<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR366846_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Tegenprestatie 2015 GR Ferm Werk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Ferm Werk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bodegraven-Reeuwijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oudewater</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-82017.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dFerm%2bWerk%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26sdt%3dDatumPublicatie%26pnr%3d2%26rpp%3d10%26_page%3d3%26sorttype%3d1%26sortorder%3d4&amp;resultIndex=25&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie 2015 GR Ferm Werk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/geldigheidsdatum_13-04-2015">Participatiewet, artikel 8a, lid 1, sub b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe wetgeving</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>besluit algemeen bestuur</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Participatie en Inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Tegenprestatie 2015 GR Ferm Werk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Het algemeen bestuur van Ferm Werk,</vet></al><lijst><li nr="-"><al><vet>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 december
                                    2014;</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de
                                    Participatiewet;</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>gezien de zienswijze van:</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>gezien de zienswijze van:</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Woerden d.d. 10 november 2014,
                                </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk d.d. 17
                                    december 2014, </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Montfoort d.d. 15 december
                                    2014, </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Oudewater d.d. 23 oktober 2014,
                                </vet></al></li></lijst><al><vet>en het advies van de: </vet></al><lijst><li nr="-"><al><vet>Regionale adviesraad Werk en Bijstand d.d. 15 november
                                    2014,</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>Stichting Puree d.d. 18 november 2014,</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>Participatieraad gemeente Montfoort d.d. 23 oktober 2014,</vet></al></li></lijst><al><vet>besluit vast te stellen de </vet></al><al/><al><vet>Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015 GR Ferm Werk</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                        worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de
                        Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. In deze verordening
                        wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is
                                redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar;</al></li><li nr="2."><al>mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een
                                hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door
                                personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening
                                rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke
                                hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt;</al></li><li nr="3."><al>maatschappelijk nuttige activiteiten: onbetaalde activiteiten van
                                algemeen nut, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg, die niet worden
                                verricht in het kader van een re-integratietraject;</al></li><li nr="4."><al>dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam
                                Ferm Werk;</al></li><li nr="5."><al>algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Ferm
                                Werk.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verslag over beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks aan het algemeen bestuur een
                            verslag over de uitvoering van het beleid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het jaarverslag, zoals bedoeld in het eerste lid, bevat het oordeel van
                            de cliëntenraad. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan onbeloonde maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als
                            tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: </al><lijst><li nr="a."><al>naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
                                    arbeidsmarkt; </al></li><li nr="b."><al>niet zijn bedoeld als re-integratieinstrument; </al></li><li nr="c."><al>worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
                                    organisatie waarin ze worden verricht; </al></li><li nr="d."><al>niet leiden tot verdringing;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                            beleidsregels vast waarin wordt vastgelegd welke aanvullende
                            werkzaamheden het dagelijks bestuur in ieder geval kan aanbieden en de
                            voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening
                            geen nadere bepalingen zijn opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan een belanghebbende met een grote afstand tot
                            de arbeidsmarkt, aan wie geen verplichting is opgelegd in het kader van
                            de arbeidsinschakeling of participatie (hoofdstuk 2.1, artikel 9 van de
                            Participatiewet) een tegenprestatie opdragen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het dagelijks bestuur
                            rekening met de volgende factoren: </al><lijst><li nr="a."><al>de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door
                                    een belanghebbende; </al></li><li nr="b."><al>de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
                                    belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen; </al></li><li nr="c."><al>de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende
                                    moeten in overweging worden genomen; </al></li><li nr="d."><al>als een belanghebbende al maatschappelijke activiteiten,
                                    mantelzorg of vrijwilligerswerk verricht, moet daarmee rekening
                                    worden gehouden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal drie maanden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een tegenprestatie wordt opgedragen voor minimaal vier uren per week en
                            maximaal twaalf uren per week. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur draagt geen tegenprestatie op indien geen
                        werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
                            </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie
                                2015 GR Ferm Werk.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van het algemeen bestuur van Ferm Werk
                        gehouden op 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Y.Koster-Dreese </ondertekening><ondertekening>voorzitter algemeen bestuur Ferm Werk </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>I. Korte</ondertekening><ondertekening>secretaris algemeen bestuur Ferm Werk</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting </titel></kop><al><vet>Bestuursorganen</vet></al><al>Op grond van artikel 5 lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Ferm Werk
                    hebben de raden en de colleges van burgemeester en wethouders hun bevoegdheden
                    overgedragen aan de betreffende bestuursorganen van de GR Ferm Werk. Om die
                    reden wordt in deze verordening gesproken over het algemeen bestuur waar het
                    gaat om een bevoegdheid van de gemeenteraad en over dagelijks bestuur waar het
                    gaat om een bevoegdheid van het college.</al><al>Het dagelijks bestuur is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen
                    een tegenprestatie te verrichten. Een belanghebbende van 18 jaar of ouder doch
                    jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag van melding gehouden
                    naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. Dit is vastgelegd in artikel 9,
                    eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De tegenprestatie bestaat uit
                    de plicht om naar vermogen door het dagelijks bestuur opgedragen onbeloonde
                    maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op
                    reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.</al><al><vet>Individuele omstandigheden </vet></al><al>Het dagelijks bestuur bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en
                    de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard,
                    de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij
                    moet het dagelijks bestuur de in deze verordening neergelegde criteria in acht
                    nemen. Als het dagelijks bestuur een tegenprestatie vraagt van belanghebbende,
                    moet het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden.
                    Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van
                    hem verwacht wordt.</al><al><vet>Geen tegenprestatie </vet></al><al>Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het dagelijks bestuur in
                    individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot het
                    verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, Participatiewet). Het
                    verrichten van zorgtaken kan ook een dringende reden opleveren. De plicht tot
                    tegenprestatie is niet van toepassing op een belanghebbende die volledig en
                    duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en
                    inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, Participatiewet). De plicht
                    tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op een alleenstaande ouder die
                    in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de
                    Participatiewet (artikel 9, zevende lid Participatiewet).</al><al><vet>Afstemmen </vet></al><al>Voor het niet nakomen van de tegenprestatie geldt dat kan worden afgestemd
                    overeenkomstig de Afstemmingsverordening 2015 GR Ferm Werk.</al><al><vet>Bevoegdheid opdragen tegenprestatie</vet></al><al>De bevoegdheid van het dagelijks bestuur om een belanghebbende te verplichten
                    naar vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012. De
                    regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een gelegenheid
                    is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk,
                    arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens de regering ook
                    noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.</al><al><vet>Tegenprestatie is geen re-integratieinstrument </vet></al><al>De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen
                    van een uitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft niet tot doel de
                    re-integratie van een belanghebbende te bevorderen, maar moet worden gezien als
                    een nuttige bijdrage aan de samenleving. De tegenprestatie is daarom naar zijn
                    aard niet gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als
                    re-integratieinstrument. Voorts mag een tegenprestatie het accepteren van
                    passende arbeid of van re-integratieinspanningen niet belemmeren. Immers, als
                    uitgangspunt geldt werk boven uitkering. Om die reden is er in deze verordening
                    voor gekozen om een tegenprestatie alleen op te leggen aan
                    uitkeringsgerechtigden met een lange afstand tot de arbeidsmarkt die geen
                    re-integratie activiteiten verrichten.</al><al><vet>Verordeningsplicht </vet></al><al>De Wet maatregelen WWB legt de gemeente de verplichting op om, per 1 januari
                    2015, bij verordening regels vast te stellen over het opdragen van een
                    tegenprestatie aan mensen met een bijstandsuitkering in de leeftijd van 18 jaar
                    tot de pensioengerechtigde leeftijd. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in
                    artikel 8a, eerste lid, onderdeel b Participatiewet. Het is aan het bestuur van
                    Ferm Werk om de duur, omvang en inhoud van de tegenprestatie te regelen..</al><al><vet>Ontwikkelen beleid door dagelijks bestuur</vet></al><al>Het Dagelijks bestuur heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van
                    het verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de
                    verordening tegenprestatie. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid, onderdeel c,
                    van de Participatiewet.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting </titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet
                        bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
                        deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze
                        verordening.</al><al/><al><vet>Korte afstand tot de arbeidsmarkt</vet></al><al>In artikel 1 van deze verordening is een definitie opgenomen van het begrip
                        'korte afstand tot de arbeidsmarkt'. Onder een korte afstand tot de
                        arbeidsmarkt wordt verstaan dat een persoon redelijkerwijs binnen één jaar
                        geschikt is voor deelname aan de arbeidsmarkt. Dit begrip is van belang in
                        verband met de mogelijkheid tot het opdragen van een tegenprestatie. Zie
                        hierover artikel 4 van deze verordening.</al><al/><al><vet>Grote afstand tot de arbeidsmarkt</vet></al><al>In artikel 1 van deze verordening is een definitie opgenomen van het begrip
                        'grote afstand tot de arbeidsmarkt'. Onder een grote afstand tot de
                        arbeidsmarkt wordt verstaan dat een persoon redelijkerwijs niet binnen één
                        jaar geschikt is voor deelname aan de arbeidsmarkt. Dit begrip is van belang
                        in verband met de mogelijkheid tot het opdragen van een tegenprestatie. Zie
                        hierover artikel 4 van deze verordening.</al><al/><al><vet>Mantelzorg </vet></al><al>In artikel 1 van deze verordening is de definitie opgenomen van mantelzorg.
                        Deze is gebaseerd op het begrip zoals dat wordt gehanteerd in de Wet
                        maatschappelijke ondersteuning. Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige
                        zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan
                        een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij
                        zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de
                        gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Uit kamerstukken
                        met betrekking tot het begrip 'mantelzorg' zoals neergelegd in de Wet
                        maatschappelijke ondersteuning volgt dat de vier belangrijkste kenmerken van
                        mantelzorg zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>er is een bestaande sociale relatie tussen de zorgvrager en de
                                zorgverlener; </al></li><li nr="b."><al>mantelzorg wordt niet verricht in een georganiseerd verband; </al></li><li nr="c."><al>het verrichten van mantelzorg is veelal geen bewuste keuze; </al></li><li nr="d."><al>het verlenen van mantelzorg is nooit afdwingbaar. </al></li></lijst><al>Het begrip 'mantelzorg' is van belang omdat artikel 4 van deze verordening
                        bepaalt dat het dagelijks bestuur bij het opleggen van een tegenprestatie
                        rekening houdt met het verrichten van mantelzorg.</al><al/><al><vet>Maatschappelijk nuttige activiteiten </vet></al><al>De term “maatschappelijk nuttige activiteiten” is een containerbegrip.
                        Hieronder kunnen allerlei onbetaalde activiteiten worden geschaard die een
                        algemeen nut beogen. In het kader van de Participatiewet kunnen dergelijke
                        activiteiten worden ingezet bij de re-integratie (zoals sociale activering
                        en participatieplaatsen). Deze hebben in dat geval expliciet
                        arbeidsinschakeling tot doel en maken onderdeel uit van een
                        re-integratievoorziening. Daarnaast kunnen dergelijke activiteiten worden
                        ingezet bij het verrichten van een tegenprestatie. Ook in dat geval is
                        sprake van een verplichtend karakter, maar is het doel van
                        arbeidsinschakeling niet aan de orde.</al><al>Tenslotte is het ook mogelijk dat personen die behoren tot de doelgroep op
                        eigen houtje en op vrijwillige basis onbetaalde activiteiten verrichten
                        buiten het kader van een re-integratievoorziening of de tegenprestatie. Dit
                        noemen we vrijwilligerswerk omdat er geen verplicht karakter aan verbonden
                        is. </al><al>Wel geldt als voorwaarde dat ze de arbeidsinschakeling niet mogen
                        belemmeren. Het is mogelijk dat activiteiten die iemand als
                        vrijwilligerswerk verricht, worden aangemerkt als tegenprestatie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verslag over beleid</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur zendt eens per jaar aan het Algemeen bestuur een
                        verslag over de uitvoering van het beleid inzake het opdragen van een
                        tegenprestatie.</al><al/><al><vet>Cliënten</vet><vet>raad </vet><vet>betrekken bij beleid </vet></al><al>Uit artikel 2, tweede lid, van deze verordening volgt nadrukkelijk dat de
                        cliëntenraad moet worden betrokken bij de verantwoording over het beleid.
                        Het jaarverslag over het beleid inzake het opdragen van een tegenprestatie
                        moet het oordeel van de cliëntenraad bevatten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden
                        en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                        aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                        tegenprestatie. Hierbij moet het dagelijks bestuur de in deze verordening
                        neergelegde criteria in acht nemen. Artikel 3 van deze verordening stelt
                        voorwaarden ten aanzien van de inhoud van de tegenprestatie. Het dagelijks
                        bestuur dient maatwerk toe te passen bij het opdragen van een
                        tegenprestatie. Rekening moet worden gehouden met de individuele
                        omstandigheden van belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding,
                        werkervaring en andere relevante persoonlijke omstandigheden. De
                        werkzaamheden worden immers opgedragen ‘naar vermogen’. Het is dus van
                        belang dat belanghebbende ook in staat is de werkzaamheden te verrichten.. </al><al>Als het dagelijks bestuur een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet
                        het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden.
                        Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie
                        van hem wordt verwacht.</al><al/><al><vet>Werkzaamheden die kunnen worden ingezet </vet></al><al>Het dagelijks bestuur kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden,
                        die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
                        werkzaamheden voldoen aan de in artikel 3, eerste lid, van deze verordening
                        genoemde voorwaarden. Dit betekent dat de als tegenprestatie in te zetten
                        werkzaamheid: </al><lijst><li nr="1."><al>naar zijn aard niet is gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;
                            </al></li><li nr="2."><al>niet is bedoeld als re-integratieinstrument; </al></li><li nr="3."><al>wordt verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
                                organisatie waarin deze worden verricht; en </al></li><li nr="4."><al>niet leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt. </al></li></lijst><al>Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de belangrijkste kenmerken van de
                        tegenprestatie die volgen uit de parlementaire geschiedenis.</al><al>In beleidsregels kan het dagelijks bestuur vastleggen welke werkzaamheden in
                        ieder geval als tegenprestatie kunnen worden ingezet (artikel 3, tweede lid,
                        van deze verordening). Deze werkzaamheden voldoen aan de in artikel 3,
                        eerste lid, van deze verordening gestelde voorwaarden. </al><al>Omdat de werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie additioneel zijn
                        en niet mogen leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt, kunnen veel
                        werkzaamheden niet als tegenprestatie worden ingezet. </al><al>De volgende voorbeelden van werkzaamheden kunnen mogelijk geschikt zijn als
                        tegenprestatie naar vermogen en worden afgestemd op lokale
                        omstandigheden.</al><lijst><li nr="·"><al>onbetaalde werkzaamheden bij een maatschappelijke organisatie; </al></li><li nr="·"><al>sneeuwschuiven (bijvoorbeeld bij een bejaardenhuis); </al></li><li nr="·"><al>bospaden schoonhouden (het vegen van bladeren); </al></li><li nr="·"><al>meelopen bij een dierenambulance; </al></li><li nr="·"><al>beheer van een kantine bij een sportverenigingen; </al></li><li nr="·"><al>additionele werkzaamheden bij een scouting; </al></li><li nr="·"><al>taalmaatje voor nieuwkomers. </al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>Samenwerking met maatschappelijke organisaties</titel></kop><al>Ferm Werk kan voor het werven van onbetaalde maatschappelijk nuttige
                        werkzaamheden samenwerken met maatschappelijke organisaties zoals: Welzijn
                        Woerden en Welzijn Oudewater, Kwintes, Abrona, Zuwe, buurthuizen en/of
                        sportvoorzieningen. Om ervoor te zorgen dat voldoende maatschappelijk
                        nuttige werkzaamheden voorhanden zijn, is het van belang dat contacten
                        worden onderhouden met maatschappelijke organisaties. De werkzaamheden die
                        als tegenprestatie worden ingezet kunnen zowel binnen als buiten de
                        gemeentegrenzen verricht worden.</al></divisie><divisie><kop><titel>Tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing </titel></kop><al>De tegenprestatie mag niet worden ingezet in het kader van de re-integratie.
                        De tegenprestatie mag bovendien niet direct gericht zijn op toeleiding naar
                        de arbeidsmarkt en is dan ook niet bedoeld als re-integratie instrument. Het
                        betreft additionele werkzaamheden die worden verricht naast of in aanvulling
                        op reguliere arbeid en die niet mogen leiden tot verdringing op de
                        arbeidsmarkt. Reguliere werkzaamheden kunnen daarom niet als tegenprestatie
                        worden ingezet. De tegenprestatie mag het accepteren van passende arbeid of
                        van re-integratie-inspanningen niet belemmeren. Het uitgangspunt werk boven
                        uitkering staat voorop. Dit volgt uit artikel 9, eerste lid, onderdeel c,
                        van de Participatiewet en de parlementaire geschiedenis. Daardoor is er in
                        de praktijk weinig aanbod van werkzaamheden die als tegenprestatie ingezet
                        kunnen worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur heeft beleidsvrijheid om een tegenprestatie op te
                        leggen. Het dagelijks bestuur bepaalt uiteindelijk of, en zo ja welke
                        tegenprestatie wordt opgedragen. Tegen een besluit tot het opdragen van een
                        tegenprestatie kan bezwaar en beroep worden aangetekend. </al></divisie><divisie><kop><titel>Geen tegenprestatie </titel></kop><al>De verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie is niet van
                        toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt
                        is, als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar
                        arbeidsvermogen. Dit is in de wet geregeld (artikel 9, vijfde lid, van de
                        Participatiewet). Daarnaast kan het dagelijks bestuur in individuele
                        gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot het verrichten van
                        een tegenprestatie indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken -
                        aanwezig zijn (artikel 9, tweede lid, van de Participatiewet). </al><al>De verplichting tot tegenprestatie is niet van toepassing op een
                        alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in
                        artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van
                        de Participatiewet).</al></divisie><divisie><kop><titel>Weigering tegenprestatie </titel></kop><al>Het dagelijks bestuur dient bij weigering van belanghebbende om de
                        tegenprestatie te verrichten, op basis van het individuele geval de hoogte
                        en de duur van de op te leggen maatregel te bepalen. </al></divisie><divisie><kop><titel>Factoren die een rol spelen bij het opdragen van een tegenprestatie
                        </titel></kop><al>In artikel 4, derde lid, van deze verordening is neergelegd met welke
                        factoren het dagelijks bestuur rekening moet houden bij het opdragen van een
                        tegenprestatie. Deze factoren worden hierna toegelicht. </al></divisie><divisie><kop><titel>Tegenprestatie 'naar vermogen' </titel></kop><al>De werkzaamheden die als tegenprestatie ingezet worden, moeten naar vermogen
                        door een belanghebbende verricht kunnen worden. De term 'naar vermogen'
                        heeft betrekking op de mogelijkheden waarover een belanghebbende beschikt om
                        deze werkzaamheden te verrichten. Immers, niet alle onbeloonde
                        maatschappelijk nuttige werkzaamheden kunnen worden opgedragen aan elke
                        uitkeringsgerechtigde.</al></divisie><divisie><kop><titel>Persoonlijke situatie en individuele omstandigheden
                            belanghebbende</titel></kop><al>Bij het opdragen van de tegenprestatie houdt het dagelijks bestuur rekening
                        met de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
                        belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding en werkervaring. Hierbij wordt
                        rekening gehouden met het fysieke en psychische vermogen van een
                        belanghebbende. Bij het opdragen van de tegenprestatie dient het dagelijks
                        bestuur maatwerk te leveren. Voorts wordt bij opdragen van een
                        tegenprestatie rekening gehouden met praktische omstandigheden zoals
                        reistijd, beschikbaarheid van kinderopvang en het feit dat de belanghebbende
                        al maatschappelijke activiteiten verricht.</al></divisie><divisie><kop><titel>Persoonlijke wensen en kwaliteiten belanghebbende</titel></kop><al>Bij het opdragen van de verplichting tot tegenprestatie houdt het dagelijks
                        bestuur rekening met de persoonlijke wensen en kwaliteiten van
                        belanghebbende. De regering vindt het immers belangrijk dat een
                        belanghebbende invloed heeft op de keuze van de activiteiten. Belanghebbende
                        kan zelf ideeën aandragen voor de als tegenprestatie te verrichten
                        werkzaamheden. Het dagelijks bestuur kan in beleidsregels bepalen wanneer
                        een belanghebbende zijn keuze voor het verrichten van maatschappelijk
                        nuttige activiteit kenbaar maakt aan het dagelijks bestuur. Het dagelijks
                        bestuur beoordeelt de door belanghebbende zelf aangedragen ideeën en kan
                        besluiten om het voorstel van belanghebbende over te nemen en die
                        werkzaamheden in te zetten als tegenprestatie. Uiteraard moet die
                        werkzaamheid voldoen aan het bepaalde bij of krachtens artikel 3 van deze
                        verordening en moet die werkzaamheid beschikbaar zijn. Het dagelijks bestuur
                        is niet gehouden te voldoen aan de wensen van een belanghebbende, maar moet
                        deze wel in de beoordeling meenemen. </al><al>Draagt belanghebbende geen ideeën aan, dan legt het dagelijks bestuur
                        belanghebbende een lijst met beschikbare keuzemogelijkheden voor van
                        maatschappelijk nuttige werkzaamheden die voorhanden zijn. Als
                        belanghebbende geen voorkeur kenbaar maakt of er geen keuzemogelijkheid is,
                        legt het dagelijks bestuur een werkzaamheid op. Het is immers aan het
                        dagelijks bestuur, en niet aan een belanghebbende, een tegenprestatie op te
                        dragen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Maatschappelijke activiteiten, vrijwilligerswerk en
                            mantelzorg</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur houdt bij het opdragen van de plicht tot
                        tegenprestatie rekening met het eventuele gegeven dat een belanghebbende al
                        maatschappelijk actief is. Indien een belanghebbende al een maatschappelijke
                        activiteit verricht, kan het college in bepaalde gevallen besluiten deze
                        maatschappelijke activiteit aan te merken als tegenprestatie. Ook kan de
                        omstandigheid dat een belanghebbende maatschappelijke activiteit verricht,
                        ertoe leiden dat hiermee rekening wordt gehouden bij het vaststellen van de
                        tegenprestatie, met name de duur en de omvang van de tegenprestatie.
                        Voorbeelden van maatschappelijke activiteiten zijn: de zorg voor een ouder
                        of een gehandicapt kind of het verrichten van onbetaald werk en
                        vrijwilligerswerk. Omdat vrijwilligerswerk veelzijdig van aard is, is geen
                        begripsomschrijving opgenomen.</al><al>Mantelzorg </al><al>De regering heeft in de nota van wijziging met betrekking tot de Wet
                        maatregelen WWB uitdrukkelijk de mogelijkheid benoemd om rekening te houden
                        met het verrichten van mantelzorg. Of sprake is van mantelzorg wordt
                        getoetst aan de criteria van het begrip mantelzorg zoals neergelegd in
                        artikel 1 van deze verordening. Verricht een belanghebbende mantelzorg in de
                        zin van deze verordening dan kan het dagelijks bestuur ook afzien van het
                        opleggen van een tegenprestatie op (artikel 6 van deze verordening). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden
                        en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                        aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                        tegenprestatie. Hierbij moet het dagelijks bestuur de in deze verordening
                        neergelegde criteria in acht nemen. Artikel 5 van deze verordening stelt
                        voorwaarden ten aanzien van de duur en omvang van de tegenprestatie. </al><al>Geadviseerd wordt de tegenprestatie relatief gering in omvang en duur in te
                        zetten om aan de veilige kant van de internationale bepalingen met
                        betrekking tot het verbod op dwangarbeid en verplichte arbeid te blijven
                        (artikel 4 EVRM). Daarnaast dient de tegenprestatie immers niet in de weg te
                        staan aan de re-integratie van een belanghebbende. Voor de maximale duur en
                        omvang van een tegenprestatie zoals vastgelegd in artikel 5 wordt
                        geadviseerd duur en omvang niet te laag vast te stellen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Individuele omstandigheden </titel></kop><al>Het dagelijks bestuur beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden
                        van een belanghebbende de omvang en de duur van de tegenprestatie. De omvang
                        van de werkzaamheden en de duur in de tijd dienen in de regel beperkt te
                        zijn. Dat betekent dat het dagelijks bestuur steeds een afweging maakt op
                        basis van de situatie in welke mate een tegenprestatie verlangd kan
                        worden.</al></divisie><divisie><kop><titel>Maximale duur tegenprestatie</titel></kop><al>Artikel 5, eerste lid, regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor een
                        maximale duur. Uit het onderzoeksrapport "Voor wat hoort wat" blijkt dat bij
                        ongeveer de helft van de gemeenten de gemiddelde duur korter is dan een half
                        jaar en bij iets minder dan de helft is de gemiddelde duur meer dan een half
                        jaar. Het is van belang dat de duur beperkt is. </al><al>Artikel 5, tweede lid, stelt kaders voor het aantal uren per week dat de
                        tegenprestatie wordt opgedragen. De tegenprestatie wordt opgedragen voor
                        minimaal vier uren per week en maximaal twaalf uren per week. Voor het
                        minimaal aantal uren is gekozen om personen werkzaamheden te laten
                        verrichten van enige omvang. Voor het maximaal aantal uren is gekozen om de
                        tegenprestatie van relatief geringe omvang te laten zijn. De reden daarvoor
                        is aan het begin van artikel 5 toegelicht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><al>Artikel 6 van deze verordening bepaalt dat geen tegenprestatie wordt
                        opgedragen indien geen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                        voorhanden zijn. In deze verordening kiest het algemeen bestuur ervoor dat
                        indien geen maatschappelijk nuttige werkzaamheden voorhanden zijn om geen
                        tegenprestatie op te leggen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Behoeft geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>