<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR366011_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, nr. </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003420">Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003549">Wet op de expertisecentra</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0002399">Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-05-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15022</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><lijst><li nr="a."><al>aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening;</al></li><li nr="b."><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient;</al></li><li nr="c."><al>advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in
                                    artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs,
                                        <cursief>artikel 93, negende lid, van de Wet op de
                                        expertisecentra of artikel 76f, negende lid, van de Wet op
                                        het voortgezet onderwijs</cursief>;</al></li><li nr="d."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs, <cursief>de Wet op de expertisecentra of de
                                        Wet op het voortgezet onderwijs </cursief>bekostigde
                                    openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk
                                    gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied
                                    van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het
                                    bewegingsonderwijs <cursief>of een bad voor watergewenning of
                                        bewegingstherapie</cursief>;</al></li><li nr="f."><al>minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al></li><li nr="g."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op
                                    grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, de
                                    artikelen 76a of 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel
                                    16, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs
                                    voor bekostiging in aanmerking is gebracht;</al></li><li nr="h."><al>overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 van de Wet op het
                                    primair onderwijs<cursief>, </cursief>artikel 94 van de Wet op
                                    de expertisecentra of artikel 76g van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="i."><al>permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de
                                    aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als
                                    volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li><li nr="j."><al>programma: programma als bedoeld in artikel in artikel 95 Wet op
                                    het primair onderwijs, artikel 93 Wet op de expertisecentra en
                                    artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>school:</al><lijst><li nr="1."><al>school voor basisonderwijs: basisschool of speciale
                                            school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van
                                            de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="2."><al>school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                                            onderwijs: school voor speciaal onderwijs, school voor
                                            speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, of school
                                            voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                            artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een
                                            instelling voor speciaal en voortgezet speciaal
                                            onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de
                                            expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal
                                            onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                            expertisecentra;</al></li><li nr="3."><al>school voor voortgezet onderwijs: school of
                                            scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                                            onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet
                                            onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor
                                            praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5
                                            van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de
                                    keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en
                                    materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het
                                    onderwijs kan functioneren;</al></li><li nr="m."><al>tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als
                                    bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="n."><al>verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="o."><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    minimaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="p."><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    maximaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="q."><al>voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in
                                    artikel 2;</al></li><li nr="r."><al>vorderingsrecht: vorderingsrecht zoals bedoeld in artikel 107
                                    van de Wet op het primair onderwijs, artikel 105 van de Wet op
                                    de expertisecentra of artikel 76r van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="s."><al>beslissing spoedaanvraag: beschikking zoals bedoeld in artikel
                                    98 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 96 van de Wet op
                                    de expertisecentra of artikel 76i van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    voorzieningen bestaande uit:</al><lijst><li nr="1."><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst door het
                                            rijk voor bekostiging in aanmerking is gebracht, of
                                            nieuwbouw om een gebouw waarin een school is gehuisvest
                                            geheel of gedeeltelijk te vervangen, al dan niet op
                                            dezelfde locatie;</al></li><li nr="2."><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                            gehuisvest;</al></li><li nr="3."><al>het geheel of gedeeltelijk in gebruik neming van een
                                            bestaand gebouw voor het huisvesten van een school;</al></li><li nr="4."><al>verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke
                                            gebouwen voor het huisvesten van een school;</al></li><li nr="5."><al>terrein voor zover nodig voor het realiseren van een
                                            voorziening als bedoeld in sub 1 tot en met sub 4;</al></li><li nr="6."><al>inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en
                                            hulpmiddelen voor zover deze nog niet eerder door het
                                            rijk of de gemeente is bekostigd;</al></li><li nr="7."><al>inrichting met meubilair voor zover deze nog niet eerder
                                            door het rijk of de gemeente is bekostigd;</al></li><li nr="8."><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een
                                            gebouw dat al bij een andere school in gebruik is of van
                                            een lokaal bewegingsonderwijs en een bad voor
                                            watergewenning of bewegingstherapie; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare
                                    materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten,
                                    uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li><li nr="c."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw,
                                    onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen of meubilair ingeval
                                    van bijzondere omstandigheden;</al></li><li nr="d."><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een
                                    bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs voor
                                    het onderwijs in lichamelijke oefening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vaststelling vergoeding voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder
                                    1, 2, 5, 6, 7 en onderdeel d,wordt de vergoeding
                                    vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen
                                    normbedragen.</al></li><li nr="2."><al>Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de
                                    vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college de gegevens die noodzakelijk
                            zijn voor het uitvoeren van het bepaalde in deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>PROGRAMMA EN OVERZICHT</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvragen programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma
                                        wordt door het bevoegd gezag bij het college ingediend en
                                        moet uiterlijk 1 februari van het jaar waarin het
                                        betreffende programma wordt vastgesteld zijn ontvangen.</al></li><li nr="2."><al>Aanvragen die na deze datum worden ontvangen neemt het
                                        college niet in behandeling.</al></li><li nr="3."><al>Het college is bevoegd om het bepaalde in het tweede lid
                                        buiten toepassing te verklaren dan wel de werking ervan op
                                        te schorten tot een nader door hen te bepalen datum.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag vermeldt in ieder geval: a. de naam en het
                                        adres van de aanvrager; b. de dagtekening; c. de naam van de
                                        school en, als dit van toepassing is, het gebouw waarvoor de
                                        voorziening is bestemd; d. de voorziening die wordt
                                        aangevraagd; e. de onderbouwing van de noodzaak en de omvang
                                        van de gewenste voorziening, bestaande uit: 1°. een prognose
                                        van het te verwachten aantal leerlingen van de school voor
                                        basisonderwijs, de speciale school voor basisonderwijs, de
                                        school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                                        onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs, als het
                                        betreft een aanvraag voor een voorziening als bedoeld in
                                        artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 6°, 7° en 8°,
                                        onder de voorwaarde dat de prognose overeenkomstig bijlage
                                        II is vastgesteld, tenzij door het college, al dan niet in
                                        samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van een school
                                        voor basisonderwijs, een actuele prognose is opgesteld,
                                        welke door het bevoegd gezag wordt onderschreven. 2°. als de
                                        aanvraag betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk
                                        bekostigen van vervangende nieuwbouw van een gebouw als
                                        bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, of herstel van
                                        een constructiefout als bedoeld in artikel 2, onderdeel b,
                                        een bouwkundige rapportage die voldoet aan de eisen NEN
                                        2767, zodat de noodzaak van de gevraagde voorziening kan
                                        worden vastgesteld; 3°. als de aanvraag betrekking heeft op
                                        het bekostigen van een voorziening waarvoor de vergoeding
                                        wordt vastgesteld op de feitelijke kosten, een begroting van
                                        de noodzakelijke kosten voor het bekostigen van de
                                        voorziening; f. de geplande aanvangsdatum van uitvoering van
                                        de voorziening, en g. als het een voorziening betreft als
                                        bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° tot en met 5°,
                                        de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening
                                        moet worden gerealiseerd.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de aanvrager voor 15 februari schriftelijk
                                        op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste of
                                        tweede lid ontbreken. De aanvrager heeft tot15 maart
                                        de gelegenheid de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als
                                        dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in
                                        behandeling.</al></li><li nr="3."><al>Als een door het college in behandeling genomen aanvraag
                                        mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken
                                        school op 1 oktober van het jaar waarin het programma wordt
                                        vastgesteld, is de aanvrager verplicht dat aantal voor 15
                                        oktober te registeren in de Basisregistratie Onderwijs bij
                                        de Dienst Uitvoering Onderwijs. Heeft de aanvrager de
                                        registratie niet binnen de gestelde termijn gerealiseerd,
                                        dan deelt het college dit schriftelijk mede aan de aanvrager
                                        en heeft de aanvrager de gelegenheid dit alsnog te doen
                                        binnen drie dagen na de datum van ontvangst van de
                                        mededeling. Als de registratie niet alsnog binnen drie dagen
                                        is verstrekt, neemt het college de aanvraag niet in
                                        behandeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Opgave ingediende aanvragen</titel></kop><al>Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen een opgave van
                                de aanvragen die overeenkomstig artikel 6 zijn ingediend en geeft
                                daarbij aan welke niet in behandeling worden genomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Overleg voorafgaand aan vaststellen programma en overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college of een aanvrager kan verzoeken een aanvraag
                                        nader toe te lichten.</al></li><li nr="2."><al>Het college treedt in overleg met de aanvrager als de
                                        aanvraag betrekking heeft op een voorziening waarvoor de
                                        vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten en het
                                        college van oordeel is dat de door de aanvrager overgelegde
                                        kostenbegroting moet worden aangepast.</al></li><li nr="3."><al>Het college vermeldt in het voorstel tot het vaststellen van
                                        het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht,
                                        bedoeld in paragraaf 2.3:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van het geraamde bedrag, waarvan voor de
                                                aangevraagde voorziening wordt uitgegaan, en</al></li><li nr="b."><al> als dit van toepassing is, de redenen waarom in het
                                                overleg geen overeenstemming is bereikt over de
                                                hoogte van het geraamde bedrag.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college het programma en het overzicht
                                        vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg
                                        in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen
                                        inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.</al></li><li nr="2."><al>De bevoegde gezagsorganen worden ten minste 2 weken voor de
                                        door het college vastgestelde datum schriftelijk in kennis
                                        gesteld van het tijdstip van het overleg en de voorgenomen
                                        inhoud van het voorstel.</al></li><li nr="3."><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
                                        kunnen voor het overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
                                        maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan
                                        het overleg van deze zienswijzen in kennis.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
                                        bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen. De
                                        overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de
                                        reactie van het college hierop worden opgenomen in het
                                        verslag. Het verslag wordt na het overleg toegezonden aan
                                        alle bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="5."><al>Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad
                                        verzoeken een advies uit te brengen over het
                                        conceptprogramma. Het verzoek bevat een schriftelijk
                                        gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover advies
                                        wordt verwacht. Het advies dient betrekking te hebben op de
                                        relatie tussen de voorgenomen inhoud van het programma en de
                                        vrijheid van richting en inrichting. Het verzoek en de
                                        daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden opgenomen
                                        in het verslag, bedoeld in het vierde lid.</al></li><li nr="6."><al>Het college is belast met het indienen van een verzoek om
                                        advies bij de Onderwijsraad. Het college zorgt ervoor dat de
                                        Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het
                                        beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld
                                        in het vierde lid.</al></li><li nr="7."><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte
                                        advies wordt zo spoedig mogelijk door het college
                                        toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Als het advies
                                        zou leiden tot één of meer inhoudelijke bijstellingen van de
                                        voorgenomen inhoud van het programma worden de bevoegde
                                        gezagsorganen door het college bij het toezenden van het
                                        afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader overleg.
                                        In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader
                                        bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad
                                        noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij het toezenden
                                        van het afschrift van het advies.</al></li><li nr="8."><al>Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats
                                        binnen2 weken nadat het advies van de Onderwijsraad
                                        aan de bevoegde gezagsorganen is gezonden. Het college maakt
                                        van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het
                                        verslag, bedoeld in het vierde lid.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Tijdstip vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de
                                        vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Hierbij kan
                                        onderscheid gemaakt worden naar onderwijssoort of per
                                        voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld op
                                        uiterlijk 31 december voorafgaande aan het jaar waarop het
                                        programma betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Bekendmaken besluiten vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De besluiten tot het vaststellen van het
                                        bekostigingsplafond, het programma en het overzicht worden
                                        door het college binnen 2 weken na de datum waarop het
                                        besluit is genomen bekend gemaakt door het toezenden of
                                        uitreiken van het besluit aan de aanvragers. Gelijktijdig
                                        stelt het college de overige bevoegde gezagsorganen
                                        schriftelijk in kennis van de genomen besluiten.</al></li><li nr="2."><al>De besluiten worden gelijktijdig met de bekendmaking ter
                                        inzage gelegd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Uitvoeren programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Overleg wijze van uitvoering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld treedt
                                        het college in overleg met de aanvrager over de wijze waarop
                                        de op het programma geplaatste voorziening wordt uitgevoerd.
                                        In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is
                                        voor het uitvoeren van de voorziening. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag
                                        bepalen dat het overleg zoals genoemd in lid 1 niet
                                        plaatsvindt, indien zij het overleg niet noodzakelijk achten
                                        in verband met de aard of de inhoud van de gevraagde
                                        voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Instemmen bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging; toetsen wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden; overleggen offertes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag dient het bouwplan en, als de voorziening
                                        wordt bekostigd op basis van de feitelijke kosten, de
                                        bijbehorende begroting in bij het college. Het bevoegd gezag
                                        houdt daarbij rekening met de hierover gemaakte afspraken,
                                        bedoeld in artikel 12, eerste lid. Gelijktijdig vermeldt het
                                        bevoegd gezag het tijdstip waarop de bekostiging kan
                                        starten. Het college moet instemmen met het bouwplan en de
                                        begroting voordat een bouwopdracht wordt verleend.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist binnen 13 weken nadat de stukken zijn
                                        ontvangen over de bouwplannen, de desbetreffende begroting
                                        en het tijdstip waarop de bekostiging start. Het college
                                        stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum van de
                                        beslissing over het bouwplan, de desbetreffende begroting en
                                        het tijdstip waarop de bekostiging start respectievelijk na
                                        de datum waarop de instemming geacht wordt te zijn verleend
                                        hiervan schriftelijk in kennis.</al></li><li nr="3."><al>Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het
                                        college vast of de feiten en omstandigheden waarin de school
                                        verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten
                                        tijde van de vaststelling van het programma, al dan niet
                                        ingrijpend zijn gewijzigd. Ingeval naar het oordeel van het
                                        college sprake is van bedoelde wijziging, vervalt hiermee de
                                        aanspraak op vergoeding van de onderhavige voorziening.</al></li><li nr="4."><al>Nadat het college het bouwplan van een voorziening, als
                                        bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin, heeft
                                        goedgekeurd, dient het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk bij
                                        het college de offertes in voor de uitvoering van de
                                        voorziening. Het college beslist binnen negen weken na
                                        ontvangst van de offertes over het bedrag dat definitief
                                        beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de
                                        voorziening. De laatste volzin van het tweede lid is hierbij
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van lid 4 mag het bevoegd gezag de in lid 4
                                        genoemde offertes ook gelijktijdig met het bouwplan als
                                        genoemd in het eerste lid indienen.</al></li><li nr="6."><al>De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt
                                        vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige
                                        inschrijving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Aanvang bekostiging</titel></kop><al>Het college kan bij de beslissing over het tijdstip waarop de
                                bekostiging start, bepalen dat de gelden in termijnen betaald
                                worden. Het betalen van de gelden vindt telkens plaats op een
                                zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële
                                verplichtingen die voortkomen uit het realiseren van de op het
                                programma geplaatste voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor 1 oktober van het jaar waarop het programma betrekking
                                        heeft geeft de aanvrager een onherroepelijke bouwopdracht of
                                        sluit hij een onherroepelijkekoop-, huur- of
                                        erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij voor 15 oktober
                                        een afschrift aan het college. De aanspraak op bekostiging
                                        vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt voldaan.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd om het bepaalde in het eerste lid
                                        buiten toepassing te verklaren dan wel de werking ervan op
                                        te schorten tot een ander door hen te bepalen datum.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>AANVRAGEN MET SPOEDEISEND KARAKTER</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot het bekostigen van een voorziening die gelet op de
                                voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, wordt ingediend
                                bij het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Inhoud aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 16 vermeldt naast de
                                        gegevens genoemd in artikel 6, eerste lid, de omstandigheden
                                        waarom de voorziening spoedeisend wordt geacht. </al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum
                                        waarop de aanvraag is ingediend schriftelijk op de hoogte
                                        als gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De
                                        aanvrager heeft vervolgens 2 weken om de ontbrekende
                                        gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het
                                        college de aanvraag niet in behandeling.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Beoordelen aanvraag; uitvoeren besluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Tijdstip beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen 4 weken nadat de aanvraag is
                                        ontvangen of, binnen 4 weken nadat de aanvullende gegevens
                                        zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. </al></li><li nr="2."><al>Als een beschikking niet binnen de gestelde termijn kan
                                        worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager
                                        schriftelijk mede en noemt daarbij een redelijke termijn
                                        waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden
                                        gezien.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum
                                        van de beslissing schriftelijk van de beslissing in
                                        kennis.</al></li><li nr="4."><al>In afwachting van de beslissing als bedoeld in het eerste
                                        lid en voor zover noodzakelijk in het belang van de
                                        voortgang van het onderwijs, is het college bevoegd om in
                                        overleg met het bevoegd gezag voorlopige voorzieningen te
                                        treffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Uitvoeren beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na het bekendmaken van een beslissing als bedoeld in artikel
                                        18, eerste lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt
                                        het college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager
                                        over de wijze waarop de voorziening wordt uitgevoerd. Het
                                        bepaalde in de artikelen 13, 14 en 15, is daarbij van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Binnen 3 weken na bekendmaking van een beslissing als
                                        bedoeld in het eerste lid geeft de aanvrager een
                                        bouwopdracht of sluit hij een koop-,huur- of
                                        erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij zo spoedig
                                        mogelijk een afschrift aan het college. De aanspraak op
                                        bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt
                                        voldaan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>MEDEGEBRUIK EN VERHUUR</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Medegebruik voor onderwijs of educatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Aanduiden omstandigheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan overgaan tot het vorderen van een gedeelte
                                        van een voor een school bestemd gebouw of terrein als:</al><lijst><li nr="a."><al>door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan
                                                worden voorzien van een school waarbij
                                                overeenkomstig bijlage III, deel C, een aanvullende
                                                ruimtebehoefte is vastgesteld en het bevoegd gezag
                                                van die school een aanvraag als bedoeld in de
                                                artikelen 5 of 16 heeft ingediend;</al></li><li nr="b."><al>leegstand is vastgesteld in een lesgebouw van een
                                                school;</al></li><li nr="c."><al>leegstand is vastgesteld in een lokaal
                                                bewegingsonderwijs van een school.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot
                                        vordering, als bedoeld in het eerste lid, voeren zij
                                        daarover overleg met het bevoegd gezag waarvan de leegstand
                                        wordt gevorderd, alsmede met het bevoegd gezag waarvoor de
                                        voorziening is bestemd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Omschrijving leegstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is sprake van leegstand in een schoolgebouw als
                                        overeenkomstig bijlage III, deel C, is vastgesteld dat de
                                        vastgestelde capaciteit van het gebouw groter is dan de
                                        vastgestelde ruimtebehoefte. </al></li><li nr="2."><al>Er is sprake van leegstand in een lokaal bewegingsonderwijs
                                        als: </al><lijst><li nr="a."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen
                                                voor basisonderwijs[<cursief>, </cursief>speciaal
                                                basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet
                                                speciaal onderwijs,] ende som van het
                                                aantal klokuren gebruik dat door het college is
                                                vastgesteld minder is dan 40 klokuren; </al></li><li nr="b."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen
                                                voor voortgezet onderwijs en uit de overeenkomstig
                                                bijlage III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte
                                                blijkt dat het lokaal minder dan 40 lesuren wordt
                                                gebruikt, tenzij het bevoegd gezag op basis van het
                                                lesrooster of de lesroosters voor het lopende of
                                                eerstkomende schooljaar aantoont dat dit niet het
                                                geval is;</al></li><li nr="c."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen
                                                voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs,
                                                speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs
                                                of voortgezet onderwijs, en de som van de
                                                berekeningswijzen, bedoeld onder a en b, minder is
                                                dan 40 klokuren. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de
                                vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt
                                genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn. Als geen
                                overeenstemming wordt bereikt stellen partijen in onderling overleg
                                vast welke handelswijze wordt gevolgd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Medegebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college overgaat tot vorderen overlegt het
                                        college met het bevoegd gezag.</al></li><li nr="2."><al>In het overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
                                                wordt;</al></li><li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met
                                                het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
                                                school;</al></li><li nr="c."><al>of maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat
                                                het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school
                                                hinder van het medegebruik ondervindt;</al></li><li nr="d."><al>wat naar oordeel van het college en het bevoegd
                                                gezag een redelijke vergoeding voor het medegebruik
                                                is;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs
                                                aanvang kan nemen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Binnen 4 weken na het overleg deelt het college het bevoegd
                                        gezag waarvan medegebruik gevorderd wordt schriftelijk mede
                                        dat gevorderd wordt. Als het overleg heeft geleid tot
                                        afspraken, worden ook deze opgenomen in de schriftelijke
                                        mededeling. Als het overleg niet tot volledige
                                        overeenstemming heeft geleid, dan bevat de mededeling de
                                        beslissing van het college over de punten waarover geen
                                        overeenstemming was bereikt. Indien het bevoegd gezag in het
                                        overleg te kennen geeft geen bezwaar te hebben tegen de
                                        vordering, kan van de schriftelijke mededeling als hier
                                        bedoeld worden afgezien.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3</nr><titel>Verhuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Verzoek toestemming college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag verzoekt het college schriftelijk om
                                        toestemming als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de
                                        Wet op het primair onderwijs<cursief>, </cursief>artikel
                                        106, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel
                                        76s, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs
                                        voordat een huurovereenkomst wordt gesloten. </al></li><li nr="2."><al>Het verzoek bevat een aanduiding van de huurder en van de
                                        bestemming van de te verhuren ruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan aan de toestemming de voorwaarde verbinden
                                        dat voor de verhuur een huur is verschuldigd.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval de huur wordt beëindigd, geeft het bevoegd gezag
                                        hiervan binnen vier weken kennis aan het college. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>EINDE GEBRUIK GEBOUWEN EN TERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Staat van onderhoud</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een
                                    gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een
                                    school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van
                                    achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein.</al></li><li nr="2."><al>Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig
                                    onderhoud wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een
                                    staat van onderhoud opgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag
                                    opgemaakt in opdracht van het college.</al></li><li nr="4."><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het
                                    bevoegd gezag. </al></li><li nr="5."><al>Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van
                                    achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk
                                    deel hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het
                                    bevoegd gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de
                                    werkzaamheden, of dat het bevoegd gezag een in overleg vast te
                                    stellen bedrag aan het college betaalt. Als geen overeenstemming
                                    wordt bereikt, stellen partijen vast welke handelwijze verder
                                    gevolgd wordt.</al></li><li nr="6."><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als
                                    dit naar het oordeel van het college niet nodig is. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>GEBRUIK GYMNASTIEKRUIMTE VOOR BASISONDERWIJS EN (VOORTGEZET) SPECIAAL ONDERWIJS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit, inroosteren en gebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs of een
                                    school voor (voortgezet) speciaal onderwijs verstrekt jaarlijks
                                    voor 1 mei voorafgaande aan het volgende schooljaar een opgave
                                    van de voor dat schooljaar voor de school gewenste
                                    onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de
                                    volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>het verwachte aantal groepen 6-12 jarigen;</al></li><li nr="b."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of –ruimten waarin
                                            het gebruik wordt gewenst;</al></li><li nr="c."><al>de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
                                            schoolweek wordt gewenst.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het gewenste onderwijsgebruik wordt afgezet tegen de beschikbare
                                    capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van
                                    een capaciteit van 26 klokuren per week per
                                    gymnastiekruimte.</al></li><li nr="3."><al>Bij inroostering wordt het volgende in acht genomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                            onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals
                                            opgenomen in bijlage I, deel B;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in
                                            standgehouden school dat eigenaar is van een
                                            gymnastiekruimte wordt voor de desbetreffende school het
                                            eerste ingeroosterd voor die gymnastiekruimte;</al></li><li nr="c."><al>het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel
                                            mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan verzoeken meer klokuren in te roosteren
                                    dan het aantal klokuren dat door het college is
                                    vastgesteld.</al></li><li nr="5."><al>Het verzoek als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend in
                                    behandeling genomen als daarvoor nog capaciteit beschikbaar is.
                                    Het aantal klokuren dat extra wordt ingeroosterd komt voor
                                    rekening van het bevoegd gezag van de school.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze verordening niet voorziet beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Ontheffingsbepaling</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen van een of meerdere bepalingen
                            uit deze verordening afwijken of buiten beschouwing laten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV opgenomen systematiek van
                            prijsbijstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
                            Gelijktijdig met de inwerkingtreding wordt de laatstelijk bij besluit
                            van 16 december 2008, nr. 08.185, vastgestelde ”Verordening
                            voorzieningen huisvesting onderwijs” ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening kan worden aangehaald als: "Verordening voorzieningen
                            huisvesting onderwijs".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>