<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR365000_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Den Helder 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2015, 16</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Den Helder 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 212 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB15.0016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Financiële verordening gemeente Den Helder 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Den Helder 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>administratie: </cursief>het systematisch verzamelen,
                                    vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie met als doel
                                    het besturen, functioneren en beheersen van de gemeente alsmede
                                    het afleggen van verantwoording;</al></li><li nr="b."><al><cursief>administratieve organisatie</cursief>: het stelsel van
                                    organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en
                                    het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en
                                    ambtelijke informatievoorziening ten behoeve van de
                                    verantwoordelijke leiding;</al></li><li nr="c."><al><cursief>begroting</cursief>: begroting of programmabegroting
                                    zoals bedoeld in artikel 189 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al><cursief>college</cursief>: het college van burgemeester en
                                    wethouders</al></li><li nr="e."><al><cursief>deelneming</cursief>: een participatie in een besloten
                                    of naamloze vennootschap waarin de gemeente aandelen heeft;</al></li><li nr="f."><al><cursief>doelmatigheid</cursief>: het realiseren van de beoogde
                                    maatschappelijke effecten van het beleid met een zo beperkt
                                    mogelijke inzet van middelen;</al></li><li nr="g."><al><cursief>doeltreffendheid</cursief>: de mate waarin de beoogde
                                    maatschappelijke effecten daadwerkelijk worden behaald;</al></li><li nr="h."><al><cursief>financiële administratie</cursief>: het onderdeel van
                                    de administratie dat tot doel heeft het zodanig vastleggen en
                                    verwerken van aantekeningen inzake de financiële gegevens van de
                                    organisatie van de gemeente (en eventueel onderdelen) dat een
                                    goed inzicht mogelijk is in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financieel beheer;</al></li><li nr="3."><al>het beheer van de vermogenswaarde;</al></li><li nr="4."><al>de uitvoering van begroting;</al></li><li nr="5."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="6."><al>het afleggen van verantwoording in de programmarekening
                                            en tussentijdse rapportage;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al><cursief>jaarstukken</cursief>: de in artikel 197 van de
                                    Gemeentewet bedoelde jaarrekening en jaarverslag;</al></li><li nr="j."><al><cursief>omslagrente</cursief>: voor de inzet van materiele
                                    activa worden naast directe kosten, indirecte kosten en
                                    afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het
                                    actief toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet
                                    van vreemd vermogen en van eigen vermogen. De rentepercentages
                                    voor deze vergoeding worden bij de behandeling van de begroting
                                    vastgesteld;</al></li><li nr="k."><al><cursief>producten</cursief>: een nadere onderverdeling van de
                                    programma’s naar producten of productgroepen;</al></li><li nr="l."><al><cursief>productenraming</cursief>: ten behoeve van de
                                    uitvoering en beheersing van de begroting maakt het college een
                                    productenraming;</al></li><li nr="m."><al><cursief>programma</cursief>: een samenhangende verzameling van
                                    producten, activiteiten en geldmiddelen, die gericht is op het
                                    bereiken van vooraf bepaalde maatschappelijke effecten, waaraan
                                    idealiter indicatoren gekoppeld kunnen worden;</al></li><li nr="n."><al><cursief>rechtmatigheid</cursief>: het overeenstemmen van de
                                    financiële beheers handelingen en de vastlegging daarvan met de
                                    relevante wet- en regelgeving, zoals omschreven in het
                                        <cursief>Besluit accountantscontrole provincies en
                                        gemeenten</cursief>;</al></li><li nr="o."><al><cursief>verbonden partij</cursief>: een privaatrechtelijke of
                                    publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een
                                    bestuurlijk én financieel belang heeft. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma’s en programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een
                                programma-indeling voor die raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en
                                diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke
                                onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen
                                in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden
                                geïnformeerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kadernota</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt uiterlijk 1 juni voor behandeling in de raad een
                                    <cursief>Kadernota</cursief> aan met een voorstel voor het
                                beleid en de financiële kaders van de ontwerpbegroting voor het
                                volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze
                                nota voor 15 juli vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de kadernota worden de meest actuele financiële gegevens over het
                                lopende begrotingsjaar en de jaarrekening over het vorige boekjaar
                                betrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de kadernota worden de risico’s en het weerstandsvermogen
                                opgenomen met inbegrip van de bevindingen uit de jaarlijks uit te
                                voeren stresstest. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en
                                baten weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de
                                programma’s de gerealiseerde lasten en baten per programma
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting
                                wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en 21 van het
                                    <cursief>Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                    gemeenten</cursief> inzicht gegeven in de ontwikkeling van de
                                schuldpositie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige
                                projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten
                                en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.</al><lijst><li nr="4."><al>I</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting of
                                begrotingswijziging:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en de baten per programma;</al></li><li nr="b."><al>de mutaties in reserves op programmaniveau.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nieuwe investeringen worden met het vaststellen van de begroting
                                geautoriseerd, met uitzondering van de nieuwe investeringen waarvan
                                de raad bij de begrotingsbehandeling aangeeft dat hij op een later
                                tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het
                                investeringskrediet wil ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de lasten
                                de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de
                                geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de
                                baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad
                                geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging
                                van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportage in de raad doet het
                                college voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten
                                en investeringskredieten en bijstelling van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
                                begroting zijn opgenomen, legt het college voorafgaand aan het
                                aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel
                                tot het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt vóór het zomerreces een tussentijdse rapportage
                                aan over de uitvoering van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De indeling van de tussentijdse rapportage volgt de
                                programma-indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de tussenrapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                                ramingen van de baten en lasten van de programma’s en
                                investeringskredieten in de begroting groter dan € 100.000
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college doet met opgave van redenen in de tussentijdse
                                rapportage voorstellen aan de raad voor wijzing van de begroting,
                                bijstelling van het beleid of wijziging van
                                investeringskredieten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad behandelt de tussentijdse rapportage direct na het
                                zomerreces.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college besluit niet over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan </al><al>€ 100.000;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties
                                    overeenkomstig de door de raad vastgestelde <cursief>Nota
                                        garanties en leningen</cursief>, en</al></li><li nr="c."><al>het aangaan van meerjarige financiële verplichtingen groter dan </al><al>€ 50.000 per jaarvoordat de raad is geïnformeerd over het
                                    voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                    bedenkingen ter kennis aan het college te brengen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat gemeenten samen het collectieve
                            aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde
                            lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden,
                            informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig
                            is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een
                            voorstel van het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><al>Het college biedt aan de raad een <cursief>Nota
                                afschrijvingenbeleid</cursief> aan. In de nota wordt aangegeven
                            welke investeringen worden afgeschreven en welke afschrijvingsmethoden
                            en -perioden daarbij worden gehanteerd, in overeenstemming met de
                            relevante bepalingen in het <cursief>Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten</cursief>. De raad stelt de nota (en
                            eventuele wijzigingen) vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vordering op verbonden partijen en derden wordt een
                                voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele
                                beoordeling van de openstaande vordering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>onroerende zaakbelasting eigenaren;</al></li><li nr="b."><al>precariobelasting;</al></li><li nr="c."><al>hondenbelasting;</al></li><li nr="d."><al>parkeerbelasting;</al></li><li nr="e."><al>rioolrechten;</al></li><li nr="f."><al>afvalstoffenheffing, en </al></li><li nr="g."><al>bijstandsverstrekking</al></li></lijst><al>wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van
                                het historische percentage van oninbaarheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een (bijgestelde)
                                    <cursief>Nota reserves en voorzieningen</cursief> aan. De raad
                                stelt de nota vast. De nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente de reserves en de
                                        voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
                                een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van de reserve;</al></li><li nr="d."><al>en de maximale looptijd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een bestemmingsreserve voor een bestedingsvoornemen binnen de
                                aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een besteding,
                                valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene
                                reserve toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten van de gemeente Den Helder die worden geleverd aan
                                overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van
                                kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast
                                de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die
                                rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van
                                de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
                                activa en voor rioolrechten, afvalstoffenheffing, de compensabele
                                BTW en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening aan de activa wordt bepaald
                                door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij begroting
                                vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen en
                                voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar, voor het eerst in
                                2014, de <cursief>Nota garanties en geldleningen</cursief> aan. De
                                raad stelt de nota vast. De nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de wettelijke en gemeentelijke beleidskaders voor het
                                        verlenen van garanties en verstrekken van geldleningen;</al></li><li nr="b."><al>het in rekening brengen van de kosten voor de aanvraag van
                                        het verlenen van garanties en verstrekken van
                                        geldleningen;</al></li><li nr="c."><al>de procedurele toets van een aanvraag van een geldlening of
                                        garantstelling;</al></li><li nr="d."><al>de financiële toets voor het verstrekken van een geldlening
                                        of garantstelling;</al></li><li nr="e."><al>financiële banden met verbonden partijen;</al></li><li nr="f."><al>het gemeentelijke beheers kader. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de activiteit wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Raadsbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld
                                in het vorige lid zijn niet nodig als er sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>levering van goederen, diensten of werken aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen, en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                                de gemeentelijke tarieven voor belastingen, rioolrechten,
                                afvalstoffenheffing, parkeren en leges. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt eens in de vier jaar de raad aan een <cursief>Nota
                                    met de kaders voor de prijzen voor de verhuur en verkoop van
                                    onroerende goederen</cursief> en in het bijzonder de prijzen
                                voor de uitgifte van gronden en erfpachtcanons. De raad stelt de
                                nota vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt eens in de vier jaar de raad aan een <cursief>Nota
                                    met de kaders voor de prijzen van gemeentelijke
                                    diensten</cursief> anders dan genoemd in het tweede lid. De raad
                                stelt de nota vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De effecten van het kwijtscheldingsbeleid worden verwerkt in de
                                kostprijzen van de betrokken belastingen en heffingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren
                                en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een
                                besluit voor aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
                                voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                        kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van
                                        een voldoende rendement op uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities;</al></li><li nr="e."><al>in specifieke situaties is het mogelijk gebruik te maken van
                                        derivaten. De raad stelt hiervoor regels vast in het
                                        Treasurystatuut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college informeert de raad vooraf als de wettelijke
                                kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet
                                financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm,
                                bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale
                                overheden, dreigt te worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                                aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak
                                bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college
                                motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
                                uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en
                                financiële participaties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college biedt de raad regels aan ter uitvoering van het gestelde
                                onder het eerste tot en met het derde lid en legt deze regels
                                alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                vast in een <cursief>Treasurystatuut</cursief>. De raad stelt het
                                    <cursief>Treasurystatuut</cursief> vast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>In de <cursief>paragraaf lokale heffingen</cursief> bij de begroting en
                            de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond
                            van het <cursief>Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten</cursief> in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de mate van kostendekkendheid van de rioolrechten en de
                                    afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>de opbrengsten per lokale heffing, het volume en bedrag aan
                                    kwijtscheldingen;</al></li><li nr="c."><al>de ontwikkeling van de lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen,
                                    meerpersoonshuishoudingen en bedrijven;</al></li><li nr="d."><al>de ontwikkeling van de lokale lastendruk mede in relatie tot de
                                    regio en vergelijkbare gemeenten;</al></li><li nr="e."><al>het invorderingsbeleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicobeheersing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eens in de vier jaar de raad een <cursief>Nota
                                    weerstandsvermogen en risicomanagement</cursief> aan. De raad
                                stelt deze nota vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze nota behandelt ten minste de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgangspunten risicobereidheid;</al></li><li nr="b."><al>toepassing spelregels weerstandsvermogen;</al></li><li nr="c."><al>beleid beheersing risico’s.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorhet in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de
                                gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de
                                schuldverplichting in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat de
                                uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke
                                voorzieningen in de knel komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de
                                    <cursief>paragraaf onderhoud kapitaalgoederen</cursief> naast de
                                verplichte onderdelen op grond van het <cursief>Besluit begroting en
                                    verantwoording provincies en gemeenten</cursief> in ieder geval
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>de voortgang van het geplande onderhoud;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het achterstallig onderhoud.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een
                                (bijgesteld) <cursief>Onderhoudsplan openbare ruimte</cursief> aan.
                                Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de
                                planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het
                                openbaar groen, water, wegen, havenvoorzieningen, kunstwerken en
                                straatmeubilair. De raad stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een
                                (bijgesteld) <cursief>Rioleringsplan</cursief> aan. Het plan geeft
                                het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van
                                het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het
                                onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een
                                (bijgesteld) <cursief>Onderhoudsplan gebouwen</cursief> aan. Het
                                plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de
                                bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het
                                plan vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de onderhoudsplannen als bedoeld in dit artikel wordt eveneens
                                ingegaan op de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair
                                beslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Financiering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de <cursief>paragraaf financiering</cursief> bij de begroting en
                                de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op
                                grond van het <cursief>Besluit begroting en verantwoording
                                    provincies en gemeenten</cursief> in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het
                                        verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="b."><al>de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het
                                        verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                        komende jaren;</al></li><li nr="d."><al>de rentevisie voor de komende jaren.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de <cursief>paragraaf bedrijfsvoering</cursief> bij de begroting en
                            de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond
                            van het <cursief>Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten</cursief> in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en
                                    de loonkosten;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van de inhuur derden;</al></li><li nr="c."><al>de invulling van taakstellingen;</al></li><li nr="d."><al>de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en
                                    doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a Gemeentewet, en de
                                    uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de <cursief>paragraaf verbonden partijen</cursief> bij de
                                begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte
                                onderdelen op grond van het <cursief>Besluit begroting en
                                    verantwoording provincies en gemeenten</cursief> in ieder geval
                                van elke verbonden partij op:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en vestigingsplaats;</al></li><li nr="b."><al>het financieel belang van de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>de zeggenschap van de gemeente;</al></li><li nr="d."><al>het publiek belang dat wordt gediend met de deelname.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een
                                (bijgestelde) <cursief>Nota verbonden partijen</cursief> aan. De
                                raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de beleidskaders voor de wijze waarop wordt omgegaan met
                                        oprichting beheer, verkoop en liquidatie van de verbonden
                                        partijen van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>het openbaar belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit,
                                        het financieel resultaat en het financieel belang en
                                        zeggenschap van de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de
                                        verbonden partijen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de <cursief>paragraaf grondbeleid</cursief> bij de begroting en
                                de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op
                                grond van het <cursief>Besluit begroting en verantwoording
                                    provincies en gemeenten</cursief> in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de verwerving van gronden;</al></li><li nr="b."><al>de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="c."><al>de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals
                                        verlies/winstverwachtingen;</al></li><li nr="d."><al>de relatie met de programma’s van de begroting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een
                                (bijgestelde) <cursief>Nota grondbeleid</cursief> aan. De raad stelt
                                de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="b."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="c."><al>de verwerving en uitgifte van gronden;</al></li><li nr="d."><al>de uitgangspunten voor prijsstelling van de verkoop van
                                        gronden;</al></li><li nr="e."><al>de relatie met de programma's van de begroting.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Subsidies</titel></kop><al>In de <cursief>paragraaf subsidies</cursief> bij de begroting en de
                            jaarstukken geeft het college in ieder geval een overzicht van
                            verstrekte subsidies.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Administratie, financiële organisatie en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels vast gericht op de opzet, de inrichting en
                                de wijze van registreren in de financiële administratie, die ten
                                minste waarborgen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>registraties op uniforme wijze worden uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>wordt voldaan aan relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="c."><al>kan worden voldaan aan de verstrekking van de vereiste
                                        informatie aan het rijk, de provincie en de Europese Unie,
                                        alsmede aan instellingen die specifieke
                                        verantwoordingsverplichtingen opleggen aan de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden,
                                        contracten, enzovoorts;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                        toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het
                                        maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                        betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en
                                        diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                        gemeentelijke beleid;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de
                                        controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                                        regelgeving.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college stelt regels vast gericht op:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en
                                    verantwoordelijkheden gericht op het waarborgen van de
                                    betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en
                                    beheersorganen;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van toegewezen budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor de taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productraming en de
                                    productrealisatie;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen
                                    en</al></li><li nr="i."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en
                                    verantwoording wordt voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                    jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                    balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de
                                    getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid
                                    van de beheers handelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                    maatregelen tot herstel.</al></li><li nr="2."><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de
                                    registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het
                                    vermogen van de gemeente met dien verstande dat de
                                    waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                    (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen
                                    leningen en de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden
                                    gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste
                                    eenmaal in de 5 jaar. </al><al>Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen
                                    voor herstel van de tekortkomingen.</al></li><li nr="3."><al>Het college zorgt voor de interne toetsing van
                                    bedrijfsonderdelen op misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                    gemeentelijke regelingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij
                                bekend is gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in de plaats van de<cursief> ‘Financiële
                                    verordening gemeente Den Helder’</cursief> vastgesteld door de
                                raad op 13 december 2010.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de
                            naam ‘<cursief>Financiële verordening gemeente Den Helder
                                2015’</cursief>.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 30 maart 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, burgemeester</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><al>Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de
                        jaarstukken. De indeling van de programma’s worden bij aanvang van iedere
                        raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop
                        dat het college de producten aan de programma’s toewijst. </al><al>Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De
                        raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en
                        activiteiten op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar
                        kan de raad op grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot
                        wijziging van de begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de
                        bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht (derde lid artikel 189
                        Gemeentewet). </al><al>De raad kan kiezen op welk niveau hij budgetten beschikbaar stelt. Er is
                        voor gekozen dat de raad de budgetten per programma autoriseert.</al><al>Het derde lid van artikel 2 van de financiële verordening bepaalt dat op
                        voorstel van het college de raad niet-financiële indicatoren per programma
                        vaststelt. Het is het zogenaamde SMART maken van de begroting. Het derde lid
                        van artikel 8 BBV stelt namelijk dat per programma wordt aangegeven wat de
                        doelstelling – in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten – is en
                        hoe er naar wordt gestreefd deze effecten te bereiken. </al><al>Overigens bepaalt dit artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de gehele
                        begroting en jaarstukken moeten worden herzien. In de meeste gevallen is dat
                        niet raadzaam. Als de indeling en gebruikte indicatoren de vorige
                        raadsperiode goed zijn bevallen, kunnen deze ongewijzigd opnieuw worden
                        vastgesteld. In andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen
                        meestal voldoende.</al><al>Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor. In een paragraaf
                        wordt de raad integraal over een bepaald thema dat dwars door de begroting
                        loopt, geïnformeerd. Het vierde lid van artikel 2 van de financiële
                        verordening bepaalt dat de raad bij aanvang een nieuwe raadsperiode kan
                        aangeven welke paragrafen hij nog meer wenst. Hierbij kan bijvoorbeeld
                        gedacht worden aan een paragraaf subsidies of een paragraaf duurzaamheid.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kadernota</titel></kop><al>Artikel 3 van de financiële verordening biedt de kaders voor het opstellen
                        van de begroting en de meerjarenraming. Hierin staan een aantal
                        uitgangspunten die het college bij het opstellen van deze stukken in acht
                        moet nemen. Dit in aanvulling op de bepalingen van de artikelen 189 en 193
                        Gemeentewet en het BBV. </al><al>Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de gemeenteraad vooraf aan het
                        opstellen van de begroting een nota vaststelt waarin de hoofdlijnen voor het
                        beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. De
                        kaders geven richting aan het college voor het opstellen van de begroting en
                        de meerjarenraming. Deze systematiek wordt in veel gemeenten toegepast en
                        deze nota draagt vaak de naam kadernota of voorjaarsnota.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><al>In dit artikel zijn aanvullend op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                        inrichting van de begroting. Het artikel schrijft een autorisatieniveau op
                        het niveau programma’s voor en bevat de bepaling dat de lasten en baten
                        onder de programma’s in de begroting worden weergegeven. Door deze bepaling
                        is het bijvoegen van de productenraming bij de begroting en de
                        productrealisatie bij het jaarverslag niet nodig. </al><al>In het tweede lid wordt de verplichting in het BBV (artikel 20) om in de
                        begroting aandacht te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt door te
                        bepalen dat er bij de uiteenzetting van de financiële positie een overzicht
                        van de investeringen wordt gegeven. In het derde lid wordt dit geregeld voor
                        de jaarrekening.</al><al>Het derde lid bepaalt dat in aanvulling op het bepaalde in het Besluit
                        begroting en verantwoording provincies en gemeenten de gevolgen van de
                        begroting en meerjarenraming voor de gemeentelijke schuldpositie
                        inzichtelijk worden gemaakt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><al>Artikel 5 van de financiële verordening bevat nadere regels voor de
                        autorisatie van de baten en lasten in de begroting en van de
                        investeringskredieten. Naast lopende uitgaven doet een gemeenten
                        investeringen. Ook uitgaven voor investeringen moeten worden geautoriseerd –
                        denk hierbij ook aan de grondexploitatie. Voor de autorisatie van deze
                        investeringskredieten is gekozen deze bij de begrotingsbehandeling mee te
                        nemen (tweede lid). Wel kan de raad bij de begrotingsbehandeling aangegeven
                        welke investeringskredieten hij op een later tijdstip wenst te autoriseren.
                        Zo kan de raad de autorisatie van politiek belangrijke investeringen
                        combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant van het
                        investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke investering blijft wel
                        op de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar de raad autoriseert de
                        uitgaaf nog niet. Het college is nog niet bevoegd verplichtingen voor de
                        investering aan te gaan. </al><al>Het college dient dreigende overschrijdingen van geautoriseerde lasten en
                        investeringskredieten en dreigende onderschrijdingen van geautoriseerde
                        baten bij het bekend worden aan de raad te melden, zodat de raad kan
                        besluiten of het budget moet worden gewijzigd of dat het beleid moet worden
                        bijgesteld.</al><al>Voor het behandelen van de daadwerkelijke begrotingswijzigingen en
                        bijstellingen van beleid is er voor gekozen deze mee te nemen bij de
                        behandeling van de tussenrapportages (vierde lid). </al><al>Meestal komen gedurende het begrotingsjaar nieuwe investeringsvoornemens op
                        tafel die bij het opstellen van de begroting niet waren voorzien. Het vijfde
                        lid van het artikel regelt de autorisatie van de investeringskredieten
                        anders dan bij vaststelling van de begroting. Dus ook voor investeringen die
                        pas in de loop van het begrotingsjaar worden voorzien. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad zijn
                        de tussenrapportages. </al><al>Op basis van tussenrapportages wordt de raad geïnformeerd over de uitputting
                        van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de uitvoering van
                        het beleid. </al><al>Het tweede lid bevat bepalingen over de minimale inhoud van de rapportage,
                        waarbij informatie over de grondexploitatie valt onder de
                        investeringskredieten. </al><al>Het derde lid bepaalt welke afwijkingen ten opzichte van de begroting het
                        college in de tussenrapportages moet toelichten. Deze afwijking kunnen ook
                        als een percentage worden gedefinieerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>In artikel 7 van de financiële verordening is een nadere invulling van de
                        informatieplicht van het college aan de raad opgenomen. Het betreft een
                        uitwerking van het vierde lid van artikel 169 Gemeentewet. Dat artikel
                        verplicht het college vooraf aan het aangaan van bepaalde verplichtingen de
                        raad inlichtingen te verstrekken indien de raad daar om verzoekt of indien
                        de uitoefening van deze bevoegdheden van het college ingrijpende gevolgen
                        heeft voor de gemeente. </al><al>In artikel 7 verzoekt de raad het college om informatie vooraf aan het
                        aangaan van de opgesomde rechtshandelingen met een financieel gevolg, indien
                        het aangaan van deze verplichtingen de in het artikel genoemde bedragen
                        overschrijden. </al><al>De bepalingen uit het artikel ontslaan het college niet van de
                        informatieplicht in andere gevallen.</al><al>Ook moeten besluiten van het college voor het doen van privaatrechtelijke
                        rechtshandelingen passen binnen de kaders van het beleid dat door de raad is
                        uiteengezet. Het artikel schept slechts duidelijkheid tussen het college en
                        de raad over wanneer de raad in elk geval vóóraf wenst te worden
                        geïnformeerd en in de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en
                        bedenkingen aan het college kenbaar te maken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze
                        aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt
                        dit gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten
                        overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden
                        of tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. Maar het
                        kan ook zijn dat de overschrijding niet erg is. </al><al>Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk
                        aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting
                        dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van
                        gemeenten is gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met
                        een individueel EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun
                        begroting neerwaarts bijstellen om de overschrijding van het collectieve
                        aandeel ongedaan te maken. </al><al>In het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een
                        overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten. Als daarop
                        actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel voor het
                        wijzigen van de begroting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><al>In het tweede lid, onder a, van artikel 212 Gemeentewet is opgenomen dat de
                        financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en
                        afschrijving van activa bevat. Hieraan is in artikel 9 invulling gegeven.
                        Voor de bepalingen over afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen
                        van de materiële vaste activa wordt in de verordening verwezen de Nota
                        afschrijvingenbeleid. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor de oninbaarheid van vorderingen moet een gemeente een voorziening
                        vormen. Bij het artikel is onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke
                        aanslagen en heffingen die het karakter hebben van bulkfacturen en overige
                        vorderingen. </al><al>Vorderingen worden individueel beoordeeld op oninbaarheid. Maar voor de in
                        het tweede lid genoemde gemeentelijke aanslagen, heffingen en
                        bijstandsverstrekkingen wordt een voorziening getroffen op basis van het
                        historisch percentage van oninbaarheid. Een individuele beoordeling per
                        aanslag of heffing is bij dit soort vorderingen namelijk zeer bewerkelijk.
                        Wel zal een accountant eisen dat de grote bedragen onder deze vorderingen
                        toch individueel worden beoordeeld. Hiervoor is een aanvullende bepaling
                        opgenomen. </al><al>Op zich zijn de bepalingen van artikel 10 niet noodzakelijk. De accountant
                        controleert bij zijn controle van het getrouwe beeld van de jaarrekening
                        sowieso de hoogte van deze voorziening. Hij zal indien over de
                        waarderingsgrondslagen geen afspraken bestaan, mogelijk aandringen op het
                        hanteren van een methodiek voor het onderbouwen van de hoogte van deze
                        voorziening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Het eerste lid bepaalt dat het college eens in een nader aantal te bepalen
                        jaar een nota over de reserves en voorzieningen aan de raad aanbiedt. Met
                        het vaststellen van deze nota stelt de raad de kaders vast voor de vorming
                        van reserves en voorzieningen.</al><al>Voor een investeringsvoornemen kan de raad een bestemmingsreserve vormen.
                        Een deel van de algemene reserve wordt hiervoor afgezonderd. Hiermee wordt
                        op de balans van de gemeente tot uitdrukking gebracht dat een toekomstige
                        investering een beslag op het eigen vermogen gaat leggen. In het tweede lid
                        zijn de voorwaarden voor een voorstel voor een dergelijke bestemmingsreserve
                        opgenomen.</al><al>Investeringsvoornemens leiden niet altijd tot investeringen. Er bestaat het
                        gevaar dat bestemmingsreserves op de balans blijven staan waar tegenover in
                        het geheel geen investeringsvoornemen meer bestaan. Door bij het instellen
                        van een bestemmingsreserve een maximale “houdbaarheidsdatum” voor de reserve
                        op te nemen kan dit worden voorkomen. Hiervoor moet wel in de verordening de
                        bepaling worden opgenomen dat bestemmingsreserves die de houdbaarheidsdatum
                        hebben overschreden, vervallen en weer aan de algemene reserve worden
                        toegevoegd (derde lid).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><label>Kostprijsberekening</label></kop><al/><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de
                        verordening in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de
                        door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor
                        rechten en heffingen. De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de
                        opbouw van de kostprijs van de goederen en diensten waarvoor prijzen en
                        heffingen in rekening worden gebracht. In artikel 12 van de verordening
                        staan de kaders voor de bepaling van de kostprijzen van de gemeentelijke
                        diensten die worden geleverd aan derden. Het eerste lid van het artikel
                        bepaalt dat de kostprijs bestaat uit de directe kosten en de indirecte
                        kosten die direct met de dienst samenhangen. Het tweede lid bepaalt dat bij
                        de rioolheffing en afvalstoffenheffing onder de kosten ook worden verstaan
                        bijdragen aan voorzieningen, de compensabele BTW en de kosten van het
                        kwijtscheldingsbeleid. </al><al>Het derde lid geeft aan dat in de kostprijs ook de kosten van de
                        financiering van materiele activa moet worden meegenomen in de vorm van een
                        rente over het eigen vermogen en over het vreemd vermogen. Kaders voor de
                        kostprijzen staan voor heffingen, rechten en leges in artikel 229b
                        Gemeentewet en voor prijzen in de artikelen 25i, 25j en 25m van de
                        Mededingingswet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><al>Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven
                        of derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische
                        activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten
                        waarmee de gemeenten in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Het
                        bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs
                        voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van
                        leningen garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht.</al><al>Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden
                        ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in
                        een raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het
                        raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van
                        algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een van
                        overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en
                        moet open staan voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen
                        uiterlijk zes weken na bekendmaking van het besluit een bezwaarschrift
                        indienen bij de gemeente (Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht). De
                        gemeente moet binnen zes weken een besluit nemen over het bezwaarschrift of
                        – indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 Algemene wet
                        bestuursrecht is ingesteld – binnen twaalf weken, gerekend vanaf de dag na
                        die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is
                        verstreken. Bij afwijzing van de bezwaren kan de belanghebbende beroep
                        instellen bij de bestuursrechter.</al><al>Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs
                        voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken
                        van leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal uitzonderingen. Deze
                        uitzonderingen worden in het derde lid opgesomd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                            prijzen</titel></kop><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een
                        bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd
                        (artikel 156 Gemeentewet). Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de
                        raad de tarieven voor de belastingen, rioolheffingen en afvalstoffenheffing
                        jaarlijks vaststelt. Een gemeenteraad die voor meer rechten en leges de
                        tarieven jaarlijks wenst vast te stellen, kan het eerste lid met deze
                        rechten en leges uitbreiden. Het betekent dat de bijbehorende verordening
                        jaarlijks moet worden herzien. Eventueel kan overwogen worden om ook de
                        verordening ‘kwijtschelding gemeentelijke belastingen’ jaarlijks te herzien. </al><al>Het vaststellen van prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen,
                        diensten of werken die niet vallen onder artikel 229 Gemeentewet, is een
                        privaatrechtelijke besluit. Deze besluiten zijn een bevoegdheid van het
                        college (eerste lid, letter e artikel 160 Gemeentewet), maar hebben wel
                        invloed op de hoogte van de inkomsten en raken daarom ook het budgetrecht
                        van de raad. </al><al>Het tweede lid bepaalt dat het college aan de raad jaarlijks een nota
                        aanbiedt met daarin de kaders voor de te hanteren prijzen, huren en tarieven
                        voor erfpacht. De raad stelt deze nota vast. </al><al>Het derde lid bepaalt dat tussentijdse wijzigingen van besluiten voor het
                        vaststellen van nieuwe prijzen en het wijzigen van prijzen die afwijken van
                        de kaders uit de nota vooraf ter besluitvorming aan de raad worden
                        aangeboden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>Artikel 212 Gemeentewet bevat de bepaling dat de financiële verordening in
                        elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen
                        en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 15 geeft invulling
                        aan deze plicht. Het artikel bevat kaders voor het financieringsbeleid. De
                        kaders voor de financiële organisatie van de financieringsfunctie staan in
                        artikel 27.</al><al>In aanvulling op de regels uit de wet Financiering decentrale overheden en
                        daaruit volgende besluiten en regelingen stelt het eerste lid een aantal
                        aanvullende kaders. Zo mag slechts onder voorwaarden die vastgesteld zijn in
                        het Treasurystatuut gebruik worden gemaakt van financiële derivaten. </al><al>Het tweede lid bepaalt dat het college de raad informeert als de
                        kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigt te worden overschreden. Artikel 4
                        respectievelijk 6 van de Wet financiering decentrale overheden (hierna: Wet
                        Fido) geeft aan dat de toezichthouder (provincie) wordt geïnformeerd als de
                        gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet
                        respectievelijk renterisiconorm overschrijdt en dat de gemeente aan de
                        toezichthouder een plan voorlegt om weer binnen deze limiet te komen. Dit
                        plan dient door de provincie goed gekeurd te worden. Indien hier niet aan
                        wordt voldaan, kan de toezichthouder correctieve maatregelen treffen. </al><al>Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekken en financiële
                        participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2
                        Wet Fido). Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet dat
                        een besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen,
                        maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge
                        waarborgmaatschappijen niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een
                        ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis
                        van het college heeft kunnen brengen. </al><al>Het derde lid draagt het college op bij het verstrekken van leningen,
                        garanties en kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het
                        financiële risico waaraan de gemeente bloot komt te staan te verminderen.
                        Dit is zeker als het om grote bedragen gaat, iets om op te letten. Als
                        instellingen bij een gemeente aankloppen voor een lening of garantiestelling
                        dan hebben de banken er in de regel niet al te veel vertrouwen meer in. </al><al>Het vierde lid bepaalt dat de regels ter uitvoering van de
                        financieringsfunctie vastgelegd worden in het Treasurystatuut. </al><al><vet>Paragrafen</vet></al><al>Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft in de
                        artikelen 16 tot en met 21 aan wat er in de paragrafen lokale heffingen,
                        weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen,
                        financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen en grondbeleid ten minste
                        moet staan. In de financiële verordening kan de raad bepalen dat hij ook
                        over aanvullende zaken in de paragrafen wil worden geïnformeerd<cursief>.
                        </cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                        artikel 10 welke informatie de paragraaf lokale heffingen in elk geval moet
                        bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de
                        informatie in deze paragraaf. In dit artikel is deze aanvullende
                        informatievraag van de raad gedefinieerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                        artikel 11 welke informatie de paragraaf weerstandsvermogen in elk geval
                        moet bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft. In dit
                        artikel is deze aanvullende informatievraag van de raad gedefinieerd.</al><al>In het tweede lid wordt aangegeven op welke wijze in beeld moet worden
                        gebracht of de weerstandscapaciteit voldoende is. Hiervoor bestaan
                        verschillende methoden.</al><al>Het eerste lid bepaalt dat het college eens in de vier jaar aan de raad een
                        nota weerstandsvermogen en risicomanagement aanbiedt. Met de nota stelt de
                        raad de kaders voor het toekomstig beleid vast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                        artikel 12 welke informatie de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in elk
                        geval moet bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor
                        de informatie in deze paragraaf. In dit artikel is deze aanvullende
                        informatievraag van de raad gedefinieerd.</al><al>Er is opgenomen dat de raad in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ook
                        wordt geïnformeerd over de voortgang van het geplande onderhoud en de omvang
                        van het achterstallig onderhoud.</al><al>De navolgende leden bevatten de bepaling dat het college tenminste eens in
                        de vier jaar de raad onderhoudsplannen aanbiedt over het onderhoud openbare
                        ruimte, het onderhoud riolering en het onderhoud gebouwen. Hiermee stelt de
                        raad de kaders voor het toekomstig onderhoudsniveau vast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                        artikel 13 welke informatie de paragraaf financiering in elk geval moet
                        bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de
                        informatie in deze paragraaf. Dit model heeft daarom een artikel waarin deze
                        aanvullende informatievraag van de raad wordt gedefinieerd. Er is opgenomen
                        dat de raad in de paragraaf financiering ook wordt geïnformeerd over de
                        opbouw van de korte en lange schuldpositie, de liquiditeitsplanning en de
                        rentevisie voor de komende jaren. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                        artikel 14 welke informatie de paragraaf bedrijfsvoering in elk geval moet
                        bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de
                        informatie in deze paragraaf. In dit artikel is deze aanvullende
                        informatievraag van de raad gedefinieerd.</al><al>Er is opgenomen dat de raad in de paragraaf bedrijfsvoering ook wordt
                        geïnformeerd over de kosten, de opbouw en het verloop van het
                        personeelsbestand, de kosten inhuur derden, de invulling van taakstellingen,
                        de voortgang naar onderzoeken op basis van artikel 213a Gemeentewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                        artikel 15 welke informatie de paragraaf verbonden partijen in elk geval
                        moet bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de
                        informatie in deze paragraaf. In dit artikel is deze aanvullende
                        informatievraag van de raad gedefinieerd.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat het college eens in de vier jaar aan de raad een
                        nota verbonden partijen aanbiedt. Met de nota stelt de raad de kaders voor
                        het toekomstig beleid vast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                        artikel 16 welke informatie de paragraaf grondbeleid in elk geval moet
                        bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de
                        informatie in deze paragraaf. In dit artikel is deze aanvullende
                        informatievraag van de raad gedefinieerd.</al><al>Er is opgenomen dat de raad in de paragraaf grondbeleid ook wordt
                        geïnformeerd over het verloop van de grondvoorraad en de te ontwikkelen en
                        in ontwikkeling genomen projecten. </al><al>Het tweede lid bepaalt dat het college eens in de vier jaar aan de raad een
                        nota grondbeleid aanbiedt. Met de nota stelt de raad de kaders voor het
                        toekomstig grondbeleid vast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Subsidies</titel></kop><al>De gemeenteraad bepaalt dat het college bij de begroting en jaarstukken in
                        de paragraaf subsidies in ieder geval een overzicht levert van de verstrekte
                        subsidies.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>Onder artikel 23 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van
                        de gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke
                        gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze
                        gegevens en de vastlegging er van moeten voldoen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Artikel 24 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt
                        het college op hiervoor zorg te dragen. Het college is op grond van artikel
                        160 Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie.
                        Deze bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële
                        organisatie, blijkt uit het advies van de Raad van State en het Nader
                        rapport uit 2003 over de wijziging van artikel 212 Gemeentewet. </al><al>Artikel 24 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële
                        organisatie het college beleid en interne regels moet stellen. Om hier
                        invulling aan te geven ligt het voor de hand dat het college een
                        organisatiebesluit en een Treasurystatuut vaststelt en dat het college de
                        volmachten en mandaten alsook de kostenverdeelsleutels voor de
                        kostentoerekening vastlegt. </al><al>Bij het beleid en interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht
                        worden aan een inkoopreglement en ook aan gemeentelijke inkoopvoorwaarden. </al><al>Bij het beleid en interne regels voor steunverlening en subsidieverstrekking
                        gaat het om procedures die naleving van de Europese staatssteunregels en
                        regels voor diensten van algemeen economisch belang, de Algemene wet
                        bestuursrecht en de gemeentelijke subsidieverordening waarborgen.</al><al>In geval van misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het om bijvoorbeeld het
                        treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van
                        een aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel
                        daadwerkelijk worden verstrekt aan rechthebbenden. </al><al>De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het
                        financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en
                        verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden waarop de interne
                        controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de
                        rechtmatigheid van de beheers handelingen en getrouwheid van de
                        jaarrekening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld
                        geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheers
                        Handelingen die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel
                        25 draagt het college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of
                        vooraf aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in
                        de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheers
                        handelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag
                        liggen rechtmatig (zijn) verlopen.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat jaarlijks wordt gecontroleerd of de administratie
                        van waardepapieren e.d. overeenkomen met hetgeen de gemeente daadwerkelijk
                        bezit. Het lid gebiedt daarbij dat eens in een nader aantal te bepalen jaar
                        wordt gecontroleerd of de administratie van registergoederen en
                        bedrijfsmiddelen overeenkomt met het daadwerkelijke bezit. Deze laatste
                        controle wordt eens in de vijf jaar uitgevoerd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>Bij het inwerkingtreden van de nieuwe verordening moet de oude worden
                        ingetrokken. Volgens de Gemeentewet is een begrotingsjaar gelijk aan een
                        kalenderjaar. In begrotingsjaar t worden de jaarstukken uit het
                        begrotingsjaar t-1 vastgesteld, wordt uitvoering gegeven aan de begroting
                        voor het jaar t en wordt tot slot de begroting voor het jaar t+1
                        vastgesteld. De nieuwe verordening is van toepassing op alle stukken die
                        betrekking hebben op het begrotingsjaar t+1 en later. De oude verordening is
                        ondanks het intrekken nog wel van toepassing op de jaarstukken van het
                        begrotingsjaar t-1 en de begroting en jaarstukken van het jaar t. Hiervoor
                        is in artikel 26 een overgangsbepaling opgenomen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Het verdient de voorkeur de nieuwe verordening in werking te laten treden op
                        een datum voor het vaststellen van de voorjaarsnota en anders voor het
                        vaststellen van de begroting van het jaar t+1.</al><al>Anders moet artikel 27 worden uitgebreid met een bepaling die voorziet in
                        terugwerkende kracht, zodat de bepalingen uit de nieuwe verordening ook
                        gelden voor de begroting voor het jaar t+1.</al></divisie><divisie><kop><label>Vaststelling</label></kop><al>Uitgaande stukken van de raad moeten door de burgemeester worden ondertekend
                        (eerste lid artikel 75 Gemeentewet). De griffier moet de uitgaande stukken
                        van de raad medeondertekenen (artikel 107c Gemeentewet).</al><al>Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de
                        verordening aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet).
                        Gedeputeerde staten kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naar het
                        beheer en de inrichting van de financiële organisatie en de verordening ex
                        artikel 212 Gemeentewet (artikel 215 Gemeentewet).</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>