<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR366845_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie arbeidsbeperkte personen 2015 GR Ferm Werk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Ferm Werk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bodegraven-Reeuwijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oudewater</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2017-13.html">Blad gemeenschappelijke regeling 2017 nr 13</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie arbeidsbeperkte personen 2015 GR Ferm Werk.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/geldigheidsdatum_13-04-2015">Participatiewet, artikel 6, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>intrekking verordening loonkostensubsidie</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Participatie en Inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>deze regeling is vervangen door de Participatieverordening 2017 GR Ferm Werk</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie arbeidsbeperkte personen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Het algemeen bestuur van Ferm Werk</vet></al><lijst><li nr="-"><al><vet>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 december
                                    2014;</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>gezien de zienswijze van:</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Woerden d.d. 10 november 2014,
                                </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk d.d. 17
                                    december 2014, </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Montfoort d.d. 15 december 2014,
                                </vet></al></li><li nr="-"><al><vet>de gemeenteraad van de gemeente Oudewater d.d. 23 oktober
                                    2014,</vet></al></li></lijst><al><vet>en het advies van de: </vet></al><lijst><li nr="-"><al><vet>Regionale adviesraad Werk en Bijstand d.d. 15 november
                                    2014,</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>Stichting Puree d.d. 18 november 2014,</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>Participatieraad gemeente Montfoort d.d. 23 oktober 2014,</vet></al></li></lijst><al><vet>besluit vast te stellen de</vet></al><al/><al><vet>Verordening loonkostensubsidie arbeidsbeperkte personen 2015 GR Ferm
                            Werk</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het dagelijks bestuur de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een externe, daartoe in de arbeidsmarktregio aangewezen,
                            organisatieadviseert het dagelijks bestuur met betrekking tot het
                            oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Zij
                            neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><al>Een externe, daartoe regionaal aangewezen, organisatie adviseert het
                        dagelijks bestuur met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van
                        een persoon met arbeidsbeperkingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                loonkostensubsidie arbeidsbeperkte personen 2015 GR Ferm Werk. </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van het algemeen bestuur van Ferm Werk
                        gehouden op 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Y.Koster-Dreese </ondertekening><ondertekening>voorzitter algemeen bestuur Ferm Werk </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>I. Korte</ondertekening><ondertekening>secretaris algemeen bestuur Ferm Werk</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Op grond van artikel 5 lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Ferm Werk
                    hebben de raden en de colleges van burgemeester en wethouders hun bevoegdheden
                    overgedragen aan de betreffende bestuursorganen van de GR Ferm Werk. Om die
                    reden wordt in deze verordening gesproken over het algemeen bestuur waar het
                    gaat om een bevoegdheid van de gemeenteraad en over dagelijks bestuur waar het
                    gaat om een bevoegdheid van het college.</al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient het algemeen bestuur bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al><lijst><li nr="1."><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie (arbeidsbeperkte personen) behoort;</al></li><li nr="2."><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van toepassing op
                    deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn een aantal
                    belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven.</al><lijst><li nr="·"><al>doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                            Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in
                            staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben;</al></li><li nr="·"><al>loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet):
                            vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een
                            persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte
                            arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die
                            functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                            ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort;</al></li><li nr="·"><al>dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f Participatiewet):
                            een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking.</al><al>Doelgroep personen met een arbeidsbeperking</al><al>Het dagelijks bestuur kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot
                            de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de
                            Participatiewet). Personen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel a, van de Participatiewet die mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij met
                            voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                            minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6,
                            eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet). </al><al>Heeft het dagelijks bestuur vastgesteld dat een persoon behoort tot de
                            doelgroep loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die
                            persoon een dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het dagelijks
                            bestuur in beginsel de loonwaarde van die persoon vast (artikel 10d,
                            eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor is geen aanvraag vereist.
                            De vastgestelde loonwaarde legt het dagelijks bestuur vast in een
                            beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                            werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>Loonwaarde en loonkostensubsidie</al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende
                            loon voor de door een persoon - die behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie - verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid
                            van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met
                            een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, van de
                            Participatiewet).</al><al>De hoogte van de loonkostensubsidie is het verschil tussen het wettelijk
                            minimumloon en de loonwaarde van die persoon, maar is ten hoogste 70%
                            van het wettelijk minimumloon, vermeerderd met een bij ministeriële
                            regeling nader te bepalen vergoeding voor werkgeverslasten. </al><al>De loonkostensubsidie wordt naar evenredigheid verminderd, indien de
                            overeengekomen arbeidsduur korter is dan de normale arbeidsduur, bedoeld
                            in artikel 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.</al><al>Het Rijk heeft bepaald dat per regionaal werkbedrijf voor één
                            loonwaardesystematiek (methode om de loonwaarde c.q. het percentage van
                            productiviteit te bepalen). De keuze voor één systematiek moet door de
                            gemeenten binnen de arbeidsmarktregio’s samen worden gemaakt. De
                            loonwaarde moet objectief worden vastgesteld op de werkplek en voldoen
                            aan de geldende minimumeisen. </al></li></lijst></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><al>In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan
                        de loonkostensubsidie zoals omschreven in de Participatieverordening 2015 GR
                        Ferm Werk. De loonkostensubsidie zoals beschreven in de voorliggende
                        verordening kan uitsluitend worden ingezet als de persoon in kwestie behoort
                        tot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
                        onderdeel e, van de Participatiewet: personen met een arbeidsbeperking. Deze
                        nieuwe vorm van loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan
                        indien nodig voor een langere periode worden ingezet. Met dit instrument
                        compenseert de gemeente werkgevers voor de verminderde productiviteit van de
                        werknemer.</al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld
                        of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                        aanvraag of ambtshalve. </al><al>Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij personen:</al><lijst><li nr="1."><al>die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="2."><al>als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van de
                                Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), artikel 35, vierde
                                lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                                onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit
                                arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten
                                minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in
                                die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d
                                van de Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="3."><al>als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;</al></li><li nr="4."><al>met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="5."><al>met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan dagelijks
                        bestuur is om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie behoort. Binnen de kaders van de wet is het aan de
                        gemeente om vast te stellen op welke wijze zij bepalen of mensen tot de
                        doelgroep loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt
                        ingezet. In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria daarbij in
                        acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan artikel 6,
                        eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers wettelijk
                        de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><al>Aan de tekst uit de voorbeeldveerordening: “Een externe daartoe aangewezen
                        organisatie adviseert het dagelijks bestuur met betrekking tot de
                        vaststelling van de loonwaarde van een persoon.” Is ter verduidelijking
                        toegevoegd dat het gaat om een persoon “met arbeidsbeperkingen”. </al><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                        persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever
                        voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het
                        dagelijks bestuur de loonwaarde van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen
                        aanvraag vereist. </al><al>De externe organisatie die de loonwaardebepaling uitvoert dient daartoe
                        gecertificeerd te zijn en te voldoen aan de door het Rijk geformuleerde
                        vereisten. De wetgever heeft bepaald dat gemeenten en werkgevers binnen de
                        35 regionale Werkbedrijven (arbeidsmarktregio’s) overeenstemming moeten
                        bereiken over de inzet van loonkostensubsidie, de methode van
                        loonwaardebepaling en de externe organisatie die deze loonwaardebepaling uit
                        gaat voeren. De organisatie die de loonwaardebepaling uitvoert moet de door
                        het Rijk omschreven methode in acht nemen. </al><al>De externe organisatie die de loonwaardebepaling voor Ferm Werk uit gaat
                        voeren zal het dagelijks bestuur met betrekking tot de vaststelling van de
                        loonwaarde van een persoon (artikel 2, tweede lid, van deze verordening). De
                        vastgestelde loonwaarde legt het dagelijks bestuur vast in een beschikking
                        waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever
                        bezwaar en beroep kunnen instellen. Als een dienstbetrekking tot stand komt,
                        verleent het dagelijks bestuur loonkostensubsidie aan de werkgever met
                        inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.</al><al>De loonwaarde dient periodiek te worden herbepaald. Voor mensen die op
                        beschutte werkomgeving zijn aangewezen heeft de wetgever bepaald dat de
                        loonwaarde elke drie jaar plaats moet vinden. Voor mensen met een
                        arbeidsbeperking die niet op beschut werk zijn aangewezen dient jaarlijks
                        ambtshalve de loonwaarde vastgesteld te worden (artikel 10 d
                        Participatiewet). Het is de bedoeling van de wetgever dat de ontwikkeling
                        van de loonwaarde van werknemers, en de hoogte van de loonkostensubsidie die
                        hierop wordt afgestemd, op de voet worden gevolgd.</al><al>Ten tijde van het opstellen van deze verordening is in de in de
                        arbeidsregio’s Utrecht Midden en Midden-Holland nog geen partij aangewezen
                        die de loonwaardebepaling uit gaat voeren. </al><al><vet>Overgangsregeling (ter verduidelijking toegevoegd)</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Omdat de regionale werkbedrijven pas in 2015 operationeel zijn,
                                werkt de regering aan een algemene maatregel van bestuur en een
                                ministeriële regeling met minimumeisen die voorlopig als kader
                                kunnen dienen. Landelijk zijn in ieder geval de volgende eisen: </al><lijst><li nr="a."><al>de loonwaardebepaling moet op de werkplek plaats vinden, met
                                        inbreng van de werkgever, door of onder verantwoordelijkheid
                                        van een deskundige; </al></li><li nr="b."><al>de loonwaarde moet worden vastgesteld op basis van een
                                        objectieve beschreven methodiek.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij verordening dient te worden geregeld dat de gebruikte
                                loonwaardebepaling qua methodiek voldoet aan de eisen die worden
                                gesteld in de algemene maatregel van bestuur en de eisen van de
                                ministeriële regeling. </al></li><li nr="3."><al>Zodra in een regionaal Werkbedrijf afspraken tot stand zijn gekomen
                                over minimumeisen, treden deze na akkoord van het Ministerie voor de
                                betreffende regio in de plaats van de eisen die in de ministeriële
                                regeling zijn geformuleerd. Het dagelijks bestuur dient de
                                verordening hierop dan aan te passen. </al></li><li nr="4."><al>Het dagelijks bestuur dient gebruik te maken van de in de
                                arbeidsmarktregio’s Uterecht Midden en Midden-Holland gekozen
                                loonwaardesystemen om de loonwaarde van een persoon te bepalen. De
                                regionale afstemming in zake loonwaardebepaling in
                                arbeidsmarktregio’s Utrecht Midden en Midden-Holland is gestart.
                            </al></li><li nr="5."><al>Nadere afspraken over loonkostensubsidie en loonwaardebepaling
                                zullen regionaal nader ingevuld worden en toegevoegd in de vorm van
                                beleidsregels. </al></li></lijst></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>