<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR36546_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Winterswijk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Achterhoek Nieuws, 28-2-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Winterswijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, art. 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 3 lid 3, art. 5a</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012, nr. I-11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-39282</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Winterswijk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>2008, nr. XII-5.</al><al/><al>De raad van de gemeente Winterswijk;</al><al/><al>overwegende dat: </al><al/><al>de raad het verstrekken van langdurigheidstoeslag aan personen van 21 tot 65
                        jaar bij verordening moet regelen; </al><al/><al>gelezen het voorstel van van 8 december 2008, nr. XII-5;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Winterswijk</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Begripsbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 </label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>College: het college van burgemeester en wethouders</al></li><li nr="b."><al>Wet: de Wet werk en bijstand</al></li><li nr="c."><al>Referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum.</al></li><li nr="d."><al>Peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de
                                    langdurigheidstoeslag ontstaat. </al></li><li nr="e."><al>Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met
                                    dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een
                                    beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de
                                    referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van
                                    artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op
                                    langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.</al></li><li nr="f."><al>WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten</al></li><li nr="g."><al>WSF 2000: Wet Studiefinanciering</al></li><li nr="h."><al>Bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
                                    wet</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Uitvoering</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 </label></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college van
                            burgemeester en wethouders.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Langdurig, laag inkomen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking
                                voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een
                                onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een
                                inkomen dat niet uitkomt boven 100 procent van de voor hem geldende
                                bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als
                                bedoeld in artikel 34 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
                                belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan
                                wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van
                                het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13,
                                eerste lid van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht
                                op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking
                                voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                                alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoogte van de toeslag</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 4 </label></kop><lijst><li nr="1."><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 490,-;</al></li><li nr="b."><al>voor alleenstaande ouders € 440,-;</al></li><li nr="c."><al>voor alleenstaanden € 345,-.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de
                                    peildatum bepalend.</al></li><li nr="3."><al>De genoemde bedragen gelden per 1 januari 2008 en indexering
                                    door het college vindt plaats per 1 januari van de volgende
                                    jaren.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Onvoorziene gevallen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5 </label></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5a</nr><titel>Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking
                                van de WIJ per 1 januari 2012 - Wijziging betekenis begrippen
                                -</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’,
                                ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf
                                1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of
                                ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde
                                betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk
                                ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Inwerkingtreding en citeertitel</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 6 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan aangehaald worden als <vet>‘Verordening
                                    langdurigheidstoeslag gemeente Winterswijk’.</vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 01-01-2009;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beleidsregels langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand die zijn
                                vastgesteld op 27 februari 2007 zijn met ingang van 01 januari 2009
                                ingetrokken.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in</ondertekening><ondertekening>zijn openbare vergadering gehouden op 18 december 2008,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, de griffier,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>Decentralisatie langdurigheidstoeslag</tussenkop><al>Op 1 januari 2009 moet een wetsvoorstel inwerking treden, waarmee de
                    langdurigheidstoeslag wordt gedecentraliseerd naar gemeenten. De huidige
                    langdurigheidstoeslag vindt zijn grondslag in artikel 36 van de Wet werk en
                    bijstand (WWB). Daarin is nauw omschreven in welke gevallen en onder welke
                    voorwaarden mensen met een laag inkomen in aanmerking komen voor de toeslag. De
                    gedachte achter de toeslag is, dat mensen die langdurig een inkomen op het
                    sociaal minimum hebben, geen financiële ruimte hebben om te reserveren voor
                    onverwachte uitgaven.</al><al>In het Bestuursakkoord Rijk - gemeenten uit 2007 (“Samen aan de slag”) is
                    afgesproken dat de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd wordt naar gemeenten.
                    Artikel 36 van de wet blijft de basis, maar daarnaast wordt in artikel 8 een
                    bepaling toegevoegd waarin wordt bepaald dat gemeenten in een verordening de
                    precieze voorwaarden voor de langdurigheidstoeslag moeten vastleggen. Om
                    gemeenten te ondersteunen bij de invoering van de nieuwe langdurigheidstoeslag,
                    heeft de VNG een modelverordening ontwikkeld.</al><al>Op het moment van schrijven van deze toelichting is het wetsontwerp in
                    behandeling bij de Tweede Kamer. Bij dit model is uitgegaan van dit wetsontwerp.
                    Het amendement Spies (31441 nr. 12) is in deze verordening verwerkt. Dit
                    betekent dat gemeenten geen toets hoeven te doen op het aanwezig zijn van
                    arbeidsmarktperspectief.</al><tussenkop>Bevoegdheid gemeenten</tussenkop><al>In het nieuwe artikel 36, eerste lid van de WWB is de basis voor de
                    langdurigheidstoeslag opgenomen:</al><tussenkop>“Het college verleent op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een
                    persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, die langdurig een laag
                    inkomen heeft en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel
                    34.”</tussenkop><al>In het nieuwe artikel 8 wordt bepaald dat de verordening in ieder geval
                    betrekking moet hebben op de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze
                    waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig en laag inkomen.</al><tussenkop>Mogelijkheden voor eigen beleid</tussenkop><al>Op grond van de nieuwe bevoegdheden van gemeenten, zijn er diverse mogelijkheden
                    voor het invullen van eigen beleid. </al><tussenkop>Doelgroep</tussenkop><al>De nieuwe langdurigheidstoeslag geeft gemeenten nadrukkelijk de mogelijkheid
                    deze ook van toepassing te laten zijn op werkenden met een laag inkomen. Voor de
                    duidelijkheid wordt hier gesteld dat gemeenten zelf de keuze kunnen maken of
                    werkenden onder de langdurigheidstoeslag komen te vallen.</al><al>In deze verordening behoren werkenden ook tot de doelgroep. </al><tussenkop>Hoogte van de toeslag</tussenkop><al>Op dit moment is de hoogte van de toeslag centraal bepaald. Het zijn vaste
                    bedragen, als percentage van de voor de persoon toepasselijke bijstandsnorm.
                    Gemeenten kunnen nu zelf de hoogte van de toeslag bepalen. Daarbij moet een
                    aantal zaken bedacht worden. Een te laag bedrag doet geen recht aan het karakter
                    van de langdurigheidstoeslag, namelijk dat deze is bedoeld voor mensen die
                    financieel geen mogelijkheden hebben gehad te reserveren voor onverwachte
                    uitgaven. Een te hoog bedrag kan leiden tot het optreden van de armoedeval.
                    Immers, wordt op enig moment een hoger inkomen bereikt, dan vervalt direct de
                    hele toeslag.</al><tussenkop>Langdurig</tussenkop><al>De huidige referteperiode in de WWB is vijf jaar. Door gemeenten is de afgelopen
                    jaren aangegeven dat deze periode te lang is. In deze verordening is gekozen
                    voor een termijn van 3 jaar. Een periode waarna zowel wij in onze beleidsregels
                    als het Nibud aangeven dat de reserveringsmogelijkheden nihil worden.</al><tussenkop>Laag inkomen</tussenkop><al>Gemeenten zijn vrij om een eigen maximale inkomensgrens te hanteren. </al><tussenkop>Geen ambtshalve verstrekking</tussenkop><al>In de wet wordt bepaald dat het college de toeslag op aanvraag verstrekt. Dit
                    sluit de mogelijkheid voor ambtshalve toekenning uit. Het kabinet geeft hierbij
                    aan dat het gaat om een vorm van bijzondere bijstand, waarbij geldt dat voor elk
                    individueel geval beoordeeld moet worden of er een recht bestaat.</al><al>Er zijn echter wel mogelijkheden om de aanvraag te vereenvoudigen. Als uit de
                    gemeentelijke administratie blijkt dat in de situatie van betrokkene het
                    afgelopen jaar geen wijzigingen zijn opgetreden, dan kan een volledig ingevuld
                    aanvraag formulier toegezonden worden, waarna de betrokkene door het zetten van
                    de handtekening de aanvraag officieel maakt.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis
                    als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, dat als zodanig niet in de
                    WWB zelf staat is een definitie gegeven in deze verordening.</al><al>Met betrekking tot het begrip ‘inkomen’ is een van de WWB afwijkende definitie
                    opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht heeft gegeven om in de
                    verordening regels te geven met betrekking tot het begrip ‘langdurig, laag
                    inkomen’, is de gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van
                    artikel 36 lid 1 WWB nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt
                    aangesloten bij de in de bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door
                    de wetgever bedoelde) invulling van het begrip inkomen in artikel 36 lid 1 WWB
                    (tekst tot 1-1-2009), doch wordt de wettechnische imperfectie weggenomen.</al><al>Voor werkenden zal gekeken moeten worden naar het inkomen, afgezet tegen de
                    persoonlijke situatie (alleenstaand, alleenstaande ouder, gehuwden).</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>De keuze voor de referteperiode is hierboven al omschreven onder de
                    mogelijkheden voor eigen beleid en het begrip “langdurig”.</al><al>Ook de inkomensgrens om de toeslag toe te kennen mogen we zelf bepalen. De
                    verplichte langdurigheidstoeslag ging uit van een inkomen tot 100% van de
                    bijstandsnorm. In deze verordening wordt dit percentage gehandhaafd. De
                    vergoeding die de gemeente ontvangt voor de langdurigheidstoeslag is gebaseerd
                    op het percentage van 100. Gelet op de uitgaven voor de toeslag in de afgelopen
                    jaren ( € 45.000,- over 2007) moeten we voorzichtig zijn met het verhogen van de
                    inkomensgrens. Ten eerste omdat dit ongewenste armoedeval - effecten in zich
                    heeft.</al><al>Ten tweede omdat het in aanmerking laten komen van belanghebbenden met een
                    inkomen van bijvoorbeeld 110% van de bijstand niet valt te rijmen met de
                    wettelijke uitsluiting van belanghebbenden van 65 jaar of ouder. Zij zijn immers
                    uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag, omdat hun inkomen al
                    voldoende hoger is dan de bijstandsnorm voor belanghebbenden tot 65 jaar. Het
                    verschil is echter maar ongeveer 5 tot 9 % (precieze percentage is afhankelijk
                    van de vraag of iemand een alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwde is).
                    Het hanteren van een grens van 110% zou daarom maken dat de uitsluiting van
                    65-plussers in dat geval strijdig is met het verbod op
                    leeftijdsdiscriminatie.</al><al>De feitelijke ruimte is dus beperkt tot een grens van maximaal ongeveer 105 %
                    van de bijstandsnorm.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>In dit artikel wordt de hoogte van de toeslag geregeld.</al><al>De hoogte van de toeslag bedroeg in de oude regeling 3,2% van de bijstandsnorm.
                    Wij kiezen ervoor om een vast bedrag in de verordening op te nemen. Op die wijze
                    bereiken we dat de rechthebbenden direct hun recht uit de verordening kunnen
                    aflezen en de berekening benaderd de vaststelling van de toeslag uit de vorige
                    regeling. Te weten 3,2 % van de bijstandsnorm met een afronding op een vijfvoud
                    van hele euro’s naar boven.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Bij de inwerkingtreding is aangesloten bij de beoogde inwerkingtreding van het
                    wetsontwerp, 1 januari 2009. In het wetsontwerp is een bepaling over
                    overgangsrecht opgenomen, zodat dit niet in de verordening geregeld hoeft te
                    worden.</al><al/><al/><al><vet>Aanvullende toelichting (januari 2012)</vet></al><al>De verordening is gewijzigd bij het ‘Raadsbesluit tijdelijke regels Aanscherping
                    Wet werk en bijstand’ van 26 januari 2012, nr. I-11. Dit besluit bevat een
                    algemene en artikelsgewijze toelichting.</al><al/></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Winterswijk/i78683.pdf">Raadsbesluit tijdelijke regels aanscherping WWB, incl. toelichting</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>