<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR366339_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening bezwaarschriften Ridderkerk 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-16907.html">Elektronisch gemeentejournaal, 26-02-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening bezwaarschriften Ridderkerk 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Besluitnummer 121974</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening bezwaarschriften 2006 wordt ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening bezwaarschriften Ridderkerk 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van
                        de gemeente Ridderkerk;</al><al/><al>ieder voorzover het hun bevoegdheden betreft;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, nummer
                        124174;</al><al/><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht; </al><al/><al><vet>b e s l u i t e n :</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende</al><al/><al><vet>Verordening bezwaarschriften Ridderkerk 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="28*"/><colspec colname="col2" colwidth="72*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.verwerend orgaan:</al></entry><entry colname="col2"><al>het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                            genomen; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.wet:</al></entry><entry colname="col2"><al>de Algemene wet bestuursrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.commissie:</al></entry><entry colname="col2"><al>vaste commissie van advies voor de
                                            bezwaarschriften.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De Commissie Bezwaarschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op
                            bezwaarschriften tegen besluiten van de raad, het college en de
                            burgemeester, genoemd “Commissie Bezwaarschriften”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn
                            ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake
                                    belastingen of de Wet waardering onroerende zaken; b. besluiten
                                    die betrekking hebben op de rechtspositie van personen die in
                                    dienst zijn van de gemeente Ridderkerk.</al></li><li nr="b."><al>besluiten die betrekking hebben op de rechtspositie van personen
                                    die in dienst zijn van de gemeente Ridderkerk.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verdeling in Kamers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit twee kamers, te weten</al><lijst><li nr="-"><al>I algemene kamer</al></li><li nr="-"><al>II sociale aangelegenheden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>a. Kamer I is belast met de behandeling van en advisering over
                                bezwaarschriften die niet vallen onder de taakstelling van Kamer
                                II.</al><al> b. Kamer II is belast met de behandeling van en advisering over
                                bezwaarschriften op het terrein van sociale aangelegenheden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling Kamers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Kamers I en II bestaan uit drie leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van Kamers I en II kiezen uit hun midden een voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een aantal plaatsvervangende leden benoemen, voor wie
                            dezelfde bepalingen als voor de leden gelden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn onder
                            verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Ridderkerk
                            of de BAR-organisatie, kunnen niet benoemd worden tot lid van de
                            commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het secretariaat van de commissie wordt vervuld door de juridisch
                            adviseurs van de Afdeling Juridische Zaken van het domein
                            Bedrijfsvoering van de BAR-organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het secretariaat is verantwoordelijk voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het vanuit juridische expertise ondersteunen van de commissie,
                                    waaronder het inhoudelijk voorbereiden van de hoorzitting, de
                                    verslaglegging van de zitting en het opstellen van
                                    conceptadviezen;</al></li><li nr="b."><al>het bijhouden in een geautomatiseerd systeem van de procesgang
                                    van stukken die bij de commissie voor behandeling zijn
                                    binnengekomen;</al></li><li nr="c."><al>het actief voeren van regie op de bezwaarschriftenprocedure,
                                    waaronder de zorg voor de voortgangsbewaking;</al></li><li nr="d."><al>het jaarverslag van de commissie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Secretarissen zijn voor hun secretariaatswerkzaamheden uitsluitend
                            verantwoording schuldig aan de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Commissieleden treden af op de dag van het aftreden van de raad. Zij
                            kunnen terstond worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Commissieleden kunnen op elk moment ontslag nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aftredende commissieleden blijven hun functie vervullen totdat in hun
                            opvolging is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Procedure ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                            aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig
                            mogelijk in handen van de commissie gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden
                            voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door een secretaris
                            van de commissie:</al><lijst><li nr="-"><al>2:1, tweede lid;</al></li><li nr="-"><al>6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens
                                    de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="-"><al>7:4, tweede lid;</al></li><li nr="-"><al>7:6, vierde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uitoefening van de bevoegdheid ingevolge artikel 6:6 van de wet,
                            voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn waarbinnen het
                            verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in
                            artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld, overlegt het bestuursorgaan
                            met de secretaris van de commissie. Een termijn voor verzuimherstel
                            wordt bij voorkeur vermeld in de ontvangstbevestiging van het
                            bezwaarschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitters kunnen uit eigen beweging of op verlangen van de
                            commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo
                            nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien
                            daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college
                            vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretarissen zijn bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in
                            te winnen of te laten inwinnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris bepaalt, in overleg met de voorzitter van een Kamer,
                            plaats en tijdstip van de zitting waarin belanghebbenden en het
                            verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie
                            te laten horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitters beslissen over de toepassing van artikel 7:3 van de
                            wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van
                            het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het
                            verwerend orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitnodiging hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris van de commissie nodigt de belanghebbenden en het
                            verwerend orgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk
                            uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het
                            verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter van de Kamer
                            verzoeken om wijziging van het tijdstip van de hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week
                            voor het tijdstip van de hoorzitting aan de belanghebbenden en het
                            verwerend orgaan meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de termijnen
                            als genoemd in de vorige leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist, dat de meerderheid van het
                        aantal leden van een Kamer, waaronder in ieder geval de voorzitter of zijn
                        plaatsvervanger, aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Niet-deelneming aan behandeling</titel></kop><al>De voorzitters en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                        behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het
                        geding kan zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbaarheid hoorzittingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoorzittingen van Kamer I zijn in beginsel openbaar, die van Kamer II
                            vinden achter gesloten deuren plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een hoorzitting van Kamer I kunnen de deuren worden gesloten indien
                            de voorzitter of een van de leden van Kamer I het nodig oordeelt of
                            indien een belanghebbende daar om verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer Kamer I vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn
                            die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting
                            plaats met gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van
                            de aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is
                            gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars
                            tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een hoorzitting van Kamer I geheel of gedeeltelijk achter
                            gesloten deuren plaats vindt, maakt het verslag hiervan melding.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de hoorzitting overgelegde bescheiden,
                            die aan het verslag worden gehecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld
                            nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen
                            beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek
                            houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan
                            de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden
                            toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden
                            kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de
                            voorzitter een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe
                            hoorzitting. De voorzitter beslist op dit verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                            betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Kamer van de commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren
                            over het door haar uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Over het uit te brengen advies wordt bij meerderheid van stemmen
                            beslist. Indien de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
                            Van een minderheidsstandpunt wordt in het advies melding gemaakt, indien
                            die minderheid dat verlangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel over de te nemen
                            beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het advies wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de
                            Kamer van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Uitbrengen advies</titel></kop><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel
                        16 en de andere door de Kamer van de commissie ontvangen informatie, via het
                        secretariaat van de commissie tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat
                        op het bezwaarschrift dient te beslissen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en kan
                                aangehaald worden als “Verordening bezwaarschriften Ridderkerk
                                2015”.</al></li><li nr="2."><al>Op dat moment vervalt de Verordening bezwaarschriften 2006.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Ridderkerk in zijn openbare
                        vergadering van 19 februari 2015,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. J.G. van Straalen mw. A. Attema</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk
                        op 13 januari 2015,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>H.Klaucke mw. A. Attema</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Ridderkerk op 13
                        januari 2015,de burgemeester, </ondertekening><ondertekening>mw. A. Attema </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><divisie><kop><titel>Toelichting op de Verordening bezwaarschriften Ridderkerk
                        2015</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al>Actualisering van de verordening heeft geleid tot een aantal tekstuele
                        aanpassingen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de
                        Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorkomen. Zo ontbreekt een beschrijving
                        van het begrip ‘bestuursorgaan’ hoewel dat op meerdere plaatsen in de
                        verordening voorkomt. Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                        genomen, wordt in de verordening aangeduid als ‘verwerend orgaan’.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De Commissie Bezwaarschriften</titel></kop><al>De Commissie Bezwaarschriften adviseert het bestuursorgaan over de bezwaren
                        tegen een besluit. </al><al>Vanwege de per 1 januari 2014 samengevoegde ambtelijke organisaties van de
                        Gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk is een nieuwe
                        Bezwarencommissie personeelsaangelegenheden opgezet. Afgesproken is dat ook
                        achterblijvende ambtenaren bij de gemeente Ridderkerk bij deze
                        bezwarencommissie terecht moeten kunnen. Om deze reden is de bevoegdheid van
                        de Commissie bezwaarschriften Ridderkerk op het gebied van
                        personeelsaangelegenheden geschrapt uit de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verdeling in Kamers</titel></kop><al>De commissie is in nu twee Kamers (subcommissies) verdeeld die elk een eigen
                        taakgebied hebben. De kamer die voorheen over personeelsaangelegenheden
                        adviseerde is met de oprichting van de BAR-organisatie en de oprichting van
                        de nieuwe Bezwarencommissie personeelsaangelegenheden overbodig geworden.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling kamers</titel></kop><al>De oude verordening gaf aan dat kamer I van de commissie bestaat uit vijf
                        leden. Een quorum is aanwezig wanneer de meerderheid aanwezig is. Dat
                        betekent dat ten allen tijde gewerkt moet worden met minimaal drie leden.
                        Het werkt efficiënter en effectiever wanneer met minder leden wordt gewerkt.
                        Een vast aantal leden van drie is gangbaar. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>Eerder was vastgelegd dat alle juridisch adviseurs van de afdeling MO
                        secretaris van de commissie waren. Met de start van de BAR-organisatie per 1
                        januari 2014 bestaat deze afdeling niet meer. Alle juridisch adviseurs zijn
                        opgenomen in de Afdeling Juridische Zaken van het domein Bedrijfsvoering van
                        de BAR. Om deze reden is dit lid aangepast zodat alle juridisch adviseurs
                        van deze afdeling secretaris van de commissie zijn.</al><al>De verantwoordelijkheden van het secretariaat zijn in het tweede lid
                        vastgelegd. Met het oog op juridische kwaliteitszorg is met name van belang
                        dat vastligt dat het secretariaat de regiefunctie heeft (termijnbewaking!),
                        dat er een jaarverslag komt en dat in een geautomatiseerd systeem de
                        procesgang wordt bijgehouden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><al>Voor alle commissieleden geldt dat hun zittingsperiode gelijk loopt aan die
                        van de raad.</al><al>Een lid kan zelf het tijdstip van ontslag bepalen.</al><al>Het derde lid is feitelijk een bepaling van orde; een lid dat ontslag neemt
                        kan niet gedwongen worden de functie te blijven vervullen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Procedure ingediend bezwaarschrift</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al><al>In de Awb (art. 6:5 e.v.) wordt uitgebreid aandacht geschonken aan de wijze
                        waarop een bezwaarschrift ingediend moet worden en de daarmee samenhangende
                        ontvankelijkheidsvragen. </al><al/><al>Over de ontvangstbevestiging wordt nog opgemerkt dat naast verzending per
                        post ook uitreiking van een ontvangstbewijs in aanmerking komt. </al><al/><al>Gezien het belang van de datum van de poststempel en ter voorkoming van
                        onnodige geschillen over de ontvankelijkheid (zie artikel 6:9 Awb) wordt ook
                        altijd de envelop waarin het bezwaarschrift is verzonden bewaard. </al><al/><al>Een per fax verzonden bezwaarschrift dient vóór 24.00 uur van de laatste dag
                        van de termijn te zijn ingediend. Op grond van jurisprudentie moet het faxen
                        zijn aangevangen vóór 24.00 uur. Het risico van storingen in zowel de
                        zendende als de ontvangende faxapparatuur is voor de verzender (ABRS 16 mei
                        2000, AB 00/325). </al><al/><al>Een bezwaarschrift verzenden per e-mail is (nog) niet mogelijk. Op grond van
                        artikel 2:15 van de Awb kan een bericht alleen elektronisch naar een
                        bestuursorgaan worden verzonden voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft
                        gemaakt dat deze weg geopend is. In Ridderkerk is nog niet kenbaar gemaakt
                        dat bezwaarschriften via de mail verzonden kunnen worden.</al><al>Wordt een bezwaarschrift per e-mail ingediend, dan wordt de verzender op de
                        hoogte gebracht van het feit dat dit niet mogelijk is en wordt hij verzocht
                        het bezwaarschrift alsnog op de voorgeschreven wijze te versturen. </al><al>Het aantekenen van de datum van ontvangst wordt in artikel 6:15 Awb
                        uitdrukkelijk voorgeschreven indien het bezwaarschrift wordt ingediend bij
                        een onbevoegd bestuursorgaan of een onbevoegde administratieve rechter.</al><al/><al> Dit heeft betekenis voor de vraag of het geschrift tijdig bij de bevoegde
                        instantie is ingediend. </al><al/><al>Met dit artikel wordt de daadwerkelijke behandeling van een ingediend
                        bezwaarschrift door de commissie gestart. In de praktijk wordt van elk
                        binnengekomen bezwaarschrift direct een kopie naar het secretariaat van de
                        commissie verstuurd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>Ingevolge artikel 7:13 Awb beslist de commissie over onder andere de
                        toepassing van artikel 7:4, zesde lid, en 7:5, tweede lid. Dit
                        uitdrukkelijke voorschrift maakt het niet mogelijk dat deze bevoegdheid door
                        de voorzitter (of een ander lid) van de commissie wordt uitgeoefend. De
                        hiervoor aangehaalde bepalingen zijn in dit artikel dan ook niet
                        genoemd.</al><al>Bij de uitoefening van de in het eerste lid aangehaalde bepalingen, vindt
                        zonodig overleg plaats tussen de secretaris en de voorzitter of de
                        commissie. </al><al/><al>Wanneer een bezwaarschrift niet voldoet aan een van de vereisten van artikel
                        6:5 Awb, moet het bestuursorgaan de indiener een termijn stellen om het
                        verzuim te herstellen. Om praktische redenen is ervoor gekozen deze
                        bevoegdheid niet over te dragen aan de commissiesecretaris. De
                        ontvangstbevestiging wordt immers door het bestuursorgaan verzonden en het
                        is het handigst om daarin direct een termijn voor verzuimherstel op te
                        nemen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><al>Het spreekt voor zich dat de secretaris van de commissie er zorg voor dient
                        te dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het
                        bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de
                        gemeente - hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen
                        - als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de klager in contact te
                        treden om nadere informatie in te winnen of bijvoorbeeld hem bij kennelijke
                        niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het bezwaarschrift in te
                        trekken.</al><al/><al>De activiteiten van de commissie of haar secretarissen bij de voorbereiding
                        van de te behandelen zaken kunnen kosten meebrengen. Daarbij vallen gewone
                        en bijzondere kosten te onderscheiden. Bij gewone kosten valt te denken aan
                        bijvoorbeeld de vergoedingen voor de leden. Het inschakelen van externe
                        deskundigen zal bijzondere kosten meebrengen. Deze kosten komen ten laste
                        van de gemeentebegroting. Normaal gesproken is er in de begroting voorzien
                        in de normale kosten van een commissie. Dat kan anders liggen als het om
                        bijzondere kosten gaat.</al><al/><al>Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting, ligt het
                        voor de hand dat bijzondere kosten niet gemaakt worden voordat dat college
                        de gelegenheid heeft gehad dit te toetsen aan een begrotingspost. Om deze
                        reden is in deze bepaling voor de kosten voor getuigen of deskundigen een
                        machtiging vooraf geïntroduceerd. Uiteraard mag het niet zo zijn dat het
                        college door zo'n toetsing het werk van de commissie frustreert en haar
                        onafhankelijke positie daardoor aantast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><al>Voor het bepaalde in het eerste lid: zie de toelichting op artikel 11 van
                        deze verordening.</al><al>Artikel 7:3 van de Awb geeft aan in welke gevallen van het horen van
                        belanghebbenden kan worden afgezien. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitnodiging hoorzitting</titel></kop><al>Het verdient aanbeveling een termijn vast te stellen die ligt tussen de
                        oproeping en de zitting zelf. Gekozen is voor een termijn van twee weken,
                        mede in verband met de termijn van 12 weken waarbinnen, behoudens verdaging,
                        op het bezwaar moet zijn beslist (zie artikel 7:10 Awb) en het bepaalde in
                        artikel 7:4 Awb.</al><al>Voorts is een regeling opgenomen over het desgevraagd wijzigen van het
                        tijdstip van de zitting. Uitstel hoeft overigens niet altijd te worden
                        verleend. Betrokkene dient wel tijdig uitsluitsel over zijn verzoek om
                        uitstel te krijgen. Een verzoek om uitstel moet niet automatisch gehonoreerd
                        worden. Een gemotiveerd verzoek om uitstel kan ingewilligd worden, maar
                        dient dan wel te worden beperkt tot een eenmalig uitstel omdat anders de
                        afwikkeling van het bezwaarschrift een te grote vertraging kan
                        ondervinden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Er is geen wettelijk bezwaar tegen het horen in het kader van de
                        bezwaarprocedure door de voorzitter en één lid van de adviescommissie,
                        terwijl advisering door de voltallige commissie heeft plaatsgevonden (ABRS 2
                        maart 2000, GS 2000/ 7119, 3).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Niet-deelneming aan behandeling</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. Zie ook artikel 2:4 Awb.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbaarheid hoorzittingen</titel></kop><al>Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb besluit het bestuursorgaan, voorzover
                        niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het
                        openbaar plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid Awb wordt deze bevoegdheid
                        aan de commissie toegekend.</al><al>Uit privacy-overwegingen is er voor gekozen dat ook de zittingen van Kamer
                        II niet openbaar zijn. Hier komen immers vaak zaken aan de orde van
                        financiële, medische of familiaire aard, met een vertrouwelijk karakter.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><al>Artikel 7:7 Awb vereist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag
                        wordt gemaakt. Het verslag speelt ook een rol in de raadkamer en bij het
                        advies. Als een lid afwezig is geweest bij het horen en de stemmen staken in
                        de adviescommissie, hoeft bij de hernieuwde behandeling in de commissie niet
                        opnieuw gehoord te worden (CRvB, 2 april 1996, AB 1997/23).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die
                        op het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn
                        om belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. De onderhavige
                        bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een
                        nieuwe zitting te houden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><al>Advisering door de voorzitter en één lid van de hoorcommissie is in strijd
                        met artikel 7:13, eerste lid, onder a Awb. Het is wel mogelijk om het horen
                        op te dragen aan de voorzitter of een lid van de commissie. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Uitbrengen advies</titel></kop><al>Volgens artikel 7:13, zesde lid Awb maakt in de bezwaarschriftprocedure het
                        verslag van de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie en wordt
                        het schriftelijk uitgebracht.</al><al>Het commissieadvies gaat via het secretariaat van de commissie naar het
                        bestuursorgaan: dit is vooral bij adviezen tot gegrondverklaring van belang
                        omdat dergelijke adviezen tot wijziging van beleid, werkwijze of regelgeving
                        kunnen leiden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>