<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR367357_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-26668.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3d26668%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20151224%26epd%3d20151224%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad d.d. 1 april 2015 nr. 26668</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703">Participatiewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044">Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Cuijk</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 februari
                        2015.</al><al/><al>gezien het advies van de Participatieraad Welzijnsbeleid gemeente Cuijk d.d.
                        5 januari 2015</al><al/><al>gezien het advies van de raadscommissie 3 maart 2015</al><al/><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet, artikel 8b van de Participatiewet
                        en artikel 35 eerste lid onder c van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet
                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                        zelfstandigen;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen met
                        betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik; </al><al/><al><vet>besluit</vet></al><al/><al>Vast te stellen de navolgende </al><al/><al><vet>HANDHAVINGSVERORDENING PARTICIPATIEWET, IOAW EN
                            IOAZ 2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>Alle begrippen die verder in deze verordening gebruikt worden en die
                            niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                            Participatiewet met inbegrip van de Bbz 2004, de IOAW, de IOAZ en de
                            Algemene wet bestuursrecht (Awb). </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>FRAUDEPREVENTIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Concept hoogwaardig handhaven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt als uitgangspunt het concept Hoogwaardig Handhaven
                                waarin wordt aangegeven hoe fraude wordt voorkomen dan wel
                                opgespoord. Handhaving in het stelsel van de gemeentelijke inkomens-
                                en re-integratievoorzieningen rust op de vier pijlers: </al><lijst><li nr="a."><al>het beter en vroegtijdig informeren van belanghebbenden over
                                        rechten, plichten en handhaving; </al></li><li nr="b."><al>het optimaliseren van de dienstverlening zonder
                                        belemmeringen, zodat de kans op spontane naleving wordt
                                        vergroot; </al></li><li nr="c."><al>vroegtijdige detectie en afhandeling van fraudesignalen;
                                    </al></li><li nr="d."><al>bij geconstateerde fraude daadwerkelijk sanctioneren
                                        (afstemmen van de uitkering). </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De methodiek van controle berust op het beginsel van risicoanalyse,
                                waarin van risicoprofielen gebruik wordt gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Controlemiddelen, validering en controle van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college voert aan de hand van jaarlijks vast te stellen
                                doelstellingen, activiteiten en instrumenten, onderzoeken uit om de
                                rechtmatigheid van de uitkering te controleren en onderzoeken naar
                                de reden van beëindiging van de uitkering. Het college stelt vast
                                binnen welke nader te bepalen termijnen deze onderzoeken
                                plaatsvinden en neemt op basis daarvan besluiten met betrekking tot
                                de rechtmatigheid van de uitkering en de wederzijds tussen het
                                college en de belanghebbende resterende verplichtingen en de
                                afhandeling daarvan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college voert bestandsvergelijkingen uit waarbij actuele
                                gegevens worden gecontroleerd. Bij de aanvraag zal een risicoprofiel
                                worden vastgesteld aan de hand van de methodiek klantprofielen, die
                                gebaseerd is op objectief vastgestelde wegingsfactoren zoals genoten
                                opleiding, duur van werkloosheid en uitkering, woonsituatie en het
                                hebben van schulden. Het risicoprofiel kan, afhankelijk van de
                                omstandigheden, gedurende de dienstverlening worden gewijzigd. Een
                                klantprofiel geeft zowel het risico op misbruik weer als de kansen
                                op re-integratie op de arbeidsmarkt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college onderzoekt signalen en tips die relevant zijn voor het
                                recht op uitkering.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Nadere regels bestuurlijke boete, terugvorderen en verhalen van
                                kosten van uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels op voor het opleggen van een
                                bestuurlijke boete en voor het terugvorderen en het verhalen van
                                kosten van uitkering als bedoeld in respectievelijk artikel 58 tot
                                en met 62i Participatiewet, artikelen 44 tot en met 47 Bbz- 2004 en
                                de artikelen 25 tot en met 31 IOAW/IOAZ.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de nadere regels bedoeld in het eerste lid, worden ten minste
                                regels gesteld op grond waarvan geheel of gedeeltelijk van verdere
                                terugvordering en verhaal kan worden afgezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bijzondere situaties</titel></kop><al>In bijzondere situaties kan het college afwijken van het bepaalde in
                            deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                                    bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Handhavingsverordening
                                    Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015.</al></li><li nr="3."><al>De Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 vastgesteld in
                                    de vergadering van 10 juni 2013 wordt ingetrokken op dag van
                                    inwerkingtreding als bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst><al/><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Cuijk in zijn openbare
                            vergadering van 16 maart 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>R.M. van der Weegen</ondertekening><ondertekening>griffier </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. W.A.G. Hillenaar</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Het bestuur stelt jaarlijks doelen, activiteiten en instrumenten vast om
                    misbruik te voorkomen en hoe aan de eisen van rechtmatigheid wordt voldaan, op
                    het voorkomen van fraude (de visie op handhaving) en op welke wijze de gemeente
                    frauduleus gedrag opspoort.</al><al/><tussenkop>Handhavingsverordening</tussenkop><al>Artikel 8b Participatiewet luidt: “De gemeenteraad stelt in het kader van het
                    financiële beheer bij verordening regels voor de bestrijding van het ten
                    onrechte ontvangen van bijstand/uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk
                    gebruik van de wet”. In de aangescherpte WWB 2013 (met inbegrip van de Bbz 2004)
                    was deze verordeningsplicht onverkort opgenomen om in navolging van het
                    standpunt van de regering het handhaven van verplichtingen nadrukkelijker uit te
                    voeren. Deze regels gelden ook voor de toepassing van de IOAW en de IOAZ. De
                    aanscherping van handhaving wordt als uitgangspunt in de Participatiewet
                    ongewijzigd voortgezet.</al><al>In de opdracht aan de gemeente ligt een duidelijke relatie met de Wet
                    huisbezoeken, de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving, de
                    beleidsregels bestuurlijke boete, de Verordening verrekening bestuurlijke boete
                    bij recidive, de Afstemmingsverordening en met de beleidsregels rond
                    terugvordering en het debiteurenbeleid.</al><al>In deze Handhavingsverordening ligt de nadruk veel meer op het voorkomen van
                    fraude (de visie op handhaving) en op welke wijze de gemeente frauduleus gedrag
                    opspoort.</al><al/><tussenkop>Concept Hoogwaardig Handhaven</tussenkop><al>Deze verordening gaat uit van handhaving gebaseerd op het concept Hoogwaardige
                    Handhaving, dat is geïntegreerd in alle werkprocessen. Hoogwaardig handhaven
                    kent vier samenhangende beleidslijnen die de kern vormen van het
                    handhavingsbeleid:</al><lijst><li nr="·"><al>instrumenten ter voorkoming van fraude (preventie)</al><lijst><li nr="o"><al>het beter en vroegtijdig informeren van belanghebbenden over
                                    rechten, plichten en handhaving;</al></li><li nr="o"><al>het optimaliseren van de dienstverlening zonder belemmeringen,
                                    zodat de kans op spontane naleving wordt vergroot;</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>• instrumenten gericht op aanpak van fraude (repressie)</al><lijst><li nr="o"><al>vroegtijdige detectie en afhandeling van fraudesignalen;
                                    controle op maat</al></li><li nr="o"><al>bij constatering van fraude daadwerkelijk sanctioneren
                                    (afstemmen van de uitkering)</al></li></lijst></li></lijst><al/><tussenkop>ARTIKELSWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Definities</tussenkop><al>In de begripsomschrijving is de afbakening van de verordening af te lezen.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Concept Hoogwaardig Handhaven</tussenkop><al>Deze bepaling regelt dat het college activiteiten gericht op handhaving
                    vaststelt, met als uitgangspunt het concept Hoogwaardig Handhaven. Deze
                    benadering is in 2005 door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
                    aangeboden en financieel gestimuleerd. Instrumenten die inhoud geven aan
                    Hoogwaardig handhaven en die vorm krijgen in de activiteiten gericht op
                    handhaving zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>Voorlichting: het goed en vroegtijdig informeren van belanghebbenden
                            over hun rechten, plichten en handhaving in de bijstand. Bijvoorbeeld
                            door middel van een informatiemap, een dienstverleningsgesprek of het
                            opstellen van een contract (“polisvoorwaarden”)</al></li><li nr="·"><al>Poortwachtersrol: het nagaan of aanvrager van bijstand ook daadwerkelijk
                            recht heeft op een bijstandsuitkering of inkomensvoorziening, en of de
                            hoogte daarvan correct wordt vastgesteld. Het uitgangspunt "werk boven
                            uitkering" staat voorop.</al></li><li nr="·"><al>Verificatie en validatie: controleren van de noodzakelijke gegevens aan
                            de hand van bewijsstukken die door de belanghebbende worden overlegd.
                            Teneinde zekerheid te krijgen omtrent de volledigheid van de gegevens en
                            inlichtingen controleren bij externe instanties.</al></li><li nr="·"><al>Afspraken met partners in de keten: met partners (UWV WERK-bedrijf en
                            re-integratiebedrijven) om ons te informeren wanneer de belanghebbende
                            zich niet houdt aan zijn verplichtingen. </al></li><li nr="·"><al>Controle of statusformulier: bij gebruik van een statusformulier worden
                            de bij ons bekende gegevens al ingevuld en hoeft de belanghebbende bij
                            ongewijzigde situatie alleen maar te tekenen. Bij een wijziging vindt
                            dan eventueel wél een onderzoek plaats.</al></li><li nr="·"><al>Signaalsturing (controle op maat): volgen van belanghebbenden indien
                            zaken opvallen die zouden kunnen duiden op frauduleus gedrag.</al></li><li nr="·"><al>Risicoanalyse (controle op maat): het extra controleren van
                            belanghebbenden met een verhoogd risicoprofiel.</al></li><li nr="·"><al>Themacontrole: thematisch onderzoek naar groepen belanghebbenden waarbij
                            vermoeden bestaat op een verhoogd risico van onrechtmatig gedrag
                            (bijvoorbeeld belanghebbenden die parttime werkzaam zijn in de
                            horeca).</al></li><li nr="·"><al>Bestandsvergelijkingen: databases van publiekrechtelijke organisaties of
                            die met een publiekrechtelijke taak. Een koppeling van het
                            cliëntenbestand is er o.a. met die van het Inlichtingenbureau. Hierdoor
                            is maandelijks te zien welke belanghebbenden inkomsten hebben waarover
                            belasting wordt geheven. Witte fraude wordt hiermee zeer snel ontdekt en
                            grotendeels voorkomen. Ook worden gegevens beschikbaar gesteld van UWV
                            WERK-bedrijf, andere gemeenten, zorgverzekeraars en DUO
                            (studiefinanciering).</al></li><li nr="·"><al>Daadwerkelijk sanctioneren: snel en kort na geconstateerd verzuim
                            daadwerkelijk sanctioneren (afstemmen van de uitkering).</al></li><li nr="·"><al>Fraudealert personeel: investeren in de fraudealertheid van de
                            consulenten, gericht op kennis, houding en vaardigheden.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 3 Controlemiddelen, validering en controle van
                    gegevens</tussenkop><al>In deze bepaling wordt de methodiek van de controle op fraude geregeld. Het
                    bestrijden van fraude verlegt zich meer en meer naar het moment waarop de
                    potentiële belanghebbende een beroep doet op uitkering. Een goede controle op de
                    aanvraag voorkomt dat belanghebbenden ten onrechte in de uitkering komen. De
                    controle wordt voorafgegaan door voorlichting en heldere communicatie over hoe
                    de gemeente handhaaft. Verder bepaalt dit artikel de wijze waarop fraude wordt
                    bestreden tijdens de uitkeringsperiode. Middelen die hiervoor worden ingezet,
                    zijn de bestandkoppelingen met bijvoorbeeld het Inlichtingenbureau. Ook worden
                    bij de bestrijding risicoprofielen ingezet. Aan de hand hiervan kan beter worden
                    ingeschat of een belanghebbende fraudegevoelig is. Zodoende kunnen voor de
                    koppeling belanghebbenden worden geselecteerd die passen binnen een
                    risicoprofiel.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Nadere regels bestuurlijke boete, terugvorderen en verhalen van
                    kosten van uitkering</tussenkop><al>Er ligt een duidelijke relatie met de beleidsregels bestuurlijke boete, de
                    Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive, de
                    Afstemmingsverordening en met de beleidsregels rond terugvordering en het
                    debiteurenbeleid. In deze Handhavingsverordening ligt de nadruk op het voorkomen
                    van fraude (de visie op handhaving) en op welke wijze de gemeente frauduleus
                    gedrag opspoort.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. Bijzondere situaties</tussenkop><al>In de verordening zijn de hoofdlijnen voor de handhaving vastgelegd. Er kunnen
                    zich echter concrete gevallen voordoen waarin de verordening niet voorziet. Dit
                    artikel bepaalt dat het college in dergelijke situaties beslist in afwijking van
                    de verordening. </al><al>Dit past bij de individualiseringsgedachte van de Participatiewet. Redelijkheid
                    is hierbij het uitgangspunt. Bij de besluitvorming wordt in de geest van de wet
                    en de verordening gehandeld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>