                    functioneringstoelage;</vet><vet> v. de waarnemingstoelage
                                    en</vet><vet> vi. de in de lokale bezoldigingsverordening
                                    genoemde andere toelagen en emolumenten, voor zover die aan de
                                    ambtenaar zijn toegekend, met uitzondering van de
                                    levensloopbijdrage bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9, berekend
                                    over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan de
                                    datum, die voortvloeit uit de toepassing van artikel 9b:4,
                                    artikel 9b:20, artikel 9b:25, zesde lid, artikel 9b:26, artikel
                                    9b:47 en artikel 9b:52. De bezoldiging wordt, met uitzondering
                                    van de bezoldiging bedoeld in artikel 9b:20 en 9b:25, na deze
                                    datum geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze
                                    in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen. Indien
                                    verlofopname door de ambtenaar in deze 12 maanden heeft geleid
                                    tot een wijziging van de feitelijke uitbetaling van de
                                    bezoldiging genoemd in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel c,
                                    werkt die wijziging door in de bezoldiging.</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>bezwarende functie: een betrekking met een hoge belasting door
                                    het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten
                                    en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de
                                    uitruk met als gevolg een verhoogde kans op
                                    gezondheidsklachten;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>dienstjaren voor brandweerpersoneel: de jaren in dienst van een
                                    gemeentelijk beroepsbrandweerkorps, de jaren werkzaam als
                                    buschauffeur of trambestuurder bij het stadsvervoer, mits dit
                                    een functie was, die op dat moment recht gaf op functioneel
                                    leeftijdsontslag en de jaren als vrijwilliger bij de brandweer,
                                    mits het om jaren gaat waarin daadwerkelijk en regelmatig in de
                                    uitruk is ingezet en men niet tegelijkertijd een aanstelling had
                                    als beroepsbrandweer. Bij twijfel over het aantal dienstjaren
                                    als vrijwilliger dient de ambtenaar aannemelijk te maken hoeveel
                                    jaren hij als vrijwilliger is ingezet;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>dienstjaren voor ambulancepersoneel: de jaren werkzaam bij een
                                    gemeentelijke ambulancedienst, de jaren werkzaam bij een
                                    ambulancedienst van een ziekenhuis of bij een ambulancedienst in
                                    de particuliere sector en de jaren werkzaam als buschauffeur of
                                    trambestuurder bij het stadsvervoer, mits dit een functie was,
                                    die op dat moment recht gaf op functioneel
                                    leeftijdsontslag;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>FPU-uitkering: de uitkering in het kader van de
                                    FPU-regeling;</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>niet-bezwarende functie: een functie die niet valt onder de
                                    definitie van onderdeel b;</vet></al></li><li nr="g."><al><vet>tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de
                                    gemeente of buiten de organisatie van de gemeente die, in het
                                    kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende
                                    functie;</vet></al></li><li nr="h."><al><vet>onbezoldigd volledig verlof: verlof voor de formele arbeidsduur
                                    per week, zonder behoud van bezoldiging.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: , U200700397 &amp;U200701890 &amp; U200800258</vet></al><al><vet>Werkingssfeer</vet></al><al><vet>Artikel 9b:3</vet></al><al>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en
                        die op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had in een bezwarende functie
                        en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de
                        werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel
                        9e:8 en 9e:9niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die
                        werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</al><al><vet>Briefnummer: U200600947 en U201201055</vet></al><al><vet>Keuzemogelijkheid voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren
                            of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:4</vet></al><al>1.<vet>De ambtenaar wordt op zijn verzoek vanaf de eerste dag van de maand
                            volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt volledig
                            buitengewoon verlof verleend, tegen doorbetaling van 80% van de voor de
                            ambtenaar geldende</vet><vet> bezoldiging. Voor zover het dienstbelang
                            het toelaat, kan de ambtenaar vanaf de datum bedoeld in de eerste volzin
                            in plaats van het volledig buitengewoon verlof als hiervoor bedoeld, een
                            keuze maken uit de volgende mogelijkheden:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>100% werken, waarbij voor ieder vol jaar dat gewerkt wordt een
                                    bonus wordt verstrekt van 20% van het voor de ambtenaar geldende
                                    jaarsalaris in het jaar voorafgaande aan toekenning van de
                                    bonus;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>50% van de voor hem geldende formele arbeidsduur werken, tegen
                                    doorbetaling van 90% van de voor de ambtenaar geldende
                                    bezoldiging;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>volledig ontslag op grond van artikel 8:1, waarbij een bonus
                                    wordt verstrekt van 100% van het voor de ambtenaar geldende
                                    jaarsalaris in het jaar voorafgaande aan toekenning van de
                                    bonus.</vet></al></li></lijst><al><vet>Indien dit voor het behouden van vakbekwaamheidseisen noodzakelijk is
                            en de werkgever dit kan aantonen, geldt voor ambulancepersoneel als
                            alternatief voor onderdeel b: 60% van een volledige betrekking werken
                            tegen doorbetaling van 95% van de daarbij behorende
                        bezoldiging.</vet></al><lijst><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar maakt zes kalendermaanden voor de in het eerste
                                    lid bedoelde datum het college door middel van een verzoek
                                    bekend naar welke variant zijn voorkeur uitgaat.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:11, gaat de datum,
                                    bedoeld in het eerste lid zoveel later in als het college op 31
                                    december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31
                                    december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                                    leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De ambtenaar die kiest voor het in het eerste lid gestelde
                                    onder a en b moet medisch geschikt zijn om in de bezwarende
                                    functie door te werken. </vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met
                                    inachtneming van het derde lid, de in het eerste lid gestelde
                                    keuzemogelijkheden later laten ingaan, telkens met een periode
                                    van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch
                                    geschikt is om door te werken in de bezwarende
                                functie.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet,
                                    met inachtneming van het derde lid, het college uiterlijk zes
                                    kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe
                                    verzoeken.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>De ambtenaar die eenmaal een keuze heeft gemaakt, kan, voor
                                    zover het dienstbelang dat toelaat, gedurende de periode tot het
                                    moment, bedoeld in artikel 9b:11, zijn keuze herzien, met dien
                                    verstande dat de bonus van artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel
                                    c, berekend wordt naar rato van de tijd die resteert tot de
                                    datum, bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid. Hierbij geldt als
                                    voorwaarde dat als tweede en eventueel volgende keuze alleen een
                                    optie in aanmerking komt waarbij minder gewerkt wordt dan bij de
                                    eerdere keuze. Het tweede lid is van overeenkomstige
                                    toepassing.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>De ambtenaar die in de periode van 1 januari 2006 tot 1 januari
                                    2011 gebruik maakt van de mogelijkheid, bedoeld in de eerste zin
                                    van het eerste lid van dit artikel, en direct daaraan
                                    voorafgaand een functie bekleedde waaraan salarisschaal 6 of
                                    lager was verbonden, ontvangt gedurende die periode € 500,-
                                    netto per kalenderjaar. De ambtenaar die in deze periode geen
                                    volledig kalenderjaar gebruik maakt van de genoemde
                                    mogelijkheid, ontvangt een bedrag naar rato. Deze uitkering
                                    wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december betaald. Aan
                                    de ambtenaar die op grond van lokaal beleid al een vergoeding
                                    heeft ontvangen, wordt alleen het deel van het totaalbedrag,
                                    waarop op grond van dit lid recht bestaat, uitbetaald dat hoger
                                    is dan de reeds ontvangen vergoeding.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 &amp; U200800258</vet></al><al><vet>Pensioenopbouw tijdens keuzes van artikel 9b:4</vet></al><al><vet>Artikel 9b:5</vet></al><al><vet>Over de bonus, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a en c
                            wordt geen pensioen opgebouwd.</vet></al><al><vet> briefnummer: CvA/U200600947 &amp; U200800258</vet></al><al><vet>Vakantieopbouw tijdens de periode van artikel 9b:4</vet></al><al><vet>Artikel 9b:6</vet></al><al><vet>Gedurende de periode, bedoeld in artikel 9b:4, vindt opbouw van
                            vakantie-uren plaats naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar
                            werkt.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en vakantietoelage
                            tijdens de periode van artikel 9b:4</vet></al><al><vet>Artikel 9b:7</vet></al><al><vet>Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid, eerste volzin
                            en onder onderdeel a en b, zijn de artikelen 3:3 en 3:3:1,
                            respectievelijk artikel 19a:8, artikel 3:6 en artikel 6:3 niet van
                            toepassing.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200700397 </vet></al><al><vet>Artikel 9b:8</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: U200600947 en U200700397</vet></al><al><vet>Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel 9b:4</vet></al><al><vet>Artikel 9b:9</vet></al><al><vet>De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:4 volledig
                            buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 80% van de voor
                            de ambtenaar geldende bezoldiging, tellen voor de berekening van de
                            ambtsjubileumgratificatie niet mee.</vet></al><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:4</vet></al><al><vet>Artikel 9b:10</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel
                                    9b:4, eerste volzin of onder b, inkomsten geniet of gaat
                                    genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand
                                    genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:4 van
                                    toepassing is geworden, wordt op de doorbetaling van de
                                    bezoldiging een vermindering toegepast. Deze vermindering is
                                    gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de doorbetaalde
                                    bezoldiging samen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven
                                    gaan.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand
                                    genomen gedurende verlof, vakantie of nonactiviteit,
                                    onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:4 van
                                    toepassing is geworden.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste
                                    lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of
                                    bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die
                                    inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van
                                    overeenkomstige toepassing.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet
                                    plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn
                                    van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar
                                    aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van
                                    verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende
                                    met de toepassing van artikel 9b:4.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
                                    verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als
                                    gratificatie.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het
                                    aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het
                                    vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij
                                    ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan
                                    de bewijzen te overleggen.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet
                                    nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te
                                    betalen bezoldiging toe te passen.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: U200600947 en U201100883</vet></al><al><vet>Onbezoldigd volledig verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20
                            dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende
                        functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die op grond van artikel 9b:4, eerste lid,
                                    gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet dan
                                    wel die heeft gekozen voor artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a
                                    of b, wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand
                                    waarin hij de leeftijd van 59 jaar bereikt onbezoldigd volledig
                                    verlof verleend.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>In afwijking van het eerste lid, gaat het onbezoldigd volledig
                                    verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de
                                    maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar
                                    bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van
                                    artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de
                                    bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60
                                    jaar.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het onbezoldigd volledig verlof wordt uitgesteld met die
                                    periode, waarmee de keuze van de ambtenaar, die gebruik heeft
                                    gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:4, later is
                                    ingegaan.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar,
                                    wanneer het college op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde
                                    op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59
                                    of 60 jaar, het onbezoldigd volledig verlof later laten ingaan,
                                    telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat
                                    de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de
                                    bezwarende functie.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het
                                    college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde
                                    ingangsdatum daartoe verzoeken.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 , U200800258 en
                            </vet><vet>ECCVA/U201002704</vet></al><al><vet>Premieverdeling bij pensioenopbouw tijdens onbezoldigd volledig
                            verlof</vet></al><al><vet>Artikel 9b:12</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld
                                    in artikel 9b:11, eerste lid, langer is dan drie jaar, is vanaf
                                    dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de Vut-fonds
                                    bijdrage als bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis-
                                    en aanvullende uitkering gelijk aan het bedrag van de premies en
                                    de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld
                                    in artikel 9b:11, tweede lid, langer is dan twee jaar, is vanaf
                                    dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de Vut-fonds
                                    bijdrage als bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis-
                                    en aanvullende uitkering gelijk aan het bedrag van de premies en
                                    de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/U200600947 &amp; U200800258</vet></al><al><vet>Premie IZA-verzekering tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet></al><al><vet>Artikel 9b:13</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: U200801637, U201300288</vet></al><al><vet>Vakantieopbouw tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet></al><al><vet>Artikel 9b:14</vet></al><al><vet>Gedurende de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in
                            artikel 9b:11, vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Artikel 9b:15</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: U200600947 en U200700397</vet></al><al><vet>Artikel 9b:16</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: U200600947 en U200700397</vet></al><al><vet>Ziekte tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet></al><al><vet>Artikel 9b:17</vet></al><al><vet>Ziekte tijdens de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld
                            in artikel 9b:11, leidt niet tot stopzetting van het onbezoldigd
                            volledig verlof.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Ambtsjubileumgratificatie tijdens onbezoldigd volledig
                        verlof</vet></al><al><vet>Artikel 9b:18</vet></al><al><vet>De periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel
                            9b:11, telt niet mee voor de berekening van de
                            ambtsjubileumgratificatie.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 50 jaar
                            voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1
                            januari 2006 in een bezwarende functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:19</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag na de leeftijd van 50
                                    jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel
                                    8:5 niet van toepassing.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar, genoemd in het eerste lid, wordt hersteld
                                    verklaard vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:4, eerste
                                    lid.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De datum, bedoeld in het tweede lid gaat zoveel later in als
                                    het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals
                                    dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een
                                    hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Op de ambtenaar, genoemd in het tweede lid, zijn vanaf de datum
                                    van herstel, voor zover de medische geschiktheid dat toelaat,
                                    artikel 9b:4 tot en met artikel 9b:18 van toepassing.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van 55
                                    jaar en die wegens ziekte ongeschikt wordt om zijn betrekking te
                                    vervullen, wordt niet ziek gemeld. Vanaf de datum dat de door
                                    deze ambtenaar gemaakte keuze op grond van artikel 9b:4, eerste
                                    lid, vanwege medische geschiktheid niet meer mogelijk is,
                                    verandert deze keuze in een keuze die op grond van zijn medische
                                    geschiktheid nog wel mogelijk is, met dien verstande dat de
                                    bonus van artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel c, berekend wordt
                                    naar rato van de tijd die resteert tot de datum, bedoeld in
                                    artikel 9b:11, eerste lid. Op hem blijft artikel 9b:11 van
                                    toepassing.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De datum, bedoeld in het vijfde lid gaat zoveel later in als
                                    het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals
                                    dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een
                                    hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/U2008001112</vet></al><al><vet>Salarisgarantie bij definitieve herplaatsing bij ziekte</vet></al><al><vet>Artikel 9b:20</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die op grond van hoofdstuk 7 binnen de organisatie
                                    van de gemeente definitief herplaatst wordt, heeft recht op een
                                    garantietoelage ter hoogte van het negatieve verschil tussen de
                                    oude bezoldiging en het nieuwe totaalinkomen van de ambtenaar.
                                    Tot het totaalinkomen wordt de nieuwe bezoldiging gerekend,
                                    alsmede de uitkeringen die de ambtenaar in verband met zijn
                                    arbeidsongeschiktheid ontvangt.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Wanneer de ambtenaar op grond van hoofdstuk 7 definitief
                                    herplaatst wordt in een functie met een lager totaalinkomen
                                    buiten de organisatie van de gemeente, maken het college en de
                                    ambtenaar afspraken over een financiële regeling.</vet></al></li></lijst><al> briefnummer: U200600947 en U200700397 en U200800258</al><al><vet>Levensloop voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer
                            op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:21</vet></al><al><vet>Op de ambtenaar, die een bezwarende functie bekleedt, waaraan het
                            college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde
                            op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld, is de
                            levensloopregeling van hoofdstuk 9e van toepassing.</vet><vet>
                            briefnummer: CvA/U200600947 / U200800456 / U200800258</vet></al><al><vet>Inkoop OP voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer
                            op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:22</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Ten behoeve van de ambtenaar wordt, onder de voorwaarde dat hij
                                    daarvoor fiscale ruimte beschikbaar heeft, op de leeftijd van 53
                                    jaar een bedrag in ABP Extra Pensioen gestort ter hoogte van 57%
                                    van het geïndexeerde loon maal de leeftijdsafhankelijke factor,
                                    die behoort bij de leeftijd van 53 jaar. Hierbij is het
                                    geïndexeerde loon het gemiddelde pensioengevend inkomen zoals
                                    dat bij ABP bekend is over de dienstjaren tot 53 jaar maal de
                                    indexatie per betreffend dienstjaar zoals door ABP is
                                    vastgesteld. Indien het loon uit enig dienstjaar bij ABP niet
                                    bekend is, toont de ambtenaar wat het loon is
                                geweest.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Wanneer er onvoldoende fiscale ruimte is, wordt hetgeen niet in
                                    ABP Extra Pensioen gestort kan worden, aan de ambtenaar ter
                                    beschikking gesteld.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Ten behoeve van de ambtenaar die voor de leeftijd van 53 jaar
                                    uittreedt uit een bezwarende functie wordt, met inachtneming van
                                    het tweede lid, het in het eerste lid genoemde bedrag in ABP
                                    Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden, waarbij de
                                    leeftijdsafhankelijke factor wordt toegepast die hoort bij de
                                    leeftijd op het moment van uittreden en het gemiddelde loon
                                    wordt berekend tot het moment van uittreden. /&gt;</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet
                                    tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1 van
                                    het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds
                                ABP.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet
                                    tot de bezoldiging.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De ambtenaar kan zijn werkgever eenmalig verzoeken om een
                                    indicatie van het verwachte te storten bedrag. Het college
                                    bepaalt, in overleg met de ambtenaar, het geschikte moment voor
                                    deze indicatie.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: U200600947 en U200802095 en U200802315 en ECCVA/U201002704</al><al><vet>Leeftijdsafhankelijke factor voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20
                            dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende
                        functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:22a</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De in artikel 9b:22 genoemde leeftijdsafhankelijke factor is
                                    afhankelijk van de door ABP gehanteerde actuariële
                                    tarieven.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De leeftijdafhankelijke factor bedraagt:</vet></al></li></lijst><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="15*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="18*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Leeftijd</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Factor</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Leeftijd</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Factor</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Leeftijd</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>Factor</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18</al></entry><entry colname="col2"><al>0.278</al></entry><entry colname="col3"><al>33</al></entry><entry colname="col4"><al>0.432</al></entry><entry colname="col5"><al>48</al></entry><entry colname="col6"><al>0.674</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19</al></entry><entry colname="col2"><al>0.286</al></entry><entry colname="col3"><al>34</al></entry><entry colname="col4"><al>0.445</al></entry><entry colname="col5"><al>49</al></entry><entry colname="col6"><al>0.694</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20</al></entry><entry colname="col2"><al>0.294</al></entry><entry colname="col3"><al>35</al></entry><entry colname="col4"><al>0.459</al></entry><entry colname="col5"><al>50</al></entry><entry colname="col6"><al>0.715</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21</al></entry><entry colname="col2"><al>0.303</al></entry><entry colname="col3"><al>36</al></entry><entry colname="col4"><al>0.473</al></entry><entry colname="col5"><al>51</al></entry><entry colname="col6"><al>0.736</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22</al></entry><entry colname="col2"><al>0.312</al></entry><entry colname="col3"><al>37</al></entry><entry colname="col4"><al>0.487</al></entry><entry colname="col5"><al>52</al></entry><entry colname="col6"><al>0.758</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23</al></entry><entry colname="col2"><al>0.322</al></entry><entry colname="col3"><al>38</al></entry><entry colname="col4"><al>0.501</al></entry><entry colname="col5"><al>53</al></entry><entry colname="col6"><al>0.781</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24</al></entry><entry colname="col2"><al>0.331</al></entry><entry colname="col3"><al>39</al></entry><entry colname="col4"><al>0.516</al></entry><entry colname="col5"><al>54</al></entry><entry colname="col6"><al>0.804</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25</al></entry><entry colname="col2"><al>0.341</al></entry><entry colname="col3"><al>40</al></entry><entry colname="col4"><al>0.532</al></entry><entry colname="col5"><al>55</al></entry><entry colname="col6"><al>&amp;0.829</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26</al></entry><entry colname="col2"><al>0.352</al></entry><entry colname="col3"><al>41</al></entry><entry colname="col4"><al>0.548</al></entry><entry colname="col5"><al>56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.853</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27</al></entry><entry colname="col2"><al>0.362</al></entry><entry colname="col3"><al>42</al></entry><entry colname="col4"><al>0.564</al></entry><entry colname="col5"><al>57</al></entry><entry colname="col6"><al>0.879</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28</al></entry><entry colname="col2"><al>0.373</al></entry><entry colname="col3"><al>43</al></entry><entry colname="col4"><al>0.581</al></entry><entry colname="col5"><al>58</al></entry><entry colname="col6"><al>0.905</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29</al></entry><entry colname="col2"><al>0.384</al></entry><entry colname="col3"><al>44</al></entry><entry colname="col4"><al>0.599</al></entry><entry colname="col5"><al>59</al></entry><entry colname="col6"><al>0.933</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30</al></entry><entry colname="col2"><al>0.396</al></entry><entry colname="col3"><al>45</al></entry><entry colname="col4"><al>0.617</al></entry><entry colname="col5"><al>60</al></entry><entry colname="col6"><al>0.961</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>31</al></entry><entry colname="col2"><al>0.408</al></entry><entry colname="col3"><al>46</al></entry><entry colname="col4"><al>0.635</al></entry><entry colname="col5"><al>61</al></entry><entry colname="col6"><al>0.989</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>32</al></entry><entry colname="col2"><al>0.420</al></entry><entry colname="col3"><al>47</al></entry><entry colname="col4"><al>0.654</al></entry><entry colname="col5"><al>62</al></entry><entry colname="col6"><al>1.019</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>3.<vet> Wanneer de in lid 1 genoemde tarieven door ABP worden gewijzigd,
                            stellen LOGA-partijen nieuwe leeftijdafhankelijke factoren
                        vast.</vet></al><al>Briefnummer: U200802095 en U200902748 en U201100617 en U201300296</al><al><vet>Inkoop OP bij regionalisering</vet></al><al><vet>Artikel 9b:22b</vet></al><al>In afwijking van artikel 9b:22, derde lid, wordt voor de ambtenaar</al><lijst><li nr="·"><al>die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit
                                de bezwarende functie wordt ontslagen en</al></li><li nr="·"><al>op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing
                                blijft,</al></li></lijst><al>geen bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden.</al><al>Briefnummer: U200802315 </al><al><vet>§3. De ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren in een
                            bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke
                            moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in
                            december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9 niet in aanmerking
                            kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop
                            heeft ontvangen</vet></al><al><vet>Werkingssfeer</vet></al><al><vet>Artikel 9b:23</vet></al><al><vet>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949
                            en die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren had in een bezwarende
                            functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de
                            werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in
                            artikel 9e:8 en 9e:9 niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering
                            en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>briefnummer : ECCVA/U201201055</vet></al><al><vet>Doorwerken zolang dat medisch verantwoord is en tenzij tweede loopbaan
                            gestart wordt</vet></al><al><vet>Artikel 9b:24</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Zolang dit medisch verantwoord is, blijft de ambtenaar, onder
                                    toepassing van artikel 9b:26, in de bezwarende functie werkzaam
                                    tot het moment, bedoeld in artikel 9b:28.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het eerste lid is niet van toepassing wanneer het college en de
                                    ambtenaar in het kader van het loopbaanplan hierover andere
                                    afspraken maken.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/U200600947 en U200800258</vet></al><al><vet>Tweede loopbaan voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1
                            januari 2006 in een bezwarende functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:25</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Op de ambtenaar is tot de eerste dag van de maand volgend op de
                                    maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt hoofdstuk 9a
                                    van toepassing, met inachtneming van de volgende
                                leden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De datum, bedoeld in het eerste lid gaat zoveel later in als
                                    het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals
                                    dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een
                                    hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Voor brandweerpersoneel geldt dat in het kader van de tweede
                                    loopbaan eerst gezocht wordt naar een functie binnen de
                                    organisatie van de gemeente.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De ambtenaar met geen of onvoldoende diploma's kan via een
                                    procedure voor erkenning verworven competenties zijn
                                    competenties laten erkennen.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Indien dit behulpzaam is bij het vormgeven van de tweede
                                    loopbaan heeft de ambtenaar recht op vergoeding van de kosten,
                                    voor zover redelijk, van een extern loopbaanadvies.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De ambtenaar die in het kader van de tweede loopbaan een andere
                                    functie aanvaardt binnen de organisatie van de gemeente,
                                    ontvangt, in afwijking van artikel 9a:11, eerste tot en met
                                    zevende lid, een garantietoelage ter hoogte van het negatieve
                                    verschil tussen de oude bezoldiging en de nieuwe
                                    bezoldiging.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Het college en de ambtenaar maken in het kader van het
                                    loopbaanplan afspraken over een financiële regeling wanneer de
                                    ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan buiten de
                                    organisatie van de gemeente een functie aanvaardt met een lager
                                    totaalinkomen.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/U200600947 en U200800258</vet></al><al><vet>Recht voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006
                            in een bezwarende functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:26</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar gaat met ingang van de eerste dag van de maand
                                    volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt
                                    50% van de voor hem geldende formele arbeidsduur werken tegen
                                    doorbetaling van 90% van de voor de ambtenaar geldende
                                    bezoldiging. Indien dit voor het behouden van
                                    vakbekwaamheidseisen noodzakelijk is en de werkgever dit kan
                                    aantonen, geldt voor ambulancepersoneel als alternatief 60% van
                                    een volledige betrekking werken tegen doorbetaling van 95% van
                                    de voor de ambtenaar geldende bezoldiging.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:35, gaat de datum,
                                    bedoeld in het eerste lid, zoveel later in als het college op 31
                                    december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31
                                    december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                                    leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar moet medisch geschikt zijn om op de wijze, bedoeld
                                    in het eerste lid, in zijn bezwarende functie door te
                                    werken.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De ambtenaar die medisch niet geschikt is om op de wijze,
                                    bedoeld in het eerste lid, in zijn bezwarende functie door te
                                    werken, wordt ziek gemeld. Op hem is artikel 9b:43, eerste lid,
                                    van toepassing.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met
                                    inachtneming van het tweede lid, het in het eerste lid bedoelde
                                    moment later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar.
                                    Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om
                                    door te werken in de bezwarende functie.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet,
                                    met inachtneming van het tweede lid, het college uiterlijk zes
                                    kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe
                                    verzoeken.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/U200600947 en U200800258</vet></al><al><vet>Pensioenopbouw tijdens periode van artikel 9b:26</vet></al><al><vet>Artikel 9b:27</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 en U200800258</vet></al><al><vet>Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en vakantietoelage
                            tijdens de periode van artikel 9b:26</vet></al><al><vet>Artikel 9b:27a</vet></al><al><vet>Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:26, eerste lid, zijn de
                            artikelen 3:3 en 3:3:1, respectievelijk artikel 19a:8, artikel 3:6 en
                            artikel 6:3 niet van toepassing.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U200700397</vet></al><al><vet>Gedeeltelijk doorbetaald buitengewoon verlof voorde ambtenaar geboren
                            na 1949 met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een
                            bezwarende functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:28</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren
                                    heeft, wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de
                                    maand waarin hij een bepaalde leeftijd bereikt, volledig
                                    buitengewoon verlof verleend, tegen doorbetaling van een bepaald
                                    percentage van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging. De
                                    leeftijd en het percentage zijn afhankelijk van het aantal
                                    dienstjaren op 1 januari 2006. De leeftijd waaraan de
                                    ingangsdatum van het volledig buitengewoon verlof is gekoppeld,
                                    en het percentage dat vanaf dat moment wordt betaald zijn bij
                                    een aantal dienstjaren op 1 januari 2006 van:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>5 tot 10 jaar: 58 jaar en 75%</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>10 tot 15 jaar: 57 jaar en 78%</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>15 tot 20 jaar: 56 jaar en 80%</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:35, gaat de datum,
                                    bedoeld in het eerste lid, zoveel later in als het college op 31
                                    december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31
                                    december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                                    leeftijdgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De datum, bedoeld in het eerste lid wordt uitgesteld met die
                                    periode, waarmee het moment van de ambtenaar die gebruik heeft
                                    gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:26 later is
                                    ingegaan.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 en U200700397 en U200800258</vet></al><al><vet>Pensioenopbouw tijdens periode van artikel 9b:28</vet></al><al><vet>Artikel 9b:29</vet></al><al><vet>Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:28, bouwt de ambtenaar
                            pensioen op over de volledige bezoldiging.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel 9b:28</vet></al><al><vet>Artikel 9b:30</vet></al><al><vet>De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:28 volledig
                            buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 75%, 78% of 80%
                            van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging, tellen voor de berekening
                            van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Vakantieopbouw tijdens de periode van artikel 9b:26 en 9b:28</vet></al><al><vet>Artikel 9b:31</vet></al><al><vet>Gedurende de periode, bedoeld in artikel 9b:26 en artikel 9b:28, vindt
                            opbouw van vakantieuren plaats naar rato van het aantal uren dat de
                            ambtenaar werkt.</vet></al><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>Artikel 9b:32</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: U200600947 en U200700397</vet></al><al><vet>Artikel 9b:33</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: U200600947 en U200700397</vet></al><al><vet>Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:26 en artikel
                            9b:28</vet></al><al><vet>Artikel 9b:34</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel
                                    9b:26 en artikel 9b:28 inkomsten geniet of gaat genieten uit of
                                    in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang
                                    van of na de datum waarop artikel 9b:26 van toepassing is
                                    geworden, wordt op de doorbetaling van de bezoldiging een
                                    vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het
                                    bedrag waarmede de inkomsten en de doorbetaalde bezoldiging
                                    samen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.
                                </vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand
                                    genomen gedurende verlof, vakantie of nonactiviteit,
                                    onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:26 van
                                    toepassing is geworden. </vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste
                                    lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of
                                    bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die
                                    inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van
                                    overeenkomstige toepassing. </vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet
                                    plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn
                                    van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar
                                    aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van
                                    verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende
                                    met de toepassing van artikel 9b:26. </vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
                                    verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als
                                    gratificatie. </vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het
                                    aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het
                                    vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.
                                </vet></al></li><li nr="7."><al><vet>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij
                                    ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan
                                    de bewijzen te overleggen.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet
                                    nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te
                                    betalen bezoldiging toe te passen.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>Onbezoldigd volledig verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met
                            minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende
                            functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:35</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op
                                    de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 59 jaar bereikt
                                    onbezoldigd volledig verlof verleend.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>In afwijking van het eerste lid, gaat het onbezoldigd volledig
                                    verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de
                                    maand volgend op de maand waarin de medewerker de leeftijd van
                                    60 jaar bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op
                                    grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005,
                                    voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld
                                    van 60 jaar.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het onbezoldigd volledig verlof wordt uitgesteld met die
                                    periode, waarmee het moment van de ambtenaar, die gebruik heeft
                                    gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:26 later is
                                    ingegaan.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, voor
                                    wie het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3,
                                    zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie
                                    een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het
                                    onbezoldigd volledig verlof later laten ingaan, telkens met een
                                    jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is
                                    om door te werken in de bezwarende functie.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het
                                    college uiterlijk zes kalendermaanden jaar voor de beoogde
                                    ingangsdatum daartoe verzoeken.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/U200600947 en U200800258 en
                            </vet><vet>ECCVA/U201002704</vet></al><al><vet>Premieverdeling bij persioenopbouw tijdens onbezoldigd volledig
                            verlof</vet></al><al><vet>Artikel 9b:36</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld
                                    in artikel 9b:35, eerste lid, langer is dan drie jaar, is vanaf
                                    dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de Vut-fonds
                                    bijdrage als bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis-
                                    en aanvullende uitkering gelijk aan het bedrag van de premies en
                                    de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld
                                    in artikel 9b:35, tweede lid, langer is dan twee jaar, is vanaf
                                    dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de Vut-fonds
                                    bijdrage als bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis-
                                    en aanvullende uitkering gelijk aan het bedrag van de premies en
                                    de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/U200600947 en U200800258</vet></al><al><vet>Premie IZA-verzekering tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet></al><al><vet>Artikel 9b:37</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: U200801637, U201300288</vet></al><al><vet>Vakantieopbouw tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet></al><al><vet>Artikel 9b:38</vet></al><al><vet>Gedurende de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in
                            artikel 9b:35, vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Artikel 9b:39</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: U200600947 en U200700397</vet></al><al><vet>Artikel 9b:40</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: U200600947 en U200700397</vet></al><al><vet>Ziekte tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet></al><al><vet>Artikel 9b:41</vet></al><al><vet>Ziekte tijdens de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld
                            in artikel 9b:35, leidt niet tot stopzetting van het onbezoldigd
                            volledig verlof.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Ambtsjubileumgratificatie tijdens onbezoldigd volledig
                        verlof</vet></al><al><vet>Artikel 9b:42</vet></al><al><vet>De periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel
                            9b:35, telt niet mee voor de berekening van de
                            ambtsjubileumgratificatie.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Arbeidsongeschiktheid en garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na
                            de leeftijd van 50 jaar voor de ambtenaar geboren na 1949 met minder dan
                            20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:43</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die medisch niet geschikt is om op de wijze,
                                    bedoeld in artikel 9b:26, eerste lid, in zijn bezwarende functie
                                    door te werken, wordt beter gemeld op de datum, bedoeld in
                                    artikel 9b:28.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van
                                    50 jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of
                                    gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4
                                    respectievelijk artikel 8:5 niet van toepassing.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar, genoemd in het tweede lid, wordt hersteld
                                    verklaard vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:26, eerste
                                    lid.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De datum, bedoeld in het derde lid gaat zoveel later in als het
                                    college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                    luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een
                                    hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar. </vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Op de ambtenaar, genoemd in het derde lid, blijven vanaf de
                                    datum van herstel artikel 9b:26 tot en met artikel 9b:42 van
                                    toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200801112</vet></al><al><vet>Levensloop voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari
                            2006</vet></al><al><vet>Artikel 9b:44</vet></al><al><vet>Op de ambtenaar, die een bezwarende functie bekleedt, waaraan het
                            college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde
                            op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld, is de
                            levensloopregeling van hoofdstuk 9e van toepassing.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/U200600947 - U200800456</vet></al><al><vet>Inkoop OP voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari
                            2006</vet></al><al><vet>Artikel 9b:45</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Ten behoeve van de ambtenaar wordt, onder de voorwaarde dat hij
                                    daarvoor fiscale ruimte beschikbaar heeft en 20 bezwarende
                                    dienstjaren heeft op het moment van storting, op de leeftijd van
                                    53 jaar een bedrag in ABP Extra Pensioen gestort ter hoogte van
                                    57% van het geïndexeerde loon maal de leeftijdsafhankelijke
                                    factor, die behoort bij de leeftijd van 53 jaar. Hierbij is het
                                    geïndexeerde loon het gemiddelde pensioengevend inkomen zoals
                                    dat bij ABP bekend is over de dienstjaren tot 53 jaar maal de
                                    indexatie per betreffend dienstjaar zoals door ABP is
                                    vastgesteld. Indien het loon uit enig dienstjaar bij ABP niet
                                    bekend is, toont de ambtenaar wat het loon is
                                geweest.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor de ambtenaar, die op de leeftijd van 53 jaar nog geen 20
                                    dienstjaren heeft, wordt het percentage van 57% genoemd in het
                                    eerste lid gedeeld door 20 en vermenigvuldigd met het aantal
                                    dienstjaren dat de ambtenaar heeft op de leeftijd van 53
                                    jaar.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Wanneer de ambtenaar na de leeftijd van 53 jaar doorwerkt in de
                                    bezwarende functie, wordt voor hem in ieder jaar tot de leeftijd
                                    van 59 jaar of tot een moment hiervoor, wanneer eerder 20
                                    dienstjaren bereikt zijn, een bedrag in ABP Extra Pensioen
                                    gestort ter hoogte van het inkomen in dat jaar x de
                                    deeltijdfactor in dat jaar x 2,85% maal de leeftijdsafhankelijke
                                    factor, die hoort bij de leeftijd op het moment van het recht op
                                    uitbetaling. De leeftijd van 59 jaar is 60 jaar, wanneer het een
                                    functie betreft waaraan, op 31 december 2005, een FLO-leeftijd
                                    van 60 jaar was verbonden.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Wanneer er onvoldoende fiscale ruimte is, wordt hetgeen niet in
                                    ABP Extra Pensioen gestort kan worden, aan de ambtenaar
                                    overgemaakt.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Ten behoeve van de ambtenaar die voor de leeftijd van 53 jaar
                                    uittreedt uit een bezwarende functie wordt, met inachtneming van
                                    het vierde lid, het in het eerste lid genoemde of, indien van
                                    toepassing, het in het tweede lid genoemde bedrag in ABP Extra
                                    Pensioen, gestort op het moment van uittreden, waarbij de
                                    leeftijdsafhankelijke factor wordt toegepast die hoort bij de
                                    leeftijd op het moment van uittreden en het gemiddelde loon
                                    wordt berekend tot het moment van uittreden. </vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet
                                    tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1 van
                                    het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds
                                ABP.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet
                                    tot de bezoldiging.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Bij opschuiven van het moment waarop mensen minder gaan werken,
                                    als bedoeld in artikel 9b:26, vijfde lid, wordt het aantal
                                    dienstjaren niet verhoogd met het aantal jaren na 59
                                jaar.</vet></al></li><li nr="9."><al><vet>Bij opschuiven van het moment van onbezoldigd volledig verlof,
                                    bedoeld in artikel 9b:35, vierde lid, wordt het aantal
                                    dienstjaren niet verhoogd met het aantal jaar na 59 jaar. De
                                    leeftijd van 59 jaar is 60 jaar, wanneer het een functie betreft
                                    waaraan, op 31 december 2005, een FLO-leeftijd van 60 jaar was
                                    verbonden.</vet></al></li><li nr="10."><al><vet>De ambtenaar kan zijn werkgever eenmalig verzoeken om een
                                    indicatie van het verwachte te storten bedrag. Het college
                                    bepaalt, in overleg met de ambtenaar, het geschikte moment voor
                                    deze indicatie.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: U200600947 en U200802095 en U200802315 en ECCVA/U201002704</al><al><vet>Artikel 9b:45a Leeftijdsafhankelijke factor voor de ambtenaar met
                            minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De in het artikel 9b:45 genoemde leeftijdsafhankelijke factor
                                    is afhankelijk van de door ABP gehanteerde actuariële
                                    tarieven.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De leeftijdsafhankelijke factor bedraagt:</vet></al></li></lijst><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="15*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="18*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Leeftijd</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Factor</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Leeftijd</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Factor</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Leeftijd</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>Factor</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18</al></entry><entry colname="col2"><al>0.278</al></entry><entry colname="col3"><al>33</al></entry><entry colname="col4"><al>0.432</al></entry><entry colname="col5"><al>48</al></entry><entry colname="col6"><al>0.674</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19</al></entry><entry colname="col2"><al>0.286</al></entry><entry colname="col3"><al>34</al></entry><entry colname="col4"><al>0.445</al></entry><entry colname="col5"><al>49</al></entry><entry colname="col6"><al>0.694</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20</al></entry><entry colname="col2"><al>0.294</al></entry><entry colname="col3"><al>35</al></entry><entry colname="col4"><al>0.459</al></entry><entry colname="col5"><al>50</al></entry><entry colname="col6"><al>0.715</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21</al></entry><entry colname="col2"><al>0.303</al></entry><entry colname="col3"><al>36</al></entry><entry colname="col4"><al>0.473</al></entry><entry colname="col5"><al>51</al></entry><entry colname="col6"><al>0.736</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22</al></entry><entry colname="col2"><al>0.312</al></entry><entry colname="col3"><al>37</al></entry><entry colname="col4"><al>0.487</al></entry><entry colname="col5"><al>52</al></entry><entry colname="col6"><al>0.758</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23</al></entry><entry colname="col2"><al>0.322</al></entry><entry colname="col3"><al>38</al></entry><entry colname="col4"><al>0.501</al></entry><entry colname="col5"><al>53</al></entry><entry colname="col6"><al>0.781</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24</al></entry><entry colname="col2"><al>0.331</al></entry><entry colname="col3"><al>39</al></entry><entry colname="col4"><al>0.516</al></entry><entry colname="col5"><al>54</al></entry><entry colname="col6"><al>0.804</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25</al></entry><entry colname="col2"><al>0.341</al></entry><entry colname="col3"><al>40</al></entry><entry colname="col4"><al>0.532</al></entry><entry colname="col5"><al>55</al></entry><entry colname="col6"><al>0.829</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26</al></entry><entry colname="col2"><al>0.352</al></entry><entry colname="col3"><al>41</al></entry><entry colname="col4"><al>0.548</al></entry><entry colname="col5"><al>56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.853</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27</al></entry><entry colname="col2"><al>0.362</al></entry><entry colname="col3"><al>42</al></entry><entry colname="col4"><al>0.564</al></entry><entry colname="col5"><al>57</al></entry><entry colname="col6"><al>0.879</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28</al></entry><entry colname="col2"><al>0.373</al></entry><entry colname="col3"><al>43</al></entry><entry colname="col4"><al>0.581</al></entry><entry colname="col5"><al>58</al></entry><entry colname="col6"><al>0.905</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29</al></entry><entry colname="col2"><al>0.384</al></entry><entry colname="col3"><al>44</al></entry><entry colname="col4"><al>0.599</al></entry><entry colname="col5"><al>59</al></entry><entry colname="col6"><al>0.933</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30</al></entry><entry colname="col2"><al>0.396</al></entry><entry colname="col3"><al>45</al></entry><entry colname="col4"><al>0.617</al></entry><entry colname="col5"><al>60</al></entry><entry colname="col6"><al>0.961</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>31</al></entry><entry colname="col2"><al>0.408</al></entry><entry colname="col3"><al>46</al></entry><entry colname="col4"><al>0.635</al></entry><entry colname="col5"><al>61</al></entry><entry colname="col6"><al>0.989</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>32</al></entry><entry colname="col2"><al>0.420</al></entry><entry colname="col3"><al>47</al></entry><entry colname="col4"><al>0.654</al></entry><entry colname="col5"><al>62</al></entry><entry colname="col6"><al>1.019</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>4.<vet>Wanneer de in lid 1 genoemde tarieven door ABP worden gewijzigd,
                            stellen LOGA-partijen nieuwe leeftijdsafhankelijke factoren
                        vast.</vet></al><al>Briefnummer: U200802095 en U200902748 en U201100617 en U201100883</al><al><vet>Inkoop OP bij regionalisering</vet></al><al><vet>Artikel 9b:45b</vet></al><al>In afwijking van artikel 9b:45, vijfde lid, wordt voor de ambtenaar</al><lijst><li nr="·"><al>die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit
                                de bezwarende functie wordt ontslagen en</al></li><li nr="·"><al>op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing
                                blijft,</al></li></lijst><al>geen bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden.</al><al>Briefnummer: U200802315 </al><al><vet>Paragraaf 4</vet><vet> De ambtenaar in een bezwarende functie geboren
                            voor 1950</vet></al><al><vet>Werkingssfeer</vet></al><al><vet>Artikel 9b:46</vet></al><al><vet>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar in een bezwarende
                            functie, die geboren is voor 1950.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>Aanvulling op FPU-uitkering voor de ambtenaar geboren voor 1950 in een
                            bezwarende functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:47</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar wordt onder de voorwaarde dat hij een
                                    FPU-uitkering aanvraagt en ontvangt, vanaf de eerste dag van de
                                    maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt,
                                    volledig ontslag verleend op grond van artikel 8:11.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De datum van ontslag, bedoeld in het eerste lid, gaat zoveel
                                    later in als het college op 31 december 2005 op grond van
                                    artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de
                                    bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan
                                    55 jaar.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met
                                    inachtneming van het tweede lid, verzoeken om de datum van
                                    ontslag, bedoeld in het eerste lid, later laten ingaan, telkens
                                    met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de
                                    ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende
                                    functie.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De FPU-uitkering van de ambtenaar wordt tot de leeftijd van 60
                                    jaar aangevuld tot 80% van de bezoldiging. Daarna wordt de
                                    FPU-uitkering aangevuld tot 70% van de bezoldiging.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Bij toepassing van het derde lid wordt de aanvulling bedoeld in
                                    het vierde lid actuarieel neutraal verhoogd.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/U200600947 en U200800258</vet></al><al><vet>Pensioenopbouw vanaf 62 jaar</vet></al><al><vet>Artikel 9b:47a</vet></al><al><vet>Pensioenopbouw vanaf 62 jaar</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de gewezen ambtenaar bij het bereiken van de leeftijd
                                    van 62 jaar gebruik maakt van de mogelijkheid die artikel 16.3
                                    van het pensioenreglement biedt tot vrijwillige voortzetting van
                                    de pensioenopbouw, worden de kosten van deze vrijwillig
                                    voortzetting gedragen door de gemeente voor zover het
                                    pensioenopbouw voor de helft betreft, met dien verstande dat per
                                    1 januari 2007 30% van het bedrag van de premie dat door de
                                    werkgever afgedragen zou moeten worden, indien de gewezen
                                    ambtenaar nog verplicht pensioen zou opbouwen, voor rekening
                                    blijft van de gewezen ambtenaar. De kosten van een vrijwillige
                                    aanvullende deelname waardoor de pensioenopbouw voor meer dan de
                                    helft plaats vindt, komen ten allen tijde volledig ten laste van
                                    de gewezen ambtenaar.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De werkgever stelt de ambtenaar in de drie maanden voor zijn
                                    ontslag schriftelijk op de hoogte van:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de mogelijkheid om ook na het bereiken van de leeftijd
                                            van 62 jaar de pensioenopbouw voort te zetten op basis
                                            van artikel 16.3 van het pensioenreglement;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>het feit dat indien de gewezen ambtenaar van de onder a
                                            weergegeven mogelijkheid gebruik maakt om voor de helft
                                            pensioen te blijven opbouwen dit niet leidt tot extra
                                            kosten in vergelijking tot de situatie zoals die gold
                                            voor de gewezen ambtenaar voordat hij de leeftijd van 62
                                            jaar bereikte als gevolg van de toepasselijkheid van
                                            artikel 9b:47 lid 1;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>de termijn waarbinnen een schriftelijk verzoek van de
                                            gewezen ambtenaar om gebruik te maken van de
                                            mogelijkheid die artikel 16.3 van het pensioenreglement
                                            bieden, ingediend moet zijn bij het bestuur van de
                                            Stichting Pensioenfonds ABP;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>de mogelijkheid dat de gewezen ambtenaar op zijn
                                            verzoek bij de indiening van de aanvraag wordt
                                            ondersteund door de werkgever.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>De aanschrijving bedoeld in lid 2 wordt herhaald in de drie
                                    maanden voor het moment dat de ambtenaar de leeftijd van 62 jaar
                                    bereikt.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200701890 en U200800258</vet></al><al><vet>Verrekening inkomsten na ontslag op grond van artikel 9b:47</vet></al><al><vet>Artikel 9b:48</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Wanneer de gewezen ambtenaar inkomsten geniet of gaat genieten
                                    uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met
                                    ingang van of na de datum van ontslag, bedoeld in artikel 9b:47,
                                    wordt op uitkering, bedoeld in artikel 9b:47, vierde lid, een
                                    vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het
                                    bedrag waarmede de inkomsten en uitkering de laatstelijk genoten
                                    bezoldiging te boven gaan.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand
                                    genomen gedurende verlof, vakantie of nonactiviteit,
                                    onmiddellijk voorafgaande aan de datum, bedoeld in het eerste
                                    lid. </vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste
                                    lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of
                                    bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die
                                    inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van
                                    overeenkomstige toepassing.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet
                                    plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn
                                    van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar
                                    aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van
                                    verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende
                                    met het ontslag. </vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
                                    verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als
                                    gratificatie. </vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het
                                    aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het
                                    vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.
                                </vet></al></li><li nr="7."><al><vet>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij
                                    ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan
                                    de bewijzen te overleggen.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet
                                    nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te
                                    betalen bezoldiging toe te passen.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>Ambtenaar, geboren voor 1950 in een bezwarende functie, die niet
                            voldoet aan voorwaarden voor FPU</vet></al><al><vet>Artikel 9b:49</vet></al><al><vet>Op de ambtenaar die niet voldoet aan de voorwaarden voor een
                            FPU-uitkering:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet> zijn de artikelen 9b:3 tot en met 9b:22 van overeenkomstige
                                    toepassing als de ambtenaar op 1 januari 2006 20 dienstjaren of
                                    meer had; </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>zijn de artikelen 9b:23 tot en met 9b:45 van overeenkomstige
                                    toepassing als de ambtenaar op 1 januari 2006 minder dan 20
                                    dienstjaren had.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>Paragraaf 5</vet><vet> De ambtenaar in een niet bezwarende
                            functie</vet></al><al><vet>Werkingssfeer</vet></al><al><vet>Artikel 9b:50</vet></al><al><vet>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar in een niet bezwarende
                            functie.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </vet></al><al><vet>De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari
                            2006, in een niet bezwarende functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:51</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 20
                                    dienstjaren of meer had, krijgt voor ieder jaar dat hij de niet
                                    bezwarende functie bekleed heeft, waarvoor door het college
                                    krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005,
                                    leeftijdsgrenzen zijn bepaald, een levensloopbijdrage van 2% van
                                    het voor ambtenaar geldende jaarsalaris over het jaar dat de
                                    functie werd bekleed.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De levensloopbijdrage wordt betaald over maximaal 20 jaar, die
                                    direct voorafgaan aan 1 januari 2006.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De levensloopbijdrage behoort niet tot het pensioengevend
                                    inkomen als bedoeld in artikel 3.1, lid 1, sub g van het
                                    pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>De ambtenaar geboren voor 1950, in een niet bezwarende
                        functie</vet></al><al><vet>Artikel 9b:52</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Voor zover het dienstbelang dit toelaat en onder de voorwaarde
                                    dat de ambtenaar een FPU-uitkering aanvraagt en ontvangt, maakt
                                    de ambtenaar een keuze uit de volgende mogelijkheden:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>volledig ontslag op grond van artikel 8:11, ingaande op
                                            de eerste dag van de maand, volgend op die waarin de
                                            ambtenaar 60 jaar en drie maanden is
                                        geworden;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>volledig ontslag op grond van artikel 8:11 op een
                                            latere datum dan bedoeld onder a. </vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar die kiest voor het in het eerste lid gestelde
                                    onder b moet medisch geschikt zijn om in de bezwarende functie
                                    door te werken.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De FPU-uitkering van de ambtenaar die gekozen heeft voor
                                    volledig ontslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt
                                    tot de leeftijd van 62 jaar aangevuld tot 80% van de
                                    bezoldiging. Daarna wordt de FPU-uitkering aangevuld tot 70% van
                                    de bezoldiging.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Op de ambtenaar die gekozen heeft voor volledig ontslag,
                                    bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is hoofdstuk 5a van
                                    overeenkomstige toepassing.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Op de ambtenaar die niet voldoet aan de voorwaarden voor een
                                    FPU-uitkering is artikel 9b:51 van overeenkomstige
                                    toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>Pensioenopbouw vanaf 62 jaar</vet></al><al><vet>Artikel 9b:52a</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de gewezen ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de
                                    mogelijkheid van artikel 9b:52 lid 1 onder a, bij het bereiken
                                    van de leeftijd van 62 jaar gebruik maakt van de mogelijkheid
                                    die artikel 16.3 van het pensioenreglement biedt tot vrijwillige
                                    voortzetting van de pensioenopbouw, worden de kosten van deze
                                    vrijwillig voortzetting gedragen door de gemeente voor zover het
                                    pensioenopbouw voor de helft betreft, met dien verstande dat per
                                    1 januari 2007 30% van het bedrag van de premie dat door de
                                    werkgever afgedragen zou moeten worden, indien de gewezen
                                    ambtenaar nog verplicht pensioen zou opbouwen, voor rekening
                                    blijft van de gewezen ambtenaar. De kosten van een vrijwillige
                                    aanvullende deelname waardoor de pensioenopbouw voor meer dan de
                                    helft plaats vindt, komen ten allen tijde volledig ten laste van
                                    de gewezen ambtenaar.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De werkgever stelt de ambtenaar in de drie maanden voor zijn
                                    ontslag schriftelijk op de hoogte van:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de mogelijk om ook na het bereiken van de leeftijd van
                                            62 jaar de pensioenopbouw voort te zetten op basis van
                                            artikel 16.3 van het pensioenreglement;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>het feit dat indien de gewezen ambtenaar van de onder a
                                            weergegeven mogelijkheid gebruik maakt om voor de helft
                                            pensioen te blijven opbouwen dit niet leidt tot extra
                                            kosten in vergelijking tot de situatie zoals die gold
                                            voor de gewezen ambtenaar voordat hij de leeftijd van 62
                                            jaar bereikte als gevolg van de toepasselijkheid van
                                            artikel 9b:47 lid 1;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>de termijn waarbinnen een schriftelijk verzoek van de
                                            gewezen ambtenaar om gebruik te maken van de
                                            mogelijkheid die artikel 16.3 van het pensioenreglement
                                            bieden, ingediend moet zijn bij het bestuur van de
                                            Stichting Pensioenfonds ABP;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>de mogelijkheid dat de gewezen ambtenaar op zijn
                                            verzoek bij de indiening van de aanvraag wordt
                                            ondersteund door de werkgever.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>De aanschrijving als bedoeld in lid 2 wordt herhaald in de drie
                                    maanden voor het moment dat de ambtenaar de leeftijd van 62 jaar
                                    bereikt.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200701890 en U200800258</al><al><vet>Verrekening inkomsten na ontslag op grond van artikel 9b:52</vet></al><al><vet>Artikel 9b:53</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Wanneer de gewezen ambtenaar inkomsten geniet of gaat genieten
                                    uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met
                                    ingang van of na de datum van ontslag, bedoeld in artikel 9b:52,
                                    wordt op uitkering, bedoeld in artikel 9b:52, derde en vierde
                                    lid, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan
                                    het bedrag waarmede de inkomsten en uitkering de laatstelijk
                                    genoten bezoldiging te boven gaan. </vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand
                                    genomen gedurende verlof, vakantie of nonactiviteit,
                                    onmiddellijk voorafgaande aan de datum, bedoeld in het eerste
                                    lid.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste
                                    lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of
                                    bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die
                                    inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van
                                    overeenkomstige toepassing.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet
                                    plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn
                                    van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar
                                    aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van
                                    verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende
                                    met het ontslag. </vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
                                    verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als
                                    gratificatie. </vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het
                                    aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het
                                    vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij
                                    ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan
                                    de bewijzen te overleggen.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet
                                    nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te
                                    betalen bezoldiging toe te passen.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet></al><al><vet>§ 6. De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer in een
                            bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke
                            moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in
                            december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9 in aanmerking kwam
                            voor een WIA/WAO uitkering en die geen werkgeversbijdragen levensloop
                            heeft ontvangen.</vet></al><al><vet>Artikel 9b:54 Werkingssfeer</vet></al><al><vet>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949
                            en die op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had in een bezwarende
                            functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de
                            werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 – als bedoeld in
                            artikel 9e:8 en 9e:9 in aanmerking kwam voor een WIA/WAO-uitkering en
                            die geen werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201055</vet></al><al><vet>Artikel 9b:55 Analoge toepassing</vet></al><al><vet>De artikelen 9b:4 tot en met artikel 9b:10, artikel 9b:20, artikel
                            9b:22, artikel 9b:22a en artikel 9b:22b zijn van toepassing.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201055</vet></al><al><vet>Artikel 9b:56 Volledig buitengewoon verlof</vet></al><al><vet>1. De ambtenaar die op grond van artikel 9b:4, eerste lid, gedeeltelijk
                            doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet dan wel die heeft
                            gekozen voor artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a of b, wordt vanaf de
                            eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van
                            59 jaar bereikt volledig buitengewoon verlof verleend voor een periode
                            van 3 jaar, tegen doorbetaling van 70% van de voor de ambtenaar geldende
                            bezoldiging.</vet><vet> 2. In afwijking van het eerste lid, gaat het
                            volledig buitengewoon verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de
                            eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van
                            60 jaar bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van
                            artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende
                            functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60 jaar. </vet><vet> 3.
                            Het volledig buitengewoon verlof wordt uitgesteld met die periode,
                            waarmee de keuze van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van het
                            vijfde lid van artikel 9b:4, later is ingegaan. </vet><vet> 4. Voor
                            zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, wanneer het
                            college op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005,
                            een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het onbezoldigd
                            volledig verlof later laten ingaan, telkens met een periode van een
                            jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door
                            te werken in de bezwarende functie. </vet><vet> 5. De ambtenaar die van
                            het vierde lid gebruik wil maken, moet het college uiterlijk zes
                            kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe
                            verzoeken.</vet><vet> 6. Indien de ambtenaar uittreedt uit een
                            bezwarende functie voor aanvang van het volledig buitengewoon verlof dan
                            heeft de ambtenaar bij uittreden recht op volledig buitengewoon verlof
                            als bedoeld in het eerste lid.</vet><vet> 7. Wanneer sprake is van een
                            overstap van de ene bezwarende oud FLO-functie naar een andere
                            bezwarende oud FLO-functie, als bedoeld in artikel 9b:1, tweede lid,
                            waarbij het overgangsrecht voortgezet wordt, dan is het zesde lid niet
                            van toepassing en behoudt de ambtenaar de rechten op grond van het
                            eerste tot en met vijfde lid.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201055</vet></al><al><vet>Artikel 9b:57 Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en
                            vakantietoelage tijdens de periode van artikel 9b:56</vet></al><al><vet>Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:56 zijn de artikelen 3:3 en
                            3:3:1, respectievelijk artikel 19a:8, artikel 3:6 en artikel 6:3 niet
                            van toepassing.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201055</vet></al><al><vet>Artikel 9b:58 Premie IZA-verzekering tijdens periode van artikel
                            9b:56</vet></al><al><vet>(vervallen) </vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201055, U201300288</vet></al><al><vet>Artikel 9b:59 Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel
                            9b:56</vet></al><al><vet>De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:56 volledig
                            buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 70% van de voor
                            de ambtenaar geldende bezoldiging, tellen voor de berekening van de
                            ambtsjubileumgratificatie niet mee.</vet></al><al><vet>Briefnummer : U201201055</vet></al><al><vet>Artikel 9b:60 Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel
                            9b:56</vet></al><al><vet>1. Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:56,
                            inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of
                            bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel
                            9b:56 van kracht is geworden, wordt op de doorbetaling van de
                            bezoldiging een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan
                            het bedrag waarmede de inkomsten en de doorbetaalde bezoldiging samen de
                            laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan. </vet><vet> 2. Het eerste
                            lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in
                            verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof,
                            vakantie of nonactiviteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop
                            artikel 9b:56 van kracht is geworden. </vet><vet> 3. Wanneer de
                            ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of
                            hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór
                            die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het
                            bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. </vet><vet>
                            4. De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats
                            indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene
                            loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die
                            inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere
                            oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel 9b:56.
                            </vet><vet> 5. Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden
                            niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.
                            </vet><vet> 6. De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van
                            het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het
                            vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf. </vet><vet> 7. De
                            ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of
                            in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen
                            daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen. </vet><vet>
                            8. Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt,
                            kan het college besluiten een korting op de door te betalen bezoldiging
                            toe te passen.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201055</vet></al><al><vet>Artikel 9b:61 Vakantieopbouw tijdens volledig buitengewoon
                        verlof</vet></al><al><vet>Gedurende de periode van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in
                            artikel 9b:56 vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201055</vet></al><al><vet>Artikel 9b:62 Ziekte tijdens volledig buitengewoon verlof</vet></al><al><vet>Ziekte tijdens de periode van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld
                            in artikel 9b:55, leidt niet tot stopzetting van het volledig
                            buitengewoon verlof.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201055</vet></al><al><vet>Artikel 9b:63 Garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na de leeftijd
                            van 50 jaar</vet></al><al><vet>1. Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag na de leeftijd van 50 jaar
                            valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5 niet
                            van toepassing.</vet><vet> 2. De ambtenaar, genoemd in het eerste lid,
                            wordt hersteld verklaard vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:4, eerste
                            lid.</vet><vet> 3. De datum, bedoeld in het tweede lid gaat zoveel later
                            in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals
                            dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                            leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</vet><vet> 4. Op de
                            ambtenaar, genoemd in het tweede lid, zijn vanaf de datum van herstel,
                            voor zover de medische geschiktheid dat toelaat, artikel 9b:4 tot en met
                            artikel 9b:10 alsmede artikel 9b:56 tot en met 9b:62 van
                            toepassing.</vet><vet> 5. De ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de
                            leeftijd van 55 jaar en die wegens ziekte ongeschikt wordt om zijn
                            betrekking te vervullen, wordt niet ziek gemeld. Vanaf de datum dat de
                            door deze ambtenaar gemaakte keuze op grond van artikel 9b:4, eerste
                            lid, vanwege medische geschiktheid niet meer mogelijk is, verandert deze
                            keuze in een keuze die op grond van zijn medische geschiktheid nog wel
                            mogelijk is, met dien verstande dat de bonus van artikel 9b:4, eerste
                            lid, onderdeel c, berekend wordt naar rato van de tijd die resteert tot
                            de datum, bedoeld in artikel 9b:56, eerste lid. Op hem blijft artikel
                            9b:56 van toepassing.</vet><vet> 6. De datum, bedoeld in het vijfde lid
                            gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van
                            artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende
                            functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55
                        jaar.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201055</vet></al><al><vet>Artikel 9b:64 Volledig buitengewoon verlof bij
                        regionalisering</vet></al><al> Voor de ambtenaar die wegens regionalisering van de gemeentelijke
                        beroepsbrandweer uit de bezwarende functie wordt ontslagen en op wie bij de
                        nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing blijft, blijft deze paragraaf
                        van toepassing.</al><al> Briefnummer: U201201055</al><al><vet>§ 7. De ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren in een
                            bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke
                            moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop – in
                            december 2006 - in aanmerking kwam voor een WAO/WIA uitkering en die
                            geen werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</vet></al><al><vet>Artikel 9b:65 Werkingssfeer</vet></al><al>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en
                        die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren had in een bezwarende
                        functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de
                        werkgeversbijdrage levensloop – in december 2006 - in aanmerking kwam voor
                        een WAO/WIA uitkering en die geen werkgeversbijdragen levensloop heeft
                        ontvangen.</al><al>Briefnummer: U201201055</al><al><vet>Artikel 9b:66 Analoge toepassing</vet></al><al> De artikelen 9b:24 tot en met artikel 9b:34, artikel 9b:45, artikel 9b:45a
                        en artikel 9b:45b zijn van toepassing.</al><al>Briefnummer: U201201055</al><al><vet>Artikel 9b:67 Volledig buitengewoon verlof</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de
                                maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 59 jaar bereikt volledig
                                buitengewoon verlof verleend voor een periode van 3 jaar tegen
                                doorbetaling van 70% van zijn bezoldiging.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer op het moment bedoeld in het eerste lid nog geen 20
                                dienstjaren zijn bereikt, dan wordt het buitengewoon volledig verlof
                                als bedoeld in het eerste lid verleend naar rato van het aantal
                                dienstjaren, dat op dat moment is bereikt.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid, gaat het volledig buitengewoon
                                verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de
                                maand volgend op de maand waarin de medewerker de leeftijd van 60
                                jaar bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van
                                artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de
                                bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60
                                jaar.</al></li><li nr="4."><al>Het volledig buitengewoon verlof wordt uitgesteld met die periode,
                                waarmee het moment van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van
                                het vijfde lid van artikel 9b:26 later is ingegaan.</al></li><li nr="5."><al>Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, voor wie
                                het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een
                                leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het onbezoldigd
                                volledig verlof later laten ingaan, telkens met een jaar. Voorwaarde
                                hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in
                                de bezwarende functie.</al></li><li nr="6."><al>De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet het
                                college uiterlijk zes kalendermaanden jaar voor de beoogde
                                ingangsdatum daartoe verzoeken.</al></li><li nr="7."><al>Indien de ambtenaar uittreedt uit een bezwarende functie voor
                                aanvang van het volledig buitengewoon verlof dan heeft de ambtenaar
                                bij uittreden recht op buitengewoon verlof als bedoeld in het eerste
                                lid naar rato van aantal dienstjaren op dat moment met een maximum
                                van 20 dienstjaren.</al></li><li nr="8."><al>Wanneer sprake is van een overstap van de ene bezwarende oud
                                FLO-functie naar een andere bezwarende oud FLO-functie, als bedoeld
                                in artikel 9b:1, tweede lid, waarbij het overgangsrecht voortgezet
                                wordt, dan is het zevende lid niet van toepassing en behoudt de
                                ambtenaar de rechten op grond van het eerste tot en met zesde
                                lid.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9b:68 Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en
                            vakantietoelage tijdens de periode van artikel 9b:67</vet></al><al> Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:67 zijn de artikelen 3:3 en
                        3:3:1, respectievelijk artikel 19a:8, artikel 3:6 en artikel 6:3 niet van
                        toepassing.</al><al>Briefnummer: U201201055</al><al><vet>Artikel 9b:69 Premie IZA-verzekering tijdens de periode van artikel
                            9b:67</vet></al><al>(vervallen)</al><al>Briefnummer: U201201055, U201300288</al><al><vet>Artikel 9b:70</vet></al><al>De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:62 gedeeltelijk bezoldigd
                        volledig verlof is verleend, tegen doorbetaling van 70% van de voor de
                        ambtenaar geldende bezoldiging, tellen voor de berekening van de
                        ambtsjubileumgratificatie niet mee.</al><al>Briefnummer: U201201055</al><al><vet>Artikel 9b:71 Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel
                            9b:67</vet></al><al>1.Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:67
                        inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf,
                        ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:67 van
                        kracht is geworden, wordt op de doorbetaling van de bezoldiging een
                        vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede
                        de inkomsten en de doorbetaalde bezoldiging samen de laatstelijk genoten
                        bezoldiging te boven gaan. 2. Het eerste lid vindt overeenkomstige
                        toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of
                        bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of nonactiviteit,
                        onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:67 van kracht is
                        geworden. 3. Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste
                        lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand
                        genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten
                        het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 4. De in het
                        derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten
                        of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien
                        de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van
                        verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met de
                        toepassing van artikel 9b:67. 5. Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande
                        leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als
                        gratificatie. 6. De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het
                        aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van
                        werkzaamheden uit arbeid of bedrijf. 7. De ambtenaar is verplicht tijdig
                        mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf
                        die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de
                        bewijzen te overleggen. 8. Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het
                        zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te
                        betalen bezoldiging toe te passen.</al><al>Briefnummer: U201201055</al><al><vet>Artikel 9b:72 Vakantieopbouw tijdens volledig buitengewoon
                        verlof</vet></al><al> Gedurende de periode van het gedeeltelijk bezoldigd volledig verlof,
                        bedoeld in artikel 9b:67 vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</al><al>Briefnummer: U201201055</al><al><vet>Artikel 9b:73 Ziekte tijdens volledig buitengewoon verlof</vet></al><al>Ziekte tijdens de periode van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in
                        artikel 9b:67, leidt niet tot stopzetting van het gedeeltelijk bezoldigd
                        volledig verlof.</al><al>Briefnummer: U201201055</al><al><vet>Artikel 9b:74 Arbeidsongeschiktheid en garantieregeling bij
                            arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 50 jaar</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die medisch niet geschikt is om op de wijze, bedoeld in
                                artikel 9b:26, eerste lid, in zijn bezwarende functie door te
                                werken, wordt beter gemeld op de datum, bedoeld in artikel
                                9b:28.</al></li><li nr="2."><al>Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van 50
                                jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5
                                niet van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>De ambtenaar, genoemd in het tweede lid, wordt hersteld verklaard
                                vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:26, eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>De datum, bedoeld in het derde lid gaat zoveel later in als het
                                college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                                leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</al></li><li nr="5."><al>Op de ambtenaar, genoemd in het derde lid, blijven vanaf de datum
                                van herstel artikel 9b:26 tot en met artikel 9b:34 alsmede 9b:67 tot
                                en met 9b:73 van toepassing.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U201201055</al><al><vet>Artikel 9b:75 Volledig buitengewoon verlof bij
                        regionalisering</vet></al><al>Voor de ambtenaar die wegens regionalisering van de gemeentelijke
                        beroepsbrandweer uit de bezwarende functie wordt ontslagen en op wie bij de
                        nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing blijft, blijft deze paragraaf
                        van toepassing.</al><al>Briefnummer: U201201055</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>9c TIJDELIJKE REGELING AMBTENAREN GEBOREN NA 1949 DIE WERKZAAM ZIJN IN
                            EEN BETREKKING BIJ HET GEMEENTELIJK STADSVERVOER, WAARVOOR DOOR HET
                            COLLEGE KRACHTENS ARTIKEL 8:3, ZOALS DAT LUIDDE OP 31 DECEMBER 2005,
                            LEEFTIJDSGRENZEN ZIJN BEPAALD</vet></al><al><vet>Artikel 9c:1 Algemeen</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 9c:2</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 9c:2:1</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 9c:2:2</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 9c:3 Bedrag en duur</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 9c:3:1 Verrekening inkomsten uit of in verband met
                        arbeid</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 9c:3:2</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 9c:3:3 Samenloop met aanspraken uit hoofde van ziekte of
                            ongeval</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Pensioenopbouw vanaf 62 jaar</vet></al><al><vet>Artikel 9c:4</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 9c:5:1</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 9c:6:1 Overlijdensuitkering</vet></al><al>(vervallen)</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>9d TIJDELIJKE REGELING AMBTENAREN, WERKZAAM BIJ DE GEMEENTELIJKE
                            BEROEPSBRANDWEER EN EEN GEMEENTELIJKE AMBULANCEDIENST, GEBOREN NA 1949
                            OF DIE GEBOREN IS VOOR 1950, MAAR DIE OP 1 APRIL 1997 GEEN DEELNEMER WAS
                            BIJ HET ABP EN DIE OP 31 DECEMBER 2005 EN 1 JANUARI 2006 WERKZAAM WAREN
                            IN EEN FUNCTIE, WAARVOOR DOOR HET COLLEGE KRACHTENS ARTIKEL 8:3, ZOALS
                            DAT LUIDDE OP 31 DECEMBER 2005, LEEFTIJDSGRENZEN ZIJN BEPAALD</vet></al><al><vet>Artikel 9d:1</vet></al><al><vet>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar, werkzaam bij de
                            gemeentelijke beroepsbrandweer of een gemeentelijke ambulancedienst, die
                            geboren is na 1949 of die geboren is voor 1950, maar die op 1 april 1997
                            geen deelnemer was bij het ABP en die op 31 december 2005 en 1 januari
                            2006 werkzaam was in een functie, waarvoor door het college krachtens
                            artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn
                            bepaald.</vet></al><al>Ledenbrief: U200701890</al><al><vet>Artikel 9d:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar, bedoeld in artikel 9d:1, die op grond van de op
                                    31 december 2005 voor hem geldende regelgeving, op 1 januari
                                    2006 of daarna FLO-ontslag zou zijn verleend, wordt buitengewoon
                                    verlof verleend met behoud van de volledige
                                bezoldiging.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het buitengewoon verlof gaat in op de datum waarop de ambtenaar
                                    FLO-ontslag zou zijn verleend.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Deze regeling is bedoeld als overgangsmaatregel en geldt
                                    tijdelijk totdat het FLO-overgangsrecht is
                                vastgesteld.</vet></al></li></lijst><al>Ledenbrief: U200701890</al><al><vet>Artikel 9d:3</vet></al><al><vet>Ambtenaren, aan wie op of na 1 januari 2006 op grond van artikel 9d:2
                            buitengewoon verlof verleend is met behoud van zijn volledige
                            bezoldiging, worden met ingang van 1 juli 2006 onder de werking van
                            hoofdstuk 9b gebracht.</vet></al><al>Ledenbrief: U200701890</al><al><vet>Artikel 9d:4</vet></al><al><vet>Met ingang van 1 juli 2006 kunnen ambtenaren geen recht meer doen
                            gelden op de aanspraken op grond van dit hoofdstuk.</vet></al><al>Ledenbrief: U200701890</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>9e DE GEMEENTELIJKE LEVENSLOOPREGELING FLO-OVERGANGSRECHT</vet></al><al><vet>Werkingssfeer</vet></al><al><vet>Artikel 9e:1</vet></al><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar op wie paragraaf 2 of 3 van
                        hoofdstuk 9b of op wie artikel 9b:49 van toepassing is.</al><al>Brief: U200800456</al><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>Artikel 9e:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht: een
                                        regeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de
                                        loonbelasting 1964;</al></li><li nr="b."><al>instelling: een door de ambtenaar gekozen kredietinstelling
                                        of verzekeraar als bedoeld in artikel 19g, vierde lid, Wet
                                        op de loonbelasting 1964;</al></li><li nr="c."><al>levenslooprekening: een bij de instelling door de ambtenaar
                                        geopende geblokkeerde rekening, waarop de inleg van de
                                        ambtenaar wordt gestort;</al></li><li nr="d."><al>levensloopverzekering: een bij de instelling door de
                                        ambtenaar afgesloten verzekering, waarop de inleg van de
                                        ambtenaar wordt gestort;</al></li><li nr="e."><al>levenslooptegoed: het tegoed op een levenslooprekening
                                        onderscheidenlijk het verzekerd kapitaal;</al></li><li nr="f."><al>netto spaarverzekering: de bij Loyalis Levensloop Brandweer
                                        &amp; Ambulance afgesloten verzekering met als productnaam
                                        “Aanvullingsplan Netto, waarop de inleg van de ambtenaar
                                        wordt gestort;</al></li><li nr="g."><al>netto spaarverzekeringstegoed: het tegoed op de netto
                                        spaarverzekering;</al></li><li nr="h."><al>Loyalis Levensloop Brandweer &amp; Ambulance: het product
                                        van Loyalis, speciaal ontwikkeld voor het
                                        FLO-overgangsrecht, dat bestaat uit een
                                        levensloopverzekering en een netto spaarverzekering.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het LOGA-pad houdt in dat de ambtenaar:</al><lijst><li nr="a."><al>moet deelnemen aan Loyalis Levensloop Brandweer &amp;
                                        Ambulance en,</al></li><li nr="b."><al>de volledige levensloopbijdrage beschikbaar moet stellen om
                                        in te leggen in Loyalis Levensloop Brandweer &amp; Ambulance
                                        op het moment dat de werkgever deze levensloopbijdrage
                                        verstrekt en,</al></li><li nr="c."><al>niet tussentijds (vóór het bereiken van de 59- of 60-jarige
                                        leeftijd) tegoed opneemt uit Loyalis Levensloop Brandweer
                                        &amp; Ambulance.</al></li></lijst></li></lijst><al> Briefnummer: U200800456</al><al><vet>Doel</vet></al><al><vet>Artikel 9e:3</vet></al><al>De bepalingen van dit hoofdstuk hebben ten doel het treffen van een
                        voorziening in geld uitsluitend ten behoeve van de financiering van een
                        periode van (gedeeltelijk) onbetaald verlof door de ambtenaar. De gespaarde
                        voorziening blijft qua omvang binnen de grenzen van artikel 19g van de Wet
                        op de loonbelasting 1964.</al><al>U200800456</al><al><vet>Verzoek tot deelname levensloopregeling</vet></al><al><vet>Artikel 9e:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die wil deelnemen aan de gemeentelijke
                                levensloopregeling FLO-overgangsrecht meldt dit bij het
                                college.</al></li><li nr="2."><al>Het college verwerkt de melding uiterlijk met ingang van de derde
                                kalendermaand na ontvangst, tenzij niet wordt voldaan aan de eisen
                                zoals genoemd in artikel 9e:5.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt vast hoe de melding moet plaatsvinden.</al></li></lijst><al> Briefnummer: U200800456</al><al><vet>Voorwaarden deelname levensloopregeling</vet></al><al><vet>Artikel 9e:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar informeert het college schriftelijk over de instelling
                                waarbij de levenslooprekening of de levensloopverzekering wordt
                                aangehouden.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het college of hij een
                                levenslooptegoed heeft opgebouwd bij een of meer gewezen
                                inhoudingsplichtigen tenzij een andere werkgever bij wie de
                                ambtenaar in dienstbetrekking staat geacht wordt inhoudingsplichtig
                                te zijn ten aanzien van dit levenslooptegoed. </al></li><li nr="3."><al>De ambtenaar stemt er schriftelijk mee in dat de instelling aan het
                                college informatie verstrekt over de omvang van het levenslooptegoed
                                van de ambtenaar tenzij dit levenslooptegoed geacht wordt te zijn
                                opgebouwd bij een andere inhoudingsplichtige bij wie de ambtenaar in
                                dienstbetrekking staat. </al></li><li nr="4."><al>De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het college dat hij
                                gedurende zijn deelname aan de gemeentelijke levensloopregeling
                                FLO-overgangsrecht niet deelneemt aan een spaarloonregeling als
                                bedoeld in artikel 32 Wet op de loonbelasting 1964. </al></li></lijst><al> Briefnummer: U200800456</al><al><vet>Inleg</vet></al><al><vet>Artikel 9e:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar vermeldt bij zijn melding om deel te nemen aan de
                                gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht het gewenste
                                bedrag van de inleg per jaar.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar kan eenmaal per jaar op een door het college aangewezen
                                wijze en tijdstip de hoogte van de inleg wijzigen. </al></li><li nr="3."><al>De inleg bestaat uit een of meerdere van de in artikel 9e:7 genoemde
                                bronnen. </al></li></lijst><al> Briefnummer: U200800456</al><al><vet>Bronnen</vet></al><al><vet>Artikel 9e:7</vet></al><al>De jaarlijkse inleg van de ambtenaar in het kader van de gemeentelijke
                        levensloopregeling FLO-overgangsrecht bestaat uit een of meer van de
                        volgende bronnen:</al><lijst><li nr="a."><al>het salaris</al></li><li nr="b."><al>de vakantietoelage;</al></li><li nr="c."><al>de eindejaarsuitkering;</al></li><li nr="d."><al>de levensloopbijdrage als genoemd in artikel 9e:8 en 9e:9;</al></li><li nr="e."><al>de geldelijke vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren als
                                bedoeld in artikel 4a:1;</al></li><li nr="f."><al>het opgebouwde verloftegoed bedoeld in artikel 4:3 lid 3.</al></li></lijst><al> Briefnummer: U200800456</al><al><vet>Levensloopbijdrage voor de ambtenaar met 20 dienstjaren of meer op 1
                            januari 2006</vet></al><al><vet>Artikel 9e:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar op wie paragraaf 2 van hoofdstuk 9b van toepassing is,
                                heeft recht op een levensloopbijdrage van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de levensloopbijdrage is voor de ambtenaar voor wiens
                                functie een leeftijdsgrens was vastgesteld van 55, 56, 57, 58 of 59
                                jaar zodanig, dat de ambtenaar bij het bereiken van de datum van
                                ingang van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel
                                9b:11, eerste lid, een tegoed heeft overeenkomend met 210% van zijn
                                bezoldiging als bedoeld in artikel 9b:2. Hierbij is het tegoed de
                                som van het levenslooptegoed en het netto spaarverzekeringstegoed.
                                De controle hierop vindt plaats binnen een half jaar na het bereiken
                                van de datum van ingang van het onbezoldigd volledig verlof.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de levensloopbijdrage is voor de ambtenaar voor wiens
                                functie een leeftijdsgrens was vastgesteld van 60 jaar zodanig, dat
                                hij bij het bereiken van de datum van ingang van het onbezoldigd
                                volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, tweede lid, een tegoed
                                heeft overeenkomend met 140% van zijn bezoldiging als bedoeld in
                                artikel 9b:2. Hierbij is het tegoed de som van het levenslooptegoed
                                en het netto spaarverzekeringstegoed. De controle hierop vindt
                                plaats binnen een half jaar na het bereiken van de datum van ingang
                                van het onbezoldigd volledig verlof.</al></li><li nr="4."><al>Voorwaarde voor de in het tweede en derde lid genoemde garantie van
                                210% respectievelijk 140% is dat de ambtenaar het LOGA-pad
                                volgt.</al></li><li nr="5."><al>De levensloopbijdrage behoort niet tot het pensioengevend inkomen,
                                bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, sub g van het pensioenreglement
                                van de Stichting Pensioenfonds ABP.</al></li><li nr="6."><al>De levensloopbijdrage behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld in
                                artikel 3:1.</al></li><li nr="7."><al>De levensloopbijdrage behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld in
                                artikel 9b:2.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200800456 en ECCVA/U201002704</al><al><vet>Levensloopbijdrage voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1
                            januari 2006</vet></al><al><vet>Artikel 9e:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar op wie paragraaf 3 van hoofdstuk 9b van toepassing is,
                                heeft recht op een levensloopbijdrage van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de levensloopbijdrage is voor de ambtenaar voor wiens
                                functie een leeftijdsgrens was vastgesteld van 55, 56, 57, 58 of 59
                                jaar zodanig, dat hij bij het bereiken van de datum, bedoeld in
                                artikel 9b:35, eerste lid, en uitgaande van het bereiken van 20
                                dienstjaren of meer op dat moment, een tegoed heeft overeenkomend
                                met 210% van zijn bezoldiging als bedoeld in artikel 9b:2. Hierbij
                                is het tegoed de som van het levenslooptegoed en het netto
                                spaarverzekeringstegoed. De controle hierop vindt plaats binnen een
                                half jaar na het bereiken van de datum van ingang van het
                                onbezoldigd volledig verlof.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de levensloopbijdrage is voor de ambtenaar voor wiens
                                functie een leeftijdsgrens was vastgesteld van 60 jaar zodanig, dat
                                hij bij het bereiken van de datum van ingang van het onbezoldigd
                                volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35, tweede lid, en uitgaande
                                van het bereiken van 20 dienstjaren of meer, een tegoed heeft
                                overeenkomend met 140% van zijn bezoldiging als bedoeld in artikel
                                9b:2. Hierbij is het tegoed de som van het levenslooptegoed en het
                                netto spaarverzekeringstegoed. De controle hierop vindt plaats
                                binnen een half jaar na het bereiken van de datum van ingang van het
                                onbezoldigd volledig verlof.</al></li><li nr="4."><al>In het tweede lid wordt onder dienstjaren verstaan het aantal jaren
                                bedoeld in artikel 9b:2, onderdeel c of d, tot de leeftijd van 59
                                jaar.</al></li><li nr="5."><al>In het derde lid wordt onder dienstjaren verstaan het aantal jaren
                                bedoeld in artikel 9b:2, onderdeel c of d, tot de leeftijd van 60
                                jaar.</al></li><li nr="6."><al>Voorwaarde voor de in het tweede en derde lid genoemde garantie van
                                210% respectievelijk 140% is dat de ambtenaar het LOGA-pad
                                volgt.</al></li><li nr="7."><al>Wanneer op 59-jarige leeftijd respectievelijk 60-jarige leeftijd nog
                                geen 20 dienstjaren zijn bereikt, voorziet de levensloopbijdrage in
                                een tegoed naar rato van het aantal dienstjaren, dat op 59-jarige
                                leeftijd respectievelijk 60-jarige leeftijd is bereikt.</al></li><li nr="8."><al>De levensloopbijdrage behoort niet tot het pensioengevend inkomen,
                                bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, sub g van het pensioenreglement
                                van de Stichting Pensioenfonds ABP.</al></li><li nr="9."><al>De levensloopbijdrage behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld in
                                artikel 3:1.</al></li><li nr="10."><al>De levensloopbijdrage behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld in
                                artikel 9b:2.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200800456 en ECCVA/U201002704</al><al><vet>Beëindiging deelname gemeentelijke levensloopregeling
                            FLO-overgangsrecht</vet></al><al><vet>Artikel 9e:10</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college beëindigt de deelname aan de levensloopregeling
                                uiterlijk twee maanden na ontvangst van de kennisgeving hiertoe door
                                de ambtenaar. Het college stelt vast hoe de kennisgeving moet
                                plaatsvinden.</al></li><li nr="2."><al>Deelname aan de gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht
                                eindigt daarnaast:</al><lijst><li nr="a."><al>bij overlijden van de ambtenaar</al></li><li nr="b."><al>bij beëindiging van zijn bezwarende functie;</al></li><li nr="c."><al>op de dag voorafgaand aan die waarop de ambtenaar de
                                        AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</al></li></lijst></li></lijst><al>Briefnummer: U200800456 en U201001917 en U201200194</al><al><vet>Afkoop levensloopbijdrage</vet></al><al><vet>Artikel 9e:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar, bedoeld in artikel 9e:8, tweede lid, en 9e:9, tweede
                                lid, wiens deelname aan de levensloopregeling FLO-overgangsrecht
                                eindigt op grond van artikel 9e:10, tweede lid, onder b, voordat hij
                                het moment van ingang van onbezoldigd volledig verlof bereikt,
                                bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid, of 9b:35, eerste lid, heeft
                                recht op een afkoopbedrag.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar, bedoeld in artikel 9e:8, derde lid, en 9e:9, derde
                                lid, wiens deelname aan de levensloopregeling FLO-overgangsrecht
                                eindigt op grond van artikel 9e:10, tweede lid, onder b, voordat hij
                                het moment van ingang van onbezoldigd volledig verlof bereikt,
                                bedoeld in artikel 9b:11, tweede lid, of 9b:35, tweede lid, heeft
                                recht op een afkoopbedrag.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van het afkoopbedrag is voor de ambtenaar, bedoeld in het
                                eerste lid, zodanig, dat hij, uitgaande van de in het LOGA
                                overeengekomen uitgangspunten, op de leeftijd van 59 jaar een tegoed
                                heeft overeenkomend met 210% van de bezoldiging op het moment van
                                ontslag. Hierbij is het tegoed de som van het levenslooptegoed en
                                het netto spaarverzekeringstegoed.</al></li><li nr="4."><al>De hoogte van het afkoopbedrag is voor de ambtenaar, bedoeld in het
                                tweede lid, zodanig, dat hij, uitgaande van de in het LOGA
                                overeengekomen uitgangspunten, op de leeftijd van 60 jaar een tegoed
                                heeft overeenkomend met 140% van de bezoldiging op het moment van
                                ontslag. Hierbij is het tegoed de som van het levenslooptegoed en
                                het netto spaarverzekeringstegoed.</al></li><li nr="5."><al>Wanneer op het moment van ontslag nog geen 20 dienstjaren zijn
                                bereikt, voorziet het afkoopbedrag, uitgaande van de in het LOGA
                                overeengekomen uitgangspunten, in een tegoed op 59- of 60-jarige
                                leeftijd naar rato van het aantal dienstjaren op het moment van
                                ontslag.</al></li><li nr="6."><al>De hoogte van het afkoopbedrag wordt door Loyalis bepaald,
                                waarbij:</al><lijst><li nr="a."><al>het afkoopbedrag wordt gebaseerd op de bezoldiging op de dag
                                        voorafgaand aan het moment van ontslag;</al></li><li nr="b."><al>er een verwacht netto rendement van 4% voor de contante
                                        waardeberekening wordt gehanteerd;</al></li><li nr="c."><al>het afkoopbedrag wordt gebaseerd op dienstjaren, afgerond op
                                        hele maanden naar beneden, bij de oud-werkgever.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Het afkoopbedrag behoort niet tot het pensioengevend inkomen,
                                bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, sub g van het pensioenreglement
                                van de Stichting Pensioenfonds ABP.</al></li><li nr="8."><al>Het afkoopbedrag behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld in artikel
                                3:1.</al></li><li nr="9."><al>Het afkoopbedrag behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld in artikel
                                9b:2.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200800456</al><al><vet>Levensloopbijdrage bij regionalisering</vet></al><al><vet>Artikel 9e:11a</vet></al><al>In afwijking van artikel 9e:11, eerste en tweede lid, heeft de
                        ambtenaar</al><lijst><li nr="·"><al>die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit
                                de bezwarende functie wordt ontslagen en</al></li><li nr="·"><al>op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing
                                blijft,</al></li></lijst><al>geen recht op een afkoopbedrag tenzij het college beslist tot afkoop.</al><al>Briefnummer: U200802315</al><al><vet>Afkoop bij voortzetting overgangsrecht</vet></al><al><vet>Artikel 9e:12</vet></al><al>Wanneer sprake is van een overstap van de ene bezwarende oud FLO-functie
                        naar een andere bezwarende oud FLO-functie, als bedoeld in artikel 9b:1,
                        tweede lid, waarbij het overgangsrecht voortgezet wordt, is de voorwaarde
                        voor de garanties bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9 dat de ambtenaar het
                        afkoopbedrag, als bedoeld in artikel 9e:11 beschikbaar stelt voor inleg in
                        Loyalis Levensloop Brandweer &amp; Ambulance.</al><al>Briefnummer: U200800456</al><al><vet>Opname levenslooptegoed</vet></al><al><vet>Artikel 9e:13</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Over het levenslooptegoed wordt uitsluitend beschikt:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de uitbetaling van een uitkering tijdens een
                                        periode van (gedeeltelijk) onbetaald verlof op grond van de
                                        Wet arbeid en zorg, hoofdstuk 6 of de periode van onbetaald
                                        volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11 en 9b:35;</al></li><li nr="b."><al>ten behoeve van het omzetten van het levenslooptegoed in een
                                        aanspraak ingevolge artikel 16.6. van het Pensioenreglement
                                        van de Stichting Pensioenfonds ABP, voor zover de fiscale
                                        grenzen in de Wet op de loonbelasting 1964 niet worden
                                        overschreden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Om over het levenslooptegoed te kunnen beschikken meldt de ambtenaar
                                tenminste drie maanden voor de gewenste ingangsdatum het college dat
                                hij wil beschikken over (een deel van zijn) levenslooptegoed. Het
                                college stelt vast hoe de melding moet plaatsvinden.</al></li><li nr="3."><al>Het levenslooptegoed mag geheel of gedeeltelijk worden afgekocht in
                                geval van beëindiging van het dienstverband.</al></li><li nr="4."><al>Met inachtneming van het derde lid, wordt het levenslooptegoed niet
                                afgekocht, vervreemd, prijsgegeven dan wel formeel of feitelijk als
                                voorwerp van zekerheid gesteld anders dan ten behoeve van de in
                                artikel 61k Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 bedoelde
                                verpanding ten behoeve van de belastingdienst bij buitenlandse
                                aanbieders.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200800456</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>10 WACHTGELD</vet></al><al><vet>Betrokkene</vet></al><al><vet>Artikel 10:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder "betrokkene ":</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de gewezen ambtenaar aan wie op grond van artikel 8:4
                                            of artikel 8:5 van deze regeling ontslag is verleend uit
                                            een betrekking:</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>waarin hij vast was aangesteld;</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>waarin hij tijdelijk was aangesteld, mits die
                                                  aanstelling ten minste vijf jaren heeft geduurd en
                                                  niet is geschied in een betrekking van kennelijk
                                                  tijdelijke aard;</vet></al></li></lijst></li><li nr="b."><al><vet>de gewezen ambtenaar aan wie op grond van artikel 8:6
                                            of artikel 8:8 van deze regeling ontslag is verleend,
                                            tenzij toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel
                                            8:6, tweede lid, respectievelijk artikel 8:8, tweede
                                            lid.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Onder betrokkene wordt mede verstaan de gewezen ambtenaar,
                                    bedoeld in het eerste lid, die zelf ontslag heeft gevraagd nadat
                                    het voornemen, hem op grond van artikel 8:4 of 8:5 van deze
                                    regeling ontslag te verlenen, hem schriftelijk is
                                    medegedeeld.</vet></al></li></lijst><al><vet>Lichamen</vet></al><al><vet>Artikel 10:2</vet></al><al><vet>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder "lichamen": Rechtspersonen, maat-
                            en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die
                            met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld,
                            ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en
                            doelvermogens.</vet></al><al><vet>Diensttijd</vet></al><al><vet>Artikel 10:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'diensttijd': </vet><vet>
                                    de aan het in artikel 10:1, eerste lid, bedoelde ontslag
                                    voorafgaande in overheidsdienst doorgebrachte tijd waaraan het
                                    ambtenaarschap in de zin van de WPA is verbonden, alsmede tijd
                                    die door inkoop of door een verzoek, bedoeld in artikel D 2 van
                                    de pensioenwet, voor pensioen geldig zou zijn
                                verklaard.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Onder diensttijd bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan
                                    de tijd doorgebracht in de betrekking waaruit het ontslag,
                                    bedoeld in artikel 10:1, is verleend, indien aan die tijd op
                                    grond van de Regeling</vet><vet> beperking van het zijn van
                                    overheidswerknemer in de zin van de wet Privatisering ABP (Stc.
                                    1997, 164) het ambtenaarschap in de zin van evengenoemde
                                    regeling niet is verbonden.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid
                                    blijft buiten beschouwing:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>diensttijd liggende vóór een onderbreking van meer dan
                                            een jaar daarvan wegens verleend ontslag, behalve voor
                                            de toepassing van artikel 10:8, derde tot en met vijfde
                                            lid;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de
                                            berekening van de duur van een eerder toegekend
                                            wachtgeld of een daarmede gelijk te stellen uitkering
                                            wegens onvrijwillige werkloosheid ten laste van de
                                            overheid, behalve voor de toepassing van artikel 10:8,
                                            derde tot en met vijfde lid;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de
                                            berekening van een pensioen krachtens het
                                            pensioenreglement dan wel voorafgaat aan een ontslag
                                            verleend op grond van artikel 8:3 van deze regeling of
                                            een soortgelijke bepaling in een andere
                                            overheidsregeling;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>tijd, bedoeld in artikel 5.4 van het
                                            pensioenreglement;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>tijd in een aangehouden betrekking, dan wel in een
                                            betrekking welke de betrokkene had kunnen aanhouden,
                                            doch uit welke hij vrijwillig ontslag heeft genomen met
                                            ingang van de datum waarop het wachtgeld
                                        ingaat.</vet></al></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>Indien en voor zover diensttijd die bij de berekening van het
                                    wachtgeld in aanmerking is genomen met een overheidspensioen
                                    anders dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt
                                    vergolden, worden de duur en het bedrag van het wachtgeld met
                                    ingang van de dag waarop dit pensioen is ingegaan, herberekend,
                                    waarbij die diensttijd buiten beschouwing wordt
                                gelaten.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Dienstbetrekking</vet></al><al><vet>Artikel 10:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Deze regeling verstaat onder dienstbetrekking iedere
                                    publiekrechtelijke of privaatrechtelijke arbeidsverhouding
                                    waarbij in dienst van een natuurlijke persoon of een lichaam
                                    werkzaamheden tegen bezoldiging of loon worden
                                verricht.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5 en 6 van de
                                    Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet>Bezoldiging</vet></al><al><vet>Artikel 10:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In deze regeling wordt verstaan onder "bezoldiging":de
                                    bezoldiging bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, van deze
                                    regeling, zoals deze laatstelijk vóór het ontslag aan de
                                    betrekking was verbonden, vermeerderd met de vakantietoelage,
                                    bedoeld in artikel 6:3 van deze regeling, en de
                                    eindejaarsuitkering, bedoeld in artikel 3:6.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor zover in de bezoldiging een bedrag moet worden begrepen
                                    wegens de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3 van deze regeling,
                                    wordt dit bedrag berekend naar het gemiddelde over de aan de dag
                                    van het ontslagvoorafgaande twaalf volle
                                kalendermaanden.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien in de bezoldiging anders dan wegens periodieke verhoging
                                    wijziging zou zijn gekomen als de betrokkene de betrekking op
                                    die bezoldiging zou zijn blijven vervullen, geldt met ingang van
                                    de dag van in werking treden van die wijziging het gewijzigde
                                    bedrag als bezoldiging.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien de bezoldiging wegens verminderde werkzaamheden
                                    voorafgaande aan de opheffing van de betrekking lager was dan
                                    zonder verminderde werkzaamheden het geval zou zijn geweest, kan
                                    de bezoldiging ten gunste van betrokkene worden
                                herzien.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/702674</vet></al><al><vet>Recht op wachtgeld</vet></al><al><vet>Artikel 10:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De betrokkene, bedoeld in artikel 10:1, eerste lid, heeft recht
                                    op wachtgeld met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat,
                                    tenzij de betrokkene:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>ter zake van dat ontslag recht heeft op een pensioen
                                            wegens het bereiken van de pensioengerechtigde
                                            leeftijd;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>op dat moment recht heeft op een WAO-uitkering,
                                            berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of
                                            meer;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>terzake van dat ontslag recht heeft op een suppletie
                                            als bedoeld in Hoofdstuk 11a van deze
                                        regeling</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, heeft
                                    recht op wachtgeld met ingang van de dag waarop de mate van
                                    arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld
                                    dan 80%. De hoogte van dit wachtgeld wordt vastgesteld te
                                    rekenen vanaf de datum van ontslag. Ter bepaling van de duur van
                                    het wachtgeld wordt voor de toepassing van:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>artikel 10:7 als ingangsdatum uitgegaan van de datum
                                            met ingang waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid op
                                            een lager percentage wordt vastgesteld, waarbij voor de
                                            toepassing van het vierde lid tevens een WAO-uitkering,
                                            in voorkomend geval vermeerderd met een
                                            invaliditeitspensioen vastgesteld naar een mate van
                                            arbeidsongeschiktheid van 80% of meer mede in aanmerking
                                            wordt genomen,</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>artikel 10 8 als ingangsdatum uitgegaan van de datum
                                            van ontslag.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, heeft na
                                    afloop van de suppletie, bedoeld in artikel 11a:5, onderdeel a,
                                    recht op wachtgeld indien hij bij het buiten toepassing laten
                                    van het eerste lid, onderdeel c, op grond van het ontslag uit de
                                    betrekking waarvoor hij arbeidsongeschikt is verklaard recht zou
                                    hebben op wachtgeld waarbij de duur zou worden vastgesteld
                                    ingevolge artikel 10:8 van dit besluit. </vet><vet> Het
                                    wachtgeld gaat in op de eerste dag volgende op die waarop de
                                    suppletie op grond van artikel 11a:5, onderdeel a, is geëindigd.
                                    Het eindigt op het tijdstip waarop het wachtgeld dat, te rekenen
                                    vanaf de dag waarop het ontslag is ingegaan, zou zijn toegekend
                                    ingevolge artikel 10:8, bij het buiten toepassing laten van het
                                    eerste lid, onderdeel c, zou zijn geëindigd. Op de hoogte van
                                    dit wachtgeld is artikel 10:10 van toepassing in die zin dat
                                    gerekend wordt vanaf het tijdstip waarop het ontslag is
                                    ingegaan.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/705435</vet></al><al><vet>Duur van het wachtgeld</vet></al><al><vet>Artikel 10:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De duur van het wachtgeld is 6 maanden, met ingang van de dag
                                    waarop het ontslag ingaat.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de betrokkene:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>in de periode van 5 jaar onmiddellijk voorafgaande aan
                                            het ontslag ten minste gedurende 3 jaar als werknemer
                                            als bedoeld in artikel 3 van de Werkloosheidswet en in
                                            dienstbetrekking van 8 of meer uren per week werkzaam is
                                            geweest of</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag recht heeft
                                            op een uitkering op grond van de WAJONG of de
                                        WAZ;</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>wordt de duur van het wachtgeld verlengd met:</vet><vet> 3 maanden bij
                            een arbeidsverleden van ten minste 5 jaar;</vet><vet> 0,5 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 10 jaar;</vet><vet> 1 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten. minste 15 jaar;</vet><vet> 1,5 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 20 jaar;</vet><vet> 2 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 25 jaar;</vet><vet> 2,5 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 30 jaar;</vet><vet> 3,5 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 35 jaar, en</vet><vet> 4,5 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 40 jaar.</vet></al><lijst><li nr="3."><al><vet>Het arbeidsverleden, bedoeld in het tweede lid, wordt
                                    vastgesteld door samentelling van:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>perioden, gelegen in de 5 jaar onmiddellijk
                                            voorafgaande aan het ontslag, waarover de betrokkene
                                            aantoont als werknemer als bedoeld in artikel 3 van de
                                            Werkloosheidswet en in dienstbetrekking van 8 of meer
                                            uren per week werkzaam te zijn geweest, en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de periode gelegen tussen de 18e verjaardag van de
                                            betrokkene en de dag, gelegen 5 jaar voor het
                                            ontslag.</vet></al></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>Perioden, waarin een betrokkene</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op
                                            grond van de Wet op de
                                            arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een
                                            arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem
                                            door het Rijk invaliditeitspensioen was verzekerd, recht
                                            heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend
                                            naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of
                                            een toelage ontvangt die naar aard en strekking
                                            overeenkomt met een toelage als bedoeld onder a, die al
                                            dan niet vermeerderd met de
                                            arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van
                                            de middelsom, waarnaar de
                                            arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn
                                            berekend;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van
                                            de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen,
                                            berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste
                                            80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al
                                            dan niet vermeerderd met de
                                            arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van
                                            het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering
                                            is of zou zijn berekend;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>na beëindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering
                                            ontvangt op grond van de Ziektewet over de maximale
                                            duur, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die
                                            wet;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking
                                            overeenkomt met een uitkering bedoeld onder a of
                                            d;</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>worden, indien deze uitkeringen worden ontvangen in verband met een
                            gewezen dienstbetrekking van 8 of meer uren per week, in aanmerking
                            genomen voor de periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid, en
                            voor de perioden gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan
                            het ontslag, bedoeld in het derde lid.</vet></al><lijst><li nr="5."><al><vet>Voor de periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid, en
                                    voor de perioden gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk
                                    voorafgaande aan het ontslag, bedoeld in het derde lid, worden
                                    perioden waarin een persoon een tot zijn huishouden behorend
                                    kind:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>beneden de leeftijd van 6 jaar verzorgt, zonder dat
                                            deze persoon in dienstbetrekking van 8 of meer uren per
                                            week werkzaam is geweest of een uitkering heeft
                                            ontvangen als bedoeld in het vierde lid volledig,
                                            en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>vanaf de leeftijd van 6 jaar doch beneden de leeftijd
                                            van 12 jaar verzorgt, zonder dat deze persoon in
                                            dienstbetrekking van 8 of meer uren per week werkzaam is
                                            geweest of een uitkering heeft ontvangen als bedoeld in
                                            het vierde lid, voor de helft in aanmerking
                                            genomen.</vet></al></li></lijst></li><li nr="6."><al><vet>Voor de toepassing van het vijfde lid worden als periode van
                                    verzorging niet meegeteld de periode waarin:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de verzorgende persoon als werknemer in de zin van een
                                            wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op
                                            een uitkering ter zake van werkloosheid, of</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de verzorging buiten Nederland plaatsvindt anders dan
                                            tijdens vakantie.</vet></al></li></lijst></li><li nr="7."><al><vet>Indien er in een gezamenlijke huishouding meer verzorgende
                                    personen zijn als bedoeld in het vijfde lid, wordt voor de
                                    toepassing van dat lid als verzorgende persoon van het kind
                                    beschouwd, degene van deze personen die zij als zodanig hebben
                                    aangewezen. Ingeval geen verzorgende persoon wordt aangewezen is
                                    het college bevoegd een van hen die naar het oordeel van het
                                    college als verzorgende persoon moet worden beschouwd, als
                                    zodanig aan te wijzen. </vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Voor de toepassing van het vijfde en zevende lid wordt
                                    onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>een kind verstaan een eigen, aangehuwd of
                                            pleegkind,</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>een pleegkind verstaan een kind dat als eigen kind
                                            wordt onderhouden en opgevoed.</vet></al></li></lijst></li><li nr="9."><al><vet>De regels die gesteld zijn krachtens artikel 17b, zevende lid,
                                    van de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige
                                    toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Artikel 10:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In afwijking van artikel 10:7 wordt, indien dit leidt tot een
                                    langere wachtgeldduur, waarin tevens voor zover van toepassing
                                    de bijzondere verlenging als bedoeld in het vierde lid is
                                    begrepen, de duur van het wachtgeld vastgesteld overeenkomstig
                                    de volgende leden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De duur van het wachtgeld wordt vastgesteld op drie maanden,
                                    vermeerderd voor de betrokkene:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar nog
                                            niet heeft bereikt met een duur gelijk aan 18% van de
                                            diensttijd ;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur
                                            van 19,5% van de diensttijd en zo vervolgens per
                                            leeftijdsjaar opklimmende met 1,5%;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een
                                            duur gelijk aan 78% van de diensttijd .</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Ten aanzien van de betrokkene die bij de aanvang van de in het
                                    voorgaande lid bedoelde diensttijd in het genot was van
                                    wachtgeld, waarvan de duur is vastgesteld krachtens het eerste
                                    en tweede lid van dit artikel, of van een uitkering waarvan de
                                    duur is vastgesteld krachtens artikel 11:8, tweede lid van deze
                                    regeling, wordt bij de berekening van de duur van het wachtgeld
                                    op basis van het tweede lid mede in aanmerking genomen de
                                    diensttijd, welke bij de berekening van de duur van het eerder
                                    toegekende wachtgeld of de eerder toegekende uitkering in
                                    aanmerking is genomen. Op de aldus berekende duur wordt de duur
                                    van het eerder toegekende wachtgeld of de eerder toegekende
                                    uitkering, met uitzondering van de verlenging,bedoeld in het
                                    volgende lid, in mindering gebracht.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>In aanvulling op de duur van het wachtgeld van de betrokkene
                                    die ten tijde van het ontslag een diensttijd, voor zover geldig
                                    voor pensioen, van ten minste tien jaar heeft volbracht, wordt
                                    indien de som van zijn leeftijd en diensttijd ten tijde van het
                                    ontslag 60 jaren of meer bedraagt, na afloop van de termijn
                                    waarover wachtgeld is toegekend, een bijzondere verlenging
                                    verleend. Deze bijzondere verlenging duurt tot de dag waarop hij
                                    de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De verlenging als bedoeld in het vierde lid vindt niet plaats
                                    in het geval, dat ter zake van een eerder toegekend wachtgeld de
                                    vorenbedoelde verlenging reeds heeft plaatsgehad, tenzij de
                                    betrokkene nadien wederom een diensttijd, voor zover geldig voor
                                    pensioen,van ten minste tien jaar heeft vervuld. In dat geval
                                    blijft de tijd die in aanmerking is genomen bij de bijzondere
                                    verlenging, buiten aanmerking.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201001917 en U201200194</vet></al><al><vet>Vervolgwachtgeld</vet></al><al><vet>Artikel 10:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De betrokkene , die het einde van de wachtgeldduur, bedoeld in
                                    artikel 10:7, tweede l i d , heeft bereikt, heeft in aansluiting
                                    op dat wachtgeld recht op een vervolgwachtgeld.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De betrokkene die:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>het einde van de wachtgeldduur bedoeld in artikel 10:7,
                                            eerste lid, heeft bereikt en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 10:7,
                                            tweede lid , onderdeel a of b, doch uitsluitend wegens
                                            zijn arbeidsverleden geen recht heeft op verlenging van
                                            de wachtgeldduur, heeft recht op een
                                            vervolgwachtgeld.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Behoudens het gestelde in de volgende leden is de duur van het
                                    vervolgwachtgeld een jaar.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De duur van het vervolgwachtgeld voor de betrokkene die op de
                                    dag van zijn ontslag 57,5 jaar of ouder is, bedraagt drie en een
                                    half jaar.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De betrokkene aan wie uitsluitend ingevolge het eerste en
                                    tweede lid van artikel 10:8 een wachtgeld is toegekend en die
                                    voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 10:7, tweede lid,
                                    onderdeel a of b, heeft aansluitend recht op een
                                    vervolgwachtgeld indien het toegekende wachtgeld eindigt op een
                                    tijdstip gelegen binnen een jaar na de datum waarop zijn
                                    wachtgeld zou zijn beëindigd, wanneer dit zou zijn toegekend
                                    ingevolge artikel 10:7. Het vervolgwachtgeld eindigt op het
                                    tijdstip gelegen een jaar na de in de vorige volzin bedoelde
                                    datum.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De betrokkene die op de dag van zijn ontslag 57,5 jaar of ouder
                                    is, aan wie uitsluitend ingevolge het eerste en tweede lid van
                                    artikel 10:8 een wachtgeld is toegekend en die voldoet aan de
                                    voorwaarde, bedoeld in artikel 10:7, tweede lid, onderdeel a of
                                    b, heeft aansluitend recht op een vervolgwachtgeld indien het
                                    toegekende wachtgeld eindigt op een tijdstip gelegen binnen drie
                                    en half jaar na de datum waarop zijn wachtgeld zou zijn
                                    beëindigd, wanneer dit zou zijn toegekend ingevolge artikel
                                    10:7. Het vervolgwachtgeld eindigt op het tijdstip gelegen drie
                                    en een half jaar na de in de vorige volzin bedoelde
                                datum.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, zijn bepalingen van het
                                    wachtgeld van overeenkomstige toepassing op het
                                    vervolgwachtgeld.</vet></al></li></lijst><al><vet>Bedrag van het wachtgeld</vet></al><al><vet>Artikel 10:10</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het bedrag van het wachtgeld is gedurende de eerste drie
                                    maanden gelijk aan 87% van de bezoldiging, gedurende de
                                    daaropvolgende negen maanden 77% van die bezoldiging en
                                    vervolgens 67% van die bezoldiging. Bij intrekking van de Wet
                                    van 20 december 1984 (stb. 1984, 657) worden de percentages,
                                    genoemd in de vorige volzin, met 3 procentpunten verhoogd. Het
                                    bedrag van het wachtgeld daalt echter niet beneden het bedrag
                                    van het pensioen waarop de betrokkene recht zou hebben indien
                                    hij uit de betrekking waaruit hij met recht op wachtgeld is
                                    ontslagen, op de dag van dat ontslag zou zijn gepensioneerd naar
                                    de diensttijd, voor zover geldig voor pensioen, en de
                                    berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het
                                    pensioenreglement, in de betrekking waaruit het wachtgeld is
                                    toegekend.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>In afwijking van het vorige lid is het bedrag van het wachtgeld
                                    tijdens de verlenging bedoeld in artikel 10:8, vierde lid,
                                    gelijk aan het bedrag van het pensioen, bedoeld in het vorige
                                    lid, met dien verstande dat gedurende het eerste jaar van die
                                    verlenging het wachtgeld ten minste bedraagt 40% van de
                                    bezoldiging.</vet></al></li></lijst><al><vet>Bedrag van het vervolgwachtgeld</vet></al><al><vet>Artikel 10:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het bedrag van het vervolgwachtgeld is gelijk aan het
                                    minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan
                                    bedragen dan 70% van de bezoldiging.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het minimumloon
                                    verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel
                                    8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en
                                    minimumvakantiebijslag, of, indien het een betrokkene jonger dan
                                    23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon,
                                    bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van
                                    genoemde wet, beide vermeerderd met de daarvoor berekende
                                    vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.</vet></al></li></lijst><al><vet>Verplichtingen</vet></al><al><vet>Artikel 10:12</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaren niet heeft
                                    bereikt, is hij verplicht een hem aangeboden betrekking, die hem
                                    in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden
                                    redelijkerwijs kan worden opgedragen, te aanvaarden dan wel tot
                                    het verkrijgen van inkomsten gebruik te maken van elke
                                    gelegenheid die in verband met zijn persoonlijkheid en
                                    omstandigheden passend kan worden geacht.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaar nog niet heeft
                                    bereikt, is hij verplicht zich bij het arbeidsbureau van zijn
                                    woonplaats als werkzoekende te doen inschrijven op de eerste
                                    werkdag, volgende op die waarop het ontslag ingaat, dan wel het
                                    recht op wachtgeld ontstaat.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De betrokkene, die op de dag van het ontslag metterwoon
                                    verblijf houdt in het buitenland dan wel nadien metterwoon
                                    verblijf gaat houden in het buitenland en die de leeftijd van 55
                                    jaar nog niet heeft bereikt, is verplicht zich te doen
                                    inschrijven als werkzoekende bij een aldaar gevestigde instantie
                                    van arbeidsbemiddeling die daartoe de mogelijkheid biedt en die
                                    naar het oordeel van het college vergelijkbaar is met het
                                    arbeidsbureau.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college kan bepalen dat de in het tweede en derde lid
                                    omschreven verplichting niet geldt voor bepaalde betrokkenen of
                                    groepen van betrokkenen die de leeftijd van 55 jaar nog niet
                                    hebben bereikt.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De betrokkene, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, is
                                    voorts verplicht zich te gedragen naar de voorschriften die hem
                                    door het college in het algemeen of voor enig bijzonder geval
                                    worden gegeven, strekkende tot het verkrijgen van een betrekking
                                    of andere bron van inkomsten.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde verplichtingen
                                    vinden overeenkomstige toepassing voor de ambtenaar zodra hem
                                    ontslag op grond van artikel 8:4 van deze regeling is verleend,
                                    dan wel het voornemen tot zodanig ontslag hem schriftelijk is
                                    medegedeeld.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Door het aanvaarden van het wachtgeld wordt de betrokkene
                                    geacht er in toe te stemmen, dat zij die naar het oordeel van
                                    het college daarvoor in aanmerking komen alle voor de uitvoering
                                    van deze regeling noodzakelijke inlichtingen geven.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Verplichtingen bij ziekte</vet></al><al><vet>Artikel 10:13</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien betrokkene wegens ziekte ongeschikt is arbeid te
                                    verrichten, of daarvan is hersteld, is hij verplicht daarvan
                                    terstond mededeling te doen aan het college.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college stelt nadere voorschriften vast met betrekking tot
                                    de geneeskundige begeleiding van betrokkene als bedoeld in het
                                    eerste lid.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien betrokkene door het UWV schriftelijk in kennis is
                                    gesteld van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag voor
                                    een WAO-uitkering, is hij verplicht binnen de bij of krachtens
                                    de WAO gestelde termijnen een WAO-uitkering aan te vragen en
                                    alle medewerking te verlenen die noodzakelijk is voor het
                                    verkrijgen van deze uitkering.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien betrokkene als bedoeld in het derde lid, geen
                                    WAO-uitkering aanvraagt en hem dit redelijkerwijs kan worden
                                    verweten, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk rekening
                                    gehouden met de WAO-uitkering behorende bij een mate van
                                    arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van
                                    handelingen door betrokkene als bedoeld in het vierde lid, de
                                    WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop
                                    geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit betrokkene
                                    redelijkerwijs kan worden verweten, wordt de bedoelde uitkering
                                    voor de toepassing van dit hoofdstuk steeds geacht onverminderd
                                    te zijn genoten.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004003238</vet></al><al><vet>Verhuiskosten</vet></al><al><vet>Artikel 10:14</vet></al><al><vet>Aan hem die op wachtgeld is of zal worden gesteld kan, indien hij
                            elders arbeid of bedrijf ter hand gaat nemen, door het college een op de
                            voet van de Verplaatsingskostenregeling te bepalen vergoeding in de
                            kosten van een daartoe noodzakelijke verhuizing worden
                        toegekend.</vet></al><al><vet> briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Vermindering</vet></al><al><vet>Artikel 10:15</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Wanneer de betrokkene inkomsten verkrijgt uit of in verband met
                                    arbeid, waaronder mede wordt verstaan een uitkering krachtens de
                                    WAJONG of de WA, of bedrijf, ter hand genomen op of na de dag
                                    waarop hem het ontslag is verleend dan wel schriftelijk
                                    mededeling is gedaan van het voornemen hem ontslag te verlenen,
                                    wordt op het wachtgeld een vermindering toegepast tot het bedrag
                                    waarmee die inkomsten en wachtgeld samen de bezoldiging te boven
                                    gaan. Voor de bepaling van het bedrag waarmee het wachtgeld
                                    vermeerderd met inkomsten zoals bedoeld in de eerste volzin, de
                                    bezoldiging overschrijdt, wordt een vermindering van het
                                    wachtgeld ingevolge het bepaalde in artikel 10:19, eersre lid,
                                    niet in aanmerking genomen. </vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ten aanzien van de betrokkene aan wie een wachtgeld is
                                    toegekend en die wegens ongeschiktheid voor de vervulling van
                                    zijn betrekking wegens ziekte ontslag is verleend uit de
                                    betrekking die hij gedurende de met recht op wachtgeld
                                    doorgebrachte tijd bekleedde en waarin hij deelnemer was in de
                                    zin van het pensioenreglement, worden inkomsten bedoeld in het
                                    eerste lid als volgt verrekend. De inkomsten - ter hand genomen
                                    met ingang van of na de dag waarop het ontslag plaatsvond - uit
                                    de betrekking die door betrokkene als wachtgelder werd vervuld,
                                    worden verrekend over de maand waarop zij betrekking hebben of
                                    geacht kunnen worden betrekking te hebben.</vet><vet> In
                                    afwijking van het gestelde in het eerste lid, geschiedt deze
                                    verrekening op zodanige wijze dat het oorspronkelijk toegekende
                                    wachtgeld wordt verminderd met het bedrag waarmee de
                                    WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met
                                    invaliditeitspensioen, al dan niet aangevuld met een wachtgeld
                                    of uitkering, vermeerderd met de inkomsten uit of in verband met
                                    arbeid of bedrijf met inbegrip van het oorspronkelijk toegekende
                                    wachtgeld de oorspronkelijke bezoldiging overschrijdt. Indien na
                                    die vermindering een bedrag aan overschrijding van de
                                    bezoldiging resteert, wordt het aanvullende wachtgeld of de
                                    aanvullende uitkering verminderd met het resterende bedrag aan
                                    overschrijding.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand
                                    genomen gedurende vakantie, verlof of non-activiteit,
                                    onmiddellijk vooraf gaande aan het ontslag ter zake waarvan hem
                                    wachtgeld is toegekend.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Wanneer de betrokkene op of na de dag, bedoeld in het eerste
                                    lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of
                                    bedrijf, ter hand genomen vóór evenbedoelde dag, is ten aanzien
                                    van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste
                                    lid van overeenkomstige toepassing. De hierbedoelde vermindering
                                    vindt echter niet plaats, indien de inkomsten of hogere
                                    inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen of
                                    indien de betrokkene aannemelijk maakt dat die inkomsten niet
                                    het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere
                                    oorzaken, verband houdende met het ontslag.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, wordt niet
                                    verstaan inkomsten, verkregen wegens overwerk of als
                                    gratificatie.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/705435</vet></al><al><vet>Opgave van inkomsten</vet></al><al><vet>Artikel 10:16</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De betrokkene doet van het ter hand nemen van arbeid of bedrijf
                                    op of na de dag waarop hem ontslag is verleend of hem
                                    schriftelijke mededeling is gedaan van het voornemen hem ontslag
                                    te verlenen, onverwijld mededeling aan het college of aan een
                                    door het college aan te wijzen ambtenaar. Daarbij doet hij, voor
                                    zover mogelijk, opgave van de inkomsten die hij uit die arbeid
                                    of dat bedrijf zal verkrijgen. Tijdelijke of blijvende
                                    wijzigingen in alle evengenoemde bedragen geeft hij tijdig voor
                                    het verschijnen van de eerstvolgende wachtgeldtermijn
                                op.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de in het eerste lid bedoelde bedragen niet vooraf door
                                    de betrokkene zijn op te geven, doet hij vóór het verschijnen
                                    van elke wachtgeldtermijn opgave van hetgeen hij sedert het ter
                                    hand nemen van de arbeid of het bedrijf dan wel sedert de vorige
                                    opgave heeft verkregen. Brengt de aard van de arbeid of het
                                    bedrijf, ter beoordeling van het college, mede dat de inkomsten
                                    over een langere termijn moeten worden berekend, welke echter
                                    niet langer dan eenjaar mag zijn, dan geschiedt de opgave
                                    dienovereenkomstig en wordt het bedrag van de vermindering
                                    voorlopig vastgesteld onder voorbehoud van verrekening aan het
                                    einde van evenbedoelde termijn.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Bij de vaststelling van het bedrag van de vermindering kan van
                                    een opgave, bedoeld in het tweede lid, worden
                                afgeweken.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het in de voorgaande leden bepaalde vindt overeenkomstige
                                    toepassing ten aanzien van de arbeid of bedrijf en de inkomsten
                                    daaruit, bedoeld in artikel 10:15, derde en vierde
                                lid.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Verlenging</vet></al><al><vet>Artikel 10:17</vet></al><al><vet>Indien de betrokkene binnen drie maanden na het ontslag waaraan hij het
                            recht op wachtgeld ontleent bij de gemeente te wier laste het wachtgeld
                            komt een naar de aard van de werkzaamheden overeenkomstige betrekking
                            gaat vervullen als die waaruit hem het ontslag is verleend, wordt de
                            duur van die betrekking aan de op grond van de artikelen 10:7 en 10:8
                            vastgestelde duur van het wachtgeld toegevoegd.</vet></al><al><vet>Opschorting</vet></al><al><vet>Artikel 10:18</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de betrokkene na zijn ontslag uit hoofde van ziekte
                                    aanspraak op doorbetaling van bezoldiging of een uitkering ten
                                    bedrage van de laatstgenoten bezoldiging heeft of krijgt in
                                    verband met de betrekking waaruit hem ontslag is verleend, wordt
                                    de uitvoering of verdere uitvoering van de wachtgeldregeling
                                    vervat in deze regeling opgeschort tot het einde van het tijdvak
                                    waarover die aanspraak bestaat.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college kan op verzoek van de betrokkene die zich als
                                    dienstplichtige in militaire dienst bevindt of moet begeven, de
                                    uitvoering of verdere uitvoering van de wachtgeldregeling vervat
                                    in deze regeling opschorten tot het einde van het tijdvak van
                                    diens militaire dienst.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Samenloop</vet></al><al><vet>Artikel 10:19</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de betrokkene ter zake van de dienstbetrekking waaruit
                                    hij met recht op wachtgeld is ontslagen, aanspraak heeft op een
                                    WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een
                                    invaliditeitspensioen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid
                                    van minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van het wachtgeld,
                                    toegekend ter zake van hetzelfde ontslag, met het hierna
                                    genoemde percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij
                                    een arbeidsongeschiktheid van</vet><vet> 65% tot 80%: 80%;
                                    </vet><vet> 55% tot 65%: 60%; </vet><vet> 45% tot 55%:
                                    50%;</vet><vet> 35% tot 45%: 40%;</vet><vet> 25% tot 35%:
                                    30%;</vet><vet> 15% tot 25%: 20%;</vet><vet> minder dan 15%:
                                    0%.</vet><vet> De som van de in de eerste volzin bedoelde
                                    WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een
                                    invaliditeitspensioen, en het verminderde wachtgeld bedraagt
                                    voorts niet meer dan het onverminderde wachtgeld dat wordt
                                    genoten indien er geen sprake is van samenloop. Ingeval van
                                    overschrijding wordt het overschrijdende bedrag op het wachtgeld
                                    in mindering gebracht.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, geen
                                    WAO-uitkering aanvraagt en hem dit redelijkerwijs kan worden
                                    verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening
                                    gehouden met de WAO-uitkering waarbij een arbeidsongeschiktheid
                                    van 80% of meer behoort.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van
                                    handelingen door betrokkene, bedoeld in het eerste lid, de
                                    WAO-uitkering vermindering ondergaat dan wel het recht op deze
                                    uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit
                                    betrokkene redelijkerwijs kan worden verweten, wordt de bedoelde
                                    uitkering voor de toepassing van dit artikel steeds geacht
                                    onverminderd te zijn genoten.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien de betrokkene aanspraken heeft of verkrijgt op een
                                    uitkering krachtens de Werkloosheidswet of de Ziektewet, wordt
                                    gedurende de termijn waarover die aanspraken bestaan, het
                                    wachtgeld slechts uitbetaald voor zover het evenbedoelde
                                    uitkeringen te boven gaat.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/705435</vet></al><al><vet>Betaling</vet></al><al><vet>Artikel 10:20</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het bedrag van het wachtgeld, over een jaar berekend, wordt
                                    naar boven tot een volle euro afgerond en in dezelfde termijnen
                                    uitbetaald als de bezoldiging welke vóór de toekenning van
                                    wachtgeld werd genoten.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Met toestemming van de betrokkene kan de uitbetaling van het
                                    wachtgeld over langere termijnen geschieden.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2001002801</vet></al><al><vet>Afkoop</vet></al><al><vet>Artikel 10:21</vet></al><al><vet>In bijzondere gevallen kan het college op verzoek van de betrokkene een
                            regeling met hem treffen krachtens welke het wachtgeld geheel of ten
                            dele wordt vervangen door een afkoopsom.</vet></al><al><vet> briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>verval van wachtgeld</vet></al><al><vet>Artikel 10:22</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het wachtgeld kan geheel of gedeeltelijk vervallen worden
                                    verklaard:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>indien de betrokkene de opgave bedoeld in artikel
                                            10:16, eerste en tweede lid, nalaat dan wel onjuist of
                                            onvolledig doet;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>indien de betrokkene enig op grond van artikel 10:12,
                                            tweede, derde of vijfde lid gegeven voorschrift niet
                                            nakomt, tenzij hem hiervan redelijkerwijs geen verwijt
                                            kan worden gemaakt;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>indien de betrokkene zich zonder toestemming van het
                                            college in het buitenland vestigt of geacht moet worden
                                            aldaar duurzaam te verblijven;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>indien betrokkene niet voldoet aan de verplichtingen
                                            die bij of krachtens artikel 10:13, eerste en tweede lid
                                            zijn gesteld;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>indien de betrokkene zich zodanig gedraagt dat hem
                                            ontslag zou zijn verleend als hij in dienst was
                                            gebleven;</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>indien achteraf blijkt, dat vóór het aan de betrokkene
                                            verleende ontslag zich feiten en/of omstandigheden
                                            hebben voorgedaan, die zo deze eerder bekend waren
                                            aanleiding zouden hebben gevormd hem als ambtenaar met
                                            toepassing van artikel 8:13 ontslag te
                                        verlenen.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Indien de betrokkene de verplichting, bedoeld in artikel 10:12,
                                    eerste lid, niet nakomt, vervalt het wachtgeld voor het gedeelte
                                    waarmede het, tezamen met de verzuimde of verloren gegane
                                    inkomsten, de bezoldiging te boven zou zijn gegaan.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige
                                    toepassing op de ambtenaar bedoeld in artikel 10:12, zesde lid,
                                    aan wie in dat geval een op soortgelijke wijze berekend lager
                                    wachtgeld wordt toegekend.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het bepaalde in dit artikel is niet van kracht indien het niet
                                    nakomen van voorschriften, het weigeren of geen gebruik maken
                                    van inkomsten geschiedt tijdens een staking of uitsluiting,
                                    behoudens het geval dat het naar het oordeel van het college
                                    noodzakelijk is dat de ambtenaar werkzaamheden verricht ter
                                    vervanging van stakers of uitgeslotenen of om werknemers
                                    behulpzaam te zijn, zulks met het oog op de openbare veiligheid
                                    of gezondheid of voor de regelmatige functionering van de
                                    openbare dienst.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Artikel 10:23</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het recht op wachtgeld vervalt:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>met ingang van de dag waarop betrokkene de
                                            AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>op de dag na het overlijden van de
                                        betrokkene;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>op de dag dat betrokkene de in artikel 10:12, tweede en
                                            derde lid, bedoelde inschrijving teniet doet of nalaat
                                            haar op de door het arbeidsbureau dan wel de
                                            buitenlandse instantie van arbeidsbemiddeling bepaalde
                                            tijdstippen te doen verlengen;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>op de dag dat betrokkene als ingeschrevene bij het
                                            arbeidsbureau dan wel de buitenlandse instantie van
                                            arbeidsbemiddeling verzuimt gevolg te geven aan een
                                            oproeping of aanwijzing van die organisatie dan wel die
                                            instantie, die kan leiden tot het verkrijgen van werk,
                                            dat voor hem passend kan worden geacht dan wel weigert
                                            dergelijk werk te aanvaarden.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Het recht op wachtgeld vervalt met ingang van de dag waarop
                                    betrokkene recht verkrijgt op een WAO-uitkering, berekend naar
                                    een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Artikel 10:6, tweede
                                    lid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
                                    van dit wachtgeld de duur, voor zover deze wordt berekend aan de
                                    hand van artikel 10:8, en de hoogte worden vastgesteld te
                                    rekenen vanaf de datum van ontslag.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: 1997705435 en U201001917 en U201200194</vet></al><al><vet>Overlijdensuitkering</vet></al><al><vet>Artikel 10:24</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene wordt
                                    aan de nagelaten echtgenoot of geregistreerde partner een bedrag
                                    uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging als bedoeld in artikel
                                    10:5, over een tijdvak van drie maanden. Laat de overledene geen
                                    echtgenoot of geregistreerde partner na dan geschiedt de
                                    uitkering ten behoeve van zijn minderjarige wettige of
                                    natuurlijke kinderen dan wel minderjarige pleegkinderen.
                                    Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering ten
                                    behoeve van ouders, broers, zusters of meerderjarige kinderen
                                    van wie de overledene kostwinner was.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien ter zake van zijn overlijden aan de in het eerste lid
                                    bedoelde betrekkingen een uitkering wordt toegekend uit hoofde
                                    van een door de overledene vervulde betrekking, ten gevolge
                                    waarvan op het wachtgeld een vermindering werd toegepast,
                                    bedoeld in artikel10:15, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan
                                    het verminderde wachtgeld over een tijdvak van drie maanden. Is
                                    de som van beide uitkeringen lager dan de uitkering, berekend
                                    naar het onverminderde wachtgeld zou zijn geweest, dan wordt de
                                    uitkering, berekend naar het verminderde wachtgeld, tot
                                    laatstbedoeld bedrag aangevuld.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien de overledene geen betrekkingen bedoeld in het eerste
                                    lid nalaat, kan het bedrag van de uitkering geheel of ten dele
                                    worden aangewend voor betaling van de kosten van de laatste
                                    ziekte of van de lijkbezorging als de nalatenschap van de
                                    overledene daartoe ontoereikend is.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Op de uitkering als bedoeld in dit artikel wordt in mindering
                                    gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
                                    betrekkingen van de gewezen ambtenaar ter zake van diens
                                    overlijden aanspraak kunnen maken uit hoofde van een bepaling in
                                    een gemeentelijke rechtspositieregeling, dan wel krachtens enig
                                    wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte,
                                    arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/801143</vet></al><al><vet>Overgangsbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 10:25</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Op de wachtgelden toegekend krachtens de bepalingen van de
                                    wachtgeldregeling zoals deze luidde voor 1 augustus 1991, worden
                                    voor de resterende duur na 30 juli 1991, de bepalingen van de
                                    wachtgeldregeling zoals deze luiden met ingang van 1 augustus
                                    1991 toegepast, met dien verstande dat de hoogte, voor de reeds
                                    vastgestelde duur nooit lager zal zijn dan op grond van de
                                    wachtgeldregeling zoals deze luidde voor 1 augustus
                                1991.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ten aanzien van de wachtgelden, als bedoeld in het eerste lid,
                                    die voortduren na 30 juli 1991, wordt op basis van de
                                    desbetreffende bepalingen in de wachtgeldregeling, zoals deze
                                    luidt met ingang van 1 augustus 1991, de duur opnieuw berekend.
                                    Indien de aldus berekende duur van het toegekende wachtgeld
                                    langer is dan de oorspronkelijk vastgestelde duur, wordt deze
                                    laatstgenoemde duur verlengd met het verschil tussen
                                    beide.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Voor de toepassing van artikel 10:8, derde lid van de
                                    wachtgeldregeling wordt onder het eerder toegekende wachtgeld
                                    tevens begrepen het wachtgeld, waarvan de duur is vastgesteld
                                    krachtens artikelen 4 en 5 van de wachtgeldregeling zoals die
                                    luidden tot 1 augustus 1991.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Voor de toepassing van artikel 10:8, derde lid, van de
                                    wachtgeldregeling wordt onder de eerder toegekende uitkering
                                    tevens begrepen de uitkering waarvan de duur is vastgesteld
                                    krachtens artikelen 4 en 6 van de uitkeringsregeling zoals die
                                    luidden tot 1 augustus 1991.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 10:26</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Degene die voor 1 januari 1987 in het genot was van wachtgeld
                                    als bedoeld in de toen geldende wachtgeldregeling, waarvan de
                                    duur, nadat toepassing is gegeven aan artikel 10:25, tweede lid,
                                    verstrijkt in de periode van 1 augustus 1991 tot en met 31
                                    december 1995, heeft recht op een overgangsuitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De duur van de overgangsuitkering is twaalf maanden, met dien
                                    verstande dat de uitkering uiterlijk 1 januari 1996 eindigt. De
                                    overgangsuitkering gaat in direct na het verstrijken van het
                                    wachtgeld als bedoeld in het eerste lid en wordt in maandelijkse
                                    termijnen betaald.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De hoogte van de overgangsuitkering is over een maand gelijk
                                    aan het minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit
                                    meer kan bedragen dan 70% van de bezoldiging.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon
                                    verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel
                                    8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en
                                    minimumvakantiebijslag.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De overige artikelen van dit hoofdstuk zijn voor zoveel
                                    mogelijk van overeenkomstige toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 10:27</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Degene aan wie voor 1 januari 1995 een wachtgeld is toegekend
                                    op basis van de bepalingen van de wachtgeldverordening zoals
                                    deze luidde voor 1 januari 1995, en waarvan de duur doorloopt
                                    tot na 31 december 1994, behoudt wat betreft de hoogte van dit
                                    wachtgeld de aanspraken zoals deze zijn vastgelegd in
                                    evengenoemde verordening.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het voorgaande geldt eveneens ten aanzien van degene aan wie
                                    voor 1 januari 1995 een wachtgeld is toegekend op basis van dit
                                    hoofdstuk.</vet></al></li></lijst><al><vet>Gevolgen Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</vet></al><al><vet>Artikel 10:28</vet></al><al><vet>Op degene die gedurende de periode van wachtgeld recht heeft op een
                            uitkering ingevolge de WIA, zijn de artikelen 10:13, 10:15, 10:19 en
                            10:23 van overeenkomstige toepassing.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</vet></al><al><vet>Slotbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 10:29</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar die is
                                    ontslagen met ingang van 1 januari 2001 of later.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Bij de verwijzingen in dit hoofdstuk naar artikelen elders uit
                                    de CAR en/of UWO moet, voor zover niet anders is bepaald, worden
                                    uitgegaan van de tekst van deze artikelen zoals die luidde op 31
                                    december 2000.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>10a BOVENWETTELIJKE WERKLOOSHEIDSUITKERING. Hoofdstuk 10a is niet van
                            toepassing op de ambtenaar die op of na 1 juli 2008 wordt
                            ontslagen.</vet></al><al><vet>§ 1. Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 10a:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet> werkloosheid: werkloosheid in de zin van artikel 16
                                            van de Werkloosheidswet; </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>betrokkene: de ambtenaar die werkloos geworden
                                            is;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>dagloon: het dagloon in de zin van de Werkloosheidswet,
                                            zonder de maximering van het dagloon, als bedoeld in
                                            artikel 22 Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen
                                            jo. artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering
                                            sociale verzekeringen.</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>bovenwettelijke uitkering: de aanspraken die de
                                            ambtenaar kan ontlenen aan dit hoofdstuk, te weten de
                                            aanvullende uitkering als omschreven in paragraaf 2 van
                                            dit hoofdstuk en de aansluitende uitkering als
                                            omschreven in paragraaf 3 van dit hoofdstuk, met
                                            uitzondering van de gemeentelijke werkloosheidsuitkering
                                            als bedoeld in artikel 10a:9, lid 3.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht
                                    genomen.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</vet></al><al><vet>§ 2. Aanvullende uitkering</vet></al><al><vet>Voorwaarden voor recht op uitkering/samenloop met suppletie</vet></al><al><vet>Artikel 10a:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Recht op een aanvullende uitkering heeft de betrokkene
                                    die:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>recht heeft op een uitkering krachtens de artikelen 15
                                            tot en met 21 van de Werkloosheidswet en </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>werkloos is als gevolg van een ontslag op grond van
                                            artikel 8:4, 8:5, 8:6,8:7, onderdeel a of c, 8:8,
                                            8:12.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Het recht op een aanvullende uitkering komt niet tot
                                    uitbetaling indien en voor zolang de betrokkene ter zake van
                                    eenzelfde ontslag recht heeft op suppletie, als bedoeld in
                                    hoofdstuk 11a van de CAR.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Betrokkene, die terzake van een ontslag wegens ongeschiktheid
                                    tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte recht heeft op
                                    een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van
                                    80% of meer, heeft recht op een aanvullende uitkering op het
                                    moment dat de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager
                                    percentage wordt vastgesteld dan 80% en hij daardoor recht heeft
                                    op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet. </vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien de WAO-uitkering, als bedoeld in het derde lid, is
                                    ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen, wordt het recht op
                                    de aanvullende uitkering toegerekend aan de dienstbetrekking ter
                                    zake waarvan hij betrokkene is, naar rato van de feitelijk
                                    genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende
                                    dienstbetrekkingen.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: Marz/CvA/U200601213</vet></al><al><vet>Hoogte van de uitkering: berekeningsgrondslag</vet></al><al><vet>Artikel 10a:3</vet></al><al><vet>De berekeningsgrondslag voor de aanvullende uitkering is het dagloon op
                            de dag voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan de betrokkene recht
                            op aanvullende uitkering wordt toegekend, voorzover dat betrekking heeft
                            op het inkomen uit de betrekking waaraan het recht op aanvullende
                            uitkering wordt ontleend.</vet></al><al><vet> briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>Hoogte van de uitkering: indexering</vet></al><al><vet>Artikel 10a:4</vet></al><al><vet>Artikel 10a:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De berekeningsgrondslag van de aanvullende uitkering wordt per
                                    1 januari en 1 juli van een jaar geïndexeerd op een volgens
                                    LOGA-partijen vastgestelde wijze.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het LOGA maakt bekend met welk percentage de
                                    berekeningsgrondslag van de aanvullende uitkering
                                wijzigt.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2000004977 en ECCVA/U201002612</al><al><vet>Hoogte van de uitkering: bedrag</vet></al><al><vet>Artikel 10a:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De uitkering krachtens de Werkloosheidswet en de aanvullende
                                    uitkering bedragen tezamen een percentage van de
                                    berekeningsgrondslag van de aanvullende uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het in het eerste lid genoemde percentage bedraagt:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>gedurende de eerste vijftien maanden 80% en </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>vervolgens 70%.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Een eventuele verlenging van de uitkering krachtens artikel 43
                                    van de Werkloosheidswet schort de termijn gedurende welke 80%
                                    van de berekeningsgrondslag wordt uitgekeerd niet op.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Ter bepaling van de hoogte van de aanvullende uitkering, als
                                    bedoeld in artikel 10a:2, derde lid, wordt uitgegaan van de
                                    datum van ontslag</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: Marz/CvA/U200601213</vet></al><al><vet>Overgangsbepaling: Verlengde uitkering voor mensen die tussen 11
                            augustus 2003 en 1 augustus 2004 werkloos zijn geworden</vet></al><al><vet>Artikel 10a:5a</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De betrokkene die recht heeft op een aanvullende uitkering, die
                                    op of na 11 augustus 2003 maar voor 1 augustus 2004 werkloos is
                                    geworden en op de eerste dag van werkloosheid jonger is dan
                                    57,5, heeft na afloop van de loongerelateerde uitkering op grond
                                    van de Werkloosheidswet gedurende twee jaar recht op een
                                    verlengde uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De betrokkene die recht heeft op een aanvullende uitkering, die
                                    op of na 11 augustus 2003 maar voor 1 augustus 2004 werkloos is
                                    geworden en op de eerste dag van werkloosheid 57,5 jaar of ouder
                                    is, heeft na afloop van de loongerelateerde uitkering op grond
                                    van de Werkloosheidswet gedurende 3,5 jaar recht op een
                                    verlengde uitkering.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De hoogte van de verlengde uitkering, genoemd in het eerste en
                                    tweede lid, is 80% van de berekeningsgrondslag, zolang een
                                    periode van 15 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van
                                    werkloosheid niet is verstreken en vervolgens 70% van de
                                    berekeningsgrondslag.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Op de verlengde uitkering genoemd in dit artikel zijn, voor
                                    zover toepasbaar, de artikelen van dit hoofdstuk van
                                    overeenkomstige toepassing.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Indien recht bestaat op een uitkering op grond van artikel
                                    130h, tweede lid, van de Werkloosheidswet, wordt deze op de
                                    verlengde uitkering in mindering gebracht.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004003213</vet></al><al><vet>Overgangsbepaling: Aanvullende uitkering voor mensen op wie artikel
                            130h, eerste lid, van de Werkloosheidswet van toepassing is</vet></al><al><vet>Artikel 10a:5b</vet></al><al><vet>De bepalingen van hoofdstuk 10a, zoals deze luidden voor 1 augustus
                            2004, blijven gelden voor de betrokkene op wie artikel 130h, eerste lid,
                            van de Werkloosheidswet van toepassing is.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2004003213 </vet></al><al><vet>Beëindiging van het recht op uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 10a:6</vet></al><al><vet>De bepalingen betreffende de gehele of gedeeltelijke beëindiging van
                            het recht op uitkering, vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van
                            toepassing op de aanvullende uitkering.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>Herleving van het recht op uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 10a:7</vet></al><al><vet>De bepalingen betreffende de herleving van het recht op uitkering,
                            vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van toepassing op de aanvullende
                            uitkering.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>Verlenging van het recht op uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 10a:8</vet></al><al><vet>De bepalingen betreffende de verlenging van het recht op uitkering,
                            vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van toepassing op de aanvullende
                            uitkering.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>Verplichtingen en sancties</vet></al><al><vet>Artikel 10a:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het verplichtingen- en sanctieregime van de Werkloosheidswet is
                                    van toepassing op de aanvullende uitkering, met inachtneming van
                                    het in lid 2 gestelde en met dien verstande dat een boete in de
                                    zin van de Werkloosheidswet niet leidt tot een verandering in
                                    het bedrag van de aanvullende uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien een betrokkene ontslagen wordt op grond van artikel 8:4,
                                    nadat hij heeft aangegeven voor dit ontslag in aanmerking te
                                    willen komen en de uitvoeringsinstelling als gevolg hiervan de
                                    uitkering krachtens de Werkloosheidswet als sanctie gedeeltelijk
                                    weigert, kent het college een aanvulling op de aanvullende
                                    uitkering toe zodanig dat de uitkering krachtens de
                                    Werkloosheidswet en de aanvullende uitkering tezamen een bedrag
                                    vormen dat overeenkomt met het bedrag waarop betrokkene recht
                                    zou hebben gehad indien hij niet te kennen zou hebben gegeven
                                    voor ontslag in aanmerking te willen komen.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien een betrokkene ontslagen wordt op grond van artikel 8:4,
                                    nadat hij heeft aangegeven voor dit ontslag in aanmerking te
                                    willen komen en de uitvoeringsinstelling als gevolg hiervan de
                                    uitkering krachtens de Werkloosheidswet geheel weigert, kent het
                                    college een gemeentelijke werkloosheidsuitkering toe, waarvan de
                                    hoogte en de duur overeenkomen met de uitkering krachtens de
                                    Werkloosheidswet waarop de betrokkene recht zou hebben gehad
                                    indien hij niet te kennen zou hebben gegeven voor ontslag in
                                    aanmerking te willen komen. Deze gemeentelijke
                                    werkloosheidsuitkering wordt, indien aan de voorwaarden van
                                    artikel 10a:2 wordt voldaan, aangevuld met een aanvullende
                                    uitkering. Op deze gemeentelijke werkloosheidsuitkering zijn de
                                    bepalingen van de Werkloosheidswet van toepassing. Voor de
                                    toepassing van dit hoofdstuk wordt de gemeentelijke
                                    werkloosheidsuitkering gelijkgesteld aan een uitkering krachtens
                                    de Werkloosheidswet. </vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Anticumulatie</vet></al><al><vet>Artikel 10a:10</vet></al><al><vet>Artikel 35 van de Werkloosheidswet is van toepassing op de aanvullende
                            uitkering.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>Scholing</vet></al><al><vet>Artikel 10a:11</vet></al><al><vet>De bepalingen met betrekking tot opleiding, scholing en onbeloonde
                            activiteiten, vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van toepassing op
                            de aanvullende uitkering.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/</vet></al><al><vet>Aanvulling op ziekengeld</vet></al><al><vet>Artikel 10a:12</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De betrokkene die wegens ziekte verhinderd is om arbeid te
                                    verrichten en dientengevolge een uitkering krachtens de
                                    Ziektewet ontvangt (ziekengeld), heeft, indien hij recht zou
                                    hebben op een aanvullende uitkering in de zin van artikel 10a:2
                                    van dit hoofdstuk als hij niet ziek was geweest, recht op
                                    aanvulling van dat ziekengeld.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het ziekengeld en de in het eerste lid genoemde aanvulling
                                    bedragen tezamen een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat de
                                    betrokkene op grond van artikel 10a:5 zou ontvangen wanneer hij
                                    niet wegens ziekte ongeschikt zou zijn om arbeid te
                                    verrichten.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het verplichtingen- en sanctieregime van de Ziektewet is van
                                    toepassing op de aanvulling op het ziekengeld.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2002004755</vet></al><al><vet>Aanvulling op Waz-uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 10a:12a</vet></al><al><vet>De betrokkene, die in verband met zwangerschap en bevalling recht heeft
                            op een uitkering op grond van de Waz, heeft recht op een aanvulling tot
                            het voor haar geldende dagloon.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2002004755 </vet></al><al><vet>Aanvulling op REA-uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 10a:12b</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De arbeidsgehandicapte betrokkene die werkloos is en
                                    dientengevolge een uitkering krachtens de Werkloosheidswet
                                    ontvangt, kan bij proefplaatsing en scholing bij een nieuwe
                                    werkgever recht hebben op een uitkering op grond van de Wet op
                                    (re)integratie arbeidsgehandicapten. Indien hij recht zou hebben
                                    op een aanvullende uitkering in de zin van artikel 10a:2 van dit
                                    hoofdstuk wanneer hij geen REA-uitkering als hiervoor bedoeld
                                    zou hebben gehad, bestaat er ook in dit geval recht op
                                    aanvulling. </vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De in het eerste lid genoemde aanvulling en de REA-uitkering
                                    bedragen tezamen een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat
                                    betrokkene op grond van artikel 10a:5 zou ontvangen wanneer hij
                                    een WW-uitkering en aanvullende uitkering zou
                                ontvangen.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2004001026</vet></al><al><vet>Uitkering bij overlijden</vet></al><al><vet>Artikel 10a:13</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt in
                                    aanvulling op artikel 35 of artikel 36, eerste lid, Ziektewet
                                    een overlijdensuitkering toegekend, met dien verstande dat het
                                    bedrag van beide uitkeringen tezamen gelijk is aan 100% van het
                                    voor betrokkene geldende dagloon, berekend over een periode van
                                    13 weken. </vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Op de uitkering als bedoeld in dit artikel wordt in mindering
                                    gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
                                    betrekkingen van de betrokkene ter zake van diens overlijden
                                    aanspraak kunnen maken uit hoofde van een andere bepaling in een
                                    gemeentelijke rechtspositieregeling, dan wel krachtens enige
                                    wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte,
                                    arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Grensarbeiders</vet></al><al><vet>Artikel 10a:13a</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De betrokkene, die aansluitend aan zijn arbeidsurenverlies als
                                    betrokkene buiten Nederland woont en in verband met artikel 71,
                                    eerste lid, onderdeel a ii, EG-verordening 1408/71 geen recht op
                                    een WW-uitkering heeft, heeft recht op een aanvullende uitkering
                                    voorzover de omstandigheid dat hij geen recht op WW-uitkering
                                    heeft, uitsluitend wordt veroorzaakt doordat hij buiten
                                    Nederland woont.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De uitkering op grond van dit artikel:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>eindigt niet door de omstandigheid dat de betrokkene
                                            wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid niet beschikbaar
                                            is om arbeid te aanvaarden, indien hij geen recht heeft
                                            op een uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste lid,
                                            onderdeel a, b, of n, WW vanwege het enkele feit dat
                                            zijn verzekering op grond van de daar genoemde wetten is
                                            geëindigd;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>is, indien de betrokkene alsnog of wederom recht krijgt
                                            op een WW-uitkering, niet van invloed op het recht op
                                            bovenwettelijke uitkering dat voor de betrokkene
                                            verbonden is aan dat recht op een
                                        WW-uitkering.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>De uitkering waarop de betrokkene op grond van dit artikel lid
                                    recht heeft, is in hoogte en duur gelijk aan de WW-uitkering en
                                    de aanvullende uitkering waarop de betrokkene recht zou hebben
                                    gehad indien hij in Nederland zou hebben gewoond. </vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien de betrokkene aantoont dat hij recht heeft op een
                                    uitkering wegens ziekte, zwangerschap, bevalling, adoptie of
                                    pleegzorg naar het recht van zijn woonland, wordt die uitkering
                                    voor de toepassing van het derde lid gelijkgesteld met de
                                    overeenkomstige uitkering op grond van de ZW of de Wet arbeid en
                                    zorg. Deze gelijkstelling vindt plaats voor ten hoogste de
                                    maximale duur van de overeenkomstige uitkering op grond van de
                                    ZW of de Wet arbeid en zorg. Zolang deze gelijkstelling duurt is
                                    de uitkering gelijk aan de uitkering op grond van de ZW of de
                                    Wet arbeid en zorg en de aanvullende uitkering waarop de
                                    betrokkene recht zou hebben gehad indien hij in Nederland had
                                    gewoond.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Indien de betrokkene een uitkering wegens werkloosheid, ziekte,
                                    zwangerschap, bevalling, adoptie, pleegzorg of
                                    arbeidsongeschiktheid naar het recht van zijn woonland ontvangt,
                                    wordt deze geheel in mindering gebracht op de uitkering op grond
                                    van dit artikel over dezelfde periode.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Zolang en voorzover de betrokkene tegelijk recht heeft op een
                                    uitkering op grond van dit artikel en een WW-uitkering, een
                                    ZW-uitkering, een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg,
                                    een bovenwettelijke uitkering of een uitkering die daar naar
                                    aard en strekking mee overeenkomt, niet zijnde een uitkering
                                    naar het recht van zijn woonland, heeft de uitkering op grond
                                    van dit artikel het karakter van een aanvulling tot de hoogte
                                    die de uitkering op grond van dit artikel zonder de samenloop
                                    zou hebben. Hierbij wordt de wettelijke uitkering geacht
                                    onverminderd te zijn ontvangen indien deze op grond van enige
                                    wettelijke bepaling geheel of gedeeltelijk is geweigerd, dan wel
                                    niet of niet geheel is betaald.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001026</vet></al><al><vet>§ 3. Aansluitende uitkering</vet></al><al><vet>Diensttijd</vet></al><al><vet>Artikel 10a:14</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In deze paragraaf wordt verstaan onder 'diensttijd': de aan het
                                    ontslag voorafgaande in overheidsdienst doorgebrachte tijd
                                    waaraan het deelnemerschap in de zin van het pensioenreglement
                                    is verbonden, alsmede tijd die door inkoop voor pensioen geldig
                                    zou zijn verklaard.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Onder diensttijd bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan
                                    de tijd doorgebracht in de betrekking waaruit de werkloosheid is
                                    ontstaan, indien aan die tijd op grond van de Regeling beperking
                                    van het zijn van overheidswerknemer in de zin van de wet
                                    Privatisering ABP (Stc. 1997, 164) het ambtenaarschap in de zin
                                    van evengenoemde regeling niet is verbonden.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid
                                    blijft buiten beschouwing:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>diensttijd liggende vóór een onderbreking van meer dan
                                            een jaar;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de
                                            berekening van de duur van een eerder toegekend
                                            wachtgeld, een daarmee gelijk te stellen uitkering
                                            wegens onvrijwillige werkloosheid of een bovenwettelijke
                                            uitkering wegens onvrijwillige werkloosheid ten laste
                                            van de overheid;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de
                                            berekening van een pensioen krachtens het
                                            pensioenreglement dan wel voorafgaat aan een ontslag
                                            verleend op grond van artikel 8:3 van deze regeling of
                                            een soortgelijke bepaling in een andere
                                            overheidsregeling;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>tijd, bedoeld in artikelen 5.3, 5.4 en 5.5 van het
                                            pensioenreglement;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>tijd in een aangehouden betrekking, dan wel in een
                                            betrekking welke de betrokkene had kunnen aanhouden,
                                            doch uit welke hij vrijwillig werkloos is geworden met
                                            ingang van de datum waarop de uitkering krachtens de
                                            Werkloosheidswet ingaat.</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601047</vet></al><al><vet>Voorwaarden voor recht op uitkering/samenloop met suppletie</vet></al><al><vet>Artikel 10a:15</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Recht op een aansluitende uitkering heeft de betrokkene
                                    die:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>recht heeft op een uitkering krachtens de artikelen 15
                                            tot en met 21 van de Werkloosheidswet en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>werkloos is als gevolg van een ontslag op grond van
                                            artikel 8:4, 8:5, 8:6 of 8:8, met inachtneming van het
                                            derde lid.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Eveneens recht op een aansluitende uitkering heeft de
                                    betrokkene die door het college op basis van artikel 10a:9 derde
                                    lid een gemeentelijke werkloosheidsuitkering is
                                toegekend.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>In afwijking van het eerste lid biedt ontslag op basis van
                                    artikel 8:6 slechts aanspraken op een aansluitende uitkering
                                    indien gebruik is gemaakt van de mogelijkheid die artikel 8:6,
                                    derde lid, laatste volzin biedt.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het recht op de aansluitende uitkering ontstaat op de eerste
                                    dag van de werkloosheid, waarbij de aansluitende uitkering
                                    ingaat zodra de geldende uitkeringsduur van de loongerelateerde
                                    uitkering krachtens de Werkloosheidswet is
                                verstreken.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Voor degene op wie artikel 10a:5a van toepassing is, ontstaat
                                    het recht op de aansluitende uitkering op de eerste
                                    werkloosheidsdag, waarbij de aansluitende uitkering ingaat zodra
                                    de geldende uitkeringsduur van de verlengde uitkering is
                                    verstreken. </vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Voor degene op wie artikel 130h, eerste lid, van de
                                    Werkloosheidswet van toepassing is, ontstaat het recht op de
                                    aansluitende uitkering op de eerste werkloosheidsdag, waarbij de
                                    aansluitende uitkering ingaat zodra de geldende uitkeringsduur
                                    van uitkering krachtens de Werkloosheidswet is
                                verstreken.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Het recht op een aansluitende uitkering komt niet tot
                                    uitbetaling indien en voor zolang de betrokkene ter zake van
                                    eenzelfde ontslag recht heeft op suppletie, als bedoeld in
                                    hoofdstuk 11a van de CAR.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>De betrokkene, die terzake van een ontslag wegens
                                    ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte
                                    als bedoeld in artikel 8:5 recht heeft op een WAO-uitkering,
                                    berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, heeft
                                    recht op een aansluitende uitkering, berekend naar de duur, als
                                    bepaald in artikel 10a:16, derde lid, op het moment dat de mate
                                    van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt
                                    vastgesteld dan 80% en hij om die reden recht heeft op een
                                    uitkering krachtens de Werkloosheidswet. </vet></al></li><li nr="9."><al><vet>Indien de WAO-uitkering, als bedoeld in het achtste lid, is
                                    ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen, wordt het recht op
                                    de aansluitende uitkering toegerekend aan de dienstbetrekking
                                    ter zake waarvan hij betrokkene is, naar rato van de feitelijk
                                    genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende
                                    dienstbetrekkingen.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: Marz/CvA/U200601213 en MARZ/CvA/U200601371</vet></al><al><vet>Duur van de uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 10a:16</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De duur van de aansluitende uitkering wordt vastgesteld op drie
                                    maanden, vermeerderd voor de betrokkene:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar nog
                                            niet heeft bereikt met een duur gelijk aan 18% van de
                                            diensttijd;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur
                                            van 19,5% van de diensttijd en zo vervolgens per
                                            leeftijdsjaar opklimmende met 1,5%.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>De in het eerste lid berekende duur wordt verminderd
                                met:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de duur van de uitkering krachtens de Werkloosheidswet,
                                            zoals deze is vastgesteld op de eerste dag van de
                                            werkloosheid en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>twee jaar.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Ter bepaling van de duur van de aansluitende uitkering voor
                                    betrokkene, genoemd in artikel 10a:15, achtste lid, wordt
                                    uitgegaan van de datum van het ontslag.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De betrokkene die op het tijdstip van ontslag de leeftijd van
                                    55 jaren of ouder heeft bereikt, heeft recht op een aansluitende
                                    uitkering tot de eerste dag waarop hij de AOW-gerechtigde
                                    leeftijd bereikt.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: U200601213 en U201001917 en U201200194</vet></al><al><vet>Overgangsbepaling: Aansluitende uitkering voor mensen die tussen 11
                            augustus 2003 en 1 augustus 2004 werkloos zijn geworden</vet></al><al><vet>Artikel 10a:16a</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De duur van de aansluitende uitkering voor de betrokkene die
                                    recht heeft op een aansluitende uitkering, die op of na 11
                                    augustus 2003 maar voor 1 augustus 2004 werkloos is geworden,
                                    wordt vastgesteld op drie maanden, vermeerderd voor de
                                    betrokkene: </vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar nog
                                            niet heeft bereikt met een duur gelijk aan 18% van de
                                            diensttijd;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur
                                            van 19,5% van de diensttijd en zo vervolgens per
                                            leeftijdsjaar opklimmende met 1,5% en wordt verminderd
                                            met de duur van de loongerelateerde uitkering krachtens
                                            de Werkloosheidswet, zoals deze is vastgesteld op de
                                            eerste dag van de werkloosheid en de duur van de
                                            verlengde uitkering genoemd in artikel
                                        10a:5a.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>De betrokkene die recht heeft op een aansluitende uitkering,
                                    die op of na 11 augustus 2003 maar voor 1 augustus 2004 werkloos
                                    is geworden en die op de eerste dag van werkloosheid de leeftijd
                                    van 55 jaren of ouder heeft bereikt, heeft recht op een
                                    aansluitende uitkering tot de eerste dag van de kalendermaand,
                                    volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
                                    Een uitkering op basis van de Algemene Ouderdomswet wordt in
                                    mindering gebracht op de aansluitende uitkering.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Op de aanvullende uitkering genoemd in dit artikel zijn, voor
                                    zover toepasbaar, de artikelen van dit hoofdstuk van
                                    overeenkomstige toepassing. </vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien recht bestaat op een uitkering op grond van artikel
                                    130h, tweede lid, van de Werkloosheidswet, wordt deze op de
                                    aansluitende uitkering in mindering gebracht.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004003213</vet></al><al><vet>Overgangsbepaling: Aansluitende uitkering voor mensen op wie artikel
                            130h, eerste lid, van de Werkloosheidswet van toepassing is</vet></al><al><vet>Artikel 10a:16b</vet></al><al><vet>De bepalingen van hoofdstuk 10a, zoals deze luidden voor 1 augustus
                            2004, blijven gelden voor de betrokkene op wie artikel 130h, eerste lid,
                            van de Werkloosheidswet van toepassing is.</vet></al><al><vet> briefnummer: CvA/2004003213 </vet></al><al><vet>Hoogte van de uitkering: berekeningsgrondslag</vet></al><al><vet>Artikel 10a:17</vet></al><al><vet>Artikel 10a:3 is van toepassing op de aansluitende
                        uitkering.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>Hoogte van de uitkering: indexering</vet></al><al><vet>Artikel 10a:18</vet></al><al><vet>Artikel 10a:4 is van toepassing op de aansluitende
                        uitkering.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>Hoogte van de uitkering: bedrag</vet></al><al><vet>Artikel 10a:19</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De aansluitende uitkering bedraagt 80% van de
                                    berekeningsgrondslag, zolang een periode van 15 maanden te
                                    rekenen vanaf de eerste dag van werkloosheid nog niet is
                                    verstreken en vervolgens 70% van de
                                berekeningsgrondslag.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ter bepaling van de hoogte van de aansluitende uitkering, als
                                    bedoeld in artikel 10a:15, achtste lid, wordt uitgegaan van de
                                    datum van ontslag.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien recht bestaat op een uitkering op grond van artikel
                                    130h, tweede lid, van de Werkloosheidswet, wordt deze op de
                                    aansluitende uitkering in mindering gebracht.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: Marz/CvA/U200601213</vet></al><al><vet>Beëindiging van het recht op uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 10a:20</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De bepalingen in de Werkloosheidswet betreffende de gehele of
                                    gedeeltelijke beëindiging van het recht op vervolguitkering zijn
                                    van overeenkomstige toepassing op de aansluitende
                                    uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>In afwijking van het gestelde in lid 1 eindigt het recht op
                                    aansluitende uitkering niet in geval van ongeschiktheid tot het
                                    verrichten van arbeid wegens ziekte en er geen aanspraak bestaat
                                    op een uitkering krachtens de Ziektewet.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het in het eerste lid gestelde geldt niet in het geval het
                                    recht op uitkering krachtens artikel 20, lid 1, onderdeel e van
                                    de Werkloosheidswet zou worden beëindigd wegens het verstrijken
                                    van de uitkeringsduur. In dat geval eindigt het recht op
                                    uitkering na het verstrijken van de uitkeringsduur van de
                                    aansluitende uitkering, berekend overeenkomstig artikel
                                    10a:16.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Nawerking Ziektewet en Waz</vet></al><al><vet>Artikel 10a:20a</vet></al><al><vet>Indien er op grond van de Ziektewet dan wel op grond van de Waz na
                            aanvang van de aansluitende uitkering recht ontstaat op een uitkering
                            krachtens de Ziektewet, respectievelijk de Waz, wordt deze uitkering in
                            mindering gebracht op de aansluitende uitkering.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2002004755</vet></al><al><vet>Herleving van het recht op uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 10a:21</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De bepalingen in de Werkloosheidswet betreffende de herleving
                                    van het recht op uitkering zijn van overeenkomstige toepassing
                                    op de aansluitende uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Artikel 43 van de Werkloosheidswet en artikel 50 van de
                                    Werkloosheidswet, zoals deze luidde voor inwerkingtreding van de
                                    wet van 19 december 2003, Stb. 2003, 546, met betrekking tot de
                                    verlenging van het recht op uitkering krachtens de
                                    Werkloosheidswet zijn niet van overeenkomstige toepassing op de
                                    aansluitende uitkering.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2004003213</vet></al><al><vet>Verplichtingen en sancties</vet></al><al><vet>Artikel 10a:22</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het verplichtingen- en sanctieregime van de Werkloosheidswet is
                                    van overeenkomstige toepassing op de aansluitende
                                    uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Tijdens ziekte is het verplichtingen- en sanctieregime van de
                                    Ziektewet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende
                                    uitkering.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Anticumulatie</vet></al><al><vet>Artikel 10a:23</vet></al><al><vet>Artikel 35 van de Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing op
                            de aansluitende uitkering.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>Scholing</vet></al><al><vet>Artikel 10a:24</vet></al><al><vet>De bepalingen met betrekking tot opleiding, scholing en onbeloonde
                            activiteiten, vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van
                            overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>Uitkering bij overlijden</vet></al><al><vet>Artikel 10a:25</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt in
                                    onder overeenkomstige toepassing van artikel 35 of artikel 36,
                                    eerste Lid, Ziektewet een overlijdensuitkering toegekend, met
                                    dien verstande dat het bedrag van beide uitkeringen tezamen
                                    gelijk is aan 100% van het voor betrokkene geldende dagloon,
                                    berekend over een periode van 13 weken.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Op de uitkering als bedoeld in dit artikel wordt in mindering
                                    gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
                                    betrekkingen van de betrokkene ter zake van diens overlijden
                                    aanspraak kunnen maken uit hoofde van een andere bepaling in een
                                    gemeentelijke rechtspositieregeling, dan wel krachtens enige
                                    wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Grensarbeiders</vet></al><al><vet>Artikel 10a:25a</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Na het verstrijken van de duur van een uitkering op grond van
                                    artikel 10a:13a heeft de betrokkene recht op de aansluitende
                                    uitkering waarop hij recht zou hebben gehad als hij in Nederland
                                    zou hebben gewoond.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Op de uitkering op grond van dit artikel is artikel 10a:13a,
                                    tweede, vijfde en zesde lid, van overeenkomstige
                                    toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2004001026</vet></al><al><vet>§ 4. Bovenwettelijke reïntegratiemaatregelen</vet></al><al><vet>Regeling tegemoetkoming verhuiskosten</vet></al><al><vet>Artikel 10a:26</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Aan de betrokkene die elders arbeid of een bedrijf ter hand
                                    gaat nemen en recht heeft of zou krijgen op een bovenwettelijke
                                    werkloosheidsuitkering indien hij geen betrekking zou hebben
                                    aanvaard of bedrijf ter hand zou hebben genomen, kan op zijn
                                    aanvraag een vergoeding van € 2.270,- worden toegekend als
                                    tegemoetkoming in de kosten van een daartoe noodzakelijke
                                    verhuizing.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de betrokkene uit anderen hoofde eveneens een
                                    tegemoetkoming in de verhuiskosten krijgt, wordt deze vergoeding
                                    op de in het eerste lid genoemde tegemoetkoming in mindering
                                    gebracht.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2001002801</vet></al><al><vet>Artikel 10a:27</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Om voor een verhuiskostenvergoeding op basis van artikel 10a:26
                                    in aanmerking te komen dient de
                                uitkeringsgerechtigde:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de werkloosheid door het ter hand nemen van arbeid of
                                            bedrijf met tenminste 50% met een minimum van vijf uur
                                            te verminderen;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>te verhuizen binnen zes maanden na de vermindering van
                                            de werkloosheid, doch uiterlijk drie maanden voor de
                                            oorspronkelijk vastgestelde beëindigingsdatum van de
                                            uitkeringsperiode; </vet></al></li><li nr="c."><al><vet>arbeid te aanvaarden voor onbepaalde tijd of voor
                                            bepaalde tijd met een duur van minimaal één jaar,
                                            blijkend uit de overlegging van het
                                            arbeidscontract;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>zich binnen een afstand van 25 kilometer van de
                                            standplaats van de nieuwe arbeid te vestigen, terwijl de
                                            afstand tussen deze standplaats en de oude woning
                                            tenminste 50 kilometer moet bedragen;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>schriftelijk te melden of hij een vergoeding uit
                                            anderen hoofde ontvangt en te verklaren dat hij geen
                                            bezwaar heeft als de uitvoeringsinstelling bij de nieuwe
                                            werkgever deze melding verifieert en de
                                            uitvoeringsinstelling vaststelt dat de
                                            uitkeringsgerechtigde is verhuisd.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Het recht op de tegemoetkoming in de verhuiskosten ontstaat
                                    eerst als vaststaat dat de uitkeringsgerechtigde daadwerkelijk
                                    is verhuisd.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Reïntegratietoeslag</vet></al><al><vet>Artikel 10a:28</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Betrokkene heeft op aanvraag recht op een reïntegratietoeslag
                                    indien:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>hij een dienstbetrekking in de zin van de
                                            Werkloosheidswet aanvaardt en </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>het dagloon verbonden aan de nieuwe dienstbetrekking
                                            lager is dan 90% van de in artikel 10a:3 genoemde
                                            berekeningsgrondslag, met inachtneming van het tweede
                                            lid.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>De reïntegratietoeslag dient binnen 10 weken nadat de nieuwe
                                    dienstbetrekking is aanvaard te worden aangevraagd bij het
                                    college. </vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien de omvang in uren van de nieuwe dienstbetrekking kleiner
                                    is dan de omvang van de oude betrekking, heeft betrokkene recht
                                    op een reïntegratietoeslag, mits het dagloon omgerekend naar de
                                    omvang van de oude betrekking lager is dan 90% van de in artikel
                                    10a:3 genoemde berekeningsgrondslag.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien de in het eerste lid genoemde dienstbetrekking van
                                    tijdelijke aard is, dient zij voor de duur van minimaal één jaar
                                    te zijn overeengekomen.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>In gevallen waarin artikel 35 van de Werkloosheidswet of
                                    artikel 10a:32 van de CAR van toepassing is, is er geen recht op
                                    de in het eerste lid genoemde reïntegratietoeslag.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Artikel 10a:29</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De duur van de reïntegratietoeslag is negen maanden voor elk
                                    vol jaar dat de betrokkene nog recht zou hebben op een
                                    aanvullende en/of aansluitende uitkering indien betrokkene de
                                    nieuwe betrekking niet zou hebben verkregen.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor de bepaling van de duur van de reïntegratietoeslag op
                                    basis van het eerste lid wordt het aantal jaren dat de
                                    betrokkene nog recht zou hebben op een bovenwettelijke uitkering
                                    op hele jaren naar beneden afgerond.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Artikel 10a:30</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De reïntegratietoeslag wordt beëindigd:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>indien de voor betrokkene berekende duur is verstreken;
                                        </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>indien betrokkene geheel werkloos wordt in de nieuwe
                                            betrekking;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>indien de inkomsten uit de nieuwe betrekking gedurende
                                            drie maanden het in artikel 10a:31 opgenomen niveau van
                                            de reïntegratietoeslag te boven zijn gegaan.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Onder gehele werkloosheid in de zin van het eerste lid,
                                    onderdeel b wordt de situatie verstaan waarin de betrokkene die
                                    in de nieuwe betrekking per kalenderweek:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>ten minste acht uren werkte zoveel arbeidsuren per
                                            kalendenveek heeft verloren dat er minder dan vijf
                                            arbeidsuren resteren of </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>minder dan acht uren werkte zoveel arbeidsuren per
                                            kalenderweek heeft verloren dat er minder dan de helft
                                            van de arbeidsuren resteren.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Indien betrokkene gedeeltelijk werkloos wordt in de nieuwe
                                    betrekking, blijft de reïntegratietoeslag gelden voor die uren
                                    waarvoor betrokkene nog werkzaamheden verricht. De toeslag wordt
                                    dan naar rato uitgekeerd.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De uitkeringsgerechtigde dient aan het einde van elke maand een
                                    overzicht te verschaffen van de inkomsten uit de nieuwe
                                    dienstbetrekking die hij in die maand heeft genoten. Op basis
                                    van dit overzicht wordt bepaald of er een recht op een
                                    reïntegratietoeslag is en zo ja, hoe hoog die toeslag dient te
                                    zijn.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Indien het recht op reïntegratietoeslag op grond van het eerste
                                    lid, onderdeel c is beëindigd, kan dit recht niet meer
                                    herleven.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Artikel 10a:31</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De reïntegratietoeslag vult de inkomsten uit de nieuwe
                                    betrekking aan tot 90% van de in artikel 10a:3 genoemde
                                    berekeningsgrondslag.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel
                                    10a:28, derde lid, vult de reïntegratietoeslag de inkomsten uit
                                    de nieuwe betrekking, omgerekend naar de omvang van de oude
                                    betrekking, naar rato aan tot 90% van de in artikel 10a:3
                                    genoemde berekeningsgrondslag.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Reïntegratiepremie</vet></al><al><vet>Artikel 10a:32</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Op verzoek van de betrokkene kan een reïntegratiepremie worden
                                    toegekend indien:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>betrokkene een aanvullende en/of aansluitende uitkering
                                            wegens werkloosheid geniet en </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>hij arbeid voor onbepaalde tijd ter hand gaat nemen of
                                            bedrijf gaat uitoefenen, waardoor de werkloosheid
                                            volledig wordt opgeheven.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Het verzoek tot toekenning van de reïntegratiepremie dient
                                    uiterlijk 10 weken na beëindiging van de uitkering op basis van
                                    de Werkloosheidswet door betrokkene te worden
                                ingediend.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Toekenning van een reïntegratiepremie is alleen mogelijk indien
                                    het verzoek betrekking heeft op de gehele bovenwettelijke
                                    uitkering.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien op verzoek van betrokkene een reïntegratiepremie wordt
                                    toegekend, wordt het recht op een maandelijks te betalen
                                    bovenwettelijke uitkering door het recht op een bedrag ineens
                                    vervangen en vervallen daarmee de opgebouwde rechten van
                                    betrokkene op een bovenwettelijke uitkering. De artikelen 10a:7,
                                    10a:8 en 10a:21 zijn dan niet van toepassing.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Indien het recht op de aanvullende en/of aansluitende uitkering
                                    wegens werkloosheid krachtens artikel 10a:7 of artikel 10a:21
                                    herleeft voordat een besluit over het verzoek van betrokkene
                                    omtrent de toekenning van een reïntegratiepremie genomen is,
                                    wordt negatief besloten op dit verzoek.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Artikel 10a:33</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De berekeningsgrondslag van de reïntegratiepremie is de som van
                                    de maandelijkse aanspraken op bovenwettelijke uitkering waarop
                                    betrokkene nog recht zou hebben gehad, indien hij geen nieuwe
                                    dienstbetrekking had aanvaard en gedurende de gehele resterende
                                    periode waarin hij nog aanspraak zou hebben gehad op
                                    bovenwettelijke uitkering in dezelfde mate werkloos zou zijn
                                    gebleven als dat hij is op de dag voorafgaande aan de
                                    indiensttreding bij de nieuwe werkgever.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor de toekenning van een reïntegratiepremie wordt uitgegaan
                                    van de berekeningsbasis op grond van het eerste lid zoals die op
                                    de datum van toekenning van de premie wordt
                                vastgesteld.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Op basis van de Werkloosheidswet opgelegde sancties hebben geen
                                    invloed op de berekeningsbasis van de
                                reïntegratiepremie.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Artikel 10a:34</vet></al><al><vet>De reïntegratiepremie bedraagt 5% van de in artikel 10a:33 genoemde
                            berekeningsgrondslag, met als maximum een bedrag van 130 maal het
                            dagloon van de betrokkene.</vet></al><al><vet> briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>§ 5. Overgangsbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 10a:35</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2002004194</vet></al><al><vet>Overige en slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 10a:36</vet></al><al><vet>Indien het niveau van de uitkering krachtens de Werkloosheidswet een
                            algemene neerwaartse wijziging ondergaat, wordt deze neerwaartse
                            wijziging, tenzij de LOGApartners anders overeenkomen, binnen zes
                            maanden na datum van het Staatsblad, waarin de maatregel is
                            gepubliceerd, op overeenkomstige wijze ten aanzien van de aanvullende en
                            aansluitende uitkering doorgevoerd vanaf de in het Staatsblad vermelde
                            datum van inwerkingtreding van bedoelde maatregel, doch niet eerder dan
                            zes maanden na de datum van het Staatsblad.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>Artikel 10a:37</vet></al><al><vet>Dit hoofdstuk treedt in werking met ingang van 1 januari
                        2001.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977 </vet></al><al><vet>Slotbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 10a:38</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Hoofdstuk 10a is niet van toepassing op de ambtenaar die op of na 1
                                juli 2008 wordt ontslagen.</al></li><li nr="2."><al>Bij verwijzingen in dit hoofdstuk naar artikelen uit de CAR en UWO
                                moet, voor zover niet anders is bepaald, worden uitgegaan van de
                                tekst van deze artikelen, zoals deze luidden op 30 juni 2008.</al></li></lijst><al> Briefnummer: U200800330</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>10d VAN WERK NAAR WERK-AANPAK EN VOORZIENINGEN BIJ
                        WERKLOOSHEID</vet></al><al><vet>§ 1 Werkingssfeer en begripsbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 10d:1 Werkingssfeer</vet></al><al><vet>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die als gevolg van een
                            organisatieverandering boventallig is geworden of op grond van artikel
                            8:5, 8:6 of 8:8 ontslagen wordt en de ambtenaar die op grond van artikel
                            8:3, 8:5, 8:6 of 8:8 ontslagen is.</vet></al><al>Briefnummer: U200800330 deel 1 en deel 2 en U200800798 en U200801115 en
                        U200801544 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:2 Begripsbepalingen</vet></al><al><vet>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>aanvullende uitkering: uitkering tijdens de
                                    werkloosheidsuitkering;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>bezoldiging: het gemiddelde van de bezoldiging als bedoeld in
                                    artikel 3:1, berekend over een periode van 12 maanden direct
                                    voorafgaand aan de start van de re-integratiefase of de start
                                    van het Van werk naar werk-traject, vermeerderd met de
                                    vakantietoelage en de eindejaarsuitkering; deze wordt
                                    geïndexeerd met de generieke salarisverhoging in de
                                    gemeentelijke sector;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>gemeentelijke sector: de gemeenten en gemeenschappelijke
                                    regelingen, die de CAR vantoepassing hebben
                                verklaard;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>boventalligheid: de situatie dat een ambtenaar wegens
                                    reorganisatie niet kan terugkeren in de formatie na de
                                    reorganisatie;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>na-wettelijke uitkering: de uitkerig na afloop van de
                                    werkloosheidsuitkering;</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>werkloosheid: werkloosheid als bedoeld in de Werkloosheidswet,
                                    waarbij het arbeidsurenverlies voortvloeit uit de beëindiging
                                    van de aanstelling of arbeidsovereenkomst bij de
                                gemeente;</vet></al></li><li nr="g."><al><vet>werkloosheidsuitkering: uitkering op grond van de
                                    Werkloosheidswet, welke uitkering voortvloeit uit de aanstelling
                                    of arbeidsovereenkomst met de gemeente.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummers: U200800330_deel1, U200800330_deel2, U200801112,
                        U201300008</al><al><vet>§ 2 Samenloop met lokale afspraken</vet></al><al><vet>Artikel 10d:3 Samenloop met lokale afspraken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er kunnen lokaal aanvullende afspraken worden gemaakt op de
                                bepalingen in dit hoofdstuk.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer voor 26 juni 2012 lokaal andere afspraken zijn
                                overeengekomen, dan die in dit hoofdstuk zijn gesteld, bespreken
                                college en vakorganisaties in de Commissie voor Georganiseerd
                                Overleg wanneer tot herziening zal worden overgegaan van deze lokale
                                afspraken.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al><al><vet>§ 3 Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</vet></al><al><vet>Artikel 10d:4 Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Voor de ambtenaar die op grond van artikel 8:8 ontslagen wordt,
                                    treft het college een passende regeling.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar wordt over de inhoud van de regeling voorafgaand
                                    door het college gehoord.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het college betrekt bij de vaststelling van de regeling de
                                    inhoud van de paragraaf over aanvullende uitkering bij ontslag
                                    uit dit hoofdstuk, voor zover dit redelijk en billijk
                                is.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al><al><vet>§ 4 Procedure van re-integratie bij ontslag op grond van onbekwaamheid
                            of ongeschiktheid (art 8:6)</vet></al><al><vet>Artikel 10d:5 Begripsbepalingen</vet></al><al><vet>Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>re-integratiefase: de fase voorafgaand aan ontslag, waarin door
                                    middel van een reintegratieplan afspraken worden gemaakt over de
                                    wijze waarop de re-integratie van de ambtenaar het best tot
                                    stand kan komen en hieraan uitvoering wordt gegeven met als
                                    doelwerkloosheid zoveel als mogelijk te voorkomen;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>re-integratieplan: het plan van aanpak waarin de
                                    re-integratie-inspanningen van gemeente en de ambtenaar
                                    beschreven staan, die tot doel hebben de re-integratie van de
                                    ambtenaar te bevorderen.</vet></al></li></lijst><al>Ledenbrief: U200800330 en U200801544</al><al><vet>Artikel 10d:6 Re-ïntegratiefase voor ontslag</vet></al><al><vet>1. De ambtenaar die ontslagen wordt op grond van artikel 8:6 heeft
                            recht op een reintegratiefase.</vet><vet> 2. De re-integratiefase begint
                            met een besluit tot ontslag op grond van artikel 8:6.</vet><vet> 3. De
                            re-integratiefase gaat in op de eerste werkdag na verzending of
                            overhandiging van het</vet><vet> besluit tot ontslag.</vet><vet> 4. De
                            re-integratiefase is afhankelijk van de duur van het dienstverband bij
                            de gemeente,waaruit ontslag plaatsvindt. Hierbij wordt de duur van het
                            dienstverband</vet><vet> gerekend vanaf de datum van indiensttreding bij
                            de gemeente, waaruit ontslag plaatsvindt, tot de datum van de start van
                            de re-integratiefase.</vet><vet> 5. De duur van de re-integratiefase
                            bedraagt bij een dienstverband van:</vet><vet> a. 2 tot 10 jaar 4
                            maanden</vet><vet> b. 10 tot 15 jaar 8 maanden</vet><vet> c. 15 jaar of
                            meer 12 maanden.</vet></al><al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:7 Einde re-integratiefase</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De re-integratiefase eindigt eerder dan na afloop van de voor
                                    de ambtenaar geldende termijn, indien de ambtenaar voor het
                                    aflopen van deze fase al dan niet in deeltijd een andere functie
                                    binnen of buiten de gemeente aanvaardt.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De re-integratiefase eindigt eerder en het ontslag op grond van
                                    artikel 8:6 gaat direct in, indien de ambtenaar zich tijdens de
                                    re-integratiefase niet houdt aan de afspraken uit het
                                    re-integratieplan.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien de re-integratiefase eerder eindigt om de in het tweede
                                    lid genoemde reden, vervallen de rechten op een aanvullende
                                    uitkering en een na-wettelijke uitkering.</vet></al></li></lijst><al>Ledenbrief: U200800330 en U200801112 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De re-integratiefase wordt verlengd wanneer het college zich
                                    tijdens de re-integratiefase niet houdt aan de afspraken uit het
                                    re-integratieplan.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De verlenging duurt minimaal een maand en maximaal de helft van
                                    de oorspronkelijke reintegratiefase.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Tijdens de verlengde re-integratiefase herstelt het college de
                                    nalatigheid naar de mate waarin dat mogelijk is.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Tijdens de verlengde re-integratiefase blijven de gemaakte
                                    afspraken uit het reintegratieplan van kracht.</vet></al></li></lijst><al>Ledenbrief: U200800330 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:9 Verlenging re-integratiefase door middel van
                            levensloop</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar kan het college verzoeken de re-integratiefase met
                                    maximaal 12 maanden te verlengen door gebruik te maken van de
                                    mogelijkheid van onbetaald verlof als bedoeld in artikel
                                    6:9.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college stemt alleen in met het verzoek indien de ambtenaar
                                    tijdens de reintegratiefase redelijkerwijs niet heeft kunnen
                                    voldoen aan zijn re-integratieverplichtingen en
                                indien:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>onbetaald verlof wordt opgenomen voor de volledige
                                            arbeidsduur; en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de ambtenaar tijdens het onbetaald verlof
                                            levenslooptegoed opneemt op grond van de gemeentelijke
                                            levensloopregeling; en</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>tijdens de verlengde re-integratiefase activiteiten
                                            worden ondernomen of voortgezet die de re-integratie
                                            bevorderen.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Het college en de ambtenaar maken nadere afspraken over de
                                    voorwaarden waaronder de inspanningen van het college en de
                                    ambtenaar, zoals deze zijn neergelegd in het reintegratieplan,
                                    tijdens de verlenging van de re-integratiefase worden
                                    voortgezet.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Artikel 10d:7 is tijdens de verlenging van de re-integratiefase
                                    van overeenkomstige toepassing.</vet></al></li></lijst><al>Ledenbrief: U200800330 en U200801112 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:10 Re-integratieplan</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college stelt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen een
                                    maand na aanvang van de re-integratiefase een re-integratieplan
                                    op.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar wordt over de inhoud van het plan voorafgaand door
                                    het college gehoord.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>In het re-integratieplan worden afspraken opgenomen over de
                                    re-integratie-inspanningen die van het college en de ambtenaar
                                    verlangd worden. In het re-integratieplan staan in ieder geval
                                    afspraken over:</vet></al><lijst><li nr="o"><al><vet>verlof, voor zover dat nodig is, voor activiteiten die
                                            neergelegd zijn in het reintegratieplan;</vet></al></li><li nr="o"><al><vet>scholing, indien die gevolgd gaat worden, welke
                                            scholing, het begin van die scholing, het einde van die
                                            scholing, de betaling en de te behalen
                                        resultaten;</vet></al></li><li nr="o"><al><vet>opstellen arbeidsmarktprofiel;</vet></al></li><li nr="o"><al><vet>sollicitatieactiviteiten.</vet></al></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>In het re-integratieplan worden afspraken gemaakt over de
                                    kosten voor de verschillende activiteiten uit het
                                    re-integratieplan. De kosten voor de activiteiten uit het
                                    re-integratieplan komen, mits redelijk en billijk, volledig voor
                                    rekening van het college, met een maximum van €
                                7.500,=.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer U200800330 en U201300008</al><al><vet>§ 5 Van werk naar werk-begeleiding bij boventalligheid</vet></al><al><vet>Artikel 10d:11 Toepassingsbereik</vet></al><al><vet>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die door het college
                            boventallig wordt verklaard, en die op de datum waarop deze
                            boventalligheid ingaat, een dienstverband van tenminste twee jaar heeft
                            bij de betreffende gemeente.</vet></al><al>Briefnummer: U200800330 en, U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:12 Duur van een Van werk naar werk-traject</vet></al><al><vet>De boventallig verklaarde ambtenaar heeft recht op een Van werk naar
                            werk-traject dat maximaal twee jaar duurt, tenzij het college besluit
                            tot verlenging op grond van artikel 10d:20 en artikel 10d:22.</vet></al><al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:13 Inspanningsverplichting</vet></al><al><vet>In het Van werk naar werk-traject leveren zowel de boventallig
                            verklaarde ambtenaar als het college een actieve bijdrage aan de
                            uitvoering van het Van werk naar werk-traject. De Van werk naar
                            werk-inspanningen zijn gericht op plaatsing van de ambtenaar in een
                            passende dan wel geschikte functie, of aanvaarding door de ambtenaar van
                            een functie buiten de gemeente.</vet></al><al>Briefnummer : U200800330 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:14 Start Van werk naar werk-traject</vet></al><al><vet>Het Van werk naar werk-traject start op de dag waarop het besluit tot
                            boventalligverklaring in werking is getreden.</vet></al><al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al><al><vet>Inhoud Van werk naar werk-traject</vet></al><al><vet>Artikel 10d:15 Van werk naar werk-onderzoek</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Om richting te geven aan het Van werk naar werk-traject
                                    onderzoeken college en ambtenaar gezamenlijk de wensen en
                                    ontwikkelingsmogelijkheden van de ambtenaar, binnen en buiten de
                                    gemeente. Hierbij worden tevens de kansen van de ambtenaar op de
                                    regionale arbeidsmarkt onderzocht.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Bij het in het eerste lid bedoelde onderzoek kan een
                                    gecertificeerd loopbaanadviseur worden ingeschakeld.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het Van werk naar werk-onderzoek kan van start gaan vóór de
                                    datum waarop het Van werk naar werk-traject begint en is
                                    uiterlijk binnen een maand na die datum afgerond.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer U200800330 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:16 Van werk naar werk-contract</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Binnen drie maanden na afronding van het Van werk naar
                                    werk-onderzoek stellen college en ambtenaar een Van werk naar
                                    werk-contract op.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het in het eerste lid bedoelde contract bevat de doelen, de
                                    voorzieningen die nodig zijn om deze doelen te bereiken, nadere
                                    afspraken en daaraan verbonden termijnen.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Afspraken kunnen worden gemaakt over:</vet></al><lijst><li nr="o"><al><vet>het al dan niet toekennen van professionele begeleiding
                                            en de tijdsduur daarvan;</vet></al></li><li nr="o"><al><vet>het al dan niet elders opdoen van
                                        werkervaring;</vet></al></li><li nr="o"><al><vet>de werkzaamheden die de ambtenaar gedurende het Van
                                            werk naar werk-traject verricht;</vet></al></li><li nr="o"><al><vet>het al dan niet volgen van een opleiding en het
                                            daarvoor beschikbare budget;</vet></al></li><li nr="o"><al><vet>eventuele beperkingen van de ambtenaar, die zijn
                                            gebleken uit het Van werk naar
                                        werk-onderzoek;</vet></al></li><li nr="o"><al><vet>de tijd die de ambtenaar beschikbaar heeft voor
                                            sollicitatieactiviteiten en andere inspanningen gericht
                                            op het vinden van een nieuwe werkkring. Deze tijd
                                            bedraagt tenminste 20% van de omvang van de
                                            aanstelling;</vet></al></li><li nr="o"><al><vet>het al dan niet gebruik maken van specifieke
                                            flankerende voorzieningen, zoals bedoeld in het artikel
                                            17:7.</vet></al></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>De noodzakelijke kosten van het Van werk naar werk-traject
                                    komen tot een bedrag van € 7.500,- voor rekening van het
                                    college. Ten aanzien van kosten die dit bedrag overstijgen neemt
                                    het college een afzonderlijk besluit</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer U200800330 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:17 Uitvoering van het Van werk naar
                        werk-contract</vet></al><al><vet>Vanaf de start van de uitvoering van het Van werk naar werk-contract
                            wordt de nakoming van de wederzijds gemaakte afspraken gevolgd. Iedere
                            drie maanden wordt de voortgang in het traject geëvalueerd. Hiervan
                            wordt een verslag opgemaakt.</vet></al><al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al><al><vet>Verlenging en einde Van werk naar werk-traject</vet></al><al><vet>Artikel 10d:18 Einde Van werk naar werk-traject</vet></al><al><vet>Het Van werk naar werk-traject eindigt op het moment dat de ambtenaar -
                            al dan niet in deeltijd - een andere functie binnen of buiten de
                            gemeente aanvaardt, op grond van ontslag op eigen verzoek of ontslag om
                            een andere reden.</vet></al><al>Briefnummer U200800330 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:19 Tussentijdse beëindiging</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het Van werk naar werk-traject eindigt, indien de ambtenaar
                                    plaatsing in een passende of geschikte functie binnen de
                                    gemeente of de aanvaarding van een aangeboden functie buiten de
                                    gemeente weigert.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college kan eveneens besluiten tot tussentijdse beëindiging
                                    van het Van werk naar werk-traject en ontslag, indien de
                                    ambtenaar zich niet houdt aan de afspraken uit het Van werk naar
                                    werk-contract.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien het Van werk naar werk-traject eerder eindigt om de in
                                    het eerste of tweede lid genoemde reden, wordt de ambtenaar
                                    ontslag verleend op grond van artikel 8:3 met ingang van de dag
                                    volgend op die waarop het Van werk naar werk-traject is
                                    beëindigd. In dit geval kan het college aangeven dat sprake is
                                    van verwijtbare werkloosheid en vervallen de rechten op een
                                    aanvullende uitkering en een na-wettelijke uitkering.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:20 Advies loopbaanadviseur</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien het Van werk naar werk-traject na verloop van 21 maanden
                                    sinds de start ervan niet met een positief resultaat is
                                    afgesloten of om een andere reden is beëindigd, brengt een
                                    gecertificeerd loopbaanadviseur binnen een maand een advies uit
                                    aan het college over het vervolgtraject. Hierbij worden in ieder
                                    geval de evaluatieverslagen als bedoeld in artikel 10d:17 in
                                    acht genomen. De ambtenaar ontvangt een afschrift van het
                                    advies.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het advies bedoeld in het eerste lid gaat in op de vraag of
                                    voortzetting van het Van werk naar werk-traject zinvol is, gelet
                                    op de vooruitzichten op korte termijn en de mate waarin
                                    voortzetting de kans op een passende of geschikte functie binnen
                                    afzienbare termijn vergroot.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het college beslist of het advies van de loopbaanadviseur wel
                                    of niet wordt overgenomen.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:21 Reguliere beëindiging Van werk naar
                        werk-traject</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Na ontvangst van het advies van de loopbaanadviseur beslist het
                                    college over het vervolg van het Van werk naar werk-traject, en
                                    stelt de ambtenaar in kennis van deze beslissing.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien het Van werk naar werk-traject na verloop van 24 maanden
                                    niet wordt voortgezet wordt de ambtenaar ontslag verleend op
                                    grond van artikel 8:3.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het ontslag als bedoeld in het tweede lid gaat in op de eerste
                                    dag na afloop van de Van werk naar werk-termijn van twee
                                    jaar.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer U200800330 en U200801112 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:22 Verlenging Van werk naar werk-traject</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien er zekerheid is, in de vorm van een schriftelijke
                                    toezegging van een werkgever, dat binnen een half jaar een
                                    functie voor de ambtenaar kan worden gevonden, of indien
                                    voortzetting van het Van werk naar werk-traject de kans op het
                                    vinden van een passende of geschikte functie aantoonbaar
                                    vergroot, kan het college besluiten het Van werk naar
                                    werk-traject te verlengen. Deze verlenging beslaat een redelijke
                                    en nader gespecificeerde periode en kan niet meer dan één keer
                                    worden verleend.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien aan het einde van de periode van verlenging het Van werk
                                    naar werk-traject niet tussentijds is beëindigd, verleent het
                                    college de ambtenaar ontslag op grond van artikel
                                8:3.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het ontslag als bedoeld in het tweede lid gaat in op de eerste
                                    dag na afloop van de periode waarmee het Van werk naar
                                    werk-traject is verlengd.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200800330 en U200801112 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:23 Niet-nakoming van afspraken uit Van werk naar
                            werk-contract</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien één van beide partijen van mening is dat de andere
                                    partij zich niet houdt aan de afspraken zoals vastgelegd in het
                                    Van werk naar werk-contract, maakt deze partij dit aan de andere
                                    partij in een gesprek kenbaar. Dit gesprek is erop gericht
                                    gezamenlijk afspraken te maken over verbetering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien één van beide partijen na het gesprek zoals bedoeld in
                                    het eerste lid in gebreke is gebleven ten aanzien van de in het
                                    Van werk naar werk-contract vastgelegde afspraken kan de andere
                                    partij eisen dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van het
                                    contract.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Ingeval de ambtenaar van het in het tweede lid bedoelde recht
                                    gebruik maakt, kan hij eisen dat het Van werk naar werk-traject
                                    wordt verlengd. Deze verlenging bedraagt een redelijke termijn,
                                    waarbij de periode die door de niet-nakoming verloren is gegaan
                                    als richtlijn kan dienen. Gedurende de periode van verlenging
                                    herstelt het college zoveel als mogelijk de gebreken die bij de
                                    uitvoering van het Van werk naar werk-contract zijn
                                    ontstaan.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Ingeval het college van het in het tweede lid bedoelde recht
                                    gebruik maakt, kan hij het Van werk naar werk-traject
                                    tussentijds beëindigen op grond van artikel 10d:19 tweede lid en
                                    ontslag verlenen op grond van artikel 8:3.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Indien over de nakoming van de afspraken in het Van werk naar
                                    werk-contract of de mogelijkheden zoals vastgelegd in dit
                                    artikel een geschil ontstaat, kunnen partijen dit geschil
                                    voorleggen aan de paritaire commissie.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer U200800330 en U200801112 en U201300008</al><al><vet>Artikel 10d:24 Paritaire commissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college stelt een paritair samengestelde commissie in, die
                                    desgevraagd toeziet op de individuele toepassing van de
                                    bepalingen in deze paragraaf.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Zowel de ambtenaar als het college kan een geschil over de
                                    uitvoering van het Van werk naar werk-contract, als bedoeld in
                                    artikel 10d:23, vijde lid, voorleggen aan deze
                                commissie.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De commissie brengt over een in het tweede lid bedoeld geschil
                                    een bindend advies uit.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college stelt een reglement vast waarin de samenstelling,
                                    bevoegdheden en werkwijze van de commissie worden
                                    vastgelegd.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer U200800330 en U200801112 en U200801544 en U201300008</al><al><vet>§ 6 Aanvullende uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 10d:25 Aanvullende uitkering</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Recht op een aanvullende uitkering heeft de ambtenaar
                                    die:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>op grond van artikel 8:6 is ontslagen en de
                                            re-integratiefase heeft doorlopen, waarbij de situatie
                                            zoals beschreven in artikel 10d:7 tweede en derde lid
                                            niet aan de orde is;</vet><vet> of</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>op grond van artikel 8:3 is ontslagen en het Van werk
                                            naar werk-traject heeft doorlopen, waarbij de situatie
                                            zoals beschreven in artikel 10d:19 niet aan de orde
                                            is;</vet><vet> en</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>recht heeft op een uitkering krachtens de
                                            Werkloosheidswet en deze ook daadwerkelijk
                                            ontvangt.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Voorwaarde voor het verkrijgen van een aanvullende uitkering is
                                    dat de ambtenaar ten</vet><vet> aanzien van iedere betaling van
                                    de aanvullende uitkering alle gegevens aan de
                                    gemeente</vet><vet> overlegt die van invloed kunnen zijn op de
                                    hoogte van zijn aanvullende uitkering.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201300008</vet></al><al><vet>Artikel 10d:26 Hoogte aanvullende uitkering bij ontslag</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De aanvullende uitkering kent twee fases.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Gedurende de eerste fase bedraagt de aanvullende
                                    uitkering:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>voor ambtenaren met een bezoldiging tot een bedrag van
                                            € 4.375,= 10% van de bezoldiging naar rato van het
                                            aantal uren dat de ambtenaar werkloos is;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 4.375,= tot
                                            een bedrag van € 5.250,= 20% van de bezoldiging naar
                                            rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos
                                            is;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 5.250,= 30%
                                            van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de
                                            ambtenaar werkloos is.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Gedurende de tweede fase bedraagt de aanvullende
                                    uitkering:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>voor ambtenaren met een bezoldiging van € 4.375,= tot
                                            een bedrag van € 5.250,= 10% van de bezoldiging naar
                                            rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos
                                            is;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>voor ambtenaren met een bezoldiging van € 5.250,= tot
                                            een bedrag van € 6.560,= 20% van de bezoldiging naar
                                            rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos
                                            is;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 6.560,= 30%
                                            van de bezoldiging naar</vet><vet> rato van het aantal
                                            uren dat de ambtenaar werkloos is.</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201300008</vet></al><al><vet>Artikel 10d:27 Duur aanvullende uitkering bij ontslag</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De eerste fase van de aanvullende uitkering is één jaar, te
                                    rekenen vanaf de dag na de dag van ontslag.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De tweede fase van de aanvullende uitkering begint direct na
                                    afloop van de eerste fase en</vet><vet> duurt tot het einde van
                                    de werkloosheidsuitkering.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201300008</vet></al><al><vet>Artikel 10d:28 Sancties</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Wanneer op grond van de Werkloosheidswet een sanctie wordt
                                    toegepast op de werkloosheidsuitkering, wordt deze sanctie
                                    evenredig toegepast op de aanvullende uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college stelt voor de toepassing van sancties naast de
                                    sanctie op grond van het eerste lid, een sanctiebeleid
                                op.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Wanneer op grond van de Werkloosheidswet een sanctie wordt
                                    toegepast kan het college besluiten om het recht op
                                    na-wettelijke uitkering geheel of gedeeltelijk te laten
                                    vervallen.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college stelt ter uitvoering van het derde lid nadere
                                    regels op.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: u201300008</vet></al><al><vet>Artikel 10d:29 Einde aanvullende uitkering</vet></al><al><vet>De aanvullende uitkering eindigt als de uitkeringsduur is
                            verstreken.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201300008</vet></al><al><vet>§ 7 Na-wettelijke uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 10d:30 Na-wettelijke uitkering</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die recht had op een aanvullende uitkering heeft
                                    recht op een na-wettelijke uitkering indien:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de werkloosheid direct aansluitend op de
                                            werkloosheidsuitkering voortduurt;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>hij ten aanzien van iedere betaling alle gegevens aan
                                            de gemeente overlegt die van invloed kunnen zijn op de
                                            hoogte van zijn na-wettelijke uitkering.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Bij ontslag op grond van artikel 8:6 geldt als voorwaarde dat
                                    het ontslag gelegen is in omstandigheden binnen de
                                    werksfeer.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201300008</vet></al><al><vet>Artikel 10d:31 Hoogte na-wettelijke uitkering</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De na-wettelijke uitkering bij werkloosheid voor 36 uur of meer
                                    heeft de hoogte van de WW-uitkering, als deze zou zijn
                                    voortgezet.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Wanneer sprake is van minder dan 36 uur werkloosheid, wordt het
                                    bedrag van de uitkering berekend naar rato van het aantal uren
                                    dat de ambtenaar werkloos is.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De na-wettelijke uitkering en het inkomen dat de ambtenaar uit
                                    of in verband met arbeid ontvangt, mag een hoogte van 90% van de
                                    oude bezoldiging niet overschrijden. Het meerdere wordt gekort
                                    op de na-wettelijke uitkering.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201300008</vet></al><al><vet>Artikel 10d:32 Duur na-wettelijke uitkering</vet></al><al><vet>De na-wettelijke uitkering is één maand per dienstjaar in de
                            gemeentelijke sector maal een</vet><vet> correctiefactor. De
                            correctiefactor is</vet><vet> a. 1,4 voor dienstjaren tot de leeftijd
                            van 40 jaar</vet><vet> b. 2 voor dienstjaren vanaf de leeftijd van 40
                            tot de leeftijd van 50 jaar</vet><vet> c. 3 voor dienstjaren vanaf de
                            leeftijd van 50 jaar.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201300008</vet></al><al><vet>Artikel 10d:33 Einde na-wettelijke uitkering</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De na-wettelijke uitkering eindigt wanneer de uitkeringsduur is
                                    verstreken.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De na-wettelijke uitkering eindigt wanneer de werkloosheid
                                    eindigt.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Vanaf 15 juli 2014 eindigt de na-wettelijke uitkering op de dag
                                    waarop de ambtenaar de</vet><vet> AOW-gerechtigde leeftijd
                                    bereikt.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201300008, U201401851, U201500231</vet></al><al><vet>Artikel 10d:34 Sancties na-wettelijke uitkering</vet></al><al><vet>Het college stelt een sanctiebeleid op, op grond waarvan sancties
                            worden toegepast op de uitbetaling van de na-wettelijke uitkering.
                            Onderdeel van de sanctieregeling is de plicht die de ambtenaar heeft om
                            het college te informeren over alles wat van invloed kan zijn op de duur
                            en hoogte van de na-wettelijke uitkering.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201300008</vet></al><al><vet>Artikel 10d:35 Afkoop</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college kan eenmalig, aan het begin van de
                                    uitkeringsperiode, op verzoek van de ambtenaar, toestemming
                                    geven voor afkoop van de na-wettelijke uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college bepaalt de hoogte van het afkoopbedrag en de
                                    voorwaarden waaronder de afkoop verstrekt wordt.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U201300008</al><al><vet>§ 8 Bijzondere uitkering bij ontslag ingeval van minder dan 35%
                            arbeidsongeschiktheid</vet></al><al><vet>Artikel 10d:36 Bijzondere uitkering bij ontslag of definitieve
                            herplaatsing ingeval van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar die voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is en
                                    die gedurende het derde ziektejaar, bedoeld in artikel 7:16,
                                    derde lid, is ontslagen op grond van artikel 8:5 dan wel
                                    definitief is herplaatst op grond van artikel 7:16, heeft recht
                                    op een bijzondere uitkering indien en voor zolang hij arbeid
                                    heeft voor ten minste de restverdiencapaciteit, zoals deze door
                                    UWV definitief is vastgesteld.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voorwaarde voor het recht op de bijzondere uitkering is dat de
                                    ambtenaar ten aanzien van iedere betaling alle gegevens aan de
                                    gemeente overlegt die van invloed kunnen zijn op de hoogte van
                                    zijn bijzondere uitkering.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201300008</vet></al><al><vet>Artikel 10d:37 Hoogte bijzondere uitkering bij ontslag op grond van
                            artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel
                        7:16</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De bijzondere uitkering bedraagt 75% van het verschil tussen
                                    het totaalinkomen uit of in verband met arbeid en de bezoldiging
                                    voorafgaand aan aanvaarding van de nieuwe arbeid.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Op de bijzondere uitkering wordt de werkloosheidsuitkering in
                                    mindering gebracht.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 10d:38 Duur bijzondere uitkering bij ontslag op grond van
                            artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel
                        7:16</vet></al><al><vet>De maximale duur van de bijzondere uitkering is 5 jaar na aanvaarding
                            van de nieuwe arbeid.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201300008</vet></al><al><vet>Artikel 10d:39 Overgangsrecht</vet></al><al>1.<vet>In afwijking van artikel 10d:31 is de duur van de na-wettelijke
                            uitkering voor de ambtenaar</vet><vet> die:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>op 1 juli 2008 20 dienstjaren of meer had in de gemeentelijke
                                    sector en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>ontslagen wordt binnen 10 jaar na 1 juli 2008 gelijk aan (0,25
                                    + (0,195 + 0,015 * (X- 21)) * (X - Y) - (X-18) / 12 -2) jaar,
                                    met dien verstande dat de factor (X-18) gemaximeerd wordt op 38.
                                    Factor X staat hierbij voor de leeftijd in hele jaren op de dag
                                    van ontslag; factor Y voor de indiensttreedleeftijd in de
                                    gemeentelijke sector.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201300008, U201300288</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>11 UITKERINGSREGELING ONTSLAG</vet></al><al><vet>Betrokkene</vet></al><al><vet>Artikel 11:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder betrokkene: de gewezen
                                    ambtenaar aan wie ontslag is verleend:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>op grond van artikel 8:4 of artikel 8:5 uit een
                                            betrekking waarin hij tijdelijk was aangesteld, terwijl
                                            die aanstelling minder dan vijf jaren heeft geduurd dan
                                            wel is geschied in een betrekking van kennelijk
                                            tijdelijke aard;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>op een andere grond genoemd in hoofdstuk 8 van deze
                                            regeling, met uitzondering van artikel 8:9 , mits dat
                                            ontslag niet op eigen verzoek is geschied en evenmin aan
                                            eigen schuld of toedoen is te wijten; en die aan dat
                                            ontslag geen recht op een uitkering ingevolge artikel
                                            8:3 kan ontlenen.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Onder betrokkene in de zin van dit hoofdstuk kan tevens worden
                                    verstaan de gewezen ambtenaar die ontslag heeft gevraagd omdat
                                    hij of zij de echtgenoot of geregistreerde partner volgt die
                                    door geheel buiten hem of haar liggende oorzaken noodzakelijk
                                    van standplaats moet veranderen.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/801143</vet></al><al><vet>Lichamen</vet></al><al><vet>Artikel 11:2</vet></al><al><vet>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder "lichamen":</vet><vet>
                            Rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder
                            rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen
                            worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en
                            doelvermogens.</vet></al><al><vet>Diensttijd</vet></al><al><vet>Artikel 11:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'diensttijd': de aan het
                                    in artikel 11:1, eerste lid, bedoelde ontslag voorafgaande in
                                    overheidsdienst doorgebrachte tijd waaraan het ambtenaarschap in
                                    de zin van de Wet privatisering ABP is verbonden, alsmede tijd
                                    die door inkoop of door een verzoek, bedoeld in artikel D 2 van
                                    de pensioenwet, voor pensioen geldig zou zijn
                                verklaard.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Onder diensttijd bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan
                                    de tijd doorgebracht in de betrekking waaruit het ontslag,
                                    bedoeld in artikel 11:1, is verleend, indien aan die tijd op
                                    grond van de Regeling beperking van het zijn van
                                    overheidswerknemer in de zin van de wet Privatisering ABP (Stc.
                                    1997, 164) het ambtenaarschap in de zin van evengenoemde
                                    regeling niet is verbonden.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid
                                    blijft buiten beschouwing:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>diensttijd liggende vóór een onderbreking van meer dan
                                            een maand daarvan wegens verleend ontslag;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de
                                            berekening van de duur van een eerder toegekend
                                            wachtgeld of een daarmede gelijk te stellen uitkering
                                            wegens onvrijwillige werkloosheid ten laste van de
                                            overheid, behalve voor de toepassing van artikel 11:8,
                                            vierde lid;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de
                                            berekening van een pensioen krachtens het
                                            pensioenreglement dan wel voorafgaat aan een ontslag
                                            verleend op grond van artikel 8:3 van deze regeling of
                                            een soortgelijke bepaling in een andere
                                            overheidsregeling;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>tijd als bedoeld in artikel 5.4 van het
                                            pensioenreglement,</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>tijd in een aangehouden betrekking, dan wel tijd in een
                                            betrekking welke de betrokkene had kunnen aanhouden,
                                            doch uit welke hij vrijwillig ontslag heeft genomen met
                                            ingang van de datum waarop de uitkering
                                        ingaat.</vet></al></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>Indien en voor zover diensttijd die bij de berekening van een
                                    uitkering in aanmerking is genomen, met een overheidspensioen,
                                    anders dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt
                                    vergolden, worden de duur en het bedrag van de uitkering, met
                                    ingang van de dag waarop dit pensioen is ingegaan, herberekend,
                                    waarbij die diensttijd buiten beschouwing wordt
                                gelaten.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Dienstbetrekking</vet></al><al><vet>Artikel 11:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Dit hoofdstuk verstaat onder dienstbetrekking iedere
                                    publiekrechtelijke of privaatrechtelijke arbeidsverhouding
                                    waarbij in dienst van een natuurlijke persoon of een lichaam
                                    werkzaamheden tegen bezoldiging of loon worden
                                verricht.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5 en 6 van de
                                    Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet>Bezoldiging</vet></al><al><vet>Artikel 11:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'bezoldiging': de
                                    bezoldiging bedoeld in artikel 3:1, tweede lid van deze regeling
                                    zoals deze laatstelijk vóór het ontslag aan de betrekking was
                                    verbonden, vermeerderd met de vakantietoelage bedoeld in artikel
                                    6:3 van deze regeling, en de eindejaarsuitkering, bedoeld in
                                    artikel 3:6.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor zover in de bezoldiging een bedrag moet worden begrepen
                                    wegens de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3 van deze regeling,
                                    wordt dit bedrag berekend naar het gemiddelde over de aan de dag
                                    van het ontslag voorafgaande twaalf volle
                                kalendermaanden.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien in de bezoldiging anders dan wegens periodieke verhoging
                                    wijziging zou zijn gekomen als betrokkene de betrekking op die
                                    bezoldiging zou zijn blijven vervullen, geldt met ingang van de
                                    dag van in werking treden van die wijziging het gewijzigde
                                    bedrag als bezoldiging.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien de bezoldiging wegens verminderde werkzaamheden
                                    voorafgaande aan de opheffing van de betrekking lager was dan
                                    zonder verminderde werkzaamheden het geval zou zijn geweest, kan
                                    de bezoldiging ten gunste van betrokkene worden
                                herzien.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/702674</vet></al><al><vet>Recht op uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 11:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien wordt voldaan aan de hierna genoemde voorwaarden,
                                    bestaat behoudens het bepaalde in het zesde lid, met ingang van
                                    de dag waarop het ontslag ingaat, recht op een uitkering waarvan
                                    de duur wordt vastgesteld: </vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>voor de betrokkene die in de periode van 12 maanden
                                            onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag in ten minste
                                            26 weken als werknemer als bedoeld in artikel 3 van de
                                            Werkloosheidswet werkzaam is geweest, ingevolge artikel
                                            11.7;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>voor de betrokkene die een diensttijd heeft van ten
                                            minste drie jaar onmiddellijk voorafgaande aan het
                                            ontslag, ingevolge artikel 11:7, dan wel wanneer het
                                            bepaalde in artikel 11:8, eerste lid, daartoe aanleiding
                                            geeft ingevolge artikel 11:8, tweede lid en, indien van
                                            toepassing artikel 11:8, vierde lid.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Indien het ontslag ingaat binnen 12 maanden na afloop van
                                    perioden waarin de betrokkene ten gevolge van
                                    arbeidsongeschiktheid verhinderd was werkzaamheden te
                                    verrichten, of werkzaamheden heeft verricht als bedoeld in
                                    artikel 8 van de Werkloosheidswet en hij de hoedanigheid van
                                    werknemer heeft herkregen, wordt de in het eerste lid, onder a,
                                    bedoelde periode van 12 maanden verlengd met de duur van de
                                    perioden van de bedoelde verhindering.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De in een week verrichte werkzaamheden worden slechts in
                                    aanmerking genomen, voor zover zij betrekking hebben op de
                                    dienstbetrekking waaruit de betrokkene is ontslagen en op een of
                                    meer dienstbetrekkingen waarvoor eerstgenoemde dienstbetrekking
                                    in de plaats is gekomen en voor zover deze niet reeds eerder in
                                    aanmerking zijn genomen voor een recht op uitkering.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Met weken, bedoeld in de voorgaande leden, worden gelijkgesteld
                                    weken, waarover de betrokkene zonder te werken loon heeft
                                    ontvangen.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De regels die gesteld zijn krachtens artikel 17a, derde en
                                    vierde lid, van de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige
                                    toepassing.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>In bijzondere gevallen kan het college bepalen dat, wanneer
                                    niet aan de verplichting bedoeld in artikel 11:21, tweede of
                                    derde lid, is voldaan, het recht op uitkering ingaat met de dag
                                    waarop de inschrijving bij het arbeidsbureau van zijn woonplaats
                                    heeft plaatsgehad.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Geen recht op uitkering bestaat:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>indien de betrokkene op dat moment recht heeft op een
                                            WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid
                                            van 80% of meer;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>indien de betrokkene ter zake van dat ontslag recht
                                            heeft op suppletie als bedoeld in Hoofdstuk 11a van deze
                                            regeling;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>indien de betrokkene op de dag van het ontslag de
                                            leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>indien het ontslag aan eigen schuld of toedoen is te
                                            wijten;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>indien het ontslag naar het oordeel van het college
                                            geacht moet worden niet te leiden tot</vet><vet>
                                            onvrijwillige werkloosheid;</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>voor de betrokkene, die de leeftijd van 55 jaar nog
                                            niet heeft bereikt, aan wie schriftelijk is medegedeeld,
                                            dat hem eervol ontslag zal worden verleend en die na die
                                            mededeling een hem aangeboden betrekking, welke mede in
                                            verband met zijn persoonlijkheid en zijn omstandigheden
                                            voor hem passend is te achten, heeft geweigerd te
                                            aanvaarden.</vet></al></li></lijst></li><li nr="8."><al><vet>De betrokkene, bedoeld in het zevende lid, onder a, heeft recht
                                    op uitkering met ingang van de dag waarop de mate van
                                    arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld
                                    dan 80%. De hoogte van deze uitkering wordt vastgesteld te
                                    rekenen vanaf de datum van ontslag. Ter bepaling van de duur van
                                    de uitkering wordt voor de toepassing van:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>artikel 11:7 als ingangsdatum uitgegaan van de datum
                                            met ingang waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid op
                                            een lager percentage wordt vastgesteld, waarbij voor de
                                            toepassing van het vierde lid tevens een WAO-uitkering,
                                            in voorkomend geval vermeerderd met een
                                            invaliditeitspensioen, vastgesteld naar een mate van
                                            arbeidsongeschiktheid van 80% of meer mede in aanmerking
                                            wordt genomen.</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>artikel 11:8 als uitgangspunt uitgegaan van de datum
                                            van ontslag. </vet></al></li></lijst></li><li nr="9."><al><vet>Het college beslist over de toekenning van uitkering op
                                    aanvraag door de betrokkene.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Duur van de uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 11:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De uitkeringsduur is 6 maanden, met ingang van de dag waarop
                                    het ontslag ingaat.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de betrokkene:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>in de periode van 5 jaar onmiddellijk voorafgaande aan
                                            het ontslag ten minste gedurende 3 jaar als werknemer
                                            als bedoeld in artikel 3 van de Werkloosheidswet en in
                                            dienstbetrekking van 8 of meer uren per week werkzaam is
                                            geweest of</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag recht heeft
                                            op een uitkering op grond van de WAJONG of de
                                        WAZ;</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>wordt de duur van de uitkering verlengd met:</vet><vet> 3 maanden bij
                            een arbeidsverleden van ten minste 5 jaar;</vet><vet> 0,5 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 10 jaar;</vet><vet> 1 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 15 jaar;</vet><vet> 1,5 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 20 jaar;</vet><vet> 2 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 25 jaar;</vet><vet> 2,5 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 30 jaar;</vet><vet> 3,5 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 35 jaar, en</vet><vet> 4,5 jaar bij een
                            arbeidsverleden van ten minste 40 jaar.</vet></al><lijst><li nr="3."><al><vet>Het arbeidsverleden, bedoeld in het tweede lid, wordt
                                    vastgesteld door samentelling van:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>perioden, gelegen in de 5 jaar onmiddellijk
                                            voorafgaande aan het ontslag, waarover de betrokkene
                                            aantoont als werknemer als bedoeld in artikel 3 van de
                                            Werkloosheidswet en in dienstbetrekking van 8 of meer
                                            uren per week werkzaam te zijn geweest, en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de periode gelegen tussen de 18e verjaardag van de
                                            betrokkene en de dag, gelegen 5 jaar voor het
                                            ontslag.</vet></al></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>Perioden, waarin een betrokkene:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op
                                            grond van de Wet op de
                                            arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een
                                            arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem
                                            door het rijk invaliditeitspensioen was verzekerd, recht
                                            heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend
                                            naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of
                                            een toelage ontvangt die naar aard en strekking
                                            overeenkomt met een toelage als bedoeld onder a, die al
                                            dan niet vermeerderd met de
                                            arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van
                                            de middelsom, waarnaar de
                                            arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn
                                            berekend;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van
                                            de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen,
                                            berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste
                                            80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al
                                            dan niet vermeerderd met de
                                            arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van
                                            het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering
                                            is of zou zijn berekend;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>na beëindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering
                                            ontvangt op grond van de Ziektewet over de maximale
                                            duur, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die
                                            wet;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking
                                            overeenkomt met een uitkering bedoeld onder a of
                                            d;</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>worden, indien deze uitkeringen worden ontvangen in verband met een
                            gewezen dienstbetrekking van 8 of meer uren per week, in aanmerking
                            genomen voor de periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid, en
                            voor de perioden gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan
                            het ontslag, bedoeld in het derde lid.</vet></al><lijst><li nr="5."><al><vet>Voor de periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid en
                                    voor de perioden gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk
                                    voorafgaande aan het ontslag, bedoeld in het derde lid, worden
                                    perioden waarin een persoon een tot zijn huishouden behorend
                                    kind:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>beneden de leeftijd van 6 jaar verzorgt, zonder dat
                                            deze persoon in dienstbetrekking van 8 of meer uren per
                                            week werkzaam is geweest of een uitkering heeft
                                            ontvangen als bedoeld in het vierde lid, volledig,
                                            en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>vanaf de leeftijd van 6 jaar doch beneden de leeftijd
                                            van 12 jaar verzorgt, zonder dat deze persoon in
                                            dienstbetrekking van 8 of meer uren per week werkzaam is
                                            geweest of een uitkering heeft ontvangen als bedoeld in
                                            het vierde lid, voor de helft in aanmerking
                                            genomen.</vet></al></li></lijst></li><li nr="6."><al><vet>Voor de toepassing van het vijfde lid worden als periode van
                                    verzorging niet meegeteld de periode waarin:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de verzorgende persoon als werknemer in de zin van een
                                            wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op
                                            een uitkering ter zake van werkloosheid, of</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de verzorging buiten Nederland plaatsvindt anders dan
                                            tijdens vakanties.</vet></al></li></lijst></li><li nr="7."><al><vet>Indien er in een gezamenlijke huishouding meer verzorgende
                                    personen zijn als bedoeld in het vijfde lid, wordt voor de
                                    toepassing van dat lid als verzorgende persoon van het kind
                                    beschouwd, degene van deze personen die zij als zodanig hebben
                                    aangewezen. Ingeval geen verzorgende persoon wordt aangewezen,
                                    is het college bevoegd een van een die naar het oordeel van het
                                    college als verzorgende persoon moet worden beschouwd, als
                                    zodanig aan te wijzen.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Voor de toepassing van het vijfde en zevende lid wordt
                                    onder</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>een kind verstaan een eigen, aangehuwd of
                                            pleegkind;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>een pleegkind verstaan een kind dat als eigen kind
                                            wordt onderhouden en opgevoed.</vet></al></li></lijst></li><li nr="9."><al><vet>De regels die gesteld zijn krachtens artikel 17b, zevende lid,
                                    van de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige
                                    toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Artikel 11:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In afwijking van artikel 11:7, eerste en tweede lid, wordt,
                                    indien dit leidt tot een langere uitkeringsduur, waarin tevens
                                    voor zover van toepassing de bijzondere verlenging als bedoeld
                                    in het vierde lid van dit artikel is begrepen, de duur van de
                                    uitkering vastgesteld overeenkomstig de volgende
                                leden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De duur van de uitkering wordt vastgesteld op een aantal
                                    maanden, gelijk aan 1/6 deel van de diensttijd, waarna de
                                    uitkomst naar boven wordt afgerond op hele maanden.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ingevolge het tweede lid berekende uitkeringsduur wordt ten
                                    hoogste vastgesteld op 24 maanden.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien een betrokkene ten tijde van het ontslag een diensttijd
                                    van ten minste tien jaren heeft volbracht en de som van zijn
                                    leeftijd en diensttijd, die hij ten tijde van het ontslag heeft
                                    bereikt, 60 jaren of meer bedraagt, wordt hem na afloop van de
                                    termijn waarover uitkering is toegekend aansluitend gedurende
                                    een periode van zes maanden een bijzondere verlenging
                                    verleend.</vet></al></li></lijst><al><vet>Vervolguitkering</vet></al><al><vet>Artikel 11:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De betrokkene, die het einde van de uitkeringsduur, bedoeld in
                                    artikel 11:7, tweede lid, heeft bereikt, heeft in aansluiting op
                                    die uitkering recht op een vervolguitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De betrokkene die</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>het einde van de uitkeringsduur, bedoeld in artikel
                                            11:7, eerste lid, heeft bereikt, en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 11:7,
                                            tweede lid, onderdeel a of b, doch uitsluitend wegens
                                            zijn arbeidsverleden geen recht heeft op verlenging van
                                            de uitkeringsduur, heeft recht op een
                                            vervolguitkering.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Behoudens het gestelde in de volgende leden is de duur van de
                                    vervolguitkering een jaar.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De duur van de vervolguitkering voor de betrokkene die op de
                                    dag van zijn ontslag 57,5 jaar of ouder is, bedraagt drie en een
                                    half jaar.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De betrokkene aan wie ingevolge artikel 11:8 een uitkering is
                                    toegekend, heeft aansluitend recht op een vervolguitkering
                                    indien de toegekende uitkering eindigt op een tijdstip gelegen
                                    binnen een jaar na de datum waarop zijn uitkering zou zijn
                                    beëindigd, wanneer deze zou zijn toegekend ingevolge artikel
                                    11:7. De vervolguitkering eindigt op het tijdstip gelegen een
                                    jaar na de in de vorige volzin bedoelde datum.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>De betrokkene die op de dag van zijn ontslag 57,5 jaar of ouder
                                    is en aan wie ingevolge artikel 11:8 een uitkering is toegekend,
                                    heeft aansluitend recht op een vervolguitkering indien de
                                    toegekende uitkering eindigt op een tijdstip gelegen binnen drie
                                    en een half jaar na de datum waarop zijn uitkering zou zijn
                                    beëindigd, wanneer deze zou zijn toegekend ingevolge artikel
                                    11:7. De vervolguitkering eindigt op het tijdstip gelegen drie
                                    en een half jaar na de in de vorige volzin bedoelde
                                datum.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, zijn bepalingen van de
                                    uitkering van overeenkomstige toepassing op de
                                    vervolguitkering.</vet></al></li></lijst><al><vet>Bedrag van de uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 11:10</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het bedrag van de uitkering is gedurende de eerste twee maanden
                                    gelijk aan 87% van de bezoldiging, gedurende de volgende twee
                                    maanden 77% en vervolgens 67% van de bezoldiging.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het bedrag van de uitkering is gedurende de termijn van de
                                    bijzondere verlenging ingevolge artikel 11:8, vierde lid, 67%
                                    van de bezoldiging.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Bij intrekking van de Wet van 20 december 1984 (Stb. 1984, 657)
                                    worden de percentages, genoemd in het eerste en tweede lid, met
                                    3 procentpunten verhoogd.</vet></al></li></lijst><al><vet>Bedrag van de vervolguitkering</vet></al><al><vet>Artikel 11:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het bedrag van de vervolguitkering is gelijk aan het
                                    minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan
                                    bedragen dan 70% van de bezoldiging.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon
                                    verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel
                                    8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en
                                    minimumvakantiebijslag, of, indien het een betrokkene jonger dan
                                    23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon,
                                    bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van
                                    genoemde wet, beide vermeerderd met de daarvoor berekende
                                    vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.</vet></al></li></lijst><al><vet>Verhuiskosten</vet></al><al><vet>Artikel 11:12</vet></al><al><vet>Aan de betrokkene bedoeld in artikel 11:8, eerste lid, kan, indien hij
                            elders arbeid of bedrijf ter hand gaat nemen, door het college een op de
                            voet van de Verplaatsingskostenregeling te bepalen vergoeding in de
                            kosten van een daartoe noodzakelijke verhuizing worden
                        toegekend.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Vermindering</vet></al><al><vet>Artikel 11:13</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Wanneer de betrokkene inkomsten verkrijgt uit of in verband met
                                    arbeid, waaronder mede wordt verstaan een uitkering krachtens de
                                    WAJONG of de WAZ, of bedrijf, ter hand genomen op of na de dag
                                    waarop hem het ontslag is verleend dan wel schriftelijk
                                    mededeling is gedaan van het voornemen hem ontslag te verlenen,
                                    wordt op de in artikel 11:6 bedoelde uitkering een vermindering
                                    toegepast tot het bedrag waarmee die inkomsten en uitkering
                                    samen de bezoldiging te boven gaan. Voor de bepaling van het
                                    bedrag waarmede de uitkering vermeerderd met inkomsten zoals
                                    bedoeld in de eerste volzin, de bezoldiging overschrijdt, wordt
                                    een vermindering van de uitkering ingevolge artikel 11:23,
                                    eerste lid, niet in aanmerking genomen.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ten aanzien van de betrokkene aan wie een uitkering is
                                    toegekend en die wegens ongeschiktheid tot het verrichten van
                                    zijn betrekking ontslag is verleend uit de betrekking die hij
                                    gedurende de met recht op uitkering doorgebrachte tijd bekleedde
                                    en waarin hij deelnemer was in de zin van het pensioenreglement,
                                    worden inkomsten bedoeld in het eerste lid als volgt verrekend.
                                    De inkomsten, ter hand genomen met ingang van of na de dag
                                    waarop het ontslag plaats vond uit de betrekking die door
                                    betrokkene gedurende de met recht op uitkering doorgebrachte
                                    tijd werd bekleed, worden verrekend over de maand waarop zij
                                    betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben.
                                    </vet><vet> In afwijking van het gestelde in het eerste lid,
                                    geschiedt deze verrekening op zodanige wijze dat de
                                    oorspronkelijk toegekende uitkering wordt verminderd met het
                                    bedrag waarmee het pensioen al dan niet aangevuld met een
                                    wachtgeld of uitkering, vermeerderd met de inkomsten uit of in
                                    verband met arbeid of bedrijf met inbegrip van de oorspronkelijk
                                    toegekende uitkering de oorspronkelijke bezoldiging
                                    overschrijdt. Indien na die vermindering een bedrag aan
                                    overschrijding van de bezoldiging resteert, wordt het
                                    aanvullende wachtgeld of de aanvullende uitkering verminderd met
                                    het resterende bedrag aan overschrijding.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand
                                    genomen gedurende vakantie, verlof of non-activiteit,
                                    onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan hem
                                    de uitkering is toegekend.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Wanneer de betrokkene op of na de dag bedoeld in het eerste
                                    lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of
                                    bedrijf ter hand genomen vóór evenbedoelde dag, is ten aanzien
                                    van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste
                                    lid van overeenkomstige toepassing. De hierbedoelde vermindering
                                    vindt echter niet plaats, indien de inkomsten of hogere
                                    inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of
                                    indien betrokkene aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het
                                    gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken,
                                    verband houdende met het ontslag.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Onder inkomsten bedoeld in de voorgaande leden worden niet
                                    verstaan inkomsten, verkregen wegens overwerk of
                                    gratificatie.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/705435</vet></al><al><vet>Opgave van inkomsten</vet></al><al><vet>Artikel 11:14</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De betrokkene doet van het ter hand nemen van arbeid of bedrijf
                                    op of na de dag waarop hem ontslag is verleend of hem
                                    schriftelijk mededeling is gedaan van het voornemen hem ontslag
                                    te verlenen, onverwijld mededeling aan het college of aan een
                                    door het college aan te wijzen ambtenaar. Daarbij doet hij voor
                                    zover mogelijk opgave van de inkomsten die hij uit dan wel in
                                    verband met die arbeid of dat bedrijf zal verkrijgen. Tijdelijke
                                    of blijvende wijzigingen in alle evengenoemde bedragen geeft hij
                                    tijdig voor het verschijnen van de eerstvolgende
                                    uitkeringstermijn op.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de in het eerste lid bedoelde bedragen niet vooraf door
                                    de betrokkene zijn op te geven doet hij voor het verschijnen van
                                    elke uitkeringstermijn opgave van hetgeen hij sedert het ter
                                    hand nemen van de arbeid of het bedrijf dan wel sedert de vorige
                                    opgave heeft verkregen. Brengt de aard van de arbeid of het
                                    bedrijf, ter beoordeling van het college, mede dat de inkomsten
                                    over een langere termijn moeten worden berekend, welke echter
                                    niet langer dan een jaar mag zijn, dan geschiedt de opgave
                                    dienovereenkomstig en wordt het bedrag van de vermindering
                                    voorlopig vastgesteld onder voorbehoud van verrekening aan het
                                    einde van evenbedoelde termijn.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Bij de vaststelling van het bedrag van de vermindering kan van
                                    een opgave, bedoeld in het tweede lid, worden
                                afgeweken.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het in de voorgaande leden bepaalde vindt overeenkomstige
                                    toepassing ten aanzien van de arbeid of bedrijf en de inkomsten
                                    daaruit, bedoeld in artikel 11:13, het derde en vierde
                                    lid.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Overlijdensuitkering</vet></al><al><vet>Artikel 11:15</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene,
                                    bedoeld in artikel 11:6 wordt aan de nagelaten echtgenoot of
                                    geregistreerde partner een bedrag uitgekeerd gelijk aan de
                                    bezoldiging als bedoeld in artikel 11:5 over een tijdvak van
                                    drie maanden. Laat de overledene geen echtgenoot of
                                    geregistreerde partner na dan geschiedt de uitkering ten behoeve
                                    van zijn minderjarige wettige of natuurlijke kinderen dan wel
                                    minderjarige pleegkinderen. Ontbreken ook zodanige kinderen dan
                                    geschiedt de uitkering ten behoeve van ouders, broers, zusters
                                    of meerderjarige kinderen van wie de overledene kostwinner
                                    was.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien ter zake van zijn overlijden aan de in het eerste lid
                                    bedoelde betrekkingen een bedrag wordt toegekend uit hoofde van
                                    een door de overledene vervulde andere betrekking, ten gevolge
                                    waarvan op de uitkering een vermindering werd toegepast op grond
                                    van artikel 11:13, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan de
                                    verminderde uitkering over een tijdvak van drie maanden, voor
                                    zover nodig aangevuld, zodanig dat de som van beide bedragen
                                    gelijk is aan het bedrag, bedoeld in het eerste lid.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien de overledene geen betrekkingen bedoeld in het eerste
                                    lid nalaat, kan het bedrag van de uitkering geheel of ten dele
                                    worden aangewend voor de betaling van de kosten van de laatste
                                    ziekte of van de lijkbezorging als de nalatenschap van de
                                    overledene daartoe ontoereikend is.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Op de uitkering als bedoeld in dit artikel wordt in mindering
                                    gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
                                    betrekkingen van de gewezen ambtenaar ter zake van diens
                                    overlijden aanspraak kunnen maken uit hoofde van een bepaling in
                                    een gemeentelijke rechtspositieregeling, dan wel krachtens enig
                                    wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte,
                                    arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/801143</vet></al><al><vet>Verplichtingen bij ziekte</vet></al><al><vet>Artikel 11:16</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien betrokkene wegens ziekte ongeschikt is arbeid te
                                    verrichten, of daarvan is hersteld, is hij verplicht daarvan
                                    terstond mededeling te doen aan het college.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college stelt nadere voorschriften vast met betrekking tot
                                    de geneeskundige begeleiding van betrokkene als bedoeld in het
                                    eerste lid.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien betrokkene door het UWV schriftelijk in kennis is
                                    gesteld van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag voor
                                    een WAO-uitkering, is hij verplicht binnen de bij of krachtens
                                    de WAO gestelde termijnen een WAO-uitkering aan te vragen en
                                    alle medewerking te verlenen die noodzakelijk is voor het
                                    verkrijgen van deze uitkering.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Indien betrokkene als bedoeld in het derde lid, geen
                                    WAO-uitkering aanvraagt en hem dit redelijkerwijs kan worden
                                    verweten, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk rekening
                                    gehouden met WAO-uitkering behorende bij een mate van
                                    arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van
                                    handelingen door betrokkene als bedoeld in het vierde lid, de
                                    WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop
                                    geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit betrokkene
                                    redelijkerwijs kan worden verweten, wordt de bedoelde uitkering
                                    voor de toepassing van dit hoofdstuk steeds geacht onverminderd
                                    te zijn genoten.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004003238</vet></al><al><vet>Uitkering bij ziekte</vet></al><al><vet>Artikel 11:17</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de betrokkene binnen de termijn waarover hij aanspraak
                                    heeft op een van de uitkeringen bedoeld in de artikelen 11:6 tot
                                    en met 11:15 dan wel uiterlijk een maand na afloop van die
                                    termijn wegens ziekte verhinderd is arbeid te verrichten, wordt
                                    hem telkens met ingang van de vierde dag van die verhindering
                                    een uitkering toegekend van 80% van zijn bezoldiging.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De in het eerste lid bedoelde uitkering eindigt zodra de
                                    betrokkene deze over tezamen 260 werkdagen bij een vijfdaagse
                                    werkweek heeft genoten. De bepalingen van hoofdstuk 7 van deze
                                    regeling, zoals dit luidde voor 1 januari 2001, zijn voor zoveel
                                    mogelijk van overeenkomstige toepassing.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al><vet>Samenloop</vet></al><al><vet>Artikel 11:18</vet></al><al><vet>Zolang de betrokkene de uitkering geniet, bedoeld in artikel 11:17,
                            eerste lid, wordt met ingang van de dag waarop de verhindering wegens
                            ziekte aanvangt, de uitbetaling van de uitkering, bedoeld in de
                            artikelen 11:6 tot en met 11:15, opgeschort.</vet></al><al><vet>Afkoop</vet></al><al><vet>Artikel 11:19</vet></al><al><vet>Op verzoek van de betrokkene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in
                            artikel 11:7, tweede lid, onderdeel a of b, kan het recht op uitkering
                            geheel of ten dele worden afgekocht.</vet></al><al><vet>briefnummer: ARZ/507386</vet></al><al><vet>Verval en opnieuw toekennen van het recht op uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 11:20</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het recht op uitkering dat in verband met het niet voldoen aan
                                    de voorwaarde, bedoeld in artikel 11:7, tweede lid, onderdeel a
                                    of b, uitsluitend wordt vastgesteld ingevolge artikel 11:7,
                                    eerste lid, vervalt met ingang van de dag waarop de werkloosheid
                                    eindigt en wordt bij weer intredende onvrijwillige werkloosheid
                                    opnieuw toegekend voor de resterende duur met ingang van de dag
                                    waarop de laatstbedoelde werkloosheid ingaat, tenzij de
                                    betrokkene ter zake van deze laatstelijk opgetreden werkloosheid
                                    aanspraak heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet
                                    of krachtens enige publiekrechtelijke regeling inzake wachtgeld
                                    of uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor toepassing van dit artikel wordt onder beëindiging van de
                                    werkloosheid begrepen:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>het aanvaard hebben van een naar zijn aard vaste
                                            dienstbetrekking;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>het gedurende een periode van een maand vervuld hebben
                                            van een naar zijn aard tijdelijke dienstbetrekking bij
                                            dezelfde werkgever, voorzover de omvang van de nieuwe
                                            dienstbetrekking ten minste gelijk is aan die van de
                                            dienstbetrekking op basis waarvan het recht op uitkering
                                            bestaat.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Een betrokkene die bij afloop van de opnieuw toegekende
                                    uitkering als bedoeld in het eerste lid, nog onvrijwillig
                                    werkloos is, heeft opnieuw recht op een uitkering, mits de
                                    betrokkene :</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>binnen 6 maanden na de dag waarop het recht op
                                            uitkering ontstond als bedoeld in artikel 11:6, eerste
                                            lid, onder a, arbeid in dienstbetrekking heeft aanvaard;
                                            en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>in ten minste 13 weken opnieuw werkzaam is geweest als
                                            werknemer als bedoeld in artikel 3 van de
                                            Werkloosheidswet.</vet></al></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>Voor de toepassing van het derde lid worden weken waarop de
                                    betrokkene zonder te werken loon heeft ontvangen, gelijkgesteld
                                    met gewerkte weken.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De duur van de uitkering als bedoeld in het derde lid, bedraagt
                                    zes maanden, verminderd met de resterende duur van de opnieuw
                                    toegekende uitkering als bedoeld in het eerste lid.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Het college beslist over het opnieuw toekennen van de uitkering
                                    als bedoeld in het eerste lid en op toekenning van een uitkering
                                    als bedoeld in het derde lid, op aanvraag door de
                                    betrokkene.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Het recht op uitkering vervalt wanneer de daartoe strekkende
                                    aanvraag, bedoeld in het zesde lid en in artikel 11:6, negende
                                    lid, niet binnen een termijn van twee jaren na het ontstaan of
                                    het opnieuw ontstaan van dat recht bij het college is
                                    ingekomen.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Verplichtingen</vet></al><al><vet>Artikel 11:21</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaren niet heeft
                                    bereikt is hij verplicht een hem aangeboden betrekking, die hem
                                    in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden
                                    redelijkerwijs kan worden opgedragen, te aanvaarden dan wel tot
                                    het verkrijgen van inkomsten gebruik te maken van elke
                                    gelegenheid die in verband met zijn persoonlijkheid en
                                    omstandigheden passend kan worden geacht.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaar nog niet heeft
                                    bereikt, is hij verplicht zich bij het arbeidsbureau van zijn
                                    woonplaats als werkzoekende te doen inschrijven op de eerste
                                    werkdag, volgende op die waarop het ontslag ingaat. Hij dient
                                    binnen veertien dagen daarna een bewijs van inschrijving als
                                    werkzoekende van het arbeidsbureau aan het college over te
                                    leggen.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De betrokkene, die op de dag van het ontslag metterwoon
                                    verblijf houdt in het buitenland dan wel nadien metterwoon
                                    verblijf gaat houden in het buitenland en die de leeftijd van 55
                                    jaar nog niet heeft bereikt, is verplicht zich te doen
                                    inschrijven als werkzoekende bij een aldaar gevestigde instantie
                                    van arbeidsbemiddeling die daartoe de mogelijkheid biedt en die
                                    naar het oordeel van het college vergelijkbaar is met het
                                    arbeidsbureau.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college kan bepalen dat de in het tweede en derde lid
                                    omschreven verplichting niet geldt voor bepaalde betrokkenen of
                                    groepen van betrokkenen.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, is voorts verplicht
                                    zich te gedragen naar de voorschriften die hem door het college
                                    in het algemeen of voor enig bijzonder geval worden gegeven,
                                    strekkende tot het verkrijgen van een betrekking of andere bron
                                    van inkomsten.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Door het aanvaarden van de uitkering wordt de betrokkene geacht
                                    er in toe te stemmen dat zij, die naar het oordeel van het
                                    college daarvoor in aanmerking komen, alle voor de uitvoering
                                    van deze regeling noodzakelijke inlichtingen geven.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Opschorting</vet></al><al><vet>Artikel 11:22</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de betrokkene na zijn ontslag uit hoofde van ziekte
                                    aanspraak op doorbetaling van bezoldiging heeft of krijgt of een
                                    uitkering ten bedrage van de laatstgenoten bezoldiging in
                                    verband met de betrekking waaruit hem ontslag is verleend, wordt
                                    de uitvoering of verdere uitvoering van de uitkeringsregeling
                                    vervat in deze regeling opgeschort tot het einde van het tijdvak
                                    waarover die aanspraak bestaat.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college kan op verzoek van de betrokkene die zich als
                                    dienstplichtige in militaire dienst bevindt of moet begeven, de
                                    uitvoering of verdere uitvoering van de uitkeringsregeling
                                    vervat in deze regeling opschorten tot het einde van het tijdvak
                                    van diens militaire dienst.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Samenloop</vet></al><al><vet>Artikel 11:23</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de betrokkene ter zake van de dienstbetrekking waaruit
                                    hij met recht op uitkering is ontslagen, aanspraak heeft op een
                                    WAO-uitkering en in voorkomend geval vermeerderd met een
                                    invaliditeitspensioen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid
                                    van minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van de uitkering,
                                    toegekend ter zake van hetzelfde ontslag, met het hierna
                                    genoemde percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij
                                    een arbeidsongeschiktheid van </vet><vet> 65% tot 80%:
                                    80%</vet><vet> 55% tot 65%: 60%</vet><vet> 45% tot 55%:
                                    50%</vet><vet> 35% tot 45%: 40%</vet><vet> 25% tot 35%:
                                    30%</vet><vet> 15% tot 25%: 20%</vet><vet> minder dan 15%:
                                    0%</vet><vet> De som van de in de eerste volzin bedoelde
                                    WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een
                                    invaliditeitspensioen, en de verminderde uitkering bedraagt
                                    voorts niet meer dan de onverminderde uitkering die wordt
                                    genoten indien er geen sprake is van samenloop. Ingeval van
                                    overschrijding wordt het overschrijdende bedrag op de uitkering
                                    in mindering gebracht.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, geen
                                    WAO-uitkering aanvraagt en hem dit redelijkerwijs kan worden
                                    verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening
                                    gehouden met de WAO-uitkering waarbij een arbeidsongeschiktheid
                                    van 80% of meer behoort.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van
                                    handelingen door betrokkene, bedoeld in het eerste lid, de
                                    WAO-uitkering vermindering ondergaat dan wel het recht op deze
                                    uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit
                                    betrokkene redelijkerwijs kan worden verweten, wordt de bedoelde
                                    uitkering voor de toepassing van dit artikel steeds geacht
                                    onverminderd te zijn genoten.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/705435</vet></al><al><vet>Artikel 11:24</vet></al><al><vet>Indien de betrokkene aanspraken krijgt op een uitkering krachtens de
                            Werkloosheidswet of de Ziektewet, worden gedurende de termijn, waarover
                            die aanspraken bestaan, de op grond van deze regeling toegekende
                            uitkeringen niet uitbetaald.</vet></al><al><vet>Betaling</vet></al><al><vet>Artikel 11:25</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het bedrag van de uitkering, over een jaar berekend, wordt naar
                                    boven tot een volle euro afgerond en in dezelfde termijnen
                                    uitbetaald als de bezoldiging welke vóór de toekenning van de
                                    uitkering werd genoten.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Met toestemming van de betrokkene kan de uitbetaling van de
                                    uitkering over langere termijnen geschieden.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2001002801</vet></al><al><vet>Verval van uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 11:26</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De uitkeringen kunnen geheel of gedeeltelijk vervallen worden
                                    verklaard</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>indien de betrokkene bedoeld in artikel 11:6, de opgave
                                            bedoeld in artikel 11:14, eerste en tweede lid, nalaat
                                            dan wel onjuist of onvolledig doet;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>indien de betrokkene niet voldoet aan het bepaalde in
                                            artikel 11:21, tweede en derde lid, dan wel indien hij
                                            zonder toestemming van het college gedurende de tijd,
                                            waarin hij een uitkering geniet, de in evengenoemde
                                            leden bedoelde inschrijving teniet doet of nalaat deze
                                            op de door het arbeidsbureau dan wel de buitenlandse
                                            instantie van arbeidsbemiddeling bepaalde tijdstippen te
                                            doen verlengen;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>indien de betrokkene enig op grond van artikel 11:21,
                                            vijfde lid, gegeven voorschrift niet nakomt, tenzij hem
                                            hiervan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt,
                                            dan wel indien er overigens gegronde reden is om aan te
                                            nemen dat hij niet ernstig tracht werk te
                                        vinden;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>indien de betrokkene zich zonder toestemming van het
                                            college in het buitenland vestigt of geacht moet worden
                                            aldaar duurzaam te verblijven;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>indien betrokkene niet voldoet aan de verplichtingen
                                            die bij of krachtens artikel 11:16, eerste en tweede lid
                                            zijn gesteld; </vet></al></li><li nr="f."><al><vet>indien de betrokkene zich zodanig gedraagt, dat hem
                                            ontslag zou zijn verleend als hij in dienst was
                                            gebleven;</vet></al></li><li nr="g."><al><vet>indien achteraf blijkt, dat voor het aan de betrokkene
                                            verleende ontslag zich feiten en/of omstandigheden
                                            hebben voorgedaan die, zo deze eerder bekend waren,
                                            aanleiding zouden hebben gevormd hem als ambtenaar met
                                            toepassing van artikel 8:13 van deze regeling ontslag te
                                            verlenen;</vet></al></li><li nr="h."><al><vet>indien de betrokkene niet ernstig tracht werk te
                                            vinden</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Het voorgaande lid is, voor zover nodig, van overeenkomstige
                                    toepassing op een uitkering, bedoeld in artikel
                                11:17.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien de betrokkene de verplichting bedoeld in artikel 11:21,
                                    eerste lid, niet nakomt dan wel indien hij als ingeschrevene bij
                                    het arbeidsbureau dan wel de buitenlandse instantie van
                                    arbeidsbemiddeling opzettelijk of door nalatigheid verzuimt
                                    gevolg te geven aan een oproeping of aanwijzing van het
                                    arbeidsbureau, welke kan leiden tot het verkrijgen van werk dat
                                    hem in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden
                                    redelijkerwijs kan worden opgedragen of indien hij weigert
                                    dergelijk werk te aanvaarden, vervalt de uitkering voor het
                                    gedeelte waarmee deze tezamen met de verzuimde of verloren
                                    gegane inkomsten, de bezoldiging te boven zou zijn
                                gegaan.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het bepaalde in dit artikel is niet van kracht indien het niet
                                    nakomen van voorschriften, het weigeren of geen gebruik maken
                                    van een aangeboden betrekking of van een gelegenheid tot het
                                    verkrijgen van inkomsten geschiedt tijdens een staking of
                                    uitsluiting, behoudens het geval dat het naar het oordeel van
                                    het college noodzakelijk is dat de ambtenaar werkzaamheden
                                    verricht ter vervanging van stakers of uitgeslotenen of om
                                    werknemers behulpzaam te zijn, zulks met het oog op de openbare
                                    veiligheid of gezondheid of voor de regelmatige functionering
                                    van de openbare dienst.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009</vet></al><al><vet>Einde van het recht op uitkering</vet></al><al><vet>Artikel 11:27</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het recht op uitkering eindigt:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>met ingang van de eerste dag van de kalendermaand
                                            volgende op die waarin de betrokkene de leeftijd van 65
                                            jaar heeft bereikt;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>met ingang van de dag volgende op die waarop de
                                            betrokkene is overleden;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>indien het recht op uitkering geheel wordt
                                            afgekocht.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Het recht op uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de
                                    betrokkene recht verkrijgt op een WAO-uitkering, berekend naar
                                    een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Artikel 11:6, achtste
                                    lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
                                    van deze uitkering de duur, voor zover deze wordt bepaald aan de
                                    hand van artikel 11:8, en de hoogte worden vastgesteld te
                                    rekenen vanaf de datum van ontslag.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De voorgaande leden zijn, voor zover nodig van overeenkomstige
                                    toepassing op een uitkering, bedoeld in artikel
                                11:17.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/705435</vet></al><al><vet>Nadere voorschriften</vet></al><al><vet>Artikel 11:28</vet></al><al><vet>Ter uitvoering van dit hoofdstuk kan het college nadere voorschriften
                            geven.</vet></al><al><vet>briefnummer: CvA/2004001009 </vet></al><al><vet>Overgangsbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 11:29</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Op de uitkeringen toegekend krachtens de bepalingen van de
                                    uitkeringsregeling zoals deze luidde voor 1 augustus 1991,
                                    worden voor de resterende duur na 30 juli 1991, de bepalingen
                                    van de uitkeringsregeling zoals deze luiden met ingang van 1
                                    augustus 1991 toegepast, met dien verstande dat de hoogte, voor
                                    de reeds vastgestelde duur, nooit lager zal zijn dan op grond
                                    van de uitkeringsregeling zoals deze luidde voor 1 augustus
                                    1991.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ten aanzien van de uitkeringen, als bedoeld in het eerste lid,
                                    die voortduren na 30 juli 1991, wordt op basis van de
                                    desbetreffende bepalingen in de uitkeringsregeling zoals deze
                                    luiden met ingang van 1 augustus 1991, de duur opnieuw berekend.
                                    Indien de aldus berekende duur van de toegekende uitkering
                                    langer is dan de oorspronkelijk vastgestelde duur, wordt deze
                                    laatstgenoemde duur verlengd met het verschil tussen
                                    beide.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De betrokkene aan wie een uitkering was toegekend op grond van
                                    artikel 11, eerste lid, van de uitkeringsregeling, zoals deze
                                    luidde tot 1 augustus 1991, en welke als gevolg van beëindiging
                                    van de werkloosheid is vervallen, behoudt binnen de in artikel
                                    13, tweede lid genoemde termijn en overeenkomstig de overige
                                    daarvoor genoemde voorwaarden het recht op opnieuw toekennen van
                                    de uitkering. Artikel 13, eerste lid van de uitkeringsregeling
                                    zoals deze luidde tot 1 augustus 1991, blijft van toepassing op
                                    een weder toegekende uitkering als bedoeld in de vorige volzin,
                                    met dien verstande dat de duur van de toegekende uitkering wordt
                                    herberekend op grond van het tweede lid.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 11:30</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Degene aan wie voor 1 januari 1995 een uitkering is toegekend
                                    op basis van de bepalingen van de uitkeringsverordening zoals
                                    deze luidde voor 1 januari 1995, en waarvan de duur doorloopt
                                    tot na 31 december 1994, behoudt wat betreft de hoogte van deze
                                    uitkering de aanspraken zoals deze zijn vastgelegd in
                                    evengenoemde verordening.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het voorgaande geldt eveneens ten aanzien van degene aan wie
                                    voor 1 januari 1995 een uitkering is toegekend op basis van dit
                                    hoofdstuk.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 11:31</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Slotbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 11:32</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar of
                                    arbeidscontractant die ontslagen is met ingang van 1 januari
                                    2001 of later.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Bij de verwijzingen in dit hoofdstuk naar artikelen elders uit
                                    de CAR en/of UWO moet, voorzover niet anders is bepaald, worden
                                    uitgegaan van de tekst van deze artikelen zoals deze luidde op
                                    31 december 2000.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2000004977</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>11a SUPPLETIE</vet></al><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>Artikel 11a:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan
                                    onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin
                                            van artikel 18, eerste lid, van de Wet op de
                                            arbeidsongeschiktheidsverzekering;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>arbeidsongeschiktheidsuitkering: een periodieke
                                            uitkering, toegekend op grond van arbeidsongeschiktheid,
                                            die voortvloeit uit enig dienstverband van
                                            betrokkene;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>WAO-uitkering: uitkering op grond van de
                                        WAO;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>betrokkene: de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 2
                                            van de WPA, aan wie op grond van artikel 8:5 ontslag is
                                            verleend op grond van ongeschiktheid voor de vervulling
                                            van zijn betrekking wegens ziekte, en die ten tijde van
                                            dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is, met
                                            uitzondering van degene die zijn resterende
                                            verdienvermogen volledig benut in een of meer
                                            aangehouden betrekkingen;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>bestuursorgaan: het orgaan als bedoeld in artikel 8:5,
                                            eerste lid, dat bevoegd is betrokkene ontslag te
                                            verlenen;</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>suppletie: de suppletie, bedoeld in artikel
                                            11a:6;</vet></al></li><li nr="g."><al><vet>dagloon: het dagloon in de zin van de Wet op de
                                            arbeidsongeschiktheidsverzekering zonder toepassing van
                                            de maximumdagloongrens van artikel 9, eerste lid, van de
                                            Coordinatiewet Sociale Verzekering, vermeerderd met het
                                            bedrag aan pensioenpremie, bedoeld in artikel 10 van de
                                            Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, en in
                                            voorkomend geval verminderd met bijdragen strekkende tot
                                            betaling van de premie van een door of voor de
                                            betrokkene afgesloten particuliere
                                            ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 1, tweede
                                            lid, onderdeel b, van het Besluit Algemene
                                            Dagloonregelen WAO;</vet></al></li><li nr="h."><al><vet>berekeningsgrondslag van de suppletie: het dagloon van
                                            betrokkene op de dag voorafgaande aan het ontslag ter
                                            zake waarvan hem recht op suppletie wordt toegekend,
                                            voor zover dat betrekking heeft op het inkomen uit de
                                            betrekking waaraan het recht op suppletie wordt
                                            ontleend;</vet></al></li><li nr="i."><al><vet>werkloosheidsuitkering een periodieke uitkering ter
                                            zake van ontslag of werkloosheid, die voortvloeit uit
                                            enig dienstverband van betrokkene.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht
                                    genomen.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2001002849</vet></al><al><vet>Recht op suppletie</vet></al><al><vet>Artikel 11a:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Betrokkene heeft recht op suppletie vanaf het tijdstip dat aan
                                    hem ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid voor de
                                    vervulling van zijn betrekking wegens ziekte</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het eerste lid is niet van toepassing indien het in dat lid
                                    bedoelde ontslag wordt verleend na het moment dat de
                                    ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens
                                    ziekte 90 maanden onafgebroken heeft geduurd. Voor het bepalen
                                    van genoemde periode van 90 maanden worden perioden van ziekte
                                    samengeteld indien die elkaar met een onderbreking van minder
                                    dan vier weken opvolgen.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 11a:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het verplichtingen- en sanctieregime van de Werkloosheidswet is
                                    van overeenkomstige toepassing op het recht op
                                suppletie</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Onverminderd het eerste lid, omvat passende arbeid in de zin
                                    van de Werkloosheidswet voor de toepassing van de suppletie mede
                                    gangbare arbeid. Hierbij wordt onder gangbare arbeid verstaan:
                                    alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de betrokkene met
                                    zijn krachten en bekwaamheden in staat is.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 11a:4</vet></al><al><vet>Het recht op suppletie komt niet tot uitbetaling voor
                        zolang:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>betrokkene een WAO-uitkering ontvangt, berekend naar een mate
                                    van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer,</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>betrokkene is herplaatst in een functie waaraan hij recht kan
                                    ontlenen op herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 12 van
                                    het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds
                                ABP.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601047</vet></al><al><vet>Artikel 11a:5</vet></al><al><vet>Het recht op suppletie eindigt,</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>na ommekomst van de duur van de suppletie;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is
                                    overleden;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>met ingang van de eerste dag van de maand waarin de betrokkene
                                    de leeftijd van 65 jaar bereikt.</vet></al></li></lijst><al><vet>Suppletie</vet></al><al><vet>Artikel 11a:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De suppletie bedraagt een percentage van de
                                    berekeningsgrondslag van de suppletie</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De berekeningsgrondslag van de suppletie wordt telkens
                                    aangepast aan de voor de sector Gemeenten geldende algemene
                                    bezoldigingswijziging.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het in het eerste lid bedoelde percentage bedraagt:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>gedurende de eerste drieëndertig maanden 80%;
                                        en</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>gedurende de daaropvolgende drieëndertig maanden
                                            70%.</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 11a:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In afwijking van artikel 11a:6, derde lid, wordt, indien het in
                                    artikel 11a:2 bedoelde ontslag is verleend op een latere datum
                                    dan het moment waarop de ongeschiktheid voor de vervulling van
                                    zijn betrekking wegens ziekte 24 maanden onafgebroken heeft
                                    geduurd, de in artikel 11a:6, derde lid, genoemde periode
                                    verminderd met de periode die gelegen is tussen de ontslagdatum
                                    en het moment waarop genoemde ongeschiktheid 24 maanden
                                    onafgebroken heeft geduurd. Deze vermindering vindt plaats, te
                                    beginnen met de periode gedurende welke de betrokkene recht
                                    heeft op 80% van de berekeningsgrondslag van de
                                suppletie.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Voor het bepalen van de in het eerste lid bedoelde periode van
                                    24 maanden worden perioden van ziekte samengeteld indien die
                                    elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken
                                    opvolgen.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 11a:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien de betrokkene gedurende de periode dat recht bestaat op
                                    suppletie, ter zake van de dienstbetrekking waaruit dat recht op
                                    suppletie is ontstaan, een werkloosheidsuitkering, een
                                    Waz-uitkering dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering
                                    ontvangt, wordt het bedrag van genoemde uitkering of uitkeringen
                                    in mindering gebracht op het bedrag van de suppletie. Indien de
                                    bedoelde betrokkene uit hoofde van twee of meer
                                    dienstbetrekkingen als overheidswerknemer recht heeft op een
                                    WAO-uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing van de
                                    eerste volzin, toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake
                                    waarvan hem recht op suppletie is toegekend, naar rato van de
                                    feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende
                                    dienstbetrekkingen</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de betrokkene recht heeft op een
                                    arbeidsongeschiktheidsuitkering die kan worden toegerekend aan
                                    een dienstbetrekking, waaruit hij is ontslagen op een datum,
                                    gelegen vóór de datum van ontslag uit de dienstbetrekking ter
                                    zake waarvan hem recht op suppletie is toegekend, welk recht
                                    voortduurt na laatstgenoemde datum, wordt, in geval van een
                                    verhoging van de mate van de arbeidsongeschiktheid waardoor het
                                    bedrag van die arbeidsongeschiktheidsuitkering verhoogd wordt,
                                    uitsluitend het bedrag van die verhoging van die
                                    arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht op het
                                    bedrag van de suppletie. Indien de bedoelde betrokkene uit
                                    hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen als
                                    overheidswerknemer recht heeft op een WAO-uitkering, wordt die
                                    uitkering voor de toepassing van de vorige volzin toegerekend
                                    aan de in die volzin eerstgenoemde dienstbetrekking, naar rato
                                    van de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de
                                    desbetreffende dienstbetrekkingen.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien de toerekeningswijze, bedoeld in het tweede lid, in een
                                    individueel geval naar het oordeel van het bestuursorgaan leidt
                                    tot een kennelijk onredelijke uitkomst voor de betrokkene, kan
                                    het bestuursorgaan ten gunste van die betrokkene tot een wijze
                                    van toerekenen besluiten die met de strekking van dit artikel
                                    overeenkomt.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2002004755</vet></al><al><vet>Artikel 11a:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien betrokkene gedurende de periode dat recht bestaat op
                                    suppletie inkomsten verwerft uit of in verband met arbeid of
                                    bedrijf, anders dan bedoeld in artikel 11a:8, wordt de
                                    berekeningsgrondslag van de suppletie verminderd met de
                                    inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Onder inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf,
                                    bedoeld in het eerste lid, worden begrepen inkomsten uit of in
                                    verband met arbeid of bedrijf die zijn ontstaan:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>met ingang van of na de dag waarop het ontslag ter zake
                                            waarvan de betrokkene suppletie is toegekend, hem is
                                            aangezegd;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>gedurende non-activiteit, vakantie of verlof
                                            onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag ter zake
                                            waarvan de betrokkene suppletie is toegekend;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>vóór de dag van het ontslag ter zake waarvan de
                                            betrokkene suppletie is toegekend, anders dan bedoeld in
                                            onderdeel a en b, en artikel 11a:8, tweede lid, voor
                                            zover uit deze arbeid of dit bedrijf na die dag
                                            inkomsten of meer inkomsten worden genoten door de
                                            betrokkene, terwijl die inkomsten of die meerdere
                                            inkomsten of een gedeelte daarvan, het gevolg zijn van
                                            een verhoogde werkzaamheid dan wel verband houden met
                                            het ontslag.</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>In bijzondere gevallen kan het bestuursorgaan ten gunste van
                                    betrokkene afwijken van het tweede lid.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 11a:10</vet></al><al><vet>Voor de toepassing van artikel 11a:8 en 11a:9 worden uitkeringen steeds
                            geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten indien, als gevolg
                            van handelingen of het nalaten van handelingen door betrokkene, één of
                            meer werkloosheidsuitkeringen, een Waz-uitkering,
                            arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, uitkeringen op grond van de Ziektewet
                            dan wel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met
                            laatstgenoemde uitkeringen, waarop betrokkene recht heeft;</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>vermindering ondergaan;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>blijvend geheel geweigerd worden;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>tijdelijk of blijvend gedeeltelijk geweigerd worden; dan
                                    wel</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>in uitkeringsduur beperkt worden.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: CvA/2002004755</vet></al><al><vet>Artikel 11a:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene, aan
                                    wie een suppletie is toegekend, keert het bestuursorgaan een
                                    bedrag uit, gelijk aan de berekeningsgrondslag van de suppletie
                                    van betrokkene over een tijdvak van drie maanden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt
                                uitgekeerd</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>aan de langstlevende der echtgeno(o)t(en) of
                                            geregistreerde partner(s) indien de overledene niet
                                            duurzaam van de andere echtgenoot gescheiden
                                            leefde;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon aan de
                                            minderjarige wettige of natuurlijke kinderen,</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen
                                            aan degenen ten aanzien van wie de overledene
                                            grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met
                                            wie hij in gezinsverband leefde</vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Voor de toepassing van het tweede lid worden mede als
                                    echtgeno(o)t(en) of geregistreerde partner(s) aangemerkt niet
                                    gehuwde personen van verschillend of gelijk geslacht die
                                    duurzaam een gezamenlijke huishouding voeren, tenzij het betreft
                                    personen tussen wie bloedverwantschap in de eerste of tweede
                                    graad bestaat.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in het derde lid,
                                    kan slechts sprake zijn indien twee ongehuwde personen
                                    gezamenlijk voorzien in huisvesting en bovendien beiden een
                                    bijdrage leveren in de kosten van de huishouding dan wel op
                                    andere wijze in elkaars verzorging voorzien</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Op het uit te keren bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt in
                                    mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de
                                    nagelaten betrekkingen van de betrokkene ter zake van diens
                                    overlijden aanspraak kunnen maken uit hoofde van een of meer
                                    werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen,
                                    uitkeringen op grond van de Ziektewet dan wel uitkeringen die
                                    naar aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde
                                    uitkeringen, waarop betrokkene recht had.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/804371</vet></al><al><vet>Betaling van de suppletie</vet></al><al><vet>Artikel 11a:12</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het bestuursorgaan stelt op aanvraag vast of er recht op
                                    suppletie bestaat.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het
                                    bestuursorgaan beschikbaar gesteld aanvraagformulier.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het bestuursorgaan betaalt de suppletie zo spoedig mogelijk
                                    uit, doch uiterlijk binnen een maand nadat het het recht op die
                                    suppletie heeft vastgesteld. Het bestuursorgaan betaalt de
                                    suppletie in de regel per maand achteraf </vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De suppletie die niet in ontvangst is genomen of is ingevorderd
                                    binnen 3 maanden na de dag van betaalbaarstelling, wordt niet
                                    meer betaald. Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen ten
                                    gunste van betrokkene afwijken van de eerste volzin.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 11a:13</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het bestuursorgaan betaalt ambtshalve een naar redelijkheid
                                    vast te stellen voorschot op een suppletie indien uitsluitend
                                    onzekerheid bestaat omtrent de hoogte van de suppletie, omtrent
                                    het van de suppletie aan de betrokkene te betalen bedrag of
                                    omtrent het nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel
                                    11a:3.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het bestuursorgaan kan op verzoek van de betrokkene een naar
                                    redelijkheid vast te stellen voorschot op een suppletie betalen
                                    indien onzekerheid bestaat omtrent het recht op
                                suppletie.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Een voorschot, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt
                                    beschouwd als een suppletie.</vet></al></li></lijst><al><vet>Scholing, opleiding en onbeloonde activiteiten</vet></al><al><vet>Artikel 11a:14</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het bestuursorgaan kan regels stellen op grond waarvan in bij
                                    die regels aan te geven gevallen en met inachtneming van bij die
                                    regels te stellen beperkingen de betrokkene bevoegd is deel te
                                    nemen aan een opleiding of scholing in dagonderwijs.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de betrokkene die recht heeft op suppletie gaat
                                    deelnemen aan een voor hem naar het oordeel van het
                                    bestuursorgaan noodzakelijke opleiding of scholing, blijft
                                    volgens door het bestuursorgaan te stellen regels het recht op
                                    suppletie bestaan totdat die opleiding of scholing is
                                    geëindigd.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>In de door het bestuursorgaan te stellen regels, bedoeld in het
                                    tweede lid, worden in ieder geval voorschriften en beperkingen
                                    gegeven met betrekking tot de aard, de omvang en de duur van de
                                    in het tweede lid bedoelde opleiding of scholing</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 11a:15</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De betrokkene die onbeloonde activiteiten verricht, is
                                    verplicht daarvan mededeling te doen aan het
                                    bestuursorgaan.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De betrokkene heeft voor het verrichten van bijzondere vormen
                                    van onbeloonde activiteiten voorafgaande toestemming van het
                                    bestuursorgaan nodig</vet></al></li></lijst><al><vet>Uitvoeringsvoorschriften</vet></al><al><vet>Artikel 11a:16</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het bestuursorgaan stelt nadere regels vast met betrekking
                                    tot:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de wijze waarop de controle van betrokkene
                                            plaatsvindt;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>het genieten van vakantie tijdens de duur van de
                                            suppletie,</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>het bestuursorgaan kan nadere regels stellen met betrekking tot
                                    artikel 11a:15.</vet></al></li></lijst><al><vet>Conversie herplaatsingswachtgeld en bezoldiging of uitkering wegens
                            ziekte</vet></al><al><vet>Artikel 11a:17</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Degene die op 31 december 1995 uit hoofde van een ontslag uit
                                    de sector gemeenten recht heeft op een herplaatsingswachtgeld
                                    als bedoeld in artikel K4, tweede lid, juncto artikel K6 van de
                                    Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals die wet luidde op die
                                    datum, en waarvan de duur op 1 januari 1996 nog niet is
                                    verstreken, heeft recht op suppletie.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het in het eerste lid bedoelde recht op suppletie bedraagt bij
                                    een op 31 december 1995 genoten recht op herplaatsingswachtgeld
                                    van:</vet></al></li></lijst><table><tgroup cols="12"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="11*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="4*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="11*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="7*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="11*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="7*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="12*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="4*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="11*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="7*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maand:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>gedurende</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>de</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>eerste</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>27</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>maanden</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>vervolgens</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>maanden</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>gedurende</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>de</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>eerste</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>26</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>maanden</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>vervolgens</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>maanden</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>25</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>24</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>22</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>21</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>20</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>19</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>18</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>17</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>16</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>15</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>13</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>14</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>14</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>13</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>15</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>16</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>17</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>18</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>19</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>20</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>21</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>22</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>23</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>24</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>25</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>26</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>27</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>maand</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>80%,</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>70%;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>28</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>gedurende</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>maanden</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>29</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>32</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>30</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>31</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>31</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>30</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>32</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>29</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>33</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>28</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>34</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>27</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>35</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>26</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>36</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>25</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>37</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>24</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>38</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>39</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>22</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>40</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>21</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>41</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>20</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>42</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>19</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>43</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>18</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>44</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>17</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>45</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>16</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>46</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>15</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>47</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>14</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>48</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>13</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>49</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>50</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>51</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>52</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>53</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>54</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>55</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>56</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>57</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>58</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>59</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maanden:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>"</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>maand</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>70%;</vet></al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="4."><al><vet>De artikelen 11a:3 tot en met 11a:5, 11a:6, tweede lid, 11a:7
                                    tot en met 11a:11, alsmede artikel 11a:12, derde lid tot en met
                                    11a:16 zijn van overeenkomstige toepassing.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Het bestuursorgaan stelt ambtshalve van iedere
                                    overheidswerknemer als bedoeld in het eerste lid, het recht op
                                    suppletie vast met inachtneming van het in dit artikel
                                    bepaalde.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Artikel 11a:6, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing,
                                    met dien verstande dat voor de vaststelling van de
                                    berekeningsgrondslag voor de betrokkene als dagloon geldt het
                                    dagloon zoals bepaald in artikel 42, derde en vierde lid, van de
                                    WPA, zonder toepassing van de maximumdagloongrens van artikel 9,
                                    eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale
                                Verzekering.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Bij de bepaling op 1 januari 1996 van de periode waarover
                                    herplaatsingswachtgeld is genoten, wordt deze periode naar
                                    beneden afgerond op een hele maand.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 11a:18</vet></al><al><vet>Indien de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 2 van de WPA, op 1
                            januari 1996 gedurende een periode van 52 weken of langer onafgebroken
                            arbeidsongeschikt is geweest in de zin van artikel 19, eerste lid, van
                            de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de mate van zijn
                            algemene invaliditeit op grond van het pensioenreglement is vastgesteld
                            op ten minste 15 procent dan wel de mate van arbeidsongeschiktheid
                            ingevolge de ministeriele regeling op grond van artikel 8, derde lid,
                            van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet is vastgesteld op ten minste
                            25 procent, binnen een periode van zes maanden is aan te merken als
                            betrokkene, geldt voor hem als dagloon het dagloon zoals bepaald in
                            artikel 39, vierde en vijfde lid, van de WPA, zonder toepassing van de
                            maximumdagloongrens van artikel 9, eerste lid, van de Coordinatiewet
                            Sociale Verzekering.</vet></al><al><vet>briefnummer: ARZ/607190</vet></al><al><vet>Overige en slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 11a:19</vet></al><al><vet>Indien het niveau van de WAO-conforme uitkering als bedoeld in
                            paragraaf 9 van de WPA een algemene neerwaartse wijziging ondergaat,
                            wordt deze neerwaartse wijziging, tenzij de LOGA-partners anders
                            overeenkomen, binnen zes maanden na de datum van het Staatsblad, waarin
                            de maatregel is gepubliceerd, op overeenkomstige wijze ten aanzien van
                            de suppletie doorgevoerd vanaf de in het Staatsblad vermelde datum van
                            inwerkingtreding van bedoelde maatregel, doch niet eerder dan zes
                            maanden na de datum van het Staatsblad.</vet></al><al><vet>Artikel 11a:20</vet></al><al><vet>Dit hoofdstuk treedt in werking met ingang van 1 januari
                        1996.</vet></al><al><vet>Artikel 11a:21</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar, van wie
                                    de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 8:5, is
                                    gelegen op of na 1januari 2004 en die op of na 1 januari 2007 op
                                    grond van artikel 8:5 is ontslagen, met uitzondering van de
                                    ambtenaar die op grond van de WAO recht heeft op een
                                    WAO-uitkering.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar, van wie
                                    de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 8:5, is
                                    gelegen op of na 1 januari 2004 en die tussen 1 juli 2006 en 1
                                    januari 2007 op grond van artikel 8:5 is ontslagen en volledig
                                    arbeidsongeschikt is, met uitzondering van de ambtenaar die op
                                    grond van de WAO recht heeft op een WAO-uitkering.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601614</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>12 OVERLEG MET ORGANISATIES VAN OVERHEIDSPERSONEEL</vet></al><al><vet>Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 12:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan
                                    onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de commissie: de in artikel 12:2 bedoelde commissie
                                            voor georganiseerd overleg;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de ambtenaren: de ambtenaren in de zin van de
                                            collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de werknemers
                                            die werkzaam zijn op basis van een
                                            arbeidsovereenkomst;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>de organisaties: de plaatselijk werkende groeperingen
                                            van de landelijke verenigingen van overheidspersoneel,
                                            aangesloten bij de centrales welke zijn toegelaten tot
                                            het centraal overleg met het College voor Arbeidszaken
                                            van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Er is een commissie voor georganiseerd overleg, die is
                                    samengesteld uit een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur
                                    en een vertegenwoordiging van de toegelaten
                                organisaties.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Onder toegelaten organisaties worden verstaan: de Algemene
                                    Centrale van Overheidspersoneel (ACOP), de Christelijke Centrale
                                    van Overheids- en Onderwijzend Personeel (CCOOP) en de Centrale
                                    van Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid,
                                    onderwijs, bedrijven en instellingen (CMHF), dan wel een van de
                                    bij deze centrales aangesloten bonden, voorzover deze centrales,
                                    respectievelijk bonden voldoende representatief geacht kunnen
                                    worden.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De leden van ABVAKABO en NOVON die op 1 juli 1998 zitting
                                    hebben in de commissie namens ACOP of Ambtenarencentrum, dan wel
                                    namens ABVAKABO of NOVON, behouden hun zetels als
                                    vertegenwoordigers van ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON.
                                    </vet><vet> Indien deze leden ophouden lid van de commissie te
                                    zijn, worden ze niet vervangen totdat het aantal leden namens
                                    ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON in overeenstemming is met het
                                    aantal als genoemd in de bepaling van de samenstelling van de
                                    commissie. Uiterlijk op 1 juli 2002 wordt het aantal leden in
                                    overeenstemming gebracht met de hier geldende
                                bepalingen.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Andere vakorganisaties dan bedoeld in het derde lid kunnen
                                    toegelaten worden indien ze representatief geacht kunnen worden.
                                    Een desbetreffend verzoek wordt in het georganiseerd overleg
                                    besproken.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Organisaties die tot het georganiseerd overleg zijn toegelaten,
                                    verliezen hun toegang tot dit overleg zodra zij niet meer
                                    voldoende representatief geacht worden.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/803886</vet></al><al><vet>Samenstelling</vet></al><al><vet>Artikel 12:1:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur in de commissie,
                                bedoeld in artikel 12:1, wijst het college uit zijn midden een of
                                meer vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers aan. De aanwijzing
                                geschiedt bij elke nieuwe zittingsperiode van de raad en voorts
                                telkens ter vervanging van hen die ophouden lid van het college te
                                zijn.</al></li><li nr="2."><al>Voor de vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties in de
                                commissie, bedoeld in artikel 12:1, worden per centrale, bedoeld in
                                artikel 12:1, derde lid, twee leden en hun plaatsvervangers
                                aangewezen. Deze aanwijzing geschiedt door en uit de
                                organisaties,welke een minimum aantal ambtenaren tot haar leden
                                tellen. Indien verschillende organisaties deel uitmaken van een
                                zelfde centrale, geldt het in de vorige zin bepaalde voor deze
                                organisaties gezamenlijk. In een nader vast te stellen regeling
                                wordt het bedoelde minimum aantal ambtenaren bepaald.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2003003656</al><al><vet>Artikel 12:1:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld in
                                artikel 12:1:1, tweede lid, aan het college opgaaf van het aantal
                                der op 1 januari van dat jaar bij haar aangesloten ambtenaren.</al></li><li nr="2."><al>Degene, die als lid of als plaatsvervanger door een organisatie is
                                aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij geen lid van de
                                organisatie of geen ambtenaar meer is, alsmede indien de organisatie
                                schriftelijk aan het college doet weten dat zijn aanwijzing als
                                vertegenwoordiger of plaatsvervanger is ingetrokken. In deze
                                gevallen wordt zo spoedig mogelijk een opvolger aangewezen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2003000554</al><al><vet>Artikel 12:1:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voorzitter van de commissie is de door het college aangewezen
                                vertegenwoordiger of bij afwezigheid zijn plaatsvervanger.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst een ambtenaar, niet behorende tot de
                                vertegenwoordiging van de organisaties, tot secretaris van de
                                commissie aan, alsmede diens plaatsvervanger. Zo nodig stelt het
                                college verder personeel voor het secretariaat ter beschikking.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris kan aan de besprekingen deelnemen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002004761</al><al><vet>Mededeling omtrent CAR en UWO</vet></al><al><vet>Artikel 12:1:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ingeval het LOGA tussen het College voor Arbeidszaken van de
                                Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van
                                overheidspersoneel leidt tot overeenstemming, als gevolg waarvan de
                                tekst van de CAR wijzigt, doet het college daarvan mededeling aan de
                                commissie voor georganiseerd overleg.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van gemeenten die zijn aangesloten bij de UWO geldt dat,
                                ingeval het LOGA, bedoeld in het eerste lid, leidt tot
                                overeenstemming, als gevolg waarvan de tekst van de UWO wijzigt, het
                                college daarvan mededeling doet aan de commissie voor georganiseerd
                                overleg.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002004761</al><al><vet>Artikel 12:1:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien door het bevoegde bestuursorgaan wordt voorgesteld
                                verandering te brengen in de inrichting van enig dienstonderdeel,
                                wijziging in de behoefte aan arbeidskrachten daaronder begrepen,
                                stelt het college het overleg als bedoeld in artikel 12:2 hiervan op
                                de hoogte.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt in geval van een ingrijpende verandering in de
                                inrichting van enig dienstonderdeel regels vast betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>de fase waarin ter zake van die verandering het overleg als
                                        bedoeld in artikel 12:2 wordt gevoerd;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de fase waarin de bij die verandering
                                        betrokken ambtenaren worden gehoord;</al></li><li nr="c."><al>de personele gevolgen van die verandering.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Over het voornemen al dan niet regels, bedoeld in het vorig lid,
                                vast te stellen wordt overleg gevoerd als bedoeld in artikel
                                12:2.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002004761</al><al><vet>Taak en bevoegdheden</vet></al><al><vet>Artikel 12:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De commissie voert overleg over alle aangelegenheden van
                                    algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met
                                    inbegrip van de algemene regels volgens welke het
                                    personeelsbeleid zal worden gevoerd. De commissie kan niet
                                    overleggen over onderwerpen die voorbehouden zijn aan het LOGA
                                    tussen het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van
                                    Nederlandse Gemeenten en de centrales van
                                    overheidspersoneel.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Er worden nadere regels gesteld over de werkwijze van de
                                    comissie voor georganiseerd overleg.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De nadere regels, bedoeld in het tweede lid, bevatten een
                                    bepaling hoe moet worden gehandeld indien een geschil niet tot
                                    overeenstemming leidt.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 12:2:1</vet></al><al>Besluiten omtrent de onderwerpen, bedoeld in artikel 12:2, eerste lid,
                        worden door het college en de raad niet genomen, noch voorstellen
                        daaromtrent gedaan, dan nadat de commissie haar gevoelen over de
                        concept-besluiten, respectievelijk voorstellen heeft kenbaar gemaakt.</al><al>briefnummer: CvA/2002004761 </al><al><vet>Artikel 12:2:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie, alsmede de vertegenwoordiging van de organisaties, is
                                bevoegd aangaande de in artikel 12:2, eerste lid, bedoelde
                                onderwerpen voorstellen te doen aan het college.</al></li><li nr="2."><al>Heeft een voorstel betrekking op onderwerpen behorende tot de
                                bevoegdheid van het college, dan neemt het college daaromtrent een
                                beslissing. Behoort het voorstel tot de bevoegdheid van de raad, dan
                                legt het college het voorstel voorzien van zijn advies ter
                                besluitvorming voor aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>De besluiten, welke worden genomen naar aanleiding van voorstellen
                                van de commissie, worden meegedeeld aan de vertegenwoordiging van de
                                organisaties en aan de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde
                                organisaties.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2002004761</al><al><vet>Artikel 12:2:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie kan een subcommissie instellen, bestaande uit door haar
                                aan te wijzen voorzitter en leden, indien dit voor de behandeling
                                van een bepaald onderwerp nodig wordt geacht.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris van de commissie is tevens secretaris van de
                                subcommissie. Hij kan zich doen bijstaan of vervangen door degenen
                                die ingevolge artikel 12:1:3, tweede lid, ter beschikking
                                staan.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in artikel 12:2:7 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Vergaderingen</vet></al><al><vet>Artikel 12:2:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie vergadert indien de voorzitter dit nodig oordeelt op
                                door hem te bepalen tijdstippen.</al></li><li nr="2."><al>Voorts belegt de voorzitter een vergadering indien ten minste drie
                                leden van de commissie hem dit schriftelijk met opgaaf van redenen
                                verzoeken en wel uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het
                                verzoek.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12:2:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie wordt tijdig, in de regel 14 dagen van tevoren, ter
                                vergadering opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt zoveel mogelijk
                                de te behandelen onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Een vergadering kan slechts plaatshebben indien de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur aanwezig is en ten minste
                                de helft van de organisaties is vertegenwoordigd. Wanneer de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur bestaat uit twee of meer
                                leden van het college kan de vergadering slechts plaatshebben indien
                                ten minste de helft van de vertegenwoordiging van het
                                gemeentebestuur aanwezig is en ten minste de helft van de
                                organisaties is vertegenwoordigd.</al></li><li nr="3."><al>Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het tweede lid een
                                vergadering niet kan plaatshebben, worden de aan de orde zijnde
                                onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een binnen
                                14 dagen te houden nieuwe vergadering, in welke vergadering die
                                onderwerpen in elk geval kunnen worden behandeld.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2003000554</al><al><vet>Artikel 12:2:6</vet></al><al>Elk lid heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken door
                        deze schriftelijk op te geven aan de voorzitter. Deze stelt die onderwerpen
                        zoveel mogelijk in de eerstvolgende vergadering aan de orde.</al><al><vet>Artikel 12:2:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen zijn niet openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan hoofden van dienst of andere ambtenaren de
                                vergadering laten bijwonen. Deze kunnen aan de besprekingen
                                deelnemen.</al></li><li nr="3."><al>De vertegenwoordigers van de organisaties kunnen zich laten bijstaan
                                door een vertegenwoordiger van het hoofdbestuur van hun organisatie;
                                zij zijn voorts bevoegd de onderwerpen van de agenda binnen de
                                grenzen van een doelmatige en vertrouwelijke behandeling van zaken
                                aan voorbespreking in eigen kring te onderwerpen.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan omtrent het in de vergadering behandelde en
                                omtrent de inhoud van aan de commissie overgelegde stukken
                                geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding geldt niet ten opzichte
                                van het college en van de raad, alsmede niet tegenover de
                                hoofdbesturen van de vertegenwoordigende organisaties.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2003000554</al><al><vet>Artikel 12:2:8</vet></al><al>De voorzitter kan op verzoek van ten minste twee leden of zo dikwijls hij
                        dit nodig acht, de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen
                        tijd.</al><al><vet>Artikel 12:2:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien in de vergadering moet worden gestemd brengt elke
                                vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, één stem
                                uit.</al></li><li nr="2."><al>De stem van de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur wordt
                                bepaald door hoofdelijke stemming van de aanwezige leden in of
                                buiten de vergadering. Bij staking van stemmen beslist de stem van
                                de voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>De stem van de vertegenwoordiging van de organisaties wordt bepaald
                                door stemming per vertegenwoordigende organisatie, waarbij voor elke
                                organisatie zoveel stemmen worden uitgebracht als ambtenaren bij
                                haar zijn aangesloten op de eerste dag van het lopende jaar, met
                                dien verstande dat voor een organisatie niet meer stemmen in
                                aanmerking komen dan het totaal aantal stemmen dat door de andere
                                organisaties gezamenlijk wordt uitgebracht. Bij staking van stemmen
                                wordt de vertegenwoordiging geacht tegen te hebben gestemd.</al></li><li nr="4."><al>Indien een organisatie in de loop van het jaar wordt
                                vertegenwoordigd, geldt voor de toepassing van het derde lid het
                                aantal aangesloten ambtenaren op dat tijdstip.</al></li></lijst><al>briefnummer: ARZ/803886</al><al><vet>Artikel 12:2:10</vet></al><al>Het in de vergadering behandelde wordt zakelijk weergegeven in de notulen,
                        welke zo spoedig mogelijk in afschrift aan de leden worden gezonden, tenzij
                        in het reglement, bedoeld in artikel 12:2:11, anders is bepaald.</al><al><vet>Artikel 12:2:11</vet></al><al>Indien door de commissie een reglement van orde voor de vergaderingen wordt
                        vastgesteld, behoeft dit de goedkeuring van het college.</al><al>briefnummer: CvA/2002004761 </al><al><vet>Advies- en arbitragecommissie</vet></al><al><vet>Artikel 12:3:1</vet></al><al>De artikelen 12:3:2 tot en met 12:3:8 zijn slechts van toepassing in die
                        gemeenten die zijn aangesloten bij de advies- en arbitragecommissie.</al><al><vet>Artikel 12:3:2</vet></al><al>Voor de toepassing van de artikelen 12:3:4 tot en m e t 12:3:8 wordt
                        verstaan onder :</al><lijst><li nr="a."><al>deelnemers aan het overleg: de vertegenwoordiging van het
                                gemeentebestuur en de vertegenwoordigers van de organisaties genoemd
                                in artikel 12:1, derde lid;</al></li><li nr="b."><al>advies- en arbitragecommissie: de advies- en arbitragecommissie
                                ingesteld door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12:3:3</vet></al><al>De artikelen 12:3:4 tot en met 12:3:8 zijn slechts van toepassing op
                        geschillen inzake aangelegenheden, bedoeld in artikel 12:2, eerste lid, voor
                        zover die aangelegenheden uitsluitend de rechtstoestand van ambtenaren
                        betreffen, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het
                        personeelsbeleid zal worden gevoerd.</al><al><vet>Artikel 12:3:4</vet></al><al>Indien een of meer van de deelnemers aan het overleg tijdens het overleg tot
                        het oordeel komen dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst die de
                        instemming van alle deelnemers aan het overleg zal hebben, brengen zij dat
                        oordeel binnen zes dagen, nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben
                        gegeven, schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het
                        overleg.</al><al><vet>Artikel 12:3:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Binnen tien dagen na de kennisgeving, bedoeld in artikel 12:3:4 ,
                                schrijft de voorzitter een vergadering uit van de commissie voor
                                georganiseerd overleg. De vergadering moet worden gehouden binnen
                                zeven dagen nadat deze is uitgeschreven.</al></li><li nr="2."><al>Tenzij door de commissie, bedoeld in het eerste lid, wordt besloten
                                het overleg voort te zetten dan wel te beëindigen, wordt in de
                                vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over de vraag wat
                                het onderwerp en de inhoud van het geschil is en of een oplossing
                                van det geschil zal worden gezocht door middel van voortzetting van
                                het overleg nadat het advies is ingewonnen van de advies- en
                                arbitragecommissie dan wel door onderwerping van het geschil aan een
                                arbitrale uitspraak van die commissie.</al></li><li nr="3."><al>Tot het inwinnen van advies zijn - ieder voor zich - de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en een meerderheid van
                                alle toegelaten organisaties, als bedoeld in artikel 12.1, derde en
                                vierde lid, bevoegd.</al></li><li nr="4."><al>Voor onderwerping van het geschil aan arbitrage is overeenstemming
                                vereist tussen de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de
                                toegelaten organisaties, als bedoeld in artikel 12:1, derde en
                                vierde lid. Het bepaalde in artikel 12:2:9 is hierbij onverkort van
                                toepassing.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2001000918</al><al><vet>Artikel 12:3:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Binnen zes dagen na de vergadering, bedoeld in artikel 12:3:5 ,
                                wordt het verzoek om advies ter kennis gebracht van de voorzitter
                                van de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend
                                door de deelnemers aan het overleg die zich voor inwinning van het
                                advies hebben uitgesproken en bevat tenminste het onderwerp en de
                                inhoud van het geschil. Indien in de vergadering bedoeld in artikel
                                12:3:5 geen overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers aan
                                het overleg over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het
                                geschil is, brengen de overige deelnemers aan het overleg hun visie
                                op het onderwerp en de inhoud van het geschil eveneens binnen zes
                                dagen na eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van
                                de advies- en arbitragecommissie.</al></li><li nr="2."><al>Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 12:3:5 wordt
                                het verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de voorzitter van
                                de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek daartoe wordt
                                ondertekend door alle deelnemers aan het overleg en dient ten minste
                                te bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>het onderwerp en de inhoud van het geschil;</al></li><li nr="b."><al>de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent
                                        onderwerp en inhoud van het geschil.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 12:3:7</vet></al><al>Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het
                        geschil voortgezet.</al><al><vet>Artikel 12:3:8</vet></al><al>De arbitrale uitspraak van de advies- en arbitragecommissie heeft bindende
                        kracht.</al><al><vet>Artikel 12:3:9</vet></al><al>In de gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college, na
                        overleg met de commissie van georganiseerd overleg.</al><al>briefnummer: CvA/2002004761 </al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>12 OVERLEG MET ORGANISATIES VAN OVERHEIDSPERSONEEL</vet></al><al><vet>Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 12:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan
                                    onder:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de commissie: de in artikel 12:2 bedoelde commissie
                                            voor georganiseerd overleg;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de ambtenaren: de ambtenaren in de zin van de
                                            collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de werknemers
                                            die werkzaam zijn op basis van een
                                            arbeidsovereenkomst;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>de organisaties: de plaatselijk werkende groeperingen
                                            van de landelijke verenigingen van overheidspersoneel,
                                            aangesloten bij de centrales welke zijn toegelaten tot
                                            het centraal overleg met het College voor Arbeidszaken
                                            van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Er is een commissie voor georganiseerd overleg, die is
                                    samengesteld uit een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur
                                    en een vertegenwoordiging van de toegelaten
                                organisaties.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Onder toegelaten organisaties worden verstaan: de Algemene
                                    Centrale van Overheidspersoneel (ACOP), de Christelijke Centrale
                                    van Overheids- en Onderwijzend Personeel (CCOOP) en de Centrale
                                    van Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid,
                                    onderwijs, bedrijven en instellingen (CMHF), dan wel een van de
                                    bij deze centrales aangesloten bonden, voorzover deze centrales,
                                    respectievelijk bonden voldoende representatief geacht kunnen
                                    worden.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De leden van ABVAKABO en NOVON die op 1 juli 1998 zitting
                                    hebben in de commissie namens ACOP of Ambtenarencentrum, dan wel
                                    namens ABVAKABO of NOVON, behouden hun zetels als
                                    vertegenwoordigers van ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON.
                                    </vet><vet> Indien deze leden ophouden lid van de commissie te
                                    zijn, worden ze niet vervangen totdat het aantal leden namens
                                    ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON in overeenstemming is met het
                                    aantal als genoemd in de bepaling van de samenstelling van de
                                    commissie. Uiterlijk op 1 juli 2002 wordt het aantal leden in
                                    overeenstemming gebracht met de hier geldende
                                bepalingen.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Andere vakorganisaties dan bedoeld in het derde lid kunnen
                                    toegelaten worden indien ze representatief geacht kunnen worden.
                                    Een desbetreffend verzoek wordt in het georganiseerd overleg
                                    besproken.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Organisaties die tot het georganiseerd overleg zijn toegelaten,
                                    verliezen hun toegang tot dit overleg zodra zij niet meer
                                    voldoende representatief geacht worden.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: ARZ/803886</vet></al><al><vet>Samenstelling</vet></al><al><vet>Artikel 12:1:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur in de commissie,
                                bedoeld in artikel 12:1, wijst het college uit zijn midden een of
                                meer vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers aan. De aanwijzing
                                geschiedt bij elke nieuwe zittingsperiode van de raad en voorts
                                telkens ter vervanging van hen die ophouden lid van het college te
                                zijn.</al></li><li nr="2."><al>Voor de vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties in de
                                commissie, bedoeld in artikel 12:1, worden per centrale, bedoeld in
                                artikel 12:1, derde lid, twee leden en hun plaatsvervangers
                                aangewezen. Deze aanwijzing geschiedt door en uit de
                                organisaties,welke een minimum aantal ambtenaren tot haar leden
                                tellen. Indien verschillende organisaties deel uitmaken van een
                                zelfde centrale, geldt het in de vorige zin bepaalde voor deze
                                organisaties gezamenlijk. In een nader vast te stellen regeling
                                wordt het bedoelde minimum aantal ambtenaren bepaald.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2003003656</al><al><vet>Artikel 12:1:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld in
                                artikel 12:1:1, tweede lid, aan het college opgaaf van het aantal
                                der op 1 januari van dat jaar bij haar aangesloten ambtenaren.</al></li><li nr="2."><al>Degene, die als lid of als plaatsvervanger door een organisatie is
                                aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij geen lid van de
                                organisatie of geen ambtenaar meer is, alsmede indien de organisatie
                                schriftelijk aan het college doet weten dat zijn aanwijzing als
                                vertegenwoordiger of plaatsvervanger is ingetrokken. In deze
                                gevallen wordt zo spoedig mogelijk een opvolger aangewezen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2003000554</al><al><vet>Artikel 12:1:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voorzitter van de commissie is de door het college aangewezen
                                vertegenwoordiger of bij afwezigheid zijn plaatsvervanger.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst een ambtenaar, niet behorende tot de
                                vertegenwoordiging van de organisaties, tot secretaris van de
                                commissie aan, alsmede diens plaatsvervanger. Zo nodig stelt het
                                college verder personeel voor het secretariaat ter beschikking.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris kan aan de besprekingen deelnemen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002004761</al><al><vet>Mededeling omtrent CAR en UWO</vet></al><al><vet>Artikel 12:1:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ingeval het LOGA tussen het College voor Arbeidszaken van de
                                Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van
                                overheidspersoneel leidt tot overeenstemming, als gevolg waarvan de
                                tekst van de CAR wijzigt, doet het college daarvan mededeling aan de
                                commissie voor georganiseerd overleg.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van gemeenten die zijn aangesloten bij de UWO geldt dat,
                                ingeval het LOGA, bedoeld in het eerste lid, leidt tot
                                overeenstemming, als gevolg waarvan de tekst van de UWO wijzigt, het
                                college daarvan mededeling doet aan de commissie voor georganiseerd
                                overleg.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002004761</al><al><vet>Artikel 12:1:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien door het bevoegde bestuursorgaan wordt voorgesteld
                                verandering te brengen in de inrichting van enig dienstonderdeel,
                                wijziging in de behoefte aan arbeidskrachten daaronder begrepen,
                                stelt het college het overleg als bedoeld in artikel 12:2 hiervan op
                                de hoogte.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt in geval van een ingrijpende verandering in de
                                inrichting van enig dienstonderdeel regels vast betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>de fase waarin ter zake van die verandering het overleg als
                                        bedoeld in artikel 12:2 wordt gevoerd;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de fase waarin de bij die verandering
                                        betrokken ambtenaren worden gehoord;</al></li><li nr="c."><al>de personele gevolgen van die verandering.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Over het voornemen al dan niet regels, bedoeld in het vorig lid,
                                vast te stellen wordt overleg gevoerd als bedoeld in artikel
                                12:2.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002004761</al><al><vet>Taak en bevoegdheden</vet></al><al><vet>Artikel 12:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De commissie voert overleg over alle aangelegenheden van
                                    algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met
                                    inbegrip van de algemene regels volgens welke het
                                    personeelsbeleid zal worden gevoerd. De commissie kan niet
                                    overleggen over onderwerpen die voorbehouden zijn aan het LOGA
                                    tussen het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van
                                    Nederlandse Gemeenten en de centrales van
                                    overheidspersoneel.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Er worden nadere regels gesteld over de werkwijze van de
                                    comissie voor georganiseerd overleg.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De nadere regels, bedoeld in het tweede lid, bevatten een
                                    bepaling hoe moet worden gehandeld indien een geschil niet tot
                                    overeenstemming leidt.</vet></al></li></lijst><al><vet>Artikel 12:2:1</vet></al><al>Besluiten omtrent de onderwerpen, bedoeld in artikel 12:2, eerste lid,
                        worden door het college en de raad niet genomen, noch voorstellen
                        daaromtrent gedaan, dan nadat de commissie haar gevoelen over de
                        concept-besluiten, respectievelijk voorstellen heeft kenbaar gemaakt.</al><al>briefnummer: CvA/2002004761 </al><al><vet>Artikel 12:2:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie, alsmede de vertegenwoordiging van de organisaties, is
                                bevoegd aangaande de in artikel 12:2, eerste lid, bedoelde
                                onderwerpen voorstellen te doen aan het college.</al></li><li nr="2."><al>Heeft een voorstel betrekking op onderwerpen behorende tot de
                                bevoegdheid van het college, dan neemt het college daaromtrent een
                                beslissing. Behoort het voorstel tot de bevoegdheid van de raad, dan
                                legt het college het voorstel voorzien van zijn advies ter
                                besluitvorming voor aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>De besluiten, welke worden genomen naar aanleiding van voorstellen
                                van de commissie, worden meegedeeld aan de vertegenwoordiging van de
                                organisaties en aan de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde
                                organisaties.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2002004761</al><al><vet>Artikel 12:2:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie kan een subcommissie instellen, bestaande uit door haar
                                aan te wijzen voorzitter en leden, indien dit voor de behandeling
                                van een bepaald onderwerp nodig wordt geacht.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris van de commissie is tevens secretaris van de
                                subcommissie. Hij kan zich doen bijstaan of vervangen door degenen
                                die ingevolge artikel 12:1:3, tweede lid, ter beschikking
                                staan.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in artikel 12:2:7 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Vergaderingen</vet></al><al><vet>Artikel 12:2:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie vergadert indien de voorzitter dit nodig oordeelt op
                                door hem te bepalen tijdstippen.</al></li><li nr="2."><al>Voorts belegt de voorzitter een vergadering indien ten minste drie
                                leden van de commissie hem dit schriftelijk met opgaaf van redenen
                                verzoeken en wel uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het
                                verzoek.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12:2:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie wordt tijdig, in de regel 14 dagen van tevoren, ter
                                vergadering opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt zoveel mogelijk
                                de te behandelen onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Een vergadering kan slechts plaatshebben indien de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur aanwezig is en ten minste
                                de helft van de organisaties is vertegenwoordigd. Wanneer de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur bestaat uit twee of meer
                                leden van het college kan de vergadering slechts plaatshebben indien
                                ten minste de helft van de vertegenwoordiging van het
                                gemeentebestuur aanwezig is en ten minste de helft van de
                                organisaties is vertegenwoordigd.</al></li><li nr="3."><al>Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het tweede lid een
                                vergadering niet kan plaatshebben, worden de aan de orde zijnde
                                onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een binnen
                                14 dagen te houden nieuwe vergadering, in welke vergadering die
                                onderwerpen in elk geval kunnen worden behandeld.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2003000554</al><al><vet>Artikel 12:2:6</vet></al><al>Elk lid heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken door
                        deze schriftelijk op te geven aan de voorzitter. Deze stelt die onderwerpen
                        zoveel mogelijk in de eerstvolgende vergadering aan de orde.</al><al><vet>Artikel 12:2:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen zijn niet openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan hoofden van dienst of andere ambtenaren de
                                vergadering laten bijwonen. Deze kunnen aan de besprekingen
                                deelnemen.</al></li><li nr="3."><al>De vertegenwoordigers van de organisaties kunnen zich laten bijstaan
                                door een vertegenwoordiger van het hoofdbestuur van hun organisatie;
                                zij zijn voorts bevoegd de onderwerpen van de agenda binnen de
                                grenzen van een doelmatige en vertrouwelijke behandeling van zaken
                                aan voorbespreking in eigen kring te onderwerpen.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan omtrent het in de vergadering behandelde en
                                omtrent de inhoud van aan de commissie overgelegde stukken
                                geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding geldt niet ten opzichte
                                van het college en van de raad, alsmede niet tegenover de
                                hoofdbesturen van de vertegenwoordigende organisaties.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2003000554</al><al><vet>Artikel 12:2:8</vet></al><al>De voorzitter kan op verzoek van ten minste twee leden of zo dikwijls hij
                        dit nodig acht, de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen
                        tijd.</al><al><vet>Artikel 12:2:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien in de vergadering moet worden gestemd brengt elke
                                vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, één stem
                                uit.</al></li><li nr="2."><al>De stem van de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur wordt
                                bepaald door hoofdelijke stemming van de aanwezige leden in of
                                buiten de vergadering. Bij staking van stemmen beslist de stem van
                                de voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>De stem van de vertegenwoordiging van de organisaties wordt bepaald
                                door stemming per vertegenwoordigende organisatie, waarbij voor elke
                                organisatie zoveel stemmen worden uitgebracht als ambtenaren bij
                                haar zijn aangesloten op de eerste dag van het lopende jaar, met
                                dien verstande dat voor een organisatie niet meer stemmen in
                                aanmerking komen dan het totaal aantal stemmen dat door de andere
                                organisaties gezamenlijk wordt uitgebracht. Bij staking van stemmen
                                wordt de vertegenwoordiging geacht tegen te hebben gestemd.</al></li><li nr="4."><al>Indien een organisatie in de loop van het jaar wordt
                                vertegenwoordigd, geldt voor de toepassing van het derde lid het
                                aantal aangesloten ambtenaren op dat tijdstip.</al></li></lijst><al>briefnummer: ARZ/803886</al><al><vet>Artikel 12:2:10</vet></al><al>Het in de vergadering behandelde wordt zakelijk weergegeven in de notulen,
                        welke zo spoedig mogelijk in afschrift aan de leden worden gezonden, tenzij
                        in het reglement, bedoeld in artikel 12:2:11, anders is bepaald.</al><al><vet>Artikel 12:2:11</vet></al><al>Indien door de commissie een reglement van orde voor de vergaderingen wordt
                        vastgesteld, behoeft dit de goedkeuring van het college.</al><al>briefnummer: CvA/2002004761 </al><al><vet>Advies- en arbitragecommissie</vet></al><al><vet>Artikel 12:3:1</vet></al><al>De artikelen 12:3:2 tot en met 12:3:8 zijn slechts van toepassing in die
                        gemeenten die zijn aangesloten bij de advies- en arbitragecommissie.</al><al><vet>Artikel 12:3:2</vet></al><al>Voor de toepassing van de artikelen 12:3:4 tot en m e t 12:3:8 wordt
                        verstaan onder :</al><lijst><li nr="a."><al>deelnemers aan het overleg: de vertegenwoordiging van het
                                gemeentebestuur en de vertegenwoordigers van de organisaties genoemd
                                in artikel 12:1, derde lid;</al></li><li nr="b."><al>advies- en arbitragecommissie: de advies- en arbitragecommissie
                                ingesteld door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12:3:3</vet></al><al>De artikelen 12:3:4 tot en met 12:3:8 zijn slechts van toepassing op
                        geschillen inzake aangelegenheden, bedoeld in artikel 12:2, eerste lid, voor
                        zover die aangelegenheden uitsluitend de rechtstoestand van ambtenaren
                        betreffen, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het
                        personeelsbeleid zal worden gevoerd.</al><al><vet>Artikel 12:3:4</vet></al><al>Indien een of meer van de deelnemers aan het overleg tijdens het overleg tot
                        het oordeel komen dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst die de
                        instemming van alle deelnemers aan het overleg zal hebben, brengen zij dat
                        oordeel binnen zes dagen, nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben
                        gegeven, schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het
                        overleg.</al><al><vet>Artikel 12:3:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Binnen tien dagen na de kennisgeving, bedoeld in artikel 12:3:4 ,
                                schrijft de voorzitter een vergadering uit van de commissie voor
                                georganiseerd overleg. De vergadering moet worden gehouden binnen
                                zeven dagen nadat deze is uitgeschreven.</al></li><li nr="2."><al>Tenzij door de commissie, bedoeld in het eerste lid, wordt besloten
                                het overleg voort te zetten dan wel te beëindigen, wordt in de
                                vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over de vraag wat
                                het onderwerp en de inhoud van het geschil is en of een oplossing
                                van det geschil zal worden gezocht door middel van voortzetting van
                                het overleg nadat het advies is ingewonnen van de advies- en
                                arbitragecommissie dan wel door onderwerping van het geschil aan een
                                arbitrale uitspraak van die commissie.</al></li><li nr="3."><al>Tot het inwinnen van advies zijn - ieder voor zich - de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en een meerderheid van
                                alle toegelaten organisaties, als bedoeld in artikel 12.1, derde en
                                vierde lid, bevoegd.</al></li><li nr="4."><al>Voor onderwerping van het geschil aan arbitrage is overeenstemming
                                vereist tussen de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de
                                toegelaten organisaties, als bedoeld in artikel 12:1, derde en
                                vierde lid. Het bepaalde in artikel 12:2:9 is hierbij onverkort van
                                toepassing.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2001000918</al><al><vet>Artikel 12:3:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Binnen zes dagen na de vergadering, bedoeld in artikel 12:3:5 ,
                                wordt het verzoek om advies ter kennis gebracht van de voorzitter
                                van de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend
                                door de deelnemers aan het overleg die zich voor inwinning van het
                                advies hebben uitgesproken en bevat tenminste het onderwerp en de
                                inhoud van het geschil. Indien in de vergadering bedoeld in artikel
                                12:3:5 geen overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers aan
                                het overleg over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het
                                geschil is, brengen de overige deelnemers aan het overleg hun visie
                                op het onderwerp en de inhoud van het geschil eveneens binnen zes
                                dagen na eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van
                                de advies- en arbitragecommissie.</al></li><li nr="2."><al>Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 12:3:5 wordt
                                het verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de voorzitter van
                                de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek daartoe wordt
                                ondertekend door alle deelnemers aan het overleg en dient ten minste
                                te bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>het onderwerp en de inhoud van het geschil;</al></li><li nr="b."><al>de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent
                                        onderwerp en inhoud van het geschil.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 12:3:7</vet></al><al>Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het
                        geschil voortgezet.</al><al><vet>Artikel 12:3:8</vet></al><al>De arbitrale uitspraak van de advies- en arbitragecommissie heeft bindende
                        kracht.</al><al><vet>Artikel 12:3:9</vet></al><al>In de gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college, na
                        overleg met de commissie van georganiseerd overleg.</al><al>briefnummer: CvA/2002004761 </al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>13 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN CAR</vet></al><al><vet>Artikel 13:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Deze regeling treedt in werking per ...
                                    </vet><vet><sup>1</sup></vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt,
                                    vervallen de bepalingen van het geldende algemeen
                                    ambtenarenreglement danwel van die verordeningen, die tekstueel
                                    dan wel materieel gelijkluidend zijn aan de bepalingen van deze
                                    regeling.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Indien de inwerkingtreding van deze regeling ertoe leidt dat
                                    bepalingen uit het geldende algemeen ambtenarenreglement
                                    vervallen, waardoor aanspraken van individuele ambtenaren in
                                    neerwaartse of opwaartse zin worden bijgesteld, vindt overleg
                                    plaats over de gevolgen daarvan.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>In afwijking van het gestelde in het eerste en tweede lid
                                    hebben de artikelen 10:1, 10:6, 10:15, eerste en tweede lid,
                                    10:19, 10:23, tweede lid, 11:1, 11:6, zevende en achtste lid,
                                    11:13, eerste en tweede lid, 11:23, 11:24 en artikel 11:27,
                                    tweede lid, terugwerkende kracht tot en met 1 augustus
                                    1993.</vet></al></li></lijst><al><vet><sup>1 </sup></vet><vet>De ingangsdatum wordt lokaal ingevuld.
                            </vet><vet> LOGA-partijen zijn overeengekomen dat als uiterste
                            ingangsdatum 1 januari 1996 geldt.</vet></al><al><vet>Artikel 13:2</vet></al><al><vet>Ten aanzien van degene die per 31 december 1996 geen volledige
                            betrekking bekleedt, geldt dat de omvang van deze betrekking per 1
                            januari 1997 naar rato is teruggebracht, tenzij betrokkene heeft
                            verzocht om handhaving van het aantal uren van de betrekking per 31
                            december 1996 en dit verzoek niet is afgewezen.</vet></al><al><vet>briefnummer: ARZ/607190 </vet></al><al><vet>Artikel 13:3</vet></al><al><vet>Ten aanzien van de toegekende FLO-uitkeringen, wachtgelden en
                            uitkeringen ingevolge hoofdstuk 11 die voortduren tot na 1 januari 1997
                            geldt dat de artikelen 9:2, tweede lid, 10:5, eerste lid en 11:5, eerste
                            lid, terugwerkende kracht hebben tot en met 1 januari 1997.</vet></al><al><vet>briefnummer: ARZ/702674</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>14 MEDEZEGGENSCHAP</vet></al><al><vet>Artikel 14:1</vet></al><al><vet>Aan het begin van iedere zittingsperiode van de OR sluiten de
                            ondernemer en de (centrale) ondernemingsraad een convenant over de
                            benodigde inzet voor het OR-werk, de compensatie daarvoor en het
                            (maximum) aantal zittingstermijnen.</vet></al><al>Briefnummer: U200800255</al><al><vet>Medezeggenschap in ondernemingen met 35-50 werknemers</vet></al><al><vet>Artikel 14:1:1</vet></al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 5a, eerste lid van de Wet op de
                        ondernemingsraden (WOR) zijn gemeenten voor hun onderneming of onderdelen
                        daarvan als bedoeld in artikel 4 van de WOR, verplicht een ondernemingsraad
                        in te stellen indien en voor zolang in hun onderneming ten minste 35
                        personen werkzaam zijn als bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid , van
                        de WOR.</al><al>briefnummer: ARZ/1999003905</al><al><vet>Instelling</vet></al><al><vet>Artikel 14:1:2</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:3</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:4</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Samenstelling</vet></al><al><vet>Artikel 14:1:5</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:6</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:7</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:8</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:9</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:10</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:11</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:12</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Taak en bevoegdheden</vet></al><al><vet>Artikel 14:1:13</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:14</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:15</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:16</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:17</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:18</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:19</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Commissievergaderingen</vet></al><al><vet>Artikel 14:1:20</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:21</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:22</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:23</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:24</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:25</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:26</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:27</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:28</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:29</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:30</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Overlegvergaderingen</vet></al><al><vet>Artikel 14:1:31</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:32</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:33</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:34</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Faciliteiten voor de commissie en haar leden</vet></al><al><vet>Artikel 14:1:35</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:36</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:37</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:38</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Voorzieningen</vet></al><al><vet>Artikel 14:1:39</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:40</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:41</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Artikel 14:1:42</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Slotbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 14:1:43</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Uitbreiding bevoegdheden "kleine" OR</vet></al><al><vet>Artikel 14:2:1</vet></al><al>(vervallen) </al><al>briefnummer: ARZ/801202</al><al><vet>Artikel 14:2:2</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/801202</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>15 OVERIGE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN</vet></al><al><vet>Verplichtingen</vet></al><al><vet>Artikel 15:1</vet></al><al><vet>De ambtenaar is gehouden zijn betrekking nauwgezet en ijverig te
                            vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar
                            betaamt.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:a</vet></al><al><vet>De ambtenaar is verplicht de eed of belofte af te leggen die bij wet,
                            bij instructie of bij besluit van het college is
                        voorgeschreven.</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</vet></al><al><vet>Persoonlijk gebruik van goederen of diensten</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:b</vet></al><al><vet>Het is de ambtenaar verboden, behoudens toestemming verleend door of
                            namens het college in bijzondere gevallen, ten eigen bate:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>diensten te laten verrichten door personen in
                                    gemeentedienst;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>aan de gemeente toebehorende eigendommen te
                                gebruiken;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>gebruik te maken van hetgeen hem in of in verband met zijn
                                    betrekking ter kennis is gekomen.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</vet></al><al><vet>Aannemen van geschenken en gelden</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:c</vet></al><al><vet>Het is de ambtenaar verboden:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>in verband met zijn betrekking vergoedingen, beloningen, giften
                                    of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te
                                    nemen, anders dan met toestemming van het college;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>steekpenningen aan te nemen.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:d</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar is verplicht zich te gedragen naar de maatregelen
                                    van orde die ten aanzien van het verblijf in de kantoren,
                                    werkplaatsen of op andere arbeidsterreinen zijn
                                    vastgesteld.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien de ambtenaar verhinderd is zijn betrekking te vervullen,
                                    is hij verplicht dit zo spoedig mogelijk mede te delen of te
                                    doen mededelen.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</vet></al><al><vet>Nevenwerkzaamheden</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:e</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar is verplicht aan het college, op een door dit
                                    orgaan te bepalen wijze, opgave te doen van de
                                    nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan
                                    verrichten, die de belangen van de dienst, voorzover deze in
                                    verband staan met zijn functievervulling, kunnen
                                raken</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Er wordt een registratie gevoerd op basis van de ingevolge het
                                    eerste lid gedane opgaven</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten
                                    waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede
                                    functionering van de openbare dienst, voorzover deze in verband
                                    staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn
                                    verzekerd. Omtrent dit verbod kunnen nadere regels worden
                                    gesteld</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college regelt de openbaarmaking van de in het eerste lid
                                    bedoelde nevenwerkzaamheden van de gemeentesecretaris en
                                    directeuren van gemeentelijke diensten en bedrijven, alsmede van
                                    andere ambtenaren aangesteld in een functie waarvoor ter
                                    bescherming van de integriteit van de openbare dienst
                                    openbaarmaking van nevenwerkzaamheden noodzakelijk
                                is.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</vet></al><al><vet>Melding financiële belangen</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:f</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college wijst ambtenaren aan die zijn aangesteld in een
                                    functie waaraan in het bijzonder het risico van financiële
                                    belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van
                                    koersgevoelige informatie verbonden is.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De ambtenaar bedoeld in het eerste lid meldt aan het college,
                                    op een door dit orgaan te bepalen wijze, zijn financiële
                                    belangen respectievelijk bezit van en transacties in effecten,
                                    die de belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan
                                    met de functievervulling, kunnen raken.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Er wordt een registratie gevoerd van de meldingen bedoeld in
                                    het tweede lid.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het is de ambtenaar verboden financiële belangen te hebben,
                                    effecten te bezitten en transacties in effecten te verrichten
                                    waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede
                                    functionering van de openbare dienst, voorzover deze in verband
                                    staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn
                                    verzekerd. Omtrent dit verbod kunnen nadere regels worden
                                    gesteld.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</vet></al><al><vet>Aanneming en levering ten behoeve van de openbare dienst</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:g</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het is de ambtenaar verboden middellijk of onmiddellijk deel te
                                    nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van de openbare
                                    dienst.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college kan regelen stellen betreffende het deelnemen van
                                    de ambtenaar, middellijk of onmiddellijk, aan aannemingen en
                                    leveringen ten behoeve van anderen.</vet></al></li></lijst><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:7</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705806</al><al><vet>Verbod op aandeelhouderschap e.d.</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:9</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: ARZ/705806</al><al><vet>Plicht tot aanvaarden andere betrekking</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:10 Staking bij een particuliere werkgever</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar kan niet worden verplicht, indien bij enig particulier
                                werkgever een staking is uitgebroken of een uitsluiting plaats
                                heeft, ter vervanging van stakers of uitgeslotenen werkzaamheden te
                                verrichten of werknemers bij het verrichten van werkzaamheden
                                behulpzaam te zijn, tenzij naar het oordeel van het college zulks
                                met het oog op de openbare veiligheid of gezondheid of voor de
                                regelmatige functionering van de openbare dienst van de gemeente
                                noodzakelijk is.</al></li><li nr="2."><al>Ter zake van de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt
                                zo spoedig mogelijk overleg gepleegd in de commissie, bedoeld in
                                artikel 12:1 tweede lid.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004003238 en U201201481</al><al><vet>Aanvaarden andere werkzaamheden</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar is verplicht, indien hij daartoe door of namens het
                                college wordt aangewezen, in tijden van oorlog, oorlogsgevaar of
                                andere buitengewone omstandigheden andere werkzaamheden te
                                verrichten dan die welke hij gewoonlijk verricht, mits deze
                                werkzaamheden strekken ter uitvoering van de taak die de gemeente in
                                die tijden heeft of zal krijgen, dan wel ertoe strekken een zo goed
                                en ongestoord mogelijke uitvoering van die taak te verzekeren.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar is verplicht, indien hij daartoe door het college wordt
                                aangewezen, taken te verrichten in het kader van de Wet
                                veiligheidsregio’s.</al></li><li nr="3."><al>In geval van een ramp of crisis als bedoeld in artikel 1 Wet
                                veiligheidsregio’s, is de ambtenaar die is aangewezen op grond van
                                het tweede lid van dit artikel verplicht de taken in het kader van
                                de Wet veiligheidsregio’s te verrichten onder leiding en toezicht
                                van het bevoegd gezag van de veiligheidsregio waar de ramp of crisis
                                plaatsvindt.</al></li><li nr="4."><al>De ambtenaar, op grond van het eerste of tweede lid aangewezen, is
                                te allen tijde verplicht lessen te volgen en deel te nemen aan
                                oefeningen welke verband houden met zijn in dat lid aangeduide
                                taak.</al></li><li nr="5."><al>De aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid geschiedt
                                slechts, indien de persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar
                                zulks redelijkerwijs toelaten.</al></li></lijst><al>briefnummer: U200801113 en U201100883</al><al><vet>Vergoeding van schade</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:12</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke
                                vergoeding van door de gemeente geleden schade, voor zover deze aan
                                zijn schuld of nalatigheid is te wijten.</al></li><li nr="2."><al>Het bedrag van de schadevergoeding en de wijze van inhouding daarvan
                                op zijn bezoldiging worden niet vastgesteld dan nadat de ambtenaar
                                in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te
                                verantwoorden en ter zake van de wijze van inhouding zijn wensen
                                kenbaar te maken.</al></li></lijst><al><vet>Plichten rekenplichtige ambtenaar</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:13</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De rekenplichtige ambtenaar wordt voor de verplichting tot
                                aanzuivering van een tekort geheel of gedeeltelijk ontheven naarmate
                                hij het beheer nauwgezet heeft gevoerd en de nodige voorzorgen heeft
                                genomen voor de bewaring van gelden en geldswaardige papieren.</al></li><li nr="2."><al>Vloeit de verplichting tot aanzuivering van een tekort voort uit een
                                aansprakelijkheid voor ondergeschikt personeel dan wordt bovendien
                                in aanmerking genomen in hoeverre hij op de handelingen van dat
                                personeel deugdelijk toezicht heeft gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De rekenplichtige ambtenaar is van zijn verantwoordelijkheid
                                ontheven gedurende de tijd dat hij door ziekte of wettige
                                afwezigheid zijn beheer niet persoonlijk heeft gevoerd, indien
                                gedurende die tijd zijn betrekking wordt waargenomen krachtens
                                aanwijzing door of namens het college.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Klachten van derden</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:14</vet></al><al>(vervallen) </al><al>briefnummer: ARZ/1999005100</al><al><vet>Beoordeling van de ambtenaar</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:15</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan bepalen, dat met inachtneming van door het college
                                te stellen regelen over de ambtenaar periodiek een beoordeling wordt
                                uitgebracht omtrent de wijze waarop hij zijn betrekking vervult en
                                omtrent zijn gedragingen tijdens de uitoefening van die
                                betrekking.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt met de ambtenaar
                                zijn gedrag besproken tijdens de uitoefening van zijn betrekking of
                                de wijze waarop hij zijn betrekking vervult, voor zover deze
                                aanleiding geven tot aanmerkingen, waarbij tevens aandacht wordt
                                geschonken aan de wijze waarop het gedrag of de wijze waarop hij
                                zijn betrekking vervult naar het oordeel van het college verbeterd
                                kan worden.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/</al><al><vet>Dragen van uniform of dienstkleding</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:16</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar is verplicht tijdens de vervulling van zijn betrekking
                                de door het college voor die betrekking of voor bepaalde
                                werkzaamheden voorgeschreven kleding of uniform en
                                onderscheidingstekenen te dragen.</al></li><li nr="2."><al>Het deelnemen aan betogingen en optochten in het voorgeschreven
                                uniform is de ambtenaar slechts toegestaan, indien daarvoor door of
                                namens het college toestemming is gegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het is de ambtenaar verboden om bij gekleed gaan in uniform insignes
                                of andere onderscheidingstekens of in dienst uniformkledingstukken
                                te dragen, een en ander voor zover die niet van gemeentewege zijn
                                verstrekt of voorgeschreven of tot het dragen waarvan niet door het
                                college vergunning is verleend. Dit verbod is niet van toepassing
                                ten aanzien van ordetekenen tot het aannemen of dragen waervan door
                                het hoger bestuursorgaan verlof is verleend.</al></li><li nr="4."><al>Bij afzonderlijke regeling kunnen regelen worden gesteld betreffende
                                de verstrekking, reiniging en herstelling van de in het eerste lid
                                bedoelde kleding.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Standplaats</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:17</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien het dienstbelang dit eist, kan de ambtenaar de verplichting
                                worden opgelegd in of meer nabij zijn standplaats te gaan
                                wonen.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats dient te worden verstaan: de gemeente of het met
                                name genoemde gedeelte van de gemeente, waar de ambtenaar gewoonlijk
                                zijn werkzaamheden verricht.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde
                                nadere regels stellen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Dienstwoning</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:18</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar is verplicht, indien hem door het college een
                                dienstwoning is aangewezen, deze te betrekken en zich ter zake van
                                de bewoning en het gebruik te gedragen naar de voorschriften die
                                daaromtrent zijn gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Hij draagt de onderhoudskosten welke volgens de wet en het
                                plaatselijk gebruik gemeenlijk voor rekening van de huurder zijn,
                                tenzij terzake een afwijkende regeling is vastgesteld.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Verbod betreden arbeidsterrein</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:19</vet></al><al>Aan de ambtenaar kan door of namens het college de toegang tot de kantoren,
                        werkplaatsen of andere arbeidsterreinen, dan wel het verblijf aldaar worden
                        ontzegd.</al><al>briefnummer: CvA/2004001009 </al><al><vet>Infectieziekten</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:20</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die in contact staat of kort geleden gestaan heeft met
                                een persoon, die een ziekte heeft, waarvoor ingevolge het krachtens
                                de Infectieziektenwet bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt,
                                mag zijn betrekking niet vervullen en heeft geen toegang tot de
                                dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen voor zolang de
                                hoofdinspecteur of de inspecteur van het staatstoezicht op de
                                volksgezondheid niet heeft verklaard, dat hij het gevaar voor
                                overbrenging van een infectieziekte, of het gevaar dat hij verdacht
                                moet worden te lijden aan zodanige ziekte, geweken acht.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar die verkeert in de in het vorige lid omschreven
                                situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan
                                het college. Hij is gehouden zich te gedragen naar de door of
                                vanwege het college gegeven aanwijzingen, waaronder die met
                                betrekking tot het ondergaan van een geneeskundig onderzoek.</al></li><li nr="3."><al>De ambtenaar geniet over de tijd, gedurende welke het hem
                                overeenkomstig het bepaalde in dit artikel verboden is zijn
                                betrekking te vervullen, zijn volledige bezoldiging.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Artikel 15:1:21</vet></al><al>(vervallen) </al><al>briefnummer: ARZ/705549</al><al><vet>Reis- en verblijfskosten</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:22</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar heeft recht op vergoeding van reis- en verblijfkosten
                                ter zake van reizen in het belang van de dienst.</al></li><li nr="2."><al>Deze vergoeding wordt vastgesteld en uitgekeerd overeenkomstig de
                                daarvoor door het college gestelde regelen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Vergoeden van schade</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:23</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar wordt de schade aan hem toebehorende kleding en
                                uitrusting, geen motorrijtuig in de zin van de Wet
                                Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen zijnde, vergoed welke
                                hij buiten zijn schuld of nalatigheid lijdt ten gevolge van de
                                vervulling van zijn betrekking, voor zover die schade niet bestaat
                                uit de normale slijtage dier goederen.</al></li><li nr="2."><al>Aan de ambtenaar wordt schade vergoed aan een aan hem toebehorend
                                motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering
                                motorrijtuigen welke hij lijdt ten gevolge van de vervulling van
                                zijn betrekking, tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>die schade bestaat uit de normale slijtage of</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van aan opzet of bewuste roekeloosheid
                                        grenzende verwijtbaarheid of</al></li><li nr="c."><al>de ambtenaar in de regel 10.000 of meer kilometers per jaar
                                        rijdt ten behoeve van de dienst en per kilometer een
                                        vergoeding ontvangt gelijk aan of hoger dan het
                                        belastingvrije bedrag per kilometer.</al></li></lijst></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002004761</al><al><vet>Gebruik motorrijtuig</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:24</vet></al><al>Het is de ambtenaar slechts toegestaan een hem toebehorend motorrijtuig in
                        de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen bij de
                        vervulling van zijn betrekking te gebruiken, indien en voor zover hem
                        daartoe door of namens het college toestemming is verleend. Aan deze
                        toestemming kunnen bepaalde voorwaarden worden verbonden.</al><al>briefnummer: CvA/2004001009 </al><al><vet>Artikel 15:1:25</vet></al><al>Het college kan bepalen in welke niet elders voorziene gevallen
                        schadeloosstelling en vergoeding van kosten zullen worden verleend.</al><al>briefnummer: CvA/2002004761 </al><al><vet>Volgen van een opleiding</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:26</vet></al><al>De ambtenaar is, indien het college dit bepaalt, verplicht zich voor het
                        volgen van een bijzondere vakopleiding beschikbaar te stellen of enig ander
                        door het college nader aan te duiden onderwijs te volgen. De aan het volgen
                        van het in dit artikel bedoelde onderwijs verbonden kosten komen ten laste
                        van de gemeente.</al><al>briefnummer: CvA/2004001009 </al><al><vet>Artikel 15:1:27</vet></al><al>Aan de ambtenaar beneden de leeftijd van 18 jaar wordt, indien hij dit wenst
                        en voor zolang de belangen van de dienst zich daartegen niet verzetten,
                        gedurende ten hoogste één dag per week verlof met behoud van bezoldiging
                        verleend voor het volgen van lessen aan inrichtingen voor voortgezet,
                        herhalings- of vakonderwijs en vormingsinstituten voor leerplichtvrije
                        jeugd.</al><al> briefnummer: CvA/2002003417</al><al><vet>Bijzondere prestaties</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:28</vet></al><al>Wegens buitengewone toewijding of bijzonder loffelijke vervulling van de
                        betrekking kan aan de ambtenaar, naast een tevredenheidsbetuiging, een
                        bijzondere beloning worden toegekend in de vorm van:</al><lijst><li nr="a."><al>extra verlof;</al></li><li nr="b."><al>gratificatie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 15:1:29</vet></al><al>Ter zake van niet-naleving van bepalingen welke redelijkerwijs niet kunnen
                        worden geacht de ambtenaar bekend te zijn, worden hem geen voordelen
                        onthouden of nadelen toegebracht.</al><al><vet>Borstvoeding</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:30</vet></al><al>Aan de vrouwelijke ambtenaar, die een borstkind heeft, wordt gedurende ten
                        hoogste 1 jaar na de geboorte van het kind de gelegenheid gegeven haar kind
                        te zogen dan wel de borstvoeding te kolven.</al><al><vet>Voorkomen benadeling lid Georganiseerd Overleg</vet></al><al><vet>Artikel 15:1:31</vet></al><al>De gemeente draagt er zorg voor dat degene die als lid of als
                        plaatsvervangend lid door een organisatie is aangewezen voor de commissie
                        bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, dan wel activiteiten vervult waarvoor
                        hij krachtens artikel 6:4:2 buitengewoon verlof kan genieten, niet uit
                        hoofde van zijn lidmaatschap of activiteiten wordt benadeeld in zijn positie
                        in de gemeentelijke organisatie.</al><al>briefnummer: ARZ/707045</al><al><vet>Klokkenluiders</vet></al><al><vet>Artikel 15:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college stelt een regeling vast voor het omgaan met
                                    vermoedens van misstanden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Ambtenaren en door het college aangewezen interne
                                    vertrouwenspersonen die misstanden conform de vast te stellen
                                    regeling aan de orde stellen, mogen niet om die reden worden
                                    ontslagen of anderszins in hun positie binnen de gemeente
                                    benadeeld worden.</vet></al></li></lijst><al><vet> briefnummer: CvA/2002004761</vet></al><al><vet>Kinderopvang</vet><vet><sup>1</sup></vet></al><al><vet>Artikel 15:3</vet></al><al><vet>(vervallen)</vet></al><al><vet>briefnummer: MARZ/CvA/U200601865 </vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>16 DISCIPLINAIRE STRAFFEN</vet></al><al><vet>Plichtverzuim</vet></al><al><vet>Artikel 16:1:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakom of zich
                                overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt dan wel bij herhaling
                                aanleiding geeft tot toepassing te zijnen aanzien van maatregelen
                                van inhouding, beslag of korting, als bedoeld in de tweede titel van
                                de Ambtenarenwet, kan deswege disciplinair worden gestraft.</al></li><li nr="2."><al>Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als
                                het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke
                                omstandigheden behoort na te laten of te doen.</al></li></lijst><al><vet>Disciplinaire straffen</vet></al><al><vet>Artikel 16:1:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Naast de mogelijkheid genoemd in artikel 8:13, kunnen de volgende
                                disciplinaire straffen worden toegepast:</al><lijst><li nr="a."><al>schriftelijke berisping;</al></li><li nr="b."><al>arbeid buiten de voor de betrekking van de ambtenaar
                                        vastgestelde werktijden zonder vergoeding of tegen een
                                        lagere dan de normale vergoeding voor ten hoogste zes uren
                                        met een maximum van drie uren per dag en met dien verstande
                                        dat deze arbeid niet kan worden opgelegd op zondag en op de
                                        voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen;</al></li><li nr="c."><al>vermindering van vakantie met ten hoogste 1/3 van het aantal
                                        uren waarop de ambtenaar voor het desbetreffende
                                        kalenderjaar aanspraak heeft;</al></li><li nr="d."><al>geldboete tot ten hoogste 1% van het bedrag van het salaris
                                        per jaar;</al></li><li nr="e."><al>niet-betaling van het salaris, doch ten hoogste tot een
                                        bedrag overeenkomende met het salaris over een halve
                                        maand;</al></li><li nr="f."><al>stilstand van verhoging van salaris, met uitzondering van
                                        verhogingen als gevolg van algemene loonmaatregelen, een
                                        herwaardering van de betrekking daaronder begrepen, voor ten
                                        hoogste vier jaren;</al></li><li nr="g."><al>vermindering van salaris met ten hoogste het bedrag van de
                                        laatste twee periodieke verhogingen, of, indien aan de door
                                        de ambtenaar beklede betrekking geen schaal is verbonden,
                                        vermindering van het salaris met ten hoogste 5%, een en
                                        ander voor de tijd van niet langer dan twee jaren;</al></li><li nr="h."><al>plaatsing in een andere betrekking, al of niet in een ander
                                        onderdeel van de dienst, voor bepaalde of onbepaalde tijd en
                                        met of zonder vermindering van bezoldiging;</al></li><li nr="i."><al>schorsing voor een bepaalde tijd zonder of met gedeeltelijk
                                        genot van bezoldiging;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De straffen genoemd in het eerste lid, onder a t/m g worden opgelegd
                                door het college; de straffen genoemd onder h en i, alsmede de straf
                                genoemd in artikel 8:13, worden opgelegd door het bestuursorgaan dat
                                bevoegd is tot aanstelling in de laatstelijk door de ambtenaar
                                vervulde betrekking.</al></li><li nr="3."><al>Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald, dat zij niet ten
                                uitvoer zal worden gelegd indien de betrokken ambtenaar zich
                                gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn niet
                                schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de
                                bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim
                                en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen
                                bijzondere voorwaarden.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Verantwoording</vet></al><al><vet>Artikel 16:1:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De verantwoording door de ambtenaar geschiedt, indien deze niet
                                schriftelijk plaatsvindt, ten overstaan van het college of ten
                                overstaan van een door het college aangewezen vertegenwoordiger. De
                                verantwoording vindt niet eerder dan 6 maal 24 uur en niet later dan
                                12 maal 24 uur plaats. Op verzoek van de ambtenaar kan van deze
                                termijn worden afgeweken.</al></li><li nr="2."><al>Geschiedt de verantwoording mondeling, dan wordt daarvan binnen 36
                                uur proces-verbaal opgemaakt, dat na voorlezing wordt getekend door
                                hem te wiens overstaan de verantwoording plaats heeft en door de
                                ambtenaar. Weigert de ambtenaar de ondertekening, dan wordt daarvan
                                in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding van de redenen,
                                melding gemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal wordt de
                                ambtenaar uitgereikt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de ambtenaar zulks verlangt, worden hij en zijn raadsman in
                                de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de ambtelijke rapporten
                                of andere bescheiden welke op de hem ten laste gelegde feiten
                                betrekking hebben.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al><vet>Artikel 16:1:4</vet></al><al>De ambtenaar verstrekt het college een bewijs van ontvangst van het
                        schriftelijk besluit tot strafoplegging.</al><al>briefnummer: CvA/2004001009 </al><al><vet>Artikel 16:1:5</vet></al><al>De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer
                        gelegd zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij de
                        strafoplegging onmiddellijke tenuitvoerlegging is bevolen.</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>17 OPLEIDING EN ONTWIKKELING</vet></al><al><vet>Artikel 17:1 Ontwikkeling en mobiliteit</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar is op de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor
                                    zijn duurzame inzetbaarheid en loopbaanperspectief, waardoor
                                    diens positie op de interne en externe arbeidsmarkt
                                    verbetert.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>In het belang van de organisatie en zichzelf ontwikkelt de
                                    ambtenaar zich door middel van scholing en het opdoen van
                                    werkervaring.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar maakt actief gebruik van het gemeentelijk
                                    loopbaanbeleid.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U201201556</al><al><vet>Studieadvies en psychologisch onderzoek</vet></al><al><vet>Artikel 17:1:2</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001004170 </al><al><vet>Termijn studiefaciliteiten</vet></al><al><vet>Artikel 17:1:3</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001004170</al><al><vet>Artikel 17:1:4</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001004170</al><al><vet>Bekend maken resultaten</vet></al><al><vet>Artikel 17:1:5</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001004170</al><al><vet>Vergoeding van studiekosten</vet></al><al><vet>Artikel 17:1:6</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001004170</al><al><vet>Terugbetalen van studiekostenvergoeding</vet></al><al><vet>Artikel 17:1:7</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001004170</al><al><vet>Verlof</vet></al><al><vet>Artikel 17:1:8</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001004170</al><al><vet>Artikel 17:1:9</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001004170</al><al><vet>Artikel 17:1:10</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001004170</al><al><vet>Artikel 17:1:11</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001004170</al><al><vet>Artikel 17:1:12</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001004170</al><al><vet>Loopbaanadvies</vet></al><al><vet>Artikel 17:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college begeleidt en ondersteunt de ambtenaar bij het
                                    verbeteren en ontwikkelen van diens inzetbaarheid en
                                    mobiliteit.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college voert een actief intern en extern mobiliteitsbeleid
                                    en onderhoudt loopbaanbeleid, gericht op mobiliteit en
                                    organisatieverandering.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het college wijst de ambtenaar op diens mogelijkheden binnen
                                    het gemeentelijk loopbaanbeleid</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200800192 en U201201556</al><al><vet>Artikel 17:3 Individueel loopbaanbudget</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De ambtenaar heeft jaarlijks recht op een loopbaanbudget van €
                                    500.-.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien bij inwerkingtreding van dit artikel het college een
                                    opleidingsplan heeft vastgesteld dat gelijkwaardige ruimte biedt
                                    aan loopbaanontwikkeling op basis van individuele wensen over
                                    loopbaanactiviteiten gericht op vergroting van inzetbaarheid kan
                                    dit opleidingsplan ongewijzigd worden voortgezet ongeacht het
                                    bepaalde in het eerste lid. Dit na instemming van de
                                    ondernemingsraad.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De ambtenaar zet het loopbaanbudget in ten behoeve van
                                    loopbaangerelateerde activiteiten, zoals opleiding, training,
                                    scholing, loopbaanadvies, coaching en ontwikkeling, gericht op
                                    de vergroting van zijn inzetbaarheid en zijn
                                    arbeidsmarktpotentie ten behoeve van een andere functie binnen
                                    of buiten de organisatie.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De in het derde lid genoemde activiteiten dienen te zijn
                                    gericht op een reëel loopbaanperspectief.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Afspraken over de wijze van besteding van het loopbaanbudget
                                    worden vastgelegd in een (aanvulling op het) persoonlijk
                                    ontwikkelingsplan.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Het resterende budget dat na verloop van het kalenderjaar
                                    waarin de aanspraak is opgebouwd niet is benut, komt te
                                    vervallen.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>In afwijking op het bepaalde in het zesde lid kan de ambtenaar
                                    het loopbaanbudget gedurende maximaal drie jaar opsparen, om
                                    daarmee eenmalig een duurdere activiteit te financieren. Dit
                                    wordt vastgelegd in (een aanvulling op) het persoonlijk
                                    ontwikkelingsplan.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Indien na toepassing van het bepaalde in het zevende lid na
                                    verloop van de overeengekomen periode het budget niet of niet
                                    volledig is benut komt het resterende budget te
                                vervallen.</vet></al></li><li nr="9."><al><vet>Dit artikel is geldig in 2013, 2014 en 2015.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U201001463 en U201201556</vet></al><al><vet>Artikel 17:4 Persoonlijk Ontwikkelingsplan</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Naast de afspraken over het individueel loopbaanbudget leggen het
                                college en de ambtenaar in een persoonlijk ontwikkelingsplan de
                                afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en
                                vaardigheden van de ambtenaar, alsmede een in dat kader door hem te
                                volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten.</al></li><li nr="2."><al>Het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt ten minste een keer per drie
                                jaar opgesteld en door het college vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>Een te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten passen in
                                de doelstellingen, criteria en budgettaire voorwaarden van het
                                gemeentelijk opleidingsbeleid, zoals neergelegd in het door het
                                college vastgestelde opleidingsplan.</al></li><li nr="4."><al>De kosten die gemaakt worden in het kader van de in het persoonlijk
                                ontwikkelingsplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door
                                het college vergoed.</al></li><li nr="5."><al>In het persoonlijk ontwikkelingsplan worden afspraken vastgelegd met
                                betrekking tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van
                                de zijde van de werkgever die de ambtenaar in staat moeten stellen
                                de gemaakte afspraken uit te voeren.</al></li><li nr="6."><al>In het persoonlijk ontwikkelingsplan worden afspraken vastgelegd met
                                betrekking tot een of meer van de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>- de keuze van opleidingsvorm of instituut, alsmede de
                                        redelijkerwijs te maken kosten;</al></li><li nr="2."><al>- de periode gedurende welke een studie gevolgd zal
                                        worden;</al></li><li nr="3."><al>- de minimaal te behalen resultaten en te maken
                                        voortgang;</al></li><li nr="4."><al>- de omstandigheden onder welke een te volgen studie kan
                                        worden onderbroken of gestopt;</al></li><li nr="5."><al>- de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten
                                        vergoeding bij het voortijdig afbreken van een studie door
                                        de ambtenaar;</al></li><li nr="6."><al>- de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten
                                        vergoeding bij het verlaten van de gemeentelijke dienst
                                        binnen een te bepalen periode na afronding van de
                                        studie;</al></li><li nr="7."><al>- eventuele andere ondenverpen die van belang zijn voor een
                                        goede uitvoering van de gemaakte afspraken.</al></li></lijst></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009 en U201201556</al><al><vet>Artikel 17:5 Loopbaanadvies</vet></al><al><vet>De ambtenaar heeft na elke periode van vijf jaar recht op
                            loopbaanadvies bij een door het college aangewezen interne of externe
                            deskundige.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201556</vet></al><al><vet>Artikel 17:6</vet></al><al><vet>In het persoonlijk ontwikkelingsplan van en het functioneringsgesprek
                            met een ambtenaar van 50 jaar en ouder stelt het college zijn belasting
                            en belastbaarheid aan de orde. Zonodig worden naar aanleiding hiervan
                            afspraken gemaakt over aanpassingen in het individuele
                            takenpakket.</vet></al><al>Briefnummer: U201201556</al><al><vet>Artikel 17:7 Flankerend beleid</vet></al><al><vet>Het college stelt vast welke mobiliteitsbevorderende voorzieningen
                            beschikbaar kunnen worden gesteld aan ambtenaren die zich in een
                            Van-werk-naar-werk-traject bevinden.</vet></al><al><vet>Briefnummer: U201201556</vet></al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>18 VERPLAATSINGSKOSTEN</vet></al><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>Artikel 18:1:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>betrokkene: de ambtenaar of gewezen ambtenaar in de zin van
                                        de CAR;</al></li><li nr="b."><al>woongebied: een door het college aan te wijzen gebied
                                        aansluitend aan het grondgebied van de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>standplaats: de gemeente of het met name genoemde deel
                                        daarvan, waar de ambtenaar gewoonlijk zijn verkzaamheden
                                        verricht;</al></li><li nr="d."><al>gezinsleden: de echtgenoot, geregistreerde partner van de
                                        betrokkene en de kinderen, stief- en pleegkinderen van de
                                        betrokkene en/of van de echtgenoot, geregistreerde partner,
                                        voor zover zij samenwonen;</al></li><li nr="e."><al>eigen huishouding voeren: het zelfstandig en voor eigen
                                        rekening bewonen van woonruimte, voorzien van eigen
                                        meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van
                                        het bestuursorgaan;</al></li><li nr="f."><al>berekeningsbasis: het twaafvoud van de bezoldiging - in de
                                        zin van artikel 3:1, dan wel hetgeen daarmede overeenkomt
                                        ingeval dat artikel niet op hem van toepassing is - die
                                        betrokkene geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd
                                        met de aanspraak op de vakantieuitkering en in voorkomende
                                        gevallen vermeerderd met:</al><lijst><li nr="1."><al>genoten wachtgeld of uitkering krachtens hoofdstuk
                                                10 of 11 of een genoten werkloosheidsuitkering
                                                krachtens de WW en eventueel hoofdstuk 10a;</al></li><li nr="2."><al>genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig
                                                hoofdstuk 9 of het FPU-reglement basis- en
                                                aanvullende uitkering:</al></li><li nr="3."><al>genoten herplaatsingstoelage hoofdstuk 12 van het
                                                pensioenreglement;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>berekenings tijdstip: 1e datum waarop de betrokkene
                                        verhuist; 2e indien de betrokkene verhuist voor de datum dat
                                        de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van
                                        de functievervulling; 3e bij het overlijden of ontslag van
                                        de betrokkene, de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd
                                        genoten;</al></li><li nr="h."><al>verplaatsen en verplaatsing: veranderen onderscheidenlijk
                                        verandering van de standplaats van de betrokkene in opdracht
                                        van het bestuursorgaan;</al></li><li nr="i."><al>verplaatsingskostenvergoeding: tegemoetkoming in de kosten
                                        van een verplaatsing, danwel van een verhuizing
                                        voortvloeiende uit indiensttreding of ontslag, ofwel een
                                        tegemoetkoming in reis- en pensionkosten voor de periode dat
                                        de verhuizing nog niet heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="j."><al>dienstwoning: de door het bestuursorgaan aan de betrokkene
                                        in verband met de uitoefening van zijn functie aangewezen
                                        woning;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht
                                genomen.</al></li></lijst><al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601047</al><al><vet>Tegemoetkoming verhuiskosten</vet></al><al><vet>Artikel 18:1:2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De betrokkene, die vanwege het dienstbelang de verplichting is
                                opgelegd om in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen, als
                                bedoeld in artikel 15:1:17, tweede lid, wordt een tegemoetkoming in
                                verhuiskosten verleend.</al></li><li nr="2."><al>De betrokkene die in verband met een indiensttreding is verhuisd en
                                aan wie binnen twee jaar na verhuizing ontslag op verzoek wordt
                                verleend of die ten gevolge van aan hem te wijten feiten of
                                omstandigheden binnen twee jaren na de verhuizing wordt ontslagen,
                                dient de hem toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te
                                betalen. Overgang zonder onderbreking naar een andere tak van dienst
                                van dezelfde gemeente of naar een van haar bedrijven of instellingen
                                wordt niet als ontslag op verzoek beschouwd.</al></li><li nr="3."><al>De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de betrokkene, die in
                                verband met een indiensttreding dient te verhuizen, slechts
                                verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een
                                verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het vorige lid hem
                                bekend is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 18:1:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De betrokkene, die in opdracht van het bestuursorgaan, anders dan in
                                verband met een verplaatsing of indiensttreding, een dienstwoning
                                betrekt of verlaat, wordt een tegemoetkoming in verhuiskosten
                                verleend.</al></li><li nr="2."><al>Indien het verlaten van een dienstwoning samenhangt met een ontslag
                                op verzoek anders dan een ontslag op verzoek met recht op uitkering
                                voor vervroegd uittreden, of met een ontslag als gevolg van aan
                                betrokkene te wijten feiten of omstandigheden en het ontslag niet
                                ingaat binnen twee jaren nadat de dienstwoning is betrokken, kan een
                                gedeeltelijke tegemoetkoming in verhuiskosten worden verleend.</al></li><li nr="3."><al>Indien het verlaten van een dienstwoning verband houdt met het
                                overlijden van de betrokkene, wordt een tegemoetkoming in
                                verhuiskosten verleend aan de nagelaten gezinsleden.</al></li><li nr="4."><al>Bij toepassing van het tweede en derde lid wordt een vergoeding in
                                de verhuiskosten, bedoeld in artikel 18:1:5, eerste lid, verleend,
                                met dien verstande dat deze vergoeding niet meer bedraagt dan die
                                waarop aanspraak zou bestaan bij verhuizing binnen het
                                woongebied.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 18:1:4</vet></al><al>Geen tegemoetkoming in verhuiskosten ingevolge de artikelen 18:1:2 en 18:1:3
                        wordt verleend, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen twee
                        jaar nadat de verplichting tot verhuizen is opgelegd dan wel na de datum van
                        het ontslag, het overlijden of de verplaatsing.</al><al><vet>Artikel 18:1:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van
                                        de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de
                                        nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en
                                        uitpakken van breekbare zaken;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag voor dubbel woonkosten, gelijk aan de
                                        noodzakelijk te maken kosten, met een maximum van € 307,49
                                        per maand met dien verstande dat de tegemoetkoming ten
                                        hoogste voor vier maanden wordt verleend;</al></li><li nr="c."><al>een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing
                                        voortvloeiende kosten, met een maximum van € 6.149,43.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen
                                huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel c, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is
                                bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de
                                berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum
                                van vier van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met
                                dien verstande dat het maximumbedrag genoemd in het eerste lid,
                                onderdeel c, niet overschreden wordt.</al></li><li nr="3."><al>Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de
                                echtgenoten, geregistreerde partners beide betrokkene zijn in de zin
                                van dit hoofdstuk en afzonderlijk opdracht hebben om te verhuizen of
                                zijn verplaatst, wordt voor beide betrokkenen de berekeningsbasis
                                vastgesreld. Ingeval beide betrokkenen een deeltijdbetrekking hebben
                                en niet tevens een deeltijdbetrekking bij een andere werkgever die
                                aanspraak geeft op een tegemoetkoming in verhuiskosten, wordt de
                                berekeningsbasis vastgesteld als ware er sprake van een
                                voltijdbetrekking. De tegemoetkoming wordt toegekend op grond van de
                                hoogste berekeningsbasis.</al></li><li nr="4."><al>Indien de betrokkene geen eigen huishouding voert, wordt geen
                                tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onder c, verleend.
                                Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan voor
                                deze kosten niettemin een tegemoetkoming worden verleend van 3% van
                                de berekeningsbasis.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004003765 en U201001464 en U201100044 en U201300011 en
                            U201402159</al><al><vet>Tegemoetkoming woon- werkverkeer</vet></al><al><vet>Artikel 18:1:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De betrokkene die vanwege het dienstbelang de verplichting is
                                opgelegd om in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen, zoals
                                bedoeld in artikel 15:1:17 en daarin, ondanks alle pogingen daartoe,
                                niet slaagt heeft aanspraak op een vergoeding van de kosten voor het
                                dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling,
                                zolang hij bij de verhuizing in aanmerking zou kunnen komen voor een
                                tegemoetkoming in de verhuiskosten.</al></li><li nr="2."><al>Een betrokkene als bedoeld in het eerste lid, die naar het oordeel
                                van het bestuursorgaan niet dagelijks heen en weer kan reizen,
                                heeft, tenzij van gemeentewege al dan niet tegen betaling in
                                huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de
                                pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij het gebied
                                als bedoeld in artikel 15:1:17, benevens een tegemoetkoming voor ten
                                hoogste eenmaal per week in de reiskosten naar de plaats waar hij
                                metterwoon nog gevestigd is.</al></li><li nr="3."><al>Indien een betrokkene als bedoeld in het eerste en tweede lid, naar
                                het oordeel van het bestuursorgaan niet alles, wat redelijkerwijs
                                van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te
                                verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor tegemoetkomingen
                                als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>Een betrokkene die een functie voor betrekkelijk korte duur bekleedt
                                of voor betrekkelijk korte duur elders is geplaatst en als gevolg
                                daarvan niet behoeft te verhuizen kan een tegemoetkoming in de
                                reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden verleend, dan wel
                                een tegemoetkoming overeenkomstig het tweede lid, indien de
                                betrokkene naar het oordeel van het bestuursorgaan niet dagelijks
                                heen en weer kan reizen.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001725</al><al><vet>Hoogte tegemoetkoming</vet></al><al><vet>Artikel 18:1:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6, eerste en
                                vierde lid, is gelijk aan de gemaakte kosten van het openbaar
                                vervoer op basis van het tarief van de tweede klasse.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding die plaatsvindt op basis van het eerste lid is, voor
                                dat deel dat gebruik wordt gemaakt van de trein, gemaximeerd op het
                                bedrag van € 3.900 per jaar.</al></li><li nr="3."><al>De betrokkene die met de trein reist en van de woning of het pension
                                met het ander (aansluitend) openbaar vervoer naar het eerst
                                mogelijke station kan reizen maar van dit openbaar vervoer geen
                                gebruik maakt en in de plaats daarvan met eigen vervoer naar dat
                                station reist, ontvangt een tegemoetkoming van € 102,77 op
                                jaarbasis.</al></li><li nr="4."><al>De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6, eerste en
                                vierde lid, is, indien het college de plaats van tewerkstelling van
                                een betrokkene heeft aangewezen als een plaats van tewerkstelling
                                die niet door openbaar vervoer is te bereiken, of indien de
                                betrokkene behoort tot een aangewezen groep voor wie de plaats van
                                tewerkstelling vanwege de opgedragen werktijden niet per openbaar
                                vervoer is te bereiken, € 0,15 per kilometer met een maximum van 20
                                kilometer enkele reis.</al></li><li nr="5."><al>De betrokkene, die naar het oordeel van het college de plaats van
                                tewerkstelling met het openbaar vervoer kan bereiken maar daarvan
                                geen gebruik maakt, heeft aanspraak op een tegemoetkoming van 25%
                                van de tegemoetkoming bedoeld in het vierde lid.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2004001725 en CvA/2004003765 en U201001464 en U201100044
                        en U201402159</al><al><vet>Artikel 18:1:7a</vet></al><al>(Vervalt)</al><al> briefnummer: CvA/2004001725 en CvA/2004003765 en U201001464</al><al><vet>Niet verhuisplichtig, toch een tegemoetkoming
                        woon-werkverkeer</vet></al><al><vet>Artikel 18:1:8</vet></al><al>Indien het bevoegde gezag de plaats van tewerkstelling van een betrokkene
                        die niet conform artikel 15:1:17 verhuisplichtig is, heeft aangewezen als
                        een plaats van tewerkstelling die niet met het openbaar vervoer is te
                        bereiken, of indien de betrokkene behoort tot een aangewezen groep voor wie
                        de plaats van tewerkstelling vanwege de opgedragen werktijden niet per
                        openbaar vervoer is te bereiken, wordt aan de betrokkene voor de gehele duur
                        van het dienstverband een vergoeding per afgelegde kilometer verstrekt. De
                        hoogte van deze vergoeding wordt vastgesteld door het bevoegde gezag.</al><al>briefnummer: CvA/2004001725 en CvA/2004003765</al><al><vet>Pensionkosten</vet></al><al><vet>Artikel 18:1:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming in pensionkosten als bedoeld in artikel 18:1:6,
                                tweede lid, bedraagt voor de betrokkene die gewoonlijk met
                                gezinsleden samenwoont 90% en voor de overige betrokkenen 60% van de
                                betaalde pensionkosten, voor zover deze kosten niet uitgaan boven de
                                door het bestuursorgaan redelijk geoordeelde pensionkosten.</al></li><li nr="2."><al>De tegemoetkoming in reiskosten voor gezinsbezoek dan wel voor het
                                bezoeken van de plaats waar betrokkene nog is gehuisvest is gelijk
                                aan de kosten van het gebruik van het openbaar vervoer en wel naar
                                het tarief van de laagste klasse.</al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/1999005385</al><al><vet>Duur tegemoetkoming reis- en pensionkosten</vet></al><al><vet>Artikel 18:1:10</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming ingevolge het bepaalde in de artikelen 18:1:7 en
                                18:1:9 wordt voor de eerste keer voor niet langer dan zes maanden
                                verleend. Het bevoegde gezag kan deze termijn op verzoek van
                                betrokkene telkens voor niet langer dan zes maanden verlengen.</al></li><li nr="2."><al>Geen aanspraak op tegemoetkoming in reis- en/of verblijfkosten
                                bestaat indien de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte
                                kosten conform artikel 18:1:7 eerste lid en artikel 18:1:14, in
                                geval wordt gekozen voor het vergoedingssysteem zoals dat gold vóór
                                1 juli 2004, niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij het
                                bevoegde gezag is ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag is bevoegd te bepalen dat de tegemoetkomingen
                                vastgesteld op basis van artikel 18:1:7 eerste lid en artikel
                                18:1:14 maandelijks zonder declaratie worden uitbetaald met
                                inachtneming van een korting op de bedragen van 6%.</al></li></lijst><al> briefnummer: CvA/2004003765</al><al><vet>Procedure tegemoetkoming verhuiskosten</vet></al><al><vet>Artikel 18:1:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een tegemoetkoming in verhuiskosten dient voor de
                                datum van de verhuizing bij het bestuursorgaan te zijn
                                ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Zo spoedig mogelijk na de verhuizing doch in ieder geval binnen zes
                                maanden daarna doe t de betrokkene bi j het bestuursorgaan opgave
                                van de kosten als bedoeld in artikel 18:1:5, eerste lid, onder
                                b.</al></li></lijst><al><vet>Voorschot</vet></al><al><vet>Artikel 18:1:12</vet></al><al>Het bestuursorgaan kan ter zake van dit hoofdstuk bedoelde tegemoetkomingen
                        een voorschot verlenen.</al><al><vet>Slotbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 18:1:13</vet></al><al>Het college kan voor zover nodig in afwijking van de bij of krachtens dit
                        hoofdstuk gestelde regels beslissen in individuele gevallen, waarin deze
                        regelen naar het oordeel van het college niet of niet naar redelijkheid
                        voorzien.</al><al>briefnummer: CvA/2004001009 </al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al><vet>Artikel 18:1:14</vet></al><al>De betrokkene aan wie voor 1 juli 2004 een tegemoetkoming woon-werkverkeer
                        op grond van artikel 18:1:7, vierde lid zoals dat luidde voor 1 juli 2004,
                        is toegekend, heeft gedurende de periode van maximaal twee jaar, welke
                        ingaat op het moment van toekenning, recht op een tegemoetkoming
                        woon-werkverkeer conform de vergoedingssystematiek zoals die gold voor 1
                        juli 2004. Indien de vergoedingssystematiek zoals die geldt vanaf 1 juli
                        2004 financieel voordeliger is voor deze betrokkene, dan heeft hij recht op
                        een tegemoetkoming conform de laatstgenoemde vergoedingssystematiek. Indien
                        de medewerker gehoor heeft gegeven aan de verhuisplicht, dan vervalt de
                        tegemoetkoming woon-werkverkeer.</al><al> briefnummer: CvA/2004001725 en CvA/2004003765</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>19 RECHTSPOSITIEREGELING VRIJWILLIGERS BIJ DE GEMEENTELIJKE
                            BRANDWEER</vet></al><al><vet>§ 1 Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Werkingssfeer</vet></al><al><vet>Artikel 19:1</vet></al><al><vet>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die door het college
                            aangesteld is als vrijwilliger bij de gemeentelijke
                        brandweer.</vet></al><al>briefnummer: CvA/2004001009, U200901449</al><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 19:2</vet></al><al><vet>Hoofdwerkgever: de werkgever waarbij de vrijwilliger in loondienst
                            is.</vet></al><al>Briefnummer: U200901449.</al><al><vet>Overleg met vakorganisaties</vet></al><al><vet>Artikel 19:3</vet></al><al><vet>Het overleg over de aangelegenheden die van algemeen belang zijn voor
                            de rechtstoestand van de vrijwilligers vindt plaats in de op grond van
                            artikel 12:1, tweede lid, van de CAR ingestelde commissie voor
                            georganiseerd overleg. Dit geldt ook voor de algemene regels volgens
                            welke het personeelsbeleid gevoerd zal worden.</vet></al><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>Informatievoorziening aan de vrijwilliger</vet></al><al><vet>Artikel 19:4</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger ontvangt op zijn verzoek kosteloos een
                                    exemplaar van dit hoofdstuk, van de wijzigingen daarvan en van
                                    alle andere schriftelijke regels die hij bij de uitvoering van
                                    zijn werkzaamheden heeft na te leven.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De vrijwilliger die regels heeft na te leven die niet
                                    schriftelijk zijn vastgesteld wordt hierover naar behoren
                                    geïnformeerd.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009 &amp; U200901449</al><al><vet>Informatievoorziening aan derden</vet></al><al><vet>Artikel 19:5</vet></al><al><vet>Een exemplaar van dit hoofdstuk, van de wijzigingen daarvan en van alle
                            regels die ter uitvoering van artikel 125 van de Ambtenarenwet voor de
                            vrijwilliger worden getroffen met inbegrip van de wijzigingen daarop,
                            worden kosteloos ter beschikking gesteld aan:</vet><vet> - de
                            vakorganisaties die deelnemen aan het georganiseerd overleg bedoeld in
                            artikel 19:3, eerste lid;</vet><vet> - ieder ander die daarvoor naar het
                            oordeel van het college in aanmerking komt.</vet></al><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>§ 2 Aanstelling en bevordering</vet></al><al><vet>Aanstelling in vaste of tijdelijke dienst</vet></al><al><vet>Artikel 19:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college kan de vrijwilliger aanstellen in vaste dienst, of
                                    in tijdelijke dienst voor een bepaalde periode.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Een aanstelling in tijdelijke dienst wordt alleen verleend bij
                                    wijze van proef.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Een aanstelling in tijdelijke dienst wordt voor een periode van
                                    maximaal twee jaar verleend. In bijzondere gevallen kan de
                                    tijdelijke aanstelling verlengd worden met een periode van ten
                                    hoogste een jaar.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college verleent de vrijwilliger een vaste aanstelling
                                    zodra de maximale termijn voor een tijdelijke aanstelling
                                    verstreken is, tenzij de proef niet geslaagd is.</vet></al></li></lijst><al> Briefnummer: U200901449</al><al><vet>Voorwaarden voor aanstelling</vet></al><al><vet>Artikel 19:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Voor aanstelling als vrijwilliger kunnen alleen die personen in
                                    aanmerking komen die voldoen aan de eisen die het Besluit
                                    personeel veiligheidsregio’s daarvoor stelt.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Degene die in aanmerking wil komen voor aanstelling als
                                    vrijwilliger voldoet bovendien aan de volgende
                                    voorwaarden:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>hij beschikt over de voor de brandweerdienst vereiste
                                            karaktereigenschappen;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>hij is door de aard en de plaats van zijn dagelijkse
                                            werkzaamheden en de ligging van zijn woning, in staat om
                                            zijn taak bij de gemeentelijke brandweerdienst naar
                                            behoren te vervullen;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>hij is ten minste 18 jaar.</vet></al></li></lijst></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449, U201001923</al><al><vet>Artikel 19:7a</vet></al><al>Vervallen </al><al>Briefnummer: U201001923 en U201002606</al><al><vet>Bericht van aanstelling</vet></al><al><vet>Artikel 19:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger ontvangt voor indiensttreding kosteloos een
                                    bericht van aanstelling. Hierin wordt vermeld:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum van
                                            de vrijwilliger:</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de duur van de aanstelling; bij een tijdelijke
                                            aanstelling wordt de periode waarvoor de aanstelling is
                                            aangegaan zo nauwkeurig mogelijk omschreven;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>de ingangsdatum van de aanstelling;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>de functie waarin de vrijwilliger is aangesteld en de
                                            vergoeding die aan hem wordt toegekend.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Het college deelt wijzigingen in de punten b tot en met d zo
                                    spoedig mogelijk, kosteloos, mee aan de vrijwilliger.</vet></al></li></lijst><al> Briefnummer: U200901449, U201001923</al><al><vet>Bevordering</vet></al><al><vet>Artikel 19:9</vet></al><al><vet>Het college kan een vrijwilliger alleen tot een hogere functie
                            bevorderen wanneer hij voldoet aan de eisen die het Besluit personeel
                            veiligheidsregio’s daarvoor stelt. In het besluit tot bevordering worden
                            ten minste de nieuwe functie en de daaraan verbonden vergoeding
                            vermeld.</vet></al><al>briefnummer: CvA/2004001009, U200901449 en U201001923</al><al><vet>Medische keuring</vet></al><al><vet>Artikel 19:10</vet></al><al><vet>Vervallen</vet></al><al>briefnummer: CvA/2004001009, U200901449, U201001923 en U201002606.</al><al><vet>§ 3 Relatie hoofdwerkgever</vet></al><al><vet>Informatie over hoofdwerkgever</vet></al><al><vet>Artikel 19:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger die in loondienst is verstrekt het college bij
                                    indiensttreding de contactgegevens van zijn hoofdwerkgever en
                                    informeert het college over zijn werktijden aldaar. De
                                    vrijwilliger informeert het college zo spoedig mogelijk over
                                    wijzigingen.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De vrijwilliger die werkzaam is als zelfstandig ondernemer
                                    informeert het college bij zijn indiensttreding hierover en
                                    verstrekt gegevens over de aard van zijn werkzaamheden en het
                                    tijdsbeslag daarvan. De vrijwilliger informeert het college zo
                                    spoedig mogelijk over wijzigingen. </vet></al></li></lijst><al>briefnummer: U200901449</al><al><vet>Informatie aan hoofdwerkgever</vet></al><al><vet>Artikel 19:12</vet></al><al><vet>De vrijwilliger bericht zijn hoofdwerkgever zo spoedig mogelijk na
                            indiensttreding dat</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>hij aangesteld is als vrijwilliger bij de brandweer;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>hij tijdens werktijd ingezet kan worden voor
                                    brandweerwerkzaamheden;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>de Arbeidstijdenwet van toepassing is op zijn werkzaamheden
                                    voor de brandweer en dat bij de vaststelling van zijn werktijden
                                    hier rekening mee gehouden moet worden;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>de gemeente hem een vergoeding verstrekt voor
                                    brandweeractiviteiten tijdens werktijd;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>ingeval van ziekte als gevolg van een dienstongeval bij de
                                    brandweer, de hoofdwerkgever recht heeft op een
                                    vergoeding.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>§ 4 Vergoedingen</vet></al><al><vet>Vergoeding</vet></al><al><vet>Artikel 19:13</vet></al><al><vet>Vergoeding</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger ontvangt zolang de aanstelling duurt een
                                    vergoeding overeenkomstig de regels van dit hoofdstuk en bijlage
                                    IIb van de CAR-UWO.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>In afwijking van het eerste lid, ontvangt de medewerker die
                                    vanaf 31 december 1979 onafgebroken ambtenaar en als
                                    vrijwilliger werkzaam is, zolang de aanstelling duurt een
                                    vergoeding overeenkomstig de regels van dit hoofdstuk en bijlage
                                    IIc van de CAR-UWO</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449, U201001923</al><al><vet>Jaarvergoeding</vet></al><al><vet>Artikel 19:14</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger ontvangt elk kalenderjaar een
                                    jaarvergoeding.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De jaarvergoeding wordt vastgesteld op het bedrag dat in de
                                    bijlage, genoemd in artikel 19:13 is vermeld achter de
                                    functiecategorie, behorende bij de functie waarin de
                                    vrijwilliger is aangesteld, in de tweede kolom.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>In de jaarvergoeding is een netto-bedrag opgenomen van € 136,
                                    ter vergoeding van onkosten die worden gemaakt in verband met de
                                    beroepsuitoefening.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>In de jaarvergoeding voor de officieren is tevens een
                                    netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2 per in het kader van
                                    de beroepsuitoefening verrichte activiteit niet zijnde
                                    brandbestrijding of andere hulpverlening.</vet></al></li></lijst><al> Briefnummer: U200901449 en U201001923 en U201300207</al><al><vet>Vergoeding voor oefeningen, cursussen en overige
                        werkzaamheden</vet></al><al><vet>Artikel 19:15</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger die deelneemt aan een oefening, een cursus
                                    volgt met toestemming van het college, of in opdracht van het
                                    college overige werkzaamheden verricht heeft recht op een
                                    vergoeding.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het uurbedrag
                                    dat in de bijlage, genoemd in artikel 19:13 staat vermeld achter
                                    de functie waarin de vrijwilliger is aangesteld, in de derde
                                    kolom. Wanneer de vergoeding op nul is gesteld heeft de
                                    vrijwilliger voor die activiteit geen recht op
                                vergoeding.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een
                                    netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2 per activiteit voor
                                    vrijwilligers niet zijnde officieren.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U200901449 en U201001923 en U201300207</vet></al><al><vet>Vergoeding voor daadwerkelijke brandbestrijding en
                        hulpverlening</vet></al><al><vet>Artikel 19:16</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger die zich, na hiertoe opgeroepen te zijn,
                                    bezighoudt met daadwerkelijke brandbestrijding en hulpverlening
                                    ontvangt hiervoor een vergoeding.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het uurbedrag
                                    dat in de bijlage, genoemd in artikel 19:13 staat vermeld achter
                                    de functiecategorie, behorende bij de functie van de
                                    vrijwilliger, in de vierde kolom.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een
                                    netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2 per activiteit voor
                                    vrijwilligers niet zijnde officieren.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449 en U201001923 en U201300207</al><al><vet>Vergoeding voor langdurige aanwezigheid</vet></al><al><vet>Artikel 19:17</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger die, in opdracht van het college, vijf uur of
                                    langer ingezet wordt voor oefeningen, cursussen of overige
                                    brandweerwerkzaamheden, ontvangt een vergoeding voor langdurige
                                    aanwezigheid. De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van
                                    het uurbedrag dat in bijlage, genoemd in artikel 19:13 staat
                                    vermeld achter de functiecategorie, behorende bij de functie
                                    waarin de vrijwilliger is aangesteld, in de vijfde
                                kolom.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Wanneer de vergoeding op nul is gesteld heeft de vrijwilliger
                                    geen recht op een vergoeding voor langdurige
                                aanwezigheid.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De vergoeding voor langdurige aanwezigheid wordt alleen
                                    verstrekt over die uren waarin de vrijwilliger daadwerkelijk
                                    geoefend heeft, een cursus gevolgd heeft of overige
                                    brandweerwerkzaamheden verricht heeft.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449 en U201001923</al><al><vet>Consignatievergoeding</vet></al><al><vet>Artikel 19:18</vet></al><al><vet>De vrijwilliger die zich ter beschikking moet houden om opgeroepen te
                            worden voor werkzaamheden ontvangt een consignatievergoeding.</vet><vet>
                            Deze vergoeding bedraagt:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>per uur 16% van het bedrag genoemd in kolom drie van de
                                    bijlagen, genoemd in artikel 19:13 op zondagen, nieuwjaarsdag,
                                    tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide
                                    Kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de koningin wordt
                                    gevierd en iedere andere dag die daarnaast door het college
                                    wordt aangewezen als feestdag</vet>;</al></li><li nr="b."><al><vet>per uur 10% van het bedrag genoemd in kolom drie van de
                                    bijlagen, genoemd in artikel 19:13 voor alle overige
                                    dagen.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449 en U201001923</al><al><vet>Kazerneringsdienst</vet></al><al><vet>Artikel 19:19</vet></al><al><vet>Het college kan bij lokale regeling regels stellen over de vergoeding
                            van kazerneringsdiensten.</vet></al><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>Vergoeding tijdens en in verband met zwangerschap</vet></al><al><vet>Artikel 19:20</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger bedoeld in artikel 19:29 heeft gedurende de
                                    periode dat zij niet ingezet wordt in de repressieve
                                    brandweerdienst, of niet deelneemt aan oefeningen recht op
                                    doorbetaling van de vergoedingen bedoeld in artikel 19:15 tot en
                                    met 19:18. </vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De hoogte van deze vergoeding wordt berekend op basis van het
                                    bedrag dat de vrijwilliger gemiddeld over het kwartaal
                                    voorafgaand aan de eerste dag van het verlof ontvangen heeft.
                                    Indien het arbeidspatroon in deze periode sterk afwijkt van het
                                    gebruikelijke, past het college deze berekening toe op een
                                    kalenderkwartaal waarin wel sprake was van een gebruikelijk
                                    arbeidspatroon.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449 en U201001923</al><al><vet>Opleidingskosten</vet></al><al><vet>Artikel 19:21</vet></al><al><vet>Het college vergoedt de kosten van het volgen van een opleiding of een
                            cursus, deelname aan examens en het bijwonen van bijeenkomsten, voor
                            zover deze in opdracht van of met toestemming van het college zijn
                            gemaakt.</vet></al><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>Gratificatie</vet></al><al><vet>Artikel 19:22</vet></al><al><vet>Bij lokale regeling kan het college regels vaststellen voor het
                            toekennen van een gratificatie.</vet></al><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>Fiscaal aantrekkelijke regelingen</vet></al><al><vet>Artikel 19:23</vet></al><al><vet>De vrijwilliger kan gebruik maken van de lokale regeling met fiscaal
                            gunstige personeelsvoorzieningen.</vet></al><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>Salarismutaties</vet></al><al><vet>Artikel 19:24</vet></al><al><vet>De algemene salarismutaties voor de sector gemeenten zoals die in het
                            LOGA worden overeengekomen, zijn wat betreft het percentage en de
                            ingangsdatum van overeenkomstige toepassing op de bedragen genoemd in
                            bijlage bij artikel 19:13.</vet><vet> De overeenkomstig het vorige lid
                            berekende vergoedingen worden wat betreft de jaarvergoeding afgerond op
                            hele euro’s en wat betreft de overige vergoedingen op
                        eurocenten.</vet></al><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>§ 5 Verzekeringen en schadevergoeding</vet></al><al><vet>Ongevallenverzekering</vet></al><al><vet>Artikel 19:25</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college sluit een ongevallenverzekering af voor de
                                    vrijwilliger.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De ongevallenverzekering keert uit bij overlijden, tijdelijke
                                    en blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg van een
                                    dienstongeval, overeenkomstig de polisvoorwaarden.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De vrijwilliger wordt bij indiensttreding geïnformeerd over de
                                    inhoud van de verzekering.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Wijzigingen worden zo spoedig mogelijk ter kennis van de
                                    vrijwilliger gebracht.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>De vrijwilliger ontvangt op zijn verzoek kosteloos een
                                    afschrift van de polisvoorwaarden.</vet></al></li></lijst><al> Briefnummer: U200901449</al><al><vet>Vergoeding geneeskundige kosten</vet></al><al><vet>Artikel 19:26</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college vergoedt de vrijwilliger de noodzakelijk gemaakte
                                    medische kosten die ontstaan zijn als gevolg van een
                                    dienstongeval en die voor zijn rekening blijven. De vergoeding
                                    bedraagt ten hoogste het bedrag waarvoor het college zich
                                    terzake heeft verzekerd.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Indien het verzekerde bedrag niet toereikend is om de in het
                                    eerste lid genoemde medische kosten van de vrijwilliger te
                                    vergoeden, kan het college in bijzondere gevallen een
                                    tegemoetkoming verstrekken in de hogere kosten.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2002004761, en U201001923</al><al><vet>Verzekering zelfstandig ondernemers</vet></al><al><vet>Artikel 19:27</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college kan voor de vrijwilliger die zelfstandig ondernemer
                                    is een aanvullende verzekering sluiten die voorziet in een
                                    uitkering bij blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg van een
                                    dienstongeval.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college informeert de vrijwilliger die het betreft bij
                                    indiensttreding of deze verzekering voor hem is afgesloten en
                                    indien dat het geval is wordt de vrijwilliger geïnformeerd over
                                    de dekking van de verzekering.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>Schade aan kleding en uitrusting</vet></al><al><vet>Artikel 19:28</vet></al><al><vet>Het college vergoedt de vrijwilliger de schade aan zijn kleding,
                            uitrusting en een hem toebehorend motorrijtuig in de zin van de Wet
                            aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, die hij buiten zijn schuld
                            of nalatigheid lijdt ten gevolge van de door hem verrichtte
                            werkzaamheden, voor zover de schade niet bestaat uit normale slijtage
                            van die goederen.</vet></al><al>Briefnummer:U200901449</al><al><vet>§ 6 Zwangerschap</vet></al><al><vet>Zwangerschap</vet></al><al><vet>Artikel 19:29</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger meldt haar zwangerschap in een zo vroeg
                                    mogelijk stadium bij het college.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Gedurende de zwangerschap, tot zes maanden daarna en tijdens de
                                    periode van borstvoeding wordt de vrijwilliger niet ingezet voor
                                    repressieve brandweeractiviteiten. </vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Deelname aan brandweeroefeningen in de in het tweede lid
                                    genoemde situaties vindt alleen plaats na voorafgaande
                                    toestemming door de bedrijfsarts.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>§ 7 Beschikbaarheid en overige plichten vrijwilliger</vet></al><al><vet>Beschikbaarheid van de vrijwilliger</vet></al><al><vet>Artikel 19:30</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college stelt regels over de beschikbaarheid van de
                                    vrijwilliger voor de brandweerdienst.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De vrijwilliger neemt deel aan oefeningen, bijeenkomsten en
                                    cursussen die door of vanwege het college zijn
                                    georganiseerd.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De vrijwilliger die niet beschikbaar is voor de
                                    brandweerdienst, of niet kan deelnemen aan een oefening,
                                    bijeenkomst of cursus doet daarvan tijdig melding, onder opgave
                                    van redenen en overeenkomstig de instructie van het
                                    college.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449 en U201001923</al><al><vet>Verplichtingen</vet></al><al><vet>Artikel 19:31</vet></al><al><vet>De vrijwilliger dient zijn werkzaamheden nauwgezet en ijverig te
                            verrichten en zich te gedragen als een goed vrijwilliger.</vet></al><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>Eed of belofte</vet></al><al><vet>Artikel 19:32</vet></al><al><vet>De vrijwilliger is verplicht de eed of belofte af te leggen die bij
                            wet, bij instructie of bij besluit van het college is
                            voorgeschreven.</vet></al><al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449</al><al><vet>Verboden</vet></al><al><vet>Artikel 19:33</vet></al><al><vet>Het is de vrijwilliger verboden:</vet><vet> a de aan de gemeente
                            toebehorende eigendommen aan te wenden voor persoonlijk gebruik, tenzij
                            hiervoor toestemming is verleend door of namens het college;</vet><vet>
                            b vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen,
                            te verzoeken of aan te nemen, tenzij hiervoor toestemming is verleend
                            door of namens het college; </vet><vet> c steekpenningen aan te
                            nemen.</vet></al><al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449</al><al><vet>Gebruik van motorrijtuig</vet></al><al><vet>Artikel 19:34</vet></al><al><vet>Het is de vrijwilliger slechts toegestaan een motorrijtuig in de zin
                            van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen te gebruiken ten
                            behoeve van zijn werkzaamheden als vrijwilliger, indien hem daartoe door
                            het college toestemming is verleend. Aan deze toestemming kunnen
                            bepaalde voorwaarden worden verbonden.</vet></al><al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449</al><al><vet>Kledingvoorschriften</vet></al><al><vet>Artikel 19:35</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger is verplicht tijdens zijn werkzaamheden de door
                                    of namens het college voorgeschreven dienstkleding en
                                    uitrustingsstukken te dragen.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De dienstkleding en uitrustingsstukken worden van gemeentewege
                                    kosteloos in bruikleen verstrekt aan de vrijwilliger, die bij
                                    ontslag verplicht is deze bij het college in te
                                leveren.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De vrijwilliger draagt zorg voor het onderhoud van de hem in
                                    bruikleen verstrekte dienstkleding en uitrustingsstukken en hij
                                    is verplicht deze te doen onderwerpen aan inspectie en controle,
                                    wanneer daartoe door het college opdracht is gegeven.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het college is verantwoordelijk voor reparatie van de
                                    dienstkleding en uitrustingsstukken.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449</al><al><vet>Verboden ten aanzien van de kleding</vet></al><al><vet>Artikel 19:36</vet></al><al><vet>Het is de vrijwilliger verboden:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>de dienstkleding en uitrustingsstukken te dragen wanneer hij
                                    geen werkzaamheden als vrijwilliger verricht, behalve in de
                                    gevallen waarin het college daarvoor toestemming heeft
                                    verleend;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de dienstkleding en uitrustingsstukken aan derden in bruikleen
                                    te geven;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>dienstkleding te dragen voorzien van:</vet><vet> i.</vet><vet>andere rangonderscheidingstekenen dan die verbonden aan de
                                    rang, behorende bij de functie die de vrijwilliger
                                    bekleedt;</vet><vet>ii. insignes en andere
                                    onderscheidingstekenen, tenzij tot het dragen daarvan door de
                                    staat of door het college toestemming is verleend.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009, U200901449 en U201001923</al><al><vet>Vergoeding van schade</vet></al><al><vet>Artikel 19:37</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger die door zijn schuld of nalatigheid de gemeente
                                    schade toebrengt kan verplicht worden deze schade geheel of
                                    gedeeltelijk te vergoeden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De vrijwilliger wordt in de gelegenheid gesteld om zijn wensen
                                    kenbaar te maken ten aanzien van de inhouding van de
                                    schadevergoeding op zijn vergoeding.</vet></al></li></lijst><al> Briefnummer: U200901449</al><al><vet>§ 8 Disciplinaire maatregelen schorsing in het belang van de
                            dienst</vet></al><al><vet>Plichtsverzuim</vet></al><al><vet>Artikel 19:38</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De vrijwilliger die zich aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan
                                    disciplinair worden gestraft.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van een voorschrift
                                    als het overigens doen of nalaten van iets dat een goed
                                    vrijwilliger in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te
                                    doen.</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449 en U201001923</al><al><vet>Disciplinaire straffen</vet></al><al><vet>Artikel 19:39</vet></al><al>1.<vet>De volgende disiplinaire straffen kunnen worden opgelegd:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>schriftelijke berisping;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>inhouding van een deel van de jaarvergoeding bedoeld in artikel
                                    19:14;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>schorsing voor een bepaalde tijd, al dan niet met inhouding van
                                    de vergoeding;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>ongevraagd ontslag.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449</al><al><vet>Schorsing in het belang van de dienst</vet></al><al><vet>Artikel 19:40</vet></al><al><vet>De vrijwilliger kan voor een bepaalde tijd geschorst worden:</vet></al><al>1.</al><lijst><li nr="a."><al><vet>wanneer hem de straf van disciplinair ontslag is opgelegd of
                                    hem het voornemen daartoe kenbaar is gemaakt;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>wanneer tegen hem, op grond van het daartoe bepaalde in het
                                    Wetboek van Strafvordering, een bevel tot inverzekeringstelling
                                    of voorlopige hechtenis ten uitvoer wordt gelegd;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging is ingesteld
                                    wegens misdrijf;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>in andere gevallen waarin het belang van de dienst dit
                                    noodzakelijk maakt.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449</al><al><vet>§ 9 Ontslag</vet></al><al><vet>Ontslag op eigen verzoek</vet></al><al><vet>Artikel 19:41</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college verleent eervol ontslag aan de vrijwilliger die
                                    daarom verzoekt.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Dit ontslag wordt verleend met ingang van een datum die ten
                                    minste een maand en ten hoogste drie maanden ligt na de datum
                                    van ontvangst van het verzoek. </vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het college kan een beslissing op het verzoek om eervol ontslag
                                    aanhouden, wanneer tegen de vrijwilliger een strafrechtelijke
                                    vervolging wegens misdrijf loopt, of wanneer overwogen wordt de
                                    vrijwilliger disciplinair te straffen. Beslissing op het
                                    ontslagverzoek vindt plaats zodra de uitspraak van de rechter
                                    onherroepelijk geworden is, respectievelijk zodra besloten is de
                                    vrijwilliger al dan niet disciplinair te straffen.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: U200901449</al><al><vet>Ongevraagd ontslag</vet></al><al><vet>Artikel 19:42</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Het college kan de vrijwilliger ongevraagd ontslag verlenen op
                                    grond van:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>het eindigen van de noodzaak tot beschikbaarstelling of
                                            wegens verandering van de
                                        brandweerorganisatie;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>de omstandigheid dat hij door de aard of de plaats van
                                            zijn dagelijkse werkzaamheden dan wel de ligging van
                                            zijn woning geacht moet worden niet langer in staat te
                                            zijn zijn taak bij de brandweer te vervullen;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>onbekwaamheid of ongeschiktheid tot het verrichten van
                                            zijn werkzaamheden op grond van ziekten of
                                            gebreken;</vet></al></li><li nr="d."><al><vet>onbekwaamheid of ongeschiktheid tot het verrichten van
                                            zijn werkzaamheden anders dan op grond van ziekten of
                                            gebreken;</vet></al></li><li nr="e."><al><vet>ondercuratelestelling;</vet></al></li><li nr="f."><al><vet>toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens
                                            onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak;</vet></al></li><li nr="g."><al><vet>onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf
                                            wegens misdrijf;</vet></al></li><li nr="h."><al><vet>een in het ontslagbesluit genoemde andere
                                        grond.</vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Het ongevraagd ontslag wordt eervol verleend, met uitzondering
                                    van het ontslag op de grond genoemd in het eerste lid, onderdeel
                                    g van dit artikel.</vet></al></li></lijst><al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449 en U201300250</al><al><vet>Einde tijdelijk dienstverband</vet></al><al><vet>Artikel 19:43</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>De tijdelijke aanstelling eindigt van rechtswege op de laatste
                                    dag van de periode waarvoor deze is aangegaan. Wordt het
                                    dienstverband nadien feitelijk gehandhaafd zonder dat opnieuw
                                    een tijdelijke aanstelling is verleend, dan is de vrijwilliger
                                    met ingang van de eerste dag na het verstrijken van
                                    vorenbedoelde periode in vaste dienst.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De tijdelijke aanstelling kan tussentijds ongevraagd beëindigd
                                    worden op een van de gronden genoemd in artikel 19:
                                42</vet></al></li></lijst><al>Briefnummer: U200901449</al><al><vet>Artikel 19:45</vet></al><al>Vervallen</al><al>Briefnummer: u201200956</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>19a KEURINGEN BRANDWEERPERSONEEL</vet></al><al><vet>Artikel 19a:1 Algemeen</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die bij de
                                    brandweer is aangesteld, als beroeps of vrijwilliger, in de
                                    functie van bevelvoerder en manschap A en B, zoals vermeld in
                                    het Besluit personeel veiligheidsregio’s.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het college kan in aanvulling op het eerste lid andere functies
                                    bij de brandweer aanwijzen waarop dit hoofdstuk van toepassing
                                    is.</vet></al></li></lijst><al>Ledenbrief: U201002606 en U201300250</al><al><vet>Artikel 19a:2 Aanstellingskeuring</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Aanstelling in een functie, bedoeld in artikel 19a:1, is alleen
                                    mogelijk als na een geneeskundig onderzoek gericht op de te
                                    bekleden functie blijkt dat tegen het bekleden van de functie
                                    uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het geneeskundig onderzoek bestaat uit de onderdelen zoals
                                    opgenomen in de aanstellingskeuring in bijlage VIIa van de
                                    CAR.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het geneeskundig onderzoek wordt gedaan door geneeskundigen,
                                    die daartoe door het college zijn aangewezen.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van de
                                    gemeente.</vet></al></li></lijst><al>Ledenbrief: U201002606</al><al><vet>Artikel 19a:3 Periodiek Preventief Medisch Onderzoek</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Periodiek wordt de medische gezondheid van de ambtenaar, die is
                                    aangesteld in een functie, bedoeld in artikel 19a:1, getoetst
                                    conform het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek
                                (PPMO).</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>Het PPMO bestaat uit de onderdelen, zoals opgenomen in bijlage
                                    VIIb van de CAR.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Het geneeskundig onderzoek geschiedt voor de ambtenaar
                                    gelijktijdig of minimaal een half jaar na
                                indienstreding.</vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het geneeskundig onderzoek geschiedt voor de ambtenaar met een
                                    leeftijd van:</vet><vet> a. jonger dan veertig één keer in de
                                    vier jaar;</vet><vet> b. tussen de veertig en vijftig één keer
                                    per twee jaar;</vet><vet> b. ouder dan vijftig jaar eens per
                                    jaar.</vet></al></li><li nr="5."><al><vet>Als het college daar aanleiding toe ziet kan in afwijking van
                                    de frequentie zoals bedoeld in lid 4 een tussentijdse keuring
                                    worden afgenomen.</vet></al></li><li nr="6."><al><vet>Als de uitkomst van het PPMO daar aanleiding toe geeft, kan het
                                    college de medewerker tijdelijk en voor een vooraf bepaalde tijd
                                    van een aantal of het totaal van zijn taken vrijstellen. Deze
                                    bepaalde tijd kan in bijzondere gevallen, zolang de mate van
                                    ongeschiktheid zich voordoet, worden verlengd.</vet></al></li><li nr="7."><al><vet>Bij geheel of gedeeltelijke vrijstelling van taken houdt de
                                    beroepsmedewerker recht op zijn bezoldiging en de vrijwillige
                                    medewerker op zijn vergoeding, met dien verstande dat het recht
                                    op toeslagen en vergoedingen alleen geldt als de werkzaamheden
                                    van de medewerker recht hierop geven. Bij geheel of
                                    gedeeltelijke vrijstelling wegens ziekte en ongeschiktheid is
                                    hoofdstuk 7 onverkort van toepassing.</vet></al></li><li nr="8."><al><vet>Het college kan de medewerker die is aangesteld als beroeps
                                    gedurende de tijdelijke vrijstelling van taken andere
                                    werkzaamheden opleggen.</vet></al></li></lijst><al>Ledenbrief: U201002606 en U201300250</al><al><vet>Artikel 19a:4 Fysieke test</vet></al><al><vet>Jaarlijks wordt de fysieke conditie van de ambtenaar, die is aangesteld
                            in een functie bedoeld in artikel 19a:1, getoetst.</vet></al><al>Ledenbrief: U201002606</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>19b AANVULLENDE RECHTSPOSITIEREGELING VOOR DE AMBTENAAR IN EEN
                            INSTELLING VOOR KUNSTEDUCATIE</vet></al><al><vet>§ 1: Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Werkingssfeer</vet></al><al><vet>Artikel 19b:1</vet></al><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op ambtenaren werkzaam in de kunsteducatie
                        in de functie van: a. docent, bedoeld in bijlage IVa1; b. consulent, bedoeld
                        in bijlage IVa1; c. balletbegeleider, bedoeld in bijlage IVa1.</al><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 19b:2</vet></al><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder instelling: een
                        onderdeel van de gemeente dat kunsteducatie aanbiedt of ondersteunt.</al><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Functie-eisen</vet></al><al><vet>Artikel 19b:3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een voorwaarde bij aanstelling is dat de ambtenaar werkzaam in de
                                functie van docent en consulent in het bezit is van een diploma van
                                een HBO-opleiding op zijn specifieke vakgebied.</al></li><li nr="2."><al>In uitzonderlijke gevallen kan het college, na overleg erover met de
                                OR, afwijken van het eerste lid.</al></li></lijst><al> Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Functioneringsgesprek</vet></al><al><vet>Artikel 19b:4</vet></al><al>Na elke periode van een jaar wordt met de ambtenaar een
                        functioneringsgesprek gehouden.</al><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Verdeling van werkzaamheden</vet></al><al><vet>Artikel 19b:5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><al>1.</al><lijst><li nr="a."><al>lesgebonden uren: alle uren waarin direct en educatief
                                        contact is met leerlingen;</al></li><li nr="b."><al>niet-lesgebonden uren: alle uren die niet te kwalificeren
                                        zijn als lesgebonden uren;</al></li><li nr="c."><al>sjabloon: opsomming van werkzaamheden binnen lesgebonden en
                                        niet-lesgebonden uren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Niet-lesgebonden uren als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b
                                zijn in te delen in de volgende vier categorieën:</al><al>1.</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van lesgebonden uren;</al></li><li nr="b."><al>het in opdracht van de werkgever reizen tussen locaties van
                                        dezelfde instelling;</al></li><li nr="c."><al>activiteiten voor opleiding en ontwikkeling, of andere
                                        activiteiten die ertoe bijdragen de eigen vakbekwaamheid op
                                        peil te houden;</al></li><li nr="d."><al>algemene werkzaamheden in het belang van de instelling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college stelt aan de hand van het sjabloon van bijlage IVa een
                                regeling vast waarin per discipline de verhouding lesgebonden versus
                                niet-lesgebonden uren staat. In de regeling kan per discipline een
                                afwijking op deze verhouding en de voorwaarden daarvoor worden
                                opgenomen. Voor de vaststelling van deze regeling is overeenstemming
                                vereist tussen de werkgever en de OR.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt aan de hand van de regeling, bedoeld in het derde
                                lid, voor iedere ambtenaar vast wat voor zijn functie de verhouding
                                lesgebonden versus niet-lesgebonden uren is.</al></li><li nr="5."><al>Zolang voor de functie van de ambtenaar de verhouding, bedoeld in
                                het vierde lid, nog niet is vastgesteld, heeft de ambtenaar maximaal
                                65% van zijn formele arbeidsduur aan lesgebonden uren en minimaal
                                35% van zijn formele arbeidsduur aan niet-lesgebonden uren.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>§ 2: Salariëring</vet></al><al><vet>Vaststelling salaris</vet></al><al><vet>Artikel 19b:6</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In plaats van bijlage II en IIa, bedoeld in artikel 3:1, derde lid,
                                past het college de salaristabel, genoemd in bijlage IV, toe bij het
                                vaststellen van het salaris van de ambtenaar.</al></li><li nr="2."><al>Het functiewaarderingssysteem, bedoeld in de bezoldigingsregeling,
                                bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, is niet van toepassing. De
                                functie van</al><al>1.</al><lijst><li nr="a."><al>balletbegeleider is gewaardeerd op schaal 5;</al></li><li nr="b."><al>docent is gewaardeerd op schaal 8;</al></li><li nr="c."><al>consulent is gewaardeerd op schaal 9.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college bepaalt met inachtneming van het tweede lid de invoering
                                en de waardering van junior- of seniorfuncties. Het college stelt
                                hiervoor de functiebeschrijving vast.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Aanloopbedragen</vet></al><al><vet>Artikel 19b:7</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Als een ambtenaar in een functie wordt benoemd zonder dat hij reeds
                                voldoet aan alle daarvoor geldende eisen van ervaring, opleiding of
                                vaardigheden, kan zijn salaris worden vastgesteld in één van de
                                aanloopbedragen van de bij de functie behorende salarisschaal. De
                                aanloopbedragen zijn opgenomen in de salaristabel, genoemd in
                                bijlage IV.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt regels vast voor het gebruik van aanloopbedragen
                                en voor de bevordering naar een bij de functie behorende
                                salarisschaal.</al></li></lijst><al> Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Uitloopbedragen</vet></al><al><vet>Artikel 19b:8</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de salaristabel, genoemd in bijlage IV, zijn uitloopbedragen
                                opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Een ambtenaar krijgt na twee achtereenvolgende jaren ingeschaald te
                                zijn in het maximum van de bij de functie behorende salarisschaal
                                een periodieke verhoging naar het eerste uitloopbedrag. Vervolgens
                                vindt periodieke verhoging iedere keer na twee jaar plaats.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200801115 </al><al><vet>Recht op toelage onregelmatige dienst</vet></al><al><vet>Artikel 19b:9</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Artikel 3:3 is niet van toepassing. De ambtenaar heeft wel recht op
                                een toelage onregelmatige dienst over volle uren arbeid verricht op
                                zondag.</al></li><li nr="2."><al>De toelage onregelmatige dienst wordt uitgekeerd in de vorm van
                                verlof en bedraagt 25% van de uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verlof, bedoeld in het tweede lid, wordt op verzoek van de
                                ambtenaar verleend tenzij de belangen van de dienst zich daartegen
                                verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel
                                6:2:4, eerste lid, of aan artikel 6:2:6.</al></li><li nr="4."><al>Indien zowel het college als de ambtenaar dat wensen, wordt de
                                toelage, in afwijking van het eerste lid, in geld verstrekt.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>§ 3: Arbeidsduur en vakantie</vet></al><al><vet>Vakantie-uren</vet></al><al><vet>Artikel 19b:10</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 6:2 is de duur van de vakantie voor de
                                ambtenaar met een volledige betrekking 180 uur, indien</al><al>1.</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 19b:11 een deel van het jaar is
                                        aangemerkt als verplicht vrije periode of</al></li><li nr="b."><al>de ambtenaar geen verlof kan opnemen door het toegewezen
                                        hebben gekregen van lessen/cursussen. Bij een
                                        deeltijdbetrekking geldt de duur van de vakantie naar rato.
                                    </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vakantie-uren worden gelijkelijk over de verplicht vrije periodes
                                en eventueel de vrij opneembare vakantie verdeeld, met een maximum
                                van 36 uur per week.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Verplicht vrije periodes</vet></al><al><vet>Artikel 19b:11</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt per cursusjaar 12 weken vast, waarin de ambtenaar
                                verplicht vrij is.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar houdt zich op verzoek van het college gedurende
                                maximaal een week tijdens de verplicht vrije periode beschikbaar
                                voor werkzaamheden.</al></li><li nr="3."><al>Afwijkingen van het eerste lid zijn mogelijk indien de
                                ondernemingsraad dan wel de ambtenaar daarmee instemt.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Vaststellen van het rooster</vet></al><al><vet>Artikel 19b:12</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>In afwijking van artikel 4:4 lid 2, is op de ambtenaar artikel
                                    5.7 van de Arbeidstijdenwet van toepassing.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>In aanvulling op artikel 4:4 lid 3 verstrekt het college zo
                                    snel mogelijk maar in ieder geval binnen twee maanden na ingang
                                    van een cursusjaar een rooster van de in dat cursusjaar te
                                    werken uren.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Als substantiële wijzigingen optreden in het rooster, verstrekt
                                    het college zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen een
                                    maand, een aangepast rooster.</vet></al></li></lijst><al><vet>Briefnummer: U200801115; U201300476</vet></al><al><vet>Overgangsrecht</vet></al><al><vet>Artikel 19b:13</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de ambtenaar met een volledige betrekking, die op 31 december
                                2008 een kortere arbeidsduur heeft dan 1836 uur per jaar, wordt de
                                arbeidsduur met ingang van 1 januari 2009 met 72 uur per jaar
                                verhoogd. Deze verhogingen vinden plaats totdat voor de ambtenaar
                                een arbeidsduur geldt van 1836 uur per jaar. Voor een ambtenaar met
                                een deeltijdbetrekking gelden deze verhogingen naar rato.</al></li><li nr="2."><al>Indien een ambtenaar na 1 januari 2009 wordt aangesteld, geldt voor
                                deze ambtenaar een arbeidsduur zoals die geldt voor de ambtenaren,
                                die in dienst zijn van de instelling.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200801115 </al><al><vet>Ontslagbescherming tijdens overgangstermijn</vet></al><al><vet>Artikel 19b:14</vet></al><al>Tot 1 januari 2012 vindt geen ontslag plaats op grond van artikel 8:3 indien
                        en voor zover dit ontslag uitsluitend wordt veroorzaakt door verhoging van
                        het aantal te werken uren als bedoeld in artikel 19b:13.</al><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Samenloop zwangerschaps- en bevallingsverlof met een verplicht vrije
                            periode</vet></al><al><vet>Artikel 19b:15</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij samenloop van een verplichte vrije periode als bedoeld in
                                artikel 19b:11, eerste lid, met zwangerschaps- en bevallingsverlof
                                heeft de ambtenaar met een volledige betrekking recht op compensatie
                                van het vakantieverlof tot 144 uur vakantieverlof per jaar.</al></li><li nr="2."><al>Een ambtenaar met een deeltijd betrekking heeft naar rato recht op
                                compensatie van het vakantieverlof tot 144 uur vakantieverlof per
                                jaar.</al></li><li nr="3."><al>Vakantie voor de gecompenseerde vakantie-uren wordt op verzoek van
                                de ambtenaar verleend tenzij de belangen van de dienst zich
                                daartegen verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in
                                artikel 6:2:4, eerste lid, of aan artikel 6:2:6.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>§ 4: Ontslag en uitkeringen</vet></al><al><vet>Overtolligheid</vet></al><al><vet>Artikel 19b:16</vet></al><al>Uiterlijk in de tiende week van elk cursusjaar bekijkt het college of het
                        totaal aantal uren werk voor ambtenaren met dezelfde functie overeenkomt met
                        de totale aanstellingsomvang van deze ambtenaren.</al><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Reorganisatieontslag en ontslagvolgorde</vet></al><al><vet>Artikel 19b:17</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij ontslag op grond van artikel 8:3 wordt, zolang het plan, bedoeld
                                in artikel 8:3, derde lid, nog niet bestaat, de volgende
                                ontslagvolgorde gehanteerd:</al><al>1.</al><lijst><li nr="a."><al>(deeltijd)ontslag verlenen aan ambtenaren die daarvoor in
                                        aanmerking wensen te komen;</al></li><li nr="b."><al>aanstellingen voor bepaalde tijd niet te verlengen;</al></li><li nr="c."><al>(deeltijd)ontslag verlenen aan ambtenaren na toepassing van
                                        het afspiegelingsbeginsel in combinatie met
                                        anciënniteitsbeginsel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel, genoemd in het eerste
                                lid, onderdeel c, wordt binnen categorieën van ambtenaren met
                                dezelfde functies uitgegaan van de volgende drie leeftijdsgroepen: •
                                van 15 tot 30 jaar; • van 30 tot 45 jaar; en • van 45 jaar en
                                ouder.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de
                                ontslagvolgorde, genoemd in het tweede lid.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Reorganisatieontslag voor minder dan 5 uur of, bij een formele
                            arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor minder dan de helft van de
                            formele arbeidsduur</vet></al><al><vet>Artikel 19b:18</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is van toepassing op de ambtenaar die voor minder dan 5
                                uur of, bij een formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor
                                minder dan de helft van zijn formele arbeidsduur wordt
                                ontslagen.</al></li><li nr="2."><al>Voor de ambtenaar geldt de ontslagvolgorde uit het plan, bedoeld in
                                artikel 8:3, derde lid.</al></li><li nr="3."><al>Zolang het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, nog niet
                                bestaat, is artikel 19b:17 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Op de ambtenaar is hoofdstuk 10d niet van toepassing. Ontslag op
                                grond van artikel 8:3 vindt slechts plaats indien het na een
                                zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar
                                binnen de openbare dienst van de gemeente andere mede in verband met
                                zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende
                                werkzaamheden op te dragen, dan wel indien deze zodanige
                                werkzaamheden weigert te aanvaarden.</al></li><li nr="5."><al>Bij ontslag op grond van artikel 8:3 wordt een opzegtermijn van drie
                                maanden in acht genomen.</al></li></lijst><al>Briefnummer: U200801115</al><al><vet>Garantie-uitkering KV</vet></al><al><vet>Artikel 19b:19</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder - de
                                ambtenaar: de ambtenaar die voor minder dan 5 uur of, bij een
                                formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor minder dan de helft
                                van zijn formele arbeidsduur wordt ontslagen. - minimumuurloon: het
                                naar een uur herleid minimumloon als bedoeld in de Wet minimumloon
                                en minimumvakantiebijslag.</al></li><li nr="2."><al>De garantie-uitkering KV is de uitkering aan de ambtenaar die:</al><al>1.</al><lijst><li nr="a."><al>gedeeltelijk werkloos is als gevolg van een ontslag op grond
                                        van artikel 8:3;</al></li><li nr="b."><al>in de 39 weken onmiddellijk voorafgaand aan het ontslag in
                                        tenminste 26 weken als werknemer als bedoeld in artikel 3
                                        van de Werkloosheidswet werkzaam is geweest;</al></li><li nr="c."><al>aantoont dat hij in de periode van vijf jaren onmiddellijk
                                        voorafgaand aan het jaar waarin zijn eerste werkloosheidsdag
                                        is gelegen, in tenminste vier jaren over 52 of meer dagen
                                        per jaar loon heeft ontvangen;</al></li><li nr="d."><al>ter zake van het arbeidsurenverlies geen WW-recht
                                        heeft.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De duur van de garantie-uitkering KV is afhankelijk van de lengte
                                van het dienstverband bij de instelling. Bij een dienstverband
                                van:</al><al>1.</al><lijst><li nr="a."><al>een tot twee jaar is de duur van de uitkering 6
                                        maanden;</al></li><li nr="b."><al>twee tot drie jaar is de duur van de uitkering 12
                                        maanden;</al></li><li nr="c."><al>drie tot vier jaar is de duur van de uitkering 18
                                        maanden;</al></li><li nr="d."><al>ten minste vier jaar is de duur van de uitkering 24
                                        maanden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De garantie-uitkering KV bedraagt:</al><al>1.</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende de eerste twaalf maanden 70% van het uurloon op de
                                        dag voorafgaand aan het ontslag, vermenigvuldigd met het
                                        aantal verloren arbeidsuren, en</al></li><li nr="b."><al>vervolgens 70% van het minimumuurloon, vermenigvuldigd met
                                        het aantal verloren arbeidsuren.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>In afwijking van het tweede tot en met het vierde lid heeft de
                                ambtenaar die niet voldoet aan de voorwaarde in het tweede lid onder
                                c, maar wel aan de overige voorwaarden in het tweede lid, recht op
                                een garantie-uitkering KV gedurende 6 maanden. Deze uitkering
                                bedraagt 70% van het minimumuurloon vermenigvuldigd met het aantal
                                verloren arbeidsuren.</al></li><li nr="6."><al>De ambtenaar aan wie een garantie-uitkering KV is toegekend, is
                                verplicht zich in te schrijven als werkzoekende bij het CWI en zich
                                beschikbaar te stellen voor het aannemen van passende werkzaamheden.
                                Daarnaast dient hij alle informatie te verstrekken die voor de
                                uitvoering van deze regeling noodzakelijk is. Bij het niet nakomen
                                van deze verplichtingen kan het college besluiten de
                                garantie-uitkering (gedeeltelijk) te beëindigen.</al></li><li nr="7."><al>Indien de ambtenaar aan wie een garantie-uitkering KV is toegekend,
                                na zijn ontslag nieuwe werkzaamheden ter hand neemt, wordt de
                                garantie-uitkering KV beëindigd met het aantal uren dat de nieuwe
                                werkzaamheden omvat.</al></li><li nr="8."><al>Indien het recht op een garantie-uitkering KV op grond van het
                                zevende lid geheel of gedeeltelijk is beëindigd, en vervolgens de
                                werkzaamheden die tot dat eindigen hebben geleid, hebben opgehouden
                                te bestaan, herleeft het recht op de garantie-uitkering KV voor
                                zover er geen nieuwe rechten op enige uitkering uit hoofde van het
                                ontslag uit deze werkzaamheden zijn ontstaan.</al></li><li nr="9."><al>Het recht op de garantie-uitkering KV eindigt volledig:</al><al>1.</al><lijst><li nr="a."><al>als de ambtenaar ter zake van het arbeidsurenverlies, dat
                                        tot het toekennen van een garantie-uitkering heeft geleid,
                                        een andere uitkering kan krijgen;</al></li><li nr="b."><al>met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die
                                        waarin de ambtenaar volledig gebruik maakt van het ABP
                                        Keuzepensioen;</al></li><li nr="c."><al>op de dag na het overlijden van de ambtenaar;</al></li><li nr="d."><al>met ingang van de dag waarop de ambtenaar recht krijgt op
                                        een WAO- of WIA-uitkering, berekend naar een
                                        arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.</al></li></lijst></li></lijst><al>Briefnummer: U200801115</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>20 VERGOEDING PIKETDIENST BEROEPSBRANDWEER</vet></al><al><vet>Artikel 20:1:1</vet></al><al>De ambtenaar, op wie de verplichting rust zich buiten de voor hem geldende
                        werktijden ter beschikking te houden ten behoeve van de brandweerdienst,
                        heeft aanspraak op een vergoeding.</al><al><vet>Artikel 20:1:2</vet></al><al>Deze vergoeding bestaat uit verlof, dat door de commandant wordt verleend zo
                        spoedig mogelijk - in de regel binnen zes kalenderweken - na het tijdvak
                        waarin de ambtenaar zich ter beschikking moest houden. Het verlof bedraagt
                        16% van het aantal uren, waarin hij zich ter beschikking moest houden, voor
                        zover deze vielen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag,
                        tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de
                        koningin wordt gevierd en iedere andere dag, die daarboven door het college
                        wordt aangewezen en 10% van het aantal uren waarin hij zich ter beschikking
                        moest houden, indien deze uren vielen op andere dagen.</al><al>briefnummer: CvA/2004001009 </al><al><vet>Artikel 20:1:3</vet></al><al>Indien naar het oordeel van de commandant het dienstbelang zich verzet tegen
                        het toekennen van verlof, wordt een vergoeding in geld gegeven. De
                        vergoeding bedraagt 16% van het 1/156 gedeelte van het salaris per maand
                        voor elk uur, waarin de ambtenaar zich ter beschikking moet houden, voor
                        zover deze uren vielen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag,
                        Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop de
                        verjaardag van de koningin wordt gevierd en iedere andere dag die daarboven
                        door het college wordt aangewezen en 10% van dat salarisgedeelte voor elk
                        uur, waarin hij zich ter beschikking moest houden, indien deze uren vielen
                        op andere dagen. De uitbetaling heeft zo spoedig mogelijk plaats.</al><al>briefnummer: CvA/2004001009</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>21 DE RECHTSPOSITIONELE ERKENNING VAN ALTERNATIEVE
                            SAMENLEVINGSVORMEN</vet></al><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>Artikel 21:1:1</vet></al><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder levenspartner verstaan: een
                        persoon met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en - met het oogmerk
                        duurzaam samen te leven - een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen
                        blijkt uit een schriftelijke verklaring, ingericht volgens door het college
                        nader te stellen regels. Tegelijkertijd kan slechts eén persoon als
                        levenspartner worden aangemerkt.</al><al>briefnummer: CvA/2004001009 </al><al><vet>Gelijkstelling levenspartner met echtgenoot</vet></al><al><vet>Artikel 21:1:2</vet></al><al>De bepalingen die gelden voor de gehuwde ambtenaar, zijn op overeenkomstige
                        wijze van toepassing op de ambtenaar met een levenspartner. Waar in deze
                        bepalingen staat 'echtgenoot' moet tevens worden gelezen
                        'levenspartner'.</al><al>briefnummer: CvA/1999005385</al><al><vet>Artikel 21:1:3</vet></al><al>(vervallen)</al><al>briefnummer: CvA/2001002849 </al><al><vet>Artikel 21:1:4</vet></al><al>In gevallen waarin dit hoofdstuk niet of niet naar redelijkheid voorziet,
                        treft het college een passende voorziening.</al><al> briefnummer: CvA/2004001009</al><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al><al>Bovenkant formulier</al><al><vet>22 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</vet></al><al><vet>Artikel 22:1:1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling treedt uiterlijk in werking op 1 januari 1998.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt,
                                danwel gedeelten daarvan in werking treden, dat de bepalingen
                                vervallen van het geldende algemeen ambtenarenreglement dan wel van
                                die verordeningen, die tekstueel dan wel materieel gelijkluidend
                                zijn aan de bepalingen van deze regeling.</al></li><li nr="3."><al>Indien de inwerkingtreding van deze regeling ertoe leidt dat
                                bepalingen uit het geldende algemeen ambtenarenreglement dan wel uit
                                verordeningen vervallen, waardoor aanspraken van individuele
                                ambtenaren in neerwaartse of opwaarste zin worden bijgesteld, vindt
                                overleg plaats over de gevolgen daarvan.</al></li></lijst><al>Onderkant formulier</al><al>Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.</al></tekst></regeling-tekst><bijlage><al><vet>99 BIJLAGEN</vet></al><al><vet>Artikel 99:BIJLAGE I</vet></al><al><vet>Salarisverhoging</vet></al><al>In de bijlage van de in artikel 3:1, eerste lid, bedoelde
                        bezoldigingsregeling worden met ingang van 1 april 1993 de daarin opgenomen
                        schaalbedragen verhoogd met 2%. Met ingang van 1 januari 1995 worden de
                        schaalbedragen verhoogd met 0,5%. Met ingang van 1 augustus 1995 worden de
                        schaalbedragen verhoogd met 1,25%, behoudens de schaalbedragen van personeel
                        werkzaam bij gemeentelijke zorginstellingen. Ten aanzien van personeel dat
                        op of na 1 augustus 1995 werkzaam is bij gemeentelijke ziekenhuizen,
                        gemeentelijke verpleegtehuizen of gemeentelijke psychiatrische ziekenhuizen,
                        geldt dat zij in januari 1996 een eenmalige uitkering ontvangen ter grootte
                        van 1,25% van de grondslag. De grondslag bestaat uit de over de maanden
                        augustus tot en met december 1995 genoten bezoldiging, vermeerderd met 8%
                        vakantietoeslag. Deze uitkering wordt niet verstrekt aan personeel dat voor
                        1 januari 1996 uit dienst is getreden en in de periode van 1 augustus tot en
                        met 31 december 1995 minder dan 100 uur bij één instelling heeft
                        gewerkt.</al><al>Met ingang van 1 januari 1996 is de gemeentelijke salarismutatie ook op
                        personeel van zorginstellingen van toepassing.</al><al>Met ingang van 1 augustus 1996 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        1,25%.</al><al>Vanaf 1997 wordt een structurele eindejaarsuitkering uitgekeerd van 0,3% van
                        het jaarsalaris.</al><al>Per 1 juni 1997 worden de schaalbedragen met 3,0% verhoogd. </al><al>In december 1997 wordt, naast de al bestaande eindejaarsuitkering van 0,3%,
                        een eenmalige uitkering verstrekt van 0,7% van het jaarsalaris met dien
                        verstande dat die uitkering minimaal ƒ 350,– bedraagt. De uitkering werkt
                        door naar de postactieven. </al><al>Met ingang van 1 april 1998 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        2,25%.</al><al>In december 1998 wordt de bestaande eindejaarsuitkering van 0,3% met 0,5%
                        van het jaarsalarisverhoogd tot 0,8% met dien verstande dat uitkering
                        minimaal ƒ 400,– bedraagt. De uitkering werkt door naar de postactieven. </al><al>Met ingang van 1 april 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,0%. Met
                        ingang van 1 oktober 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%.</al><al>In december 1999 wordt de bestaande eindejaarsuitkering van 0,3% structureel
                        met 0,5% van het jaarsalaris verhoogd tot 0,8% structureel van het
                        jaarsalaris, met dien verstande dat de uitkering minimaal ƒ 400,– bedraagt.
                        De uitkering werkt door naar de postactieven. </al><al>Degenen die op 1 december 1999 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die
                        maand een eenmalige uitkering van f 350,= bruto bij een volledige
                        betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato
                        vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven.</al><al>Degenen die op 1 april 2000 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die
                        maand een eenmalige uitkering van f 350,= bruto bij een volledige
                        betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato
                        vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven.</al><al>Met ingang van 1 augustus 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        1,5%.</al><al>Met ingang van 1 oktober 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        1,5%.</al><al>In 2000 wordt de structurele eindejaarsuitkering van 0,8% eenmalig verhoogd
                        met 0,5% onder een gelijktijdjge eenmalige verhoging van het minimale bedrag
                        met f 250,--. Dit resulteert voor 2000 in een eindejaarsuitkering van 1,3%
                        met een minimaal bedrag van f 650,--.</al><al>Met ingang van 1 januari 2001 worden de schaalbedragen gebruteerd met 1,9%
                        met een maximum van f 1.745,--.</al><al>Met ingang van 1 mei 2001 worden de schaalbedragen verhoogd met 3,3%.</al><al>Vanaf 2001 wordt de eindejaarsuitkering met 0,95% (0,2%+0,75%) structureel
                        verhoogd naar 1,75%. Tevens wordt vanaf 2001 het minimale bedrag verhoogd
                        van f 400,-- naar f 1.125,-- bruto. In 2001 wordt deze minimale uitkering
                        eenmalig opgehoogd met f 50,-- naar f 1.175,-- bruto.</al><al>Vanaf 2002 bedraagt de eindejaarsuitkering 1,75% met een minimaal bedrag van
                        € 511,-.</al><al>Met ingang van 1 februari 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 3
                        %.</al><al>Met ingang van 1 oktober 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5
                        %.</al><al>Vanaf 2002 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 1 procentpunt
                        verhoogd naar 2,75%. Tevens wordt vanaf 2002 het minimale bedrag verhoogd
                        van € 511,-- naar € 611,-- bruto. Vanaf 2002 is de grondslag van de
                        eindejaarsuitkering het jaarsalaris.</al><al>Met ingang van 1 april 2003 worden de schaalbedragen verhoogd met 2%.</al><al>Vanaf 2003 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 0,25 procentpunt
                        verhoogd naar 3%. Tevens wordt vanaf 2003 het minimale bedrag verhoogd van €
                        611,--naar € 836,-- bruto.</al><al>Degenen die op 1 oktober 2003 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die
                        maand een eenmalige uitkering van € 200 bruto bij een volledige betrekking.
                        Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De
                        uitkering werkt niet door naar de pensioenen en de uitkeringen in verband
                        met ontslag en werkloosheid, zowel wat betreft opbouw als indexatie.</al><al>Met ingang van 1 juni 2005 worden de schaalbedragen verhoogd met 1%. </al><al>Met ingang van 1 februari 2006 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,6
                        %.</al><al>Met ingang van 1 februari 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        0,8%.</al><al>Met ingang van 1 juni 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In
                        2007 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt.
                        Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 3,5%. De bodem van de
                        eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,=.</al><al>Met ingang van 1 juni 2008 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In
                        2008 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 1,5 procentpunt.
                        Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5%. De bodem van de
                        eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,=.</al><al>In 2010 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5
                        procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5,5%. De bodem in
                        de eindejaarsuitkering wordt verhoogd van € 836, - naar € 1.750, -. Degenen
                        die (een deel van) de maand april 2010 in dienst zijn van de gemeente
                        ontvangen een eenmalige uitkering van 1% en een eenmalige uitkering van
                        0,5%. Beide eenmalige uitkeringen worden berekend over het salaris dat de
                        medewerker ontvangen heeft in de maand april 2010 vermenigvuldigd met de
                        factor 12. Voor medewerkers met een deeltijdbetrekking worden de twee
                        eenmalige uitkeringen vastgesteld naar rato van de betrekkingsomvang. De
                        eenmalige uitkeringen zijn pensioengevend en hebben geen invloed op de
                        hoogte van bovenwettelijke uitkeringen in verband met ontslag en
                        werkloosheid (uitkeringen op grond van hoofdstuk 9, 9a, 9b, 9c, 10, 10a,
                        10d, 11 en 11a van de CAR).</al><al>Met ingang van 1 januari 2011 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5% en
                        wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit
                        resulteert in een eindejaarsuitkering van 6,0%. De bodem van de
                        eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 1.750, -.</al><al>Met ingang van 1 januari 2012 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        1,0%.</al><al>Met ingang van 1 april 2012 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%.</al><al>Met ingang van 1 oktober 2014 worden de schaalbedragen verhoogd met 1%.
                        Degenen die op 15 juli 2014 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die
                        maand een eenmalige uitkering van € 350 bruto bij een volledige betrekking.
                        Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De
                        uitkering werkt niet door naar de pensioenen en de uitkeringen in verband
                        met ontslag en werkloosheid, zowel wat betreft opbouw als indexatie.</al><al>Met ingang van 1 april 2015 worden de schaalbedragen verhoogd met 50
                        euro.</al><al>briefnummer: CvA/U200800195 en U200801544 en U201001449 en U201001923,
                        U201200956, U201401852</al><al><vet>Artikel 99:BIJLAGE II</vet></al><al><vet>Salaristabel gemeenteambtenaren per 1 april 2015, oude structuur
                            *</vet></al><table><tgroup cols="22"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="7*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="4*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="4*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="4*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="4*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="4*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="4*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="4*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="4*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="4*"/><colspec colname="col13" colnum="13" colwidth="4*"/><colspec colname="col14" colnum="14" colwidth="4*"/><colspec colname="col15" colnum="15" colwidth="4*"/><colspec colname="col16" colnum="16" colwidth="4*"/><colspec colname="col17" colnum="17" colwidth="4*"/><colspec colname="col18" colnum="18" colwidth="4*"/><colspec colname="col19" colnum="19" colwidth="4*"/><colspec colname="col20" colnum="20" colwidth="4*"/><colspec colname="col21" colnum="21" colwidth="4*"/><colspec colname="col22" colnum="22" colwidth="4*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Nr.</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Salaris</al><al>1-10-2014</al></entry><entry colname="col3" morerows="1"><al>Salaris</al><al>1-4-2015</al></entry><entry colname="col4" nameend="col22" namest="col4"><al>Schaal</al></entry></row><row><entry colname="col4"><al>A</al></entry><entry colname="col5"><al>1</al></entry><entry colname="col6"><al>2</al></entry><entry colname="col7"><al>3</al></entry><entry colname="col8"><al>4</al></entry><entry colname="col9"><al>5</al></entry><entry colname="col10"><al>6</al></entry><entry colname="col11"><al>7</al></entry><entry colname="col12"><al>8</al></entry><entry colname="col13"><al>9</al></entry><entry colname="col14"><al>10</al></entry><entry colname="col15"><al>11</al></entry><entry colname="col16"><al>12</al></entry><entry colname="col17"><al>13</al></entry><entry colname="col18"><al>14</al></entry><entry colname="col19"><al>15</al></entry><entry colname="col20"><al>16</al></entry><entry colname="col21"><al>17</al></entry><entry colname="col22"><al>18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A1</al></entry><entry colname="col2"><al>1398</al></entry><entry colname="col3"><al>1448</al></entry><entry colname="col4"><al>0</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A2</al></entry><entry colname="col2"><al>1449</al></entry><entry colname="col3"><al>1499</al></entry><entry colname="col4"><al>1</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>1502</al></entry><entry colname="col3"><al>1552</al></entry><entry colname="col4"><al>2</al></entry><entry colname="col5"><al>0</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>1535</al></entry><entry colname="col3"><al>1585</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>0</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>1569</al></entry><entry colname="col3"><al>1619</al></entry><entry colname="col4"><al>3</al></entry><entry colname="col5"><al>1</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>1603</al></entry><entry colname="col3"><al>1653</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>1</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>1635</al></entry><entry colname="col3"><al>1685</al></entry><entry colname="col4"><al>4</al></entry><entry colname="col5"><al>2</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>1666</al></entry><entry colname="col3"><al>1716</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>2</al></entry><entry colname="col7"><al>2</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>0</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6a</al></entry><entry colname="col2"><al>1678</al></entry><entry colname="col3"><al>1728</al></entry><entry colname="col4"><al>5</al></entry><entry colname="col5"><al>3</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>1701</al></entry><entry colname="col3"><al>1751</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>6</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>2</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>1738</al></entry><entry colname="col3"><al>1788</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>8</al></entry><entry colname="col6"><al>3</al></entry><entry colname="col7"><al>3</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>1785</al></entry><entry colname="col3"><al>1835</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>4</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>3</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>0</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9a</al></entry><entry colname="col2"><al>1794</al></entry><entry colname="col3"><al>1844</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>10</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>1840</al></entry><entry colname="col3"><al>1890</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>7</al></entry><entry colname="col7"><al>4</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>1</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>1905</al></entry><entry colname="col3"><al>1955</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>9</al></entry><entry colname="col7"><al>5</al></entry><entry colname="col8"><al>4</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>1969</al></entry><entry colname="col3"><al>2019</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>6</al></entry><entry colname="col8"><al>5</al></entry><entry colname="col9"><al>3</al></entry><entry colname="col10"><al>2</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12a</al></entry><entry colname="col2"><al>1979</al></entry><entry colname="col3"><al>2029</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>11</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>2030</al></entry><entry colname="col3"><al>2080</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>9</al></entry><entry colname="col8"><al>6</al></entry><entry colname="col9"><al>4</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>0</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al>2091</al></entry><entry colname="col3"><al>2141</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>11</al></entry><entry colname="col8"><al>7</al></entry><entry colname="col9"><al>5</al></entry><entry colname="col10"><al>3</al></entry><entry colname="col11"><al>1</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15</al></entry><entry colname="col2"><al>2149</al></entry><entry colname="col3"><al>2199</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>10</al></entry><entry colname="col9"><al>6</al></entry><entry colname="col10"><al>4</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15a</al></entry><entry colname="col2"><al>2159</al></entry><entry colname="col3"><al>2209</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>13</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16</al></entry><entry colname="col2"><al>2207</al></entry><entry colname="col3"><al>2257</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>12</al></entry><entry colname="col9"><al>7</al></entry><entry colname="col10"><al>5</al></entry><entry colname="col11"><al>2</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17</al></entry><entry colname="col2"><al>2265</al></entry><entry colname="col3"><al>2315</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>8</al></entry><entry colname="col10"><al>6</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17a</al></entry><entry colname="col2"><al>2280</al></entry><entry colname="col3"><al>2330</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>14</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18</al></entry><entry colname="col2"><al>2322</al></entry><entry colname="col3"><al>2372</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>11</al></entry><entry colname="col10"><al>7</al></entry><entry colname="col11"><al>3</al></entry><entry colname="col12"><al>0</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19</al></entry><entry colname="col2"><al>2382</al></entry><entry colname="col3"><al>2432</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>8</al></entry><entry colname="col11"><al>4</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19a</al></entry><entry colname="col2"><al>2402</al></entry><entry colname="col3"><al>2452</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>13</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20</al></entry><entry colname="col2"><al>2440</al></entry><entry colname="col3"><al>2490</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>9</al></entry><entry colname="col11"><al>5</al></entry><entry colname="col12"><al>1</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al>0</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21</al></entry><entry colname="col2"><al>2495</al></entry><entry colname="col3"><al>2545</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>6</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21a</al></entry><entry colname="col2"><al>2525</al></entry><entry colname="col3"><al>2575</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>10</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22</al></entry><entry colname="col2"><al>2556</al></entry><entry colname="col3"><al>2606</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>7</al></entry><entry colname="col12"><al>2</al></entry><entry colname="col13"><al>0</al></entry><entry colname="col14"><al>1</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23</al></entry><entry colname="col2"><al>2617</al></entry><entry colname="col3"><al>2667</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>8</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24</al></entry><entry colname="col2"><al>2680</al></entry><entry colname="col3"><al>2730</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>9</al></entry><entry colname="col12"><al>3</al></entry><entry colname="col13"><al>1</al></entry><entry colname="col14"><al>2</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25</al></entry><entry colname="col2"><al>2752</al></entry><entry colname="col3"><al>2802</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>4</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25a</al></entry><entry colname="col2"><al>2766</al></entry><entry colname="col3"><al>2816</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>10</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26</al></entry><entry colname="col2"><al>2819</al></entry><entry colname="col3"><al>2869</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>5</al></entry><entry colname="col13"><al>2</al></entry><entry colname="col14"><al>3</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27</al></entry><entry colname="col2"><al>2876</al></entry><entry colname="col3"><al>2926</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>6</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28</al></entry><entry colname="col2"><al>2939</al></entry><entry colname="col3"><al>2989</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>7</al></entry><entry colname="col13"><al>3</al></entry><entry colname="col14"><al>4</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29</al></entry><entry colname="col2"><al>3003</al></entry><entry colname="col3"><al>3053</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>8</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30</al></entry><entry colname="col2"><al>3063</al></entry><entry colname="col3"><al>3113</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>9</al></entry><entry colname="col13"><al>4</al></entry><entry colname="col14"><al>5</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>