<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR367342_1</dcterms:identifier><dcterms:title>BOMENVERORDENING GEMEENTE DOETINCHEM 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-06-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-44789.html">Gemeenteblad 2015/44789</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening gemeente Doetinchem 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0002357">Boswet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Bomenverordening gemeente Doetinchem 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>BOMENVERORDENING GEMEENTE DOETINCHEM 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doetinchem;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 mei 2015;</al><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, de Boswet en de
                        Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de <vet>Bomenverordening gemeente Doetinchem 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, levend of afgestorven, overblijvend gewas
                                    met een omtrek van de stam van minimaal 30 centimeter op 1,30
                                    meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid
                                    geldt de omtrek van de dikste stam. In het kader van een
                                    herplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld
                                    en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 30 cm
                                    omtrek op 1,30 meter boven maaiveld;</al></li><li nr="b."><al>openbare boom: een boom in de openbare ruimte (eigendom van
                                    gemeente, provincie, waterschap, rijk);</al></li><li nr="c."><al>particuliere boom: bomen in particulier eigendom;</al></li><li nr="d."><al>houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een
                                    grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken;</al></li><li nr="e."><al>bijzondere boom: houtopstand die vermeld wordt op de lijst met
                                    bijzondere bomen zoals vermeld in artikel 11, lid 1 van deze
                                    verordening; </al></li><li nr="f."><al>hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn
                                    geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="g."><al>knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen
                                    van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                    leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;</al></li><li nr="h."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                    ingevolge artikel 1, vijfde lid van de Boswet;</al></li><li nr="i."><al>boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd
                                    volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse
                                    Vereniging van Taxateurs van Bomen;</al></li><li nr="j."><al>bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen
                                    van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstanden, op basis van
                                    de landelijke richtlijnen van de Bomenstichting;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, kappen, met
                            inbegrip van verplanten, snoeien van meer dan 30% van het kroonvolume,
                            met inbegrip van kandelaberen, alsmede het verrichten van handelingen,
                            zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of
                            ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te
                            vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in lid 1 geldt niet voor openbare bomen met een stamomtrek
                            van minder of gelijk aan 60 centimeter op 1.30 m. hoogte boven het
                            maaiveld. Als een boom meerstammig is, is de omtrek van de dikste stam
                            van doorslaggevende betekenis voor het vellen van de gehele boom.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in lid 1 geldt niet voor particuliere bomen met een
                            stamomtrek van minder of gelijk aan 120 centimeter op 1.30 meter hoogte
                            boven het maaiveld. Als een boom meerstammig is, is de omtrek van de
                            dikste stam van doorslaggevende betekenis voor het vellen van de gehele
                            boom.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in lid 1 geldt niet voor houtopstanden binnen de bebouwde
                            kom, uitgezonderd: </al><lijst><li nr="a."><al>houtopstanden die een zelfstandige eenheid vormen en een grotere
                                    oppervlakte bestaan dan 1000 m2;</al></li><li nr="b."><al>openbare bomen met een stamomtrek van meer dan 60
                                    centimeter;</al></li><li nr="c."><al>particuliere bomen met een stamomtrek van meer dan 120
                                    centimeter;</al></li><li nr="d."><al>bomen die zijn geïnventariseerd en geplaatst op de bijzondere
                                    bomenlijst;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in lid 1 geldt niet voor houtopstanden buiten de bebouwde kom
                            boswet, uitgezonderd:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare bomen met een stamomtrek van meer dan 60
                                    centimeter;</al></li><li nr="b."><al>particuliere bomen met een stamomtrek van meer dan 120
                                    centimeter;</al></li><li nr="c."><al>bomen die zijn geïnventariseerd en geplaatst op de bijzondere
                                    bomenlijst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden, als
                            bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de Boswet, indien het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige
                                    beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn
                                    geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen, en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar,
                                    bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in
                                    het bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, niet gelegen binnen de bebouwde kom tenzij de
                                    houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en, ofwel geen
                                    grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van
                                    rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer
                                    bomen omvat dan 20.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                    Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving op last van het
                                    college, zulks onverminderd het bepaalde in de artikel 10 van
                                    deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand die moet worden geveld op grond van grote
                                    gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare
                                    orde of veiligheid op last van het bevoegd gezag, zulks
                                    onverminderd het bepaalde in artikel 8 van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                    reguliere onderhoud;</al></li><li nr="d."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                    beheermaatregel, ter uitvoering van het reguliere onderhoud, bij
                                    daarvoor geschikte boomsoorten;</al></li><li nr="e."><al>dunning en ander regulier onderhoud; dunning is een velling,
                                    welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering
                                    van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden
                                    beschouwd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De omgevingsvergunning voor de activiteit kappen moet door middel van
                            het aanvraagformulier en onder bijvoeging van een situatieschets, worden
                            aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene, die
                            krachtens zakelijk recht, of door degene die krachtens
                            publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd is over de houtopstand te
                            beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist omtrent een aanvraag om een omgevingsvergunning voor
                            de activiteit kappen binnen acht weken na de dag van ontvangst van de
                            aanvraag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de omgevingsvergunning voor de activiteit kappen
                            weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder
                            meer:</al><lijst><li nr="-"><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="-"><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="-"><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="-"><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="-"><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een
                            vergunning mede de boomwaarde als motivering hanteren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergunning om te vellen wordt verleend voor houtopstand voorkomende
                            op de in artikel 11 genoemde lijst van bijzondere bomen, tenzij er
                            sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang of grote
                            gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of
                            veiligheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Openbaarmaking</titel></kop><al>Van een besluit tot verlening of weigering van een vergunning wordt
                        onverwijld kennis gegeven in een huis-aan-huisblad na verzending aan de
                        aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><al>De vergunning vervalt indien daarvan niet binnen maximaal twee jaar na het
                        onherroepelijk zijn gebruik is gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de vergunning het voorschrift verbinden dat binnen
                            een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven
                            aanwijzingen moet worden herplant. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn
                            niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan de vergunning het voorschrift verbinden dat in geval
                            van ruimtegebrek voor herplant ter plaatse het bedrag van de boomwaarde
                            in het bomenfonds dient te worden gestort voor de aanplant van bomen met
                            dezelfde functie elders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aan de vergunning het voorschrift verbinden waarbij
                            aanwijzingen worden gegeven ter bescherming van in en rond de
                            houtopstand voorkomende flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan aan de vergunning het voorschrift verbinden dat van de
                            vergunning geen gebruik mag worden gemaakt totdat andere vergunningen of
                            ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn of de
                            feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd
                            is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting of een voorschrift als bedoeld in dit
                            artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan
                            te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                            verordening van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag
                            is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college aan
                            de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond,
                            dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                            voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten
                            overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te
                            stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn
                            niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                            verordening van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt
                            bedreigd kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop
                            zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot
                            het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen
                            om:</al><lijst><li nr="-"><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen;</al></li><li nr="-"><al>een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting of een voorschrift met een voorziening
                            als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is
                            verplicht daaraan te voldoen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel
                        17, juncto artikel 13, vierde lid van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Bestrijding van iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
                                    ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
                                    Moreau);</al></li><li nr="b."><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                    behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
                                    multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
                            oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van de
                            iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de
                            rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven,
                            verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te
                                    vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                    zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
                                    voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van
                            geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4
                            centimeter, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het
                            college kan ontheffing verlenen van dit verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving biedt
                            een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke
                            werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of
                            namens de gemeente kunnen worden verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Bijzondere bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een lijst op met bijzondere bomen. Op deze lijst wordt
                            vermeld: de plaatselijke aanduiding, de naam van de eigenaar en een
                            beschrijving van de houtopstand met foto’s en een kaart met de exacte
                            situering van de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze lijst omvat de houtopstanden die voorkomen in het nationale
                            register van monumentale bomen van de landelijke Bomenstichting, lokaal
                            bijzondere bomen en herdenkingsbomen ongeacht hun leeftijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst met
                            bijzondere bomen is verplicht het college onmiddellijk mededeling te
                            doen van:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>eigendomsoverdracht van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan
                            gaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12:</nr><titel>Bescherming bomen</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is verboden om houtopstanden, die gemeentelijk eigendom zijn:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door ambtenaren ter
                            uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak.</al><al>2.Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan een gemeentelijke
                            houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens
                            vergunning van het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Uitzicht belemmerende beplanting</titel></kop><al>De rechthebbende op een boom, heg, struik of andere beplanting welke voor
                        het wegverkeer het benodigde vrije uitzicht kan belemmeren of daarvoor op
                        andere wijze hinder of gevaar kan opleveren, is verplicht deze beplanting te
                        snoeien, of op te binden, of te verwijderen na aanschrijving door het
                        college, binnen een door hen te stellen termijn en overeenkomstig hun
                        aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14:</nr><titel>Afstand tot erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand voor het planten van een houtopstand tot de erfgrens als bedoeld
                        in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter
                        voor bomen en op nihil voor heesters en heggen. </al><al/><al><vet>STRAF- EN SLOTBEPALINGEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>1.Degene, die handelt in strijd met het voorschrift als bedoeld in artikel
                        10, tweede, derde of vierde lid, of in artikel 12, eerste of tweede lid,
                        wordt bestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een
                        geldboete van de tweede categorie.</al><al>2.Bij de strafmaatbepaling kan rekening gehouden worden met de boomwaarde.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht houden op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                        deze verordening zijn belast de daartoe door het college dan wel de
                        burgemeester aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2015.</al></li><li nr="2."><al>Terzelfder tijd wordt ingetrokken de Bomenverordening gemeente
                                Doetinchem 2010.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid genoemde verordening blijft van toepassing op
                                aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit kappen die
                                voor het in werking treden van deze verordening zijn ingediend en
                                waarop op het moment van in werking treden van deze verordening nog
                                niet is beschikt.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <vet>Bomenverordening
                                    gemeente Doetinchem 2015.</vet></al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Doetinchem</ondertekening><ondertekening>in zijn vergadering van 28 mei 2015,</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BOMENVERORDENING GEMEENTE DOETINCHEM
                        2015</titel></kop><al/><tussenkop>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>a. <vet>Boom</vet>: de definitie van het begrip boom is opgenomen
                            vanwege de discussie over wat wel en wat geen boom is. Deze discussie
                            speelt vooral bij meerstammigheid, zeer jonge bomen en boomachtige
                            struiken. Gekozen is voor een precieze definitie met eenvoudig te
                            controleren voorwaarden, opdat zo min mogelijk twijfel kan ontstaan.
                            Mocht deze zich toch nog voordoen dan zou de vakliteratuur (boomflora’s
                            e.d.) doorslaggevend moeten zijn. De minimaal 30 centimeter omtrek is
                            gekozen, omdat deze maat ook vaker gebruikt wordt bij het bepalen van
                            het al dan niet gemakkelijk verplaatsbaar zijn van bomen.
                            Vanzelfsprekend geldt de minimumgrootte niet voor aanplant opgelegd in
                            het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht. Door de 30
                            centimeter omtrek en de meerstammigheid zullen zeer oude struiken nu
                            juridisch ook een boom kunnen zijn. Bescherming van ‘boomgelijke’
                            struiken is van belang in stedelijke parken en op buitenplaatsen of
                            landgoederen. Het begrip ‘afgestorven’ is opgenomen om ook dode bomen te
                            beschermen. Hiervoor zijn verschillende redenen. De eerste reden is dat
                            in het najaar en in de winter het moeilijk te bepalen is of een boom
                            daadwerkelijk afgestorven is. De tweede reden is dat het op deze manier
                            niet lonend is om ervoor te zorgen dat een levende boom afsterft, zodat
                            er geen kapvergunning meer nodig is.</al></li><li nr="d."><al><vet>Houtopstand</vet>: opgenomen is de omschrijving ‘een grotere
                            (lint)begroeiing van heesters en struiken’. Meer algemeen is hier
                            bedoeld: ongesnoeide of slechts weinig gesnoeide, natuurlijk
                            uitgegroeide hagen, die hoger zijn dan 3 meter. Vanwege de grote
                            ecologische en/of landschappelijke waarde van dergelijke begroeiingen
                            (bijv. een meidoorn- of mispelhaag) is bescherming van belang. Er staat
                            ‘begroeiing’ in plaats van beplanting om ook spontaan opgeslagen groen
                            bescherming te bieden. Evenals voor de houtwal geldt voor een
                            (lint)begroeiing van heesters en struiken dat het om een ‘grotere’
                            begroeiing, dus ‘van enige omvang’ moet gaan. In ieder geval zijn de
                            lager dan 3 meter, gesnoeide hagen in tuinen of op erven niet
                            bedoeld.</al></li><li nr="e."><al><vet>Bijzondere boom</vet>: voor nadere omschrijving van de
                            aanwijzingscriteria zie toelichting bij artikel 11 lid 1.</al></li><li nr="f."><al><vet>Hakhout</vet>: de definitie van hakhout is opgenomen, omdat nog
                            steeds binnen de gemeentegrenzen, zij het sporadisch, dergelijk
                            hakhoutgebruik voorkomt. Een dusdanig gebruik van bomen als deel van het
                            (bedrijfs)huishouden betekent een verbondenheid met bomen die een op
                            zich te beschermen waarde vormt. Opgenomen is tevens ‘boomvormers’,
                            ofwel opnieuw uitgelopen boomstronken, die door hun aard en omvang
                            evenzeer bescherming kunnen behoeven als iedere andere boom.</al></li><li nr="g."><al><vet>Knotten/kandelaberen</vet>: deze begripsomschrijving is bedoeld ter
                            afbakening van illegaal en ondeskundig snoeien of terugzetten van
                            daarvoor ongeschikte bomen. De definitie biedt tevens de mogelijkheid om
                            zonder kapvergunning onderhoud te kunnen plegen aan daarvoor wel
                            geschikte bomen als bepaald in artikel 2 lid 7 sub d. Ook geeft de
                            definitie een vakkundige begrenzing van het begrip ‘geknot’ als vermeld
                            in artikel 1, lid 1, sub g.</al></li><li nr="i."><al><vet>Boomwaarde</vet>: deze boomwaarde-bepaling is opgenomen om aan te
                            sluiten op de landelijke eenheid in financiële benadering van
                            houtopstand. De Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en
                            houtige gewassen (NVTB, Postbus 683, 7300 AK Apeldoorn, tel.
                            055-5999449) stelt op grond van marktcijfers, CBS-statistiek en
                            rechtspraak jaarlijks richtlijnen vast inzake de methodiek van het
                            taxeren van bomen (www.boomtaxateur.nl).</al></li><li nr="j."><al><vet>Bomen effect analyse</vet>: waardevolle houtopstanden kunnen
                            (ernstig) beschadigd of vernietigd worden door bouw en aanleg van
                            huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit
                            ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen
                            voor de bomen, waardoor ze niet ingepast zijn of (onherstelbaar)
                            beschadigd raken. De bomen effect analyse (BEA) is de landelijke
                            richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en onafhankelijke
                            beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze
                            standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een
                            goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA
                            dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of een
                            boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen
                            vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of
                            aanleg.</al></li><li nr="2."><al>Opgenomen is ‘zowel boven- als ondergronds’ om op te kunnen treden tegen
                            ernstige, ondergrondse beschadiging bij bijvoorbeeld aanleg van kabels
                            en leidingen. De expliciete, ondergrondse bescherming is nodig gezien de
                            achterstelling van het kappen van wortels tegenover het afsnijden van
                            takken in artikel 5:44 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Binnen het
                            vakgebied geldt dat bij achterstallige snoei niet meer dan 20% van de
                            bladmassa mag worden gesnoeid. Als noodmaatregel kan eenmalig meer dan
                            20% gesnoeid (maximaal 30%). Door het snoeien van meer dan 30% van het
                            kroonvolume kan het beeld worden aangetast. Hiermee wordt duidelijk
                            aangegeven dat rigoureus snoeien vergunningplichtig is. Zoals
                            bijvoorbeeld uitgesproken in de zaak ‘Slootjes’, HR 15 december 1992,
                            JBR. Indien in voorkomende gevallen een vergunning wordt verleend, zal
                            afhankelijk van de situatie de term ‘vergunning tot verplanten’,
                            ‘vergunning tot kandelaberen’ of ‘vergunning tot knotten’ gehanteerd
                            worden.</al></li></lijst><al>Artikel 2: Kapverbod</al><lijst><li nr="6."><al>De zinsnede dat het verbod niet geldt voor houtopstanden (artikel 15,
                            lid 2 en lid 3 van de Boswet) is bepalend om vast te stellen of een
                            houtopstand al of niet onder het kapverbod valt.</al></li><li nr="i."><al>De term ‘fruitbomen’ wordt hier toegepast, als een nadere invulling van
                            het afbakenend begrip vruchtbomen van artikel 1 lid 4 onder e van de
                            Boswet. Het aangeduide artikel doelt in feite op fruitbomen en gaat erom
                            bomen van commerciële fruittelers uit te zonderen. Aangezien in feite
                            alle bomen letterlijk genomen als vruchtbomen beschouwd kunnen worden,
                            is het beter om uit oogpunt van misbruik de term fruitboom te
                            hanteren.</al></li><li nr="7."><al>a. De verwijzing naar de Plantenziektenwet is zinvol voor de handhaving
                            van het Besluit bestrijding bacterievuur en eventuele toekomstige
                            plantenziekten.</al></li><li nr="b."><al>Dit lid zorgt ervoor dat in acute probleemsituaties door houtopstanden,
                            meestal dus gevaarzetting voor zaken of personen door instabiliteit van
                            bomen, er meteen gehandeld kan worden. Met nadruk geldt dat het om een
                                <cursief>acute</cursief> probleemsituatie moet gaan. In geval het
                            acute karakter opgelost kan worden door het treffen van alternatieve
                            (tijdelijke) voorzieningen, is dit lid <cursief>niet</cursief> van
                            toepassing.</al></li><li nr="c."><al>Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat voor een reguliere
                            onderhoudsmaatregel als het afzetten van hakhout een omgevingsvergunning
                            voor de activiteit kappen vereist is.</al></li><li nr="d."><al>Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat een omgevingsvergunning
                            voor de activiteit kappen nodig is voor (vakkundig) regulier
                            knotten/kandelaberen van daarvoor geschikte knotbomen als
                            beheermaatregel;</al></li><li nr="e."><al>De begrippen ‘dunning’ en ‘ander regulier onderhoud’ kunnen op diverse
                            wijzen worden geïnterpreteerd en bieden de (onbedoelde) mogelijkheid om
                            houtopstanden te kappen om niet-bosbouwkundige redenen. In deze is van
                            belang dat dunning en ander regulier onderhoud worden geïnterpreteerd
                            naar vaste gewoonte (vakliteratuur) en rechtspraak. Met name over
                            dunning is veel rechtspraak. Samenvattende conclusie uit jurisprudentie
                            is dat dunning beschouwd moet worden als een normale onderhoudsregel en
                            de gemeente niet een normale <cursief>bedrijfs</cursief>huishouding mag
                            beperken.</al></li></lijst><al><cursief>Kort gezegd moet het bij interpretatie van dit lid gaan om een in het
                        vak gebruikelijke en vakkundige beheersingreep met als primair doel
                        bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand.</cursief></al><al>Artikel 4: Weigeringsgronden</al><al>1.De weigeringsgronden worden hier met name genoemd. In de aanhef staat ‘onder
                    meer’: de genoemde opsomming is dus niet limitatief bedoeld; er kunnen dus nog
                    meer en andere weigeringsgronden zijn. Eén weigeringsgrond kan voldoende zijn om
                    een vergunning te weigeren. De hier genoemde weigeringsgronden zijn in feite
                    maatschappelijke waarden die aan bomen toegekend worden. Om deze meetbaar te
                    maken, wordt gewerkt met meetbare waarderingscriteria: 1. Plaats in de
                    ruimtelijke structuur; 2. Plaats in de ecologische structuur; 3. Zichtbaarheid;
                    4. Omvang en/of leeftijd; 5. Cultuurhistorische waarde; 6. Dendrologische
                    waarde; 7. Educatieve waarde; 8. Toekomstverwachting. Deze waarderingscriteria
                    zijn nader uitgewerkt in de notitie ‘Beleidsregels Bomenverordening gemeente
                    Doetinchem’ en kunnen direct gekoppeld worden aan de onderscheiden
                    weigeringsgronden: natuur- en milieuwaarden (2,4,8); landschappelijke waarden
                    (1, 3, 4, 5, 6, 8); cultuurhistorische waarden (5); waarden van stads- en
                    dorpsschoon (1, 3, 4, 5, 6, 8) en waarden voor recreatie en leefbaarheid (3, 4,
                    5, 6, 7, 8).</al><al>Artikel 5: Openbaarmaking</al><al>Dit artikel regelt dat derden-belanghebbenden in de gelegenheid gesteld worden
                    eventueel bezwaar en beroep aan te tekenen. Nadere regels omtrent de
                    openbaarmaking zijn vastgelegd in de notitie Beleidsregels Bomenverordening
                    gemeente Doetinchem.</al><al>Artikel 6: Vervaltermijn vergunning</al><al>Dit artikel is nodig om misbruik van (zeer) oude omgevingsvergunningen voor de
                    activiteit kappen tegen te gaan. Bomen groeien immers verder. De model
                    Bomenverordening (1996) gaat uit van een vervaltermijn van 1 jaar na het
                    onherroepelijk worden van de vergunning, dus als er niet meer over geprocedeerd
                    kan worden. Gezien de soms lange looptijd van projecten of beperkingen van de
                    periode van kap als gevolg van het bepaalde in de Flora- en faunawet voorkomt
                    een langere periode het onnodig opnieuw moeten aanvragen van een
                    omgevingsvergunning voor de activiteit kappen.</al><al>In geval een vergunning na 2 jaar in het geheel niet gebruikt is, dan vervalt de
                    vergunning. In geval de vergunning na 2 jaar slechts ten dele is gebruikt,
                    betekent dit artikel dat na de gestelde termijn van twee jaar voor de resterende
                    bomen een nieuwe aanvraag ingediend moet worden.</al><al>Artikel 7: Bijzondere vergunningsvoorschriften</al><al>3.De gemeente heeft een financiële voorziening ingesteld voor het storten van
                    het bedrag van de boomwaarde en heeft nadere regels geformuleerd voor besteding
                    van deze gelden (Bomenfonds). Deze financiële herplantplicht is praktisch
                    gebleken en toegestaan door de Raad van State.</al><al>Artikel 8: Herplant-/instandhoudingsplicht</al><lijst><li nr="1."><al>Als herplantplicht alleen maar als vergunningsvoorschrift wordt gesteld,
                            dan kan iemand aan de oplegging van een herplantplicht ontkomen door
                            zonder vergunning te vellen. Dit lid maakt het mogelijk bij vellingen
                            zonder vergunning een zelfstandige herplantplicht op te leggen.
                            Opgenomen is de zinsnede ‘dan wel op andere wijze is teniet gegaan’,
                            zodat de zelfstandige herplantplicht ruimer toegepast kan worden.
                            Bijvoorbeeld in geval een houtopstand verloren is gegaan door
                            verwaarlozing, een calamiteit (bijv. storm), vellingen ingevolge de
                            Plantenziektewet of in het kader van andere wettelijke bepalingen dan
                            wel op natuurlijke wijze is gestorven.</al></li><li nr="3."><al>Door het opnemen van een instandhoudingsplicht kan opgetreden worden
                            tegen al of niet opzettelijke ernstige bedreigingen die kunnen leiden
                            tot het verloren gaan van een houtopstand. Hierbij kan het bijvoorbeeld
                            gaan om ophoging, afgraving, egaliseren van de bodem of het wijzigen van
                            de grondwaterstand. In sommige gevallen kan er discussie ontstaan over
                            het al of niet schadelijk zijn van te plegen c.q. gepleegde handelingen;
                            in dergelijke gevallen kan de eigenaar opgelegd worden een boom effect
                            analyse te overleggen waaruit blijkt dat er geen sprake is van een
                            ernstige bedreiging die kan leiden tot het verloren gaan van de
                            houtopstand. De instandhoudingsplicht wordt nu expliciet benoemd, om
                            onduidelijkheid hierover te voorkomen.</al></li></lijst><al>Artikel 9: Schadevergoeding</al><al>De schadevergoeding is bedoeld ter compensatie van kostenderving (houtopbrengst)
                    bij het weigeren van een omgevingsvergunning voor de activiteit kappen. Op grond
                    van artikel 17 van de Boswet wordt bij weigering van een omgevingsvergunning
                    voor de activiteit kappen op verzoek van de eigenaar of gebruiker een naar
                    redelijkheid te bepalen schadevergoeding uit de gemeentekas toegekend, indien
                    schade wordt geleden die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijner laste
                    behoort te blijven. Deze door de Boswet mogelijk gemaakte schadeloosstelling
                    wegens vellen van houtopstand is door de rechter (Kroon), voor zover bekend,
                    zelden of nooit toegekend en lijkt voor een theoretisch geval gedacht. De Boswet
                    schrijft nog steeds opname van dit (schijnbaar overbodige) artikel voor.</al><al>Artikel 10: Bestrijding iepziekte</al><al>Een apart artikel over de bestrijding van iepziekte is nodig geworden, aangezien
                    het Besluit bestrijding iepziekte is opgeheven en de Minister de gemeenten zelf
                    de bevoegdheid heeft gelaten om op te treden tegen deze ziekte. Optreden tegen
                    deze besmettelijke ziekte is dringend gewenst om de (nog resterende) iepen in de
                    gemeente te behouden. </al><al>Belangrijk is de verplichting ter plaatse iepen te ontbasten en het slepen met
                    besmette iepen te voorkomen. Opgenomen is een bijzondere
                    bestuursdwang-bevoegdheid om vanwege de ernst van de zaak en noodzaak snel te
                    kunnen handelen.</al><al>Artikel 11: Bijzondere bomen</al><al>Dit artikel wijkt af van de modelbomenverordening. De modelbomenverordening
                    geeft een aantal richtlijnen waaraan een lijst met bijzondere bomen moet
                    voldoen, hoe de juridische bescherming verder geregeld kan worden (bijvoorbeeld
                    opname in het bestemmingsplan), welke verplichtingen de gemeente zichzelf oplegt
                    ten aanzien van de instandhouding van aangewezen bomen en een aanbeveling voor
                    het instellen van een bomenfonds voor het onderhoud. Ten aanzien van weigering
                    van een kapvergunning voor een bijzondere boom is wel een bepaling opgenomen in
                    deze verordening ( artikel 4, lid 3).</al><al>Artikel 13: Uitzicht belemmerende beplanting</al><al>Uit oogpunt van volledigheid en duidelijkheid is dit artikel expliciet
                    opgenomen. Het gaat hier met nadruk om het <cursief>benodigde</cursief> vrije
                    uitzicht en niet om een volledig vrij uitzicht. Een houtopstand mag het niet
                    onmogelijk maken op een veilige manier verkeersmanoeuvres uit te voeren. Dit
                    artikel is in eerste instantie bedoeld als handvat voor de gemeente om op te
                    treden tegen houtopstanden op particulier terrein maar kan ook gelden voor
                    openbare houtopstanden. In alle gevallen blijft het een beleidsafweging waarin
                    ook andere aspecten dan verkeersveiligheid meewegen.</al><al>Artikel 14: Afstand tot de erfgrens</al><al>Artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek geeft in lid 2 de vrijheid aan gemeenten
                    om in hun verordening kleinere afstanden vast te stellen dan de daar genoemde
                    twee meter voor bomen en een halve meter voor heesters en heggen. Er zijn
                    verschillende redenen aan te voeren om deze wettelijk bepaalde afstand te
                    verkleinen:</al><lijst><li nr="-"><al>in het licht van de steeds kleinere tuinen in de nieuwe stedelijke
                            uitbreidingen is er zodoende een ruimere mogelijkheid om een boom of
                            haag te planten;</al></li><li nr="-"><al>in sommige gevallen worden gemeentelijke bomen dichter dan 2 meter uit
                            de erfgrens geplant. Met opname van dit artikel wordt op voorhand
                            juridische discussie hierover voorkomen;</al></li><li nr="-"><al>gezien de grote hoeveelheid van dit soort burengeschillen in ons land is
                            het inperken van het aantal geschillen door verkleining van de afstand
                            waarover geruzied kan worden, een belang op zich. In feite kan dit
                            artikel indirect dus mede bijdragen aan de bestrijding en vermindering
                            van burengeschillen, althans van de juridische aspecten van deze
                            geschillen. </al></li></lijst><al>De formulering is verder standaard conform de model-bomenverordening en geldend
                    in vele gemeenten.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>