<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR367391_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-Integratieverordening Participatieweg Olst-Wijhe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-45779.html">Gemeenteblad 2015, 45779 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-ïntegratieverordening Participatieweg Olst-Wijhe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703">Participatiewet, art. 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en tweede lid, en 10b, vierde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsstuk 2015/21</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Olst-Wijhe</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Re-Integratieverordening Participatieweg Olst-Wijhe
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Olst-Wijhe;</al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al>
          <al/>
          <al>Gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en tweede lid, en
            10b, vierde lid, van de Participatiewet;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Besluit</vet>:</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de </al>
          <al>Re-integratieverordening Participatiewet Olst-Wijhe</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begrippen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a van de
                  wet;</al></li>
              <li nr="-"><al>doelgroep werk: personen met een kleine of geringe afstand tot de arbeidsmarkt,
                  de arbeidsmarkt kan op eigen kracht worden bereikt;</al></li>
              <li nr="-"><al>doelgroep (Werkend) leren: personen met een middelgrote afstand tot de
                  arbeidsmarkt, beweging is gericht op verbetering van de positie op de arbeidsmarkt
                  en de loonwaarde is 30 tot 70%;</al></li>
              <li nr="-"><al>doelgroep Meedoen: personen die (langdurig) geen uitzicht (meer) hebben op
                  werk;</al></li>
              <li nr="-"><al>doelgroep beschut werk: objectief niet in staat zelfstandig in een reguliere
                  omgeving te werken;</al></li>
              <li nr="-"><al>startkwalificatie: een diploma op Mbo 2 niveau of hoger of een diploma
                  havo/vwo;</al></li>
              <li nr="-"><al>doelgroep niet uitkeringsgerechtigden (hierna nuggers): personen zoals bedoeld
                  in artikel 6 onder a van de wet. Het gaat om niet uitkeringsgerechtigden met een
                  inkomensgrens tot 100% van het wettelijk minimumloon en een vermogensgrens conform
                  artikel 31 van de wet.</al></li>
              <li nr="-"><al>mantelzorg: langdurige zorg die in het kader van een hulpverlenend beroep wordt
                  geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij
                  zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke
                  zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt;</al></li>
              <li nr="-"><al>voorziening: een verstrekking van een product of dienst van de gemeente aan haar
                  inwoner of aan een organisatie</al></li>
              <li nr="-"><al>wet: Participatiewet</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Beleid en financiën</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Budgetplafonds</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de verschillende
                voorzieningen. Een door het college ingesteld budgetplafond vormt een
                weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking
                komt voor een specifieke voorziening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Evenwichtige verdeling en financiering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college biedt aan een persoon uit de doelgroep ondersteuning bij de
                arbeidsinschakeling en voor zover het college dat noodzakelijk acht een voorziening
                gericht op arbeidsinschakeling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van
                voorzieningen, biedt het college maatwerk. Daarbij wordt door het college een
                afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de voorziening, gelet op de
                mogelijkheden, capaciteiten en wensen van de belanghebbende, het meest doelmatig is
                met het oog op inschakeling in de arbeid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen
                voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een
                persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die
                persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of
                gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval
                verstaan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en</al></li>
                <li nr="b."><al>de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning
                en voorzieningen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Voorzieningen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college stelt in een plan van aanpak, na overleg met betrokkene, vast welke
                voorziening wordt aangeboden. Dit plan bevat ten minste een doelstelling,
                voorwaarden, bijdrage van betrokkene en een tijdspad. Indien van toepassing, wordt
                hierin ook een budgetplafond bepaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan een voorziening beëindigen als: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in
                    de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet
                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                    werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; </al></li>
                <li nr="b."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de
                    doelgroep;</al></li>
                <li nr="c."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid
                    aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening
                    genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7,
                    eerste lid, onderdeel a, van de wet;</al></li>
                <li nr="d."><al>naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een
                    snelle arbeidsinschakeling;</al></li>
                <li nr="e."><al>de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de
                    persoon die gebruikmaakt van de voorziening;</al></li>
                <li nr="f."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruikmaakt van
                    de aangeboden voorziening;</al></li>
                <li nr="g."><al>de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de
                    voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen
                    voor die voorziening.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Werkervaringsplaats en proefplaatsingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een persoon uit de doelgroep een werkervaringsplaats of
                proefplaatsing aanbieden aan de doelgroep.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het doel van een werkervaringsplaats is het opdoen van werkervaring of het leren
                functioneren in een arbeidsrelatie. Het doel van een proefplaatsing is het
                beoordelen of een persoon voldoende competenties heeft voor een beoogde
                werkplaats.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een werkervaringsplaats kan worden aangeboden voor maximaal drie maanden. Partijen
                sluiten een schriftelijke overeenkomst. In de overeenkomst wordt in ieder geval
                vastgelegd:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het doel van de werkervaringsplaats; en</al></li>
                <li nr="b."><al>de werkzaamheden; en</al></li>
                <li nr="c."><al>de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Een proefplaatsing duurt maximaal driemaanden. Voorwaarden voor het verkrijgen van
                een proefplaatsing zijn:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de proefplaatsing drie maanden achtereenvolgens wordt uitgevoerd welke periode
                    één keer kan worden verlengd met maximaal drie maanden; en</al></li>
                <li nr="b."><al>de proefplaatsing gedurende minimaal 20 uren per week wordt verricht; en</al></li>
                <li nr="c."><al>alleen werkzaamheden worden verricht die passen binnen het doel en de opzet
                    van de proefplaatsing; en</al></li>
                <li nr="d."><al>aan de proefplaatsing een overeenkomst ten grondslag ligt; en</al></li>
                <li nr="e."><al>de werkgever de intentie uitspreekt om belanghebbende bij goed functioneren na
                    de proefplaatsing in dienst te nemen. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college plaatst de persoon niet als hierdoor de concurrentieverhoudingen
                onverantwoord worden beïnvloed of verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Sociale activering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in
                het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig
                moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt
                gemaakt van een voorziening. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de
                mogelijkheden en capaciteiten van die persoon.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Scholing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject
                aanbieden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Het gaat de capaciteiten van de te scholen persoon niet te boven, en</al></li>
                <li nr="b."><al>Het vergroot de kansen op de arbeidsmarkt.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde
                lid, onderdeel a, van de wet (jonger dan 27 jaar).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Scholing betreft bij voorkeur een praktijkgerichte opleiding of training.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Leer-werktraject</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een persoon uit de doelgroep een leer-werktraject aanbieden als
                onderdeel van een traject gericht op arbeidsinschakeling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het leer-werktraject heeft als doel de persoon, met behoud van uitkering,
                werkervaring en vaardigheden op te laten doen in een bepaald vakgebied; alsmede het
                leren functioneren in een arbeidsrelatie. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Deze voorziening kan worden ingezet als door het college is vastgesteld dat de
                persoon op korte of (middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier
                werk. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Er wordt een individuele overeenkomst aangegaan waarin de leer en/of
                uitstroomdoelen worden vastgelegd. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Participatievoorziening beschut werk</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan de voorziening beschut werk aanbieden aan een persoon uit de
                  doelgroep die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een
                  zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat
                  van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze
                  persoon in dienst neemt. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college maakt uit de personen uit de doelgroep een voorselectie en wint bij
                  het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen advies in voor de beoordeling of
                  zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden
                  mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Het college selecteert voor deze
                  beoordeling uitsluitend personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, bedoelde werkzaamheden
                  mogelijk te maken, zet het college de volgende ondersteunende voorzieningen in:
                  fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving, uitsplitsing van taken of
                  aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college bepaalt de omvang van het aanbod beschut werk en legt vast hoeveel
                  plekken voor beschut werk de gemeente beschikbaar stelt. </al></li>
            </lijst>
            <al>In verband hiermee overlegt het college met het Uitvoeringsinstituut
              werknemersverzekeringen, aan de gemeente gelieerde bedrijven en andere reguliere
              werkgevers.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Ondersteuning bij leer-werktraject</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien
              van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover deze
              ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen
              betreft:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht,
                  bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, of</al></li>
              <li nr="b."><al>van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>Persoonlijke ondersteuning</titel>
            </kop>
            <al>Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke
              ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in
              de vorm van structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in
              staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>No-riskpolis</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een werkgever komt in aanmerking voor een no-riskpolis als:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de werkgever voor ten minste de duur van zes maanden een arbeidsovereenkomst
                    aangaat met een werknemer; </al></li>
                <li nr="b."><al>de werknemer voorafgaande aan de aanvang van de arbeid behoort tot de
                    doelgroep; </al></li>
                <li nr="c."><al>de werknemer een structurele functionele of andere beperking heeft of de
                    werkgever ten behoeve van de werknemer een loonkostensubsidie als bedoeld in
                    artikel 10d van de wet ontvangt;</al></li>
                <li nr="d."><al>de werkgever geen aanspraak kan maken op de no-riskpolis van het UWV voor de
                    gemeentelijke doelgroep banenafspraak.</al></li>
                <li nr="e."><al>artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is, en</al></li>
                <li nr="f."><al>de werknemer zijn woonplaats heeft binnen de gemeente.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De no-riskpolis vergoedt: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het loon van de werknemer tot maximaal 120 procent van het minimumloon,
                    en</al></li>
                <li nr="b."><al>15 procent boven de dekking voor extra werkgeverslasten.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Om de werkgever een no-riskpolis te kunnen verstrekken, sluit de gemeente een
                verzekering af met een verzekeraar en treedt op als verzekeringnemer. De begunstigde
                is de werkgever. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college verstrekt de no-riskpolis tot en met 24 maanden na indiensttreding van
                de werknemer bij de werkgever. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>Indienstnemingssubsidie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een indienstnemingssubsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                persoon, die behoort tot de doelgroep, een arbeidsovereenkomst sluiten, voorzover
                dit gezien de afstand tot de arbeidsmarkt passend is. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De indienstnemingssubsidie wordt uitsluitend versterkt als hierdoor de
                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing
                plaats vindt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>Premies</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden een premie toekennen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college stelt nadere regels over de doelgroepen en de hoogte van de premie
                vast.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>Overige vergoedingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die gemaakt zijn in het
                kader van de arbeidsinschakeling. Het gaat hierbij in ieder geval om:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>Kosten van kinderopvang</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>Reiskosten</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Noodzakelijk geachte werkplekaanpassingen</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17.</nr>
              <titel>Beleidsregels</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan ten behoeve van uitvoering van deze verordening nadere beleidsregels
              vaststellen waarin wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende
              voorzieningen, het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij
              gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn
              opgenomen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18.</nr>
              <titel>Innovatie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan, als experiment in het kader van het onderzoeken en toepassen van
                mogelijkheden om de participatie te bevorderen, afwijken van het bepaalde in deze
                verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De duur van een experiment als bedoeld in het eerste lid is ten hoogste twee jaar.
              </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien het experiment noodzaakt tot bijstelling van deze verordening kan de
                periode zoals genoemd in het tweede lid worden verlengd tot aan het moment van
                inwerkingtreding van de bijstelling. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19.</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze niet
                voorziet, beslist het college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze
                verordening, indien toepassing ervan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
              </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20.</nr>
              <titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Olst-Wijhe wordt
                ingetrokken per 1 juli2015.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Als iemand gebruik maakt van een voorziening op grond van de
                Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Olst-Wijhe behoudt die
                persoon deze voorziening voor de duur dat deze is verstrekt maar maximaal twaalf
                maanden voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit die verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Olst-Wijhe blijft van
                toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het tweede
                lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.</al></li>
              <li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening Participatiewet
                  Olst-Wijhe</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering d.d. 11 mei 2015.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>De griffier De voorzitter</ondertekening>
        <ondertekening>………………………………………….………………………………….</ondertekening>
        <ondertekening>B.A. (Bart) Duursema A.G.J. (Ton) Strien</ondertekening>
        <ondertekening>schakeling.</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>