<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR364332_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eindhoven</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eindhoven</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Staatscourant 2015, nr. 9620</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING METROPOOLREGIO EINDHOVEN </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraden en de colleges van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best,
                        Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo,
                        Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot,
                        Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en
                        Waalre, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd </al><al>In aanmerking nemende dat,</al><al/><lijst><li nr="-"><al>De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de
                                gemeenten in Zuidoost-Brabant hun onderlinge samenwerking wensen te
                                vernieuwen.</al></li><li nr="-"><al>De uitgangspunten van de vernieuwde samenwerking geschetst zijn in
                                het transformatieplan van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven
                                (SRE), dat gedragen wordt door de betrokken gemeenten en die zijn
                                vastgelegd in het besluit van de Regioraad van 19 februari
                                2014.</al></li><li nr="-"><al>De vernieuwde samenwerking tot doel heeft het behoud en het
                                verstevigen van de internationale concurrentiepositie van de regio
                                door het organiseren van een slagvaardige en efficiënte strategische
                                samenwerking op de hoofdthema’s economie, ruimte en mobiliteit.</al></li><li nr="-"><al>De vertaling hiervan bestaat uit het streven om sterker naar buiten
                                te treden als regio, om eenduidig te gaan opereren op regionale
                                schaal en om efficiënt (regio) intern te gaan samenwerken.</al></li><li nr="-"><al> Om deze doelstelling te realiseren de navolgende opgaven ter hand
                                genomen moeten worden:</al><lijst><li nr="a."><al>Het vastleggen van een gezamenlijke visie op de toekomst van de
                                regio;</al></li><li nr="b."><al>Het vastleggen van een regionale strategie op de bovenvermelde
                                hoofdthema’s en het bepalen van de kaders hiervan; </al></li><li nr="c."><al>Het bereiken van overeenstemming over de regionale opgaven en het
                                bepalen van de bovenregionale agenda;</al></li><li nr="d."><al>Het scheppen van de voorwaarden en de condities om regionale
                                opgaven te realiseren;</al></li><li nr="e."><al>Het bieden van een podium voor gemeenten ten behoeve van het
                                gezamenlijk ontwikkelen, bespreken en afstemmen van de aanpak van
                                opgaven met een lokaal of sub regionaal karakter.</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>Om genoemde opgaven te realiseren samenwerking tussen de gemeenten
                                en kennisinstellingen en bedrijfsleven geboden kan zijn.</al></li><li nr="-"><al>Hiertoe binnen de opzet van een openbaar lichaam een nieuwe
                                bestuurlijke werkwijze wordt geïntroduceerd.</al></li><li nr="-"><al>Deze nieuwe bestuurlijke werkwijze zijn juridische vertaling vindt
                                in een Gemeenschappelijke regeling.</al></li><li nr="-"><al>De deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling wensen
                                vast te leggen wat zij verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>flexibele netwerkstructuur;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de strategie voor de regionale opgaven op
                                regionale schaal en het leggen van verantwoordelijkheid voor de
                                uitvoering bij de partners en gemeenten;</al></li><li nr="c."><al>de samenwerking als versneller en verbinder in de samenwerking,
                                gericht op strategieontwikkeling, beleidssynchronisatie, proces- en
                                projectondersteuning en specifieke dienstverlening op
                                contractbasis;</al></li><li nr="d."><al>grotere betrokkenheid van de maatschappelijke partners.</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>De voorgestane samenwerking voortbouwt op de juridische structuur
                                van het SRE, mede vanwege voortdurende wettelijke, juridische en
                                financiële omstandigheden.</al></li><li nr="-"><al>Om die reden geen nieuwe gemeenschappelijke regeling wordt
                                aangegaan, maar de gemeenschappelijke regeling van het SRE wordt
                                gewijzigd zodat geen noodzaak bestaat om tot liquidatie van dat
                                samenwerkingsverband over te gaan.</al></li></lijst><al>Besluiten:</al><al/><al>De Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Regio Eindhoven 2005 te
                        wijzigen zodat deze komt te luiden als volgt: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li><li nr="b."><al>Regeling: de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio
                                    Eindhoven.</al></li><li nr="c."><al>Metropoolregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2,
                                    eerste lid, van deze gemeenschappelijke regeling.</al></li><li nr="d."><al>Gemeenten: de raden en colleges van de gemeenten Asten,
                                    Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven,
                                    Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek,
                                    Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en
                                    Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.</al></li><li nr="e."><al>Colleges: de Colleges van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeenten.</al></li><li nr="f."><al>Raden: de gemeenteraden van de gemeenten.</al></li><li nr="g."><al>Bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25,
                                    eerste lid van de wet.</al></li><li nr="h."><al>regionale agenda: het periodiek vast te stellen strategische
                                    beleidsdocument die de inhoud van de samenwerking bepaalt.</al></li><li nr="i."><al>Thema: de in de regionale agenda benoemde maatschappelijke
                                    thema’s Economie, Ruimte en Mobiliteit waarop structureel wordt
                                    samengewerkt.</al></li><li nr="j."><al>Tijdelijk thema: de in de regionale agenda benoemde
                                    maatschappelijke thema’s waarop alleen voor de betreffende
                                    begrotingsperiode wordt samengewerkt en die zowel een regionaal
                                    als ook een subregionaal of lokaal karakter kunnen hebben.</al></li><li nr="k."><al>Regionale opgave: de beleidsinspanningen die gemeenten in het
                                    kader van de regeling leveren met het oog op het bereiken van de
                                    doestellingen op de thema’s van de regionale agenda.</al></li><li nr="l."><al>Partijen: de gemeenten, bedrijfsleven en
                                    kennisinstellingen.</al></li><li nr="m."><al>regionaal platform: het kaderstellend beraad van de colleges van
                                    de 21 gemeenten gericht op het beleggen en realiseren van de
                                    regionale opgaven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Openbaar lichaam</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd: ‘Metropoolregio Eindhoven’. Het
                                is gevestigd te Eindhoven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam
                                kunnen in de verschillende deelnemende gemeenten gehuisvest
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuur van de Metropoolregio bestaat uit het algemeen bestuur,
                                het dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bestuursorganen laten zich in hun taakuitoefening bijstaan door
                                een regionaal platform en andere overlegorganen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Samenstelling en werkwijze van deze overlegorganen is geregeld in
                                een onderliggend statuut.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BELANGEN, DOEL, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Belangen en Doelen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling is getroffen met het oog op het behoud en verstevigen
                                van de internationale concurrentie positie van de gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van de Metropoolregio is het organiseren van een adequate
                                vorm van samenwerking tussen gemeenten onderling en tussen overheid
                                en maatschappelijke partners ter behartiging van de gezamenlijke
                                belangen op de thema’s economie, mobiliteit en ruimte, zoals nader
                                uitgewerkt in een regionale agenda. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Metropoolregio kan daarnaast de gezamenlijke belangen van alle of
                                enkele gemeenten behartigen op tijdelijke thema’s. Uitgangspunt
                                daarbij is dat de kosten en risico’s van deze specifieke
                                belangenbehartiging worden gedragen door de desbetreffende gemeenten
                                en dat deze specifieke belangenbehartiging niet ten koste mag gaan
                                van behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de
                                deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belangenbehartiging als bedoeld in het derde lid, dient
                                betrekking te hebben op taken opgenomen in de regionale agenda.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als voortzetting van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven
                                behartigt de Metropoolregio tevens het belang van de gemeenten bij
                                een zorgvuldig beheer van de taken van het Samenwerkingsverband
                                Regio Eindhoven, zoals die na datum van inwerkingtreding van deze
                                wijziging van de regeling nog bestaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Zolang het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (hierna: het RHCe)
                                deel blijft uitmaken van de Metropoolregio, treffen de raden en
                                colleges deze regeling mede met het oog op het behartigen van de
                                gemeentelijke belangen op het gebied van cultuurhistorie en
                                erfgoedbeheer. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Taken </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter bereiking van het doel waartoe zij is opgericht, richt de
                                Metropoolregio zich op de navolgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>Het opstellen van een regionale agenda.</al></li><li nr="b."><al>Het organiseren van de inzet van partijen op de vaste
                                        thema’s van de regionale agenda.</al></li><li nr="c."><al>Het gezamenlijk optrekken van partijen, op de vaste thema’s,
                                        naar provincie, rijksoverheid, Europese en internationale
                                        instellingen, -bedrijven en overheden.</al></li><li nr="d."><al>Het bieden van een podium voor gemeenten ten behoeve van het
                                        gezamenlijk ontwikkelen, bespreken en afstemmen van beleid
                                        op de tijdelijke thema’s met een lokaal of subregionaal
                                        karakter, inclusief het desgevraagd ondersteuning bieden
                                        daaraan.</al></li><li nr="e."><al>Het inzetten van regionale investerings- en
                                        stimuleringsfondsen en een mobiliteitsfonds.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De taken die bij de belangenbehartiging als bedoeld in artikel 3,
                                vijfde lid, horen, luiden als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>Het beheer van de budgetten op grond van het Besluit
                                        woninggebonden subsidies en het Besluit locatie gebonden
                                        subsidies.</al></li><li nr="b."><al>Het beheer van de fondsen en voorzieningen, verkregen uit de
                                        verkoop van de NV RAZOB ter dekking van de verplichtingen
                                        ten aanzien van de eindafwerking en de nazorg van de
                                        stortplaats en de ontwikkeling van het Landgoed
                                        Gulbergen.</al></li><li nr="c."><al>Het optreden als penvoerder of deelnemer in Europese
                                        (subsidie)projecten conform eerder daarover gemaakte
                                        afspraken. Deze projecten zijn BioenNW, C2CBizz, Upside en
                                        Pure Hubs.</al></li><li nr="d."><al>Het toezicht op en de uitvoering van de registratie van
                                        kinderen/jongeren in de leeftijd van 0 tot en met 22 jaar
                                        inclusief beide ouders, ter uitvoering van de Leerplichtwet,
                                        de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet op het
                                        voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra.</al></li><li nr="e."><al>Optreden als contractspartij namens de deelnemende
                                        gemeenten, in de rechtsverhouding tussen de Vereniging van
                                        Contracten en Attero N.V.c.q. haar rechtsopvolgers, inzake
                                        de verwerking van restafval en GFT-afval, alsmede het
                                        beheren van dat contract.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De taken die bij de belangenbehartiging als bedoeld in artikel 3,
                                zesde lid, horen, luiden als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>Het initiëren en stimuleren van en participeren in
                                        initiatieven op het gebied van cultuurhistorie en
                                        erfgoedbeheer.</al></li><li nr="b."><al>De zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden welke
                                        krachtens de Archiefwet 1995 naar de archiefbewaarplaats(en)
                                        van de Metropoolregio zijn overgebracht. </al></li><li nr="c."><al>Het toezicht op de niet-overgebrachte archiefbescheiden van
                                        de gemeenten en de intergemeentelijke
                                        samenwerkingsverbanden. </al></li><li nr="d."><al>Het adviseren van de gemeenten en de intergemeentelijke
                                        samenwerkingsverbanden op het gebied van de inrichting van
                                        de documentaire informatiehuishouding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in lid 3, is niet van toepassing op de gemeente
                                Gemert-Bakel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de rechtstreeks door de wet aan haar toegekende
                                bevoegdheden, is het bestuur van de Metropoolregio ter uitoefening
                                van haar taken, genoemd in artikel 4, eerste lid, bevoegd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Algemeen verbindende voorschriften te geven omtrent:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>het instellen en beheren van regionale investerings- en
                                stimuleringsfondsen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>het instellen en beheren van een regionaal mobiliteitsfonds;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de eigen organisatie en bedrijfsvoering.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een regionale agenda vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het oprichten van onderscheidenlijk deelnemen in stichtingen,
                                maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan
                                wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daarvan,
                                onverminderd het bepaalde in artikel 31a van de wet.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en
                                andere openbare lichamen vast te stellen en te wijzigen, alsmede het
                                toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Met één of meer gemeenten samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met
                                betrekking tot ondersteunende dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bevoegdheden die het bestuur van de Metropoolregio heeft ter
                                uitoefening van de taken als bedoeld in artikel 4, tweede lid,
                                luiden als volgt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Besluit woninggebonden subsidies: het verrichten van de
                                publiekrechtelijke rechtshandelingen die zijn genoemd in artikel 2,
                                van het Besluit verplichte afkoop woninggebonden subsidies.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Landgoed Gulbergen: het verrichten van publiekrechtelijke en
                                privaatrechtelijke rechtshandelingen zoals die zijn genoemd in het
                                besluit van het algemeen bestuur van 24 juni 2004 inzake de
                                taakstelling, werkwijze en samenstelling van de vaste commissie van
                                advies Voorziening Razob en beheersregels voor de vaste commissie
                                van advies Voorziening Razob.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Europese (subsidie)projecten: het verrichten van privaatrechtelijke
                                en publiekrechtelijke rechtshandelingen, voortvloeiend uit
                                respectievelijk reeds aangegane overeenkomsten en subsidies die zijn
                                verstrekt op het moment van inwerking treden van deze wijziging van
                                de regeling.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Centrale leerlingenregistratie: het verrichten van
                                publiekrechtelijke rechtshandelingen die zijn genoemd in het
                                Autorisatiebesluit van de minister van Binnenlandse Zaken en
                                koninkrijksrelaties d.d. 21 juli 2011, met kenmerk
                                BPR2011/50740.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Vereniging van contractanten: het verrichten van privaatrechtelijke
                                rechtshandelingen, genoemd in de onderliggende overeenkomst met de
                                gemeenten resp. N.V. Afvalsturing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bevoegdheden van het bestuur behorende bij de taken als bedoeld
                                in artikel 4, derde lid, zijn;</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het vaststellen van een verordening als bedoeld in artikel 30,
                                eerste lid, van de Archiefwet 1995 voor de zorg voor en het beheer
                                van de archiefbescheiden van de alle bestuursorganen van de
                                gemeenten die naar de regionale archiefbewaarplaats(en) zijn
                                overgebracht.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het aanwijzen van de gemeentelijke archiefbewaarplaats(en) als
                                bedoeld in artikel 31 van de Archiefwet 1995. Aan deze bevoegdheid
                                wordt uitvoering gegeven door het aanwijzen van één of meer
                                regionale archiefbewaarplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het benoemen, schorsen en ontslaan van een gemeentearchivaris als
                                bedoeld in artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995, in de
                                persoon van een streekarchivaris. De streekarchivaris dient gelet op
                                artikel 32 van de Archiefwet 1995 in het bezit dient te zijn van een
                                diploma archivistiek.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het vaststellen van een verordening als bedoeld in artikel 32,
                                tweede lid, van de Archiefwet 1995, met betrekking tot het toezicht
                                op het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenten door de
                                streekarchivaris. Onder het toezicht valt ook het toezicht op het
                                beheer van de archiefbescheiden van gemeenschappelijke organen en/of
                                de organen van openbare lichamen, voor zover dat toezicht door een
                                voorziening of het ontbreken daarvan bij een deelnemende gemeente
                                berust.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Het heffen van rechten ter zake van het genot van door of vanwege
                                het RHCe geleverde diensten aan particulieren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in lid 4, niet van toepassing op de gemeente
                                Gemert-Bakel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>NADERE UITWERKING TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Regionale Agenda</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt uiterlijk in november na aanvang van een
                                nieuwe bestuursperiode een regionale agenda vast voor een periode
                                van vier jaren, waarin wordt vastgelegd:</al><lijst><li nr="-"><al>het gezamenlijke toekomstbeeld van de regio;</al></li><li nr="-"><al>de van het toekomstbeeld afgeleide strategie op de vaste
                                        thema’s; </al></li><li nr="-"><al>de opgaven die op de vaste thema’s in gezamenlijkheid worden
                                        opgepakt en door de gemeenten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="-"><al>een beschrijving van de tijdelijke thema’s en de eventuele
                                        opgaven die daaruit voortvloeien.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regionale agenda wordt ieder jaar bij de vaststelling van de
                                begroting van de Metropoolregio geactualiseerd en opnieuw
                                vastgesteld door het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur betrekt bij zijn beslissing tot vaststelling en
                                jaarlijkse actualisering van de regionale agenda in ieder geval de
                                uitkomsten van de beraadslagingen van het regionaal platform. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De regionale agenda werkt in zoverre door in het beleid van
                                gemeenten dat zij richtinggevend is bij het maken van bindende
                                afspraken tussen de betrokken gemeenten over de thema’s
                                onderscheidenlijk de regionale opgaven, via bijvoorbeeld
                                convenanten, uitvoeringsarrangementen of businesscases.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De regionale agenda is voorts richtinggevend bij het bovenregionaal
                                positioneren van de regio door de bestuursorganen van de
                                Metropoolregio.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de regionale agenda
                                en de daarop gebaseerde voortgangsrapportages ligt bij de gemeenten.
                                Voor zover bindende afspraken worden gemaakt, worden die vastgelegd
                                in convenanten of beleidsovereenkomsten. De Metropoolregio heeft
                                geen bevoegdheden aangaande de uitvoering van de regionale opgaven
                                die uit de regionale agenda voortkomen. Uitvoering van de Regionale
                                opgaven is een verantwoordelijkheid van de colleges. De
                                Metropoolregio is niet bevoegd hierover rechtens bindende besluiten
                                te nemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Regionaal stimuleringsfonds</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Regionaal stimuleringsfonds strekt tot cofinanciering van
                                projecten die bijdragen aan de economische structuurversterking van
                                de regio en die passen binnen de kaders van de regionale agenda.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Regionaal stimuleringsfonds kan behalve als projectfinanciering
                                in voorkomende gevallen ook ingezet worden als
                                programmafinanciering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voor de wijze van verdeling van de
                                beschikbare middelen voorschriften op. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het regionale stimuleringsfonds wordt gevoed door een verplichte
                                gemeentelijke bijdrage op basis van het inwonertal van de gemeenten
                                en door eventuele bijdragen van derde partijen. Artikel 1van de
                                Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bijdrage wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting
                                voor het daaropvolgende begrotingsjaar vastgesteld door de algemeen
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bedrag per inwoner is voor iedere gemeente gelijk.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Regionaal mobiliteitsfonds</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het regionale mobiliteitsfonds strekt tot aanvullende
                                    financiering van regionale projecten en zal in beginsel alleen
                                    in de vorm van cofinanciering worden ingezet. </al><al/></li><li nr="2."><al>Het regionale mobiliteitsfonds strekt tot aanvullende
                                    financiering van regionale projecten die als zodanig zijn
                                    aangewezen in het regionaal verkeers- en vervoersplan.</al><al/></li><li nr="3."><al>Het regionale mobiliteitsfonds wordt gevoed door een verplichte
                                    gemeentelijke bijdrage op basis van het inwonertal van de
                                    gemeenten en door middelen die het Rijk beschikbaar stelt.
                                    Artikel 1 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al><al/></li><li nr="4."><al>De bijdrage wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting
                                    voor het daaropvolgende begrotingsjaar vastgesteld door de
                                    algemeen bestuur op basis van een meerjarenraming, die gebaseerd
                                    is op het meerjarige uitvoeringsprogramma behorende bij het door
                                    de algemeen bestuur vastgestelde regionaal verkeers- en
                                    vervoersplan. </al><al/></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Het bedrag per inwoner is voor iedere gemeente gelijk. </al><al/></li><li nr="6."><al>Indien het algemeen bestuur bij het aanwijzen van een regionaal
                                    project een of meer gemeenten heeft aangewezen die meer in het
                                    bijzonder baat heeft of hebben bij de realisering van dat
                                    regionale project, wordt een bijdrage uit het regionale
                                    mobiliteitsfonds alleen beschikbaar gesteld indien de aldus
                                    aangewezen gemeente(n) overeenkomstig de mate van het gebaat
                                    zijn, zoals door de algemeen bestuur aangegeven, eveneens een
                                    bijdrage verleent aan het regionale project.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESTUURSORGANEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Organen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Het openbaar lichaam kent de volgende organen:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter;</al></li><li nr="d."><al>de door het bestuur ingestelde commissies.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>HET ALGEMEEN BESTUUR</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Samenstelling </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur bestaat uit 24 leden. De raden van de
                                    gemeenten wijzen ieder één lid aan. De raad van de gemeente
                                    Eindhoven en van de gemeente Helmond wijzen voorts hun
                                    burgemeester aan als lid van het algemeen bestuur. Bovendien
                                    wijst de raad van de gemeente wiens lid door het algemeen
                                    bestuur wordt aangewezen als lid van het dagelijks bestuur ook
                                    een tweede lid aan. </al><al/></li><li nr="2."><al>De raden wijzen voor ieder lid van het algemeen bestuur een
                                    plaatsvervangend lid aan. Waar in dit artikel wordt gesproken
                                    over leden worden daarmee tevens de plaatsvervangende leden
                                    bedoeld.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een
                                    zittingsduur van 4 jaar en treden af op de dag waarop in het
                                    kader van een nieuwe zittingsperiode de raad een besluit neemt
                                    tot aanwijzing van de leden en plaatsvervangend leden van het
                                    algemeen bestuur.</al><al> Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen.</al><al/></li><li nr="4."><al>Wanneer het lidmaatschap van de raad of het college van
                                    burgemeester en wethouders eindigt, eindigt ook het
                                    (plaatsvervangend) lidmaatschap van het algemeen bestuur.</al><al/></li><li nr="5."><al>Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag
                                    nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het algemeen bestuur en
                                    aan de raad die het lid heeft aangewezen.</al><al/></li><li nr="6."><al>Indien tussentijds de plaats van een (plaatsvervangend) lid
                                    vacant komt, wijst de daartoe bevoegde raad zo spoedig mogelijk
                                    een nieuw (plaatsvervangend) lid aan.</al><al/></li><li nr="7."><al>Een lid van het algemeen bestuur dat op basis van het vijfde lid
                                    van dit artikel zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld,
                                    blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.</al><al/></li><li nr="8."><al>Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende
                                    bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.</al><al/></li><li nr="9."><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met
                                    de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één
                                    der gemeenten dan wel door of vanwege het bestuur van de
                                    Metropoolregio aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met
                                    ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld
                                    zij die in dienst van één der gemeenten dan wel van de
                                    Metropoolregio op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht
                                    werkzaam zijn.</al><al/></li><li nr="10."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op
                                    plaatsvervangende leden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement
                                    van orde vast. Dit reglement, en de daarin aangebrachte
                                    wijzigingen, worden aan de raden gezonden. De artikelen 19, 20,
                                    22, 26 en 28 tot en met 32 van de Gemeentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan niet bij of
                                    krachtens de wet is afgeweken.</al><al/></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar.
                                    Vergaderingen kunnen ingelast worden wanneer de voorzitter of
                                    het dagelijks bestuur dit nodig acht, of wanneer tenminste een
                                    vijfde gedeelte van de leden van het algemeen bestuur, onder
                                    opgave van redenen, dit schriftelijk verzoekt.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De
                                    deuren worden gesloten wanneer ten minste een vijfde gedeelte
                                    van de aanwezige leden hierom verzoeken en het algemeen bestuur
                                    hiertoe besluit of de voorzitter dit nodig acht.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet
                                    worden beraadslaagd of worden besloten over:</al></li><li nr="a."><al>de vaststelling en wijziging van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de vaststelling van de rekening;</al></li><li nr="c."><al>de vaststelling en actualisering van de regionale agenda;</al></li><li nr="d."><al>de vaststelling van het liquidatieplan;</al></li><li nr="e."><al>het verlenen van ontslag aan een lid van het dagelijks
                                    bestuur;</al></li><li nr="f."><al>de vaststelling of wijziging van gemeenschappelijke regelingen
                                    tussen de Metropoolregio en andere openbare lichamen, alsmede
                                    het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke
                                    gemeenschappelijke regeling, waarbij het algemeen bestuur
                                    deelnemer is;</al></li><li nr="g."><al>de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen,
                                    vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de
                                    ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan.</al><al/></li><li nr="5."><al>Derden kunnen worden uitgenodigd aan de beraadslagingen van het
                                    algemeen bestuur deel te nemen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>De taken en bevoegdheden die de Metropoolregio bij of krachtens de wet
                            en deze regeling toegekend heeft gekregen, berusten bij het algemeen
                            bestuur tenzij bij wet of in deze regeling anders is bepaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Besluitvorming </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het nemen van besluiten heeft ieder lid van het algemeen bestuur
                                in de vergadering twee stemmen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid, hebben de leden,
                                aangewezen door de raden van Eindhoven en Helmond en door de raad
                                van de gemeente die een extra lid mag aanwijzen op grond van het
                                bepaalde in artikel 10, eerste lid, laatste volzin, ieder één
                                stem.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De besluitvorming vindt met uitzondering van het bepaalde in het
                                vierde lid plaats bij meerderheid van stemmen van de aanwezige
                                leden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het tot stand komen van een beslissing over vaststelling van de
                                begroting, begrotingswijzigingen, jaarrekening en regionale agenda
                                is een gekwalificeerde meerderheid vereist van drie/vierde van hen
                                die een stem uitbrengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de
                                helft van het totale aantal stemgerechtigde leden van het algemeen
                                bestuur aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Jaarlijks wordt een vergaderschema vastgesteld van de data waarop
                                begroting en rekening worden behandeld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het vijfde lid niet
                                aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe
                                vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te
                                vinden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan bij toepassing van het zevende lid over
                                alle onderwerpen met uitzondering van de begroting, een
                                begrotingswijziging, jaarstukken en de regionale agenda,
                                beraadslagen en besluiten nemen ongeacht het aantal aanwezige
                                leden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Geheimhouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de
                            belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur,
                            omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent
                            de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden
                            overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de
                            behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken
                            kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar
                            opheft.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>HET DAGELIJKS BESTUUR</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Samenstelling </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit: </al><lijst><li nr="a."><al>De voorzitter, zijnde de burgemeester van Eindhoven.</al></li><li nr="b."><al>De vicevoorzitter, zijnde de burgemeester van Helmond. </al></li><li nr="c."><al>Eén overig uit het algemeen bestuur afkomstig lid, dat door het
                                    algemeen bestuur is aangewezen om zitting te nemen in het
                                    dagelijks bestuur. Dit lid heeft te gelden als tweede
                                    vicevoorzitter.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Zittingsduur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van elke
                                zittingsperiode de leden van het dagelijks bestuur aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dat bestuur af
                                op de dag, waarop de zittingsperiode van de leden van het algemeen
                                bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun
                                opvolging is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt,
                                wijst het algemeen bestuur, met inachtneming van het bepaalde in dit
                                artikel, een nieuw lid aan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter
                                oordeelt of tenminste twee leden de voorzitter schriftelijk en met
                                redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de
                                vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek
                                gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 53, 54 en 56 tot en met 59, van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn
                                vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt
                                gezonden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden
                                van het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden, onverminderd
                                het bepaalde in artikel 33c van de wet. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Taken en Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is in elk geval belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het voeren van het dagelijks bestuur van de Metropoolregio,
                                        voor zover niet bij of krachtens de wet of deze regeling het
                                        algemeen bestuur hiermee is belast;</al></li><li nr="b."><al>een voortdurend toezicht op al wat de Metropoolregio
                                        aangaat, waaronder in het bijzonder het bewaken van de
                                        regionale strategie op thema’s die zijn genoemd in de
                                        vigerende regionale agenda en het borgen van de kwaliteit
                                        van de samenwerking;</al></li><li nr="c."><al>het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur en
                                        de overlegorganen ter overweging en, voor zover van
                                        toepassing, ter beslissing zal worden voorgelegd;</al></li><li nr="d."><al>het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur;
                                    </al></li><li nr="e."><al>het voorstaan van de belangen van de Metropoolregio bij
                                        andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact
                                        voor de Metropoolregio van belang is;</al></li><li nr="f."><al>de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de
                                        Metropoolregio;</al></li><li nr="g."><al>de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de
                                        controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;</al></li><li nr="h."><al>het houden van toezicht op het beheer van de
                                        archiefbescheiden van de gemeenten en de zorg voor en het
                                        beheer van de archiefbescheiden van de gemeenten die naar de
                                        regionale archiefbewaarplaats zijn overgebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is bij zijn taakuitoefening in elk geval
                                bevoegd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>regels vast te stellen over de organisatie en bedrijfsvoering van de
                                Metropoolregio, met uitzondering van het statuut, als bedoeld in
                                artikel 2, vijfde lid juncto artikel 22, derde lid van deze
                                regeling;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan, voor zover die
                                bevoegdheid niet is voorbehouden aan het algemeen bestuur;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het benoemen, schorsen, ontslaan van de streekarchivaris;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, in het bijzonder
                                met een of meer gemeenten samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met
                                betrekking tot ondersteunende dienstverlening op contractbasis voor
                                taken waarmee het bestuur van de Metropoolregio belast is.</al><al> Uitgezonderd van deze bevoegdheid is het oprichten van
                                onderscheidenlijk deelnemen in Stichtingen, maatschappen,
                                vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de
                                ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daarvan;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en
                                andere openbare lichamen vast te stellen en te wijzigen, alsmede het
                                toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke
                                regeling, voor zover het collegebevoegdheden betreft;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve
                                beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop
                                verrichten, tenzij het algemeen bestuur voor zover het het algemeen
                                bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten
                                rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van
                                verjaring en verlies van recht of bezit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden
                                overdragen, met uitzondering van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het vaststellen en wijzigen van de begroting;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het vaststellen van de jaarrekening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het vaststellen van de regionale agenda;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het oprichten van of deelnemen in een stichting, maatschap,
                                vennootschap, coöperatie en vereniging dan wel het ontbinden daarvan
                                of het beëindigen van de deelname daaraan;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>het benoemen, schorsen en ontslaan van de
                                regiodirecteur/secretaris;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>het vaststellen van het statuut als bedoeld in artikel 2, vijfde
                                lid, juncto artikel 22, derde lid van deze regeling.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Geheimhouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in
                                artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een
                                besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken
                                die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding
                                opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering
                                behandelde wordt tijdens de vergadering opgelegd. De geheimhouding
                                wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die
                                van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen
                                totdat het dagelijks bestuur haar opheft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden
                                opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de
                                stukken die zij aan het dagelijks bestuur overleggen. Daarvan wordt
                                op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht
                                genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan
                                wel het algemeen bestuur haar opheft.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>VOORZITTER</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Aanwijzing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester van Eindhoven is de voorzitter van de
                                Metropoolregio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of ontstentenis wordt hij vervangen door de
                                vicevoorzitter of bij verhindering of ontstentenis van de
                                vicevoorzitter door de tweede vicevoorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 16, tweede lid en derde lid, is op de
                                voorzitter van overeenkomstige toepassing. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Rol en Taken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter is het nationale en internationale boegbeeld van de
                                regio. In het kader van deze taak brengt hij de regionale agenda in
                                op (inter)nationale en regionale podia. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het
                                algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Hij draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken. Alle stukken,
                                die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan
                                worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt de Metropoolregio in en buiten
                                rechte. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Hij kan de vertegenwoordiging aan de vicevoorzitter of een door hem
                                gemachtigde opdragen. In rechtsgedingen tussen de Metropoolregio en
                                de gemeente, waarvan de voorzitter lid van het bestuur is, wordt hij
                                vervangen door de vicevoorzitter. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>OVERLEGORGANEN, BESTUURSCOMMISSIES, ADVIESCOMMISSIES</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Overlegorganen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan overlegorganen instellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als overlegorgaan wordt in ieder geval ingesteld een regionaal
                                platform als kader stellend beraad voor de regionale opgaven. Tevens
                                is dit regionaal platform de plaats waar een gezamenlijk beeld van
                                de toekomst van de regio wordt gecreëerd en draagvlak wordt gewonnen
                                voor actie. Het is tot slot de plaats waar kennis en begrip voor
                                elkaar en elkaars inzet wordt gekweekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Werkwijze en samenstelling van overlegorganen worden geregeld in een
                                statuut.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bestuurscommissies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de
                                behartiging van bepaalde belangen, onverminderd het bepaalde in
                                artikel 25 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het dagelijks bestuur is voorzitter van een commissie
                                als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Commissies van advies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan besluiten commissies van advies in te
                                stellen, onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling van commissies van advies aan het dagelijks bestuur of
                                aan de voorzitter, geschiedt door het algemeen bestuur op voorstel
                                van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter,
                                onverminderd het bepaalde in artikel 24, derde lid, van de wet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>VOORHANGPROCEDURE, REGIODAG</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De raden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur maakt van de bevoegdheid tot vaststellen van de
                                regionale agenda en de jaarlijkse actualisering en van de
                                bevoegdheden neergelegd in artikel 5 eerst lid, onder c en d, geen
                                gebruik dan nadat de raden een ontwerp besluit is toegezonden en zij
                                gedurende een periode van ten minste twee maanden in de gelegenheid
                                zijn gesteld wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het
                                algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan besluiten andere dossiers dan die genoemd
                                in het eerste lid, te onderwerpen aan dezelfde voorhangprocedure als
                                bedoeld in het eerste lid. Daartoe behoort in ieder geval:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een voorstel inzake het instellen van een commissie als bedoeld in
                                artikel 23 van de regeling;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een voorstel voor een liquidatieplan in verband met een voorgenomen
                                opheffing van de regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur maakt in zijn uiteindelijke voorstel aan het
                                algemeen bestuur over de onderwerpen, genoemd in het eerste en
                                tweede lid, melding van de ontvangen reacties en zijn visie
                                daarop.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stuurt voorstellen die betrekking hebben op een
                                wijziging van de regeling toe aan de raden door tussenkomst van de
                                colleges, waarbij de raden ten minste twee maanden voor
                                besluitvorming wordt geboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur maakt geen gebruik van de mogelijkheden om de
                                raden een reactie te vragen als bedoeld in het derde lid indien naar
                                het oordeel van algemeen bestuur om redenen van spoed eerdere
                                besluitvorming noodzakelijk is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De colleges</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur maakt van de bevoegdheid neergelegd in artikel 5,
                            eerste lid, onder d, voor zover het een collegeregeling betreft, geen
                            gebruik dan nadat de colleges een ontwerpbesluit is toegezonden en zij
                            gedurende een periode van ten minste twee maanden in de gelegenheid zijn
                            gesteld wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het algemeen
                            bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Regiodag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur organiseert twee per jaar in de avonduren een
                            bijeenkomst voor raadsleden, waarin de ontwikkeling van de regio
                            centraal staat. Aan de orde komen onder meer de regionale opgaven voor
                            de komende periode en de resultaten van de afgelopen periode.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10</nr><titel>INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN TERUGROEPING</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Dagelijks bestuur / algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan
                                het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het
                                dagelijks bestuur gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen
                                die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig
                                heeft. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt van welke besluiten van het dagelijks
                                bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van
                                het algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen
                                bepalen waarin met ter inzage legging kan worden volstaan. Het
                                dagelijks bestuur laat de kennisgeving of ter inzage legging
                                achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar
                                belang.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, indien
                                dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit,
                                ontslag verlenen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Metropoolregio / raden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur van de Metropoolregio verstrekt schriftelijk aan de
                                colleges en de raden de door een of meer leden van die colleges en
                                raden gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk, voor zover dat
                                niet strijdig is met het openbaar belang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inlichtingen worden in ieder geval binnen twee maanden
                                schriftelijk verstrekt en wel door het dagelijks bestuur, tenzij de
                                inlichtingen uitdrukkelijk van het algemeen bestuur of de voorzitter
                                worden verlangd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Lid algemeen bestuur / raden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lid van het algemeen bestuur is aan de raad die dit lid heeft
                                aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het algemeen
                                bestuur gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad die hem heeft
                                aangewezen de door een of meer leden van die raad gevraagde
                                inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar
                                belang. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder
                                geval binnen twee maanden in een vergadering van die raad of
                                schriftelijk verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur,
                                indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit, als
                                zodanig ontslag verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze
                                waarop toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en
                                tweede lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11</nr><titel>PERSONEEL EN ORGANISATIE</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Ambtelijke organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Metropoolregio heeft ter ondersteuning van de bestuurlijke
                                samenwerking in de regio een eigen ambtelijke organisatie, aan het
                                hoofd waarvan de regiodirecteur staat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtelijke organisatie van de Metropoolregio:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ondersteunt de gemeenten door vanuit het overheidsdomein de
                                samenwerking te realiseren die noodzakelijk is om als regio krachtig
                                innovatief te zijn en te blijven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>ondersteunt de gemeenten bij de thema’s van de regionale
                                agenda;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>verbindt partijen in hun gezamenlijke belangen om regionale ambities
                                waar te maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijke organisatie van de Metropoolregio kan daarnaast op
                                contractbasis van gemeenten tijdelijke opdrachten uitvoeren die
                                passen binnen de regionale agenda. Deze opdrachten worden bekostigd
                                door de opdrachtgevers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur regelt de organisatie en de werkwijze van de
                                ambtelijke organisatie van de Metropoolregio.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Regiodirecteur / secretaris </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist over benoeming, schorsing en ontslag
                                van de regiodirecteur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regiodirecteur bekleedt tevens de functie van secretaris. Waar in
                                deze regeling verder gesproken wordt van regiodirecteur, wordt
                                daarmee tevens de functie van secretaris bedoeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor een benoeming wordt door het dagelijks bestuur een aanbeveling
                                gedaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De regiodirecteur is voor het dagelijks bestuur ambtelijk
                                opdrachtnemer en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken
                                door de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De regiodirecteur wordt formeel aangestuurd door het dagelijks
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de regiodirecteur bij
                                zijn verhindering of ontstentenis.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan in spoedeisende gevallen tot schorsing
                                overgaan. Het dagelijks bestuur doet van een besluit als bedoeld in
                                het vorige lid onmiddellijk mededeling aan het algemeen
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het besluit tot schorsing vervalt wanneer het algemeen bestuur het
                                niet in zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigt.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op de regiodirecteur en zijn plaatsvervanger(s) is artikel 102 van
                                de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Taak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regiodirecteur is het hoofd van de ambtelijke organisatie en
                                geeft daaraan leiding en sturing. Hij is eindverantwoordelijk voor
                                de organisatieontwikkeling, innovatie en de bedrijfsvoering van het
                                ambtelijk apparaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regiodirecteur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur,
                                de voorzitter en de advies- en overlegorganen bij de uitoefening van
                                hun taak terzijde. Hij of zij krijgt de opdracht om regionale
                                verbindingen te leggen en het regionale systeem van samenwerken te
                                optimaliseren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het
                                dagelijks bestuur aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De regiodirecteur pleegt structureel overleg met de strategische
                                adviseurs, dan wel gemeentesecretarissen van de gemeenten om de
                                bijeenkomsten van het regionaal platform voor te bereiden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Rechtspositie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur besluit over de benoeming, de schorsing en het
                            ontslag van de overige ambtenaren en personeel werkzaam op basis van een
                            arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt voor het personeel van het openbaar
                                lichaam de arbeidsvoorwaardenregeling vast conform de Collectieve
                                Arbeidsvoorwaarden voor het gemeentepersoneel (CAR) en de
                                uitwerkingsovereenkomst (UWO), dan wel de (gewijzigde) collectieve
                                arbeidsvoorwaardenregeling die daarvoor in de plaats komt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur beslist over de toepassing van overige
                                arbeidsvoorwaarden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12</nr><titel>FINANCIËLE BEPALINGEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Vergoedingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan alleen voor zijn leden, de leden van het
                                dagelijks bestuur en de voorzitter bij verordening een
                                tegemoetkoming in de kosten vaststellen. Deze verordening bevat
                                regels omtrent de hoogte en de toekenning van de tegemoetkoming in
                                de kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten bedraagt niet meer dan
                                de werkelijke kosten, mede rekening houdende met de tegemoetkoming
                                in de kosten welke de bestuurder ontvangt uit hoofde van zijn
                                lidmaatschap van een van de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van de werkzaamheden en de kosten van de leden van de
                                commissies, ingesteld met het oog op de behartiging van bepaalde
                                belangen, is het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Kadernota</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan
                            dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige
                            kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende
                            gemeenten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Begroting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerp begroting op van
                                het openbaar lichaam overeenkomstig het Besluit begroting en
                                verantwoording provincies en gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontwerp begroting geeft inzicht in de operationele kosten en de
                                te ontvangen inwonerbijdrage van de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de berekening van de in het tweede lid bedoelde inwonerbijdrage
                                wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar,
                                voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de
                                vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door
                                het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte
                                bevolkingscijfers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontwerpbegroting en -begrotingswijzigingen worden minimaal twee
                                maanden voordat deze worden vastgesteld door het algemeen bestuur
                                aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden om hen in de
                                gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Nadat de begroting is vastgesteld door het algemeen bestuur, zendt
                                het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting, aan de raden van de
                                deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun
                                zienswijze naar voren kunnen brengen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur
                                vastgestelde begroting vóór 1 augustus van het jaar voorafgaand aan
                                dat jaar waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Besluiten tot wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het
                                einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vierde lid vermelde, kunnen
                                begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een aanpassing van de
                                gemeentelijke bijdragen of tot een afwijking van de bestuurlijk
                                vastgestelde uitgangspunten van financieel beleid, direct worden
                                vastgesteld door het algemeen bestuur.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>Voorschotbepaling</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><al>De deelnemende gemeenten betalen jaarlijks voor 1 februari en voor 1
                            augustus van het betreffende jaar telkens de helft van de verschuldigde
                            bijdrage. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke rente
                            verschuldigd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Rekening </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de ontwerpjaarrekening met een
                                jaarverslag van het voorgaande jaar op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast
                                vóór 1 juli van het jaar volgend op het verslagjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur
                                vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar
                                volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt op, toe aan
                                gedeputeerde staten en de raden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Financiële gegoedheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat de
                                Metropoolregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om
                                aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien aan het dagelijks bestuur blijkt dat één van de gemeenten
                                weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het dagelijks
                                bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan
                                tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Financiële voorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast
                                voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de
                                inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt
                                dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle
                                wordt voldaan. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval
                                regels over:</al><lijst><li nr="a."><al>waardering en afschrijving van activa;</al></li><li nr="b."><al>algemene doelstellingen en te hanteren richtlijnen en
                                        limieten van de financieringsfunctie, alsmede de
                                        administratieve organisatie van de financieringsfunctie,
                                        daaronder begrepen taken en bevoegdheden, de
                                        verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                        informatievoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt bij verordening regels vast voor de controle op het
                                financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie.
                                Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële
                                beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt
                                getoetst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur wijst de accountant aan die belast wordt met de
                                controle op de in artikel 40 genoemde jaarrekening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De accountant zendt de accountantsverklaring en een verslag van
                                bevindingen aan het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De verordeningen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel
                                worden na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten en aan de
                                colleges van de gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Metropoolregio verzekert zich tenminste tegen:</al><lijst><li nr="a."><al>burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen
                                        en goederen;</al></li><li nr="b."><al>wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Als de verzekering een voor rekening van de Metropoolregio komende
                                schade niet dekt wordt deze gedragen door de Metropoolregio.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 13 </label><titel>ARCHIEF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor en het beheer van
                                de archiefbescheiden van de organen van de Metropoolregio. Dit
                                overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen
                                archiefverordening, die aan gedeputeerde staten moet worden
                                medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de
                                archiefbescheiden van de Metropoolregio is belast de in artikel 5,
                                derde lid, onder c, bedoelde archivaris van de regionale
                                bewaarplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij opheffing van de regeling wordt ten aanzien van de
                                archiefbescheiden een voorziening getroffen overeenkomstig artikel
                                4, eerste lid, van de Archiefwet 1995.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De overeenkomstig artikel 5 van de Archiefwet 1995 voor de gemeente
                                Eindhoven ontworpen en vastgestelde selectielijst(en) zijn van
                                overeenkomstige toepassing op de Metropoolregio. De Metropoolregio
                                blijft bevoegd om overeenkomstig artikel 5 van de Archiefwet 1995
                                nieuwe en/of aanvullende selectielijsten te (doen) ontwerpen en te
                                laten vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De bepalingen bij en krachtens de Archiefwet 1995 gesteld voor
                                gemeenten, zijn van overeenkomstige toepassing op de Metropoolregio,
                                tenzij in dit hoofdstuk daarin anders is voorzien. Waar in die
                                bepalingen gesproken wordt over de gemeente, de raad, het college
                                van burgemeester en wethouders en de burgemeester, wordt daarvoor
                                respectievelijk in de plaats gesteld de Metropoolregio, het algemeen
                                bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr></kop><al>Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel
                            13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de
                            Metropoolregio is aangewezen de regionale archiefbewaarplaats,
                            aangewezen overeenkomstig artikel 5, derde lid, sub b, van deze
                            regeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>14</nr><titel>EVALUATIE</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Evaluatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur zal per 1 januari 2017 het functioneren van de
                                Metropoolregio en de samenwerkingsrelatie met het regionaal platform
                                zoals vastgelegd in het statuut als bedoeld in bijlage 1 van deze
                                regeling, evalueren en daarvan voor 1 juli 2017 verslag uitbrengen
                                aan de colleges en de raden van de gemeenten, vergezeld van
                                conclusies en aanbevelingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderzoeksvraagstelling voor de uit te voeren evaluatie wordt
                                door het dagelijks bestuur voor 1 juli 2016 aan het regionaal
                                platform voor advies voorgelegd. Het algemeen bestuur stelt
                                aansluitend voor 1 januari 2017 de onderzoeksvraagstelling vast.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>15</nr><titel>TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Toetreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toetreding van een raad en college van een gemeente kan plaatsvinden
                                bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de raad en
                                college van die gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De colleges en raden van de gemeenten dienen in te stemmen met de
                                toetreding van een gemeentebestuur tot deze regeling middels een
                                gezamenlijk besluit tot wijziging van de regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan aan de toetreding nadere voorwaarden
                                verbinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toetreding gaat in met ingang van de datum, genoemd in het
                                gezamenlijke besluit, bedoeld in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gemeenteraad van de toegetreden gemeente gaat zo spoedig mogelijk
                                over tot het aanwijzen van (plaatsvervangende) leden in het algemeen
                                bestuur.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Uittreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad of het college van een gemeente kan uittreden uit de
                                regeling door toezending aan het algemeen bestuur van daartoe
                                strekkende besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt na overleg met het betrokken
                                bestuursorgaan, de financiële verplichtingen, alsmede de overige
                                gevolgen van de uittreding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uittreding kan niet eerder plaatsvinden dan op 1 januari van het
                                jaar volgend op dat waarin uittreding noodzakelijke wijziging van de
                                gemeenschappelijke regeling in werking is getreden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wijziging of opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door
                                het algemeen bestuur of door de raden van ten minste twee
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regeling wordt gewijzigd indien de bestuursorganen van de
                                deelnemende gemeenten daartoe eensluidend besluiten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit tot opheffing van deze regeling wordt niet genomen
                                voordat de betreffende bestuursorganen van de gemeenten daarmee
                                hebben ingestemd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het
                                algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden
                                van de gemeenten gedurende twee maanden hun zienswijze hebben kunnen
                                inbrengen, vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging
                                heeft voor het personeel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten,
                                voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming
                                van de verplichtingen van de Metropoolregio.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de
                                liquidatie.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het bestuur van de Metropoolregio blijft ook na het tijdstip van
                                opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is
                                voltooid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>16</nr><titel>GESCHILLENBESLECHTING</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Geschillen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr></kop><al>Geschillen omtrent de toepassing van de regeling, in de ruimste zin,
                            tussen besturen van de gemeenten of tussen besturen van een of meer
                            gemeenten en het bestuur van de Metropoolregio worden, overeenkomstig
                            artikel 28 van de Wgr, beslist door gedeputeerde staten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Klachten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr></kop><al> Voor de behandeling van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de
                            Algemene wet bestuursrecht, wordt door het algemeen bestuur een
                            voorziening getroffen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>17</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wgr-plus</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wettelijke taken en bevoegdheden, genoemd in artikel 5 van de
                                regeling, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de datum
                                van inwerkingtreding van deze wijziging, blijven gelden totdat de
                                Wet afschaffing plusregio’s in werking is getreden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling is een voortzetting van de regeling Samenwerkingsverband
                                Regio Eindhoven 2005, inclusief eerste, tweede en derde
                                wijziging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt op 1
                                januari 2015 in werking, onverminderd het bepaalde in artikel 26,
                                derde lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor tijdige bekendmaking van de
                                regeling in alle gemeenten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Citeertitel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling
                            Metropoolregio Eindhoven 2015’. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING METROPOOLREGIO EINDHOVEN</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al/><al>In de vergadering van de Regioraad van 13 december 2012 is een motie aangenomen
                    die oproept tot transformatie van de regionale samenwerking in onze regio. In de
                    regio wordt al jarenlangsamengewerkt. Deze samenwerking is aan vernieuwing toe.
                    De nieuwe bestuurlijke regionale samenwerking zal vorm krijgen in de
                    Metropoolregio Eindhoven. In de Regioraadvergadering van 19 februari 2014 is het
                    tweede deel van het Transformatieplan SRE vastgesteld. Daarin is door de
                    deelnemende gemeenten een gezamenlijke visie geformuleerd over de governance en
                    de samenwerking in Zuidoost-Brabant in de toekomst. Dit moet nu een formele
                    vertaling krijgen. Om dit te bewerkstelligen wordt de Gemeenschappelijke
                    RegelingSamenwerkingsverband Regio Eindhoven 2005 fundamenteel gewijzigd.</al><al/><al>Centraal in de Metropoolregio Eindhoven staat het regionaal platform. Alle leden
                    van de 21 colleges van burgemeester en wethouders vormen samen het regionaal
                    platform. Zij richten zich op drie regionale hoofdthema’s: economie, ruimte en
                    mobiliteit. Samen met andere overheden, bedrijfsleven,</al><al>kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties worden deze drie thema’s
                    verkend en wordt deregionale strategie bepaald. Dit wordt vastgelegd in de
                    vierjaarlijkse regionale agenda en jaarlijks geactualiseerd.</al><al/><al>In de regionale agenda worden de thema’s vastgelegd waar op regionale schaal
                    afspraken over moeten worden gemaakt. Deze regionale agenda wordt door de 21
                    gemeenteraden bekrachtigd. Inzogenaamde werkplaatsen worden de in de regionale
                    agenda benoemde opgaven en thema’s verkend en uitgewerkt. De resultaten van de
                    werkplaatsen worden voorgelegd aan het regionaal platform en als regionale
                    strategie verankerd in de regionale agenda, die weer (jaarlijks) naar alle
                    gemeenteraden gaat. Uitvoering van de regionale strategie wordt belegd bij
                    diverse regionale partners. Om elkaar te binden kunnen zij convenanten afsluiten
                    of soortgelijke uitvoeringsarrangementen. Terugkoppeling hierover aan de raden
                    geschiedt via de colleges van burgemeester en wethouders. </al><al/><al>De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft minimaal drie organen voor het
                    openbaar lichaam voor: de voorzitter, het dagelijks bestuur en het algemeen
                    bestuur. Daarnaast kan gewerkt worden met bestuurs- en adviescommissies. In het
                    Transformatieplan worden voorts benoemd de overlegorganen het regionaal
                    platform, werkplaatsen, gesprekstafels, commissies en werkgroepen. Dit levert
                    nogal wat bestuurlijke drukte op terwijl ook flexibiliteit gewenst wordt. Dit
                    dilemma is als volgt opgelost. </al><al/><al>De verplichte wettelijke organen zijn in de Gemeenschappelijke Regeling
                    Metropoolregio Eindhoven opgenomen. Dat geldt ook voor de in te stellen
                    bestuurscommissie Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) en eventuele
                    commissies van advies. De overlegorganen, waaronder het regionaal platform zijn
                    geen formele bestuursorganen van de Metropoolregio. Hiervoor wordt door het
                    algemeen bestuur het Statuut overlegorganen Metropoolregio Eindhoven
                    vastgesteld. Mocht het in de praktijk nodig zijn wijzigingen in de werkwijze
                    door te voeren dan kan dat snel gerealiseerd worden zonder dat aan de bevoegde
                    bestuursorganen van de deelnemende gemeenten om instemming gevraagd behoeft te
                    worden. Het regionaal platform dient beschouwd te worden als een kaderstellend
                    beraad ten dienste van zowel de colleges als het algemeen bestuur. In feite is
                    het algemeen bestuur het formele sluitstuk van de regionale overlegstructuur.
                    Gelet op de centrale rol van het regionaal platform in die overlegstructuur is
                    besloten haar een plaats te geven in de gemeenschappelijke regeling. </al><al/><al>De bestuurlijke samenwerking in de Metropoolregio Eindhoven wordt
                    organisatorisch ondersteund door een kleine ambtelijke organisatie. De dienst
                    SRE wordt met het oog daarop gereorganiseerd.De nieuwe bestuurlijke werkwijze is
                    flexibel en bottom–up. Door deze transformatie wordt</al><al>verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten voor de regionale samenwerking
                    versterkt. Gemeenten zullen zelf aan de slag moeten.</al><al/><al>Bij het vormgeven van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven
                    zijn er drie punten die bijzondere aandacht behoeven:</al><lijst><li nr="1."><al>Het ongewisse tijdstip van inwerkingtreding van de Wet afschaffing
                            plusregio’s.</al></li><li nr="2."><al>De afbouw van taken, de regeling van lopende verplichtingen en
                            afslanking van de organisatie van de ambtelijke organisatie van het
                            SRE.</al></li><li nr="3."><al>De noodzaak om voor het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven een
                            bestuurlijke infrastructuur in stand te houden.</al></li></lijst><al>Deze aandachtspunten maken het dat de Metropoolregio Eindhoven bij de start
                    gedurende een bepaalde periode een tweetal rollen te vervullen heeft: het
                    strategisch sterk positioneren van Zuidoost-Brabant op de benoemde thema’s en
                    het op een goede en zorgvuldige wijze afwikkelen en borgen van taken die
                    voortvloeien uit het functioneren van het Samenwerkingsverband Regio
                    Eindhoven.</al><al/><al>Bij de vaststelling van het Transformatieplan is uitgegaan van het vervallen van
                    de Wgr-plusstatus van het SRE per 1-1-2015. De vraag is of dat tijdschema
                    gehaald wordt, nu de parlementaire behandeling van het wetsontwerp afschaffing
                    plusregio’s vertraging ondervindt. Mogelijkerwijs schuift de datum van
                    inwerkingtreding van de wet wat verder naar achteren. Bij de wijziging van de
                    gemeenschappelijke regeling moest daarom rekening gehouden worden met het
                    voorlopig continueren van de plustaken, Formeel blijven een aantal bevoegdheden
                    bij het algemeen bestuur (voorheen regioraad geheten) berusten.</al><al/><al>Door de Regioraad SRE is bij de vaststelling van het Transformatieplan ervoor
                    gekozen een aantal taken over te dragen aan gemeenten en subregio’s. Het betreft
                    het convenant Stedelijk Gebied Eindhoven (de gelijknamige bestuurscommissie is
                    inmiddels opgeheven), Gebiedsgerichte Economische Ontwikkeling (GEO) en
                    Vrijetijdseconomie, Rijk van Dommel en Aa, Brainport Avenue, Energietransitie,
                    Materialentransitie Gezonde leefomgeving en Routestructuren. Deels is deze
                    overdracht doorgevoerd per 1-1-2014, deels zal de overdracht medio 2014
                    gerealiseerd zijn. Ervaren wordt dat bij deze overdracht van taken rafelrandjes
                    ontstaan waarbij nagedacht moet worden hoe deeltaken het best georganiseerd
                    kunnen worden. Voorbeelden daarvan zijn het beheer van subsidieregelingen
                    SIR/SAR en het beheer van het project Gulbergen. Geconcludeerd is dat op
                    juridische, financiële en organisatorische gronden de Gemeenschappelijke
                    Regeling Metropoolregio Eindhoven hierover het beheer moet houden. Aangezien de
                    Metropoolregio in juridisch opzicht de voortzetting is van het SRE, en er dus
                    geen sprake is van taakoverdracht, kan dat alles zonder meer doorgevoerd worden.
                    Als voorbeeld mag verder dienen de positie van de Metropoolregio als Regionaal
                    bureau leerplicht in het kader van toezicht en registratie van kinderen/jongeren
                    tot 22 jaar. Het innemen van die positie heeft te maken met eisen die het Rijk
                    stelt bij het opzetten van een regionale leerlingenregistratie. Toegang tot de
                    Brp (basisregistratie personen)-gegevens dient in die situatie verschaft te
                    worden door een buiten gemeentelijk bestuursorgaan. De taak van de
                    Metropoolregio blijft hier beperkt tot het uitoefenen van rechten in verband met
                    het formele eigendom van de regionale voorziening. </al><al>Momenteel maakt het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) onderdeel uit
                    van het SRE. De vraag hoe dit organisatieonderdeel na de vorming van de
                    Metropoolregio Eindhoven op de schaal van Zuidoost-Brabant bestuurlijk
                    gepositioneerd moet worden, kan thans nog niet eenduidig beantwoord worden. Om
                    die reden is ervoor gekozen om deze taak vooralsnog deel uit laten maken van het
                    takenpakket van de Metropoolregio Eindhoven. Wel wordt voorgesteld voor het
                    beheer van dit organisatieonderdeel een bestuurscommissie in het leven te
                    roepen. Enerzijds biedt dat een ontlasting voor het dagelijks bestuur en
                    anderzijds biedt dat de mogelijkheid om op een zorgvuldige wijze plannen te
                    ontwikkelen voor de toekomstige taakuitoefening door het RHCe en de bestuurlijke
                    positionering ervan. Dit laatste punt zal onderwerp van bespreking kunnen zijn
                    bij de eerste evaluatie van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio
                    Eindhoven in 2017. </al><al/><al>Uit het vorenstaande volgt dat het openbaar lichaam Metropoolregio Eindhoven als
                    product van de transformatie van het SRE, naast een aantal strategisch taken,
                    ook te maken heeft met de afwikkeling van de Wgr-plusstatus van het SRE en met
                    het al dan niet tijdelijk verrichten van een aantal meer beheersmatige taken.
                    Opties om die laatstgenoemde taken anders te organiseren stuiten op een aantal
                    inhoudelijke bezwaren. Getracht is bij de redactie van de gewijzigde
                    gemeenschappelijke regeling zoveel mogelijk rekening te houden met het apart
                    benoemen van de verschillende categorieën taken. Dat is gebeurd in Hoofdstuk II
                    van de gemeenschappelijke regeling. Het verder uit elkaar trekken van de
                    belangen, taken en bevoegdheden van de Metropoolregio door de traditionele
                    SRE-taken verderop in de gemeenschappelijke regeling in een apart hoofdstuk te
                    benoemen stuit op juridische bezwaren. Die verplichte elementen van een
                    gemeenschappelijke regeling dienen integraal aan de voorzijde te worden
                    benoemd.</al><al>Voor de zogenaamde plus-taken ligt dat in zoverre anders dat de taken en
                    bevoegdheden wettelijk vastliggen en alleen om die reden voorlopig worden
                    voortgezet. Het vervallen van de plusstatus, leidt automatisch tot het wegvallen
                    van die taken. Nu daar een vaste, wettelijke, datum aan verbonden is, maken de
                    plustaken onderdeel uit van het hoofdstuk met overgangs- en slotbepalingen. </al><al/><tussenkop>Wettelijk kader</tussenkop><al/><al>Op deze gemeenschappelijke regeling is van toepassing de Wet gemeenschappelijke
                    regelingen zoals deze luidt na inwerkingtreding van de Wijziging van de Wet
                    gemeenschappelijke regelingen en een aantal andere wetten in verband met de
                    dualisering van het gemeente- en provinciebestuur en de invoering van een
                    bedrijfsvoeringsorganisatie met rechtspersoonlijkheid, alsmede de regeling van
                    diverse andere onderwerpen. Het wetsonderwerp met nr. 33597 is op het moment van
                    schrijven van deze toelichting in behandeling bij de Eerste Kamer der
                    Staten-General en treedt mogelijkerwijs al in de loop van 2014, maar naar
                    verwachting uiterlijk 1 januari 2015, in werking. Daarmee worden een aantal
                    duale elementen ingevoerd in de werkwijze van een gemeenschappelijke regeling,
                    waarbij een openbaar lichaam is ingesteld. Zo krijgt het dagelijks bestuur eigen
                    bevoegdheden en heeft het algemeen bestuur ruimere bevoegdheden bij het
                    controleren van het dagelijks bestuur bij haar taakuitoefening. Ook is de
                    democratische legitimatie verbeterd, bijvoorbeeld door het verruimen van de
                    reactietermijn van raden voor het kenbaar maken van een zienswijze op het
                    ontwerp begroting van het openbaar lichaam.</al><al/><al>Door de invoering van deze duale elementen is het niet meer nodig dat de Wet
                    gemeenschappelijke regelingen nog langer verwijst naar de Gemeentewet zoals die
                    luidde voor invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur. Artikel 136 van de
                    Wet gemeenschappelijke regelingen, dat die verwijzing regelde, komt na het in
                    werking treden van de gewijzigde wet te vervallen.</al><al/><tussenkop>Democratische legitimatie</tussenkop><al/><al>De gemeenschappelijke regeling van de Metropoolregio is een gemengde regeling.
                    Hierin worden op beperkte schaal raads- en collegebevoegdheden belegd. Deze
                    bevoegdheden moeten op grond van de wet helder worden omschreven in de
                    gemeenschappelijke regeling. Deels is dat relevant voor de gang van zaken in het
                    rechtsverkeer, deels is dat ook van belang voor de democratische verantwoording
                    aan de raden van de deelnemende gemeenten. De Metropoolregio Eindhoven is na het
                    wegvallen van de Wgr-plustaken nog meer aan te merken als een vorm van verlengd
                    lokaal bestuur. Beslissingsmacht over uitvoering van de regionale agenda komt te
                    liggen bij de gemeenten. De eigenstandige bevoegdheden van de Metropoolregio als
                    de plaats waar strategie wordt ontwikkeld, blijven beperkt tot het vaststellen
                    van de regionale agenda, begroting, jaarrekening en het stellen van algemeen
                    verbindende voorschriften inzake het beheer van investerings- en
                    stimuleringsfondsen en de eigen organisatie en bedrijfsvoering.</al><al/><al>In het voorgestane besturingsmodel ligt het accent bij de strategische
                    samenwerking op de kaderstelling door het regionaal platform. Door het opnemen
                    van de uitkomsten van het kaderstellend beraad in de regionale agenda door het
                    algemeen bestuur en het bekrachtigen daarvan door de raden van de deelnemende
                    gemeenten, is de inhoudelijke betrokkenheid bij en finale besluitvorming door de
                    gemeenteraden gewaarborgd. Datzelfde geldt voor de actualisering van de
                    regionale agenda die jaarlijks gelijktijdig met de ontwerp begroting eveneens
                    aan de gemeenteraad voor het kenbaar maken van een zienswijze wordt aangeboden.
                    Concrete uitvoering van de regionale agenda is zoals gezegd een zaak van de
                    gemeenten gezamenlijk en wordt zo nodig geregeld via af te sluiten convenanten
                    of soortgelijke uitvoeringsarrangementen.</al><al/><al>De Metropoolregio is belast met de registratie van de uitvoering van de door de
                    gemeenten gemaakte afspraken zoals omschreven in de regionale agenda en
                    eventuele uitvoeringsarrangementen. Het is de bedoeling dat de voortgang van de
                    werkzaamheden door de colleges actief ter hand genomen en gemonitord wordt door
                    het dagelijks bestuur, zodat deze zo nodig tijdens de loop van het jaar
                    bijgestuurd kunnen worden tijdens het overleg in het regionaal platform. De
                    colleges van burgemeester en wethouders kunnen daarover periodiek aan hun
                    gemeenteraden rapporteren. In samenspraak zal bezien moeten worden op welke
                    wijze dat het beste vormgegeven kan worden binnen elke gemeente. </al><al/><al>Door de Metropoolregio zal daarnaast periodiek gerapporteerd worden aan de
                    colleges van burgemeester en wethouders over de bij het openbaar lichaam
                    berustende taken ingevolgde de Wgr-plus en de overige nog bij het openbaar
                    lichaam berustende taken voortvloeiend uit het functioneren van het
                    Samenwerkingsverband Regio Eindhoven in het verleden.</al><al>De Wet gemeenschappelijke regelingen kent een expliciete regeling van
                    verantwoording, inlichtingenplicht en ontslagmogelijkheid. </al><al>Die regeling heeft in de eerste plaats betrekking op de verhouding dagelijks
                    bestuur en algemeen bestuur, maar daarnaast ook op het lid van het algemeen
                    bestuur naar de eigen gemeenteraad. Daarnaast is het college van burgemeester en
                    wethouders zowel individueel als ook gezamenlijk op grond van de Gemeentewet
                    verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad voor het gevoerde bestuur (zie
                    artikel 169 Gemeentewet). De gemeenteraad bestaat uit de gekozen
                    volksvertegenwoordigers, die door hun verkiezing democratisch gelegitimeerd
                    zijn. Zo kan een raad gebruik maken van het enquêterecht ex artikel 155a
                    Gemeentewet ten aanzien van de eigen bestuurders. De gemeentelijke
                    rekenkamer(commissie) kan onderzoek doen naar de doelmatigheid en
                    doeltreffendheid bij de Metropoolregio (artikel 184 Gemeentewet).</al><al/><al>In financieel opzicht blijven de gemeenteraden in positie omdat zij jaarlijks
                    hun zienswijze kenbaar kunnen maken over de ontwerpbegroting. Door toezending
                    van de jaarrekening van het openbaar lichaam wordt achteraf verantwoording
                    afgelegd. Eerder is dat intern gebeurd bij de aanbieding van de jaarrekening
                    door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam.
                    Ten slotte wordt opgemerkt dat indien een tussentijdse begrotingswijziging nodig
                    is, die leidt tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdrage, de raden van de
                    deelnemende gemeenten wederom in de gelegenheid zijn zich daarover uit te
                    spreken en hun zienswijze kenbaar te maken.</al><al/><al>Het aangaan van een gemeenschappelijke regeling leidt tot een bestuurlijk
                    complexe situatie. Hiervoor is aangegeven dat er voor de gemeenteraden als
                    democratisch gekozen volksvertegenwoordiging wel degelijk juridische
                    mogelijkheden aanwezig zijn om betrokken te blijven bij het functioneren van
                    gemeenschappelijke regelingen en om de door hen aangewezen leden van het
                    algemeen bestuur verantwoording te blijven vragen. Wel is het zo dat het aangaan
                    van een samenwerking met andere gemeenten binnen een openbaar lichaam leidt tot
                    gezamenlijk genomen besluiten waarbij de invloed van individuele gemeenteraden
                    afneemt. Rode draad is en blijft ook naar de toekomst toe de zorg voor het goed
                    blijven onderhouden van een tijdige adequate informatievoorziening naar de raden
                    van de deelnemende gemeenten. </al><al/><tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2 Openbaar lichaam</tussenkop><al/><al>Het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven bezit als openbaar lichaam
                    rechtspersoonlijkheid. Na wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling
                    Samenwerkingsverband Regio Eindhoven 2005 in de Gemeenschappelijke Regeling
                    Metropoolregio Eindhoven 2015 wordt deze status gecontinueerd. De Metropoolregio
                    Eindhoven kan hierdoor zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen.</al><al/><al>In het vijfde lid wordt gemeld dat de verschillende overlegorganen geregeld
                    zullen worden in een statuut. Die keuze is gemaakt enerzijds om veel
                    bestuurlijke drukte te vermijden en anderzijds om slagvaardig te kunnen opereren
                    bij noodzakelijk geachte wijzigingen in de overlegstructuur. Voor het regionaal
                    platform is in die zin een uitzondering gemaakt dat dit overlegorgaan expliciet
                    genoemd is in de gemeenschappelijke regeling. Het bestaan als zodanig van dit
                    kaderstellend beraad is daarmee verzekerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Belangen en Doelen</tussenkop><al/><al>De Wet gemeenschappelijke regelingen verplicht een of meer belangen te benoemen
                    (artikel 1, eerste lid en artikel 10, eerste lid van de Wgr). Deze moeten helder
                    zijn omschreven omdat een open taakstelling wettelijk niet is toegestaan
                    (gesloten huishouding). De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven
                    benoemt verschillende te behartigen belangen. De belangen die de Metropoolregio
                    primair dient, zijn opgenomen in artikel 3, eerste tot en met vierde lid. De in
                    artikel 3, vijfde en zesde lid, genoemde belangen, vloeien voort uit het huidig
                    functioneren van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven en duren al dan niet
                    tijdelijk voort na het inwerkingtreden van deze wijziging. </al><al>In de algemene toelichting is uitgelegd waarom de belangenbehartiging niet
                    verder uit elkaar getrokken kan worden dan thans gedaan. </al><al/><tussenkop>Artikel 4 Taken</tussenkop><al/><al>De in artikel 4, eerste lid, benoemde taken zijn gericht op het tot stand
                    brengen van de regionale strategie op de hoofdthema’s: economie, ruimte en
                    mobiliteit, die uitgewerkt wordt in de regionale agenda. De eigenlijke taken van
                    de Metropoolregio derhalve. In de omschrijving van de taken komt voorts tot
                    uitdrukking dat de Metropoolregio een faciliterende organisatie is ten behoeve
                    van de deelnemende gemeenten. Om de strategische opgaven van de Metropoolregio
                    vorm te kunnen geven is inzet van de regionale investerings- en
                    stimuleringsfonds en een mobiliteitsfonds noodzakelijk. Dat vraagt om een
                    adequaat beheer en verantwoording, ook naar andere overheden.</al><al/><al>De in artikel 4, tweede lid, benoemde taken vloeien voort uit het functioneren
                    van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven en zijn beheersmatig van aard.
                    Afbouw van deze taken dient te geschieden met in acht neming van alle
                    inhoudelijke financiële en juridische belangen. Dat kan in voorkomend geval
                    betekenen dat de Metropoolregio Eindhoven enkele van deze taken nog geruime tijd
                    zal moeten behartigen. Het ligt in de rede dat het dagelijks bestuur over de
                    voortgang van de afbouw van de taken periodiek verslag doet aan het algemeen
                    bestuur.</al><al/><al>Artikel 4, derde lid, heeft betrekking op de taken van het Regionaal Historisch
                    Centrum Eindhoven (afgekort: RHCe). Naast uitvoeren van de wettelijke taken op
                    het gebied van archiefzorg heeft het RHCe ook een taak op het vlak van bewaren
                    en toegankelijk maken van het cultureel erfgoed van de regio. Er is voorafgaand
                    aan het opstellen van deze gemeenschappelijke regeling een bestuurlijke
                    discussie geweest over het bedrijfsmatig functioneren. Die is op 19 februari
                    2014 afgesloten met de vaststelling van een geactualiseerd bedrijfsplan
                    2014-2017 door de Regioraad van het SRE. De verdeling van de kosten over de
                    deelnemende gemeenten is vereenvoudigd. De kosten worden verdeeld op basis van
                    óf inwoneraantal óf strekkende meters archief. </al><al>De vraag is gesteld of het beheer van het RHCe nog wel thuis hoort binnen de
                    Metropoolregio Eindhoven. Vooralsnog wordt deze beheertaak gehandhaafd binnen
                    deze gemeenschappelijke regeling. Het toezicht op de taakuitoefening wordt
                    belegd bij een bestuurscommissie. De toekomst zal moeten uitwijzen of andere
                    bestuurlijke opties voor het onderbrengen van deze overheidstaak de voorkeur
                    verdienen. Het dagelijks bestuur van de Metropoolregio Eindhoven zal in
                    samenspraak met de bestuurscommissie daarover rapporteren aan het algemeen
                    bestuur.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Bevoegdheden</tussenkop><al/><al>Het openbaar lichaam is de meest vergaande vorm van samenwerking waaraan in
                    beginsel alle gemeentelijke bevoegdheden kunnen worden overgedragen waaronder de
                    verordende bevoegdheid van de gemeenteraad. Bij het redigeren van de
                    gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven is hiervan een bescheiden
                    gebruik gemaakt. De over te dragen verordenende bevoegdheid van de
                    Metropoolregio is beperkt tot het beheer en instellen van de regionale
                    investeringsfondsen en stimuleringsfonds en van het regionaal mobiliteitsfonds.
                    De te vertrekken uitkeringen(subsidies of renteloze leningen uit genoemde
                    fondsen) moeten gebaseerd zijn op een wettelijke grondslag. Daarnaast behoeft de
                    organisatie verordenende bevoegdheid ten behoeve van de eigen organisatie en
                    bedrijfsvoering (bijvoorbeeld Statuut overlegorganen, archiefverordening,
                    verordening op de Bestuurscommissie Regionaal historisch centrum
                    Eindhoven).</al><al/><al>De Metropoolregio Eindhoven heeft geen bevoegdheden ten aanzien van de
                    uitvoering van de regionale opgaven. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk om dat
                    gezamenlijk en al dan niet in samenwerking met het bedrijfsleven en onderwijs te
                    regelen. In de werkplaatsen zullen daarvoor door de bestuurlijke trekkers
                    allianties gesmeed moeten worden, die ondersteuning dienen te verwerven in het
                    regionaal platform. Dat is pas anders als de deelnemende gemeenten de
                    Metropoolregio Eindhoven machtigen namens hen gezamenlijke afspraken te
                    maken.</al><al/><al>De bevoegdheid van het bestuur om zelfstandig deel te nemen aan andere
                    gemeenschappelijke regelingen vloeit voort uit de wens om slagvaardig te kunnen
                    opereren. Middels de in hoofdstuk 9 geïntroduceerde voorhangprocedure is de
                    terugkoppeling naar respectievelijk de colleges en raden van de deelnemende
                    gemeenten vooraf verzekerd.</al><al>De bevoegdheden ten aanzien van de beheertaken en het RHCe komen overeen met de
                    huidige afspraken. Per beheertaak zijn die uitgesplitst. </al><al>Gemeenten dienen te beseffen dat de overdracht van bevoegdheden aan de
                    Metropoolregio op het gebied van respectievelijk de zorg voor, het beheer van en
                    het toezicht op de archiefbescheiden, met zich brengt dat zij dienaangaande geen
                    voorschriften meer kunnen stellen. Zo zijn zij niet langer bevoegd zelf een
                    gemeentelijke archiefbewaarplaats voor de over te brengen archiefbescheiden aan
                    te wijzen en is ook de benoeming van de archivaris overgedragen aan de
                    Metropoolregio. In specifieke gemeenschappelijke regelingen, zoals Peel 6.1,
                    Dommelvallei en de A2, kan hiervan niet worden afgeweken, nu een bevoegdheid
                    maar eenmaal kan worden overgedragen. Deze regel lijdt dan in zoverre weer
                    uitzondering, dat in geval aan een openbaar lichaam bevoegdheden worden
                    gedelegeerd of het haar eigen bevoegdheden betreft, de onderliggende
                    gemeenschappelijke regeling een voorziening dient te bevatten over de zorg en
                    het beheer van de eigen archiefbescheiden, waarbij kan worden afgeweken van de
                    regeling over het RHCe. </al><al/><tussenkop>Artikel 6 Regionale agenda</tussenkop><al/><al>De regionale agenda bevat de toekomstvisie en de strategie van de gemeenten in
                    de regio Eindhoven op de vaste thema’s. De regionale agenda is de
                    spreekwoordelijke stip aan de horizon voor de gemeenten. Vaststelling gebeurt
                    nadat alle gemeenteraden zich over het ontwerp hebben uitgesproken. De regionale
                    agenda is een dynamisch document, dat een lange termijn perspectief biedt en een
                    programma met een doorkijk van 4 jaar. Jaarlijks wordt de regionale agenda bij
                    de vaststelling van de begroting aangepast en bijgesteld en verschuift de
                    termijn met een jaar. Door de koppeling aan de begroting van de Metropoolregio
                    Eindhoven zijn de raden van de gemeenten in de gelegenheid ook over de
                    voorgestelde aanpassing van de regionale agenda hun opvattingen kenbaar te maken
                    aan het algemeen bestuur.</al><al/><al>Uitgangspunt is dat de regionale agenda door de deelnemende gemeenten wordt
                    aangemerkt als het strategisch beleidsdocument voor de door de gemeenten
                    gezamenlijk op te pakken regionale thema’s en de daarop gebaseerde opgaven. Met
                    behoud van eigen bevoegdheden conformeren de bevoegde organen van de gemeenten
                    zich aan de algemene doelstelling van de samenwerking: het realiseren van de
                    opgaven in de regionale agenda ter versterking van de internationale
                    concurrentiepositie van de regio. Op die manier kunnen gemeenten elkaar
                    aanspreken op het maken van elkaar bindende afspraken. Door op deze manier samen
                    te werken, ondersteund door de Metropoolregio, kan meer bestuurskracht
                    gegenereerd worden. Dat maakt het ook mogelijk de regio Eindhoven landelijk
                    sterker te positioneren als industriële mainport van Nederland.</al><al/><al>Gemeenten zijn de dragende pijlers van de Metropoolregio. Zij zijn
                    verantwoordelijk voor de uitvoering van de regionale agenda en de daarop
                    gebaseerde jaarlijkse voortgangsrapportages (actualisaties). Afspraken hierover
                    dienen vastgelegd te worden in convenanten of beleidsovereenkomsten met daarbij
                    behorende financiële arrangementen. Deze financiële afspraken worden niet
                    opgenomen in de begroting van de Metropoolregio Eindhoven doch in de begrotingen
                    van de betrokken gemeenten.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Regionaal Stimuleringsfonds / Investeringsfondsen /
                    REAP</tussenkop><al/><al>Binnen de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Regio Eindhoven was
                    formeel geborgd het Stimuleringsfonds. Bij de vaststelling van het eerste deel
                    van het Transformatieplan is besloten dit fonds en de voeding ervan te
                    handhaven. Ook de Metropoolregio Eindhoven wil een bijdrage leveren aan de
                    economische structuurversterking van de regio. Regionale middelen worden ingezet
                    voor cofinanciering. Dat wil zeggen dat ook andere partijen (Europa, Rijk,
                    provincie, gemeenten, private partners) een bijdrage leveren aan
                    samenwerkingsprojecten met een aantoonbaar regionaal economisch effect. De
                    provincie heeft inmiddels besloten de financiële middelen van het Regionaal
                    Economisch Actie Programma (REAP) toe te voegen aan het regionale
                    Stimuleringsfonds. De middelen worden met name ingezet op projecten die
                    bijdragen aan de strategische agenda van de regio. Daarmee wordt het
                    structuurversterkende karakter van het Stimuleringsfonds geborgd. Het algemeen
                    bestuur stelt voor de wijze van verdeling van de beschikbare middelen
                    voorschriften op. </al><al/><al>Daarnaast is er in het verleden vanuit het programma Gebiedsgerichte Economische
                    Ontwikkeling, de op individuele MKB-ers gerichte SRE Investerings- en
                    Adviesregeling ontstaan. Deze SIR en SAR hebben tot doel om vernieuwende
                    bedrijfsmatige activiteiten te stimuleren. De regelingen richten zich op
                    structurele bedrijfsmatige activiteiten in de vrijetijdseconomie en/of
                    plattelandseconomie. Daarbij gaat het met name om die MKB bedrijven te
                    ondersteunen, die in én voor de doelregio een toegevoegde waarde leveren. Tot de
                    plattelandseconomie worden ook die activiteiten in het stedelijk gebied
                    gerekend, die een duidelijke relatie en daardoor meerwaarde hebben
                    respectievelijk met en voor het landelijk gebied. De SIR en SAR zijn vormgegeven
                    als subregelingen onder het Stimuleringsfonds. Het algemeen bestuur zal gegeven
                    de gewijzigde doelstelling van de Metropoolregio Eindhoven moeten bezien of deze
                    subregelingen in de toekomst gecontinueerd kunnen of dat alsnog gekozen moet
                    worden voor een afbouwscenario.</al><al>Op verzoek van de provincie Noord-Brabant heeft de Metropoolregio Eindhoven
                    tevens zitting in de Stuurgroep voor uitvoering van het provinciale Regionaal
                    Economisch Actie Programma (REAP). Dit programma wordt regionaal uitgevoerd. De
                    provincie Noord-Brabant heeft het SRE verzocht om de uitvoering van het
                    programma met ingang van 2014 over te nemen. Daardoor is verdergaande afstemming
                    tussen REAP en het Stimuleringsfonds mogelijk. Formeel is de uitvoering van het
                    REAP evenals de uitvoering van SIR en SAR niet gelinkt aan gemeentelijke
                    bijdragen. Uitvoering van deze regeling geschiedt evenwel onder de paraplu van
                    het regionaal Stimuleringsfonds. </al><al/><al>In de nadere uitwerking is gekozen voor de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="a."><al>Het Regionaal Verkeers- en Vervoersplan blijft buiten beschouwing omdat
                            vanwege de dominantie van investeringen voor verkeersinfrastructuur,
                            niet is gekozen voor integratie van het regionale mobiliteitsfonds in
                            het regionale stimuleringsfonds. </al></li><li nr="b."><al>De besluiten van het algemeen bestuur tot vaststelling van de
                            gemeentelijke basisbijdrage zijn gebonden aan het vereiste van een
                            gekwalificeerde meerderheid van het aantal aanwezige stemmen (via de
                            begroting). Uitgangspunt daarbij is met name het creëren van een zo
                            breed mogelijk draagvlak.</al></li><li nr="c."><al>Bij voorstellen aan het algemeen bestuur over de vaststelling van de
                            inwonerbijdrage en bij het verleggen van accenten in de besteding, laat
                            het dagelijks bestuur zich adviseren door een overleg van
                            portefeuillehouders.</al></li><li nr="d."><al>De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het regionale
                            ambitieniveau. Dit ambitieniveau dient te zijn aangegeven in de
                            regionale agenda.</al></li><li nr="e."><al>De bestedingen van het fonds kunnen bestaan uit leningen of subsidies.
                            Door het fonds mede een revolverend karakter te geven, kunnen de
                            beschikbare middelen meerdere malen worden ingezet.</al></li></lijst><al>Het algemeen bestuur van de Metropoolregio stelt een verordening op die
                    werkwijze regelt voor de subsidieverlening ten laste van het Stimuleringsfonds
                    en de daaronder ressorterende subfondsen. In die subsidieverordening kan het
                    dagelijks bestuur bevoegd worden verklaard nadere regels vast te stellen. </al><al>Bij de bestedingen uit het Stimuleringsfonds laat het dagelijks bestuur zich
                    adviseren door een adviesgroep bestaande uit vertegenwoordigers van het
                    regionaal platform, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Verantwoording achteraf
                    vindt plaats in het regionaal platform door de deelnemer aan de Adviesgroep.
                    Deze deelnemer brengt het gevoelen van het regionaal platform vervolgens weer in
                    bij de Adviesgroep van het Stimuleringsfonds. </al><al/><tussenkop>Artikel 8 Regionaal mobiliteitsfonds </tussenkop><al/><al>In het verleden is door het algemeen bestuur van het Samenwerkingsverband Regio
                    Eindhoven in het kader van de Uitwerking Nieuwe Koers geconcludeerd dat de
                    vorming van een regionaal mobiliteitsfonds voordelen biedt. Het gaat daarbij om
                    de combinatie van Rijksmiddelen (BDU-middelen) en gemeentelijke middelen die, na
                    een eigen regionale afweging van de mogelijke oplossingen, gezamenlijk kunnen
                    worden ingezet om de bereikbaarheid van de regio te vergroten. Dat oordeel wordt
                    nu bij de vorming van de Metropoolregio Eindhoven nog steeds onderschreven.</al><al/><al>Het regionaal Mobiliteitsfonds staat los van het regionaal
                    Stimuleringsfonds.</al><al>Het regionaal Mobiliteitsfonds kent een systeem van solidariteitsbijdrage en
                    profijtbijdrage.</al><al/><al>De systematiek zal zijn dat na een afweging in het regionale verkeers- en
                    vervoersplan (RVVP) de regionaal gewenste c.q. noodzakelijke infrastructuur
                    wordt aangegeven en dat in het uitvoeringsprogramma van het RVVP de wijze wordt
                    aangegeven waarop de beschreven infrastructuur wordt gerealiseerd. Uiteraard kan
                    niet alles tegelijk. Prioriteiten zullen tot uitdrukking komen in de fasering.
                    Infrastructurele maatregelen vragen over het algemeen om grote investeringen.
                    Derhalve zal gewerkt gaan worden met een meerjarenplanning. Daarbij hoort ook
                    dat gemeenten over een langere periode goed zicht hebben op hun bijdragen aan
                    het regionaal Mobiliteitsfonds.</al><al/><al>Het algemeen bestuur bepaalt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting de
                    hoogte van de gemeentelijke bijdrage. Basis hiervoor is de op het RVVP geënte
                    meerjarenraming.</al><al/><al>Besluiten van het algemeen bestuur tot vaststelling van de gemeentelijke
                    bijdrage zijn gebonden aan het vereiste van een gekwalificeerde meerderheid van
                    het aantal aanwezige leden.</al><al/><al>Na inwerkingtreding van de Wet afschaffing Wgr-plus zal het algemeen bestuur na
                    overleg met het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant een besluit
                    moeten nemen over het al dan niet continueren van het regionaal
                    mobiliteitsfonds.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Samenstelling van het Algemeen bestuur</tussenkop><al/><al>In lid 1 is aangegeven, dat de leden van het algemeen bestuur door de raden van
                    de gemeenten kunnen worden aangewezen: uit hun midden en uit burgemeester en
                    wethouders. Dit vloeit voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen.
                    Raadsleden kunnen bij een gemengde regeling waarbij raads- en
                    collegebevoegdheden worden ingebracht niet uitgesloten worden van het
                    lidmaatschap van het algemeen of dagelijks bestuur. Bij de opstelling van het
                    Transformatieplan is aangegeven dat de colleges van burgemeester en wethouders
                    een centrale rol vervullen als het gaat om beleidsontwikkeling op het niveau van
                    de Metropoolregio. Dat komt ook tot uiting in de bemensing van het regionaal
                    platform, waarin alle colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende
                    gemeenten vertegenwoordigd zijn. Om genoemde reden wordt daarom sterk de
                    voorkeur gegeven aan een algemeen bestuur dat is samengesteld uit leden van de
                    colleges van burgemeester en wethouders. Door het houden van halfjaarlijkse
                    regiodagen worden de raadsleden periodiek bijgepraat over de ontwikkelingen die
                    spelen op het niveau van de metropoolregio. De gemeenteraden zijn in positie als
                    het gaat om de oordeelsvorming over de regionale agenda en de jaarlijkse
                    actualisatie daarvan. Bij die gelegenheden kunnen zij hun zienswijze kenbaar
                    maken en vervolgens ook verantwoording nemen voor de uitvoering van regionale
                    opgaven waarbij hun gemeente betrokken is.</al><al/><al>Net zoals dat bij het SRE het geval was, is het de intentie om de burgemeester
                    van Eindhoven aan te wijzen als voorzitter van de Metropoolregio. In
                    tegenstelling tot voorheen is dat nu expliciet geregeld in de gemeenschappelijke
                    regeling. Daarvoor is het nodig dat de gemeenteraad van Eindhoven hem aanwijst
                    als lid van het algemeen bestuur. Een zelfde regeling dient te worden getroffen
                    voor de vicevoorzitter; de burgemeester van Helmond. Hun aanwijzing als lid van
                    het algemeen bestuur dient dus nadrukkelijk in samenhang te worden bezien met de
                    specifieke functie, genoemd in artikel 15 en artikel 20.</al><al/><al>Door deze constructie bestaat het algemeen bestuur uit 24 leden: 18 gemeenten
                    vaardigen één lid af, de 3 gemeenten die een lid van het dagelijks bestuur
                    leveren, ieder 2 leden. De stemverhoudingen zijn per gemeente gelijk. Zie
                    hierna, artikel 13.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Werkwijze algemeen bestuur</tussenkop><al/><al>In artikel 22, eerste lid van de Wgr is geregeld dat het algemeen bestuur een
                    reglement van orde vaststelt. In het reglement van orde worden minimaal regels
                    opgenomen met betrekking tot:</al><lijst><li nr="-"><al>vaststellen vergaderschema;</al></li><li nr="-"><al>opstellen agenda, uitnodiging c.q. kennisgeving vergadering en
                            verslaglegging;</al></li><li nr="-"><al>wijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming;</al></li><li nr="-"><al>handhaving van de orde tijdens de vergadering;</al></li><li nr="-"><al>besloten- c.q. openheid van vergadering. In beginsel zijn de
                            vergaderingen openbaar. Onder voorwaarden kan besloten worden tot een
                            besloten vergadering. De onderwerpen waarover niet in een besloten
                            vergadering kan worden beraadslaagd of besloten, zijn limitatief
                            opgesomd in de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 12 Taken en bevoegdheden</tussenkop><al/><al>Aan het algemeen bestuur komen alle bevoegdheden toe, voor zover deze niet bij
                    wet of delegatie aan het dagelijks Bestuur zijn op- of overgedragen. Aan de
                    mogelijkheid tot overdracht van bevoegdheden aan het dagelijks bestuur stelt de
                    wet beperkingen. Zo kunnen de bevoegdheden tot het vaststellen van de begroting
                    en de jaarrekening, ingevolge de Wgr niet worden overgedragen. In de
                    gemeenschappelijke regeling is daaraan toegevoegd dat ook de vaststelling van
                    onder meer de regionale Agenda, verordeningen en het statuut van de
                    overlegorganen tot het exclusieve domein van het algemeen bestuur behoort.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Besluitvorming </tussenkop><al/><al>In het nieuwe besturingsmodel zijn de gemeenten aan zet. In de werkplaatsen en
                    aan de gesprekstafels in het regionaal platform zetten zij de lijnen uit. De
                    vertaling hiervan wordt opgenomen in de regionale agenda waarover de
                    gemeenteraden zich uitspreken. Bezien tegen deze achtergrond lijkt een stelsel
                    van gewogen stemrecht achterhaald. Wel wordt het van belang geacht dat over de
                    kerndocumenten begroting, begrotingswijzigingen, jaarrekening en regionale
                    agenda breed gedragen overeenstemming bestaat. Om die reden wordt voorgesteld in
                    zoverre te werken met een gekwalificeerde meerderheid van ¾ van hen die een stem
                    hebben uitgebracht.</al><al/><al>Om te garanderen dat de stem van iedere gemeente even zwaar telt, is ervoor
                    gekozen dat het afgevaardigde lid twee stemmen heeft, met uitzondering van de
                    leden van Eindhoven, Helmond en de gemeente die het derde DB-lid levert. De
                    leden van deze gemeenten hebben ieder één stem. Bij elkaar opgeteld, hebben ook
                    deze gemeenten dan straks twee stemmen. In totaal worden dus in het algemeen
                    bestuur (18 * 2) + (3 * 2) = 42 stemmen uitgebracht.</al><al>Voor het quorum voor besluitvorming is het aantal leden bepalend (13 van 24),
                    voor het bepalen van de meerderheid bij stemmingen, wordt uitgegaan van het
                    aantal uit te brengen stemmen (42).</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Geheimhouding</tussenkop><al/><al>Bepaling is gelijk aan bepalingen uit de Gemeentewet die gelden voor
                    raadsvergaderingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Samenstelling dagelijks bestuur</tussenkop><al/><al>In het Transformatieplan is opgenomen dat het dagelijks bestuur bestaat uit de
                    regiovoorzitter en twee leden waaronder de vicevoorzitter. De burgemeesters van
                    beide centrumsteden Eindhoven en Helmond hebben een kwaliteitszetel in het
                    dagelijks bestuur. Het derde lid van het dagelijks bestuur wordt door het
                    algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen.</al><al/><tussenkop>Artikel 16 Zittingsduur</tussenkop><al/><al>De zittingsperiode loopt parallel aan de zittingsperiode van de leden van het
                    algemeen bestuur. Opgenomen is de bepaling dat de leden van het dagelijks
                    bestuur hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. Daarmee is
                    bestuurlijke continuïteit verzekerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 18 Taken en bevoegdheden</tussenkop><al/><al>Nu het accent bij de strategische samenwerking die met de Metropoolregio wordt
                    beoogd, bij het regionaal platform ligt en bij de daaraan gekoppelde
                    werkplaatsen en gesprektafels, blijft er voor het dagelijks bestuur een smal
                    inhoudelijk takenpakket over. Kerntaken van het dagelijks bestuur worden de
                    bewaking en monitoring van de regionale strategie, de externe
                    vertegenwoordiging, toezicht op de interne werking en het functioneren van het
                    regionaal Platform en de voorbereiding van de bijeenkomsten van het regionaal
                    Platform. Van regionale beslissingsmacht in juridische zin kan in feite niet
                    langer gesproken worden.</al><al/><al>Door de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen,
                    heeft het dagelijks bestuur ook eigen, geattribueerde bevoegdheden. Die
                    bevoegdheden hebben zonder uitzondering betrekking op de eigen organisatie en
                    bedrijfsvoering.</al><al/><al>Aandacht vraagt wel het beheer van de oude SRE taken en de afbouw van de
                    bovenformatieve personeelsformatie.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Geheimhouding</tussenkop><al/><al>Bepaling is gelijk aan bepalingen uit de Gemeentewet die gelden voor
                    collegevergaderingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 20 Aanwijzing voorzitter</tussenkop><al/><al>Expliciet in dit artikel is opgenomen dat de burgemeester van Eindhoven fungeert
                    als voorzitter van de Metropoolregio. De Wet gemeenschappelijke regelingen maakt
                    dit mogelijk. Ook is in de regeling opgenomen dat de burgemeester van Helmond
                    zitting heeft in het dagelijks bestuur en in die hoedanigheid optreedt als
                    vicevoorzitter.</al><al/><al>De regiovoorzitter is het nationale en internationale boegbeeld van de regio.
                    Hij of zij brengt de agenda van de regio in op (inter)nationale podia en
                    behartigt op basis van deze agenda de belangen van de gemeenten zonder dat hij
                    daarbij rechtens bindende besluiten neemt. Samen met de overige leden van het
                    dagelijks bestuur is hij of zij bovendien trekker van de regionale agenda en de
                    internationale acquisitie. In zijn vertegenwoordigde taken wordt de
                    regiovoorzitter bijgestaan door de vicevoorzitter.</al><al/><tussenkop>Artikel 21 Taken en bevoegdheden</tussenkop><al/><al>De positie van de voorzitter is vergelijkbaar met die van burgemeester in een
                    gemeente. De voorzitter fungeert daarnaast als voorzitter van het regionaal
                    platform. In die laatste hoedanigheid kan hij de opvattingen peilen van de
                    gemeenten en is hij in de gelegenheid om als nationaal en internationaal
                    boegbeeld van de regio de beleidsontwikkeling op het vlak van strategische
                    dossiers op gang te brengen of van nieuwe impulsen te voorzien. Die informele
                    ruimte is voorzien in het Transformatieplan. Uiteindelijk worden nieuwe
                    beleidsinitiatieven opgenomen in de regionale agenda of actualisering daarvan en
                    voorgelegd aan de bevoegde organen van de deelnemende gemeenten en aan het
                    algemeen bestuur van de Metropoolregio. </al><al/><al>Indien het noodzakelijk is dat snelle en een doortastend gehandeld wordt ligt
                    het voor de hand dat de voorzitter aan het algemeen bestuur een expliciet
                    mandaat of volmacht vraagt om de Metropoolregio te binden. Op die manier kan
                    binnen het kader van de bevoegdheden van het openbaar lichaam juridische binding
                    verkregen worden. In juridisch opzicht kan de voorzitter geen rechtstreekse en
                    formele binding creëren tussen externe partijen en de gemeenten. De voorzitter
                    kan vooraf bij de deelnemers aan het regionaal platform polsen welke bereidheid
                    er bestaat om te komen tot gemeenschappelijke binding met betrekking tot
                    specifiek benoembare onderwerpen in de regionale strategische dossiers. Die
                    binding zal vervolgens moeten worden vastgelegd in juridische documenten.</al><al/><tussenkop>Artikel 22 Overlegorganen</tussenkop><al/><al>In het Transformatieplan is ervoor gekozen de strategische opgaven en de
                    regionale agenda te laten voorbereiden door de gemeenten in samenwerking met
                    ondernemers, onderwijs en maatschappelijke organisaties. Daarvoor zijn
                    verschillende werkvormen benoemd. Inhoudelijk ingevuld zijn dat het regionaal
                    platform, de werkplaatsen en de gesprekstafels. Gevraagd is om een ander met de
                    nodige flexibiliteit vorm te geven. Om die reden is voor deze overlegorganen een
                    statuut opgesteld dat door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Er is niet
                    voor gekozen genoemde overlegvormen formeel te verankeren in deze
                    gemeenschappelijke regeling, omdat bij wijziging van de werkwijze ook wijziging
                    van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk is. Uitzondering daarop vormt
                    het regionaal platform. Het bestaan daarvan is vastgelegd in de
                    gemeenschappelijke regeling, gelet op de consensus in de regio over de centrale
                    rol van een dergelijk platform in de regionale samenwerking.</al><al>De overlegorganen zijn rechtens te onderscheiden van de hierna te noemen
                    bestuurscommissies en adviescommissies van advies. De uitkomsten van het beraad
                    in bijvoorbeeld het regionaal platform, worden opgenomen in een (niet
                    woordelijk) verslag dat door tussenkomst van het dagelijks bestuur gezonden
                    wordt aan de gemeenten en het algemeen bestuur. Voor zover de beraadslagingen
                    leiden tot besluitvorming door het algemeen bestuur, voorziet het dagelijks
                    bestuur het verslag bij aanbieding aan het algemeen bestuur van een
                    voorstel.</al><al/><al>Door de dubbelfunctie van voorportaal voor zowel het algemeen bestuur als de
                    colleges en vanwege de informele werkwijze, is het lastig aan de beraadslagingen
                    van het regionaal platform een juridische duiding te geven. De vergelijking gaat
                    op met een advies van een commissie, als bedoeld in artikel 24. </al><al/><tussenkop>Artikel 23 Bestuurscommissies</tussenkop><al/><al>Het algemeen bestuur regelt bij verordening de bevoegdheden, de samenstelling en
                    de werkwijze van in te stellen bestuurscommissies. Bij de regeling van de
                    werkwijze dient ook de openbaarheid geregeld te worden. Het voorzitterschap van
                    de eventueel in te stellen bestuurscommissies berust bij een lid van het
                    dagelijks bestuur. Dit om zoveel mogelijk de integraliteit van het bestuur te
                    waarborgen. </al><al/><al>De intentie is om direct volgend op deze wijziging van de Gemeenschappelijke
                    Regeling Samenwerkingsverband Regio Eindhoven 2005 een verordening door het
                    algemeen bestuur te laten vaststellen, regelend de instelling en het
                    functioneren van de bestuurscommissie RHCe. In het kader van deze
                    wijzigingsprocedure wordt de raden gevraagd hierover hun zienswijze naar voren
                    te brengen.</al><al/><tussenkop>Artikel 24 Commissies van advies</tussenkop><al/><al>De bevoegdheid tot instelling van vaste commissies van advies aan het dagelijks
                    bestuur, algemeen bestuur en de voorzitter, berust bij het algemeen
                    bestuur.</al><al/><al>Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze.
                    Het voorzitterschap van de commissies van advies berust bij leden van het
                    dagelijks bestuur. De verwachting is dat van deze mogelijkheid niet of een
                    spaarzaam gebruik gemaakt zal worden. Zo kan de huidige commissie Gulbergen
                    onder vigeur van de gemeenschappelijke regeling worden voortgezet.</al><al/><al>De gemeenschappelijke regeling biedt de mogelijkheid ook tijdelijke commissies
                    van advies aan het dagelijks bestuur en de voorzitter in te stellen. De
                    bevoegdheid tot regeling van de bevoegdheden en de samenstelling ligt bij het
                    dagelijks bestuur en de voorzitter zelf. Denkbaar is dat op ad-hoc basis een
                    overleg van portefeuillehouders wordt ingesteld die het dagelijks bestuur
                    voorziet van een advies over een specifieke aangelegenheid, zoals de
                    begroting.</al><al/><tussenkop>Artikel 25 Voorhangprocedure gemeenteraden</tussenkop><al/><al>De gemeenschappelijke regeling is een gemengde regeling (college- en
                    raadsregeling). Om de inhoudelijke betrokkenheid van de gemeenteraden van de
                    deelnemende gemeenten te borgen is in het eerste lid een voorhangprocedure
                    opgenomen met betrekking tot besluiten die de positie van de gemeenten direct
                    raken. Daartoe behoren ingevolge de Wet gemeenschappelijke regelingen ook
                    besluiten inzake deelneming dan wel ontbinding of beëindiging van participatie
                    in privaatrechtelijke rechtspersonen. </al><al>Ook het aangaan, wijzigen etc. van een gemeenschappelijke regeling is
                    onderworpen aan de voorhangprocedure, althans voor zover het om een
                    raadsregeling handelt die het algemeen bestuur aangaat. In het tweede lid is
                    bepaald dat het algemeen bestuur kan besluiten ook andere onderwerpen voor te
                    hangen bij de raden van de deelnemende gemeenten. </al><al/><tussenkop>Artikel 26 Voorhangprocedure colleges</tussenkop><al/><al>De gemeenschappelijke regeling is een gemengde regeling (college- en
                    raadsregeling). Om ook de inhoudelijke betrokkenheid van de colleges van
                    burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten te borgen is in het
                    eerste lid vastgelegd dat voorstellen die leiden tot een aangaan van een
                    gemeenschappelijke collegeregeling door het dagelijks bestuur van de
                    Metropoolregio met een ander openbaar lichaam dan wel het wijzigen van of het
                    uitreden uit een dergelijke regeling, worden voorgelegd aan de colleges. Door
                    uit te gaan van een reactietermijn van twee maanden kunnen de colleges van de
                    deelnemende gemeenten, indien zij daartoe besluiten, hun eigen gemeenteraad nog
                    raadplegen over het kenbaar gemaakte voornemen. </al><al>Doordat de regionale beslissingsmacht van het dagelijks bestuur hoofdzakelijk is
                    beperkt tot de eigen organisatie en bedrijfsvoering, is het niet nodig de
                    voorhangprocedure voor de colleges verder uit te breiden.</al><al/><tussenkop>Artikel 27 Regiodag</tussenkop><al/><al>In de gemeenschappelijke regeling is verankerd de verplichting voor het
                    dagelijks bestuur om twee keer per jaar een bijpraatavond te organiseren voor de
                    gemeenteraden van de deelnemende gemeenten om hen te informeren over actuele
                    ontwikkelingen die betrekking hebben op de Metropoolregio. Het spreekt dat het
                    dagelijks bestuur daarnaast gehouden is de gemeenteraden ook buiten deze twee
                    ontmoetingsmomenten actief te informeren over relevante zaken.</al><al/><tussenkop>Artikel 28 Dagelijks bestuur / algemeen bestuur</tussenkop><al/><al>Dit artikel heeft betrekking op de interne verantwoordingsrelatie binnen het
                    openbaar lichaam Metropoolregio Eindhoven. Het algemeen bestuur als hoogste
                    orgaan kan aan het dagelijks bestuur inlichtingen vragen en vervolgens het
                    dagelijks bestuur of een lid daarvan ter verantwoording roepen. Nieuw is het
                    invoeren van een actieve inlichtingenplicht van het dagelijks bestuur. Die
                    invoering hangt samen met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen
                    (artikel 19a Wgr). Sluitstuk van dit artikel is de ontslagbevoegdheid van het
                    algemeen bestuur indien een lid van het dagelijks bestuur niet meer het
                    vertrouwen geniet van het algemeen bestuur.</al><al/><tussenkop>Artikel 29 Metropoolregio / gemeenteraden</tussenkop><al/><al>De bestuursorganen van het openbaar lichaam verstrekken de raden van de
                    deelnemende gemeenteraden de door hen gevraagde informatie. Primair wordt deze
                    taak ingevuld door het dagelijks bestuur. Deze informatieplicht vloeit voort uit
                    artikel 17 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 30 Lid algemeen bestuur / gemeenteraad</tussenkop><al/><al>Dit artikel regelt de verantwoordingsrelatie tussen een lid van het algemeen
                    bestuur en de gemeenteraad die hem of haar heeft aangewezen. In eerste instantie
                    gaat het om een inlichtingenplicht. Vervolgens kan de gemeenteraad besluiten het
                    betreffende lid, indien dit lid niet meer het vertrouwen van de gemeenteraad
                    geniet, ontslag verlenen als lid van het algemeen bestuur van de Metropoolregio
                    Eindhoven. Met opname van dit artikel wordt voldaan aan het bepaalde in artikel
                    16, eerste, tweede en vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 31 Ambtelijke organisatie</tussenkop><al/><al>Voor de uitvoering van de door de Metropoolregio Eindhoven te verrichten taken
                    beschikt het openbaar lichaam over een ambtelijk apparaat. De ambtelijke
                    organisatie is de voortzetting van de gereorganiseerde dienst SRE. Na een
                    reorganisatie zijn medewerkers al dan niet formatief herplaatst bij dezelfde
                    rechtspersoon. Het openbaar lichaam is als werkgever rechtspositioneel en
                    financieel verantwoordelijk voor de medewerkers die bovenformatief zijn
                    geworden. </al><al/><al>De taken van de ambtelijke organisatie zijn zowel ondersteunend als faciliterend
                    van aard. De bestuurlijke samenwerking in de werkplaats wordt inhoudelijk
                    ondersteund. De taken bij de bestuurlijke samenwerking aan de gesprekstafels
                    zijn veel meer faciliterend van aard. Wat zij gemeen hebben is dat ze gericht
                    zijn op het samenwerken dat noodzakelijk is om de regio innovatief en krachtig
                    te laten zijn en op het verbinden van partijen in hun gezamenlijke belangen om
                    regionale ambities waar te maken</al><al/><tussenkop>Artikel 32 Regiodirecteur</tussenkop><al/><al>Er is sprake van een personele unie tussen de regiodirecteur als hoogste
                    ambtelijke leidinggevende en het vervullen van het secretarisschap.</al><al/><tussenkop>Artikel 34 Rechtspositie</tussenkop><al/><al>Het dagelijks bestuur besluit, behoudens ten aanzien van de
                    secretaris/regiodirecteur over de benoeming, de schorsing en het ontslag van het
                    personeel. Het dagelijks bestuur kan, overeenkomstig het bepaalde in artikel
                    168, lid 1 van de Gemeentewet resp. hoofdstuk 10 van de Algemene wet
                    bestuursrecht, de uitoefening van zijn bevoegdheid, zowel geheel als
                    gedeeltelijk, mandateren aan een of meer van leden van het dagelijks bestuur
                    c.q. mandaat verstrekken aan de regiodirecteur. </al><al/><tussenkop>Artikel 35 Toepasselijke rechtspositieregels</tussenkop><al/><al>De Metropoolregio Eindhoven hanteert dezelfde rechtspositieregels als het
                    Samenwerkingsverband Regio Eindhoven, met dien verstande dat waar dit
                    samenwerkingsverband voorheen aansluiting zocht bij nadere
                    rechtspositieregelingen van de gemeente Eindhoven, de Metropoolregio Eindhoven
                    in zoverre eigen regels hanteert.</al><al/><tussenkop>Artikel 36 Tegemoetkoming</tussenkop><al/><al>Uitgangspunt is dat zo min mogelijk bestuurskosten ten laste van het openbaar
                    lichaam Metropoolregio Eindhoven worden gebracht. Denkbaar is dat in incidenteel
                    gevallen een uitzondering gemaakt moet worden op deze hoofdregel. In een op te
                    stellen verordening zal dit uitgewerkt moeten worden. In het derde lid is een
                    mogelijkheid geschapen dat ook de leden van de in te stellen bestuurscommissie
                    RHCe onder de werking van dit artikel vallen.</al><al/><tussenkop>Artikel 37 Kadernota</tussenkop><al>De verplichting tot het opstellen van een kadernota vloeit voort uit de nieuwe
                    Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 34b van deze wet schrijft voor dat
                    het dagelijks bestuur voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor
                    de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de
                    voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten toestuurt.</al><al/><tussenkop>Artikel 38 Begroting</tussenkop><al/><al>De begrotingsprocedure is, met inachtneming van artikel 34 Wgr, als volgt: </al><lijst><li nr="-"><al>Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks (bij voorkeur voor 1 april) de
                            ontwerpbegroting op (lid 1).</al></li><li nr="-"><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twee maanden voordat zij
                            aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de gemeenteraden (lid
                            4).</al></li><li nr="-"><al>De raden kunnen omtrent de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur hun
                            zienswijze doen toekomen (lid 4).</al></li><li nr="-"><al>De begroting wordt bij voorkeur voor 15 juli vastgesteld door het
                            algemeen bestuur.</al></li><li nr="-"><al>Indien daartoe aanleiding bestaat worden afschriften van de vastgestelde
                            begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten (lid
                            5).</al></li><li nr="-"><al>Het algemeen bestuur stuurt de vastgestelde begroting voor 1 augustus
                            toe aan gedeputeerde staten (lid 6).</al><al/></li></lijst><al>In dit artikel is tevens de bijdrageverplichting van de deelnemende gemeenten
                    opgenomen. Als uniforme sleutel wordt gehanteerd een bedrag per inwoner (lid 2
                    en lid 3). Deze kostenverdeelsleutel geldt uiteraard niet voor de opdrachten
                    bedoeld in artikel 3 derde lid.</al><al/><al>De gemeenten kunnen op grond van artikel 35, lid 4 Wgr, nadat zij de
                    vastgestelde begroting hebben ontvangen, bij Gedeputeerde Staten zo nodig hun
                    zienswijze naar voren brengen.</al><al/><al>Begrotingswijzigingen volgen in beginsel de procedure als voorgeschreven voor de
                    begroting. Dit artikel zondert in het achtste lid daarvan uit die
                    begrotingswijzigingen, die geen invloed hebben op de hoogte van de gemeentelijke
                    bijdragen alsmede blijven binnen het door het Algemeen bestuur vastgestelde
                    financiële beleid. De formele procedure daarvoor is: dagelijks bestuur –
                    algemeen bestuur. Het spreekt dat vooraf door het dagelijks bestuur met het
                    regionaal platform gesproken is over de noodzaak om te komen tot een
                    begrotingswijziging, sterker de begrotingswijziging zal naar aller
                    waarschijnlijkheid voortvloeien uit door het regionaal platform gedane
                    aanbevelingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 39 Voorschotbetaling</tussenkop><al/><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Het is een continuering van het
                    systeem zoals dat bij het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven werd
                    gehanteerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 40 Rekening</tussenkop><al/><al>Artikel 34 van de Wgr bepaalt dat de rekening uiterlijk 15 juli van het jaar,
                    volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft, wordt toegezonden aan
                    gedeputeerde staten. Rekening houdend met de vaststelling van de voorlopige
                    jaarrekening voor 15 april, betekent dit dat de definitieve jaarrekening in die
                    tussenliggende periode wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.</al><al>Het is goed gebruik dat de voorlopige cijfers van het voorgaande jaar opgenomen
                    worden als vergelijkingsmateriaal in de begroting van het komend jaar.</al><al/><tussenkop>Artikel 41 Financiële gegoedheid</tussenkop><al/><al>Het openbaar lichaam zal bancaire relaties moeten aangaan. Deze bepaling is op
                    verzoek van de Bank Nederlandse Gemeenten opgenomen. De bank verkrijgt hiermee
                    de zekerheid dat het openbaar lichaam alle maatregelen zal nemen om de gemeenten
                    aan hun verplichtingen te laten voldoen. De minister van Binnenlandse Zaken en
                    Koninkrijksrelaties heeft in een circulaire uit 1999 aangedrongen op het opnemen
                    van deze bepaling in gemeenschappelijke regelingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 42 Financiële voorschriften</tussenkop><al/><al>De verordenende bevoegdheid als genoemd in dit artikel wordt ontleend aan de
                    Gemeentewet hoofdstuk XIV-artikelen 212 en 213. </al><al/><tussenkop>Artikel 43 Archiefbescheiden</tussenkop><al/><al>Het artikel handelt over de eigen archiefbescheiden van de Metropoolregio. De
                    regionale functie van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven staat hier los
                    van. Wel wordt in lijn met de functie van dit centrum geregeld door de
                    regioarchivaris te belasten met het toezicht op het beheer van de eigen
                    archiefbescheiden.</al><al/><tussenkop>Artikel 44 Archiefbewaarplaats</tussenkop><al/><al>Ook voor het aanwijzen van de bewaarplaats van de over te brengen archieven van
                    de Metropoolregio is aangesloten bij de voortgezette regeling van het Regionaal
                    Historisch Centrum Eindhoven. Met het toezicht is belast de door het dagelijks
                    bestuur te benoemen streekarchivaris. </al><tussenkop>Artikel 45 Evaluatie</tussenkop><al>De omvorming van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven naar de Metropoolregio
                    Eindhoven levert een ander type organisatie op en een andere wijze van
                    bestuurlijk functioneren. De voorgestane nieuwe werkwijze zal zich in de komende
                    periode moeten gaan bewijzen. De focus ligt sterk op de bestuurlijke inzet van
                    de gemeenten. Het is van belang dat de strategische opgaven van Zuidoost-Brabant
                    goed uit de verf komen. Dat vraagt om continue inzet van gemeentebestuurders en
                    de hen ondersteunende ambtelijke organisatie. </al><al/><al>Ook van onze partners in het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en
                    onderwijs wordt verwacht dat zij zich zullen inzetten voor een adequate aanpak
                    van de regionale opgaven. </al><al/><al>Dat is een leerproces. Om die reden is in de gemeenschappelijke regeling een
                    evaluatiebepaling opgenomen. Het wordt wenselijk geoordeeld dat de periode
                    2015-2016 als aanloopperiode gemonitord wordt. Vastgelegd is dat er naar de
                    situatie per 1 januari 2017 een evaluatie wordt uitgevoerd. Het evaluatierapport
                    met daarin opgenomen conclusies en aanbevelingen van het algemeen bestuur zal
                    worden voorgelegd aan de colleges van burgemeester en wethouders en de raden van
                    de gemeenten. Deze wijze van terugkoppeling doet recht aan de positie van de
                    colleges van burgemeester en wethouders en van de gemeenteraden als deelnemers
                    aan de gemeenschappelijke regeling. In het debat van de colleges met de eigen
                    gemeenteraad kan ook verantwoording afgelegd worden over de beleidsconclusies
                    die uit het evaluatierapport getrokken worden voor de voortzetting van de
                    intergemeentelijke samenwerking. </al><al/><tussenkop>Artikel 46 Toetreding</tussenkop><al/><al>Een gemeenschappelijke regeling dient een regeling te bevatten over toetreding
                    en uittreding. De bepaling van de condities bij toetreding wordt bepaald door
                    het algemeen bestuur in overleg met de toetredende gemeente. Toetreding
                    veronderstelt wijziging van deze gemeenschappelijke regeling.</al><al/><tussenkop>Artikel 47 Uittreding</tussenkop><al/><al>De gevolgen van uittreding en de daaraan te stellen voorwaarden worden geregeld
                    door het algemeen bestuur. In de jurisprudentie zijn daarvoor twee methoden
                    ontwikkeld waarop in voorkomend geval op teruggevallen kan worden. Het algemeen
                    bestuur zal daarmee rekening hebben te houden. In verband met mogelijke
                    veranderingen in de jurisprudentie is gekozen voor een algemene bepaling en is
                    er niet gekozen voor een expliciete uitwerking die achterhaald kan raken.</al><al/><tussenkop>Artikel 48 Wijziging en opheffing</tussenkop><al/><al>Gekozen is voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling alleen ingeval alle
                    colleges en raden hierover eensluidend besluiten. Dit doet recht aan de intentie
                    tot samenwerking. Datzelfde uitgangspunt geldt voor een opheffingsbesluit. Ook
                    hier is unanimiteit vereist. </al><al/><al>Het vaststellen van een liquidatieplan is voorbehouden aan het algemeen bestuur
                    en is onderworpen aan de voorhangprocedure van artikel 25.</al><al/><tussenkop>Artikel 50 Klachtenregeling</tussenkop><al/><al>Opname van dit artikel vloeit voort uit wettelijke verplichtingen een
                    klachtenvoorziening in het leven te roepen over gedragingen van de
                    bestuursorganen c.q. medewerkers van het openbaar lichaam.</al><al/><tussenkop>Artikel 51 Overgangsbepalingen</tussenkop><al/><al>Uit oogpunt van regelgevingstechniek is er voor gekozen om in het hoofdstuk met
                    overgangsbepalingen onderwerpen te behandelen die betrekking hebben op de
                    taakuitoefening door het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven, die na de
                    wijziging van de gemeenschappelijke regeling nog tijdelijk blijven behoren tot
                    het takenpakket van de Metropoolregio Eindhoven omdat de Wet afschaffing
                    plusregio’s nog niet in werking is getreden. In artikel 5 van de Regeling
                    Samenwerkingsverband Regio Eindhoven 2005 zijn de wettelijke taken en
                    bevoegdheden van het samenwerkingsverband vermeld. Het moge duidelijk zijn dat
                    in de praktijk geen of zeer terughoudend gebruik van de bevoegdheden wordt
                    gemaakt. Dat geldt zeker voor de bevoegdheden die zijn genoemd in artikel 119
                    van de Wgr.</al><al/><al>Bij het in werking treden van de Wet afschaffing plusregio’s, verdwijnen de
                    plustaken uit de gemeenschappelijke regeling. Daarvoor hoeft geen
                    wijzigingsprocedure in gang te worden gezet.</al><al/><tussenkop>Artikel 52 Inwerkingtreding</tussenkop><al/><al>Het heeft de voorkeur een vaste datum van inwerkingtreding te noemen. Gekozen is
                    voor de datum 1 januari 2015. Voorwaarde daarbij is wel dat de
                    wijzigingsprocedure op dat moment in alle colleges en raden is afgerond. Is dat
                    niet het geval, dan treedt de gemeenschappelijke regeling pas in werking op het
                    moment dat het dagelijks bestuur de gewijzigde regeling op de wettelijk
                    voorgeschreven wijze bekend heeft gemaakt in alle gemeenten.</al><al/><tussenkop>STATUUT OVERLEGORGANEN METROPOOLREGIO EINDHOVEN </tussenkop><al/><al>Het algemeen bestuur van de Metropoolregio Eindhoven</al><al>Overwegende dat,</al><lijst><li nr="-"><al>De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten
                            in Zuidoost-Brabant hun onderlinge samenwerking hebben vernieuwd en dat
                            vastgelegd hebben in de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio
                            Eindhoven.</al></li><li nr="-"><al>De samenwerking tot doel heeft het behoud en het verstevigen van de
                            internationale concurrentiepositie van de regio door krachtig naar
                            buiten te treden, eenduidig te opereren op regionale schaal en efficiënt
                            intern samen te werken.</al></li><li nr="-"><al>Als oplossingsrichting gekozen is voor een flexibele
                            netwerksamenwerking: elkaar niet opsluiten in vorm of structuur of in de
                            institutionalisering van de subregionale samenwerking, maar uitgaan van
                            differentiatie en flexibiliteit op voorwaarde dat daarmee daadkracht
                            wordt gerealiseerd;</al></li><li nr="-"><al>Die oplossingsrichting ertoe leidt dat taken op het juiste schaalniveau
                            worden toebedeeld en bij de meest betrokken partijen worden
                            neergelegd.</al></li><li nr="-"><al>Dit idee van multi level governance gedragen wordt dor de gemeenten in
                            de overtuiging dat wie het beste schalen verbindt, de snelste
                            ontwikkeling doormaakt. </al></li><li nr="-"><al>Het idee van multi level governance om een bestuurlijk arrangement
                            vraagt dat enerzijds snel aangepast kan worden aan de inhoud van de
                            samenwerking c.q. de opgaven waar de gemeenten voor staan en anderzijds
                            recht doet aan de eisen van democratische legitimatie.</al></li><li nr="-"><al>Om die reden gekozen is de werkwijze van de nieuwe samenwerking vast te
                            leggen in een statuut dat via een getrapt stelsel is erkend door de
                            gemeenten en dat tegelijkertijd de flexibiliteit heeft om per regionale
                            opgave de beste methode voor realisatie te kiezen.</al></li><li nr="-"><al>Het hier uitdrukkelijk om een werkwijze gaat en niet om besluitvorming.
                            Die besluitvorming is voorbehouden aan de bestuursorganen van de
                            gemeenten en de Metropoolregio Eindhoven. </al><al/></li></lijst><al>Kennisnemend van:</al><lijst><li nr="-"><al>De notitie Governance en samenwerking in de regio Eindhoven, opgenomen
                            in deel 2 van het Transformatieplan Samenwerkingsverband Regio
                            Eindhoven, zoals vastgesteld door de Regioraad van voornoemd
                            samenwerkingsverband op 26 juni 2013.</al></li><li nr="-"><al>De uitgangspunten van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio
                            Eindhoven</al><al> 2015 en de gemeentelijke zienswijzen daarop, voorzien van de reactie
                            van het dagelijks bestuur, zoals in zijn geheel vastgesteld door de
                            Regioraad van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven op 19 februari
                            2014.</al><al/></li></lijst><al>Gezien het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. 9 februari 2015 </al><al>Stelt vast het Statuut overlegorganen Metropoolregio Eindhoven, dat als volgt
                    luidt:</al><al/><tussenkop>I Begripsbepalingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al/><al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven.</al></li><li nr="b."><al>Metropoolregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste
                            lid, van de regeling.</al></li><li nr="c."><al>Gemeenten: de raden en colleges van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best,
                            Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo,
                            Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot,
                            Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en
                            Waalre.</al></li><li nr="d."><al>Colleges: de Colleges van burgemeester en wethouders van de
                            gemeenten.</al></li><li nr="e."><al>Raden: de gemeenteraden van de gemeenten.</al></li><li nr="f."><al>Regionale agenda: het periodiek vast te stellen strategische
                            beleidsdocument die de inhoud van de samenwerking bepaalt.</al></li><li nr="g."><al>Thema: de in de regionale agenda benoemde maatschappelijke thema’s
                            Economie, Ruimte en Mobiliteit waarop structureel wordt
                            samengewerkt.</al></li><li nr="h."><al>Tijdelijk thema: de in de regionale agenda benoemde maatschappelijke
                            thema’s waarop alleen voor de betreffende begrotingsperiode wordt
                            samengewerkt en die zowel een regionaal als ook een subregionaal of
                            lokaal karakter kunnen hebben.</al></li><li nr="i."><al>Regionale opgave: de beleidsinspanningen die gemeenten in het kader van
                            de regeling leveren met het oog op het bereiken van de doestellingen op
                            de thema’s van de regionale agenda.</al></li></lijst><tussenkop>II Karakter en doel statuut </tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al/><lijst><li nr="1."><al>Dit statuut regelt de samenstelling en werkwijze van de overlegorganen
                            als bedoeld in artikel 22 van de regeling.</al></li><li nr="2."><al>De overlegorganen beschikken niet over publiekrechtelijke of
                            privaatrechtelijke bevoegdheden.</al><al/></li></lijst><al>III Regionaal Platform</al><al/><al>Artikel 3</al><al/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Er is een regionaal platform dat bestaat uit de leden van de
                                    colleges. Elk van de 21 colleges streeft ernaar met minimaal 2
                                    collegeleden aanwezig te zijn.</al></li><li nr="2."><al>Voor elke bijeenkomst van het regionaal platform kunnen
                                    afhankelijk van de agenda vertegenwoordigers van het
                                    bedrijfsleven en van kennisinstellingen worden uitgenodigd.</al></li><li nr="3."><al>Het regionaal platform komt zes keer per jaar bijeen.</al><al/></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het regionaal platform heeft de volgende rollen:</al></li><li nr="a."><al>Kaderstellend beraad voor het vaststellen van een regionale agenda door
                            het algemeen bestuur en het ontwikkelen van de daarop gebaseerde
                            regionale opgaven. In de regionale agenda wordt de gezamenlijke visie op
                            de toekomst van de regio vastgelegd evenals de regionale strategie.</al></li><li nr="b."><al>Het scheppen van de voorwaarden om de regionale opgaven daadwerkelijk te
                            realiseren. Deze regionale opgaven hebben betrekking op de thema’s van
                            de regionale agenda.</al></li><li nr="c."><al>Het optreden als mentor van overlegorganen zoals de hierna te noemen
                            werkplaatsen.</al></li><li nr="d."><al>Plaats waar draagvlak wordt gewonnen voor het oppakken van opgaven op de
                            tijdelijke thema’s en waar ervaringen en kennis kunnen worden gedeeld en
                            wederzijds begrip voor elkaars handelen wordt gekweekt.</al></li><li nr="2."><al>Het regionaal platform kan daarnaast gevraagd en ongevraagd advies
                            uitbrengen aan het algemeen bestuur van de Metropoolregio over andere
                            aangelegenheden die behoren tot het takenpakket van dat openbaar
                            lichaam. Het regionaal platform kan voorts gevraagd of ongevraagd aan
                            een of meer colleges advies uitbrengen over zaken die besproken zijn in
                            een werkplaats of aan een gesprekstafel. De uit te brengen adviezen zijn
                            openbaar.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al/><lijst><li nr="1."><al>De agendering van de bijeenkomsten van het regionaal platform wordt
                            voorbereid door het dagelijks bestuur van de Metropoolregio op basis van
                            input van alle deelnemers aan het regionaal platform.</al></li><li nr="2."><al>De indieners van agendapunten dragen zelf zorg voor de inhoudelijke
                            voorbereiding en toelichting tijdens de bijeenkomst.</al></li><li nr="3."><al>De deelnemers aan het regionaal platform wijzen voor elke bijeenkomst
                            een gespreksleider aan.</al></li><li nr="4."><al>De bijeenkomsten van het openbaar platform zijn openbaar.</al></li><li nr="5."><al>De regiodirecteur van de Metropoolregio draagt zorg voor een niet
                            woordelijke verslaglegging van de bijeenkomst, zulks in samenspraak met
                            de gespreksleider van de betreffende bijeenkomst.</al></li><li nr="6."><al>Het verslag als bedoeld in het vijfde lid, wordt door tussenkomst van
                            het dagelijks bestuur gezonden aan de colleges en het algemeen
                            bestuur.</al></li><li nr="7."><al>Voor zover de beraadslagingen tot besluitvorming van het algemeen
                            bestuur dienen te leiden, worden die door tussenkomst van het dagelijks
                            bestuur, middels een voorstel, aan dat bestuur voorgelegd.</al></li><li nr="8."><al>Het regionaal platform kan besluiten een werkplaats te formeren voor een
                            regionale opgave waarvoor nog geen vaststaande oplossing beschikbaar is.
                            Het regionaal platform kan ook besluiten tot het inrichten van een
                            gesprekstafel voor het met elkaar onderzoeken en afstemmen van de beste
                            aanpak voor een vaak voorkomend lokaal of sub regionaal vraagstuk.</al></li><li nr="9."><al>Het regionaal platform kan in voorkomende gevallen besluiten over te
                            gaan tot het formeren van een ander overlegorgaan, al dan niet op
                            tijdelijke basis, dan genoemd in het zevende lid.</al><al/></li></lijst><al>IV Werkplaats</al><al/><al>Artikel 6</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Het regionaal platform zorgt voor de instelling van een werkplaats voor
                            een regionale opgave waarvoor nog geen vaste oplossing beschikbaar
                            is.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur van de Metropoolregio doet aan het regionaal
                            platform een voorstel om een bestuurlijke trekker aan te wijzen die
                            voortkomt uit een van de colleges.</al></li><li nr="3."><al>Het regionaal platform stelt de projectopdracht met een daarbij
                            behorende doorlooptijd vast. In deze projectopdracht wordt de
                            handelingsvrijheid van de deelnemers aan de werkplaats vastgelegd
                            alsmede de wijze van communicatie en terugkoppeling aan het regionaal
                            platform. De bestuurlijke trekker zorgt vervolgens voor de bemensing van
                            de werkplaats door deelnemers te zoeken die afkomstig zijn uit een of
                            meer colleges van burgemeester en wethouders maar ook afkomstig zijn uit
                            kennisinstellingen, het bedrijfsleven en maatschappelijke
                            organisaties.</al></li><li nr="4."><al>Door de bestuurlijke trekker wordt het projectteam samengesteld uit de
                            organisaties van betrokken partijen.</al></li><li nr="5."><al>Procesondersteuning wordt verleend door of namens de regiodirecteur van
                            de Metropoolregio.</al></li><li nr="6."><al>Het proces van de werkplaats is vormvrij. De bestuurlijke trekker stelt
                            dat met zijn bestuurlijk team vast.</al></li><li nr="7."><al>De bestuurlijke trekker draagt door tussenkomst van het dagelijks
                            bestuur zorg voor het toezenden van het eindresultaat, zo mogelijk
                            vergezeld van een projectplan, aan het regionaal platform. In het
                            projectplan is opgenomen een convenant, businessplan of
                            uitvoeringsarrangement met daaraan gekoppeld een financieringsvoorstel
                            aan gemeenten voor het realiseren van de uitgewerkte regionale opgave
                            met een daarbij behorende kostenverdeelsleutel.</al></li><li nr="8."><al>Uitvoering van het projectplan is voorbehouden aan de gemeenten.</al></li></lijst><tussenkop>V Gesprekstafel</tussenkop><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het regionaal platform zorgt op verzoek van twee of meer colleges van
                            burgemeester en wethouders voor de instelling van een of meer
                            gesprekstafels voor het met elkaar onderzoeken en afstemmen van de beste
                            aanpak voor een vaak voorkomend lokaal of subregionaal vraagstuk.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur van de Metropoolregio Eindhoven doet aan het
                            regionaal platform een voorstel om een bestuurlijke trekker aan te
                            wijzen, die afkomstig is uit een van de colleges.</al></li><li nr="3."><al>Doel van een gesprekstafel is om tot actie te komen. Het is geen gesprek
                            om het gesprek. De actie is uiteindelijk vooral lokaal. Het effect op
                            regionale schaal is de optelsom van decentrale actie.</al></li><li nr="4."><al>Tijdens het periodieke overleg stelt het regionaal platform in plenaire
                            samenstelling de projectopdracht met een daarbij behorende doorlooptijd
                            vast. Deze bestuurlijke trekker zorgt vervolgens voor de bemensing van
                            de gesprekstafels door deelnemers aan te zoeken die afkomstig zijn uit
                            een of meer colleges, maar ook afkomstig zijn uit kennisinstellingen,
                            het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.</al></li><li nr="5."><al>Facilitaire ondersteuning wordt verleend door of namens de
                            regiodirecteur van de Metropoolregio Eindhoven.</al></li><li nr="6."><al>Aan het eind van de beraadslagingen binnen de gesprekstafel draagt de
                            bestuurlijke trekker, door tussenkomst van het dagelijks bestuur, zorg
                            voor het toezenden van de eindrapportage aan het regionaal
                            platform.</al><al/></li></lijst><al>Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van de Metropoolregio Eindhoven d.d.
                    25 februari 2015</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>