<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR366304_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasurystatuut gemeente Boxmeer 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-05-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.boxmeer.nl">Boxmeers Weekblad d.d. 5 mei 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasurystatuut gemeente Boxmeer 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet financiering decentrale overheden (Wet fido)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-05-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>O-FIN/2015/154</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-14212</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Treasurystatuut gemeente Boxmeer 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Inleiding</vet></al><al/><al>Het huidige treasurystatuut is door de gemeenteraad vastgesteld in de
                        raadsvergadering van 28 januari 2010. Per 15 december 2013 zijn er
                        wijzigingen in de Wet fido (financiering decentrale overheden) van kracht
                        geworden. Dit is de aanzet geweest om dit statuut te actualiseren. Hierin is
                        het verplicht schatkistbankieren opgenomen voor decentrale overheden. De wet
                        Schatkistbankieren verplicht decentrale overheden verplicht hun overtollige
                        middelen aan te houden bij het ministerie van Financiën. </al><al>De belangrijkste uitzonderingen zijn hierop het drempelbedrag dat mag worden
                        aangehouden op de eigen rekening-courant (met een minimumbedrag van €
                        250.000) en het onderling lenen door decentrale overheden indien er tussen
                        beide partijen geen toezichtrelatie is. </al><al>Voor gemeenten met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 miljoen
                        is het drempelbedrag gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal, waarbij het
                        drempelbedrag minimaal € 250.000 bedraagt. Op basis van de begroting is voor
                        onze gemeente een bedrag van + € 525.000 van toepassing. </al><al/><al>In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de
                        doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd. Deze worden vervolgens
                        geconcretiseerd voor verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer,
                        gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna worden de organisatorische
                        randvoorwaarden van de treasuryfunctie weergegeven. Daarbij ligt het accent
                        op de helderheid betreffende de verdeling van de taken, bevoegdheden en
                        verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de
                        informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar
                        te maken en te houden. In de Memorie van Toelichting worden waar nodig de in
                        het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht. </al><al/><al><vet>Treasurystatuut</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>1</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><al>In dit artikel worden de belangrijkste begrippen gedefinieerd die met
                        betrekking tot treasury relevant zijn.</al><al/><al>1. Algemene begrippen treasuryfunctie:</al><lijst><li nr="a."><al>De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het
                                sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht
                                houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de
                                financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.</al></li><li nr="b."><al>Het treasurybeleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen,
                                richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve
                                kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie
                                ter uitvoering van de treasuryfunctie. Het beleid wordt vastgelegd
                                in een treasurystatuut.</al></li><li nr="c."><al>Het treasurybeheer is de (beleids)uitvoering van de treasuryfunctie,
                                binnen de kaders van het treasurystatuut. De realisaties daarvan
                                voor een referentieperiode komen aan de orde in de treasuryparagraaf
                                van achtereenvolgens de programmabegroting en de
                                programmarekening.</al><al/></li></lijst><al>2. De treasuryfunctie bestaat uit drie deelfuncties:</al><lijst><li nr="a."><al>Risicobeheer, waaronder rente-, krediet-, koers- en
                                valutarisicobeheer.</al></li><li nr="b."><al>Gemeentefinanciering, waaronder financiering en uitzettingen &gt; 1
                                jaar.</al></li><li nr="c."><al>Kasbeheer, waaronder geldstromenbeheer.</al></li></lijst><al/><al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al><al/><al>- Financiering: het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een
                        periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen
                        vermogen als vreemd vermogen;</al><al/><al>- Geldstromenbeheer: al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te
                        transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en
                        derden (betalingsverkeer);</al><al/><al>- Intern liquiditeitsrisico:de risico’s van mogelijke wijzigingen in de
                        liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële
                        resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;</al><al/><al>- Kasgeldlimiet: een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een
                        percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang
                        van het jaar;</al><al/><al>- Koersrisico: het risico dat de financiële activa van de organisatie in
                        waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;</al><al/><al>- Kredietrisico: de risico’s op een waardedaling van een vordering ten
                        gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de
                        tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;</al><al/><al>- Liquiditeitenbeheer: het financieren en uitzetten van middelen voor een
                        periode tot één jaar;</al><al/><al>- Liquiditeitenplanning: een gestructureerd overzicht van de toekomstige
                        inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid;</al><al/><al>- Rating: rating geven de kredietwaardigheid van een bank aan</al><al/><al>- Derivaten: financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een
                        bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële
                        producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere
                        gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te
                        minimaliseren;</al><al/><al>- Renterisico: het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële)
                        resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;</al><al/><al>- Renterisiconorm: een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido
                        gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat
                        bij de realisatie niet mag worden overschreden;</al><al/><al>- Rentetypische looptijd: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een
                        geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is
                        van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante
                        rentevergoeding;</al><al/><al>- Saldobeheer: het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;</al><al/><al>- Rentevisie: toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling;</al><al/><al>- Solvabiliteitsratio: status die door een bancaire toezichthouder in een
                        lidstaat van de Europese Economische ruimte (lidstaten van de Europese Unie,
                        uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van
                        een instelling kan worden toegekend (bijvoorbeeld “De Nederlandse Bank”).
                        Een solvabiliteitsratio van 0% (‘solvabiliteitsvrije status’) wordt
                        toegekend aan het schuldpapier van een financiële instelling wanneer deze
                        hiervoor geen reserves (0%) behoeft aan te houden (bijvoorbeeld
                        schatkistpapier uitgegeven door de (centrale) overheden);</al><al/><al>- Treasuryfunctie: de treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich
                        richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het
                        toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de
                        financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie
                        bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer
                        en debiteuren- en crediteurenbeheer;</al><al/><al>- Uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen
                        vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben
                        betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben
                        betrekking op een periode van één jaar of langer.</al><al/><al>- Schatkistbankieren Op 15 december 2013 is de Wet schatkistbankieren van
                        kracht geworden. Vanaf dat moment zijn alle decentrale overheden
                        (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in de
                        vorm van een openbaar lichaam) verplicht om hun overtollige middelen in de
                        schatkist aan te houden. Tegelijkertijd met de wet is de ministeriële
                        regeling schatkistbankieren decentrale overheden van kracht geworden.
                        Onderdeel van die regeling is de rekening-courantovereenkomst die iedere
                        decentrale overheid heeft met de Staat der Nederlanden;</al><al/><al>- Intradaglimiet: de intradaglimiet geeft het maximale bedrag weer dat de
                        gemeente per dag van de schatkistbankieren werkrekening ten laste van de
                        rekening-courant bij de schatkist kan opnemen.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>II</nr><titel>Algemene
                            doelstellingen van de treasuryfunctie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel/></kop><al>De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:</al><lijst><li nr="1."><al>Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen
                                acceptabele condities;</al></li><li nr="2."><al>Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten
                                tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s,
                                koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;</al></li><li nr="3."><al>Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten
                                bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;</al></li><li nr="4."><al>Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet
                                fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het
                                treasurystatuut.</al><al/></li></lijst><al><vet>Risicobeheer</vet></al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>III</nr><titel>Uitgangspunten risicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel/></kop><al>Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
                        uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente mag leningen of garanties uitsluitend uit hoofde van de
                                “publieke taak” verstrekken. Het gemeentebestuur bepaalt de publieke
                                taak. Hierbij wordt vooraf advies ingewonnen over de financiële
                                positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. De
                                lening dient tot een doel dat ondersteuning door de gemeente
                                rechtvaardigt.</al></li><li nr="2."><al>De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie
                                indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn
                                gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig
                                risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt
                                gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit
                                treasurystatuut;</al></li><li nr="3."><al>Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>IV</nr><titel>Renterisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido;</al></li><li nr="2."><al>De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido;</al></li><li nr="3."><al>Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande
                                financiële positie en de liquiditeitenplanning;</al></li><li nr="4."><al>De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende
                                lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele
                                rentestand en de rentevisie;</al></li><li nr="5."><al>De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld en opgenomen
                                in de treasuryparagraaf van de begroting.</al></li><li nr="6."><al>Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en 4 streeft de gemeente naar
                                spreiding in de rentetypische looptijden van de leningen.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>V</nr><titel>Koersrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Doordat het uitzetten van financiële middelen alleen nog mogelijk is
                                in de schatkist van het rijk komen geen koersrisico’s meer
                                voor.</al></li><li nr="2."><al>Het aan- en verkopen van aandelen geschiedt uitsluitend in het kader
                                van de uitoefening van de publieke taak.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>VI</nr><titel>Kredietrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Doordat het uitzetten van middelen alleen nog mogelijk is in de
                                schatkist van het rijk doen zich geen kredietrisico’s voor.</al></li><li nr="2."><al>Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak
                                worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>VII</nr><titel>Intern
                            liquiditeitsrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel/></kop><al><vet> 7.</vet></al><al>De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar
                        treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitenplanning.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>VIII</nr><titel>Valutarisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel/></kop><al>Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen
                        te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro.</al><al/><al><vet>Gemeentefinanciering</vet></al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>IX</nr><titel>Financiering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel/></kop><al>Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en
                        langer gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de
                                uitoefening van de publieke taak;</al></li><li nr="2."><al>Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk
                                beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen
                                (reserves en voorzieningen) te gebruiken teneinde het renteresultaat
                                te optimaliseren;</al></li><li nr="3."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn
                                onderhandse leningen;</al></li><li nr="4."><al>De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen
                                alvorens een financiering wordt aangetrokken. De (telefonische)
                                offertes worden intern schriftelijk vastgelegd.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>X</nr><titel>Langlopende
                            uitzettingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel/></kop><al>Door de invoering van het schatkistbankieren is de gemeente verplicht
                        overtollige middelen te storten in de schatkist van het rijk. Daarnaast zijn
                        er conform de Wet fido mogelijkheden tot onderling uitlenen door decentrale
                        overheden.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XI</nr><titel>Relatiebeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel/></kop><al>De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities
                        voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende
                        uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Financiële instellingen (kredietinstellingen,
                                beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en
                                pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht
                                te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer.</al></li><li nr="2."><al>Tussenpersonen dienen minimaal geregistreerd te staan bij de
                                Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als
                                makelaar te hebben ontvangen.</al><al/></li></lijst><al><vet>Kasbeheer</vet></al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XII</nr><titel>Geldstromenbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel/></kop><al>Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt: </al><lijst><li nr="1."><al>Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op
                                gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen.
                                Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is
                                om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden
                                nagekomen.</al></li><li nr="2."><al>Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd
                                door één bank.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XIII</nr><titel>Saldo- en
                            liquiditeitenbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel/></kop><al>Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende
                        specifieke richtlijnen:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente streeft naar concentratie van de overtollige
                                liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de
                                gunstigste condities;</al></li><li nr="2."><al>Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente
                                kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4
                                lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden;</al></li><li nr="3."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen
                                zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening
                                courant;</al></li><li nr="4."><al>Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een
                                periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld,
                                spaarrekeningen en deposito’s.</al><al/></li></lijst><al><vet>Administratieve organisatie en interne controle</vet></al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XIV</nr><titel>Uitgangspunten administratieve organisatie en interne
                            controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel/></kop><al>In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene
                        uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne
                        controle.</al><lijst><li nr="1."><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten
                                zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;</al></li><li nr="2."><al>Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk
                                vastgelegd; </al></li><li nr="3."><al>Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding
                                doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen
                                geautoriseerd (het vier-ogen-principe);</al></li><li nr="b."><al>de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke
                                functionarissen;</al></li><li nr="c."><al>de uitvoering en registratie in de financiële administratie
                                geschiedt door afzonderlijke functionarissen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere
                                transactie te versturen naar de financiële administratie zonder
                                tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de
                                transacties.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XV</nr><titel>Verantwoordelijkheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel/></kop><al>De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de
                        gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.</al><al/><al>Functie/Verantwoordelijkheden</al><al>- De Gemeenteraad:</al><lijst><li nr="*"><al>Het vaststellen van treasurydoelstellingen, globale richtlijnen en
                                limieten;</al></li><li nr="*"><al>Het vaststellen van de treasuryparagraaf in begroting en
                                jaarrekening;</al></li><li nr="*"><al>Het houden van toezicht op de uitvoering van het
                                treasurybeleid;</al></li><li nr="*"><al>Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het
                                treasurybeleid.</al></li></lijst><al/><al>- Het college van B&amp;W:</al><lijst><li nr="*"><al>Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele
                                verantwoordelijkheid);</al></li><li nr="*"><al>Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het
                                treasurybeleid.</al></li></lijst><al/><al>- De portefeuillehouder Financiën:</al><lijst><li nr="*"><al>Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke
                                verantwoordelijkheid).</al></li></lijst><al/><al>- Het afdelingshoofd Financiën:</al><lijst><li nr="*"><al>Het uitvoeren van de aan hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten
                                conform het treasurystatuut en de treasuryparagraaf;</al></li><li nr="*"><al>Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de
                                door hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten;</al></li><li nr="*"><al>Het rapporteren aan B&amp;W over de uitvoering van het
                                treasurybeheer;</al></li><li nr="*"><al>Het afleggen van verantwoording aan het college van B&amp;W.</al></li></lijst><al/><al>- De afdelingshoofden:</al><lijst><li nr="*"><al>Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun
                                afdeling aanlevert aan de afdeling Financiën met betrekking tot
                                toekomstige uitgaven en ontvangsten;</al></li><li nr="*"><al>Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare
                                operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de afdeling
                                Financiën.</al></li></lijst><al/><al>- De budgethouders:</al><lijst><li nr="*"><al>Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun
                                teams aan de afdeling Financiën met betrekking tot toekomstige
                                uitgaven en ontvangsten;</al></li><li nr="*"><al>Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare
                                operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de afdeling
                                Financiën;</al></li><li nr="*"><al>Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten
                                gunste van hun budgetten.</al></li></lijst><al/><al>- De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury</al><al>Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende
                        deelfuncties: </al><lijst><li nr="*"><al>het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en
                                relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform dit
                                treasurystatuut en de treasuryparagraaf worden uitgevoerd en de
                                transacties dienen geautoriseerd te zijn door het hoofd afdeling en
                                Financiën; </al></li><li nr="*"><al>Het opstellen van de rentevisie;</al></li><li nr="*"><al>Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo-
                                en liquiditeitenbeheer;</al></li><li nr="*"><al>Het beheren van de geldstromen;</al></li><li nr="*"><al>Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige
                                financiële instellingen;</al></li><li nr="*"><al>Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit
                                bovenstaande deelfuncties;</al></li><li nr="*"><al>Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het
                                doorgeven hiervan aan de kassier;</al></li><li nr="*"><al>Het voorbereiden en ontwikkelen van beleidsvoorstellen op
                                treasurygebied;</al></li><li nr="*"><al>Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de
                                gemeentelijke administratie;</al></li><li nr="*"><al>Het afleggen van verantwoording aan het afdelingshoofd Financiën
                                over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde
                                activiteiten.</al></li></lijst><al/><al>- De kassier:</al><lijst><li nr="*"><al>Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen;</al></li><li nr="*"><al>Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer;</al></li><li nr="*"><al>Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de
                                gemeentelijke administratie;</al></li><li nr="*"><al>Het rapporteren aan het hoofd Financiën belast met controle over de
                                uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten.</al></li></lijst><al/><al>- Financiële administratie:</al><lijst><li nr="*"><al>Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden,
                                rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en
                                betalingen in de verplichtingen- en financiële administratie.</al></li></lijst><al/><al>- De medewerker van de afdeling Financiën belast met controle:</al><lijst><li nr="*"><al>Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en het controleren
                                of deze overeenkomt met de transactie-informatie zoals verstrekt
                                door de medewerker belast met treasury;</al></li><li nr="*"><al>Het voeren van controle op de uitgevoerde treasurytransacties.</al></li></lijst><al/><al>- De externe accountant:</al><lijst><li nr="*"><al>Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en
                                controleren omtrent de feitelijke naleving van het
                                treasurystatuut.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XVI</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel/></kop><al>In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot
                        treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering. </al><al/><al><vet>Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer/Bevoegd functionaris
                            (eerste handtekening)/Autorisatie door fiattering (tweede
                            handtekening)</vet></al><al>1. Het uitzetten van geld via callgeld, deposito en spaarrekening</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury</al><al>Afdelingshoofd Financiën </al><al/><al>2. Het aantrekken van geld via callgeld of kasgeld</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury </al><al>Afdelingshoofd Financiën</al><al/><al>3. Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen </al><al>Kassier/medewerkers administratie</al><al>Afdelingshoofd Financiën/beleidsmedewerkers/beleids- ondersteunende
                        medewerkers </al><al/><al><vet>Bankrelatiebeheer/Bevoegd functionaris (eerste
                            handtekening)/Autorisatie door fiattering (tweede
                        handtekening)</vet></al><al>4. Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury </al><al>Afdelingshoofd Financiën</al><al/><al>5. Bankcondities en tarieven afspreken</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury </al><al>Afdelingshoofd Financiën</al><al/><al>6. Schatkistbankieren: aanvragen/wijzigen handtekeningkaart,
                        rekening-courantovereenkomst, intradaglimiet en internetfaciliteiten</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury </al><al>Afdelingshoofd Financiën</al><al/><al><vet>Financiering en uitzetting/Bevoegd functionaris (eerste
                            handtekening)/Autorisatie door fiattering (tweede
                        handtekening)</vet></al><al>7. Het afsluiten van kredietfaciliteiten</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury </al><al>Afdelingshoofd Financiën</al><al/><al>8. Het aantrekken van gelden via onderhandse leningen zoals vastgelegd in de
                        treasuryparagraaf</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury </al><al>Afdelingshoofd Financiën</al><al/><al>9. Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke
                        taak</al><al>Afdelingshoofd Financiën </al><al>College van B&amp;W</al><al/><al>10. Het garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak</al><al>Afdelingshoofd Financiën </al><al>College van B&amp;W</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XVII</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel/></kop><al>Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de
                        onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de
                        betreffende functionarissen: </al><al/><al><vet>Informatie</vet>/<vet>Frequentie/</vet><vet>Informatie-verstrekker(s)/</vet><vet>Informatie-ontvanger</vet></al><al>1. Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de
                        liquiditeitenplanning</al><al>Kwartaal/Incidenteel</al><al>Afdelingshoofden </al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury</al><al/><al>2. Liquiditeitenplanning</al><al>Per jaar/Incidenteel</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury </al><al>Afdelingshoofd Financiën</al><al/><al>3. Treasuryparagraaf van begroting</al><al>Jaarlijks</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury</al><al>Gemeenteraad</al><al/><al>4. Evaluatie treasuryactiviteiten in treasuryparagraaf van jaarrekening</al><al>Jaarlijks</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury</al><al>Gemeenteraad</al><al/><al>5. Verantwoording n.a.v. treasuryparagraaf via jaarverslag</al><al>Jaarlijks</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury</al><al>Gemeenteraad</al><al/><al>6. Informatie aan derden (CBS) zoals genoemd in art. 8 Wet fido</al><al>Kwartaal</al><al>De beleidsmedewerker van de afdeling Financiën belast met treasury</al><al>Derden</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XVIII</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van 1 mei
                                2015.</al></li><li nr="2."><al>Dit treasurystatuut treedt in de plaats van het treasurystatuut
                                gemeente Boxmeer vastgesteld door de raad op 28 januari 2010.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XIX</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel/></kop><al>Dit treasurystatuut wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de
                        naam “Treasurystatuut gemeente Boxmeer 2015”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Boxmeer van 22 april 2015.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.W.J.M. Cornelissen K.W.T. van Soest</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Memorie van toelichting</vet></al><al/><al>In dit treasurystatuut wordt het treasurybeleid van de gemeente op
                        hoofdlijnen vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven
                        van de doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2). Vervolgens
                        geeft het bestuur in het statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de
                        doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend
                        voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is
                        een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van
                        de limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet fido. Middels de limieten
                        en richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen
                        de treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. </al><al/><al>De treasury<cursief>paragraaf </cursief>in de begroting geeft
                        deplannen voor de treasuryfunctie voor de komende jaren en in het
                        bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens
                        over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de
                        kaders van het statuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het
                        risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse financieringspositie,
                        leningen- en garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het
                        kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de
                        kaders van de Wet fido en het treasurystatuut blijven. De treasuryparagraaf
                        in het jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de
                        plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie in het
                        verslagjaar.</al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>In artikel 2 worden de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente
                        weergegeven, hieronder worden deze doelstellingen afzonderlijk
                        toegelicht.</al><al/><al><vet>Artikel 2 lid 1</vet></al><al>In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat de gemeente
                        “duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele
                        condities”. De treasury dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in
                        staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q.
                        haar overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten (bijv. bij
                        banken). De condities die daar bij worden bedongen dienen, in het licht van
                        de op het betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel (tenminste
                        marktconform) te zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 2 lid 2</vet></al><al>Door haar activiteiten loopt de gemeente de volgende financiële risico’s:
                        renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s
                        en valutarisico’s. Het is de taak van de treasury dergelijke risico’s zo
                        veel mogelijk te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8 wordt aangegeven
                        op welke wijze dit wordt gewaarborgd.</al><al/><al><vet>Artikel 2 lid 3</vet></al><al>De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het minimaliseren van de
                        kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities. Deze
                        kosten bestaan o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het
                        betalingsverkeer. Het is de taak van de treasury het beheer zo efficiënt
                        mogelijk uit te voeren. </al><al/><al><vet>Artikel 2 lid 4</vet></al><al>De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent
                        dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo hoog
                        mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat
                        daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de
                        treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van
                        financiële risico’s, de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte
                        afdeling (“profit center”). Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals
                        vastgesteld in de Wet fido en dit treasurystatuut kan desondanks worden
                        gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten. </al><al/><al><vet>Artikel 3 lid 1</vet></al><al>De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met
                        betrekking tot treasury. Dit betreft de “publieke taak” waarvoor leningen en
                        garanties dienen enerzijds en het prudente karakter van (overige)
                        uitzettingen anderzijds. Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid
                        gemaakt tussen het verstrekken van leningen “uit hoofde van de publieke
                        taak” en het uitzetten van middelen “uit hoofde van treasury”.</al><al/><al>De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van <onderstreept>leningen en
                            garanties uit hoofde van de publieke taak. </onderstreept>Wel wordt in
                        de toelichting op de Wet fido het volgende aangegeven: “Het gemeentebestuur
                        bepaalt de publieke taak. De begroting en de begrotingswijzigingen bepalen
                        het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak”. In dit
                        licht is het dus niet de afdeling Financiën die het politieke besluit voor
                        dergelijke garanties en leningen voorbereidt. Wel wordt geadviseerd dat het
                        gemeentebestuur advies van de afdeling Financiën (in het licht van haar
                        expertise) inwint alvorens een beslissing te nemen t.a.v. het verstrekken
                        van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak. De gemeente
                        Boxmeer heeft dit advies overgenomen. </al><al/><al>De afdeling Financiën adviseert over bijv. financieringsvoorwaar-den en de
                        implicaties van de betreffende aanvraag voor de totale financiële positie
                        van de gemeente. Daarnaast is het van belang dat de afdeling Financiën de
                        betreffende aanvraag opneemt in de liquiditeitenplanning.</al><al/><al><vet>Artikel 3 lid 2</vet></al><al>Conform de Wet fido, dienen <onderstreept>uitzettingen “uit hoofde van
                            treasury”</onderstreept> (zie toelichting artikel 3 lid 1) een prudent
                        karakter te hebben. </al><al/><al>In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip
                        “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met als
                        oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te
                        verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet fido en
                        de memorie van toelichting op de Wet fido). Bankachtige activiteiten – het
                        aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen
                        – zijn als gevolg van deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van
                        dit treasurystatuut vallen binnen de kaders van de Wet fido.</al><al/><al>De limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut zijn specifiek
                        geformuleerd om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van
                        treasury te garanderen en hebben derhalve géén betrekking op (eventueel)
                        verstrekte leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” van de
                        gemeente.</al><al/><al><vet>Artikel 4 lid 1</vet></al><al>Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-)
                        rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente;</al><al/><al>Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote
                        fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te
                        stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar)
                        is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen. Juist
                        voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn,
                        aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief
                        grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als
                        een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij
                        aanvang van het jaar. </al><al/><al><vet>Artikel 4 lid 2</vet></al><al>Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de
                        vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer)
                        door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de
                        leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een
                        vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met de totale vaste schuld.</al><al/><al><vet>Artikel 4 lid 3</vet></al><al>Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt bedragen slechts te lenen cq.
                        uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig
                        respectievelijk beschikbaar zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 4 lid 5</vet></al><al>Een rentevisie is een toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling, op
                        basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd.
                        Afhankelijk van de (interne- of externe) ontwikkelingen zal de gemeente haar
                        rentevisie actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op de
                        rentevisie van enkele gezaghebbende financiële instellingen, zoals de
                        huisbankier. Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent
                        bijvoorbeeld het uitstellen van uitzettingen met een lange looptijd op het
                        moment dat men een rentestijging verwacht.</al><al/><al><vet>Artikel 4 lid 6</vet></al><al>Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd van aangetrokken
                        leningen wordt de invloed van een rentestijging op de renteresultaten
                        gespreid over meerdere jaren.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de gemeente
                        gelden voor een bepaalde periode heeft uitgezet en gedurende de looptijd van
                        de uitzetting blijkt dat de gelden (onverwacht) nodig zijn voor het doen van
                        een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente tijdelijk een
                        lening moet aantrekken (wanneer de uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld
                        een deposito) ofwel tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld
                        een obligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen hebben voor de
                        financiële resultaten. </al><al/><al>Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties
                        op een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van
                        de gehele organisatie zijn gepland. </al><al/><al>In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige
                        liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente
                        onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de
                        hieraan verbonden financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang dat de
                        afdeling Financiën juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door de
                        overige afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten.</al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Dit betreft een ongewijzigde voortzetting van het beleid van de gemeente.
                        Valutarisico’s uit hoofde van operationele transacties ontstaan bijvoorbeeld
                        op het moment dat de gemeente een aankoop van goederen uit de Verenigde
                        Staten met dollars moet betalen.</al><al/><al><vet>Artikel 9 lid 1</vet></al><al>Het aantrekken van gelden met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is
                        door artikel 2 lid 2 van de Wet fido (zie ook memorie van toelichting op de
                        Wet fido) nadrukkelijk niet toegestaan. </al><al/><al><vet>Artikel 9 lid 2</vet></al><al>Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel mogelijk intern
                        gefinancierd.</al><al/><al><vet>Artikel 9 lid 3</vet></al><al><cursief>Onderhandse geldleningen </cursief>zijn leningen waarbij de
                        voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij
                        kunnen worden vastgesteld. Een <cursief>Medium Term Note (MTN)</cursief> is
                        een verhandelbare schuldbekentenis aan toonder, met een minimumlooptijd van
                        twee jaar en een minimum- omvang van nominaal € 500.000. Deze maakt
                        onderdeel uit van een MTN- programma. De term Commercial Paper staat voor
                        verhandelbare schuldbekentenissen met een looptijd korter dan twee jaar,
                        uitgegeven door niet-kredietinstellingen. </al><al/><al><vet>Artikel 9 lid 4</vet></al><al>Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te waarborgen,
                        voor bijv. te betalen rentepercentages, provisies, (boete-) clausules bij
                        vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere offertes wordt
                        bereikt dat de gemeente een beter beeld heeft van de op dat moment
                        gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis
                        daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt.</al><al/><al><vet>Artikel 12 lid 1</vet></al><al>Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een efficiënt
                        betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd
                        door een betalingsdatum af te stemmen op bepaalde verwachte ontvangsten.
                        Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken
                        (cq. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken) teneinde de
                        betreffende betaling (tijdelijk) te financieren.</al><al/><al><vet>Artikel 12 lid 2</vet></al><al>Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft als
                        voordeel dat er geen kosten hoeven te worden gemaakt om gelden tussen
                        verschillende banken over te boeken. </al><al/><al><vet>Artikel 13 lid 1</vet></al><al>Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi
                        op de rekeningen (-courant) van de gemeente. Teneinde de noodzaak tot het
                        doen van interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen
                        die de gemeente bij één bank aanhoudt opgenomen in een
                            <cursief>rentecompensatiecircuit</cursief>. Ditis een systeem
                        waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van een
                        organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de
                        rente wordt berekend.</al><al/><al><vet>Artikel 13 lid 3</vet></al><al>In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn
                        financieringsinstrumenten benoemd. De term <cursief>daggeld</cursief> (ook
                        wel callgeld genoemd) staat voor een opgenomen of uitgezette lening voor
                        onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kan worden. <cursief>Kasgeldleningen
                        </cursief>zijn niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste
                        periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vast rentepercentage.
                            <cursief>Kredietlimiet op de rekening courant</cursief> betreft de
                        mogelijkheid debet (“rood”) te staan op de rekening courant.</al><al/><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Bij de treasuryfunctie zijn veel personen en organen betrokken. Het statuut
                        legt expliciet het delegatie- en mandateringspatroon vast, in casu welke
                        taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen hebben.
                        Met het oog op de omvang van de transacties en de hiermee samenhangende
                        risico’s, zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen
                        teneinde een transparante functiescheiding aan te brengen tussen
                        beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de administratie en controle op
                        financiële transacties. </al><al/><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen die binnen
                        de gemeente betrokken zijn bij de treasuryactiviteiten zijn in artikel 15
                        respectievelijk artikel 16 beschreven. De toekenning van de genoemde
                        functies en bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan functies
                        en/of functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten
                        (mandaten, besluiten e.d.). </al><al/><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij het
                        bestuur van de gemeente. Teneinde niet onnodig te worden belast met het
                        dagelijkse treasurybeheer draagt het bestuur een deel van haar bevoegdheden
                        over aan de ambtelijke organisatie. De praktische uitvoering van het beleid
                        heeft dus vooral op ambtelijk niveau plaats, wat als voordeel heeft dat er
                        slagvaardiger kan worden geopereerd. Bij de toewijzing van bevoegdheden is
                        zoveel mogelijk rekening gehouden met de vereiste functiescheiding tussen
                        besluitvorming, uitvoering, administratie en controle. </al><al/><al><vet>Artikel 17 </vet></al><al>De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening
                        wordt gewaarborgd voor: <cursief>operationele informatie</cursief> (punt 1
                        en 2), <cursief>beleidsmatige informatie</cursief> (punt 3) en
                            <cursief>verantwoordingsinformatie</cursief> (punt 4, t/m 7). Het
                        verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante
                        verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste
                        voorwaarden voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico’s
                        van de gemeente.</al><al/><al>Punt 1</al><al>Afdelingen dienen “incidenteel” informatie te verschaffen op de momenten
                        waarop zich significante wijzigingen voordoen in hun verwachtingen omtrent
                        tijdstip of omvang van toekomstige betalingen of ontvangsten (bijv. bij
                        uitstel van een grote investering).</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Boxmeer/i254038.pdf">Treasurystatuut gemeente Boxmeer 2015.pdf</extref></al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>