<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR367203_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Marktverordening Gemeente Castricum 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Castricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-04-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Castricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-45328.html">gmb-2015-45328</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktverordening gemeente Castricum 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Gemeentewet, artikel 229, eerste lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, artikel 147, eerste lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-05-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de <extref doc="1.1:CVDR70732_2">Marktverordening Castricum 2005</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Marktverordening Gemeente Castricum 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Castricum;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van, 7 april 2015; </al><al>gelet op de <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147" struct="BWB">artikelen 147, eerste lid</extref>, <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149" struct="BWB">149</extref>
                        en <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229" struct="BWB">229,
                            eerste lid</extref>, aanhef en onder b van de Gemeentewet; </al><al>gezien het advies van de raadscarrousel d.d. 16 april 2015;</al><al>besluit vast te stellen de volgende:</al><al>Marktverordening Gemeente Castricum 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Castricum;</al></li><li nr="b."><al>de raad: de gemeenteraad van Castricum;</al></li><li nr="c."><al>markt: de door het college ingestelde weekmarkt;</al></li><li nr="d."><al>vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is
                                    verleend voor het innemen van een standplaats of
                                    standwerkerplaats en de persoon met een bedienvergunning;</al></li><li nr="e."><al>vaste standplaatsvergunning: vergunning voor het innemen van een
                                    standplaats voor bepaalde of onbepaalde tijd voor het uitoefenen
                                    van markthandel op de markt;</al></li><li nr="f."><al>dagplaatsvergunning: vergunning voor het innemen van een
                                    standplaats gedurende één dag voor het uitoefenen van
                                    markthandel op de markt;</al></li><li nr="g."><al>standwerkvergunning: een vergunning voor het innemen van een
                                    standwerkplaats;</al></li><li nr="h."><al>bedienvergunning: een vergunning voor het tegen betaling
                                    verstrekken van voedsel en/ of dranken aan marktkooplieden en
                                    standwerkers bestemd voor consumptie ter plaatse;</al></li><li nr="i."><al>standplaats: de ruimte die voor de duur van de weekmarkt is
                                    aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel door een
                                    marktkoopman;</al></li><li nr="j."><al>vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter
                                    beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;</al></li><li nr="k."><al>dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt
                                    gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste
                                    standplaats is toegewezen dan wel ingenomen door de houder van
                                    een vaste standplaatsvergunning;</al></li><li nr="l."><al>marktkoopman: een persoon die in het bezit is van een vaste- dan
                                    wel dagvergunning en zijn artikelen te koop aanbiedt op de
                                    markt;</al></li><li nr="m."><al>standwerker: een persoon die in het bezit is van een
                                    standwerkvergunning en publiek om zich heen verzamelt en dat
                                    door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen
                                    artikelen te kopen;</al></li><li nr="n."><al>standwerkplaats: de plaats die per marktdag ter beschikking
                                    wordt gesteld om te standwerken;</al></li><li nr="o."><al>anciënniteitslijst: de lijst van vergunninghouders met een vaste
                                    standplaats;</al></li><li nr="p."><al>marktmeester: de persoon die door het college is aangewezen om
                                    toezicht te houden op de markt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.Toepassingsgebied</nr></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de door het college ingestelde
                            weekmarkt die op gezette tijden wordt gehouden. Deze verordening is niet
                            van toepassing op de door het college ingestelde vrijmarkten en
                            braderieën.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichtingsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de weekmarkt stelt het college een inrichtingsplan vast, dat in
                                elk geval bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van de dag en de uren waarop de markt wordt
                                        gehouden (markttijd);</al></li><li nr="b."><al>een kaart van de markt;</al></li><li nr="c."><al>een lijst met artikelgroepen of branches;</al></li><li nr="d."><al>een maximum aantal standplaatsen per branche.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de kaart zijn de grenzen van de markt aangegeven en de plaatsen
                                die bestemd zijn voor vaste standplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een standplaats, bestemd voor de houder van een vaste
                                standplaatsvergunning, bij aanvang van de markt nog niet door de
                                vergunninghouder of diens plaatsvervanger is ingenomen, kan daarvoor
                                een dagplaatsvergunning worden afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het inrichtingsplan is gedurende de markttijd bij de markt aanwezig
                                en in te zien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder een vergunning een plaats op de weekmarkt in
                                te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vaste standplaatsvergunning geldt voor onbepaalde tijd en voor
                                de op de vergunning vermelde standplaats, tenzij de vergunning
                                anders bepaalt. Het college kan in bijzondere gevallen een andere
                                standplaats aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een dagplaatsvergunning geldt voor één dag en voor de op de
                                vergunning vermelde standplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden zonder standwerkvergunning als standwerker op te
                                treden op de markt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden, zonder bedienvergunning marktkooplieden en
                                standwerkers en degenen die hen vervangen of bijstaan tegen betaling
                                te voorzien van voedsel of dranken bestemd voor consumptie ter
                                plaatse. Een bedienvergunning geldt voor onbepaalde tijd, tenzij de
                                vergunning anders bepaalt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden
                                verbonden ter bescherming van de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een vergunning kan enkel worden verleend aan een handelingsbekwame
                                natuurlijk persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te
                                verrichten en die geen (andere) vaste standplaats vergunning heeft
                                voor de betrokken markt.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al><extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">Paragraaf
                                    4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrech</extref>t is niet van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvragen vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ten behoeve van het aanvragen van een vaste
                                standplaats-, dagplaats-, standwerkplaats-, of bedienvergunning
                                aanvraagformulieren vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag voor een vaste standplaatsvergunning worden in ieder
                                geval de volgende gegevens overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en voornamen, de geboortedatum en –plaats, het adres
                                        en de woonplaats van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager bij
                                        het innemen van de standplaats wil gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>het soort artikelen dat de aanvrager verhandelt;</al></li><li nr="d."><al>of de aanvrager elektriciteit wenst te gebruiken;</al></li><li nr="e."><al>of de aanvrager geluidsapparatuur wenst te gebruiken;</al></li><li nr="f."><al>of de aanvrager kook-, bak- en verwarmingsapparatuur wenst
                                        te gebruiken;</al></li><li nr="g."><al>een verzekeringsbewijs;</al></li><li nr="h."><al>een bewijs van inschrijving in de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="i."><al>een identificatiebewijs.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Afgelasting markt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op grond van dringende redenen besluiten dat de
                                markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, een ander
                                tijdstip of op een andere plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd te besluiten dat de markt niet zal
                                plaatsvinden indien het daartoe dringende redenen aanwezig
                                acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Bevoegdheden van de marktmeester</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De marktmeester is belast met het toewijzen van dag- en
                                standwerkplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De marktmeester is bevoegd namens het college die aanwijzingen te
                                geven die noodzakelijk zijn in het kader van het goed kunnen
                                functioneren van de markt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Mandaatverboden</titel></kop><al>De bevoegdheid tot het vaststellen van het inrichtingsplan kan niet
                            worden gemandateerd. De bevoegdheid tot wijzigen daarvan en die tot het
                            verlenen of intrekken van een vaste standplaatsvergunning of van een
                            bedienvergunning kan niet aan de marktmeester of een andere
                            toezichthouder worden gemandateerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen over het bepaalde in
                            deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Vaste-standplaatsvergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vrijgekomen standplaats; plaatsverbetering volgens
                                anciënniteitslijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van de houders van een vaste
                                standplaatsvergunning, met vermelding van de datum waarop de
                                betrokkenen voor het eerst een vaste standplaatsvergunning werd
                                verleend en met vermelding van de branche waartoe zij behoren of de
                                artikelen die zij verhandelen (anciënniteitslijst).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een standplaats vrijkomt die werd ingenomen door de houder van
                                een vaste standplaatsvergunning, kan deze op aanvraag worden
                                toegewezen aan de hoogstgeplaatste aanvrager op de
                                anciënniteitslijst in volgorde van de datum waarop hem voor het
                                eerst een vaste standplaatsvergunning werd verleend. Als de plaats
                                bestemd is voor een specifieke branche of artikelgroep, komt alleen
                                iemand in aanmerking die aan dat vereiste voldoet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Selectiestelsel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college maakt bekend dat voor de markt één of meer vaste
                                standplaatsvergunningen kunnen worden verleend, voor welke branche
                                of artikelgroep dit geldt en dat gegadigden voor een vergunning vóór
                                de daarbij genoemde datum daarvoor een aanvraag kunnen
                                indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bekendmaking geschiedt door openbare kennisgeving op de website
                                van de gemeente Castricum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beoordeling van de aanvragen kent het college punten toe aan
                                de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximum
                                aantal:</al><lijst><li nr="a."><al>of het assortiment van de gegadigde een gewenste toevoeging
                                        aan het markt assortiment vormt (30);</al></li><li nr="b."><al>de uitstraling van de uitstalling (30);</al></li><li nr="c."><al>het marktverleden van de gegadigde en de indruk die hij
                                        maakt (10);</al></li><li nr="d."><al>of bij de gegadigde sprake is van maatschappelijk
                                        verantwoord ondernemen (10).</al></li></lijst><al>Gegadigden komen in aanmerking in de volgorde van het aantal
                                toegekende punten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Overschrijven vaste standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wenst de houder van een vaste standplaatsvergunning niet langer zelf
                                gebruik te maken van de vergunning, is hij overleden, onder curatele
                                gesteld of arbeidsongeschikt dan kan het college op aanvraag van de
                                vergunninghouder, zijn erven of zijn curator de vergunning
                                overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of
                                ander persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, of zijn kind.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kan deze weg niet worden gevolgd, dan kan de vergunning op aanvraag
                                van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator worden
                                overgeschreven op een medewerker van de vergunninghouder of
                                mede-eigenaar van diens bedrijf als deze ten minste één jaar in
                                loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft
                                gefunctioneerd als mede-eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de
                                vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee
                                maanden nadien ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het vorenstaande afwijken voor zover de
                                toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou
                                hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in
                                verhouding tot en met de bepalingen te dienen doelen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanvraag tot overschrijving wordt alleen geweigerd als niet wordt
                                voldaan aan de uit dit artikel voortvloeiende eisen of aan een eis
                                waaraan een houder van een vaste standplaatsvergunning volgens deze
                                verordening moet voldoen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als de nieuwe vergunninghouder reeds over een vaste
                                standplaatsvergunning beschikt, wordt deze laatste ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Intrekking en vervallen vaste standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in:</al><lijst><li nr="a."><al>op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of</al></li><li nr="b."><al>twee maanden na diens overlijden of onder curatelestelling,
                                        tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend
                                        overeenkomstig artikel 12 van deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een vaste standplaatsvergunning voor bepaalde of
                                onbepaalde tijd intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning
                                        onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een
                                        persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft
                                        gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze
                                        verordening gestelde bepaling heeft overtreden;</al></li><li nr="c."><al>als van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen
                                        gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="d."><al>als de vergunninghouder niet of niet tijdig het
                                        verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond
                                        van <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229" struct="BWB">artikel 229 van de
                                        Gemeentewe</extref>t.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald
                                dat de toegewezen standplaats vervalt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 14 van deze
                                verordening aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk bij
                                aanvang van de markt heeft ingenomen, vervalt de vergunning voor de
                                rest van de dag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een vaste standplaatsvergunning kan de hem toegewezen
                                standplaats laten innemen door een vervanger voor in totaal ten
                                hoogste 25 procent van het aantal marktdagen per jaar. Daarvan doet
                                hij zo mogelijk tevoren mededeling aan de marktmeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten
                                -behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid- en
                                verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de
                                vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de
                                vervanger. De vergunninghouder blijft te allen tijde
                                eindverantwoordelijk.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Dagplaatsen, standwerkers en bediening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Dagplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een dagplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen van een
                                standplaats voor het uitoefenen van markthandel op de markt op
                                plaatsen die daarvoor ingevolge het inrichtingsplan in aanmerking
                                komen en op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder
                                van een vaste standplaatsvergunning omdat voor de plaats geen
                                vergunning geldt, de vergunning is vervallen of omdat de
                                vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is
                                voorzien in vervanging overeenkomstig artikel 14.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking degenen die
                                daarvoor die dag vóór 9.00 uur bij de marktmeester een aanvraag
                                hebben ingediend, voldoen aan een eventueel van toepassing zijnde
                                branche- of artikelgroep vereiste en die niet zijn uitgesloten omdat
                                zij gedurende één of meer van de voorafgaande vier marktdagen:</al><lijst><li nr="a."><al>zich op de markt schuldig hebben gemaakt aan wangedrag,
                                        bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde
                                        bepaling hebben overtreden, of</al></li><li nr="b."><al>niet tijdig het verschuldigde marktgeld hebben voldaan dat
                                        wordt geheven op de grondslag van <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229" struct="BWB">artikel 229 van de
                                        Gemeentewet</extref>.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ten aanzien van een gegadigde bepalen dat een
                                uitsluitingsgrond niet geldt of dat voor de toepassing van het
                                vorige lid een langere termijn in aanmerking wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De dagplaatsvergunningen worden verstrekt aan de in aanmerking
                                komende gegadigden op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
                                Gegadigden die een artikel of artikelsoort wensen te verkopen dat
                                nog niet op de markt verkrijgbaar is, hebben daarbij voorrang.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een dagplaatsvergunning kan niet worden overgedragen. De
                                vergunninghouder kan zich niet laten vervangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Standwerkvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een standwerkvergunning kan worden verleend met overeenkomstige
                                toepassing van artikel 15, tweede tot en met vijfde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een standwerkvergunning geldt voor de in de vergunning vermelde dag
                                en plaats en voor de in de vergunning omschreven artikelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Bedienvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op aanvraag een bedienvergunning verlenen. De
                                vergunning vermeldt welke artikelen van deze verordening van
                                toepassing zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 13, tweede lid is overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Algemene bepalingen voor vergunninghouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Bijstaan op de markt</titel></kop><al>De houder van een vaste standplaats-, dagplaats-, standwerk-, of
                            bedienvergunning kan zich doen bijstaan door een of meer andere personen
                            van 16 jaar of ouder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Legitimatieplicht</titel></kop><al>Degene die een standplaats of een standwerkplaats wenst in te nemen of
                            inneemt op de markt, of die handelt met een bedienvergunning, is op
                            eerste verzoek van de marktmeester verplicht aan te tonen dat hij
                            daartoe gerechtigd is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Markttijden in acht nemen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de vergunninghouder verboden meer dan drie uur voor aanvang
                                en meer dan twee uur na afloop van de markt ruimte in te nemen of te
                                doen innemen op het marktterrein met een voertuig, met goederen of
                                anderszins, of goederen aan- of af te voeren of te laten aan- of
                                afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunninghouder neemt zijn standplaats of standwerkplaats in
                                tot de sluitingstijd van de markt, behoudens op aanvraag door het
                                college verleende ontheffing. Aan een ontheffing kunnen
                                voorschriften en beperkingen worden verbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Markt schoonhouden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunninghouder is verplicht afval, waaronder
                                verpakkingsmateriaal, dat tijdens de door hem uitgeoefende verkoop
                                vrij komt zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet
                                wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden
                                verwijderd. Hij voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt
                                af of laat het afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats
                                of standwerkplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de
                                markt veegschoon achter te laten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Doorgang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de vergunninghouder verboden meer ruimte in te nemen dan is
                                toegewezen. Extra marktkramen kunnen slechts op de toegewezen
                                standplaats of standwerkplaats worden geplaatst na toestemming van
                                de marktmeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de vergunninghouder verboden de doorgang tussen de kramen en
                                de loopruimte voor de standplaatsen of standwerkplaatsen op
                                enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen gegarandeerd looppad is van 3 meter breed en 2,05 meter
                                hoog mag men niet voor de standplaats of standwerkplaats uitpakken,
                                ongeacht of gebruik wordt gemaakt van eigen materiaal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Algemene brandveiligheidsnormen</titel></kop><al>In het kader van brandpreventie gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>elektrische verlichting dient zo te worden gemonteerd dat deze
                                    niet in aanraking kan komen met gemakkelijk brandbare
                                    stoffen;</al></li><li nr="b."><al>losse kabels, die in de looppaden op de grond liggen, moeten
                                    afgedekt worden met afdekmatten, zulks ter goedkeuring van de
                                    marktmeester;</al></li><li nr="c."><al>bij elke gelegenheid waar gebakken of gebraden wordt moet een
                                    doelmatig blusapparaat, alsmede een deksel voor afsluiting van
                                    de pan(nen) aanwezig zijn (bijvoorbeeld een schuimblusser met
                                    een vulling van ten minste 4 kg of een poederblusser met een
                                    vulling van ten minste 6 kg);</al></li><li nr="d."><al>de aanwezige brandblussers dienen goedgekeurd te zijn door een
                                    erkend keuringsbedrijf en voorzien te zijn van een geldige
                                    keuringssticker;</al></li><li nr="e."><al>gasflessen moeten voorzien zijn van een door de Dienst
                                    Stoomwezen erkend geldig keurmerk. De verbinding tussen de
                                    gasfles(en) en het gaskomfoor dient te bestaan uit een metalen
                                    leiding of een goedgekeurde GIVEG-slang met een maximale lengte
                                    van 10 meter. De slang dient met deugdelijke slangklemmen
                                    verbonden te zijn met de gasfles(en);</al></li><li nr="f."><al>gasflessen mogen slechts in dagvoorraad aanwezig zijn;</al></li><li nr="g."><al>lege of niet in gebruik zijnde gasflessen moeten buiten een
                                    kraam of wagen zijn opgesteld. In gebruik zijnde flessen moeten
                                    op een goed geventileerde plaats zijn opgesteld;</al></li><li nr="h."><al>emballage en verpakkingsmateriaal mogen niet in of nabij open
                                    vuur aanwezig zijn;</al></li><li nr="i."><al>ballonnen met brandbaar gas gevuld mogen niet aanwezig
                                    zijn;</al></li><li nr="j."><al>het gebruik van vloeibare LPG is toegestaan;</al></li><li nr="k."><al>ondergrondse brandkranen dienen vrij gehouden te worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Elektra</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De navolgende eisen worden gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>elektriciteitskabels dienen een nominale kerndoorsnede van
                                        tenminste 1,5 kubieke millimeter te hebben;</al></li><li nr="b."><al>de kabellengte dient maximaal 25 meter te bedragen, tenzij
                                        anders bepaald en de veiligheid gewaarborgd is;</al></li><li nr="c."><al>het gebruik van bouwlampen en straalkachels is niet
                                        toegestaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de vergunninghouder zonder ontheffing van het college
                                verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de verlichting van zijn standplaats of standwerkplaats
                                        gebruik te maken van andere dan elektrische
                                        verlichting;</al></li><li nr="b."><al>elektrische stroom van een ander te betrekken dan degene die
                                        door het college voor het leveren van elektriciteit is
                                        aangewezen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Geluidsapparatuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de vergunninghouder verboden gebruik te maken van
                                luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het
                                geluid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen onder door hen te stellen voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Kook-, bak- en verwarmingsapparatuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de vergunninghouder verboden kook-, bak- en
                                verwarmingsapparatuur te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen onder door hem te stellen voorwaarden, deze worden vermeld
                                in de verstrekte vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het plaatsen van verwarmingsapparatuur (op gas of
                                elektriciteit) voor producten en personen dient toestemming van de
                                marktmeester te worden verkregen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde zijn belast de door het college aangewezen
                            marktmeester en de overige door hen aangewezen toezichthouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>De marktmeester kan een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of
                            vervangt bevelen zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze
                            zich op de markt schuldig maakt of heeft gemaakt aan wangedrag of aan
                            bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft
                            overtreden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De <extref doc="1.1:CVDR70732_2" struct="CVDR">Marktverordening
                                    gemeente Castricum 2005</extref> wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De krachtens de <extref doc="1.1:CVDR70732_2" struct="CVDR">Marktverordening gemeente Castricum 2005</extref> vastgestelde
                                anciënniteitslijst geldt als lijst krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een krachtens de <extref doc="1.1:CVDR70732_2" struct="CVDR">Marktverordening gemeente Castricum 2005</extref> verleende
                                vergunning of ontheffing geldt als vergunning of ontheffing verleend
                                krachtens deze verordening. Het college kan deze ambtshalve
                                vervangen door een vergunning of ontheffing krachtens deze
                                verordening. Ambtshalve vervanging kan gepaard gaan met een
                                wijziging van beperkingen en voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning of ontheffing die zijn ingediend onder de
                                    <extref doc="1.1:CVDR70732_2" struct="CVDR">Marktverordening
                                    gemeente Castricum 2005</extref> maar waarop nog niet is
                                beschikt bij het in werking treden van deze verordening, worden
                                afgehandeld overeenkomstig deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degenen die daags voor het in werking treden van deze verordening op
                                de wachtlijststonden, behouden de rechten die daaruit volgens de op
                                die dag geldende regels voortvloeien gedurende één jaar na de
                                inwerkingtreding van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente
                            Castricum 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Castricum op </al></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2015-05-20">30 april 2015.</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening>de griffier, mr. V.H.Hornstra</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, drs. A. Mans</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting bij de Marktverordening gemeente Castricum
                        2015</titel></kop><al>De gemeenteraad heeft ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet (hierna:Gemw) de
                    bevoegdheid om verordeningen op te stellen die hij in het belang van de gemeente
                    nodig oordeelt. Het vaststellen van de Marktverordening is één van de
                    verordenende bevoegdheden van de raad. </al><al>Het doel van deze verordening is in principe tweeledig. Ten eerste worden
                    hiermee de kaders gecreëerd om de markt zodanig te (her)organiseren dat de
                    gemeentelijke belangen beschermd worden en dat de markt tegelijkertijd
                    aantrekkelijk blijft voor zowel consumenten als marktkooplieden en- voor zover
                    de gemeente daar invloed op kan uitoefenen- dat er een divers aanbod is dat van
                    goede kwaliteit is. Ten tweede heeft deze verordening tot doel dit alles op een
                    overzichtelijke, duidelijke manier te regelen, ontdaan van overbodige regels en
                    administratieve lasten.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting bij de Marktverordening
                    gemeente Castricum 2015</tussenkop><tussenkop><vet>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</vet></tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepaling </tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al><tussenkop>Artikel 2.Toepassingsgebied </tussenkop><al>Op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Gemw kunnen
                    burgemeester en wethouders jaarmarkten of gewone marktdagen instellen(en
                    afschaffen of veranderen). Deze marktverordening is van toepassing op de
                    weekmarkt die in Castricum op vrijdag wordt gehouden. </al><tussenkop>Samenloop met APV</tussenkop><al>De regulering van andere ambulante handel dan waarop deze verordening van
                    toepassingis, is te vinden in de Model-Algemene Plaatselijke Verordening
                    (hierna: Model-APV). Artikel2:25 van de APV bevat bijvoorbeeld het
                    vergunningstelsel voor evenementen, zoalsbraderieën. </al><tussenkop>Artikel 3. Inrichtingsplan</tussenkop><al>Dit artikel schrijft voor dat het college een inrichtingsplan vast dient te
                    stellen en regelt wat daarin geregeld moet en kan worden. Zo kan onder andere
                    bepaald worden wat de markttijd is en welke delen van de markt bestemd zijn voor
                    welke marktactiviteiten. Ieder inrichtingsplan dient voorzien te zijn van een
                    kaart waarop het hierboven genoemde is aangegeven.</al><tussenkop>Artikel 4. Vergunningen</tussenkop><al>Vaste-standplaatsvergunningen gelden in beginsel voor onbepaalde tijd, maar hier
                    kan inindividuele gevallen van worden afgeweken (tweede lid). Bijvoorbeeld als
                    gewerkt wordt met een ‘proefperiode’. Dit blijkt dan uit de vergunning. Bij
                    bijzondere gevallen kan een andere standplaats worden aangewezen. Daarbij kan
                    gedacht worden aan zaken als extreme weersomstandigheden, noodzakelijke
                    reconstructiewerkzaamheden, bepaalde evenementen. Een standplaatsvergunning kan
                    beperkt worden tot het verkopen van bepaalde typenproducten. </al><al>Door de koppeling van de vergunning aan een natuurlijke persoon en eventueel de
                    beperking tot één vergunning per persoon per markt of voor de gemeente wordt een
                    zo eerlijk mogelijke verdeling van vergunningen bewerkstelligd. Uiteraard kan
                    het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van
                    een rechtspersoon. Ook dan wordt een natuurlijke persoon (bijvoorbeeld de
                    bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is dus niet mogelijk de
                    vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen. </al><al>Doordat de eis van handelingsbekwaamheid (artikel 32, Boek 3 van het Burgerlijk
                    Wetboek) niet gekoppeld is aan een minimumleeftijd (zevende lid) komen ook
                    zestien- en zeventienjarigen aan wie door de kantonrechter handlichting is
                    verleend in aanmerking voor een vergunning. Handlichting betekent dat de
                    minderjarige zelf al de beslissingen mag nemen zonder dat daar toestemming van
                    de ouders voor nodig is. Als de kantonrechter handlichting verleend geldt dit
                    niet meer, de minderjarige heeft dan zelf volledige
                        beslissingsbevoegdheid<cursief>.</cursief> Er is geen reden om minderjarigen
                    die in het rechtsverkeer als handelingsbekwaam beschouwd worden, van de
                    vergunning uit te sluiten. Het vereiste ‘gerechtigd in Nederland arbeid te
                    verrichten’ ziet met name op vreemdelingen die een vergunning ingevolge de Wet
                    arbeid vreemdelingen nodig hebben. De aanvrager van de vergunning mag niet meer
                    dan één vaste-standplaatsvergunning hebben voor de weekmarkt. </al><tussenkop>Artikel 5. Aanvragen vergunning</tussenkop><al>Het college stelt aanvraagformulieren ter beschikking voor het aanvragen van
                    vaste-, dag-, standwerker en bedienvergunningen. </al><al>In het tweede lid van dit artikel staan de voorwaarden vermeld waaraan de
                    aanvraag van een vaste standplaatsvergunning moet voldoen. </al><tussenkop>Artikel 6. Afgelasting markt</tussenkop><al>Dit artikel bepaald dat het college de markt bij dringende reden op een andere
                    dag, een ander tijdstip, op een andere plaats of in het geheel niet kan laten
                    plaatsvinden. Onder dringende redenen wordt o.a. verstaan: extreme
                    weersomstandigheden, nationale feestdagen, riool- en wegwerkzaamheden,
                    herinrichting en renovatie werkzaamheden en wegomleidingen. </al><tussenkop>Artikel 7. Bevoegdheden van de Marktmeester</tussenkop><al>Op grond van artikel 156 eerste lid van de Gemw is het college bevoegd om
                    toezichthouders aan te wijzen. Eén van deze toezichthouders is de marktmeester.
                    De marktmeester draagt zorg voor een goed verloop van de markt in de gemeente en
                    treedt op als eerste aanspreekpunt voor marktondernemers naar de gemeente toe. </al><tussenkop>Artikel 8. Mandaatverboden</tussenkop><al>De Raad kan op grond van artikel 156 eerste lid van de Gemw bevoegdheden
                    overdragen aan het college. Eén van de bevoegdheden van het college is om het
                    inrichtingsplan vast te stellen dan wel te wijzigen en vaste
                    standplaatsvergunningen of bedienvergunningen te verstrekken dan wel in te
                    trekken. Deze bevoegdheden kunnen niet worden gemandateerd aan een ander. </al><tussenkop>Artikel 9. Nadere regels</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2. Vaste-standplaatsvergunningen</tussenkop><tussenkop>Artikel 10. Vrijgekomen standplaats; plaatsverbetering
                    volgens anciënniteitslijst </tussenkop><al>Als een vaste standplaats vrijkomt, kan deze op aanvraag worden toegewezen aan
                    de hoogstgeplaatste op de door het college bijgehouden anciënniteitslijst.
                    Artikel 10 ziet dus niet op de verlening van nieuwe vergunningen, maar alleen op
                    een wijziging van een reeds verleende vergunning vanwege de toewijzing van een
                    andere, (veelal) betere vaste standplaats.</al><tussenkop>Artikel 11. Selectiestelsel</tussenkop><al>In dit artikel is een selectiestelsel uitgewerkt waarmee aanvragen voor de te
                    verlenen nieuwevaste-standplaatsvergunningen op bepaalde aspecten kunnen worden
                    beoordeeld. </al><tussenkop>Artikel 12. Overschrijven vaste
                    standplaatsvergunning</tussenkop><al>Dit artikel regelt de gevallen en voorwaarden waaronder het mogelijk is om vaste
                    standplaatsvergunningen over te schrijven op naam van de echtgenoot,
                    geregistreerde partner of ander persoon met wie de vergunninghouder duurzaam
                    samenwoonde, zijn kind of een medewerker van de vergunninghouder dan wel
                    mede-eigenaar van zijn bedrijf. De aanvraag tot overschrijving van de vergunning
                    moet binnen twee maanden na overlijden of onder curatelestelling worden
                    ingediend. Het gaat om overschrijving van een vaste standplaatsvergunning met
                    alle daaraan verbonden voorwaarden en beperkingen, waaronder dus de nader
                    bepaalde individuele standplaats.</al><tussenkop>Artikel 13. Intrekking en vervallen vaste
                    standplaatsvergunning</tussenkop><al>Een vaste standplaatsvergunning kan worden ingetrokken op verzoek van de
                    vergunninghouder dit kan voorkomen wanneer de vergunninghouder niet langer deel
                    wil nemen aan de markt. Wanneer de vergunninghouder is overleden of onder
                    curatele is gesteld wordt de vergunning na twee maanden ingetrokken, tenzij er
                    een aanvraag tot overschrijving is ingediend (zie artikel 12, derde lid) op naam
                    van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of ander persoon met wie hij
                    duurzaam samenwoonde, of zijn kind.</al><tussenkop>Artikel 14. Persoonlijk innemen standplaats;
                    vervanging</tussenkop><al>De markt vindt 52 weken per jaar op vrijdag plaats. Wanneer de houder van een
                    vaste standplaatsvergunning niet aanwezig kan zijn op de markt kan hij zich
                    gedurende 25 procent van het aantal marktdagen per jaar ( = 13 keer) laten
                    vervangen. De vergunninghouder dient hiervan melding te maken bij de
                    marktmeester. </al><tussenkop>Hoofdstuk 3. Dagplaatsen, standwerkers en
                    bediening</tussenkop><tussenkop>Artikel 15. Dagplaatsvergunning</tussenkop><al>Het verstrekken van een dagplaatsvergunning (eerste lid) kan zich bijvoorbeeld
                    voordoen als de vaste standplaatsvergunning voor de betrokken standplaats is
                    vervallen voor die marktdag, doordat de vergunninghouder niet tijdig is komen
                    opdagen; zie artikel 13.</al><al>Het in aanmerking nemen van een langere termijn (derde lid), betekent dat langer
                    dan vier marktdagen wordt ‘teruggekeken’ om te zien of de betrokkene zich heeft
                    misdragen of in gebreke is gebleven met de betaling van zijn marktgeld. </al><tussenkop>Artikel 16. Standwerkvergunning</tussenkop><al>Voor het verlenen van een standwerkvergunning geldt de procedure zoals deze ook
                    geldt voor het verlenen van een vaste standplaats- en dagplaatsvergunning. </al><tussenkop>Artikel 17. Bedienvergunning</tussenkop><al>Een bedienvergunning kan worden verleend aan een persoon die tijdens de markt de
                    marktkooplieden en standwerkers tegen betaling wil voorzien van voedsel en
                    dranken. De houder van een bedienvergunning heeft een vaste standplaats op de
                    markt, voor zijn eigen koffiewagentje. De houder van de bedienvergunning loopt
                    gedurende de markt langs de standplaatsen en standwerkplaatsen om voedsel en
                    dranken te serveren. Een bedienvergunning geldt voor onbepaalde tijd, tenzij de
                    vergunning anders bepaalt. </al><tussenkop>Hoofdstuk 4. Algemene bepalingen voor
                    vergunninghouders</tussenkop><tussenkop>Artikel 18. Bijstaan op de markt</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 19. Legitimatieplicht</tussenkop><al>Bij dagplaatsvergunninghouders, standwerkers of houders van een bedienvergunning
                    kan eventueel aan de vergunning een voorschrift verbonden worden dat ze aan
                    klanten een vorm van contactgegevens dienen te verschaffen. Van hen is het niet
                    zonder meer waarschijnlijk dat ze geregeld zullen terugkeren op de markt. Een
                    klant die zijn product wil terugbrengen, heeft dus aan andere mogelijkheid tot
                    later contact nodig. </al><tussenkop>Artikel 20. Markttijden in acht nemen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 21. Markt schoonhouden</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 22. Doorgang</tussenkop><al>De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid op de markt. In de
                    handreiking “Veiligheid op de markt” zijn richtlijnen opgenomen voor iedereen
                    die bij de organisatie van de markt is betrokken. De inhoud is ontwikkeld in
                    samenwerking met de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH), de
                    Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR), de
                    Nederlandse Vereniging van gemeentelijke Marktbeheerders (NVgM) en de Vereniging
                    van Nederlandse Gemeente (VNG).</al><al>In de handreiking zijn o.a. richtlijnen opgenomen voor de veiligheid op het
                    marktterrein. </al><al>In dit artikel zijn de richtlijnen uit de handreiking opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 23. Algemene Brandveiligheidsnormen</tussenkop><al>De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid op de markt. In de
                    handreiking “Veiligheid op de markt” zijn richtlijnen opgenomen voor iedereen
                    die bij de organisatie van de markt is betrokken. In de handreiking zijn o.a.
                    richtlijnen opgenomen voor brandveiligheid. </al><al>In dit artikel zijn de richtlijnen uit de handreiking opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 24. Elektra</tussenkop><al>Personen met een vergunning voor de weekmarkt kunnen gebruik maken van de
                    elektriciteit die door de gemeente beschikbaar wordt gesteld. </al><tussenkop>Artikel 25. Geluidsapparatuur</tussenkop><al>Het gebruik van geluidsapparatuur is verboden. In het tweede lid staat
                    aangegeven dat het college ontheffing kan verlenen voor het in het eerste lid
                    genoemde verbod. De voorwaarden op basis waarvan het college ontheffing kan
                    verlenen worden vermeld in de verstrekte vergunning. </al><tussenkop>Artikel 26. Kook-, bak- en
                    verwarmingsapparatuur</tussenkop><al>In het tweede lid staat aangegeven dat het college ontheffing kan verlenen van
                    de in het eerste lid genoemde verbod gebruik te maken van kook-, bak en
                    verwarmingsapparatuur. Wanneer het college ontheffing verleend worden de
                    voorwaarden vermeld in de verstrekte vergunning.</al><tussenkop>Hoofdstuk 5. Handhaving</tussenkop><tussenkop>Artikel 27. Toezichthouders</tussenkop><al>Op grond van artikel 156 eerste lid van de Gemw is het college bevoegd om
                    toezichthouders aan te wijzen. In de bevoegdhedenregeling gemeente Castricum is
                    geregeld welke functionarissen bij mandaat besluiten mogen nemen. Deze zijn
                    vermeld in het bij die regeling horende bevoegdhedenregister gemeente
                    Castricum.</al><tussenkop>Artikel 28. Onmiddellijke verwijdering</tussenkop><al>In artikel 125 van de Gemw is bepaald dat het gemeentebestuur onder andere ter
                    uitvoeringvan gemeentelijke verordeningen de bevoegdheid heeft een last onder
                    bestuursdwang op teleggen. Artikel 28 geeft het college de bevoegdheid om een
                    bijzonderevorm van bestuursdwang (verwijdering) toe te passen als een
                    vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog op de markt of bij
                    andere overtredingen van de marktverordening.</al><al>Bij deze vorm van bestuursdwang wordt spoedeisendheid als bedoeld in artikel
                    5:31, eerstelid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), verondersteld. Dan kan
                    de bestuursdwang worden toegepast zonder voorafgaande last. Bij zéér
                    spoedeisende gevallen, waarbij een besluit niet kan worden afgewacht, kan
                    bestuursdwang onmiddellijk worden toegepast (artikel 5:31, tweede lid, van de
                    Awb). Wel dient het besluit in dat geval achteraf alsnog (schriftelijk) aan
                    betrokkenen bekendgemaakt te worden overeenkomstig artikel 5:31, tweede lid, van
                    de Awb jo. artikel 5:24, derde lid, van de Awb. Het hangt van de omstandigheden
                    van het geval af of er sprake is van een spoedeisend geval, of misschien zelfs
                    van een zeer spoedeisend geval.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6. Slotbepalingen </tussenkop><tussenkop>Artikel 29. Intrekking oude verordening en
                    overgangsrecht</tussenkop><al>Deze marktverordening vervangt de oude marktverordening. </al><tussenkop>Artikel 30. Beslissing van het college in gevallen waarin
                    de verordening niet voorziet </tussenkop><al>Dit artikel is een vangnetbepaling en behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 31. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 32. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>