<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR366482_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Winterswijk            2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-1880.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dTractatenblad%257CStaatsblad%257CStaatscourant%257CGemeenteblad%257CWaterschapsblad%257CParlementaireDocumenten%26vrt%3dverrekening%26zkd%3dAlleenInDeTitel%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150507%26epd%3d20150507%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dWinterswijk%26orgt%3dgemeente%26ap%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 2015, 1880</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Winterswijk 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=8, 60b&amp;g=2015-01-01">Participatiewet, art. 8, 60b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>59598</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Winterswijk
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>2014, nr. X-4 sub e</al><al>De raad van de gemeente Winterswijk;</al><al>overwegende dat:</al><al>de Participatiewet de gemeenteraad verplicht in een verordening nadere
                        regels te stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten
                        werking te stellen bij verrekening van de recidiveboete;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 23 september 2014,
                        nr. 59598;</al><al>gelet op de artikelen 8, eerste lid, onder d, en 60b, van de
                        Participatiewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>VERORDENING VERREKENING BESTUURLIJKE BOETE BIJ RECIDIVE GEMEENTE
                            WINTERSWIJK 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen
                                    475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                                    Rechtsvordering;</al></li><li nr="-"><al>bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of
                                    diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met
                                    uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden
                                    vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de
                                    Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente [naam].</al></li><li nr="-"><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a,
                                    vijfde lid, van de Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid,
                                    van de Participatiewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de
                                toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de
                                recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
                                tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop
                                de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de
                                toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de
                                recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de
                                beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de
                                dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent
                                het college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op
                                een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een
                                inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r,
                                van de Participatiewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van de artikelen 2 en 3 kan het college de recidiveboete
                            met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van
                                    belanghebbende en diens gezin; of</al></li><li nr="b."><al>anderszins sprake is van dringende redenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                                verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a,
                                eerste lid, van de Participatiewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien en voor zover deze
                                boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de
                                recidiveboete.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                            deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot
                            onredelijkheid of onbillijkheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015, onder
                            gelijktijdige intrekking van de Verordening verrekening bestuurlijke
                            boete bij recidive Winterswijk 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive gemeente Winterswijk 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in </ondertekening><ondertekening>zijn openbare vergadering gehouden op 29 oktober 2014,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Op 1 januari 2013 is de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving" in werking getreden. Voor de Wet werk en bijstand, per 1 januari
                    2015 de Participatiewet, introduceert deze wet de bestuurlijke boete bij een
                    schending van de inlichtingenplicht. Het college van burgemeester en
                    wethouders(verder college) is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende
                    uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij deze verrekening de bescherming
                    van de beslagvrije voet in acht genomen worden. Is echter sprake van een
                    bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college besluiten gedurende
                    maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te verrekenen.</al><al>De Participatiewet verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te
                    stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te
                    stellen bij verrekening van de recidiveboete.</al><al>Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een afweging te maken van situaties of
                    omstandigheden waarin het buiten werking stellen van de beslagvrije voet niet
                    proportioneel wordt geacht. In deze verordening is gekozen voor een middenweg.
                    Enerzijds is uiting gegeven aan het uitgangspunt dat fraude niet mag lonen,
                    anderzijds is rekening gehouden met de zorgplicht van gemeenten.</al><al>De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet
                    in acht nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Daar
                    waar terugvordering en invordering niet door de wetgever is verplicht, blijft
                    sprake van een bevoegdheid van het college. Hiervoor stelt het college per 1
                    januari 2015 regelingen op.</al><al><vet>Pseudoverrekening</vet></al><al>In het kader van pseudoverrekening kunnen gemeenten te maken krijgen met
                    verzoeken van andere gemeenten om een door hen opgelegde recidiveboete te
                    verrekenen. Het college dat de boete heeft opgelegd zal in dat geval aangeven in
                    hoeverre het de beslagvrije voet in acht wil nemen (volgens de regels van zijn
                    gemeentelijke verordening). De gemeente die de uitkering verstrekt, moet in
                    beginsel gehoor geven aan dit verzoek.</al><al>Mocht de beslagvrije voet niet gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende
                    het college waarvan hij uitkering ontvangt, verzoeken de beslagvrije voet toch
                    in acht te nemen. In artikel 60b, tweede lid, van de Participatiewet is geregeld
                    dat het college die de uitkering verstrekt, de bevoegdheid heeft aan dit verzoek
                    van belanghebbende tegemoet te komen. Het ligt voor de hand dat het college bij
                    de beslissing op dat verzoek handelt analoog aan de regels die in de eigen
                    gemeentelijke verordening zijn vastgelegd.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meesten
                        behoeven geen nadere toelichting.</al><al><cursief>Bezit </cursief></al><al>De verordening kent een definitie van het begrip bezit. Het gaat daarbij om
                        (de waarde van) alle bezittingenwaarover een belanghebbende of diens
                        gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken.Bezittingen
                        kunnen zowel bestaan uit geld als op geld waardeerbare goederen.Bij het
                        begrip bezit zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat het
                        nadrukkelijk niet om vermogenals bedoeld in artikel 34 van de
                        Participatiewet. Eventueel aanwezige schulden spelen immers geen rolen
                        worden dus ook niet op het bezit in mindering gebracht.</al><al>Ook de vrijlatingen van artikel 34, tweede lid, van de Participatiewet zijn
                        hier niet van toepassing. </al><al>Een belanghebbende die vanwege de volledige verrekening met de beslagvrije
                        voet zonder inkomsten komt te zitten, zal de bezittingen waarover hij
                        beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, volledig moeten aanwenden om in
                        de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien. Een uitzondering
                        is gemaakt voor de door belanghebbende en zijn gezin bewoonde (eigen)
                        woning.</al><al><cursief>Verrekenen</cursief></al><al>De Participatiewet kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van
                        Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte
                        begripsbepaling opgenomen in de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening met de
                        beslagvrije voet plaats vindt voor de maximale termijn van drie maanden als
                        een belanghebbende over voldoende bezittingen beschikt om dit op te kunnen
                        vangen. Dat uitgangspunt is vastgelegd in artikel 2 van deze verordening.
                        Van voldoende bezit is sprake als de waarde van de bezittingen waarover
                        belanghebbende beschikt (of redelijkerwijs kan beschikken), ten minste
                        driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt. Immers, bij aanwending of
                        tegeldemaking van deze bezittingen, zou een periode van drie maanden
                        overbrugd moeten kunnen worden.</al><al>Een voorbeeld ter illustratie.</al><al><cursief>Wanneer een alleenstaande op zijn bankrekening(-en) een positief
                            saldo heeft van € 2.500,--zonder rekening te houden met eventuele
                            schulden, is zijn bezit meer dan driemaal de voor hem toepasselijke
                            bijstandsnorm van € 800,--. De recidiveboete wordt verrekend zonder
                            inachtneming van de beslagvrije voet.</cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><al>Heeft een belanghebbende onvoldoende bezittingen om een periode van drie
                        maanden volledige verrekening met de beslagvrije voet te kunnen overbruggen,
                        dan verrekent het college slechts één maand zonder inachtneming van de
                        beslagvrije voet. Voor de overige twee maanden vindt weliswaar verrekening
                        met de beslagvrije voet plaats, maar niet volledig. Belanghebbende blijft
                        beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke
                        bijstandsnorm.</al><al>Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de
                        invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire
                        wanbetalers. Onder omstandigheden kan deze de beslagvrije voet (90% van de
                        toepasselijke bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel 19,
                        eerste lid, van de Invorderingswet1990.</al><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat
                        fraude niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die
                        herhaaldelijk hun inlichtingenplicht hebben geschonden.</al><al>Daar mag een duidelijk signaal tegenover staan. Anderzijds wordt rekening
                        gehouden met de zorgplicht van gemeenten. Het volledig buiten werking
                        stellen van de beslagvrije voet gedurende drie maanden kan kwalijke
                        maatschappelijke consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden, nu de
                        regeling daarmee zijn doel voorbij zou schieten.</al><al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van artikel
                        31, tweede lid, onderdelen n of r, van de Participatiewet worden vrijgelaten
                        voor de algemene bijstand. Bij verrekening van een recidiveboete tot 80% van
                        de bijstandsnorm, tellen deze inkomsten echter gewoon mee. Het college laat
                        deze inkomsten dus niet buiten beschouwing bij de beoordeling van de vraag
                        of een belanghebbende nog over voldoende inkomen beschikt. Dat is geregeld
                        in lid 3.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de
                        inlichtingenplicht, zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening met
                        de beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties komen aan
                        de orde in artikel 4. Het gaat daarbij altijd om individuele omstandigheden
                        waaraan het college zal moeten toetsen.</al><al>In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking van de
                        artikelen 2 en 3 toch de beslagvrije voet te respecteren wanneer volledige
                        verrekening waarschijnlijk leidt tot huisuitzetting van belanghebbende en
                        diens gezin. Voorkomen moet worden dat een belanghebbende door de volledige
                        verrekening op straat komt te staan, nu dit de problematiek alleen maar
                        verergert, met alle maatschappelijke kosten van dien. Een dreigende
                        huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een dringende reden om
                        van verrekening met de beslagvrije voet af te zien. Dat volgt uit het woord
                        'anderszins' in onderdeel b. Ook bij aanwezigheid van andere dringende
                        redenen dan een dreigende </al><al>huisuitzetting, kan het college rekening houden met de bescherming van de
                        beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel sprake. Het gaat
                        slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden waarin
                        de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele andere wijze
                        te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het belanghebbende door de
                        verrekening aan middelen ontbreekt om in het bestaan te voorzien, is op zich
                        geen voldoende voorwaarde om te kunnen spreken van dringende redenen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>In artikel 60b, derde lid, van de Participatiewet is bepaald dat de
                        bevoegdheid om te verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is
                        op eerder opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van
                        verrekening van de recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald.
                        Mocht het college die eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan
                        regelt artikel 5 dat de bepalingen in deze verordening van overeenkomstige
                        toepassing zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Deze verordening biedt de mogelijkheid om rekening te houden met de situatie
                        van belanghebbende bij het verrekenen van de bestuurlijke boete. Mocht zich
                        een situatie voordoen waarin het onverkort toepassen van hetgeen in deze
                        verordening is bepaald tot onredelijkheid of onbillijkheid leidt, dan kan
                        het college ten gunsten van belanghebbende afwijken van de bepalingen in
                        deze verordening.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>