<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR365717_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling Klachtenafhandeling ongewenst gedrag UW Samenwerking</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">UW Samenwerking</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zenderstreeknieuws, 31-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling Klachtenafhandeling ongewenst gedrag UW Samenwerking</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 125 Ambtenarenwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 33 Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 13, lid 2, sub e Gemeenschappelijke Regeling UW Samenwerking</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 20, lid 2 Gemeenschappelijke Regeling UW Samenwerking</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 3 arbeidsomstandighedenwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 4 arbeidsomstandighedenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling Klachtenafhandeling ongewenst gedrag UW Samenwerking</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van UW Samenwerking;</al><al/><al>gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van UW Samenwerking d.d. 31
                        oktober 2013</al><lijst><li nr="-"><al>gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet, artikel 33 van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingenartikel 13, lid 2, sub e en artikel 20,
                                lid 2 van de gemeenschappelijke regeling UW Samenwerking,</al></li><li nr="-"><al>gelet op artikel 3 en 4 van de arbeidsomstandighedenwet;</al></li><li nr="-"><al>mede gelet op de verkregen instemming van de Ondernemingsraad;</al><al/></li></lijst><al>B E S L U I T :</al><al/><al>vast te stellen de volgende:</al><al/><al><vet>Regeling Klachtenafhandeling ongewenst gedrag UW
                        Samenwerking</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>Aangeklaagde:</cursief></al><al>Een persoon, niet zijnde een politiek ambtsdrager van de gemeenten
                                Montfoort of IJsselstein, die werkzaam is of werkzaam is geweest in
                                UW Samenwerking en over wiens gedrag geklaagd wordt.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Aanklager:</cursief></al><al>De persoon, niet zijnde een politiek ambtsdrager van de gemeenten
                                Montfoort of IJsselstein die werkzaam is of werkzaam is geweest in
                                de organisatie van deze organisatie en een klacht over ongewenst
                                gedrag indient. Behalve de eigen medewerkers kunnen ook
                                uitzendkrachten, detacheringskrachten, stagiaires en andere personen
                                die werkzaamheden verrichten of hebben verricht ten behoeve van deze
                                organisatie een klacht indienen wegens ongewenst gedrag.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Discriminatie:</cursief></al><al>Ongewenst gedrag op basis van godsdienst, levensovertuiging,
                                politieke gezindheid, ras, geslacht of welke grond dan ook, dat van
                                zodanige aard is, dat de waardigheid en/of lichamelijke integriteit
                                van een medewerker wordt aangetast of zo wordt ervaren door de
                                medewerker die er persoonlijk mee wordt geconfronteerd.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Klacht:</cursief></al><al>Een door de aanklager ondertekend en van naam- en adresgegevens
                                voorzien geschrift waarin het jegens hem ongewenste gedrag waarop de
                                klacht betrekking heeft, is omschreven.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Klachtencommissie:</cursief></al><al>De Landelijke Klachtencommissie ongewenst gedrag voor de
                                gemeentelijke overheid die met ingang van 1 januari 2007 is
                                ingesteld. </al></li><li nr="-"><al><cursief>Medewerker: </cursief></al><al>de ambtenaar in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a van de
                                CAR-UWO.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Ongewenst gedrag:</cursief></al><al>Seksuele intimidatie, discriminatie, pesterij, agressie en/of
                                geweld, dat door de medewerker als ongewenst of ongewild wordt
                                ervaren.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Pesterij, agressie en geweld:</cursief></al><al>Voorvallen waarbij een medewerker psychisch of fysiek wordt
                                lastiggevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die
                                rechtstreeks verband houden met het verrichten van de arbeid of zo
                                wordt ervaren door de medewerker die er persoonlijk mee wordt
                                geconfronteerd.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Seksuele intimidatie: </cursief></al><al>Seksueel getinte aandacht binnen of in verband met de werksituatie,
                                wat tot uiting komt in verbaal, fysiek of ander non-verbaal gedrag,
                                die ongewenst of ongewild is of zo wordt ervaren door de medewerker
                                die er persoonlijk mee wordt geconfronteerd.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Vertrouwenspersoon:</cursief></al><al>Persoon die als aanspreekpunt optreedt voor medewerkers die
                                geconfronteerd worden of zijn met seksuele intimidatie,
                                discriminatie, pesterij, agressie en/of geweld en hen ondersteunt en
                                begeleidt.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Werkgever: </cursief></al><al>het dagelijks bestuur van UW Samenwerking.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De klachtencommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>UW Samenwerking sluit zich aan bij de Landelijke klachtencommissie
                            ongewenst gedrag voor de gemeentelijke overheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de behandeling van klachten is de regeling klachtencommissie
                            ongewenst gedrag voor de gemeentelijke overheid van toepassing. Deze
                            regeling is als bijlage 1 bij deze klachtenregeling ongewenst gedrag
                            toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taak klachtencommissie</titel></kop><al>De klachtencommissie heeft als taak de klacht te onderzoeken en de werkgever
                        over de gegrondheid van de klacht te adviseren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De werkwijze en bevoegdheden van de klachtencommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regeling klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke
                            overheid (zie bijlage 1) zijn de werkwijze en bevoegdheden van de
                            klachtencommissie opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanklager dit wenst kan de vertrouwenspersoon bij het horen
                            van de aanklager aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgever stelt de aanklager en aangeklaagde werkzaam binnen UW
                            Samenwerking in de gelegenheid te worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Andere personen kunnen gehoord worden, indien de klachtencommissie dit
                            voor het onderzoek noodzakelijk acht. De werkgever stelt deze personen,
                            indien zij werkzaam zijn bij UW Samenwerking, in de gelegenheid te
                            worden gehoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vertrouwenspersoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Werkgever stelt één of meerdere personen aan als vertrouwenspersoon
                            nadat de ondernemingsraad met de voorgedragen persoon of personen heeft
                            ingestemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Iedere medewerker heeft het recht zich tot een vertrouwenspersoon te
                            wenden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vertrouwenspersoon die op basis van deze regeling taken verricht,
                            mag om die reden niet worden ontslagen of anderszins in zijn positie
                            binnen UW Samenwerking benadeeld worden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Taken vertrouwenspersoon</titel></kop><al>Een vertrouwenspersoon heeft als taken:</al><lijst><li nr="-"><al> De aanklager met klachten over discriminatie, seksuele intimidatie,
                                pesterij, agressie en geweld op te vangen;</al></li><li nr="-"><al> De aanklager op zijn verzoek te ondersteunen bij het indienen van
                                een klacht bij de klachtencommissie en te begeleiden in het traject
                                dat daarop volgt;</al></li><li nr="-"><al> Voor zover nodig en gewenst de aanklager te verwijzen naar
                                gespecialiseerde hulpverleningsinstanties;</al></li><li nr="-"><al> De aard en omvang van de klachten te registreren. </al></li><li nr="-"><al> Gevraagd en ongevraagd het Dagelijks bestuur en het Algemeen
                                bestuur te adviseren over het beleid inzake discriminatie, seksuele
                                intimidatie, pesterij, agressie en geweld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Werkwijze en bevoegdheden van de vertrouwenspersoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vertrouwenspersoon onderneemt bij een klacht alleen actie indien de
                            aanklager daarmee instemt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vertrouwenspersoon is na toestemming van de aanklager bevoegd
                            informatie in te winnen bij betrokkenen en/of getuigen. De
                            vertrouwenspersoon neemt daartoe de grootst mogelijke zorgvuldigheid in
                            acht ter bescherming van de privacy en andere belangen van de
                            betrokkenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van al hetgeen in
                            verband met de werkzaamheden in de functie van vertrouwenspersoon ter
                            kennis wordt gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Personen die met betrekking tot een klacht aangaande discriminatie,
                            seksuele intimidatie, pesterij, agressie en geweld worden benaderd door
                            de vertrouwenspersoon worden door de vertrouwenspersoon op hun plicht
                            tot geheimhouding gewezen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vertrouwenspersoon is bevoegd externe deskundigen te raadplegen. De
                            hieraan verbonden kosten worden door UW Samenwerking vergoed </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Het indienen van een klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De medewerker wendt zich met zijn klacht in eerste instantie tot de
                            procesmanager of de HR-manager. Deze kunnen zo mogelijk als bemiddelaar
                            optreden tussen aanklager en aangeklaagde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Heeft de medewerker reden zich niet tot de proces- of HR-manager te
                            wenden, of slaagt de bemiddelingspoging van een van deze personen niet,
                            dan kan hij zich wenden tot de vertrouwenspersoon van UW Samenwerking,
                            zoals bedoeld in de regeling vertrouwenspersoon. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vertrouwenspersoon biedt advies en ondersteuning aan de medewerker en
                            handelt de klacht af tenzij het noodzakelijk wordt bevonden dat de
                            klachtencommissie een advies uitbrengt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in lid 1 en 2 heeft iedere medewerker het
                            recht zich met een klacht direct tot de klachtencommissie te
                            wenden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een klacht wordt schriftelijk en ondertekend door de aanklager bij de
                            klachtencommissie ingediend en bevat ten minste de naam en het adres van
                            de aanklager, de dagtekening, een omschrijving van de gedraging
                            waartegen de klacht is gericht en de naam of namen van de
                            aangeklaagde(n).</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De klachtencommissie stuurt binnen twee weken een ontvangstbevestiging
                            naar de aanklager.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een kopie van de klacht wordt ter kennisname aan de vertrouwenspersoon
                            en de aangeklaagde toegezonden.</al><al/></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen, maar kunnen
                            ondersteuning bieden aan (een) andere niet-anonieme klacht(en).</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Een klacht wordt niet in behandeling genomen indien meer dan 3 jaar zijn
                            verstreken sinds het feit zich heeft voorgedaan. Deze termijn geldt
                            niet, indien het een voorval betreft dat mogelijk tevens een strafbaar
                            feit inhoudt.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De aanklager kan zich bij het indienen van de klacht en wanneer hij
                            gehoord wordt, laten bijstaan door een vertrouwenspersoon of door een
                            zelfgekozen raadsvrouw of -man. Het laatste geldt ook voor de
                            aangeklaagde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Omgang met persoonsgegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle personen betrokken bij het indienen en afhandelen van een klacht
                            zijn verplicht tot geheimhouding. De klachtencommissie wijst personen
                            die worden gehoord of geraadpleegd op de vertrouwelijkheid van hetgeen
                            ter zitting aan de orde komt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle stukken die op de zaak betrekking hebben, worden na afhandeling
                            opgeborgen in een strikt vertrouwelijk dossier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Behoudens de aangeklaagde mag geen enkele medewerker in zijn positie
                            worden geschaad vanwege het feit dat hij op enigerlei wijze betrokken is
                            (geweest) bij een klachtenprocedure.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Besluitvorming door de werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever neemt op basis van het advies van de klachtencommissie
                            binnen twee weken na ontvangst van het advies van de klachtencommissie
                            een besluit over de te nemen maatregelen. Deze termijn kan, indien met
                            redenen onderbouwd, eenmaal verlengd worden met vier weken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever kan, terwijl het onderzoek bij de klachtencommissie naar
                            een geval van seksuele intimidatie, discriminatie, pesterij, agressie
                            en/of geweld aanhangig is, tijdelijke maatregelen nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgever stelt aanklager, aangeklaagde, vertrouwenspersoon en de
                            klachtencommissie schriftelijk in kennis van het besluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het besluit wordt voorzien van een motivatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie en de vertrouwenspersoon jaarlijks verslag uit van hun
                            verrichtingen aan de werkgever. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever zendt een exemplaar van het verslag ter informatie aan het
                            Algemeen bestuur en de Ondernemingsraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan
                        de werkgever een bijzondere voorziening treffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als “Regeling Klachtenafhandeling ongewenst
                        gedrag UW Samenwerking”. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van UW
                        Samenwerking d.d. 5 november 2013. </al></slotformulering><ondertekening>De secretaris,</ondertekening><ondertekening>J. van Delden</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>E.L. Jansen BA</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Regeling klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke
                        overheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a</lidnr><al>bevoegd gezag: het bestuursorgaan van de gemeente dat bevoegd is tot
                                afdoening van een klacht met betrekking tot ongewenst gedrag;</al></lid><lid><lidnr>b</lidnr><al> commissie: de Klachtencommissie ongewenst gedrag voor de
                                gemeentelijke overheid;</al></lid><lid><lidnr>c</lidnr><al> gemeente: de gemeente of gemeentelijke instelling die zich heeft
                                aangesloten bij de commissie en deze regeling van toepassing heeft
                                verklaard op de behandeling van klachten op het gebied van ongewenst
                                gedrag;</al></lid><lid><lidnr>d</lidnr><al> ongewenst gedrag: gedrag dat valt binnen de begrippen seksuele
                                intimidatie, agressie, geweld enpesten zoals bedoeld in artikel 1,
                                derde lid, sub e. van de Arbeidsomstandighedenwet, alsmede
                                discriminatie zoals bedoeld in de Algemene wet gelijke
                                behandeling;</al></lid><lid><lidnr>e</lidnr><al> klacht: een door de klager ondertekend en van naam- en
                                adresgegevens voorzien geschrift waarin het jegens hem ongewenste
                                gedrag waarop de klacht betrekking heeft is omschreven;</al></lid><lid><lidnr>f</lidnr><al> klager: een persoon, niet zijnde een politieke ambtsdrager van de
                                    gemeente<vet>, </vet>die werkzaam is of werkzaam is geweest in
                                de organisatie van de gemeente en een klacht over ongewenst gedrag
                                indient;</al></lid><lid><lidnr>g</lidnr><al> aangeklaagde: een persoon, niet zijnde een politieke ambtsdrager
                                van de gemeente<vet>, </vet>die werkzaam is of werkzaam is geweest
                                in de organisatie van de gemeente en over wiens gedrag geklaagd
                                wordt;</al></lid><lid><lidnr>h</lidnr><al> informant: degene die namens het bevoegd gezag informatie verstrekt
                                aan de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1a</nr><titel>Klachten over politiek ambtsdragers</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan in afwijking van artikel 1 onder g. de commissie ad
                        hoc belasten met onderzoek naar en advies over een klacht, die betrekking
                        heeft op ongewenst gedrag van een politiek ambtsdrager van de gemeente
                        jegens klager.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling, taakstelling en samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Er is een klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke
                            overheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie heeft tot taak een klacht te onderzoeken en daarover advies
                            uit te brengen aan het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie bestaat uit drie leden waaronder een voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie beslist bij gewone meerderheid van stemmen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid van de commissie wordt vervangen als deze direct of indirect
                            betrokken is geweest</al><al>bij enige vorm van ongewenst gedrag waarover de klacht is ingediend dan
                            wel een persoonlijk belang heeft bij de afhandeling van de klacht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Benoeming, schorsing en ontslag van de voorzitter, overige leden en hun
                            plaatsvervangers</al><al>geschiedt door de voorzitter van het College voor Arbeidszaken van de
                            Vereniging van Nederlandse Gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter, overige leden en hun plaatsvervangers worden benoemd voor
                            een periode van zes jaar.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De commissie kan een nadere werkwijze bepalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Secretaris en administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van het College voor Arbeidszaken wijst na overleg met de
                            voorzitter van de</al><al>commissie een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De administratie ten behoeve van de commissie wordt gevoerd door het
                            secretariaat van het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van
                            Nederlandse Gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Indienen van de klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De klager dient een klacht bij de commissie in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de klacht wordt zo mogelijk vermeld de datum, tijd, plaats van het
                            ongewenst gedrag, de</al><al>omstandigheden, de namen van aangeklaagde en eventuele getuigen, alsmede
                            de stappen die klager reeds heeft ondernomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de klager de klacht indient bij het bevoegd gezag, bevestigt het
                            bevoegd gezag de</al><al>ontvangst van de klacht aan de klager en vermeldt daarbij dat de
                            commissie over de klacht zal adviseren. Het bevoegd gezag zendt de
                            klacht, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, zo spoedig
                            mogelijk door aan de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie bevestigt de ontvangst van de klacht aan de klager en stelt
                            hem op de hoogte van de termijnen en de wijze van afdoening van de
                            klacht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontvankelijkheid van de klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verstrekt op verzoek van de commissie alle op de
                            klacht betrekking hebbende gegevens waaronder de gemeentelijke
                            klachtenregeling, de adres- en functiegegevens van de klager en de
                            aangeklaagde, een overzicht van eventueel binnen de gemeente ondernomen
                            stappen en reeds geproduceerde stukken met betrekking tot de
                            klacht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie neemt een klacht niet in behandeling indien deze niet valt
                            binnen de begripsbepalingen van artikel 1 onder c, d, e, f en g van deze
                            regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie neemt een klacht niet in behandeling indien verplichte
                            stappen uit de gemeentelijke klachtenprocedure niet zijn doorlopen. De
                            commissie brengt de klager binnen twee weken na ontvangst van de klacht
                            hiervan schriftelijk op de hoogte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kan de klacht voorts niet in behandeling nemen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de klacht niet binnen een redelijke termijn nadat het ongewenste
                                    gedrag heeft plaatsgevonden aan de commissie is voorgelegd;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 9:8,
                                    eerste en tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onderzoek naar de klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de commissie dit voor de uitoefening van haar taak noodzakelijk
                            acht stelt zij een onderzoek in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten behoeve van het onderzoek is de commissie bevoegd bij het bevoegd
                            gezag alle inlichtingen in te winnen die zij voor de vorming van haar
                            advies nodig acht; het bevoegd gezag verschaft de commissie de gevraagde
                            inlichtingen en stelt de commissie desgevraagd in de gelegenheid de
                            werkomgeving te aanschouwen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag stelt personen werkzaam binnen de organisatie van
                            gemeente in de gelegenheid te worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kan het bevoegd gezag adviseren tussentijdse maatregelen te
                            nemen indien en voor zover dit in het belang is van het onderzoek of van
                            de positie van de in het onderzoek betrokken personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Horen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens een advies uit te brengen stelt de commissie de klager, de
                            aangeklaagde en de informant in de gelegenheid om te worden gehoord. De
                            commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een ander lid van
                            de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het horen kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond
                            is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken
                            van het recht te worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie zendt tijdig voorafgaand aan de hoorzitting aan de
                            aangeklaagde - en voor zover nodig aanklager en informant - een
                            afschrift van de klacht en van andere stukken die op de klacht
                            betrekking hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie hoort de klager en de aangeklaagde in beginsel buiten
                            elkaars aanwezigheid. De commissie stelt klager en aangeklaagde in de
                            gelegenheid van elkaars zienswijze kennis te nemen en daarop te
                            reageren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De klager en aangeklaagde kunnen zich ter zitting laten bijstaan door
                            een (raads)persoon.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie is bevoegd om getuigen, andere betrokkenen en deskundigen
                            schriftelijk of mondeling te raadplegen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De zittingen van de commissie zijn niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Van het horen wordt een verslag gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De zittingen vinden zoveel mogelijk plaats op een voor partijen goed
                            bereikbare locatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Omgang met persoonsgegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie verzamelt en verwerkt uitsluitend persoonsgegevens die
                            noodzakelijk zijn voor het uitbrengen van een advies. Bij de verwerking
                            van persoonsgegevens zorgt de commissie voor beveiliging van de gegevens
                            tegen verlies en onrechtmatige verwerking<vet>.</vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de commissie alsmede de secretaris geldt de plicht tot
                            geheimhouding van persoonsgegevens voor zover overdracht van informatie
                            niet noodzakelijk is voor de uitoefening van de taak van de commissie.
                            Wanneer de inhoud van bepaalde informatie uitsluitend ter kennisneming
                            door de commissie dient te blijven wordt dit aan de commissie
                            meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie wijst personen die worden gehoord of geraadpleegd op de
                            vertrouwelijkheid van hetgeen ter zitting aan de orde komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Advies over de klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie brengt binnen acht weken na ontvangst van de klacht advies
                            uit aan het bevoegd gezag over de gegrondheid van de klacht vergezeld
                            van een rapport van bevindingen. Het rapport bevat een verslag van het
                            horen. Een afschrift van het advies wordt aan klager en aangeklaagde
                            toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het advies kunnen aanbevelingen worden gedaan over door het bevoegd
                            gezag te nemen maatregelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de commissie op grond van artikel 5, tweede of vierde lid, van
                            deze regeling een klacht niet in behandeling neemt brengt de commissie
                            zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de
                            klacht advies uit aan het bevoegd gezag de klacht niet ontvankelijk te
                            verklaren. Een afschrift van het advies wordt aan klager
                            toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Afdoening van de klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies
                            van de commissie bedoeld in artikel 9, eerste lid, klager en
                            aangeklaagde schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen
                            van het onderzoek naar de gegrondheid van de klacht alsmede de eventuele
                            conclusies die het daaraan verbindt. Indien de conclusies van het
                            bevoegd gezag afwijken van het advies van de commissie wordt de reden
                            van die afwijking vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de afdoening bedoeld in het eerste lid voor ten
                            hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk
                            mededeling gedaan aan klager en aangeklaagde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies
                            van de commissie bedoeld in artikel 9, derde lid, klager schriftelijk en
                            gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de
                            ontvankelijkheid van de klacht alsmede de eventuele conclusies die het
                            daaraan verbindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de afdoening bedoeld in het derde lid voor ten
                            hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk
                            mededeling gedaan aan de klager. Indien de conclusies van het bevoegd
                            gezag afwijken van het advies van de commissie wordt de reden van die
                            afwijking vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt een afschrift van de conclusies bedoeld in het
                            eerste en derde lid naar de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jaarlijks wordt een verslag opgesteld door de commissie.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dat verslag worden in geanonimiseerde zin en met in achtneming van de
                            ter zake geldende wettelijke bepalingen vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al> het aantal klachten dat de commissie heeft ontvangen;</al></li><li nr="b."><al> het aantal niet-ontvankelijk, (gedeeltelijk) gegrond en
                                    ongegrond geachte klachten;</al></li><li nr="c."><al> de aard van de klachten;</al></li><li nr="d."><al> statistische gegevens over klagers en aangeklaagden (man-vrouw;
                                    leeftijdscategorieën; leidinggevend of niet; geboren in
                                    Nederland of niet);</al></li><li nr="e."><al> de doorlooptijd van de adviezen;</al></li><li nr="f."><al> aanbevelingen en tendensen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag wordt toegezonden aan het bevoegd gezag van de gemeenten
                            waarin deze regeling van toepassing is verklaard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 14 mei 2008.</al><al/></artikel><bijlage-sluiting><slotformulering><al>Uw schrijven kunt u richten aan:</al><al/><al>Klachtencommissie ongewenst gedrag voor</al><al>de gemeentelijke overheid</al><al>t.a.v. het secretariaat van het College voor Arbeidszaken van de
                            VNG</al><al>Postbus 30435</al><al>2500 GK DEN HAAG</al></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2015-04-28">2015-04-28</datum></dagtekening></gegeven></bijlage-sluiting></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij deze regeling</titel></kop><al>Het is van belang om de vertrouwenspersoon een duidelijke rol te geven wanneer
                    er sprake is van ongewenst gedrag. Vaak kan het indienen van een klacht
                    voorkomen worden als de werkgever op een goede manier omgaat met dergelijke
                    situaties. Als een medewerker, die zich slachtoffer voelt van ongewenst gedrag,
                    het gevoel heeft serieus genomen te worden en merkt dat de veroorzaker van het
                    ongewenst gedrag hierop aangesproken wordt, voorkomt dit vaak escalatie.</al><al>De vertrouwenspersoon kan hier een belangrijke rol in spelen. </al><al>Uiteraard mag een werkgever een medewerker nooit het gevoel geven dat het
                    indienen van een klacht, mits het terecht is, ongewenst is.</al><al/><al>In deze regeling is uitgewerkt wat de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van
                    de vertrouwenspersoon zijn en hoe de procedure m.b.t. klachtenafhandeling
                    ongewenst gedrag binnen UW Samenwerking vorm krijgt.</al><al/><al>Voor een professionele afhandeling van klachten sluit UW Samenwerking zich aan
                    bij de Landelijke klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke
                    overheid.</al><al>Aansluiten bij de Landelijke klachtencommissie is kosteloos. </al><al>Het behandelen van klachten brengt echter wel kosten met zich mee, welke in
                    rekening gebracht worden bij de werkgever. Daarom is het ook belangrijk dat een
                    klacht die in behandeling wordt genomen, ook daadwerkelijk thuishoort bij de
                    Landelijke klachtencommissie. Ook hierin kan een vertrouwenspersoon een rol
                    spelen, hij of zij kan vooraf toetsen of dit inderdaad het geval is. </al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>