<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR365806_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag gemeente Ommen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 22-06-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Partcipatiewet, art. 8, lid 1, onder c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1459864</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag gemeente Ommen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ommen;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 april 2015;</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>Vast te stellen:</al><al/><al>de verordening individuele studietoeslag gemeente Ommen 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                        worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de
                        Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid van de
                            Participatiewet wordt ingediend door middel van een door het college
                            beschikbaar gesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanspraak op een individuele studietoeslag ontstaat niet eerder dan
                            de dag van aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij het beoordelen van vervolgrechten ambtshalve
                            beslissen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Het college kan advies inwinnen over het oordeel of een persoon niet in
                        staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel
                        mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie overeenkomstig het gestelde in
                        artikel 36b van de Participatiewet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanspraak op individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon kan slechts eenmaal in een studiejaar in aanmerking komen
                            voor een individuele studietoeslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het studiejaar bedoeld in het eerste lid loopt van 1 augustus tot 1
                            augustus. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 1.000,00 per studiejaar voor
                            uitwonenden en € 370,- voor thuiswonenden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien ten tijde van de aanvraag over een gedeelte van een studiejaar
                            aanspraak bestaat op een studietoeslag, is de hoogte van de
                            studietoeslag naar rato.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd
                            overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens
                            het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven
                            afgerond op hele euro’s. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>De studietoeslag wordt in één keer over het studiejaar uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Afwijken individueel geval</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze
                        verordening, indien onverkorte toepassing daarvan zou leiden tot
                        onredelijkheid of onbillijkheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding en intrekking oude verordening</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1-1-2015</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag
                        2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Ommen op 4
                        juni 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.A.R.Tenkink M.J. Ahne</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al>De invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
                    Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                    in zijn mars heeft. </al><al/><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK
                    2013-2014, 33 161, nr. 125, p.2). </al><al/><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen. In die zin is de toeslag dan ook
                    niet speciaal bedoeld voor studiekosten zelf. Hiervoor bestaat al een recht (zie
                    onder “doelgroep”).</al><al/><al><vet>Verordeningsplicht</vet></al><al/><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid van de Participatiewet). </al><al/><al><vet>Doelgroep</vet></al><al/><al>In artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet is omschreven wie tot de
                    doelgroep wordt gerekend, namelijk de persoon die op de datum van de
                    aanvraag:</al><lijst><li nr="1."><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="2."><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="3."><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft; en
                        </al></li><li nr="4."><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                            verdienen van het wettelijk minimumloon met arbeid, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Deze afbakening geldt als geheel, zodat aan elke voorwaarde moet zijn voldaan.
                    Beschikt iemand bijv. over meer vermogen dan het in artikel 34 van de
                    Participatiewet vrij gelaten vermogen, dan voldoet hij dus niet aan alle
                    voorwaarden en behoort daarmee niet tot de doelgroep.</al><al/><al>Bij de vaststelling van deze verordening is in de wet nog expliciet opgenomen
                    dat iemand niet in staat moet zijn om met <onderstreept>voltijdse
                    </onderstreept>arbeid het minimumloon te verdienen. Inmiddels is een amendement
                    aangenomen en heeft de staatssecretaris toegezegd voor de inwerkingtreding van
                    de Participatiewet bepalingen in de wet op te nemen , waarbij ook rekening
                    gehouden wordt met personen met een medische urenbeperking. De exacte uitwerking
                    in de wet is op dit moment nog onbekend. Door de huidige omschrijving in artikel
                    3 en de verwijzing van de wet is geregeld dat deze verordening te allen tijde
                    aansluit op de bepalingen in de wet.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begrippen</vet></al><al/><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                    gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op
                    deze verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 2. Indienen verzoek</vet></al><al/><al>In de wet is vastgelegd dat een persoon een verzoek tot verlening van een
                    individuele studietoeslag kan indienen. </al><al/><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                    ingediend, bepaalt artikel 2, eerste lid, van deze verordening dat het verzoek
                    moet worden gedaan middels een door het college ter beschikking gesteld
                    formulier. Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in
                    afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel
                    4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en
                    het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de
                    beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid van de Awb). De
                    aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de
                    aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen
                    (artikel 4:2, tweede lid van de Awb).</al><al/><al>De aanspraak op een individuele studietoeslag ontstaat niet eerder dan op de
                    datum van aanvraag.</al><al/><al>Op deze wijze kan het college de actuele situatie onderzoeken en daarmee
                    beoordelen of aan alle gestelde voorwaarden wordt voldaan.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</vet></al><al/><al>Artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                    college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden,
                    een individuele toeslag kan verlenen. In de algemene inleiding is op de
                    doelgroep nader ingegaan.</al><al/><al>Als het college op basis van overgelegde stukken of uit bij de gemeente al
                    bekende informatie al kan bepalen dat een persoon tot de doelgroep behoort, is
                    een aanvullend of extern onderzoek niet noodzakelijk. In sommige gevallen is het
                    inwinnen van een extern advies gewenst. Dit artikel biedt hiervoor de
                    basis.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Aanspraak op individuele studietoeslag</vet></al><al/><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een studiejaar in aanmerking komen voor
                    een individuele studietoeslag. Voor de begripsbepaling is aangesloten bij het
                    gebruikelijke studiejaar, dat loopt van 1 augustus tot 1 augustus. </al><al/><al><vet>Artikel 5. Hoogte individuele studietoeslag</vet></al><al/><al>In dit artikel is de hoogte van de individuele studietoeslag geregeld. Hierbij
                    wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de voorwaarden toegekend. De
                    toeslag bedraagt € 1.000,00 per studiejaar voor uitwonenden en € 370,- per jaar
                    voor thuiswonenden. </al><al/><al>De hoogte van de individuele studietoeslag is niet in de Participatiewet
                    voorgeschreven. </al><al/><al>Het verlenen van één toeslag voor de gehele doelgroep, enkel om het feit dat men
                    studeert, komt niet overeenkomt met het uitgangspunt van maatwerk zoals dat
                    binnen het gehele sociale domein wordt gehanteerd. De noodzaak voor
                    ondersteuning is groter voor mensen die niet meer bij de ouders thuis wonen.
                    Wanneer men nog bij de ouders thuis woont komt men in aanmerking voor lagere
                    studietoeslag. Het bedrag van € 370,- sluit aan bij het bedrag wordt gehanteerd
                    voor de individuele inkomenstoeslag. </al><al/><al>Wanneer het studiejaar bij de aanvraag al gedeeltelijk is verstreken dan bestaat
                    er – mits aan de voorwaarden wordt voldaan – aanspraak op de toeslag naar
                    rato.</al><al/><al>Deze omrekening naar rato wordt niet gedaan bij beëindiging van de toeslag.
                    Wanneer iemand recht heeft per 1 augustus en vervolgens stopt met zijn studie
                    wordt niet teruggevorderd. </al><al/><al>Om de administratieve lasten te beperken wordt gekozen voor een vast jaarbedrag
                    en geen percentage van bijvoorbeeld de uitkeringsnorm of het minimumloon. Het
                    substantiële bedrag hebben wij gevonden door driemaal de individuele
                    inkomenstoeslag te nemen voor een alleenstaande en dit naar boven af te ronden
                    op een honderdtal. </al><al/><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor
                    een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking voor de
                    toeslag. </al><al/><al>In het derde lid is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt
                    dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie
                    van de bedragen. </al><al/><al><vet>Artikel 6. Betaling individuele studietoeslag</vet></al><al/><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele toeslag
                    geregeld. </al><al/><al>Nadat positief op het verzoek om een individuele studietoeslag is beslist, wordt
                    het in artikel 5 genoemde bedrag jaarlijks uitbetaald. De toeslag betreft
                    eenmalige bijzondere bijstand. Eenmalige bijzondere bijstand is onbelast en de
                    toeslag heeft daardoor geen gevolgen voor andere inkomensafhankelijke toeslagen
                    zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. </al><al/><al>Doorgaans kan een persoon ook tussentijds starten met een opleiding. Voor de
                    beoordeling of hij in aanmerking komt voor een individuele studietoeslag wordt
                    de situatie op de datum van de aanvraag beoordeeld (artikel 36b, eerste lid van
                    de Participatiewet).</al><al/><al><vet>Artikel 7, 8. en 9.</vet></al><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>