<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR366819_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening onderhoud monumenten Nuenen c.a. 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 22-05-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening onderhoud monumenten Nuenen c.a. 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Corsanummer 2015.01274</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Subsidieverordening onderhoud monumenten Nuenen c.a. 2015</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening onderhoud monumenten Nuenen c.a. 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nuenen c.a.;</al><al/><al> gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 februari
                        2015;</al><al/><al> gelet op de desbetreffende bepalingen in de Gemeentewet artikel 149 van de
                        Gemeentewet, de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening 2010;</al><al/><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al/><al>navolgende ‘Subsidieverordening onderhoud monumenten Nuenen c.a. 2015’ vast
                        te stellen:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Nuenen c.a.;</al></li><li nr="b."><al>Gemeentelijke monumenten: onroerende en roerende goederen die
                                    zijn opgenomen in het monumentenregister van de gemeente Nuenen
                                    c.a. zoals bedoeld in de "Erfgoedverordening gemeente Nuenen
                                    c.a. 2010”.</al></li><li nr="c."><al>Beschermde monumenten: monumenten welke zijn opgenomen in het
                                    monumentenregister zoals bedoeld in artikel 6 van de
                                    Monumentenwet 1988.</al></li><li nr="d."><al>Monumentencommissie: de op basis van art.15, lid 1 Monumentenwet
                                    1988 ingestelde commissie met als taak de werkzaamheden die zijn
                                    beschreven in het Reglement van Orde van de monumentencommissie
                                    Nuenen 2015.</al></li><li nr="e."><al>Onderhoud: werkzaamheden noodzakelijk om een monument in goede
                                    staat te houden c.q. als zodanig in stand te houden en/of
                                    toekomstig onderhoud en kostbare restauraties te voorkomen of te
                                    verminderen.</al></li><li nr="f."><al>Bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                    onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische
                                    kwaliteit van een monument.</al></li><li nr="g."><al>Monumentenwacht: de stichting Monumentenwacht
                                    Noord-Brabant.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op grond van deze verordening subsidie verlenen in
                                de kosten van onderhoud van gemeentelijke monumenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan het college subsidie verlenen
                                voor de kosten van onderhoud van beschermde monumenten, als bedoeld
                                in artikel 15 lid 5 onder a, b en c.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>De subsidie, bedoeld in artikel 2, kan uitsluitend worden verleend aan
                            de natuurlijke persoon of rechtspersoon die krachtens enig zakelijk
                            recht het genot heeft van een monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitsluiting subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie kan uitsluitend worden verleend in die kosten van het
                                onderhoud welke een bedrag van € 600,00 te boven gaan. Indien het
                                onderhoud geheel in zelfwerkzaamheid wordt uitgevoerd kan slechts
                                subsidie worden verleend in de materiaalkosten voor zover deze een
                                bedrag van € 450,00 te boven gaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie kan uitsluitend worden verleend indien niet eerder in
                                hetzelfde kalenderjaar onderhoudssubsidie is verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid is niet van toepassing indien de eerder in dat
                                kalenderjaar verleende subsidie betrekking heeft op de
                                onderhoudskosten als bedoeld in artikel 15 lid 5 onder a en b.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Lid 1 is niet van toepassing met betrekking tot die kosten zoals
                                genoemd in artikel 15, lid 5 onder a, b en c.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bevoegdheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd tot het verlenen, vaststellen en uitbetalen
                                van subsidie als bedoeld in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is eveneens bevoegd tot het intrekken of wijzigen van
                                subsidieverlenings- of subsidievaststellingsbesluiten, alsmede tot
                                het geheel of gedeeltelijk terugvorderen van subsidiegelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>Het college stelt elk jaar een subsidieplafond vast, als bedoeld in
                            artikel 4:25 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht, voor de in deze
                            verordening beschreven subsidies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Afhandeling aanvragen op volgorde van binnenkomst</titel></kop><al>Aanvragen om subsidie op grond van deze verordening worden in volgorde
                            van binnenkomst afgehandeld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Onderhoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Staat van onderhoud</titel></kop><al>De in artikel 2 bedoelde kosten komen slechts voor subsidie in
                            aanmerking indien het monument, waaraan het onderhoud zal geschieden, in
                            een naar het oordeel van het college zodanige staat van onderhoud
                            verkeert, dat zij het verrichten van onderhoud, gezien de in artikel 1,
                            onder e, gegeven omschrijving, zinvol acht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Uitvoering onderhoud</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met de uitvoering van het onderhoud mag niet eerder worden
                                    begonnen dan nadat de subsidie, bedoeld in artikel 2, is
                                    verleend.</al></li><li nr="2."><al>Met de uitvoering van het onderhoud dient een aanvang te worden
                                    gemaakt binnen 12 weken nadat de beschikking tot
                                    subsidieverlening is bekend gemaakt tenzij anders is
                                    overeengekomen met het college.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor de uitvoering van het onderhoud een vergunning
                                    ingevolge de gemeentelijkeErfgoedverordening en/of de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is vereist, mag met de
                                    uitvoering niet worden begonnen dan nadat de Omgevingsvergunning
                                    is verleend.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>De werkzaamheden, ten behoeve waarvan subsidie is verleend,
                                    mogen niet in afwijking van de ter zake verstrekte gegevens
                                    worden uitgevoerd, tenzij met schriftelijke toestemming van het
                                    college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanwijzingen uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering
                                van het onderhoud.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie subsidie is verleend, dient een door het college
                                aangewezen deskundige desgewenst de gelegenheid te geven de wijze
                                waarop het onderhoud wordt uitgevoerd, te controleren.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De aanvraagprocedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Indiening subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor hetzelfde gemeentelijk monument kan één maal per kalenderjaar
                                subsidie op grond van deze verordening worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking
                                heeft op de onderhoudskosten als bedoeld in artikel 15 lid 5 onder a
                                en b.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag om subsidie op grond van deze verordening wordt
                                schriftelijk bij het college ingediend op een daartoe beschikbaar
                                gesteld formulier in het desbetreffende kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Naast het in lid 3 bedoelde aanvraagformulier dient de aanvraag te
                                bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>een gespecificeerde begroting van de met het onderhoud
                                        gemoeide kosten, dan wel een gespecificeerde rekening met
                                        betrekking tot een abonnement of inspectierapport van de
                                        Monumentenwacht;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing een bestek c.q. werkomschrijving;</al></li><li nr="c."><al>indien van toepassing tekeningen, aangevende zowel de
                                        bestaande als de te maken toestand van het pand (schaal 1:
                                        100);</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing naam en adres van de
                                        aannemer(s)/uitvoerende bedrijven;</al></li><li nr="e."><al>indien van toepassing een B.T.W.-verklaring;</al></li><li nr="f."><al>indien van toepassing een recent inspectierapport van de
                                        bouwkundige staat, volgens de methodiek van de
                                        Monumentenwacht, of opgesteld door een, door het college
                                        aanvaardbaar geachte, onafhankelijke deskundige of een
                                        deskundige instantie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanvullen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de aanvraag niet volledig is of niet voorzien is van de in
                                artikel 11 vierde lid bedoelde gegevens dan wel wanneer deze
                                gegevens onvoldoende duidelijk zijn om de aanvraag in behandeling te
                                kunnen nemen, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de
                                aanvraag aan te vullen binnen een door het college gestelde
                                termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager dient binnen de in de mededeling aangegeven termijn
                                zijn aanvraag aan te vullen met de nog ontbrekende gegevens of deze
                                gegevens desgevraagd te verduidelijken. Indien de gevraagde gegevens
                                niet binnen deze termijn zijn verstrekt, kan het college besluiten
                                de aanvraag niet in behandeling te nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het niet in behandeling nemen van de aanvraag ontvangt de
                                aanvrager schriftelijk een besluit.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Termijn besluitvorming subsidieverlening</titel></kop><al>Het college beslist omtrent een aanvraag als bedoeld in artikel 11 derde
                            lid binnen 8 weken na de dag, waarop de aanvraag ontvangen is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Advies Monumentencommissie</titel></kop><al>Alvorens een beslissing te nemen op de aanvraag kan het college het
                            advies inwinnen van de Monumentencommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De subsidiabele onderhoudskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidiabele onderhoudskosten zijn kosten die, naar het oordeel
                                    van het college noodzakelijk zijn om een gemeentelijk monument,
                                    op sobere en doelmatige wijze, als zodanig in stand te
                                    houden.</al></li><li nr="2."><al>Subsidie kan worden verleend in de volgende
                                    onderhoudskosten:</al><lijst><li nr="a."><al>herstel en vernieuwen van rieten daken (met deklatten en
                                            beperkt herstel van sporen);</al></li><li nr="b."><al>herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met
                                            deklatten), leien, lood, zink of koper met beperkt
                                            herstel van dakbeschot en sporen;</al></li><li nr="c."><al>herstel van goten (in zink, koper of lood) inclusief
                                            bijbehorende hemelwaterafvoeren; het aanbrengen van
                                            goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief
                                            aansluitingen op riolering en open water;</al></li><li nr="d."><al>herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen,
                                            luiken, stoepen, roedenverdeling, lijstwerk;</al></li><li nr="e."><al>herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en
                                            loodaansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>herstel van dak- en torenluiken, loopbruggen, het
                                            afgazen van torenluiken;</al></li><li nr="g."><al>inboeten, beperkt herstel van muurwerk en opvoegen of
                                            pleisteren van gevels;</al></li><li nr="h."><al>beperkt vervangen of inboeten van natuursteen;</al></li><li nr="i."><al>behandeling van muur- en houtwerk ter regulering van de
                                            vochthuishouding dan wel ter bestrijding van
                                            zwamaantasting of houtaantasters;</al></li><li nr="j."><al>herstel, vervangen en indien nodig aanbrengen van een
                                            nieuwe bliksembeveiliging;</al></li><li nr="k."><al>buitenschilderwerk en binnenschilderwerk wat betreft
                                            buitenramen en -kozijnen en -deuren;</al></li><li nr="l."><al>beperkt herstel van dragende constructies (onder andere
                                            ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen,
                                            spantbenen);</al></li><li nr="m."><al>herstel van glas-in-lood-beglazing en ander bijzonder
                                            glas en het aanbrengen van beschermende beglazing voor
                                            o.a. gebrandschilderd glas;</al></li><li nr="n."><al>het aanbrengen van inspectievoorzieningen zoals
                                            dakluiken en klimhaken;</al></li><li nr="o."><al>herstel van waardevolle interieuronderdelen;</al></li><li nr="p."><al>uitwendig herstel van diverse bijgebouwen, zoals
                                            hooibergen, schuren, bakhuisjes, pompen, hekken, burgen,
                                            koetshuizen, oranjerieën, theekoepels, voor zover
                                            opgenomen in de redengevende omschrijving;</al></li><li nr="q."><al>vervangingen herstel van overige bouwelementen met
                                            waarde van grote zeldzaamheid of historische
                                            waarde.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De subsidiabele onderhoudskosten worden bepaald aan de hand van
                                    de “Leidraad subsidiabele onderhoudskosten” zoals vastgesteld
                                    door de minister van Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                    Wetenschappen in het boekje “Beleidsregels Onderhoud en
                                    Restauratie Monumenten” (herziene druk 2001).</al></li><li nr="4."><al>In daarvoor naar het oordeel van het college in aanmerking
                                    komende bijzondere gevallen kan de subsidie in andere
                                    onderhoudskosten dan genoemd in het tweede lid worden
                                    verleend.</al></li><li nr="5."><al>Subsidiabele onderhoudskosten zijn tevens, voor gemeentelijke
                                    monumenten en beschermde monumenten, de kosten van:</al><lijst><li nr="a."><al>het abonnement van de Monumentenwacht;</al></li><li nr="b."><al>de tweejaarlijkse inspectie door de Monumentenwacht,
                                            mits het college een afschriftontvangt van het
                                            inspectierapport;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>c.het uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Subsidiepercentage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie bedraagt 30% van de subsidiabele onderhoudskosten
                                genoemd onder artikel 15 lid 2, met een maximum van € 5.000,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele onderhoudskosten
                                genoemd onder artikel 15 lid 5 onder a en c, met een maximum van €
                                5.000,00.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele onderhoudskosten
                                genoemd onder artikel 15 lid 5 onder b, met een maximum van €
                                200,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In daarvoor naar het oordeel van het college in aanmerking komende
                                bijzondere gevallen kan de subsidie op een hoger bedrag worden
                                vastgesteld dan voortvloeit uit de toepassing van het eerste lid van
                                dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Afwijzingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt niet verleend indien één of meerdere van de
                                navolgende situaties zich voordoen:</al><lijst><li nr="a."><al>door het verlenen van subsidie het in artikel 6 bedoelde
                                        subsidieplafond wordt overschreden;</al></li><li nr="b."><al>een eventueel voor de werkzaamheden vereiste vergunning op
                                        grond van de “Erfgoedverordening gemeente Nuenen c.a. 2010”
                                        dan wel een anderszins vereiste vergunning niet is
                                        verleend;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te
                                        staan in redelijke verhouding tot het te verkrijgen
                                        resultaat;</al></li><li nr="d."><al>met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat
                                        hiervoor bij de gemeente een aanvraag om subsidie is
                                        ingediend;</al></li><li nr="e."><al>de kosten op grond van een verzekeringsovereenkomst zijn
                                        gedekt;</al></li><li nr="f."><al>de karakteristiek van het pand wordt aangetast;</al></li><li nr="g."><al>het pand waaraan de voorzieningen worden getroffen is
                                        bestemd om binnen een periode van 10 jaar te worden
                                        afgebroken;</al></li><li nr="h."><al>het bedrijf dat de voorzieningen zal treffen niet is
                                        ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="i."><al>dezelfde onderhoudswerkzaamheden binnen een periode van 5
                                        jaar al voor subsidie in aanmerking zijn gekomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Lid 1 onder h is niet van toepassing voor zover er sprake is van
                                zelfwerkzaamheid. 3. Lid 1 onder d en i is niet van toepassing voor
                                zover er sprake is van de onderhoudskosten als bedoeld in artikel 15
                                lid 5 onder a en b.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Subsidievaststelling en –uitbetaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>De gereedmelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 12 weken na het gereedkomen van de restauratie- dan wel
                                onderhoudswerkzaamheden dient de aanvrager te verklaren dat de
                                werkzaamheden zijn voltooid. Deze gereedmelding dient vergezeld te
                                gaan van alle gegevens, facturen en betalingsbewijzen als bedoeld in
                                artikel 19 eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de gereedmelding naar het oordeel van het college niet
                                voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, doen zij daarvan binnen
                                vier weken na ontvangst schriftelijk mededeling aan de aanvrager
                                onder vermelding van de nog te verstrekken gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvrager dient binnen de in de mededeling aangegeven termijn
                                zijn gereedmelding aan te vullen met de nog ontbrekende gegevens of
                                deze gegevens desgevraagd te verduidelijken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling van de
                                definitieve subsidie en uitbetaling van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het recht op vaststelling en uitbetaling vervalt, indien niet is
                                voldaan aan het bepaalde in het eerste of derde lid. De aanvrager
                                ontvangt hiervan een schriftelijk besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De definitieve vaststelling van de hoogte van een op grond van deze
                                verordening verleende subsidie vindt plaats nadat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden conform artikel 18
                                        schriftelijk zijn gereedgemeld onder indiening van de daarop
                                        betrekking hebbende gegevens;</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde werkzaamheden, door of vanwege het
                                        college, zijn gecontroleerd en akkoord bevonden;</al></li><li nr="c."><al>de rekeningen en betalingsbewijzen inzake de uitgevoerde
                                        werkzaamheden alsmede de totale kostenopstelling waarin de
                                        verrichte werkzaamheden op dezelfde wijze zijn gerangschikt
                                        als in de in artikel 11 vierde lid bedoelde begroting door
                                        het college is gecontroleerd en akkoord bevonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De definitieve subsidie is gelijk aan de verleende subsidie, tenzij
                                de werkelijke subsidiabele kosten lager zijn dan geraamd dan wel
                                minder voorzieningen zijn getroffen dan in de subsidieaanvraag is
                                aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het besluit tot subsidievaststelling wordt binnen acht weken na
                                indiening van de gereedmelding en het verzoek om
                                subsidievaststelling als bedoeld in artikel 18 vierde lid
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Uitbetaling geschiedt binnen acht weken na bekendmaking van het
                                besluit tot subsidievaststelling op een bij de gereedmelding door de
                                aanvrager op te geven (IBN) rekeningnummer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Opschorting en terugvordering</titel></kop><al>Ten aanzien van opschorting en terugvordering zijn de artikelen 4:56 en
                            4:57 Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Intrekking of wijziging van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Intrekking en wijziging</titel></kop><al>Voor wat betreft de mogelijkheden om een besluit tot subsidieverlening
                            of subsidievaststelling in te trekken of te wijzigen is Afdeling 4.2.6
                            van de Algemene wet bestuursrecht onverkort van toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, in het belang van de monumentenzorg, van de
                                bepalingen van deze verordening afwijken, indien de strikte
                                toepassing ervan zou leiden tot een onredelijk besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van de in het eerste lid bedoelde mogelijkheid mag geen gebruik
                                worden gemaakt als hierdoor in strijd gehandeld zou worden met de
                                Algemene wet bestuursrecht of andere wettelijke bepalingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op subsidies die voor de
                            inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend of vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking de achtste dag na
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                "Subsidieverordening onderhoud monumenten, gemeente Nuenen c.a.",
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 29 maart 2007.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Subsidieverordening
                            onderhoud monumenten Nuenen c.a. 2015".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbarevergadering van 26 maart 2015</al><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.C.P. Laurenssen Msc M.J. Houben MBA</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>Subsidieverordening onderhoud monumenten Nuenen c.a. 2015</nr></kop><al/><al><vet>A Algemene toelichting</vet></al><al>Het uitgangspunt bij de Subsidieverordening is dat er geen grote
                            restauratieachterstand bestaat bij de gemeentelijke monumenten. Om die
                            reden is de Subsidieverordening er op gericht om onderhoud aan
                            monumenten financieel te stimuleren. Hiermee wordt aangesloten op het
                            rijksbeleid om met name de instandhouding van monumenten te
                            waarborgen.</al><al/><al>Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en enige formele bepalingen.</al><al>Hoofdstuk 2 bevat bepalingen betreffende de staat en uitvoering van
                            onderhoud. </al><al>Hoofdstuk 3 tot en met 6 gaan in op de aanvraagprocedure, de
                            overwegingen op een aanvraag en op de subsidievaststelling. </al><al>Hoofdstuk 7 bevat de artikelen met betrekking tot het overgangsrecht en
                            inwerkingtreding, alsmede een hardheidsclausule.</al><al>In de artikelsgewijze toelichting wordt, indien nodig, dieper ingegaan
                            op de diverse artikelen.</al><al/><al><vet>B Artikelsgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><vet>Sub b en c</vet></al><al>Hier wordt gesproken over onroerende monumenten. Roerende monumenten
                            worden derhalve niet beschermd. Reden hiervoor is dat het effectueren
                            van de bescherming een probleem vormt. Roerende monumenten kunnen
                            meestal eenvoudig worden verplaatst en daardoor ongemerkt over de
                            gemeentegrens en daarmee buiten de werking van de verordening worden
                            gebracht. Roerende zaken zijn bijvoorbeeld schepen, voertuigen,
                            schilderijen, kerkschatten en gebruiksvoorwerpen. Zaken die naar hun
                            aard onroerend zijn, zoals een kerkorgel, kunnen wel de beschermde
                            status krijgen, op basis van de redengevende omschrijving.</al><al><vet>Sub d</vet></al><al>De taken van de monumentencommissie strekken zich uit over de
                            Erfgoedverordening en de Monumentenwet 1988. De samenstelling en
                            werkwijze heeft het college uitgewerkt in het Reglement van orde van de
                            Monumentencommissie Nuenen c.a. 2015.</al><al><vet>Sub g</vet></al><al>Het bouwhistorisch onderzoek moet voldoen aan de ‘Richtlijnen voor
                            bouwhistorisch onderzoek 2009’ van Leo Hendriks / Jan van der Hoeve,
                            namens de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.</al><al>Er kunnen verschillende vormen van bouwhistorisch onderzoek worden
                            onderscheiden, afhankelijk van de diepgang van de werkzaamheden. Een
                            bouwhistorische verkenning is de lichtste vorm van bouwhistorisch
                            onderzoek van een object, dat over het algemeen wordt uitgevoerd naar
                            aanleiding van een bouw- of restauratieplan. Het onderzoek bestaat uit
                            een betrekkelijk kort bezoek ter plaatse, waarbij de ruimtelijke opbouw,
                            het exterieur (gevels) en de zichtbare onderdelen van de constructie en
                            de interieurafwerking in hoofdlijnen worden gekarakteriseerd en
                            gedateerd. Archiefonderzoek blijft over het algemeen beperkt tot
                            bestudering van oude kaarten en beschikbare overzichtsliteratuur.</al><al>Een bouwhistorische opname is een onderzoek van een bouwwerk of
                            structuur, waarbij tenminste de zichtbare onderdelen van de ruimtelijke
                            opbouw, het exterieur en de zichtbare onderdelen van de constructie en
                            de interieurafwerking worden beschreven, geanalyseerd en zo mogelijk
                            gedateerd. </al><al>Daarnaast vinden literatuuronderzoek en een beperkt archiefonderzoek
                            plaats. Bij archiefonderzoek worden in elk geval oude kaarten,
                            bouwtekeningen en foto’s betrokken. Op grond van deze onderzoeksgegevens
                            wordt een waardestelling geformuleerd. Naar de eis van het werk en de
                            wensen van de opdrachtgever is het mogelijk om het onderzoek te
                            verdiepen door uitvoering van specialistische onderzoekingen.</al><al>Een bouwhistorische ontleding is het meest uitvoerige en gedetailleerde
                            onderzoek naar de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een bouwwerk of
                            structuur. Bij een bouwhistorische ontleding worden niet alleen de
                            zichtbare, maar ook de ‘verborgen’ bouwsporen in het muurwerk en de
                            draagconstructie blootgelegd (voorzover dat niet ten koste gaat van
                            waardevolle afwerkingen en pleisterlagen) en gedocumenteerd. Verder
                            vinden bijvoorbeeld een gedetailleerde opmeting, een fotodocumentatie en
                            een uitvoerig literatuur- en archiefonderzoek plaats. Vrijwel steeds
                            maakt specialistisch onderzoek deel uit van een bouwhistorische
                            ontleding, waaronder dendrochronologisch onderzoek, materiaaltechnisch
                            onderzoek en kleuronderzoek. Naar bevind van zaken kunnen architectuur-
                            en/of ander kunsthistorisch onderzoek en algemeen historisch onderzoek
                            deel uitmaken van een bouwhistorische ontleding. Ten behoeve van een
                            restauratie of verbouwing kan een bouwhistorische waardestelling op
                            basis van de onderzoeksresultaten worden gegeven. Bij een
                            bouwhistorische ontleding vinden behalve tijdens de planfase van een
                            verbouwing, ook waarnemingen plaats tijdens de uitvoering van
                            verbouwings- of restauratiewerkzaamheden. Als bij sloop historische
                            waarden verloren gaan, vindt gelijktijdig documentatie plaats door
                            middel van opmetingen (gefaseerde plattegronden) en foto’s. Ook moeten
                            in dat geval vrijkomende materialen veilig gesteld worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>en 3</titel></kop><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Dit artikel regelt de onderste grens van de subsidiabele
                            onderhoudskosten. Deze grens is nodig om versnippering van het onderhoud
                            in kleine delen te voorkomen. Hiermee wordt voorkomen dat de
                            administratieve last van de subsidiering van onderhoud onnodig groot
                            wordt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast. Het
                            subsidieplafond moet jaarlijks worden medegedeeld. Overschrijding van
                            het subsidieplafond is een weigeringsgrond voor een aanvraag voor
                            subsidie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>en 8</titel></kop><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Lid 1 is opgenomen, omdat vooraf gecontroleerd moet kunnen worden dat
                            werkzaamheden ook inderdaad moeten worden verricht en dus niet onnodig
                            plaats vinden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>tot en met 14</titel></kop><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Dit artikel geeft aan welke werkzaamheden en activiteiten tot de
                            subsidiabele onderhoudskosten worden gerekend. Hierbij wordt onder
                            onderhoud tevens het lidmaatschap van en een tweejaarlijkse inspectie
                            door de Monumentenwacht verstaan. Ook valt het uitvoeren van een
                            bouwhistorisch onderzoek onder onderhoud. De diensten van de
                            Monumentenwacht hebben tot resultaat dat eigenaren beter inzicht hebben
                            in de mogelijke gebreken in het onderhoud van het monument. Daarnaast
                            kan een inspectierapport van de Monumentenwacht als deskundige
                            onderbouwing van de subsidieaanvraag dienen. Met uitzondering van de
                            kosten voor de Monumentenwacht en een bouwhistorisch onderzoek, kan
                            alleen subsidie worden gevraagd voor gemeentelijke monumenten. Voor
                            beschermde monumenten bestaan op rijks- en provinciaal niveau
                            afzonderlijke regelingen voor onderhoud.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Het doel van de subsidieverordening is om de meerkosten van onderhoud
                            van monumenten ten opzichte van het onderhoud aan reguliere panden te
                            subsidiëren. Op basis van landelijke ervaringen wordt geschat, dat deze
                            meerkosten ongeveer 30% bedragen van de onderhoudskosten. Het
                            subsidiepercentage is om die reden begrensd op 30%. </al><al>Het maximum van de subsidie is begrensd op € 5.000,00. Om de kosten van
                            inspectie niet geheel los te laten, is hiervoor een maximum van € 200,00
                            gesteld. Voor de meeste monumenten is dit toereikend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>tot en met 25</titel></kop><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>