<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR36666_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting Industrieterrein Misterweg- Venemansweg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Weekkrant, 14-12-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Baatbelasting Industrieterrein Misterweg- Venemansweg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-12-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004, nr XII-12</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Artikel 5 is gewijzigd bij verordening van 24-11-2005, inwerking getreden op 15-12-2005, respectievelijk bij verordening van 17-9-2009, inwerking getreden op 25-11-2009.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting Industrieterrein
            Misterweg- Venemansweg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>2004, nr. XII-12</al><al/><al>De raad van de gemeente Winterswijk;</al><al/><al>gelezen het voorstel van van 24 november 2004, nr. XII-12;</al><al/><al>gelet op artikel 222 van de Gemeentewet en het ‘bekostigingsbesluit
                        bestemmingsplang c.q. exploitatiegebied “Industrieterrein
                        Misterweg-Venemansweg (Rondweg Zuid)”;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN BAATBELASTING
                            INDUSTRIETERREIN MISTERWEG-VENEMANSWEG</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>1. een onroerende zaak: </al><al>a. een gebouwd eigendom; </al><al>b. een ongebouwd eigendom; </al><al>c. een samenstel van twee of meer van de onder a of b bedoelde eigendommen
                        die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen.</al><al>2. het bestemmingsplan: het bestemmingsplan “Industrieterrein Misterweg –
                        Venemansweg (Rondweg Zuid)”. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><label>Belastbaar feit </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘baatbelasting Industrieterrein Misterweg-Venemansweg’
                            wordt in de vorm van een heffing ineens een directe belasting geheven
                            ter zake van de onroerende zaken gelegen in de gemeente in het
                            bestemmingsplangebied op de bij deze verordening behorende en als
                            zodanig gewaarmerkte bestemmingsplankaart, voor zover zij niet dienen
                            als ondergrond van voorzieningen van openbaar nut, die op 1 januari 2005
                            zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde voorzieningen die tot
                            stand zijn of worden gebracht door of met medewerking van het
                            gemeentebestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten:</al><al>a. de aanleg van een ontsluitingsweg vanaf de Venemansweg;</al><al>b. de verbreding van de Venemansweg (gedeeltelijke ontsluiting van de
                            Rondweg Zuid);</al><al>c. de aanleg van diverse watergangen;</al><al>d. het bedrijfsrijp maken van de in de exploitatieovereenkomst
                            aangegeven terreinen;</al><al>e. de aanleg van de benodigde riolering en de uitbreiding van de
                            nutsinfrastructuur; </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 </label><titel>Belastingplicht </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als
                            bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip
                            van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in
                            de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het
                            belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld,
                            tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                            artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens
                            overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die
                            onroerende zaak niet geheven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 </label><titel>Maatstaf van heffing </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatstaf van heffing is het aantal vierkante meters oppervlakte van
                            de onroerende zaak. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal vierkante meters oppervlakte van de onroerende zaak wordt
                            bepaald op de oppervlakte van de onroerende zaak zoals vermeld in het
                            Kadaster.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 </label><titel>Belastingtarief </titel></kop><al>De belasting bedraagt voor elke vierkante meter van de heffingsmaatstaf €
                        7,93. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 </label><titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
                        </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                            belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting gedurende 20 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin
                            dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij
                            de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                            gemeenteambtenaar te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                            verschuldigde, berekend op basis van een periode van 20 jaren en een
                            rentevoet van 4,5%.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
                            worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van
                            de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog
                            te verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van
                            4,5%.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
                            en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoeld in
                            het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van
                            eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van het
                            eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de
                            resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
                            overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 5, wordt op verzoek van de in dat
                            lid bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het
                            eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na
                            de dagtekening van de aanslag ingevolge lid 5, schriftelijk bij de in
                            artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                            gemeenteambtenaar te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
                            en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het
                            beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt
                            overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende
                            belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4 voor
                            de betreffende onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog niet
                            verstreken belastingjaren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 </label><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 </label><titel>Termijnen van betaling </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de invorderingswet moeten de
                            aanslagen worden betaald in één termijn, welke vervalt een maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 </label><titel>Kwijtschelding </titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 </label><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 </label><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2005. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Baatbelasting
                            Industrieterrein Misterweg- Venemansweg’. </al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in</ondertekening><ondertekening>zijn openbare vergadering gehouden op 9 december 2004,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de verordening Baatbelasting Industrieterrein Misterweg-
                        Venemansweg </titel></kop><al><vet> Algemeen</vet></al><al>Baatbelasting is een belasting waarmee lasten van voorzieningen worden
                    omgeslagen over de door die voorzieningen gebate onroerende zaken. De
                    voorwaarden waaronder deze baatbelasting mag worden geheven, zijn vastgelegd in
                    artikel 222 van de Gemeentewet. </al><al/><al>Om een baatbelasting in te kunnen voeren, dient de raad als eerste een
                    bekostigingsbesluit te nemen, voorafgaand aan de start van de aanleg van de
                    voorzieningen. Hiertoe is op 10 december 1998 door de raad het (aangevuld)
                    bekostigingsbesluit genomen ten behoeve van het heffen van baatbelasting voor de
                    aanleg van de voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van de ontsluiting van
                    het totale bestemmingsplangebied “Industrieterrein Misterweg- Venemansweg”.
                    Vervolgens zijn in de periode van 1999 tot en met 2004 de in het
                    bekostigingsbesluit genoemde voorzieningen aangelegd. </al><al>Om daadwerkelijk baatbelasting te kunnen heffen dient de raad een verordening
                    baatbelasting vast te stellen, de verordening Baatbelasting Industrieterrein
                    Misterweg-Venemansweg. Vervolgens dient deze verordening volgens de in de
                    Gemeentewet genoemde regels bekend te worden gemaakt. Op grond van de wet kan de
                    verordening worden vastgesteld vanaf het moment dat gestart is met de aanleg van
                    voorzieningen tot uiterlijk twee jaar nadat de voorzieningen in zijn geheel zijn
                    voltooid. Om te bepalen of een onroerende zaak is gebaat moet volgens de
                    Gemeentewet worden uitgegaan van een tijdstip dat is gelegen uiterlijk één jaar
                    na voltooiing van de voorzieningen. Derhalve is gekozen voor het vaststellen van
                    de verordening met een ingangsdatum van 1 januari 2005 en een peildatum voor de
                    baat van 1 januari 2005. </al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Om onduidelijkheden te voorkomen zijn in dit artikel de omschrijvingen opgenomen
                    van in de verordening gebruikte begrippen. </al><al><cursief><onderstreept>Onroerende zaak</onderstreept></cursief></al><al> Voor de objectafbakening van de onroerende zaak wordt als eerste aangesloten
                    bij de eigendomsgrenzen. De baatbelasting is een belasting met een objectief
                    karakter. Voor het nader afbakenen van een onroerende zaak is het daarom niet
                    toegestaan subjectieve (gebruiks)omstandigheden van invloed te doen zijn op de
                    objectafbakening. De indeling van de onroerende zaak naar subjectief gebruik
                    heeft volgens de omschrijving dan ook geen invloed op de objectafbakening. De
                    indeling van een onroerende zaak kan door de eigenaar veelal gewijzigd worden.
                    Een samenstel van eigendommen van dezelfde eigenaar die naar omstandigheden
                    beoordeeld bij elkaar behoren, wordt voor de toepassing van de verordening wel
                    als één onroerende zaak aangemerkt. Denk hierbij aan percelen die naar hun aard
                    in het economisch verkeer als één object aangemerkt dienen te worden.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Belastbaar feit </vet></al><al><onderstreept>Gebate gebied </onderstreept></al><al>Vanwege de omschrijving in het eerste lid van dit artikel 2 maakt de
                    bestemmingsplankaart waarop het gebate gebied, gelijk aan het
                    bestemmingsplangebied, is aangegeven deel uit van de belastingverordening. De
                    kaart dient te worden gewaarmerkt als bewijs dat deze hoort bij het raadsbesluit
                    waarbij de belastingverordening is vastgesteld. </al><al>Met het in kaart brengen van het gebate gebied maakt de gemeente kenbaar welke
                    onroerende zaken door de getroffen voorzieningen binnen het gebate gebied vallen
                    en derhalve zijn of worden gebaat, dit zijn onroerende zaken die gelegen zijn in
                    het bestemmingsplangebied van het bestemmingsplan “Industrieterrein Misterweg-
                    Venemansweg” en die niet tevens dienen als ondergrond van voorzieningen van
                    openbaar nut. </al><al>De gemeente is er bij de vaststelling van het gebate gebied vanuit gegaan dat
                    alle onroerende zaken die direct of indirect ontsloten worden door de aanleg en
                    verbreding van ontsluitingswegen gebaat zijn bij de aangebrachte voorzieningen. </al><al/><al><onderstreept> Peildatum baat</onderstreept></al><al>In het eerste lid is de peildatum voor de bepaling van de baat vermeld: 1
                    januari 2005. Naar de toestand op dit tijdstip dient de gemeente te beoordelen
                    of de onroerende zaken gebaat zijn door de getroffen voorzieningen. Er vindt
                    naar deze datum een eenmalige beoordeling plaats over de vraag of de onroerende
                    zaak gebaat is door de voorzieningen. Latere wijzigingen in het gebaat zijn van
                    de onroerende zaak hebben geen invloed op de verschuldigde belasting. Ook latere
                    bijbouw of afbraak leidt niet tot een wijziging van de baat. </al><al/><al><onderstreept> Voorzieningen en baat</onderstreept></al><al>Voor de duidelijkheid en rechtszekerheid is het van belang dat de verordening de
                    voorzieningen vermeldt waarvan de lasten door middel van de baatbelasting worden
                    verhaald. Met het weergeven van de voorzieningen wordt tevens aangegeven welke
                    onroerende zaken gebaat zullen zijn. De voorzieningen zijn gericht op betere
                    gebruiksmogelijkheden en betere ontsluiting van de percelen in het
                    bestemmingsplangebied. De baat bestaat vooral uit betere bereikbaarheid door de
                    aanleg en verbreding van ontsluitingswegen, betere en wellicht ruimere
                    gebruiksmogelijkheden door bouwrijp maken van een aantal percelen en de aanleg
                    van watergangen, riolering en nutsinfrastructuur. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Belastingplicht</vet></al><al>In dit artikel wordt de belastingplicht omschreven, volledig afgeleid uit de
                    Gemeentewet. Belastingplichtig zijn natuurlijke personen en rechtspersonen zoals
                    vennootschappen, stichtingen en verenigingen, die van de door gemeentelijke
                    voorzieningen gebate onroerende zaken, zoals omschreven in artikel 1, het genot
                    hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Indien er sprake is van een
                    recht dat afgeleid is van een meer omvattend recht (denk hierbij aan het
                    eigendom zelf) heeft de gemeente met deze omschrijving van de belastingplicht,
                    de keuze bij het aanwijzen van de belastingplichtige. Hetzelfde geldt voor het
                    geval van meerdere gelijkwaardige genothebbende. Derhalve zal het college van
                    burgemeester en wethouders beleidsregels voor het aanwijzen van de
                    belastingplichtige vaststellen, een en ander geformuleerd op basis van algemene
                    beginselen van behoorlijk bestuur. Deze beleidsregels zullen met de verordening
                    bekend worden gemaakt zodat ze voor de belastingplichtigen kenbaar zijn. </al><al/><al>De wet gaat uit van belastingheffing tenzij de kosten van de voorzieningen
                    krachtens overeenkomst worden voldaan. De gemeente Winterswijk gebruikt de
                    baatbelasting als vangnet. Dit betekent dat voor een groot aantal percelen de
                    kosten van de voorzieningen langs privaatrechtelijke weg zijn verhaald, via
                    gronduitgifte of door het sluiten van een exploitatieovereenkomst. Vervolgens
                    heft de gemeente baatbelasting van degenen die niet privaatrechtelijk hebben
                    bijgedragen. Het derde lid van artikel 3 voorziet hierin. Het gedeeltelijk
                    privaatrechtelijk verhalen van de kosten verandert overigens niets aan de
                    kostenverdeling. De gemeente dient de kosten van de getroffen voorzieningen om
                    te slaan over alle gebate percelen, zowel over de ‘belastingpercelen’ als over
                    de percelen waarvoor langs privaatrechtelijke weg wordt bijgedragen’. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Maatstaf van heffing</vet></al><al>Er is geen heffingsmaatstaf voor de baatbelasting opgenomen in de Gemeentewet.
                    Dit houdt dat de gemeente vrij is in het bepalen van de heffingsmaatstaf, met
                    als enige beperking dat het bedrag van belasting niet afhankelijk mag worden
                    gesteld van winst, inkomen of vermogen. De heffingsmaatstaf dient verder aan te
                    sluiten bij de aard van de aangelegde voorzieningen, de baat bij de getroffen
                    voorzieningen en het objectieve karakter van de baatbelasting. Tot slot mag de
                    heffingsmaatstaf niet leiden tot een ongelijke behandeling van gelijke gevallen
                    of onredelijke en willekeurige belastingheffing. </al><al/><al> Voor een groot deel van de percelen zijn de kosten van de voorzieningen langs
                    privaatrechtelijke weg voldaan. Vanwege de wijze van kostenverhaal, voornamelijk
                    bij gronduitgifte, is een bedrag per vierkante meter afgesproken. Om verschillen
                    te voorkomen sluit de heffingsmaatstaf hierbij aan. </al><al/><al><vet> Artikel 5 Belastingtarief</vet></al><al>Bij het bepalen van de tarieven is het totaal van de (kadastrale) oppervlaktes
                    in het bestemmingsplangebied Misterweg-Venemansweg het uitgangspunt geweest. De
                    totale kosten zijn omgeslagen over dit totaal van oppervlakte. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                        belasting</vet></al><al>De baatbelasting is in beginsel een heffing ineens. Dit betekent dat de
                    belastingplichtige na het vervallen van de betreffende datum, de heffing ineens
                    zal moeten betalen. Op grond van artikel 222 van de Gemeentewet is de gemeente
                    verplicht een regeling op te nemen voor belastingplichtigen die de baatbelasting
                    gespreid over een door de gemeente vastgesteld aantal jaren (tot een maximum van
                    30) willen betalen. Dit heeft gevolgen voor de hoogte van het totaal te betalen
                    bedrag omdat rekening wordt gehouden met rentederving e.a. </al><al>Een belastingplichtige dient apart een verzoek tot de gemeente te richten om
                    voor deze regeling in aanmerking te komen. Tegen een beslissing op dit verzoek
                    staat geen bezwaar en beroep open. Gezien de hoogte van het belastingbedrag is
                    het aantal van 20 jaren waarover de belasting gespreid wordt opgelegd terecht.
                    Het rentepercentage voor de jaarlijkse aanslagen is berekend op de rentevoet op
                    basis van een 20 jarige annuïteit afgerond op een 0,5 % naar boven, gebaseerd op
                    de rente d.d. 2 november 2004. </al><al/><al> Naast deze regeling staat het de gemeente vrij betalingsregelingen af te
                    spreken met belastingplichtigen. Het verschil tussen deze betalingsregeling en
                    de in artikel 6 opgenomen regeling is het feit dat artikel 6 leidt tot een
                    jaarlijkse heffing, met een jaarlijkse aanslag. Een afzonderlijk afgesproken
                    betalingsregeling leidt niet tot een andere aanslag, slechts tot een
                    mogelijkheid van gespreide betaling. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Wijze van heffing</vet></al><al>Ingevolge artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen worden
                    geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere
                    wijze. In deze verordening is gekozen voor een heffing bij wege van aanslag. </al><al/><al><vet>Artikel 8 Termijnen van betaling</vet></al><al>In dit artikel zijn de termijnen van betaling opgenomen. Er is gekozen voor één
                    termijn van één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet, in aansluiting op
                    belastingheffing van overige belastingen in de gemeente Winterswijk. Een
                    uitgebreidere betalingsregeling is gezien de mogelijkheid van artikel 6 en de
                    mogelijkheid op maat gesneden regelingen te treffen, niet nodig. </al><al/><al><vet>Artikel 9 Kwijtschelding</vet></al><al>Kwijtschelding van baatbelasting ligt niet in de aard van de aangelegde
                    voorzieningen en het karakter van de belasting omdat deze is aan te merken als
                    een betaling voor de aanleg van bepaalde voorzieningen van de gemeente. </al><al/><al><vet>Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en
                        wethouders</vet></al><al> Met dit artikel wordt aan de belastingplichtige duidelijk gemaakt dat er nog
                    nadere regels kunnen gelden, zoals in dit geval onder andere de regels voor de
                    aanwijzing van de belastingplichtige. De bevoegdheid om deze nadere regels vast
                    te stellen is gebaseerd op de Algemene wet Inzake Rijksbelastingen, de
                    Invorderingswet. Met deze bepaling wordt tevens gehoor gegeven aan de bepaling
                    van artikel 217 van de Gemeentewet dat al hetgeen voor de heffing en invordering
                    van belang is in de belastingverordening moet staan. </al><al/><al><vet> Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><al>Op grond van artikel 139 van de Gemeentewet moet het besluit tot het vaststellen
                    van een belastingverordening worden bekendgemaakt. Conform artikel 142 van de
                    Gemeentewet treedt de belastingverordening vervolgens in werking met ingang van
                    de 8<sup>e</sup> dag na die van bekendmaking, tenzij natuurlijk een ander
                    tijdstip in de verordening is opgenomen. In dit geval is de wettelijke regeling
                    gevolgd </al><al/><al>Toelichting, behorende bij het raadsbesluit van 9 december 2004, nr. XII-12 tot
                    vaststelling van de verordening Baatbelasting Industrieterrein Misterweg-
                    Venemansweg. </al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>