<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR365489_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.sintanthonis.nl">Electronisch gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Artikel 8 eerste lid Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-08-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gewijzigde regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>I-SZ/2014/1476</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Onderwerp:</vet></al><al/><al>Vaststelling van de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive
                        2015.</al><al/><al>De Raad van de gemeente Sint Anthonis;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 januari 2015; </al><al/><al>gezien het advies van de WMO Adviesraad;</al><al/><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 8, eerste lid, onderdeel
                        d, van de Participatiewet;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is om de wijze van verrekening van de
                        bestuurlijke boete bij recidive bij verordening te regelen,</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>Vast te stellen de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive
                        2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen
                                    475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                                    Rechtsvordering;</al></li><li nr="-"><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a,
                                    vijfde lid, van de Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of
                                    diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met
                                    uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden
                                    vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de
                                    Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>verrekenen<cursief>:</cursief>verrekening als bedoeld
                                    in artikel 60b, vierde lid, van de Participatiewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de
                                    toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekenen burgemeester en
                                    wethouders de recidiveboete zonder inachtneming van de
                                    beslagvrije voet.</al></li><li nr="2."><al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende
                                    een tijdvak vandrie maanden vanaf het moment van de dagtekening
                                    waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal
                                    de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekenen burgemeester
                                    en wethouders de recidiveboete gedurende één maand zonder
                                    inachtneming van de beslagvrijevoet. De verrekening geschiedt
                                    vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete
                                    is opgelegd.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid,
                                    verrekenen burgemeester en wethouders de recidiveboete in de
                                    daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat
                                    belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van
                                    80% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></li><li nr="3."><al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                    gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en
                                    r, van de Participatiewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van de artikelen 2 en 3 kunnen burgemeester en wethouders
                            de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van
                                    belanghebbende en diens gezin; of</al></li><li nr="b."><al>anderszins sprake is van dringende redenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Participatiewet, indien envoor zover deze boete nog niet is
                            betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                                    bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015, behoudens
                                    situaties waarbij sprake is vannegatieve gevolgen voor de
                                    belanghebbende.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                                    bestuurlijke boete bij recidive 2015</al></li><li nr="3."><al>De Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013,
                                    vastgesteld in de vergadering van 23 juni 2014 wordt ingetrokken
                                    op de dag van inwerkingtreding als bedoeld in het eerste
                                    lid.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de Raad van de gemeente Sint Anthonis in zijn openbare
                        vergadering van 12 maart 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>mr. A.P.J.L. Keijzers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.L.P. Sijbers</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op 1 januari 2013 is de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving" in werking getreden. Voor de Participatiewet regelt deze wet de
                    bestuurlijke boete bij een schending van de inlichtingenplicht. Het college van
                    burgemeester en wethouders (verder college) is verplicht de bestuurlijke boete
                    met de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij deze verrekening de
                    bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden. Is echter sprake van
                    een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college besluiten gedurende
                    maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te verrekenen.</al><al/><al>De Participatiewet verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te
                    stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te
                    stellen bij verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen daarmee de
                    ruimte een afweging te maken van situaties of omstandigheden waarin het buiten
                    werking stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. De
                    nieuwe bevoegdheid kan op veel verschillende manieren worden ingevuld. Om
                    gemeenten enige aanknopingspunten te bieden, hebben het RCF Kenniscentrum
                    Handhaving - Landelijk Kenniscentrum Handhaving, Divosa, de VNG en Kluwer
                    Schulinck gezamenlijk een modelverordening ontwikkeld. Die heeft aan de basis
                    gestaan van de verordening van 2013. Uiteindelijk is het natuurlijk aan
                    gemeenten zelf naar eigen inzicht keuzen te maken.</al><al/><al>De bevoegdheid van de gemeenteraad reikt tot het al dan niet in acht nemen van
                    de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Daar waar
                    terugvordering en invordering niet door de wetgever is verplicht, blijft sprake
                    van een bevoegdheid van het college.</al><al>Het is daarom aan het college op deze onderdelen nadere (beleids)regels vast te
                    stellen. In het kader van pseudo-verrekening (met andere uitkeringsinstanties)
                    kunnen gemeenten te maken krijgen met verzoeken van andere gemeenten om een door
                    henopgelegde recidiveboete te verrekenen. Het college dat de boete heeft
                    opgelegd zal in dat geval aangeven in hoeverre het de beslagvrije voet in acht
                    wil nemen (volgens de regels van zijn gemeentelijke verordening). De gemeente
                    die de uitkering verstrekt,moet in beginsel gehoor geven aan dit verzoek. Mocht
                    de beslagvrije voet niet gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende het
                    college waarvan hij uitkering ontvangt, verzoeken de beslagvrije voet toch in
                    acht te nemen. In artikel 60b, tweede lid, van de Participatiewet is geregeld
                    dat het college die de uitkering verstrekt, debevoegdheid heeft aan dit verzoek
                    van belanghebbende tegemoet te komen. Het ligt voor de hand dat het college bij
                    de beslissing op dat verzoek handelt analoog aan de regels die in de eigen
                    gemeentelijke verordening zijn vastgelegd.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1. Begrippen</tussenkop><al>In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste behoeven
                    geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Bezit</tussenkop><al>De verordening kent een definitie van het begrip bezit. Het gaat daarbij om (de
                    waarde van) alle bezittingen waarover een belanghebbende of diens gezinsleden
                    beschikken ofredelijkerwijs kunnen beschikken. Bezittingen kunnen zowel bestaan
                    uit geld als op geld waardeerbare goederen.</al><al>Bij het begrip bezit zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat het
                    nadrukkelijk niet om vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.
                    Eventueel aanwezigeschulden spelen immers geen rol en worden dus ook niet op het
                    bezit in mindering gebracht. Ook de vrijlatingen van artikel 34, tweede lid, van
                    de Participatiewet zijn hier niet van toepassing. Een belanghebbende die vanwege
                    de volledige verrekening met debeslagvrije voet zonder inkomsten komt te zitten,
                    zal de bezittingen waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken,
                    volledig moeten aanwenden om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te
                    kunnen voorzien. Een uitzondering is gemaakt voor de door belanghebbende en zijn
                    gezin bewoonde (eigen) woning.</al><al/><tussenkop>Verrekenen</tussenkop><al>De Participatiewet kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van
                    Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte
                    begripsbepalingopgenomen in de verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 2. Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende
                    bezit</tussenkop><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening met de
                    beslagvrije voet plaats vindt voor de maximale termijn van drie maanden als een
                    belanghebbende over voldoende bezittingen beschikt om dit op te kunnen vangen.
                    Dat uitgangspunt is vastgelegd in artikel 2 van deze verordening. Van voldoende
                    bezit is sprake als de waarde van de bezittingen waarover belanghebbende
                    beschikt (of redelijkerwijs kan beschikken), ten minste driemaal de
                    toepasselijke bijstandsnorm bedraagt. Immers, bij aanwending of tegeldemaking
                    van deze bezittingen, zou een periode van drie maanden overbrugd moeten kunnen
                    worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 3. Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</tussenkop><al>Heeft een belanghebbende onvoldoende bezittingen om een periode van drie maanden
                    volledige verrekening met de beslagvrije voet te kunnen overbruggen, dan
                    verrekent hetcollege slechts één maand zonder inachtneming van de beslagvrije
                    voet. Voor de overigetwee maanden vindt weliswaar verrekening met de beslagvrije
                    voet plaats, maar niet volledig. Belanghebbende blijft beschikken over een
                    inkomen ter hoogte van 80% van detoepasselijke bijstandsnorm.</al><al>Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de
                    invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire wanbetalers.
                    Onder omstandigheden kan deze debeslagvrije voet (90% van de toepasselijke
                    bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel 19, eerste lid, van de
                    Invorderingswet 1990.</al><al/><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat fraude
                    niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die herhaaldelijk hun
                    inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een duidelijk signaal tegenover
                    staan. Anderzijds wordt rekening gehouden met de zorgplicht van gemeenten. Het
                    volledig buiten werking stellen van de beslagvrije voet gedurende drie maanden
                    kan kwalijke maatschappelijke consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden,
                    nu de regeling daarmee zijn doel voorbij zou schieten.</al><al/><al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van artikel 31,
                    tweede lid, onderdelen n of r, van de Participatiewet worden vrijgelaten voor de
                    algemene bijstand. Bij verrekening van een recidiveboete tot 80% van de
                    bijstandsnorm, tellen deze inkomsten echter gewoon mee. Het college laat deze
                    inkomsten dus niet buiten beschouwing bij de beoordeling van de vraag of een
                    belanghebbende nog over voldoende inkomen beschikt. Dat is geregeld in lid
                    3.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</tussenkop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht,
                    zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening met de beslagvrije voet
                    nietaanvaardbaar wordt geacht. Die situaties komen aan de orde in artikel 4. Het
                    gaat daarbij altijd om individuele omstandigheden waaraan het college zal moeten
                    toetsen.In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking
                    van de artikelen 2 en 3 toch de beslagvrije voet te respecteren wanneer
                    volledige verrekening waarschijnlijkleidt tot huisuitzetting van belanghebbende
                    en diens gezin. Voorkomen moet worden dat een belanghebbende door de volledige
                    verrekening op straat komt te staan, nu dit de problematiek alleen maar
                    verergert, met alle maatschappelijke kosten van dien.Een dreigende
                    huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een dringende reden om van
                    verrekening met de beslagvrije voet af te zien. Dat volgt uit het woord
                    'anderszins' in onderdeel b.</al><al>Ook bij aanwezigheid van andere dringende redenen dan een dreigende
                    huisuitzetting,kan het college rekening houden met de bescherming van de
                    beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel sprake. Het gaat slechts om
                    incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden waarin de
                    belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele andere wijze te
                    verhelpen zijn. Het enkele feit dat het belanghebbende door de verrekening aan
                    middelen ontbreekt om in het bestaan te voorzien, is op zich geen voldoende
                    voorwaarde om te kunnen spreken van dringende redenen.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</tussenkop><al>In artikel 60b, derde lid, van de Participatiewet is bepaald dat de bevoegdheid
                    om te verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder
                    opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de
                    recidiveboete, dieeerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het college die
                    eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan regelt artikel 5 dat de
                    bepalingen in deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>