<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR364625_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Instellingsbesluit Commissie Beheer Zwembad 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waddinxveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waddinxveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad d.d. 15-04-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Instellingsbesluit Commissie Beheer Zwembad 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewwet, art. 83</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-07</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15/03091</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt het instellingsbesluit van 4 januari 2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Instellingsbesluit Commissie Beheer Zwembad 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van Waddinxveen,</al><al>Overwegende dat adequaat dient te worden voorzien in het beheer van het
                        zwembad, wijzigingen in wetgeving en de gemeentelijke organisatie dienen te
                        worden geïmplementeerd;</al><al>Gelet op artikel 83 van de Gemeentewet;</al><al>B e s l u i t e n :</al><al>In te stellen de Commissie Beheer Zwembad:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>BEGRIPSBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 </label></kop><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: de commissie beheer zwembad;</al></li><li nr="b."><al>raad: de raad van de gemeente Waddinxveen;</al></li><li nr="c."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Waddinxveen;</al></li><li nr="d."><al>zwembad: het gemeentelijk zwembad gelegen aan de Sniepweg;</al></li><li nr="e."><al>bedrijfsleider: degene die door burgemeester en wethouders,
                                    gehoord de commissie, is aangesteld om het management over het
                                    zwembad te voeren;</al></li><li nr="f."><al>personeel: de overige medewerkers die door burgemeester en
                                    wethouders, gehoord de commissie, zijn aangesteld om werkzaam te
                                    zijn in het zwembad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>INSTELLINGSTERMIJN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 </label></kop><al>De commissie wordt ingesteld voor onbepaalde tijd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>SAMENSTELLING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en minimaal vier en maximaal
                                zes andere leden. Zij worden in die respectieve hoedanigheid benoemd
                                door het college, waarbij wordt gelet op het bezit van specifieke
                                deskundigheid voor de vervulling van bepaalde taak binnen de
                                commissie. In het bijzonder zal gelet worden op relevante
                                commerciële ervaring en kennis van en ervaring op het terrein van
                                public relations en/of reclame-activiteiten, recreatie en/of horeca.
                                De leden dienen teven affiniteit te hebben met de taken vallende
                                binnen het werkterrein van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kandidaten voor het lidmaatschap kunnen worden gesteld op de
                                volgende wijzen, zulks ter keuze van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>Op aanzoek van het college;</al></li><li nr="b."><al>Door middel van aankondiging in de plaatselijke pers,
                                        waarbij inwoners van de gemeente Waddinxveen in de
                                        gelegenheid gesteld worden zichzelf of anderen als kandidaat
                                        voor te dragen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de commissie kunnen door het college leden met adviserende stem
                                worden toegevoegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter treedt in zijn
                                plaats een door de commissie uit zijn midden aan te wijzen lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>ZITTINGSDUUR</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 4 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsduur van de leden van de commissie is gelijk aan de
                                zittingsduur van de leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij tussentijdse benoeming heeft de nieuw benoemde zitting tot het
                                einde van de zittingsperiode.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aftredende leden zijn terstond herbenoembaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen. Dit
                                ontslag wordt schriftelijk bij het college ingediend, onder
                                mededeling daarvan aan de commissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden kunnen door het college, gevraagd en ongevraagd,
                                tussentijds worden ontslagen. De beslissing van het college wordt
                                ter stond aan de belanghebbende en aan de commissie meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na het ontstaan van een tussentijdse vacature
                                benoemt het college een nieuw lid of voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Binnen twee maanden na de datum van periodieke aftreding van de
                                leden van de commissie benoemt het college een voorzitter en nieuwe
                                leden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Aftredende leden behouden hun lidmaatschap tot in hun vervanging is
                                voorzien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>BENOEMINGSVEREISTEN EN ONVERENIGBARE BETREKKINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Leden van de commissie kunnen alleen zijn personen die voldoen aan
                                de in artikel 10 van de Gemeentewet gestelde vereisten voor het
                                lidmaatschap van de raad, zulks met uitzondering van het
                                ingezetenschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de commissie mogen geen der in artikel 13 van de
                                Gemeentewet voor de leden van de raad genoemde onverenigbare
                                betrekkingen bekleden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie mogen:</al><lijst><li nr="a."><al>rechtstreeks noch middelijk een overeenkomst aangaan
                                        betreffende goederen of inkomsten behorend tot de
                                        beheerstaak van de commissie dan wel deelnemen aan
                                        leveringen of aannemingen ten behoeve van de in beheer en
                                        exploitatie gegeven zwembad;</al></li><li nr="b."><al>geen gift, provisie of beloning aannemen of enig voordeel,
                                        hoe genaamd en in welk vorm ook, genieten terzake van het in
                                        beheer en exploitatie gegeven zwembad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een lid van de commissie zich schuldig heeft gemaakt aan
                                overtreding van de in het derde lid gestelde verboden, kan hij door
                                het college worden geschorst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan hem onmiddellijk van zijn lidmaatschap van de
                                commissie vervallen verklaren, na de geschorste in de gelegenheid te
                                hebben gesteld zich voor een door de burgemeester aan te wijzen
                                commissie van drie leden te verdedigen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De van zijn lidmaatschap vervallen verklaarde is gedurende twee
                                jaar, te rekenen van het collegebesluit tot vervallenverklaring van
                                het lidmaatschap, niet tot lid van de commissie benoembaar.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien het college geen aanleiding vindt het lid van zijn
                                lidmaatschap vervallen te verklaren, heft hij de schorsing terstond
                                op.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De beslissing van het college wordt terstond aan de belanghebbende
                                en aan de commissie meegedeeld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TAAK</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 6 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie heeft tot taak het beheer, de exploitatie en de verhuur
                                of ingebruikgeving op andere wijze en alles wat daarmee samenhangt
                                van het zwembad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bevordert de sportbeoefening en het zwemmen gelet op
                                het recreatieve belang daarvan en vanwege de volksgezondheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 </label></kop><al>Tot de in artikel 6 genoemde taak van de commissie behoort onder
                            meer:</al><lijst><li nr="a."><al>Het nemen van besluiten met betrekking tot het beheer, de
                                    verhuur en de exploitatie van het zwembad, een en ander met
                                    inachtneming van de bepalingen van dit besluit;</al></li><li nr="b."><al>Het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college, over
                                    aangelegenheden op het terrein van het beheer en de exploitatie
                                    van het zwembad;</al></li><li nr="c."><al>Het onderhouden van contacten met en het bevorderen van het
                                    overleg en de samenwerking tussen organisaties, instellingen en
                                    personen die van het zwembad gebruik kunnen maken;</al></li><li nr="d."><al>Het houden van toezicht op het gebruik van het zwembad;</al></li><li nr="e."><al>Het (doen) verrichten van werkzaamheden, voortvloeiende uit het
                                    gebruik van het zwembad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>BEVOEGDHEDEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 8</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de commissie worden, met inachtneming van de volgende artikelen,
                                voor het uitoefenen van de in artikel 6 genoemde taak, de navolgende
                                bevoegdheden, overgedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>het aangaan van verhuurovereenkomsten met de gebruikers van
                                        het zwembad;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen, voorwaarden en tarieven voor huurders,
                                        gebruikers en bezoekers;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van alle voorzieningen op het gebied van
                                        onderhoud, schoonhouden en hygiëne, waaronder begrepen de
                                        bevoegdheid tot uitbesteding van bepaalde
                                        werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>het treffen van voorzieningen, die zijn aan te merken als
                                        partiële en/of functieverbeterende aanpassingen, rekening
                                        houden met de wettelijke regelingen terzake en
                                        vergunningsplichtigheid;</al></li><li nr="e."><al>het nemen van besluiten inzake het consumptiebeleid,
                                        waaronder het verpachten van restauratieve voorzieningen,
                                        inclusief het daartoe in het zwembad ingerichte deel;
                                        alvorens tot verpachting over te gaan wordt het oordeel van
                                        het college ingewonnen;</al></li><li nr="f."><al>het regelen van de openings- en sluitingstijden, met
                                        inachtneming van hetgeen daarover in enige wet of
                                        verordening is geregeld;</al></li><li nr="g."><al>de planning van activiteiten;</al></li><li nr="h."><al>indien nodig, het overleg voeren met de bedrijfsleider ten
                                        aanzien van werkinstructies voor het personeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen de overgedragen bevoegdheden
                                geheel of gedeeltelijk terugnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 </label></kop><al>De uit de uitvoering van artikel 8 voortvloeiende besluiten worden niet
                            genomen voordat de daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen in
                            de goedgekeurde begroting van de gemeente of in een goedgekeurd besluit
                            tot wijziging van die begroting, zijn geraamd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>SECRETARIS</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 10 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie benoemt uit haar midden een secretaris. Tevens wordt
                                een plaatsvervangend secretaris aangewezen, die tevens
                                plaatsvervangend penningmeester is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris kan zich doen bijstaan door een notulist(e).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris is verantwoordelijk voor secretariële werkzaamheden
                                voortvloeiend uit de taak van de commissie alsmede voor de
                                verslaglegging van de commissievergaderingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>PENNINGMEESTER</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 11 </label></kop><al>De commissie benoemt uit haar midden een penningmeester. Tevens wordt
                            een plaatsvervangend penningmeester aangewezen die tevens
                            plaatsvervangend secretaris is.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>VERGADERINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 12 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert tenminste viermaal en ten hoogste twaalf maal
                                per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Minimaal twee leden van de commissie kunnen schriftelijk en met
                                redenen omkleed aan de voorzitter verzoeken een vergadering te
                                beleggen. Deze vergadering vindt binnen 14 dagen na dagtekening van
                                het verzoek plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergaderingen van de commissie worden door haar voorzitter
                                belegd, waartoe, behoudens in bijzondere omstandigheden, tenminste
                                tweemaal vierentwintig uur tevoren aan de leden de agenda van de te
                                behandelen onderwerpen moet worden toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering van de commissie wordt niet gehouden, indien blijkens
                                de presentielijst niet meer dan de helft van het aantal zitting
                                hebbende leden is opgekomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het vereiste aantal leden niet is opgekomen, wordt een
                                nieuwe vergadering belegd op de in artikel 12, lid 3, voorgeschreven
                                wijze, met aanhaling in de oproepingsbriefjes van de bepalingen van
                                dit artikel. Evenwel behoeven slechts vierentwintig uur tussen de
                                rondzending van de oproepingbriefjes en het uur van de vergadering
                                te verlopen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze laatste vergadering wordt gehouden ongeacht het aantal
                                opgekomen leden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>GEHEIMHOUDING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 14 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van
                                de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een vergadering
                                verhandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie
                                worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het
                                in een vergadering behandelde wordt tijden die vergadering opgelegd.
                                De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig
                                waren en alle die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in
                                acht genomen totdat de commissie haar opheft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden
                                opgelegd door de voorzitter, ten aanzien van de stukken die hij aan
                                de commissie overlegt. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.
                                De geheimhouding wordt in acht genomen tot de voorzitter of de
                                commissie, dan wel, indien de stukken aan het college zijn
                                voorgelegd, het college haar opheft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een
                                verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad heeft gericht,
                                wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad haar
                                opheft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Over alle zaken wordt mondeling bij hoofdelijke oproeping gestemd,
                                doch bij het doen van voordrachten of aanbevelingen van personen,
                                bij gesloten en ongetekende stembriefjes.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij het nemen van een besluit voer een zaak door geen van de
                                leden stemming wordt gevraagd, wordt het voorstel geacht te zijn
                                aangenomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>BESLUITVORMING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 16 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een stemming is nietig, indien niet meer dan de helft van het aantal
                                leden, dat zitting heeft en zich niet op grond van artikel 17 van
                                stemmen moet onthouden, aan de stemming heeft deelgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het doen van voordrachten of aanbevelingen van personen worden
                                leden die blanco briefjes hebben ingeleverd, voor de toepassing van
                                dit artikel geacht aan de stemming te hebben deelgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer omtrent het doen van voordrachten of aanbevelingen van
                                personen bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                heeft gekregen, wordt tot een tweede vrije stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Is ook bij deze stemming geen volstrekte meerderheid verkregen, dan
                                wordt de uitslag daarvan aan het college voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de commissie onthoudt zich van stemmen over een
                                aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk
                                aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een benoeming wordt geacht iemand persoonlijk aan te gaan, wanneer
                                hij behoort tot die personen, tot wie de keuze door een voordracht
                                of bij herstemming is beperkt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>VERGOEDINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 18 </label></kop><al>De leden van de commissie, ontvangen voor het bijwonen van een
                            vergadering van de commissie een vergoeding, als bedoeld in artikel 96
                            van de Gemeentewet, met dien verstande dat de vergoeding wordt
                            gelijkgesteld met die van een fractievertegenwoordiger als bedoeld in de
                            Verordening rechtspositie wethouders, raadsleden en
                            fractievertegenwoordigers gemeente Waddinxveen 2014.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>DESKUNDIGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 19 </label></kop><al>De commissie is bevoegd deskundigen te horen over aangelegenheden, die
                            tot haar werkkring behoren, waaronder begrepen ambtenaren in dienst van
                            de gemeente.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TOEGANGSBEVOEGDHEID</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 20 </label></kop><al>De leden van de commissie hebben ten behoeve van de uitoefening van hun
                            taak te allen tijde vrije toegang tot de gebouwen en terreinen die aan
                            haar in beheer en exploitatie zijn gegeven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>BEDRIJFSLEIDER</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 21 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De dagelijkse leiding en het dagelijks toezicht op het beheer en
                                exploitatie van het zwembad berusten bij een aan te stellen
                                bedrijfsleider.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bedrijfsleider zal in het bijzonder belast zijn met de dagelijkse
                                leiding over het personeel werkzaam bij het zwembad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bedrijfsleider woont de vergaderingen van de commissie bij en
                                heeft daarin een adviserende stem.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Rechtspositioneel valt de bedrijfsleider onder verantwoordelijkheid
                                van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op het gebied van personeel is de bedrijfsleider verantwoording
                                schuldig aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie is bevoegd aan haar opgedragen taken aan de
                                bedrijfsleider te mandateren.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>PERSONEEL</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 22 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Personeel reeds werkzaam bij het zwembad blijft in dienst van de
                                gemeente Waddinxveen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het personeel is aan de bedrijfsleider ondergeschikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het personeel is werkzaam onder verantwoordelijkheid van de
                                gemeente.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>FINANCIËLE ADMINISTRATIE</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 23 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De boekhouding wordt gevoerd onder toezicht van de penningmeester,
                                volgens de daartoe bepaalde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie kan nadere voorschriften geven omtrent de inrichting en
                                het bijhouden van de administratie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24 </label></kop><al>De penningmeester draagt er zorg voor, dat de administratieve
                            organisatie zodanig is, dat wordt voldaan aan de eisen ven doelmatig
                            financieel beheer, alsmede dat maatregelen worden genomen voor een goede
                            werking van de interne controle, opdat de volledigheid en juistheid van
                            de administratie en van de ontwerp-jaarrekening zijn gewaarborgd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25 </label></kop><al>De penningmeester draagt zorg voor het verstrekken aan de commissie van
                            zowel alle informatie nodig voor het goed functioneren van de commissie,
                            als voor het op verzoek van de commissie geven van advies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26 </label></kop><al>Betalingen worden uitsluitend gedaan op grond van door de bedrijfsleider
                            gegeven betalingsopdrachten. De betalingen worden eerst uitgevoerd nadat
                            de hieraan ten grondslag liggende bescheiden door de gemeentelijke
                            afdeling bedrijfsvoering (cluster financiën) zijn geaccordeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27 </label></kop><al>Overeenkomstig de daarop betrekking hebbende besluiten van de raad of
                            van de commissie stelt de bedrijfsleider de te innen bedragen vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De penningmeester draagt zorg voor een zodanige
                                kredietbewakingsadministratie, dat te verwachten overschrijding van
                                begrotingsposten tijdig wordt gesignaleerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij geeft hiervan onverwijld kennis aan de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij geeft na het einde van het eerste halfjaar, na de derde kwartaal
                                en met de (concept)jaarrekening aan de commissie een
                                kredietoverzicht, omvattende per post het bedrag van de raming van
                                de uitgaven, van de lopende bestellingen en van het nog beschikbare
                                krediet of de overschrijding. De momenten zijn </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tevens dient gelijktijdig een gespecificeerd overzicht te worden
                                verstrekt van de geraamde inkomsten/uitgaven vergeleken met de
                                werkelijke inkomsten/uitgaven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>BEGROTING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 29 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie zendt voor 15 juli van het jaar, voorafgaand aan dat
                                waarvoor dit moet dienen, het door haar opgestelde jaarplan,
                                vergezeld van alle financieel relevante stukken, waaronder het
                                ontwerp van de begroting en een tarievenplan voor het zwembad,
                                vergezeld van een beheers- en beleidstoelichting, alsmede van een
                                overzicht van planning groot onderhoud en meerjarenbegroting aan het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien ingevolge het eerste lid opgestelde ontwerpbegroting niet
                                past in het door het college voorgestane financiële beleid, geeft
                                het college daarvan kennis aan de commissie en pleegt met haar
                                overleg teneinde te komen tot een ontwerpbegroting, die, naar het
                                oordeel van het college past in het hiervoor bedoelde beleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien tussen het college en de commissie geen overeenstemming wordt
                                bereikt, stelt het college zelfstandig een herziene ontwerpbegroting
                                op en verwerken deze in de aan de raad ter vaststelling aan te
                                beiden gemeentebegroting met vermelding van de geschilpunten ten
                                opzichte van de door de commissie geadviseerde ontwerpbegroting, de
                                motieven van de commissie tot hantering van andere bedragen en die
                                van het college tot wijziging van die bedragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de ramingen dreigen te worden overschreden c.q.
                                onderschreden, wordt op overeenkomstige wijze als in de vorige leden
                                van dit artikel voor de ontwerpbegroting van de commissie is
                                geregeld, tot een voorstel tot wijziging van de gemeentebegroting
                                aan de gemeenteraad gekomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>REKENING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 30 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door de penningmeester wordt binnen drie maanden na afloop van het
                                desbetreffende jaar de ontwerprekening en de daarop betrekking
                                hebbende toelichting van de exploitatie van het zwembad aan de
                                commissie aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie biedt het college de ontwerprekening vóór 1 april van
                                dat jaar aan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>VERSLAG</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 31 </label></kop><al>Binnen vier maanden na afloop van elk kalenderjaar zendt de commissie
                            aan het college een verslag van haar werkzaamheden over het afgelopen
                            jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 32 </label></kop><al>De commissie draagt zorg voor toezending van de besluitenlijsten van de
                            vergaderingen van de commissie aan het college.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>VERANTWOORDING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 33 </label></kop><al>De commissie is voor de haar opgedragen taak verantwoording schuldig aan
                            het college. Zij verstrekt daartoe aan het college alle gewenste
                            inlichtingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>VERHOUDING TOT BESLUITEN RAAD EN COLLEGE</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 34 </label></kop><al>Besluiten van de commissie treden niet in hetgeen is geregeld bij
                            besluit van de raad of van het college; bij twijfel of een besluit dat
                            doet, beslist de raad respectievelijk het college.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>ONDERTEKENING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 35 </label></kop><al>Stukken uitgaande van de commissie worden door de voorzitter en de
                            secretaris ondertekend. Bij afwezigheid van de voorzitter worden de
                            stukken ondertekend door degene die hem ingevolgde artikel 3, lid 4,
                            vervangt. Bij afwezigheid van de secretaris worden de stukken
                            ondertekend door degene, die ingevolge artikel 10 als zijn vervanger is
                            aangewezen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>WIJZIGING INSTELLINGSBESLUIT</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 36 </label></kop><al>Wijziging van dit instellingsbesluit vindt niet plaats voordat de
                            commissie is gehoord.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>NIET VOORZIENE GEVALLEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 37 </label></kop><al>In de gevallen waarin dit instellingsbesluit niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>SLOTBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 38 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit besluit treedt in werking op de dag volgend op die van de
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit besluit kan worden aangehaald als “Instellingsbesluit Commissie
                                Beheer Zwembad 2015”.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Waddinxveen, 7 april 2015</ondertekening><ondertekening>Burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>(mw. A.B. Blomme) (drs. H.P.L. Cremers) </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>