<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR366659_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Gemeente Geldrop-Mierlo 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Middenstandsbelangen, 15-04-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Gemeente Geldrop-Mierlo 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het Primair Onderwijs, art. 102</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de Expertisecentra, art. 100</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het Voortgezet Onderwijs, art. 76m</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-05-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GM 2015.0077</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Gemeente Geldrop-Mierlo 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs 2015</vet></al><al><vet>Gemeente Geldrop-Mierlo</vet></al><al>Versie 14-01-15</al><al>vaststelling </al><al>inwerkingtreding 01-01-2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al> Artikel 1 Begripsbepalingen</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><al>a.<onderstreept>aanvraag</onderstreept><onderstreept>:
                            </onderstreept></al><al>verzoek om het bekostigen van een voorziening of om het bekostigen van
                            een voorbereidingskrediet;</al><al>b.<onderstreept>aanvrager:</onderstreept></al><al>het bevoegd gezag dat een aanvraag indient;</al><al>c.<onderstreept>advies Onderwijsraad:</onderstreept></al><al>een advies van de Onderwijsraad als bedoeld in artikel 95, negende lid
                            van de Wet op het primair onderwijs, artikel 93 van de Wet op de
                            expertisecentra, artikel 76f van de Wet op het voortgezet
                            onderwijs;</al><al>d.<onderstreept>bevoegd gezag:</onderstreept></al><al>bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op
                            de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde
                            openbare of bijzondere school, die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is
                            in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente;</al><lijst><li nr="e."><al><onderstreept>lokaal
                                        bewegingsonderwijs</onderstreept><onderstreept>:</onderstreept>
                                    ruimte die geschikt is voor het bewegingsonderwijs;</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>minister:</onderstreept></al><al> minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;</al></li><li nr="g."><al><onderstreept>nevenvestiging:</onderstreept></al></li></lijst><al>deel van een school dat door de minister ingevolge artikel 85 van de Wet
                            op het primair onderwijs of artikel 16, tweede en derde lid van de Wet
                            op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is
                            gebracht;</al><al>h.<onderstreept>overzicht:</onderstreept></al><al>het overzicht als bedoeld in artikel 96 Wet op het primair onderwijs en
                            artikel 76g van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al>i.<onderstreept>permanent gebouw:</onderstreept></al><al>ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie
                            en materialen ten minste 40 jaar als volwaardige huisvesting voor het
                            onderwijs kan functioneren;</al><al>j.<onderstreept>programma:</onderstreept></al><al>het programma als bedoeld in artikel 95 Wet op het primair onderwijs en
                            artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><lijst><li nr="k."><al><onderstreept>school:</onderstreept></al><lijst><li nr="-"><al><onderstreept>school voor
                                            basisonderwijs:</onderstreept></al></li></lijst></li></lijst><al>een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld
                            in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; </al><al><onderstreept>- school voor voortgezet onderwijs: </onderstreept></al><al>school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                            onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor
                            voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs als bedoeld in
                            artikel 1, 2 en 5 van de Wet op het voortgezet onderwijs.</al><al>l.<onderstreept>tijdelijk gebouw:</onderstreept></al><al>al dan niet verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de
                            aard van de constructie en materialen ten minste 15 jaar als volwaardige
                            huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;</al><al>m.<onderstreept>tijdelijke nevenvestiging;</onderstreept></al><al>een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 16, derde lid, van
                            de Wet op het Voortgezet Onderwijs; </al><al>n.<onderstreept>verhuur:</onderstreept></al><al>het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde
                            onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke
                            of recreatieve doeleinden.</al><al>m.<onderstreept>voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening:</onderstreept></al><al>voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in
                            bijlage II van deze verordening 10 jaar of langer noodzakelijk is;</al><al>n.<onderstreept>voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening:</onderstreept></al><al>voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in
                            bijlage II van deze verordening, tussen 4 en 10 jaar noodzakelijk
                            is;</al><lijst><li nr="o."><al><onderstreept>voorziening:</onderstreept></al><al> voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2.</al></li><li nr="p."><al><onderstreept>OOGO:</onderstreept></al><al> op overeenstemming gericht overleg.</al></li></lijst><al> Artikel 2 Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</al><al>Bij de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al><al>a.de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen
                            bestaande uit:</al><al>1 nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor rijksbekostiging in
                            aanmerking is gebracht, dan wel nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke
                            vervanging van een gebouw waarin een school is gehuisvest, al dan niet
                            op dezelfde locatie;</al><al>2 uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest;</al><al>3 gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand gebouw ten
                            behoeve van de huisvesting van een school;</al><al>4 verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke gebouwen ten behoeve
                            van de huisvesting van een school;</al><al>5 terrein voor zover nodig voor de realisering van een voorziening als
                            bedoeld in 1 tot en met 4 omschreven voorziening;</al><al>6 inrichting met onderwijsleerpakket voor zover deze nog niet eerder
                            voor bekostiging van rijks- of gemeentewege in aanmerking is
                            gebracht;</al><al>7 inrichting met meubilair voor zover deze nog niet eerder voor
                            bekostiging van rijks- of gemeentewege in aanmerking is gebracht;</al><al>8 medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat al bij </al><al>een andere school in gebruik is of van een lokaal
                            bewegingsonderwijs;</al><lijst><li nr="b."><al>herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare
                                    materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten,
                                    uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li><li nr="c."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw,
                                    onderwijsleerpakket of meubilair (po) ingeval van bijzondere
                                    omstandigheden;</al></li><li nr="d."><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een
                                    bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs ten
                                    behoeve van het onderwijs in lichamelijke oefening</al></li></lijst><al> Artikel 3 Voorbereidingskrediet</al><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a onderdelen 1 en 2
                            kan een aanvraag voor het bekostigen van de kosten voor het opstellen
                            van een aanbestedingsgereed bouwplan worden ingediend. </al><al> Artikel 4 Vaststelling vergoeding voorzieningen</al><lijst><li nr="1."><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder
                                    1,2,6,7 en 8 wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de
                                    in bijlage IV opgenomen normbedragen.</al></li><li nr="2."><al>Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de
                                    vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten.</al></li><li nr="3."><al>De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in
                                    artikel 3 wordt vastgesteld op 8% van het geraamde
                                    investeringsbedrag. </al></li></lijst><al> Artikel 5 Informatieverstrekking</al><al>1.Het bevoegd gezag verstrekt aan het college gegevens die noodzakelijk
                            zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze verordening.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Programma en overzicht</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvragen programma</titel></kop><structuurtekst><al> Artikel 6 Indiening aanvraag</al><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma
                                        wordt voor 1 februari van het jaar van vaststelling van het
                                        betreffende programma door het bevoegd gezag ingediend bij
                                        het college. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het
                                        college vastgesteld aanvraagformulier.</al></li><li nr="2."><al>Aanvragen ingediend na de datum als genoemd in het eerste
                                        lid, neemt het college niet in behandeling. Het besluit de
                                        aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekend
                                        gemaakt binnen vier weken na ontvangst van de ingediende
                                        aanvraag.</al></li></lijst><al> Artikel 7 Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; </al><al> niet behandelen onvolledige aanvraag</al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school en, voor zover van toepassing,
                                                het gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is
                                                bestemd;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening die wordt aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de
                                                gewenste voorziening, bestaande uit:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                        school voor basisonderwijs, de speciale school voor
                                        basisonderwijs, de speciale school voor basisonderwijs of de
                                        school voor voortgezet onderwijs als het betreft een
                                        aanvraag voor een voorziening als bedoeld in artikel 2,
                                        onderdeel 1,2,3,6,7 of 8, onder de voorwaarde dat de
                                        prognose overeenkomstig bijlage II is vastgesteld, tenzij
                                        door het college, al dan niet in samenwerking met de
                                        bevoegde gezagsorganen een actuele prognose is vastgesteld,
                                        welke door het bevoegd gezag wordt onderschreven;</al></li><li nr="2."><al>als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of
                                        gedeeltelijk bekostigen van vervangende nieuwbouw van een
                                        gebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1 of
                                        herstel van een constructiefout als bedoeld in artikel 2,
                                        onderdeel b, een bouwkundige rapportage die voldoet aan de
                                        eisen NEN 2767, zodat de noodzaak van de gevraagde
                                        voorziening kan worden vastgesteld;</al></li><li nr="3."><al>als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een
                                        voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de
                                        feitelijke kosten, een begroting van de noodzakelijke kosten
                                        voor het bekostigen van de voorziening of als de aanvraag
                                        betrekking heeft op het bekostigen van een
                                        voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3, een
                                        kostenraming.</al><lijst><li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                                voorziening, en</al></li><li nr="g."><al>als het een voorziening betreft als bedoeld in
                                                artikel 2, onderdeel a, onder 1 tot en met 5 de
                                                aanduiding van de gewenste plaats waar de
                                                voorziening moet worden gerealiseerd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college stelt de aanvrager voor 1 maart schriftelijk op
                                        de hoogte van het ontbreken van gegevens, als bedoeld in het
                                        eerste lid. De aanvrager wordt tot 1 april in de gelegenheid
                                        gesteld de ontbrekende gegevens aan te vullen. Indien de
                                        vereiste gegevens niet voor 1 april zijn verstrekt, neemt
                                        het college de aanvraag niet in behandeling.</al></li><li nr="3."><al>Als een door het college in behandeling genomen aanvraag
                                        mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken
                                        school op 1 oktober van het jaar waarin het programma wordt
                                        vastgesteld, is de aanvrager verplicht dat aantal voor 15
                                        oktober te registeren in de Basisregistratie Onderwijs bij
                                        de Dienst Uitvoering Onderwijs. Heeft aanvrager de
                                        registratie niet binnen de gestelde termijn gerealiseerd,
                                        dan deelt het college dit schriftelijk mede aan de aanvrager
                                        en heeft de aanvrager de gelegenheid dit alsnog te doen
                                        binnen drie dagen na datum van ontvangst van de mededeling.
                                        Als de registratie niet alsnog binnen drie dagen is
                                        verstrekt, neemt het college de aanvraag niet in
                                        behandeling.</al></li><li nr="4."><al>Het besluit om ingevolge het tweede en derde lid de aanvraag
                                        niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekend gemaakt
                                        binnen vier weken na het verstrijken van de daarin genoemde
                                        termijn.</al></li></lijst><al> Artikel 8 Opgave ingediende aanvragen</al><al>Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen voor 1 oktober
                                een opgave van de ingevolge artikel 6 ingediende aanvragen. Voor
                                zover van toepassing geeft het college daarbij aan welke aanvraag of
                                aanvragen niet in behandeling worden genomen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Overleg voorafgaand aan vaststelling programma en
                                overzicht</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 9 Toelichting aanvraag; overleg over ingediende
                                begroting</al><lijst><li nr="1."><al>Na het in behandeling nemen van een aanvraag door het
                                        college, kan de aanvraag voor 1 juni volgend op de datum als
                                        genoemd in artikel 6, door de aanvrager nader worden
                                        toegelicht. De toelichting kan plaatsvinden op verzoek van
                                        de aanvrager of op verzoek van het college.</al></li><li nr="2."><al>Het college treedt in overleg met de aanvrager als de
                                        aanvraag betrekking heeft op een voorziening waarvoor de
                                        vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten en het
                                        college van oordeel is dat de door de aanvrager overgelegde
                                        kostenraming moet worden toegepast.</al></li><li nr="3."><al>Het college geeft in het voorstel tot vaststelling van het
                                        bekostigingsplafond, het programma en het overzicht als
                                        bedoeld in paragraaf 2.3,:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van het geraamde bedrag, waarvan voor de
                                                aangevraagde voorziening wordt uitgegaan, en</al></li><li nr="b."><al>als dit van toepassing is, de redenen waarom in het
                                                overleg geen overeenstemming is bereikt over de
                                                hoogte van het geraamde bedrag.</al></li></lijst></li></lijst><al> Artikel 10 Overleg programma en overzicht; advies
                                Onderwijsraad</al><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college het programma en het overzicht
                                        vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg
                                        in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen
                                        inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.</al></li><li nr="2."><al>Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats voor
                                        1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het
                                        vast te stellen programma betrekking heeft.</al><al> De bevoegde gezagsorganen worden ten minste twee weken voor
                                        de door het college vastgestelde datum schriftelijk in
                                        kennis gesteld van het tijdstip van het overleg en de
                                        voorgenomen inhoud van het voorstel.</al></li><li nr="3."><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
                                        als bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in het tweede
                                        lid bedoelde datum hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken
                                        aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
                                        overleg hiervan in kennis.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
                                        bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen, van
                                        de tijdig ingediende, schriftelijk kenbaar gemaakte
                                        zienswijzen en van de reactie van het college op deze
                                        zienswijzen. Het verslag wordt toegezonden aan alle bevoegde
                                        gezagsorganen.</al></li><li nr="5."><al>Een bevoegd gezag of college dat advies wenst van de
                                        Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot de
                                        voorgenomen inhoud van het programma, in relatie tot de
                                        vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting, maakt
                                        dit kenbaar tijdens het overleg als bedoeld in het eerste
                                        lid. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk
                                        gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover het
                                        advies van de Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt
                                        tevens het verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de
                                        vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting. Het
                                        verzoek en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen
                                        worden opgenomen in het verslag, bedoeld in het vierde
                                        lid.</al></li><li nr="6."><al>Het college is belast met de indiening van een verzoek om
                                        advies bij de Onderwijsraad. Daarbij zorgt het college
                                        ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig
                                        zijn voor de beoordeling van het verzoek, waaronder het
                                        schriftelijk verslag van het overleg.</al></li><li nr="7."><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte
                                        advies wordt zo spoedig mogelijk door het college
                                        toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel
                                        of gedeeltelijk opvolgen van het advies van de Onderwijsraad
                                        zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van de
                                        voorgenomen inhoud van het programma, dan worden de bevoegde
                                        gezagsorganen door het college bij de toezending van het
                                        afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader
                                        overleg.</al></li></lijst><al>In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader bestuurlijk
                                overleg over het advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het
                                college geeft dit aan bij de toezending van het afschrift van het
                                advies van de Onderwijsraad.</al><al>8.Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen twee
                                weken plaats na toezending van het advies van de Onderwijsraad aan
                                de bevoegde gezagsorganen. Het college maakt van dit overleg een
                                verslag en voegt dit toe aan het verslag als bedoeld in het vierde
                                lid.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Vaststelling bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 11 Tijdstip vaststelling</al><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de
                                        vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Dit
                                        bekostigingsplafond kan worden gesplitst in afzonderlijke
                                        bedragen per onderwijssoort of per voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld op
                                        uiterlijk 31 december van het jaar waarop het programma
                                        betrekking heeft.</al></li></lijst><al>Artikel 12 Bekendmaking besluiten vaststelling bekostigingsplafond,
                                programma en overzicht</al><al>1.De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van het
                                bekostigingsplafond,</al><al>1. het programma en het overzicht geschiedt binnen vier weken na de
                                datum van</al><al>1. vaststelling door toezending door het college van de besluiten
                                aan de aanvragers.</al><al>1. Tegelijkertijd met de bekendmaking doet het college schriftelijk
                                mededeling over </al><al>1. de besluiten aan de overige bevoegde gezagsorganen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Uitvoering programma</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 13 Overleg wijze van uitvoering</al><lijst><li nr="1."><al>Binnen vier weken na vaststelling van het programma treedt
                                        het college in overleg met de aanvrager over de wijze van
                                        uitvoering van de op het programma geplaatste voorziening.
                                        In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is
                                        voor de uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voor
                                        zover van toepassing, afspraken gemaakt over:</al><lijst><li nr="a."><al>het bouwheerschap als bedoeld in de Wet op het
                                                primair onderwijs en de Wet op het voortgezet
                                                onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip van indiening van het bouwplan en de
                                                begroting door de aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>indien van toepassing, een andere wijze van
                                                uitvoering van het besluit met inachtneming van het
                                                beschikbaar te stellen bedrag;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop het college het bouwplan en de
                                                begroting toetst, en of het naar het oordeel van het
                                                college noodzakelijk is bij het toetsen van het
                                                bouwplan en de begroting rekening te houden met
                                                feiten en omstandigheden die gewijzigd zijn ten
                                                opzichte van het moment waarop het programma is
                                                vastgesteld, waardoor het eerder genomen besluit kan
                                                worden herzien.</al></li><li nr="e."><al>de controle op en het afleggen van verantwoording
                                                over de besteding van de beschikbaar te stellen
                                                middelen.;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt met als
                                                uitgangspunt dat op opdrachten onder het Europese
                                                drempelbedrag de richtlijnen zoals vastgelegd in het
                                                Besluit overheidsaanbestedingen van toepassing zijn;
                                                tevens is het gemeentelijke aanbestedingsbeleid van
                                                toepassing.</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen
                                                van het totale investeringskrediet een bedrag aan te
                                                vragen voor de kosten van voorbereiding van het
                                                bouwplan tot 8% van het geraamde
                                                investeringsbedrag.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De inhoud van de afspraken of de constatering dat het
                                        overleg niet tot overeenstemming heeft geleid, legt het
                                        college schriftelijk vast in een verslag, dat het binnen
                                        vier weken na afloop van het overleg ter kennis van de
                                        aanvrager brengt. Indien de aanvrager schriftelijk instemt
                                        met het verslag of binnen twee weken na ontvangst nog niet
                                        schriftelijk heeft gereageerd, wordt er, afhankelijk van de
                                        inhoud van het vastgestelde verslag, geacht overeenstemming
                                        of geen overeenstemming te zijn bereikt.</al></li><li nr="3."><al>Bij het toepassen van artikel 14, tweede lid, neemt het
                                        college binnen vier weken nadat overeenstemming is bereikt
                                        een beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging
                                        aanvangt. Het bepaalde in artikel 15 is daarbij van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in
                                        het tweede lid is bereikt, deelt het college binnen vier
                                        weken nadat het verslag is vastgesteld, dit schriftelijk
                                        mede aan de aanvrager. Daarbij wordt aangegeven dat de
                                        bekostiging van de uitvoering van de voorziening wordt
                                        opgeschort of geen aanvang neemt.</al></li></lijst><al> Artikel 14 Instemming bouwplannen en begroting;</al><al> tijdstip aanvang bekostiging;</al><al> toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en </al><al> omstandigheden; </al><al> overlegging offertes</al><lijst><li nr="1."><al>Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 13, tweede
                                        lid, is bereikt dient het bevoegd gezag het bouwplan en, als
                                        de voorziening wordt bekostigd op basis van de feitelijke
                                        kosten, de bijbehorende begroting in bij het college. Het
                                        bevoegd gezag houdt daarbij rekening met de hierover
                                        gemaakte afspraken, bedoeld in artikel 13, eerste lid.
                                        Gelijktijdig vermeld het bevoegd gezag het tijdstip waarop
                                        de bekostiging kan starten. Het college moet instemmen met
                                        het bouwplan en de begroting voordat een bouwopdracht wordt
                                        verleend.</al></li><li nr="2."><al>Binnen zes weken na ontvangst van de stukken beslist het
                                        college over de instemming met de bouwplannen, de
                                        desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de
                                        bekostiging een aanvang neemt. Het college kan, onder
                                        mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen
                                        met drie weken. Indien niet binnen deze termijn is besloten,
                                        wordt geacht instemming te zijn verleend met de bouwplannen
                                        en de begroting en vangt de bekostiging aan op het door de
                                        aanvrager aangegeven tijdstip.</al></li></lijst><al>Het college deelt de beslissing over het bouwplan, de desbetreffende
                                begroting en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang neemt,
                                binnen twee weken na de datum van de beslissing schriftelijk mee aan
                                de aanvrager.</al><al>3.De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt in beginsel
                                vastgesteld op basis van de economische meest voordelige
                                aanbieding.</al><al>3. Artikel 15 Aanvang bekostiging</al><al>3.Het college kan bij de beslissing over het tijdstip waarop de
                                bekostiging een aanvang neemt, bepalen dat de beschikbaarstelling
                                van de gelden in termijnen plaatsvindt. De beschikbaarstelling van
                                de gelden geschiedt dan telkens op een zodanig tijdstip dat de
                                aanvrager kan voldoen aan de financiële verplichtingen voortkomend
                                uit de realisering van de op het programma geplaatste
                                voorziening.</al><al> Artikel 16 Vervallen aanspraak op bekostiging</al><lijst><li nr="1."><al>De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt,
                                        indien niet door de aanvrager vóór 1 oktober van het jaar
                                        volgend op de vaststelling van het programma een
                                        bouwopdracht heeft verleend, dan wel een koop-, huur- of
                                        erfpachtovereenkomst heeft gesloten en een afschrift hiervan
                                        niet voor 15 oktober daaropvolgend aan het college is
                                        gezonden. De aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan
                                        deze verplichtingen wordt voldaan.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwopdrachten en overeenkomsten zijn
                                                onherroepelijk;</al></li><li nr="b."><al>bouwopdrachten vermelden de aanvangsdatum van het
                                                werk en de termijn, uitgedrukt in het aantal
                                                werkbare dagen, waarbinnen het werk wordt
                                                opgeleverd;</al></li><li nr="c."><al>huur- of erfpachtovereenkomsten vermelden de datum
                                                van inwerkingtreding, als mede de duur van de
                                                overeenkomst;</al></li><li nr="d."><al>koopovereenkomsten vermelden de datum van
                                                aankoop.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                        overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste lid
                                        veroorzaakt wordt door:</al><lijst><li nr="a."><al>bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager
                                                zijn toe te rekenen, en</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager voor 1 september een schriftelijk
                                                gemotiveerd verzoek tot verlenging van de termijn,
                                                als bedoeld in het eerste lid, bij het college heeft
                                                ingediend.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college beslist voor 15 oktober op het verzoek tot
                                        verlenging van de termijn. Indien het verzoek wordt
                                        ingewilligd, wordt in het besluit aangegeven tot welke datum
                                        de termijn als bedoeld in het eerste lid wordt
                                        verlengd.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Aanvragen met spoedeisend karakter</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><structuurtekst><al> Artikel 17 Indiening aanvraag</al><al>Een aanvraag tot bekostiging van een voorziening in de huisvesting
                                die gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden,
                                dient binnen twee weken te worden ingediend bij het college na het
                                ontstaan van de calamiteit. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een
                                door het college vastgesteld aanvraagformulier.</al><al> Artikel 18 Inhoud aanvraag</al><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 17 vermeldt naast de
                                        gegevens in artikel 7, eerste lid, de omstandigheden waarom
                                        de voorziening spoedeisen wordt geacht.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na datum
                                        waarop de aanvraag is ingediend schriftelijke op de hoogte
                                        als gegevens bedoeld in het eerste lid ontbreken. De
                                        aanvrager heeft vervolgens 2 weken om de ontbrekende
                                        gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het
                                        college de aanvraag niet in behandeling.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Beoordeling aanvraag; uitvoering besluit</titel></kop><structuurtekst><al> Artikel 19 Tijdstip beslissing</al><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de
                                        aanvraag of binnen zes weken nadat de aanvullende gegevens
                                        zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden
                                        gegeven, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en
                                        noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de
                                        beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></li><li nr="3."><al>Binnen twee weken na de datum van de beslissing wordt de
                                        aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld door het
                                        college.</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="5*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="85*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Artikel 20</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Inhoud beslissing</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>De aangevraagde voorziening wordt toegewezen,
                                                  indien het college heeft vastgesteld dat het
                                                  treffen van de voorziening, gelet op de voortgang
                                                  van het onderwijs, geen uitstel kan lijden en geen
                                                  van de in de Wet op het primair onderwijs, Wet op
                                                  de expertisecentra en Wet op het voortgezet
                                                  onderwijs opgenomen weigeringsgronden van
                                                  toepassing is. Bij deze vaststelling past het
                                                  college de regels toe met betrekking tot:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage
                                                  I;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage
                                                  II;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de oppervlakte en indeling van gebouwen als
                                                  bedoeld in bijlage III.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>De beslissing van het college kan een gedeelte
                                                  van de gewenste voorziening dan wel een andere dan
                                                  de gevraagde voorziening omvatten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>Het college vermeldt welk genormeerd bedrag
                                                  ingevolge het bepaalde in bijlage IV voor de
                                                  toegewezen voorziening beschikbaar wordt gesteld,
                                                  dan wel wat het geraamde bedrag is indien het een
                                                  voorziening betreft als bedoeld in artikel 4,
                                                  derde lid, laatste volzin. Bij de beschikking
                                                  stelt het college vast voor welke datum een
                                                  bouwopdracht moet zijn verleend, dan wel een
                                                  koop-, huur- of erfpachtovereenkomst moet zijn
                                                  gesloten, en voor welke datum een afschrift
                                                  daarvan aan het college moet zijn toegezonden.
                                                  Binnen vier maanden na de datum van de beschikking
                                                  door het college moet een bouwopdracht zijn
                                                  verleend, dan wel een koop-, huur- of
                                                  erfpachtovereenkomst zijn gesloten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Artikel 21 Uitvoering beslissing</al><al>1.Na bekendmaking van de beslissing als bedoeld in artikel 20,
                                eerste lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het college
                                zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de wijze van
                                uitvoering. Het bepaalde in de artikelen 13, 14, 15 en 16, tweede
                                tot en vierde lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing, met
                                dien verstande dat in plaats van de termijn, genoemd in artikel 14,
                                tweede lid, eerste volzin, een termijn van drie weken geldt.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Medegebruik en verhuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Medegebruik ten behoeve van onderwijs of educatie</titel></kop><structuurtekst><al> Artikel 22 Aanduiding omstandigheden</al><al>Het college kan overgaan tot vordering van een gedeelte van een
                                gebouw of terrein, bestemd voor een school, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden
                                        voorzien van een school waarbij overeenkomstig bijlage III,
                                        deel C, een aanvullende ruimtebehoefte is vastgesteld en het
                                        bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in
                                        artikel 6 of 17 voor medegebruik of uitbreiding heeft
                                        ingediend;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij
                                        een andere school of een instelling als bedoeld in de Wet
                                        educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de
                                        voor die school of instelling gangbare
                                        berekeningswijze;</al></li><li nr="c."><al>er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een
                                        school;</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van leegstand in een lokaal bewegingsonderwijs
                                        van een school.</al></li></lijst><al>Artikel 23 Omschrijving leegstand</al><al>1 Er is sprake van leegstand in een schoolgebouw als overeenkomstig
                                bijlage III, deel C, is vastgesteld dat de vastgestelde capaciteit
                                van het gebouw groter is dan de vastgestelde ruimtebehoefte.</al><al>2.Er is sprake van leegstand in een lokaal bewegingsonderwijs als
                                het lokaal wordt gebruikt door een of meerdere scholen voor
                                basisonderwijs of speciaal onderwijs en de som van de
                                berekeningswijzen, bedoeld onder a, minder is dan 40 klokuren.</al><al> Artikel 24 Nalaten vordering</al><lijst><li nr="1."><al>Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van
                                        medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het
                                        gebouw waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden
                                        in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen
                                        ten behoeve van het onderwijs aan die school of
                                        scholen.</al></li><li nr="2."><al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien
                                        het gebruik van die andere school of scholen kan
                                        plaatsvinden in de aan die scholen reeds ter beschikking
                                        staande huisvestingscapaciteit.</al></li></lijst><al> Artikel 25 Overleg en mededeling</al><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van
                                        een aanvraag als bedoeld in artikel 6 overlegt het daarover
                                        met de betrokken bevoegde gezagsorganen tijdens het overlegt
                                        als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van
                                        een aanvraag als bedoeld in artikel 17, overlegt het
                                        daarover zo spoedig mogelijk met de betrokken bevoegde
                                        gezagsorganen.</al></li><li nr="3."><al>Binnen 4 weken nadat het programma is vastgesteld of binnen
                                        1 week na het overleg, bedoeld in het vorige lid, deelt het
                                        college het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt
                                        schriftelijk mede dat het gevorderd wordt.</al></li><li nr="4."><al>De schriftelijke mededeling van het college bevat in ieder
                                        geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag ten
                                                behoeve waarvan wordt gevorderd;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal leerlingen ten behoeve
                                                waarvan gevorderd wordt of, indien het betreft het
                                                bewegingsonderwijs, het aantal klokuren dat
                                                gevorderd wordt;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van het gebouw waarop de vordering
                                                betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>een aanduiding van het aantal vierkante meters bruto
                                                vloeroppervlakte dat</al></li></lijst></li></lijst><al>gevorderd wordt of een aanduiding van het aantal en typen ruimten
                                dat gevorderd wordt;</al><al>e.de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum van het
                                medegebruik.</al><al> Artikel 26 Vergoeding</al><al>De bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling
                                overleg een vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als
                                uitgangspunt genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn.
                            </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Medegebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of
                                recreatieve</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>doeleinden</cursief></al><al> Artikel 27 Aanduiding omstandigheden</al><al>Het college kan overgaan tot vordering indien:</al><lijst><li nr="a."><al>sprake is van leegstand van een lesgebouw of een
                                        gymnastiekruimte zoals bedoeld in artikel 23;</al></li><li nr="b."><al>sprake is van onderbenutting van een sportveld van een
                                        school voor voortgezet onderwijs, blijkend uit het
                                        lesrooster van de school of scholen die dat sportveld voor
                                        het onderwijs gebruiken.</al></li></lijst><al> Artikel 28 Overleg en mededeling</al><lijst><li nr="1."><al>Alvorens over te gaan tot vordering overlegt het college met
                                        het bevoegd gezag.</al></li><li nr="2."><al>In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
                                                wordt;</al></li><li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met
                                                het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
                                                school;</al></li><li nr="c."><al>welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te
                                                voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw
                                                gevestigde school hinder van het medegebruik
                                                ondervindt;</al></li><li nr="d."><al>wat naar de mening van het college en het bevoegd
                                                gezag een redelijke vergoeding voor het medegebruik
                                                is;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een
                                                aanvang kan nemen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Binnen vier weken na afloop van het overleg doet het college
                                        schriftelijk mededeling van de vordering tot medegebruik aan
                                        het bevoegd gezag. Indien het overleg heeft geleid tot
                                        afspraken, bevat de mededeling in ieder geval die afspraken.
                                        Voor zover het overleg niet tot overeenstemming heeft
                                        geleid, dan bevat de mededeling de beslissing van het
                                        college over de punten.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3</nr><titel>Verhuur</titel></kop><structuurtekst><al> Artikel 29 Verzoek toestemming college</al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag verzoekt het college schriftelijk om
                                        toestemming als bedoeld in artikel 108, eerste lid van de
                                        Wet op het primair onderwijs of artikel 76s, eerste lid van
                                        de Wet op het voortgezet onderwijs voordat een
                                        huurovereenkomst wordt gesloten.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek bevat een aanduiding van de huurder en van de
                                        bestemming van de te verhuren ruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan aan de toestemming de voorwaarde verbinden,
                                        o.a. dat voor de verhuur een huur is verschuldigd.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel></kop><structuurtekst><al> Artikel 30 Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud</al><lijst><li nr="1."><al>Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een
                                    gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een
                                    school stelt het college vast of er mogelijke sprake is van
                                    achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein.</al></li><li nr="2."><al>Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk sprake is
                                    van achterstallig onderhoud wordt, voordat de
                                    eigendomsoverdracht plaats vindt, een staat van onderhoud
                                    opgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het
                                    college na overleg met het bevoegd gezag.</al></li><li nr="4."><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het
                                    bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing,
                                    vastgesteld welk deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd
                                    gezag wordt uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan het
                                    college betaald wordt. Indien het overleg niet tot
                                    overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke handelwijze
                                    gevolgd wordt.</al></li><li nr="5."><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien
                                    dit naar het oordeel van het college niet nodig is.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>Gebruik lokaal bewegingsonderwijs door (speciaal) basisonderwijs en
                            voortgezet onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit;</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit;</titel></kop><al><vet>Inroosteren en </vet><vet>gebruik</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs of een
                                    school voor (voortgezet) speciaal onderwijs verstrekt jaarlijks
                                    10 weken voor einde schooljaar een opgave van de voor het
                                    volgende schooljaar voor de school gewenste onderwijsgebruik van
                                    een gymnastiekruimte. Grondslag voor het berekenen van het
                                    aantal klokuren is het aantal leerlingen dat op 1 oktober van
                                    het lopende schooljaar op de school staat ingeschreven.</al><al> Deze opgave bevat de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt
                                            in een aantal klokuren;</al></li><li nr="b."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of -ruimten waarin
                                            het gebruik wordt gewenst;</al></li><li nr="c."><al>de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
                                            schoolweek wordt gewenst.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een
                                    gymnastiekruimte als bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd
                                    als een aanvraag in de zin van artikel 19, met dien verstande
                                    dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het bepaalde
                                    in dit artikel van toepassing is.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt jaarlijks 6 weken voor einde schooljaar op
                                    basis van de ingediende opgaven een voorstel tot inroostering
                                    voor het volgend schooljaar vast van het onderwijsgebruik door
                                    scholen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs
                                    van de op het grondgebied van de gemeente gelegen
                                    gymnastiekruimten.</al><al> Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de
                                    beschikbare capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt
                                    uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per week per
                                    gymnastiekruimte.</al></li><li nr="4."><al>Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot
                                    inroostering het volgende in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                            onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals
                                            opgenomen in bijlage I, deel B;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
                                            gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte
                                            wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd
                                            voor die gymnastiekruimte;</al></li><li nr="c."><al>het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel
                                            mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
                                    basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs de volgende
                                    gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt
                                            ingeroosterd in een gymnastiekruimte;</al></li><li nr="b."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de
                                            tijden gedurende welke het onderwijsgebruik
                                            plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
                                            gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
                                            gymnastiekruimte plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het
                                            aantal klokuren dat ingevolge de beleidsregel
                                            bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs en
                                            (voortgezet) speciaal onderwijs voor bekostiging door de
                                            gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel
                                            klokuren voor rekening komen van het bevoegd gezag van
                                            de school.</al><al> Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in
                                            dit lid onder d slechts op in het voorstel tot
                                            inroostering voor zover daarvoor nog capaciteit
                                            beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met het
                                            totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door de
                                            gemeente in aanmerking komt.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het voorstel tot inroostering wordt door het college binnen twee
                                    weken na vaststelling toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen
                                    voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. De
                                    bevoegde gezagsorganen worden daarbij uitgenodigd voor een
                                    overleg over het voorstel. Dit overleg vindt plaats binnen twee
                                    weken na toezending van het voorstel. In het overleg worden de
                                    vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen in de
                                    gelegenheid gesteld te reageren op het voorstel tot
                                    inroostering.</al></li><li nr="7."><al>Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen
                                    stelt het college 1 week voor einde schooljaar, de definitieve
                                    inroostering vast van het gebruik van de gymnastiekruimte voor
                                    het volgende schooljaar. Indien het college daarbij afwijkt van
                                    een of meer in het overleg als bedoeld in het zesde lid naar
                                    voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.</al></li><li nr="8."><al>Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen
                                    de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke
                                    mededeling van het college over de inroostering in de
                                    beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag
                                    staande school of scholen voor het volgende schooljaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Indexering</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>De in het kader van deze verordening gehanteerde normbedragen voor de
                            vergoeding van voorzieningen -op basis van de in bijlage IV opgenomen
                            prijsindexen en systematiek van prijsbijstelling- worden jaarlijks
                            automatisch geïndexeerd conform de actuele
                            VNG-indexeringspercentages.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                            bekendmaking en heeft een terugwerkende kracht tot en met 1 januari
                            2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2013 gemeente
                            Geldrop-Mierlo wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening voorzieningen
                            huisvesting</al><al>onderwijs gemeente Geldrop-Mierlo 2015. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Geldrop-Mierlo</ondertekening><ondertekening>d.d. .</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al/><al><vet>INHOUDSOPGAVE</vet>.................................................................................................................................2</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 1</vet></al><al>algemene bepalingen………………………………………………………………………………………4</al><al>ARTIKEL 1 BEGRIPSBEPALINGEN……………………………………………………………………….4</al><al>ARTIKEL 2 OMSCHRIJVING VOORZIENINGEN IN DE
                            HUISVESTING……………………………...5</al><al>ARTIKEL 3 VOORBEREIDINGSKREDIET………………………………………………………………...5</al><al>ARTIKEL 4 VASTSTELLING VERGOEDING VOORZIENINGEN……………………………………….5</al><al>ARTIKEL 5 INFORMATIEVERSTREKKING……………………………………………………………….6</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2</vet></al><al>PROGRAMMA EN OVERZICHT…………………………………………………………………………………7</al><al>ARTIKEL 6 INDIENING AANVRAAG………………………………………………………………………7</al><al>ARTIKEL 7 INHOUD AANVRAAG; GELEGENHEID TOT AANUVLLEN
                            AANVRAAG……………….</al><al> NIET BEHANDELEN ONVOLLEDIGE AANVRAAG……………………….……………….7</al><al>ARTIKEL 8 OPGAVE INGEDIENDE AANVRAGEN………………………………………………………8</al><al>ARTIKEL 9 TOELICHTING AANVRAAG; OVERLEG OVER INGEDIENDE
                            BEGROTING……………8</al><al>ARTIKEL 10 OVERLEG PROGRAMMA EN OVERZICHT; ADVIES
                            ONDERWIJSRAAD……………...8</al><al>ARTIKEL 11 TIJDSTIP VASTSTELLING……………………………………………………………………9</al><al>ARTIKEL 12 BEKENDMAKING BESLUITEN; VASTSTELLEN
                            BEKOSTIGINGSPLAFOND…………..</al><al> PROGRAMMA EN OVERZICHT……………………………………………………………...9</al><al>ARTIKEL 13 OVERLEG WIJZE VAN UITVOERING………………………………………………………..9</al><al>ARTIKEL 14 INSTEMMING BOUWPLANNEN EN BEGROTING; TIJDSTIP
                            AANVANG………………</al><al> BEKOSTIGING; TOETSING WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN EN NIEUWE FEITEN…..</al><al> EN OMSTANDIGHEDEN; OVERLEGGING OFFERTES………………………………….10</al><al>ARTIKEL 15 AANVANG BEKOSTIGING………………………………………………………………….11</al><al>ARTIKEL 16 VERVALLEN AANSPRAAK OP BEKOSTIGING…………………………………………..11</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 3</vet></al><al>AANVRAGEN MET EEN SPOEDEISEND KARAKTER………………………………………………………12</al><al>ARTIKEL 17 INDIENING AANVRAAG……………………………………………………………………..12</al><al>ARTIKEL 18 INHOUD AANVRAAG………………………………………………………………………...12</al><al>ARTIKEL 19 TIJDSTIP BESLISSING……………………………………………………………………….12</al><al>ARTIKEL 20 INHOUD BESLISSING…………………………..……………………………………………12</al><al>ARTIKEL 21 UITVOERING BESLISSING…………………………………………………………………..13</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 4</vet></al><al>MEDEGEBRUIK EN VERHUUR…………………………………………………………………………………13</al><al>ARTIKEL 22 AANDUIDING OMSTANDIGHEDEN………………………………………………………..13</al><al>ARTIKEL 23 OMSCHRIJVING LEEGSTAND……………………………………………………………...13</al><al>ARTIKEL 24 NALATEN VORDERING………………………………………………………………………13</al><al>ARTIKEL 25 OVERLEG EN MEDEDELING………………………………………………………………...13</al><al>ARTIKEL 26 VERGOEDING…………………………………………………………………………….......14</al><al>ARTIKEL 27 AANDUIDING OMSTANDIGHEDEN………………………………………………………..14</al><al>ARTIKEL 28 OVERLEG EN MEDEDELING………………………………………………………………..14</al><al>ARTIKEL 29 VERZOEK TOESTEMMING COLLEGE……………………………………………………..15</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 5</vet></al><al>EINDE GEBRUIK GEBOUWEN EN TERREINEN</al><al>ARTIKEL 30 TIJDSTIP BEÉINDIGING GEBRUIK; STAAT VAN
                            ONDERHOUD……………………….16</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 6</vet></al><al>GEBRUIK LOKAAL BEWEGINGSONDERWIJS DOOR (SPECIAAL) BASISONDERWIJS
                            EN……………. </al><al>VOORTGEZET ONDERWIJS……………………………………………………………………………………17</al><al>ARTIKEL 31 MUTATIES AANTAL KLOKUREN BINNEN BESCHIKBARE
                            CAPACITEIT……………..</al><al> INROOSTEREN EN GEBRUIK……………………………………………………………….17</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 7</vet></al><al>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN………………………………………………………………………..19</al><al>Artikel 32 BESLISSING COLLEGE INGEVALLEN WAARIN DE VERORDENING NIET </al><al> VOORZIET 19</al><al>Artikel 33 iNDEXERING 19</al><al>Artikel 34 INWERKINGTREDING 19</al><al>ARTIKEL 35 INTREKKING OUDE REGELING……………………………………………………………..19</al><al>ARTIKEL 36 CITEERTITEL…………………………………………………………………………………..19</al></bijlage></regeling></body></cvdr>