<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR366635_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiële bekendmakingen (GVOP)</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en artikel 36b van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-05-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>25-2015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Apeldoorn;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11-03-2015, nr.
                        2015-501427;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en artikel 36b van de
                        Participatiewet;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende</al><al/><al><vet>Verordening individuele studietoeslag 2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening individuele studietoeslag 2015</titel></kop><structuurtekst><al>De raad van de gemeente Apeldoorn;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11-03-2015, nr.
                            2015-501427;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en artikel 36b van de
                            Participatiewet;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de navolgende</al><al><vet>Verordening individuele studietoeslag 2015</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Apeldoorn;</al></li><li nr="b."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de
                                        wet, en de algemene bijstand;</al></li><li nr="c."><al>jaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus;
                                    </al></li><li nr="d."><al>onverwijld: binnen 7 dagen nadat het feit of de
                                        omstandigheid zich heeft voorgedaan, dan wel het kenbaar
                                        werd of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn voor
                                        belanghebbende;</al></li><li nr="e."><al>de wet: de Participatiewet;</al></li><li nr="f."><al>WSF 2000: Wet studiefinanciering 2000;</al></li><li nr="g."><al>WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                        schoolkosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet, de Gemeentewet en de Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de
                                Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college
                                vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verzoeker doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen
                                beweging mededeling van alle omstandigheden en feiten waarvan hem
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn
                                op zijn recht op individuele studietoeslag.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op individuele studietoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager van de studietoeslag:</al><lijst><li nr="a."><al>is een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        onderdeel a, Participatiewet; en</al></li><li nr="b."><al>is 18 jaar of ouder; en </al></li><li nr="c."><al>heeft recht op studiefinanciering op grond van de WSF 2000
                                        of op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de
                                        WTOS; en</al></li><li nr="d."><al>heeft geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in
                                        artikel 34 van de Participatiewet; en</al></li><li nr="e."><al>is niet in staat om met voltijdse arbeid het wettelijk
                                        minimumloon te verdienen, maar heeft wel mogelijkheden tot
                                        arbeidsparticipatie; en</al></li><li nr="f."><al>ontvangt geen andere inkomsten dan uit studiefinanciering op
                                        grond van de WSF 2000, of de WTOS; en</al></li><li nr="g."><al>kan de studie niet combineren met arbeidsparticipatie;
                                        en</al></li><li nr="h."><al>volgt niet een studie met weinig relevantie of perspectief
                                        voor de arbeidsmarkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, in aanvulling op het bepaalde in artikel 36b,
                                eerste lid van de Participatiewet, in beleidsregels vastleggen wie,
                                wanneer en op grond van welke nadere voorwaarden, recht heeft op een
                                individuele studietoeslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beoordeling verdiencapaciteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt of een persoon met voltijdse arbeid niet in
                                staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel
                                mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan advies inwinnen over de verdiencapaciteit van de
                                aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoogte, frequentie en betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 1.000,- per jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager kan slechts eenmaal binnen een jaar in aanmerking komen
                                voor een individuele studietoeslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De individuele studietoeslag wordt in twee termijnen van € 500,-
                                uitbetaald. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de individuele studietoeslag naar evenredigheid
                                vaststellen, indien de aanvrager gedurende het jaar begint of stopt
                                met een studie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de studietoeslag terugvorderen voor zover de
                                studietoeslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening indien toepassing leidt
                            tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie en werkt
                            terug tot 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                            studietoeslag 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16-04-2015.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>,voorzitter,griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening individuele studietoeslag</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><tussenkop>Aanleiding</tussenkop><al>Met de inwerkingtreding van de Participatiewet wordt een studieregeling
                    geïntroduceerd: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid om mensen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. </al><al>De achterliggende gedachte hierbij is dat het afronden van een studie de positie
                    op de arbeidsmarkt van mensen verbetert. Een diploma is een bewijs tegenover
                    werkgevers dat iemand gemotiveerd is en iets in zijn mars heeft. De drempel om
                    een contract aan te bieden aan mensen met een arbeidshandicap is lager als een
                    werkgever ziet dat iemand met succes een studie heeft afgerond. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK
                    2013-2014, 33 161, nr. 125, p.2).</al><al>De individuele studietoeslag is een vorm van bijzondere bijstand die niet
                    gerelateerd is aan bepaalde kosten. Het betreft een inkomensondersteunende
                    maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    wettelijk minimumloon te verdienen. </al><tussenkop>Verordeningsplicht</tussenkop><al>Op grond van artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet is de
                    gemeenteraad verplicht in een verordening regels vast te stellen over het
                    verlenen van een individuele studietoeslag. De regels moeten in ieder geval
                    betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de
                    individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet).</al><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid
                    van het college. Dit betekent dat het college aan personen die voldoen aan de
                    voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, een individuele
                    inkomenstoeslag kan toekennen, maar hiertoe niet is gehouden. </al><al>De volgende wetsartikelen zijn niet van toepassing bij de verlening van de
                    individuele studietoeslag:</al><lijst><li nr="-"><al>artikel 12, de onderhoudsplicht van ouders jegens 18, 19 en
                            20-jarigen;</al></li><li nr="-"><al>artikel 43, de wijze van vaststelling op de aanvraag;</al></li><li nr="-"><al>artikel 49, de mogelijkheid van bijzondere bijstand in een
                            schuldensituatie;</al></li><li nr="-"><al>artikel 52, de verlening van een voorschot. </al></li></lijst><tussenkop>Artikelgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepaling</tussenkop><tussenkop>Jaar</tussenkop><al>Zie voor een nadere toelichting van dit begrip en de toepasbaarheid ervan, de
                    toelichting bij artikel 5.</al><tussenkop>Artikel 2 Indienen verzoek</tussenkop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, Participatiewet. Om
                    onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                    ingediend, bepaalt dit artikel dat het verzoek moet worden gedaan middels een
                    door het college vastgesteld formulier. Dit kan ook een digitaal formulier zijn.
                    Het verzoek wordt gelijkgesteld met een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1
                    van de Algemene wet bestuursrecht. De aanvrager is, zowel ten tijde van het
                    verzoek als gedurende de looptijd van de individuele studietoeslag, verplicht om
                    alle relevante inlichtingen aan het college te verstrekken voor het vaststellen
                    en uitbetalen van de toeslag. </al><tussenkop>Artikel 3 Doelgroep </tussenkop><al>In het eerste lid van dit artikel worden onder andere de wettelijke regels met
                    betrekking tot de doelgroep van artikel 36b weergegeven.</al><al>Doel van de studietoeslag is om mensen die niet in staat zijn om te werken naast
                    hun studie als gevolg van een arbeidshandicap een financiële ondersteuning te
                    bieden. Dat moet dan ook de insteek zijn bij de beoordeling van wie hiervoor in
                    aanmerking komt. Het is de vraag of de formele omschrijving toereikend is in dit
                    verband. </al><al>Om die reden zijn in dit artikel extra vereisten gesteld om voor de individuele
                    studietoeslag in aanmerking te komen. Er wordt geen studietoeslag toegekend
                    indien iemand inkomsten ontvangt anders dan uit studiefinanciering of WTOS. Te
                    denken valt aan inkomsten uit een bijbaantje, ontvangen alimentatie, maar ook
                    aan de situatie waarin belanghebbende geen studiefinanciering aanvraagt -
                    ondanks het recht hierop, - omdat de studie van belanghebbende betaald wordt
                    door bijvoorbeeld de ouders.</al><al>Er wordt geen studietoeslag gegeven als iemand een bijbaantje heeft, aangezien
                    de regeling juist bedoeld is voor personen voor wie het combineren van studie
                    met een bijbaan moeilijk is. Waar iemand de studie wel met een bijbaan kan
                    combineren, is het met het oog op het toekomstige arbeidsperspectief juist
                    wenselijk, deze mogelijkheid te benutten. Wanneer in zo’n situatie een toeslag
                    wordt verstrekt, is deze contraproductief. </al><al>Deze personen worden geacht niet dat steuntje in de rug nodig te hebben zoals
                    bedoeld door de wetgever. </al><tussenkop>Tot slot wordt er geen studietoeslag verstrekt als iemand kiest voor een
                    studie met weinig relevantie of perspectief voor de arbeidsmarkt. Het is
                    belangrijk dat de studie ook daadwerkelijk bijdraagt aan het verhogen van de
                    kansen op de arbeidsmarkt. </tussenkop><tussenkop>Artikel 4 Beoordeling verdiencapaciteit</tussenkop><al>Artikel 36b, eerste lid, Participatiewet regelt in welke gevallen het college op
                    verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden, een
                    individuele studietoeslag kan verlenen. Een vereiste hiervoor is dat het gaat om
                    een persoon van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet in staat is
                    tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar die wel mogelijkheden tot
                    arbeidsparticipatie heeft.</al><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium beoordeelt het college aan de
                    hand van beschikbare gegevens van bijvoorbeeld het Uitvoeringsinstituut
                    Werknemersverzekeringen (UWV), eerdere medische keuringen en informatie vanuit
                    het netwerk, zoals school, of een persoon hieraan voldoet. Indien dit
                    onvoldoende uitsluitsel geeft, kan advies van een externe worden ingewonnen. Te
                    denken valt aan een arbeidsdeskundige. </al><tussenkop>Artikel 5 Hoogte, frequentie en betaling</tussenkop><al>In dit artikel is de hoogte van de individuele studietoeslag geregeld. Hierbij
                    wordt de studietoeslag per persoon - die voldoet aan de voorwaarden - toegekend.
                    De individuele toeslag bedraagt € 1.00,- per jaar en wordt in twee termijnen
                    uitbetaald. Een jaar wordt gerekend vanaf 1 september tot 31 augustus. Op die
                    manier wordt zoveel mogelijk aangesloten bij schooljaren. Als er sprake is van
                    gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor een
                    individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking voor een
                    individuele studietoeslag.</al><al>Een persoon kan slechts eenmaal in een jaar in aanmerking komen voor een
                    individuele studietoeslag. Dit betekent dat iemand tussen 1 september en 31
                    augustus maximaal één keer de studietoeslag toegekend kan krijgen. Doorgaans
                    starten opleidingen in september en duurt het schooljaar tot september van het
                    volgende jaar. Voor de beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor
                    een individuele studietoeslag, wordt de situatie op de datum van de aanvraag
                    beoordeeld. Indien de aanvrager halverwege het jaar instroomt kan de
                    studietoeslag naar evenredigheid worden toegekend. Als een persoon gaandeweg het
                    jaar bijvoorbeeld stopt met de studie, dient hij dit te melden aan het college
                    en kan de toeslag worden beëindigd vanaf het moment van einde studie. De al
                    betaalde toeslag kan naar evenredigheid worden teruggevorderd. </al><tussenkop>Artikel 6 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Deze bepaling geeft de mogelijkheid aan het college om in uitzonderlijke
                    gevallen maatwerk te leveren. Het moet dan gaan om gevallen waarin het toepassen
                    van de regels uit deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                    zouden leiden. </al><tussenkop>Artikel 7 Onvoorziene omstandigheden</tussenkop><al>Als zich situaties voordoen waarvoor deze verordening geen oplossing bieden, dan
                    beslist het college over de afhandeling hiervan.</al><tussenkop>Artikel 8 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 9 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting><bijlage><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="89*"/><colspec colname="col2" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Pag.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 Indienen verzoek</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 2 Recht op individuele studietoeslag</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 Doelgroep </al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 Beoordeling verdiencapaciteit</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5 Hoogte, frequentie en betaling</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 3 Slotbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6 Hardheidsclausule </al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 7 Onvoorziene omstandigheden</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 8 Inwerkingtreding</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 Citeertitel </al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toelichting</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>