<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3658_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 1999</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wijkse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 1999</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-03-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-03-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuw</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Parkeerverordening 1999</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 1999</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al><vet>De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede;</vet></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 februari 2007
                        nr. 158 ; gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet en artikel 2 van de
                        wegenverkeerswet 1994, </al><al> besluit: </al><al>1. in te trekken de bij zijn besluit van 25 maart 1997 nr. 37 vastgestelde
                        parkeerverordening 1997;</al><al>2.vast te stellen de Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de
                        verlening van vergunningen voor het parkeren in de binnenstad van Wijk bij
                        Duurstede en het gebruik van parkeerplaatsen door en het verlenen van
                        vergunningen voor autodate in de gemeente </al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I .</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen. </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: <cursief>a. het R VV 1990:
                        </cursief>het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990
                        (Staatsblad 1990, nr. 459);</al><al><cursief>b. belanghebbendenplaats: </cursief>een parkeerplaats die</al><al>1 is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RW 1990 of</al><al>2 gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RW
                        1990 met</al><al>het opschrift zone, voorzover deze plaats niet is uitgezonderd</al><al><cursief>c. bezoekerskaart: </cursief>een door of vanwege het college van
                        burgemeester en wethouders verleende bezoekersvergunning, krachtens welke
                        het is toegestaan een motorvoertuig gedurende 1 dag maximaal 10 uur te
                        parkeren op daartoe aangewezen belanghebbendenplaatsen;</al><al><cursief>d. bezoekerskaartenhouder: </cursief>de natuurlijke of
                        rechtspersoon aan wie bezoekerskaarten zijn verleend;</al><al><cursief>e. houder van een motorvoertuig: </cursief>degene die naar
                        omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien
                        verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                        Wegenverkeerswet (Staatsblad 1994, nr. 919) aangehouden register van
                        opgegeven kentekens, als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het
                        voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het
                        register was ingeschreven;</al><al><cursief>f</cursief>. <cursief>motorvoertuig: </cursief>hetgeen daaronder
                        wordt verstaan in het RW 1990;</al><al><cursief>g. parkeren: </cursief>het gedurende een aaneengesloten periode
                        doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                        is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk inof uitstappen van personen
                        dan wel het onmiddellijk laden en lossen van goederen, op binnen de gemeente
                        gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten,
                        waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                        verboden;</al><al><cursief>h. vergunning: </cursief>een door of vanwege het college van
                        burgemeester en wethouders verleende parkeervergunning, krachtens welke het
                        is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                        belanghebbendenplaatsen;</al><al><cursief>i. vergunninghouder: </cursief>de natuurlijke of rechtspersoon aan
                        wie een vergunning is verleend.</al><al><cursief>j autodate</cursief>: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk
                        gebruik van</al><al>motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                        personen</al><al>en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden; </al><al><cursief>k aanbieder</cursief>: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die
                        motorvoertuigen voor</al><al>autodate ter beschikking stelt</al><al><cursief>l deelnemer</cursief>: een natuurlijke persoon die een overeenkomst
                        heeft gesloten inzake autodate;</al><al><cursief>m autodateplaats</cursief>: de parkeerplaats, aangeduid met bord E9
                        uit bijlage I van het RVV 1990 met onderbord met aanduiding "autodate" waar
                        een motorvoertuig bestemd voor autodate krachtens vergunning mag worden
                        geparkeerd;</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II,</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>locatie en tijdstippen</titel></kop><al>1 Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te maken
                        besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                        vergunninghouders. </al><al>2 Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te maken
                        besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan
                        vergunninghouders is toegestaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>uitgiftecriteria</titel></kop><al>1 Het college van burgemeester en wethouders kan op een daartoe strekkend
                        verzoek een</al><al>vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen.</al><al>2 Een vergunning kan worden verleend aan:</al><al>a de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze woont in een
                        gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn (per adres wordt niet meer
                        dan één vergunning verleend);</al><al>b de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of
                        bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn
                        en aantoont dat het in belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening
                        noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (per bedrijf
                        wordt er niet meer dan één vergunning verleend). </al><al>c de eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate op een
                        autodateplaats.</al><al>3 Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen ook
                        een vergunning verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen
                        (voertuigen) die niet voldoen aan <cursief>één </cursief>van de in het
                        tweede lid genoemde voorwaarden (zie hiervoor de aparte en aanvullende
                        uitgiftecriteria per weggedeelten).</al><al>4 Het college van burgemeester en wethouders kan per openbaar bekend gemaakt
                        besluit voor weggedeelten aparte en aanvullende uitgiftecriteria en
                        voorwaarden vaststellen.</al><al>5 Aan de vergunning kunnen beperkingen worden verbonden zowel met betrekking
                        tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen
                        waarop de vergunning van kracht is.</al><al>6 Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning ook
                        andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                        beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een
                        goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>aanvragen vergunning</titel></kop><al>1 Het college van burgemeester en wethouders kan regels geven voor het
                        aanvragen en verlenen van een vergunning.</al><al>2 Een besluit tot afwijzing van een aanvraag is met redenen omkleed De
                        aanvrager wordt van deze afwijzing schriftelijk in kennis gesteld.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>vergunningbewiis</titel></kop><al>1 Een vergunning is maximaal één jaar geldig waarbij de vervaldatum is
                        vastgesteld op 1 januari van het volgend jaar.</al><al>2 Indien de vergunning wordt aangevraagd tussen 1 december en 1 januari
                        wordt van het gestelde in lid 1 afgeweken. In dit geval wordt een vergunning
                        verstrekt met een geldigheid tot en met 31 december van het volgend
                        jaar.</al><al>3 De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: </al><al>a de periode waarvoor de vergunning geldt;</al><al>b het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al><al>c het tijdstip waarop de vergunning geldig is;</al><al>d het soort vergunning (bewoner/zakelijk/tijdelijk);</al><al>e het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend, dan
                        wel bij het ontbreken van een kenteken een andere aanduiding; </al><al>f het registratienummer van de aanvrager.</al><al>4 Aan een vergunning worden de volgende voorschriften verbonden:</al><al>a de vergunning is uitsluitend geldig voor het parkeren van een
                        motorvoertuig waarvan het kenteken, respectievelijk een andere aanduiding,
                        aan de voorzijde van de vergunning. is vermeld;</al><al>b de vergunning is uitsluitend geldig voor het parkeren van een
                        motorvoertuig in het gebied dat aan de voorzijde van de vergunning is
                        vermeld;</al><al>c de vergunning is uitsluitend geldig in de periode die aan de voorzijde van
                        de vergunning is vermeld;</al><al>d de vergunning is uitsluitend geldig op de tijdstippen welke aan de
                        voorzijde van de vergunning zijn vermeld;</al><al>e de vergunning moet tijdens het parkeren in de linkerbenedenhoek achter de
                        achterruit</al><al>zijn aangebracht. Dit dient zodanig te gebeuren dat de voorzijde van de
                        vergunning</al><al>duidelijk vanaf de buitenkant van het motorvoertuig is te lezen;</al><al>f de vergunning mag niet eigenmachtig worden aangevuld, veranderd of
                        gekopieerd;</al><al>g het is de vergunninghouder riet toegestaan om zijn vergunningbewijs, al
                        dan niet tegen betaling, aan derden beschikbaar te stellen;</al><al>h ingeval één of meer van de hierboven vermelde voorschriften niet worden
                        nageleefd,</al><al>wordt er zonder vergunning geparkeerd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>intrekken of wijzigen vergunningen</titel></kop><al>1 Het college van burgemeester en wethouders kan een vergunning intrekken of
                        wijzigen: </al><al>a op verzoek van de vergunninghouder uitsluitend na inlevering van het oude
                        vergunningbewij s;</al><al>b wanneer de vergunninghouder verhuist naar een adres buiten het gebied
                        waarvoor de vergunning is verleend of het uitgeoefende beroep of bedrijf in
                        het vergunningsgebied beëindigd;</al><al>c wanneer er zich een wijziging voordoet in de om-standigheden die relevant
                        waren voor het verlenen van de vergunning;</al><al>d wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunn..ingen komt te
                        vervallen; </al><al>e wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning
                        verbonden voorschriften;</al><al>f wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens
                        zijn verstrekt; g wanneer een nieuw of gewijzigd vergunningbewijs niet
                        binnen 12 weken na</al><al>geldigheidsdatum door de verguniiinghouder is opgehaald; h om redenen van
                        openbaar belang.</al><al>2 Een besluit tot het wijzigen van een vergunning in voorwaarden is met
                        redenen omkleed. De betrokkene wordt van het wijzigen van de vergunning in
                        voorwaarden schriftelijke in kennis gesteld.</al><al>3 Een besluit tot het intrekken van een vergunning is met redenen omkleed.
                        De betrokkene wordt van het intrekken van de vergunning schriftelijk in
                        kennis gesteld en verzocht het vergunningbewijs binnen 4 weken in te
                        leveren.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III.</nr><titel>Bezoekersregeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>locatie en tijdstippen</titel></kop><al>1 Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te maken
                        besluit,</al><al>weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                        bezoekerskaarthouders. </al><al>2 Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te maken
                        besluit,</al><al>tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan bezoekerskaarthouders is
                        toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>uitgiftecriteria</titel></kop><al>1 Het college van burgemeester en wethouders kan op een daartoe strekkend
                        verzoek bezoekerskaarten verlenen.</al><al>2 Bezoekerskaarten worden alleen verstrekt aan:</al><al>a huishoudens die volgens de gemeentelijke basisadministratie wonen in het
                        vergunninghoudersgebied;</al><al>b bedrijven die gevestigd zijn in het vergunninghoudersgebied. </al><al>3 De bezoekerskaarten worden per 12 stuks verstrekt,</al><al>4 Per huishouden wordt slechts één vel van 12 bezoekerskaarten per
                        kalendermaand verstrekt.</al><al>5 per bedrijf worden maximaal vijf vellen van 12 bezoekerskaarten per
                        kalendermaand verstrekt.</al><al>6 Het college van burgemeester en wethouders kan per openbaar bekend gemaakt
                        besluit voor weggedeelten aparte en aanvullende uitgiftecriteria en
                        voorwaarden vaststellen.</al><al>7 Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen een
                        bezoekerskaart ook verlenen aan personen die niet voldoen aan de in het
                        tweede lid genoemde voorwaarden.</al><al>8 Het college van burgemeester en wethouders kan aan de bezoekerskaart
                        andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                        beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een
                        goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al><al>9 Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten tot het instellen
                        van een proefperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>aanvragen bezoekerskaarten</titel></kop><al>1 Het college van burgemeester en wethouders kan regels geven voor het
                        aanvragen en verlenen van bezoekerskaarten.</al><al>2 Een besluit tot afwijzing van een aanvraag is met redenen omkleed. De
                        aanvrager wordt van deze afwijzing schriftelijk in kennis gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>bezoekerskaart</titel></kop><al>1 De bezoekerskaart bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><al>a de datum waarop de kaart geldig is; </al><al>b het gebied waar de kaart geldig is</al><al>c het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de kaart gebruikt wordt; </al><al>d het registratienummer van de aanvrager. </al><al>e Aan de bezoekerskaart worden de volgende voorschriften verbonden:</al><al>f de bezoekerskaart is uitsluitend geldig voor het parkeren van een
                        motorvoertuig</al><al>waarvan het kenteken aan de voorzijde van de bezoekerskaart is vermeld; g de
                        bezoekerskaart is uitsluitend geldig op de dag die aan de voorzijde van
                        de</al><al>vergunning is vermeld;</al><al>h de bezoekerskaart is uitsluitend geldig van maandag tot en met vrijdag van
                        9.00 uur tot</al><al>18.00 uur.</al><al>i de bezoekerskaart is uitsluitend geldig indien deze juist, volledig en met
                        niet-uitwisbare</al><al>inkt is ingevuld;</al><al>j de bezoekerskaart is uitsluitend geldig voor het parkeren van een
                        motorvoertuig in het</al><al>gebied dat aan de voorzijde van de bezoekerskaart is vermeld;</al><al>k de bezoekerskaart is uitsluitend geldig indien deze zich zichtbaar en
                        leesbaar achter de</al><al>voorruit van het geparkeerde voertuig bevindt;</al><al>1 ingeval één of meer van de hierboven vermelde voorschriften niet worden
                        nageleefd,</al><al>wordt er zonder vergunning geparkeerd.</al><al>2 Verschreven bezoekerskaarten zijn niet meer geldig en zijn niet
                        inwisselbaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>intrekken of wijzigen bezoekerskaarten</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de bezoekerskaarten intrekken
                        of een verzoek tot bezoekerskaarten weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de bezoekerskaartenhouder, de legeskosten zullen
                                echter niet worden gerestitueerd;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de bezoekerskaartenhouder verhuist naar een adres buiten het
                                gebied waarvoor de vergunning is verleend of het uitgeoefende beroep
                                of bedrijf in het vergunningsgebied beëindigd;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                                die relevant waren voor het verlenen van de bezoekerskaarten;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van bezoekerskaarten
                                komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de bezoekerskaartenhouder handelt in strijd met de aan de
                                bezoekerskaarten verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de bezoekerskaarten onjuiste
                                gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>wanneer de bezoekerskaarten niet binnen 12 weken na aanvraagdatum
                                door de bezoekerskaartenhouder zijn opgehaald;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV.</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>voorwerpen op belanghebbendenplaats</titel></kop><al>1 Het is verboden enig voorwerp, niet-zijnde een motorvoertuig, te plaatsen
                        of te laten staan op een belanghebbendenplaats.</al><al>2 Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het
                        bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>foutief parkeren op belanghebbendenplaats</titel></kop><al>1 Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                        belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders of aa.n bezoekers met
                        bezoekerskaart is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of
                        geparkeerd te houden</al><al>a zonder een geldig vergunningbewijs, bezoekerskaart of
                        invalidenparkeerkaart (met een invalidenparkeerkaart mag met gebruikmaking
                        van een parkeerschijf voor ten hoogste drie uren worden geparkeerd);</al><al>b zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van
                        vergunningbewijs,</al><al>bezoekerskaart of invalidenparkeerkaart met blauwe schijf;</al><al>c wanneer dit in strijd is met de aan het vergunningbewijs, de
                        bezoekerskaart of</al><al>invalidenparkeerkaart verbonden voorwaarden.</al><al>2 Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het
                        bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>strafbepaling.</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling IV van deze verordening wordt
                        gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                        eerste categorie.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>VI.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>opsporing strafbare feiten</titel></kop><al>De opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten is, naast
                        de in artikel 141 van het Wetboek van strafverordening genoemde
                        opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college van
                        burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening
                        zijn belast, ieder voor zover het feiten betreft die in de aanwijzing tot
                        buitengewoon opsporingsambtenaar zijn vermeld.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 22 maart 2007.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>overgangsbepaling</titel></kop><al>1 Parkeervergunningen verleend krachtens de Parkeerverordening 1997 blijven,
                        indien deze vergunning niet eerder is vervallen of ingetrokken, nog tot 1
                        januari 1999 van kracht.</al><al>2 Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                        aanvraag voor een parkeervergunning is ingediend en voor het tijdstip van
                        inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist,
                        worden daarop de overeenkomstige bepalingen van de onderhavige verordening
                        toegepast.</al><al>3 In afwijking van het in het eerste lid bepaalde blijft een
                        parkeervergunning van kracht totdat onherroepelijk is beslist op een
                        aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig
                        opgenomen gebod of verbod vereiste, vergunning indien deze aanvraag ten
                        minste zestig dagen voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn
                        bij</al><al>het bevoegd orgaan is ingediend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>benaming</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Parkeerverordening 1999'.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 maart 2007.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>