<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR365360_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders 2014 Gemeente Ridderkerk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-33417.html">Elektronisch gemeenteblad, 20-04-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders gemeente Ridderkerk 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=95">Gemeentewet, art. 95</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=96">Gemeentewet, art. 96, lid 1 en lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=97">Gemeentewet, art. 97</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006535&amp;artikel=22">Rechtspositiebesluit wethouders, art. 22</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006535&amp;artikel=23">Rechtspositiebesluit wethouders, art. 23 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006535&amp;artikel=27a">Rechtspositiebesluit wethouders, art. 27a lid 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening rechtspositie wethouders gemeente Ridderkerk 2009 wordt ingetrokken. Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 juli 2014.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening rechtspositie wethouders 2014 Gemeente Ridderkerk
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk,</al>
          <al/>
          <al>gezien het voorstel van het college van de gemeente Ridderkerk van 10
                        februari 2015 en nummer 126826;</al>
          <al/>
          <al>overwegende dat een verordening waarin bepalingen zijn opgenomen inzake de
                        rechtspositie van wethouders, noodzakelijk is;</al>
          <al/>
          <al>gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de
                        Gemeentewet, de artikelen 22, eerste lid, 23, eerste lid, 27a, vijfde lid,
                        van het Rechtspositiebesluit wethouders;</al>
          <al/>
          <al>BESLUIT:</al>
          <al>vast te stellen de </al>
          <al/>
          <al>Verordening rechtspositie wethouders 2014 GEMEENTE RIDDERKERK </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li>
              <li nr="b."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li>
              <li nr="c."><al>Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993,
                                    Stb. 144;</al></li>
              <li nr="d."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li>
              <li nr="e."><al>Verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6
                                    oktober 1989, Stb. 424;</al></li>
              <li nr="f."><al>Gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet.</al></li>
            </lijst>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Voorzieningen voor wethouders</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Wethouders hebben recht op een vergoeding van de kosten voor
                                woon-werkverkeer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van de
                                Regeling rechtspositie wethouders.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Er bestaat maximaal twee keer per dag recht op een enkele reis
                                vergoeding woon-werkverkeer.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed
                                als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Zakelijke reiskosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Wethouders hebben recht op een vergoeding voor reis- en
                                verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling
                                rechtspositie wethouders.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed
                                als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Buitenlandse dienstreis</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Als de wethouders in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maken worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Computer en communicatieapparatuur</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De wethouders aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en
                                software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen
                                hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De wethouders aan wie communicatieapparatuur in bruikleen ter
                                beschikking wordt gesteld ondertekenen hiervoor een
                                bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia, die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het college
                                van burgemeester en wethouders. De aanvraag gaat vergezeld van
                                inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen
                                voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in
                                verband met de uitoefening van het ambt van wethouder.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel>
            </kop>
            <al>De wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikken hebben ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders, en</al></li>
              <li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Werkkostenregeling</titel>
            </kop>
            <al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>De procedure van declaratie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Betaling vaste vergoedingen</titel>
            </kop>
            <al>De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor
                            wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                            onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in
                            maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis
                            tenzij het Rechtspositiebesluit wethouders of de Regeling rechtspositie
                            wethouders anders bepalen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Wethouders dragen ten behoeven van het vergoeden van kosten zorgen
                                voor rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Verantwoording van de vergoeding door de wethouder vindt plaats door
                                een door het college vastgesteld (digitaal) formulier volledig in te
                                vullen en (digitaal) te ondertekenen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan
                                wordt aan de bepalingen in deze verordening. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het (digitaal) formulier wordt ter goedkeuring ingediend bij de
                                gemeentesecretaris, of een daartoe aangewezen ambtenaar.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De declaratie van de kosten die uit eigen middelen vooruit zijn
                                betaald en de vergoeding van reiskosten met de eigen auto vindt
                                plaats door gebruikmaking van een door het college vastgesteld
                                (digitaal) formulier.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het (digitaal) formulier wordt binnen twee maanden na de betaling cq
                                de datum van de gemaakte kosten volledig ingevuld en (digitaal)
                                ondertekend door de wethouder en ter goedkeuring ingediend bij de
                                gemeentesecretaris, of een daartoe aangewezen ambtenaar, onder
                                (digitale) bijvoeging van de bewijsstukken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Gebruik creditcard</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De vergoeding van reis- en verblijfkosten in het buitenland kan
                                plaatsvinden door gebruikmaking van de gemeentelijke
                                creditcard.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Verantwoording van de betaling met de creditcard vindt plaats door
                                gebruikmaking van een door het college vastgesteld (digitale)
                                formulier, volledig in te vullen en te ondertekenen. Het (digitale)
                                formulier wordt binnen één maand na afloop van de kalendermaand van
                                inhouding door de creditcardmaatschappij ter goedkeuring ingediend
                                bij de gemeentesecretaris.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Niet tijdige inlevering van het (digitale) formulier heeft, tenzij
                                er sprake is overmacht, tot gevolg dat de gemaakte kosten voor
                                rekening van de wethouder komen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij beëindiging van het ambt van wethouder wordt de creditcard
                                onverwijld ingeleverd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Verlies of diefstal van de creditcard wordt onverwijld gemeld bij de
                                betreffende creditcardmaatschappij en de gemeente. Het eigen risico
                                bij verlies en diefstal komt voor rekening van de gemeente, mits is
                                voldaan aan de daarvoor geldende regels.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Intrekking oude regeling</titel>
            </kop>
            <al>De Verordening rechtspositie wethouders gemeente Ridderkerk 2009 wordt
                            ingetrokken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van
                            1 juli 2014.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders gemeente Ridderkerk 2014.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting</titel>
        </kop>
        <tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop>
        <tussenkop>Wettelijke regelingen</tussenkop>
        <al>De regeling van de rechtspositie van wethouders vindt op drie of vier niveaus
                    plaats, te weten bij wet, algemene maatregel van bestuur (AMvB), ministeriële
                    regeling en gemeentelijke verordening. Wettelijk is voor wethouders in de
                    Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) de uitkering na aftreden en
                    het pensioen geregeld. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling
                    van de rechtspositie van wethouders moet worden geregeld bij of krachtens de wet
                    (AMvB en ministeriële regeling). Daartoe zijn tot stand gekomen het
                    Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden. In een ministeriële regeling, de Regeling rechtspositie
                    wethouders, zijn sommige vergoedingen nader uitgewerkt. In deze wetten en nadere
                    regelgeving zijn alle voor de rechtspositie van belang zijnde onderwerpen
                    geregeld. Een aantal voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de
                    verschillende onkostenvergoedingen, is in de rechtspositiebesluiten overwegend
                    geregeld in dwingendrechtelijke bepalingen. </al>
        <al/>
        <al>De vergoedingen en regelingen voor wethouders die bij of krachtens de wet (lees
                    Gemeentewet, rechtspositiebesluit of regeling) dwingendrechtelijk geregeld zijn,
                    zijn niet opgenomen in deze verordening. Dit betreft de vergoedingen voor:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>de bezoldiging van de wethouders</al></li>
          <li nr="2."><al>de onkostenvergoedingen</al></li>
          <li nr="3."><al>de voorzieningen bij ziekte en dienstongeval</al></li>
          <li nr="4."><al>de voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling
                            of ziekte</al></li>
          <li nr="5."><al>voorzieningen voor wethouders met een fysieke beperking</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening</tussenkop>
        <al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                    wethouders zover die niet dwingend geregeld is in hogere wet- en regelgeving. De
                    grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en genoemde
                    rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend
                    genieten wethouders als zodanig geen inkomsten, in welke vorm dan ook, ten laste
                    van de gemeente (artikel 44 van de Gemeentewet). Dit betekent dat de
                    rechtspositionele aanspraken voor zittende wethouders uitsluitend te vinden zijn
                    in respectievelijk de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                    Regeling rechtspositie wethouders en de plaatselijke Verordening rechtspositie
                    wethouders, raads- en commissieleden. Gewezen wethouders ontlenen hun aanspraak
                    op een ontslaguitkering en pensioen aan de Algemene pensioenwet politieke
                    ambtsdragers.</al>
        <al/>
        <tussenkop>De arbeidsverhouding van de wethouder</tussenkop>
        <al>Wethouders zijn ingevolge de Ambtenarenwet als benoemde bestuurders in openbare
                    dienst aangesteld en vallen onder de werking van die wet. Echter de bepalingen
                    over het materiële ambtenarenrecht uit de Ambtenarenwet zijn niet van toepassing
                    op wethouders. Hun rechtspositie wordt, zoals hiervoor is aangegeven, beheerst
                    door specifieke wet- en regelgeving. De aanstelling in openbare dienst houdt
                    voor de toepassing van de fiscale wetgeving in dat sprake is van een
                    arbeidsverhouding die als dienstbetrekking wordt aangemerkt. Dit betekent dat
                    wethouders direct onder de werking van de Wet op de loonbelasting vallen.
                    Wethouders vallen niet onder de werking van de Ziektewet, Werkloosheidswet en
                    WIA. Evenmin geldt voor hen de pensioenvoorziening bij het ABP. De uitkering na
                    aftreden en ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn voor wethouders geregeld in
                    de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). </al>
        <al/>
        <tussenkop>De vergoedingensystematiek</tussenkop>
        <al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen hoeven aan te spreken. Een adequate vergoedingssystematiek is daarom van
                    belang. Waar er functionele uitgaven zijn, verdient het aanbeveling terughoudend
                    te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen
                    vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke
                    middelen moeten zo veel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit die
                    overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de
                    gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter
                    behoefte blijven bestaan.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Controle en verantwoording</tussenkop>
        <al>Voor de bestuurlijke uitgaven is – net als voor de besteding van alle andere
                    publieke middelen – transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders en over de eventueel verschuldigde
                    belasting.</al>
        <al/>
        <al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan omtrent
                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven.</al>
        <al/>
        <al>In het laatste hoofdstuk is in verband hiermee, in aanvulling op de in de
                    beheers- en controleverordening vastgestelde regels, een aantal belangrijke
                    procedures vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele uitgaven,
                    declaratie van vooruitbetaalde kosten en het gebruik van creditcards. Daarnaast
                    moeten in de bruikleenovereenkomsten heldere afspraken vastgelegd over het
                    gebruik van computer- en communicatieapparatuur die beschikbaar wordt gesteld
                    voor de uitoefening van de politieke functie.</al>
        <al/>
        <tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 1 en 2 Reiskosten woon-werkverkeer en zakelijke
                    reiskosten</tussenkop>
        <al>Voor wethouders is in artikel 1 een belastingvrije vergoeding voor het
                    woon-werkverkeer geregeld overeenkomstig de bepalingen bij en krachtens het
                    Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling rechtspositie wethouders. </al>
        <al/>
        <al>Op grond van artikel 2 worden zakelijke reiskosten, vergoed overeenkomstig de
                    bepalingen bij en krachtens het Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling
                    rechtspositie wethouders.</al>
        <al/>
        <al>Bij gebruik van een eigen personenauto voor dienstreizen ontvangen wethouders
                    een bedrag van € 0,28 per kilometer (zie artikel 4, onderdeel b, en artikel 5a,
                    onder 1, van de Regeling rechtspositie wethouders). De hoogte van deze
                    vergoeding is geënt op de kilometervergoeding die geldt voor het rijkspersoneel
                    op grond van het Reisbesluit en Reisregeling binnenland. Op grond van artikel 5,
                    tweede lid, van de regeling wordt onder openbaar vervoer voor dienstreizen wel
                    verstaan een veerpont of een veerboot. Tol- en parkeerkosten worden niet genoemd
                    in de regeling en mogen daarom op grond van artikel 44 lid 3 Gemeentewet niet
                    vergoed worden. </al>
        <al/>
        <al>Verblijfkosten zijn zakelijk gebruikte maaltijden en kosten voor overnachting en
                    geen parkeerkosten.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 3 Buitenlandse dienstreis</tussenkop>
        <al>Wethouders maken wel eens in het gemeentelijk belang excursies of reizen naar
                    het buitenland. De reis of excursie wordt in alle gevallen door of vanwege de
                    gemeente georganiseerd. </al>
        <al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de wethouder
                    de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten worden vergoed.
                    De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit buitenland zijn
                    daarbij richtsnoer. </al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 4 Computer en communicatieapparatuur</tussenkop>
        <al>In het Rechtspositiebesluit wethouders is geregeld dat de wethouder van de
                    gemeente een computer in bruikleen kan krijgen. Dit kan ook een laptop zijn. De
                    randapparatuur kan bestaan uit een muis, printer en/of een docking station. De
                    randapparatuur moet voor het werk functioneel zijn en kan niet zelfstandig
                    gebruikt worden.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 4 lid 2 regelt dat de wethouder een mobiele telefoon in bruikleen
                    krijgt. </al>
        <al/>
        <al>Omdat er op dit moment nog geen duidelijkheid is over de (fiscale) status van de
                    I-pad of tablet (computer of communicatieapparatuur) is deze niet expliciet
                    genoemd in de regeling. Ongeacht of de I-pad of tablet fiscaal als computer of
                    communicatieapparatuur wordt gezien, bieden artikel 6 lid 1 en lid 2 de ruimte
                    om een I-pad of tablet ter beschikking te stellen.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 6 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</tussenkop>
        <al>Ook personen van buiten de gemeenteraad kunnen tot wethouder worden benoemd. Dat
                    kunnen ook personen zijn die niet in de gemeente zelf wonen. Die zijn op grond
                    van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar zij wethouder
                    zijn geworden. In artikel 8 is geregeld dat zij bij verhuizing naar de gemeente
                    in aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding en eventueel voor
                    vergoeding van reis- en pensionkosten in afwachting van de verhuizing volgens de
                    bepalingen in artikel 1 en 2 van de Regeling Rechtspositie Wethouders. De
                    vergoedingen zijn onbelast.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 7 Werkkostenregeling</tussenkop>
        <al>In verband met de werkkostenregeling moeten een aantal netto-vergoedingen en
                    verstrekkingen door de gemeente aangewezen worden als eindheffingsbestanddeel.
                    Anders worden deze door de belastingdienst als loon gezien en moet hierover
                    belasting worden ingehouden. Ook de vergoedingen en verstrekkingen die door de
                    belastingdienst gezien worden als gerichte vrijstelling of voor nihil waardering
                    in aanmerking komen moeten in eerste instantie wel aangewezen worden. In een
                    later stadium wordt dan (in de financiële administratie) aangegeven dat dit
                    gerichte vrijstellingen of nihil waarderingen betreft.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikelen 9 t/m 11 De procedure van declaratie</tussenkop>
        <al>In de verordening zijn de drie wijzen van betaling aangegeven en welke
                    procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. Hierbij gaat de voorkeur
                    uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente, en daarna declaratie van
                    vooruitbetaalde kosten of gebruik van de gemeentelijk creditcard, waarbij deze
                    laatste twee afhankelijk zijn van de situatie.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>