<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR366349_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels briefadres gemeente Giessenlanden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Giessenlanden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Giessenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels briefadres gemeente Giessenlanden 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 1.1, 2.23, 2.40, 2.41 en 2.45 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, Circulaire briefadres (BPR2013/0000746310) van de minister van BZK van 6 december 2013</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-05-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Zaak nr. 15-17006</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels briefadres gemeente Giessenlanden 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Giessenlanden; </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze beleidsregel wordt verstaan onder:</al><al/><al>De Wet:</al><al>Wet basisregistratie personen;</al><al>Woonadres:</al><al>het adres waar betrokkene woont zoals gesteld in
                                        artikel 1.1 onderdeel o van de Wet BRP;</al><al>Briefadres: </al><al>het adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in
                                        ontvangst worden genomen zoals gesteld in artikel 1.1
                                        onderdeel p van de Wet BRP;</al><al>Bestaand adres:</al><al>het adres dat conform de Basisregistratie adressen en
                                        gebouwen als verblijfsobject met gebruiksdoel woonfunctie is
                                        vastgesteld;</al><al>Briefadresgever: </al><al>een natuurlijke persoon die als ingezetene is
                                        ingeschreven of een rechtspersoon die zijn zetel heeft in
                                        Nederland, bedoeld in artikel 2.42 Wet BRP, die een
                                        briefadres ter beschikking stelt;</al><al>Briefadreshouder: </al><al>de persoon die in de basisregistratie personen staat
                                        ingeschreven met een briefadres;</al><al>Gezinshuishouden:</al><al>twee personen die volgens de basisregistratie
                                            personen een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan
                                            of gehuwd zijn, met of zonder kind(eren); </al><al> twee personen die door het overleggen van een
                                            door een notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben
                                            aangetoond, dat zij een gemeenschappelijke huishouding
                                            voeren, met of zonder kind(eren);</al><al>een alleenstaande ouder met kind(eren).</al><al/><al>De Wet: Wet basisregistratie personen;</al><al>Woonadres: het adres waar betrokkene woont zoals gesteld in artikel 1.1
                        onderdeel o van de Wet BRP;</al><al>Briefadres: het adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst
                        worden genomen zoals gesteld in artikel 1.1 onderdeel p van de Wet BRP;</al><al>Bestaand adres: het adres dat conform de Basisregistratie adressen en
                        gebouwen als verblijfsobject met gebruiksdoel woonfunctie is
                        vastgesteld;</al><al>Briefadresgever: een natuurlijke persoon die als ingezetene is ingeschreven
                        of een rechtspersoon die zijn zetel heeft in Nederland, bedoeld in artikel
                        2.42 Wet BRP, die een briefadres ter beschikking stelt;</al><al>Briefadreshouder: de persoon die in de basisregistratie personen staat
                        ingeschreven met een briefadres;</al><al>Gezinshuishouden: </al><lijst><li nr="1."><al>twee personen die volgens de basisregistratie personen een
                                geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gehuwd zijn, met of
                                zonder kind(eren); </al></li><li nr="2."><al> twee personen die door het overleggen van een door een notaris
                                opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond, dat zij een
                                gemeenschappelijke huishouding voeren, met of zonder
                                kind(eren);</al></li><li nr="3."><al>een alleenstaande ouder met kind(eren).</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Redenen briefadres</titel></kop><al>Redenen voor de aangifte van een briefadres zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Het ontbreken van een woonadres vanwege:</al><lijst><li nr="a."><al>dak- of thuisloosheid;</al></li><li nr="b."><al>overbrugging van maximaal zes maanden tussen twee
                                        woonadressen en het ontbreken van een woonadres binnen deze
                                        overbruggingstermijn;</al></li><li nr="c."><al>de uitoefening van een ambulant beroep;</al></li><li nr="d."><al>kort verblijf in het buitenland: gedurende een jaar ten
                                        hoogste twee derden van de tijd in het buitenland;</al></li><li nr="e."><al>korter dan 2 jaar verblijf in het buitenland en gedurende
                                        zijn verblijf buiten Nederland beroepshalve vaart aan boord
                                        van een schip dat in Nederland de thuishaven heeft;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Verblijf in een op grond van artikel 2.40, derde lid Wet BRP door de
                                minister aangewezen instelling;</al></li><li nr="3."><al>Verblijf in een door het college op grond van artikel 2.40, vierde
                                lid Wet BRP aangewezen instelling zoals opgenomen in Bijlage 1 bij
                                deze beleidsregel;</al></li><li nr="4."><al>Indien naar het oordeel van de burgemeester, bedoeld in artikel 2.41
                                Wet BRP, het opnemen van een woonadres om veiligheidsredenen niet
                                wenselijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden briefadres</titel></kop><al>Artikel 3 Voorwaarden briefadres</al><lijst><li nr="1."><al>De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich
                                bevindt op grond van de artikelen 2.38 tot en met 2.40 en 2.43 Wet
                                BRP.</al></li><li nr="2."><al>Het college baseert zijn beoordeling van de aangifte tot briefadres
                                op de benodigde stukken zoals bedoeld in artikel 2.45 Wet BRP.</al></li><li nr="3."><al>Onder benodigde stukken wordt in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan van de
                                        briefadreshouder en</al></li><li nr="b."><al>het volledig ingevulde aangifteformulier briefadres met de
                                        schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de
                                        aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres
                                        noodzakelijk is en</al></li><li nr="c."><al>een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres als de
                                        aangifte op grond van artikel 1 eerste lid wordt gedaan
                                        en</al></li><li nr="d."><al>een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan van de
                                        briefadresgever en </al></li><li nr="e."><al>een schriftelijke verklaring van instemming van de
                                        natuurlijke persoon bij wie het briefadres wordt gehouden
                                        of</al></li><li nr="f."><al>een schriftelijke verklaring van instemming van een door het
                                        college van burgemeester en wethouders aangewezen
                                        rechtspersoon.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Als op het in de aangifte vermelde briefadres al aan twee
                                gezinshuishoudens of twee alleenstaanden of één gezinshuishouden en
                                één alleenstaande toestemming is gegeven een briefadres te houden op
                                dat adres, wordt door het college een onderzoek ingesteld
                                voorafgaand aan de inschrijving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aangifte briefadres</titel></kop><al>Artikel 4 Aangifte briefadres</al><lijst><li nr="1."><al>De aangifte is volledig indien alle benodigde gegevens, zoals
                                bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, zijn ingeleverd.</al></li><li nr="2."><al>Als één of meer gegevens ontbreken, dan wordt de aangever in de
                                gelegenheid gesteld binnen veertien dagen het verzuim te herstellen
                                en de aangifte alsnog aan te vullen. Aangever wordt hiervan
                                schriftelijk op de hoogte gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Indien de aangifte niet binnen de, in het vorige lid bepaalde
                                termijn kan worden aangevuld, dan kan, op verzoek van de aangever,
                                de termijn eenmalig verlengd worden met veertien dagen.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt de termijn van herstel van verzuim zoals bedoeld
                                in artikel 2.47 Wet BRP op maximaal veertien dagen na de dag van
                                aangifte. Als geen herstel plaatsvindt of uitstel van herstel
                                gevraagd wordt, wordt de aangifte buiten behandeling gesteld.
                                Aangever wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. </al></li><li nr="5."><al>De briefadreshouder en de briefadresgever zijn verplicht om op grond
                                van artikel 2.47 Wet BRP het college van burgemeester en wethouders,
                                desverlangd in persoon, inlichtingen te verschaffen die noodzakelijk
                                zijn voor de bijhouding van de basisregistratie personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><al>Het is in ieder geval niet mogelijk om ingeschreven te worden op een
                        briefadres, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>De aangever een woonadres heeft;</al></li><li nr="b."><al>De aangever langer dan acht maanden gedurende één jaar in het
                                buitenland verblijft en niet varend is op een schip dat zijn
                                thuishaven in Nederland heeft;</al></li><li nr="c."><al>De aangever varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland
                                heeft en langer dan twee jaar in het buitenland verblijft;</al></li><li nr="d."><al>Er een onderzoek loopt naar de verblijfplaats van de
                                briefadresgever; </al></li><li nr="e."><al>Het briefadres een adres betreft waarop al aan twee alleenstaanden,
                                twee gezinshuishoudens of aan een alleenstaande en een
                                gezinshuishouden een briefadres is verleend;</al></li><li nr="f."><al>Het briefadres geen bestaand adres betreft;</al></li><li nr="g."><al>Het briefadres een postbus is;</al></li><li nr="h."><al>Het een briefadres is bij een rechtspersoon, welke niet door het
                                college van burgemeester en wethouders is aangewezen;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Termijn briefadres</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b mag een
                                briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal zes
                                maanden.</al></li><li nr="2."><al>In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub d en e mag
                                een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal de periode
                                die aangever buiten Nederland zal verblijven.</al></li><li nr="3."><al>Het college van burgemeester en wethouders neemt, ingeval de
                                briefadreshouder voor het aflopen van de termijn als bedoeld in het
                                eerste en tweede lid geen woonadres heeft gekozen, door de
                                briefadreshouder minimaal twee weken voorafgaand aan het verlopen
                                van deze termijn ingediende verzoeken om het briefadres te verlengen
                                in behandeling.</al></li><li nr="4."><al>In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b en d kan
                                de termijn voor een briefadres eenmalig met maximaal drie maanden
                                verlengd worden.</al></li><li nr="5."><al>Het verzoek voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met
                                inachtneming van de artikelen 2.38 tot en met 2.40 en 2.43 Wet BRP.
                                Het college baseert zijn beoordeling van de verlenging op de
                                benodigde stukken zoals bedoeld in artikel 2.45 Wet BRP.</al></li><li nr="6."><al>Indien de termijn als bedoeld in het eerste of tweede lid is
                                verstreken en door de aangever niet een verzoek als bedoeld in het
                                derde lid is gedaan, wordt deze met toepassing van artikel 2.45,
                                eerste lid, van de Wet opgeroepen om inlichtingen te
                                verschaffen.</al></li><li nr="7."><al>Onverminderd wat is bepaald in het eerste tot en met het vijfde lid,
                                is de briefadreshouder verplicht op grond van de artikelen 2.38,
                                2.39 en 2.40 Wet BRP aangifte van adreswijziging te doen bij de
                                woongemeente of in het geval van emigratie bij de gemeente van
                                vertrek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beëindiging briefadres</titel></kop><al>Het briefadres wordt beëindigd in de basisregistratie personen</al><lijst><li nr="1."><al>Als de briefadresgever niet meer op het desbetreffende adres is
                                ingeschreven in de basisregistratie personen;</al></li><li nr="2."><al>Indien de briefadresgever of de briefadreshouder schriftelijk
                                aangeeft dat hij geen prijs meer stelt op de handhaving van het
                                briefadres in de basisregistratie personen;</al></li><li nr="3."><al>Indien blijkt dat niet meer wordt voldaan aan de criteria voor een
                                briefadres zoals in deze beleidsregel is bepaald. </al></li><li nr="4."><al>Indien uit onderzoek blijkt dat de briefadreshouder niet voldoet aan
                                de bij deze beleidsregel gestelde eisen of geen verzoek ingevolge
                                artikel 6 derde lid heeft ingediend of geen inlichtingen heeft
                                verschaft ingevolge artikel 6, zesde lid, wordt overgegaan tot
                                ambtshalve adreswijziging conform artikel 2.22 van de Wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsperiode</titel></kop><al>Voor briefadressen die al zijn toegekend voor de inwerkingtreding van deze
                        beleidsregels wordt een overgangsperiode van maximaal zes maanden
                        gehanteerd. Daarna wordt een eventueel verzoek om verlenging getoetst aan
                        deze beleidsregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregels briefadres gemeente
                        Giessenlanden 2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders van de gemeente Giessenlanden van 14 april 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Giessenlanden,</ondertekening><ondertekening>de secretaris,</ondertekening><ondertekening>drs. M. Does MCM</ondertekening><ondertekening> de burgemeester (wnd.),</ondertekening><ondertekening> ir. W.E. ten Kate</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Beleidsregels briefadres gemeente Giessenlanden
                            2015</titel></kop><al>Toelichting artikel 1, sub d, onder 3:</al><al>Onder een alleenstaande ouder wordt verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>een ongehuwde ouder, zonder geregistreerd partnerschap,</al></li><li nr="-"><al>een ouder wiens huwelijk of geregistreerd partnerschap is ontbonden
                                of beëindigd,</al></li><li nr="-"><al>een gehuwde ouder, die niet samenwoont met de echtgenoot (of
                                echtgenote), of</al></li><li nr="-"><al>een ouder met een geregistreerd partnerschap, die niet samenwoont
                                met deze partner.</al></li></lijst><al/><al>Toelichting artikel 2, lid 1, sub a:</al><al>Personen die niet beschikken over een woonadres en gebruik maken van de
                        maatschappelijke opvang (passantenverblijven en dag- en nachtopvang) kunnen
                        met een briefadres ingeschreven worden bij één van de opvanginstellingen.
                        Personen die niet beschikken over een woonadres, maar geen gebruik maken van
                        de maatschappelijke opvang (mensen met een zwervend bestaan), zijn verplicht
                        elders een briefadres te kiezen. Het college moet een adres bij een
                        rechtspersoon eerst hebben vastgesteld. Hierbij moet duidelijk zijn dat een
                        natuurlijk persoon die optreedt voor de rechtspersoon verantwoordelijk is
                        voor de ontvangst van de post van de briefadreshouder.</al><al/><al>Toelichting artikel 2, lid 1, sub b:</al><al>Ook als sprake is van een periode van minder dan drie maanden inwoning bij
                        iemand anders moet de burger ingeschreven worden op dat betreffende
                        woonadres en niet op een briefadres. Alleen bij het niet beschikken over een
                        woonadres kan gekozen worden voor een briefadres.</al><al/><al>Toelichting artikel 2, lid 1, sub c:</al><al>Personen die vallen onder de categorie ‘ambulant beroep’ zoals
                        binnenvaartschippers die (met hun gezin) aan boord van een schip wonen en
                        kermismedewerkers die (met hun gezin) met de kermisattractie meereizen.
                        Personen die tot deze categorie behoren, komen in aanmerking voor een
                        briefadres, mits zij geen woonadres hebben.</al><al/><al>Toelichting artikel 2, lid 1, sub d:</al><al>Als iemand naar het buitenland vertrekt, wordt gekeken voor welke periode
                        iemand naar het buitenland gaat. Iemand moet een briefadres kiezen, wanneer
                        hij/zij voor een kortere periode dan 8 maanden in een tijdsbestek van een
                        jaar naar het buitenland gaat en niet meer beschikt over een woonadres.</al><al>Op grond van artikel 2.43 Wet BRP kan iemand die voor een periode van meer
                        dan 8 maanden naar het buitenland vertrekt niet als ingezetene ingeschreven
                        blijven in de BRP. In de BRP wordt dan opgenomen dat hij/zij vertrokken is
                        naar het buitenland. In dat geval is de burger verplicht om aangifte te doen
                        van zijn vertrek naar het buitenland. Op grond van de aangifte wordt de
                        bijhouding van zijn persoonslijst in de BRP opgeschort vanwege emigratie. In
                        dat geval kan geen briefadres gekozen worden.</al><al/><al>Toelichting artikel 2, lid 1, sub e:</al><al>Als een inwoner beroepshalve gaat varen aan boord van een schip dat in
                        Nederland de thuishaven heeft en is er bij vertrek de redelijke verwachting
                        dat hij niet langer dan twee jaar buiten Nederland zal verblijven, dan hoeft
                        hij geen aangifte van vertrek te doen. (Artikel 29 Besluit BRP) Een
                        voorwaarde is wel dat hij/zij gedurende het verblijf buiten Nederland
                        beschikt over een adres in Nederland. Veelal zal dit een briefadres zijn.
                        Het is de burger wel toegestaan om aangifte van vertrek naar het buitenland
                        te doen in deze situatie. Een verplichting daartoe bestaat niet.</al><al/><al>Toelichting artikel 2, lid 2:</al><al>Door de minister aangewezen instellingen zijn instellingen voor:</al><lijst><li nr="·"><al>behandeling van gedragswetenschappelijke aard in verband met een
                                psychiatrische aandoening</al></li><li nr="·"><al>verpleging</al></li><li nr="·"><al>rijks- en particuliere inrichtingen (gesubsidieerd) ten uitvoer van
                                vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen jeugd art. 77 h
                                Wetboek van Strafrecht/art. 6.2.2. 2<sup>e</sup> lid Jeugdwet</al></li><li nr="·"><al>penitentiaire instellingen door ministerie van Justitie bestemd voor
                                ten uitvoerlegging van vrijheidsbeneming</al></li></lijst><al/><al>Toelichting artikel 2, lid 3:</al><al>Personen die langere tijd in een instelling gaan verblijven dienen in
                        beginsel het adres van die instelling als woonadres op te geven voor
                        registratie in de BRP. De aard van de instelling, zoals een instelling voor
                        vrouwenopvang, kan echter met zich mee brengen dat door opneming van dit
                        adres als woonadres in de basisregistratie, de persoonlijke levenssfeer van
                        de betrokkene onevenredig wordt geschaad. In het geval van een opvanghuis
                        komt daar nog het risico bij van de onveiligheid die een registratie van dit
                        adres, zowel voor de betrokkene zelf als voor de medebewoners, zou kunnen
                        veroorzaken. Ingevolge artikel 2.40, vierde lid, van de Wet BRP kan het
                        college van burgemeester en wethouders dan ook een in de gemeente gevestigde
                        instelling op het terrein van maatschappelijke opvang, bedoeld in artikel 1,
                        eerste lid, onderdeel g, onder 70, van de Wet maatschappelijke ondersteuning
                        aanwijzen als een instelling, waarvan de bewoners om redenen van privacy een
                        briefadres kunnen kiezen. Instellingen voor vrouwenopvang zoals
                        Blijf-van-mijn-lijf-huizen vallen onder deze categorie. </al><al>Gezien de privacy en de veiligheid van de bewoners van dergelijke
                        instellingen is het dus van uitermate groot belang dat het college van
                        burgemeester en wethouders de in de gemeente gevestigde opvanghuizen
                        aanwijst op grond van artikel 2.40, vierde lid, Wet BRP. In Bijlage 1 bij
                        deze beleidsregel zijn de instellingen in de gemeente Giessenlanden
                        aangewezen. Circulaire minister van Binnenlandse Zaken en
                        Koninkrijksrelaties van 6 december 2013 (kenmerk 2013-0000722005).</al><al>Toelichting artikel 2, lid 4:</al><al>De burgemeester kan beslissen dat vanwege veiligheidsredenen het niet
                        wenselijk is dat een bepaalde persoon in een bepaalde situatie ingeschreven
                        wordt op zijn woonadres. De afweging kan gemaakt worden op basis van
                        bijvoorbeeld een risicoanalyse van de politie. Per situatie moet bekeken
                        worden of er sprake is van bedreiging of dreiging van de persoonlijke
                        levenssfeer. De uiteindelijke beoordeling ligt bij de burgemeester. </al><al>Van belang bij de keuze van een briefadres is dat enerzijds steeds de
                        veiligheid van de betrokken persoon en de vertrouwelijkheid van het
                        feitelijke woonadres gewaarborgd moet zijn en dat anderzijds de plicht van
                        de briefadresgever om ervoor te zorgen dat een geschrift betrokkene bereikt,
                        wordt nageleefd. Uit het stelsel van de Wet BRP volgt dat het briefadres een
                        adres moet zijn waar iemand bereikbaar is voor de overheidsadministratie. De
                        briefadresgever kan overigens ook ingezetene zijn van een andere gemeente
                        dan de gemeente waar het feitelijke woonadres van de betrokken persoon (het
                        opvanghuis) zich bevindt. </al><al>Om veiligheidsredenen kan het zijn dat een adres van familieleden, vrienden
                        of kennissen niet in aanmerking komt als briefadres. Voor die situatie kan,
                        in plaats van een briefadres van een natuurlijk persoon beter een briefadres
                        worden gekozen bij een rechtspersoon zoals het gemeentehuis, een andere
                        gemeentelijke instelling, dan wel aan het kantoor van de vrouwenopvang. </al><al>Er moet op het briefadres bij een rechtspersoon gezien de functie van het
                        briefadres de nodige zekerheid bestaan dat voor betrokkene bestemde stukken
                        deze ook bereiken. Daar moet een natuurlijke persoon, die als
                        vertegenwoordiger van de rechtspersoon mag optreden, op kunnen worden
                        aangesproken. Daarom is in de Wet BRP, artikel 2.42 de mogelijkheid tot het
                        kiezen van een briefadres bij een rechtspersoon beperkt tot rechtspersonen
                        in Nederland die daartoe door het college van burgemeester en wethouders in
                        een gemeente voor hun gemeente zijn aangewezen.</al><al/><al>Toelichting artikel 3, lid 4:</al><al>Deze regel heeft betrekking op het aantal briefadressen dat een
                        briefadresgever zou mogen beheren, maar dit kan niet als regel worden
                        afgedwongen. Het is immers toegestaan dat iemand voor meer personen als
                        briefadresgever optreedt. Bijvoorbeeld een particulier die al dan niet tegen
                        betaling briefadresgever is voor veel gedetineerden, omdat die gedetineerden
                        hun familie daar niet mee willen belasten. Daar is in beginsel niets op
                        tegen, mits de betrokkene getrouw zijn wettelijke verplichtingen als
                        briefadresgever nakomt. De gemeente moet dit blijven controleren. Als er
                        sprake is van bijzondere omstandigheden is het college altijd verplicht om
                        na te gaan of van deze bepaling afgeweken kan worden.</al><al/><al>Toelichting artikel 4:</al><al>In de mededeling tot aanvulling van gegevens (4:5 Awb) wordt al melding
                        gemaakt van het voornemen om de aangifte buiten behandeling te stellen (4:7
                        Awb) in het geval dat niet voldaan wordt aan de aanvulling.</al><al>Het is voor de aangever wel mogelijk om een nieuwe aangifte te doen. De
                        datum van aangifte is bepalend als datum van adreswijziging zoals bepaald in
                        de Wet BRP.</al><al/><al>Toelichting artikel 5:</al><al>Het betreft hier een (niet-limitatieve) opsomming van weigeringgronden voor
                        de aangifte briefadres. Het kiezen van een briefadres om permanente bewoning
                        in een recreatiewoning mogelijk te maken is geen gegronde reden. Er is
                        sprake van een woonadres.</al><al>Toelichting artikel 5 sub a:</al><al>Er kan geen briefadres gekozen worden indien de aangever een woonadres
                        heeft. Onder woonadres wordt het adres verstaan als bedoeld in artikel 1.1
                        onder o wet BRP. Daaronder wordt verstaan het adres:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij
                                naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen
                                zal overnachten; of </al></li><li nr="b."><al>het adres waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder a,
                                betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden,
                                tenminste 2/3e van de tijd zal overnachten. </al></li></lijst><al>In de situatie dat geen woonadres vastgesteld kan worden, kan gekozen worden
                        voor een briefadres.</al><al/><al>Toelichting artikel 5 sub f:</al><al>Bestaand adres is een, volgens de bepalingen van de BAG, verblijfsobject met
                        gebruiksdoel woonfunctie.</al><al/><al>Toelichting artikel 5 sub g:</al><al>Het briefadres (artikel 1.1, onderdeel p, van de Wet BRP) is een adres waar
                        voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen en waar,
                        indien daartoe grond bestaat, zorg wordt gedragen dat geschriften of
                        inlichtingen daarover, betrokkene bereiken. Op deze adressen is een persoon
                        bereikbaar voor communicatie met de overheid en is een persoon ook fysiek
                        traceerbaar via dat adres. Daarmee zijn de gegevens woonadres en briefadres
                        controleerbaar. Een postbus voldoet niet aan deze eisen en kan daarom niet
                        als briefadres worden opgenomen.</al><al/><al>Toelichting artikel 5 sub h:</al><al>Om veiligheidsredenen kan het zijn dat een briefadres in plaats van bij een
                        natuurlijk persoon bij een rechtspersoon wordt opgenomen. Dit kan
                        bijvoorbeeld de gemeente zelf zijn of instellingen zoals het Leger des Heils
                        of blijf-van-mijn-lijf huizen. Het college van burgemeester en wethouders
                        maakt afspraken met de desbetreffende instellingen over de wijze waarop
                        invulling wordt gegeven aan hun verplichting als verlener van een
                        briefadres.</al><al/><al>Toelichting artikel 6:</al><al>In de beleidsregels kunnen geen afdwingbare tijdslimieten worden gesteld aan
                        het mogen hebben van een briefadres, maar er kunnen wel termijnen worden
                        opgenomen, na verloop waarvan betrokkene kan worden opgeroepen voor het
                        geven van inlichtingen om te na te gaan of deze nog terecht met een
                        briefadres in de BRP is geregistreerd.</al><al/><al>Toelichting artikel 8</al><al>De briefadressen die nu in de GBA zijn opgenomen zijn geregistreerd op basis
                        van de regelgeving in de Wet GBA en vanaf 6 januari 2014 op basis van de Wet
                        BRP. De wet geeft geen beperkingen op het briefadres maar de wetgever geeft
                        aan het college wel de mogelijkheid om beleidsregels vast te leggen.
                        Onverkorte toepassing van de nieuwe beleidsregels houdt in dat veel
                        bestaande briefadressen per direct moeten worden beëindigd. Een
                        overgangsperiode is daarom noodzakelijk.</al><al/><al><vet>Bijlage 1 </vet><vet>A</vet><vet>angewezen instelling</vet></al><al>Op grond van artikel 2.40 vierde lid Wet Basisregistratie personen worden
                        als instelling aangewezen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colwidth="24*"/><colspec colname="col3" colwidth="22*"/><colspec colname="col4" colwidth="31*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Instelling</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Maatschappelijk doel</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Adres</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>contactpersoon</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woon-zorgcomplex</al><al>De Zes Molens</al><al>Stichting “De Lange Wei”</al></entry><entry colname="col2"><al>Woonzorg voor verstandelijk en of lichamelijk
                                            beperkten</al></entry><entry colname="col3"><al>De Zes Molens</al><al>Even huisnummers </al><al>4 t/m 22 en 36 t/m 54</al><al>Hoornaar</al></entry><entry colname="col4"><al>Hannie Boerman</al><al>0184-678060</al><al>h.boerman@delangewei.nl </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verpleeghuis </al><al>De Merlinge</al><al>Rivas zorggroep</al></entry><entry colname="col2"><al>Verpleeghuis dementerende ouderen</al></entry><entry colname="col3"><al>Dr. H. de Vriesplein</al><al>Huisnummers 6 en 7</al><al>Arkel</al></entry><entry colname="col4"><al>Cindy de Jong</al><al>0183-569260</al><al>c.de.jong@rivas.nl</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonvoorziening</al><al>Matthijs Marijke</al><al>ASVZ</al></entry><entry colname="col2"><al>Woonvoorziening voor verstandelijk gehandicapten</al></entry><entry colname="col3"><al>Sluis 1</al><al>Giessenburg</al></entry><entry colname="col4"><al>Ebart van Itterzon</al><al>0184-653074</al><al>EvItterzon@asvz.nl </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woon-zorgcomplex</al><al>De Groene Wei</al><al>Syndion</al></entry><entry colname="col2"><al>Woonzorg voor verstandelijk en of lichamelijk
                                            beperkten</al></entry><entry colname="col3"><al>Nog in aanbouw</al><al>Giessenburg</al></entry><entry colname="col4"><al>Nader te bepalen</al></entry></row></tbody></tgroup></table></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>