<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR366848_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Ferm Werk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bodegraven-Reeuwijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oudewater</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-82086.html">Gemeenteblad, 2014, 82086</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=8b&amp;g=2015-01-01">artikel 8b Participatiewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0004044&amp;artikel=35&amp;g=01-01-2015">artikel 35 Ioaw</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0004163&amp;artikel=35&amp;g=01-01-2015">artikel 35 Ioaz</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Besluit algemeen bestuur</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Participatie &amp; Inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Het algemeen bestuur van Ferm Werk</vet></al><lijst><li nr="-"><al><vet>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 december
                                    2014; </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>gelet op:</vet></al><lijst><li nr="-"><al><vet>artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet, </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>artikel 8b van de Participatiewet, </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>artikel 35, eerste lid, onderdeel c, van de Wet
                                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers en </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>artikel 35, eerste lid, onderdeel c, van de Wet
                                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</vet></al></li></lijst></li><li nr="-"><al><vet>overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te
                                    stellen met betrekking tot het bestrijden van misbruik en
                                    oneigenlijk gebruik van de Participatiewet, Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>gezien de zienswijze van:</vet></al><lijst><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Woerden d.d. 10
                                            november 2014, </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk
                                            d.d. 17 december 2014, </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Montfoort d.d. 15
                                            december 2014, </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Oudewater d.d. 23
                                            oktober 2014, </vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>en het advies van de: </vet></al><lijst><li nr="-"><al><vet>Regionale adviesraad Werk en Bijstand d.d. 15 november
                                    2014,</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>Stichting Puree d.d. 18 november 2014,</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>Participatieraad gemeente Montfoort d.d. 23 oktober 2014,</vet></al></li></lijst><al/><al><vet>besluit vast te stellen de </vet></al><al/><al><vet>Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet,
                            de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en
                            gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de
                            Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de
                                    gemeenschappelijke regeling Ferm Werk. </al></li><li nr="b."><al>Algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke
                                    regeling Ferm Werk. </al></li><li nr="c."><al>Wet: de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ.</al></li><li nr="d."><al>Uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet,
                                    alsmede een uitkering op grond van de IOAW en de IOAZ.</al></li><li nr="e."><al>Re-integratievoorziening: voorzieningen bedoeld in artikel 7,
                                    eerste lid onder a van de Participatiewet en artikel 34, eerste
                                    lid onder a van de IOAW en de IOAZ en zoals beschreven in
                                    hoofdstuk 3 van de Participatieverordening 2015 GR Ferm Werk
                                </al></li><li nr="f."><al>Handhaven: bewerkstelligen dat de wet wordt nageleefd.</al></li><li nr="g."><al>Fraude: het niet (tijdig) mededelen van alle feiten en
                                    omstandigheden waarvan het voor de belanghebbende redelijkerwijs
                                    duidelijk moet zijn dat deze informatie van invloed kan zijn op
                                    zijn het recht, de hoogte of de duur van de uitkering.</al></li><li nr="h."><al>Misbruik: het verwijtbaar ontvangen van een uitkering in strijd
                                    met de wettelijke voorschriften.</al></li><li nr="i."><al>Oneigenlijk gebruik: het ontvangen van een uitkering volgens de
                                    regels van de wet, maar in strijd met of buiten de bedoeling die
                                    bij de totstandkoming van die wet heeft bestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Fraudepreventie</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur voert bij de uitvoering van de wet een actief
                        fraudepreventiebeleid. Onderdeel daarvan is het informeren van de
                        belanghebbenden over de rechten en plichten die ingevolge de wet of een op
                        de wet gebaseerde verordening aan het ontvangen van een uitkering of
                        re-integratievoorziening zijn verbonden, en over de consequenties van
                        misbruik en oneigenlijk gebruik.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter nadere uitvoering van deze verordening stelt het algemeen bestuur
                            elke 2 jaar een (handhavings-) beleidsplan vast, met daarin het te
                            voeren beleid op het gebied van handhaving, bestrijding van misbruik en
                            oneigenlijk gebruik van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde plan omvat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de visie op handhaving en handhavingsdoelen;</al></li><li nr="b."><al>de voorlichting en informatievoorziening aan
                                    belanghebbenden;</al></li><li nr="c."><al>de verschillende soorten onderzoeken;</al></li><li nr="d."><al>de samenwerking op het gebied van handhaving met
                                    ketenpartners;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks aan het algemeen bestuur een
                            beleidsverslag aan waarin wordt beschreven of de gestelde doelen voor
                            dat jaar op het gebied van de handhaving zijn gehaald en de redenen
                            waarom de doelen wel of niet zijn gehaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het opstellen van beleidsregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt beleidsregels op waarin de visie en de
                            beleidsdoelen uit het beleidsplan nader worden uitgewerkt. Deze regels
                            worden zo nodig jaarlijks aangepast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt binnen de kaders van de wet beleidsregels op
                            voor de terug- en invordering van bijstand waarin ten minste tot
                            uitdrukking komt:</al><lijst><li nr="a."><al>in welke gevallen wordt afgezien van terugvordering;</al></li><li nr="b."><al>de frequentie van debiteurenonderzoeken;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan invordering en
                                    debiteurenbeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur doet stelselmatig onderzoek naar de rechtmatigheid
                            van de uitkering en kan daarbij gebruikmaken van huisbezoeken,
                            heimelijke waarnemingen, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen,
                            alsmede van de samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het dagelijks
                            bestuur onderzoekt daarnaast de overige signalen en tips die relevant
                            zijn voor het recht op uitkering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij beëindiging van de uitkering doet het dagelijks bestuur onderzoek
                            naar de reden van de beëindiging en neemt het op basis daarvan besluiten
                            met betrekking tot de rechtmatigheid van de uitkering en de wederzijds
                            tussen het dagelijks bestuur en de belanghebbende resterende
                            verplichtingen en de afhandeling daarvan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onderzoeken als bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen ook
                            uitgevoerd worden met betrekking tot het gebruik van een
                            re-integratievoorziening en de bijzondere bijstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inzenden onderzoeksbevindingen naar het Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Indien een gedraging van belanghebbende als bedoeld in artikel 18a van de
                        Participatiewet leidt tot benadeling van Ferm Werk, worden de bevindingen
                        van het strafrechtelijk onderzoek naar het Arrondissementsparket gezonden
                        conform de vigerende Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude van het Openbaar
                        Ministerie, onverminderd de mogelijkheid de ten onrechte ontvangen uitkering
                        terug te vorderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De </al><lijst><li nr="-"><al>Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Woerden 2013;
                            </al></li><li nr="-"><al>Verordening handhaving WWB, IOAW en IOAZ 2012; </al></li><li nr="-"><al>Handhavingsverordening WWB, WIJ, IOAW, IOAZ Montfoort 2011; </al></li><li nr="-"><al>Handhavingsverordening WWB, WIJ, IOAW, IOAZ gemeente Oudewater 2010;
                            </al></li></lijst><al>vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 7 februari 2014,
                        worden ingetrokken per 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Handhavingsverordening GR
                                Ferm Werk 2015.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van het algemeen bestuur van Ferm Werk
                        gehouden op 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Y.Koster-Dreese</ondertekening><ondertekening>voorzitter algemeen bestuur Ferm Werk </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>I. Korte</ondertekening><ondertekening>secretaris algemeen bestuur Ferm Werk</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting </titel></kop><al><vet>Bestuursorganen</vet></al><al>Op grond van artikel 5 lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Ferm Werk
                    hebben de raden en de colleges van burgemeester en wethouders hun bevoegdheden
                    overgedragen aan de betreffende bestuursorganen van de GR Ferm Werk. Om die
                    reden wordt in deze verordening gesproken over het algemeen bestuur waar het
                    gaat om een bevoegdheid van de gemeenteraad en over dagelijks bestuur waar het
                    gaat om een bevoegdheid van het college. </al><al>Het algemeen bestuur is verplicht is bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                    Participatiewet.</al><al>Er wordt in de wet geen nadere aanduiding gegeven over wat er precies in de
                    verordening geregeld moet worden. Het dagelijks bestuur heeft op dit punt
                    beleidsvrijheid. In deze verordening stelt het algemeen bestuur de regels voor
                    het handhavingsbeleid op hoofdlijnen vast. Het dagelijks bestuur heeft de
                    mogelijkheid om nadere invulling te geven aan de verordening in de vorm van een
                    beleidsplan en beleidsregels. In het beleidsplan en de beleidsregels wordt nader
                    uitgewerkt hoe Ferm Werk vorm geeft aan handhaving van de bestaande wet –en
                    regelgeving (binnen de kaders van deze verordening).</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting </titel></kop><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld. </al><al>Voor de handhavingsverordening is geen modelverordening beschikbaar. Derhalve
                    zijn bij het opstellen van de voorliggende verordening de laatste
                    handhavingsverordeningen van de IASZ en van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk als
                    uitgangspunt gebruikt. Dít is aangevuld met behulp van handhavingsverordeningen
                    van andere gemeenten in den lande. Op grond daarvan zijn in onderstaande ook
                    geen afwijkingen van de modelverordeningen en voorgelegde scenario’s
                    gemarkeerd.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de
                        Participatiewet, IOAW, IOAZ, Awb of de Gemeentewet niet afzonderlijk te
                        definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van
                        betreffende definities in de betreffende wetten ook de verordening moet
                        worden gewijzigd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Fraudepreventie</titel></kop><al>Dit artikel verplicht het dagelijks bestuur tot het voeren van een actief
                        fraudepreventiebeleid. Minimaal dienen de belanghebbenden te worden
                        geïnformeerd over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een
                        uitkering of re-integratievoorziening zijn verbonden, en over de
                        consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Ter nadere uitvoering van deze verordening stelt het algemeen bestuur elke
                        twee jaar een (handhavings) beleidsplan vast over het te voeren beleid op
                        het gebied van handhaving, bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik
                        van de wet.</al><al>Het genoemde plan omvat in elk geval een beschrijving van: </al><lijst><li nr="·"><al>de visie op handhaving en de handhavingsdoelen;</al></li><li nr="·"><al>de voorlichting en informatievoorziening aan belanghebbenden;</al></li><li nr="·"><al>de verschillende soorten handhavingsonderzoeken;</al></li><li nr="·"><al>de samenwerking op het gebied van handhaving met de
                                ketenpartners;</al></li></lijst><al>Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks aan het algemeen bestuur een
                        beleidsverslag aan waarin wordt beschreven of de gestelde doelen voor dat
                        jaar op het gebied van de handhaving zijn gehaald en de redenen waarom de
                        doelen wel of niet zijn gehaald.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het opstellen van beleidsregels</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur stelt beleidsregels op waarin de visie en de
                        beleidsdoelen uit het beleidsplan nader worden uitgewerkt. Het dagelijks
                        bestuur reguleert daarin de terug- en invordering van bijstand.</al><al>In deze regelingen komen ten minste tot uitdrukking:</al><lijst><li nr="·"><al>In welke gevallen er wordt teruggevorderd;</al></li><li nr="·"><al>De frequentie van debiteurenonderzoeken;</al></li><li nr="·"><al>Debiteurenbeheer en incassobeleid.</al></li></lijst><al>Deze beleidsregels worden zo nodig jaarlijks aangepast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Controle</titel></kop><al>Dit artikel verplicht het dagelijks bestuur om de rechtmatigheid van de
                        uitkering of de re-integratievoorziening en de bijzondere bijstand te
                        onderzoeken, en op welke wijze.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><al>Dit artikel verwijst naar artikel 18a van de Participatiewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inzenden onderzoeksbevindingen naar het Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Dit artikel bepaalt dat de Aanwijziging Sociale Zekerheidsfraude, zoals
                        opgesteld door het college van procureurs-generaal van het Openbaar
                        Ministerie (OM), moet worden nagevolgd. De Aanwijzing bepaalt onder meer dat
                        sociale zekerheidsfraude door een uitkeringsgerechtigde tot een nadeel van €
                        50.000 door het dagelijks bestuur wordt bestraft (op grond van artikel 18a
                        van de Participatiewet). Pas bij een hoger nadeel (of wanneer de fraudeur
                        geen uitkering meer ontvangt) moet aangifte worden gedaan bij het OM, waarna
                        de zaak strafrechtelijk zal worden afgedaan. In dat geval wordt geen
                        bestuurlijke boete opgelegd, tenzij het OM de zaak seponeert.</al><al>De aangiftegrens is per 1 januari 2013 verhoogd naar € 50.000. Dit betekent
                        dat fraudezaken met een benadelingsbedrag tot € 50.000 via het
                        bestuursrechtelijke traject afgedaan moeten worden. Hierop bestaan enkele
                        uitzonderingen, die zijn vastgelegd in paragraaf 2.2.1 van de Aanwijzing
                        sociale zekerheidsfraude. Het OM van het arrondissement Midden Nederland
                        heeft bepaald dat wanneer er sprake is van een uitzondering zoals bedoeld in
                        paragraaf 2.2.1 van de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude, de aangiftegrens
                        € 20.000 is. </al><al>De reden hiervoor is dat fraudeurs onvoldoende nadeel ondervinden als de
                        zaak bestuursrechtelijk wordt afgedaan. Indien een fraudezaak met een groot
                        benadelingsbedrag bestuursrechtelijk wordt afgedaan moet de betrokkene het
                        benadelingsbedrag en een boete ter hoogte van dit benadelingsbedrag terug
                        betalen. In de praktijk blijkt de betrokkene hier niet toe in staat. Er
                        wordt dan een betalingsregeling getroffen, waarbij de gemeente maandelijks
                        een deel van de terugvordering verrekend met de uitkering van de betrokkene.
                        De betrokkene zal hierdoor relatief weinig nadeel ondervinden als gevolg van
                        zijn overtreding. Dit verandert als de zaak niet bestuursrechtelijk, maar
                        strafrechtelijk wordt afgedaan. De betrokkene krijgt dan een taakstraf of
                        gevangenisstraf opgelegd. Uitgangspunt is dat de betrokkene dit als
                        nadeliger zal ervaren, dan een maandelijkse inhouding op zijn
                        uitkering.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>