<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR364271_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Gemeentelijk Minimabeleid 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">overheid.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Gemeentelijk Minimabeleid 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147 en 149">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-10-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>708427</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Gemeentelijk Minimabeleid 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Registratiekenmerk: 708426 / 708427</al><al>Datum vergadering: 12 maart 2015</al><al>Agendapunt: 9</al><al>Onderwerp: Verordening gemeentelijk minimabeleid 2015</al><al/><al>De raad van de gemeente Bernheze;</al><al/><al>gezien het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 27
                        januari 2015;</al><al/><al>gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet</al><al/><al>gelet op de Gemeenschappelijke regeling van de Intergemeentelijke Sociale
                        Dienst Optimisd;</al><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de Verordening Gemeentelijk Minimabeleid 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet,
                            de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvrager: de inwoner van 18 jaar of ouder die ten behoeve van
                                    zichzelf en zijn/haar gezinsleden en ten laste komende kinderen
                                    een bijdrage in de uitgaven/kosten op grond van deze verordening
                                    verzoekt;</al></li><li nr="b."><al>wet: de Participatiewet;</al></li><li nr="c."><al>college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelstelling</titel></kop><al>Deze verordening heeft tot doel aan inwoners die een inkomen hebben tot
                        maximaal 120% van de voor hen toepasselijke bijstandsnorm een bijdrage te
                        verstrekken voor sociaal-culturele, educatieve, sportieve en
                        maatschappelijke activiteiten, voor henzelf en hun eventuele kinderen om
                        zodoende de participatie aan de samenleving te bevorderen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Om voor een bijdrage in aanmerking te komen moet de aanvrager op de dag van
                        de aanvraag: </al><lijst><li nr="a."><al>ingeschreven staan in de Basisregistratie personen (BRP) van de
                                gemeente, en </al></li><li nr="b."><al>gedurende twaalf maanden een inkomen hebben gehad dat gelijk is aan
                                of minder dan 120% van de voor hen toepasselijke bijstandsnorm zoals
                                bedoeld in Hoofdstuk 3, paragraaf 3.2. van de wet, en </al></li><li nr="c."><al>een bedrag aan vermogen hebben dat ligt beneden de vermogensgrens
                                als bedoeld in artikel 34 van de wet. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>De bijdrage</titel></kop><al>Door het college kan een bijdrage worden verleend aan een aanvrager die
                        kosten maakt in verband met sociaal-culturele, educatieve, sportieve en
                        maatschappelijke activiteiten zoals bijvoorbeeld: </al><lijst><li nr="-"><al>abonnementen en (seizoen)kaartjes voor bijv.: zwembaden, schouwburg,
                                bioscoop, bibliotheek, musea, kunstuitleen;</al></li><li nr="-"><al>contributies voor sport-, zang-, ouderen- en buurtverenigingen,
                                jeugd- en jongerenwerk, politieke partijen en vakbonden, hobbyclub
                                en kosten sportattributen;</al></li><li nr="-"><al>cursusgeld voor her-, om- en bijscholing, volwasseneneducatie,
                                kunstzinnige vorming, club- en buurthuisactiviteiten,
                                emancipatie-activiteiten en ouderbijdragen;</al></li><li nr="-"><al>eenmalige activiteiten voor schoolreisjes en kampen, werkweken,
                                excursies, uitstapjes zoals bezoek aan dierentuin en pretpark;</al></li><li nr="-"><al>kosten van het bezoeken van de peuterspeelzaal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte bijdrage</titel></kop><al>De bijdrage op grond van deze verordening bedraagt voor het kalenderjaar
                        2015 € 252,- per ten laste komend kind en € 185,- per persoon voor de
                        aanvrager en zijn/haar overige gezinsleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De aanvraag om een bijdrage moet worden ingediend op een daartoe bestemd
                            aanvraagformulier, onder overlegging van de benodigde bewijsstukken, en
                            kan, indien dit naar het oordeel van het bestuur doelmatiger is,
                            ambtshalve worden opgemaakt of op een hiervoor door het bestuur
                            vastgestelde werkwijze. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het college kan nadere regels geven ten aanzien van de wijze van
                            controle van de voor de aanvraag benodigde bewijsstukken en de door de
                            aanvrager gemaakte kosten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanpassing bedragen</titel></kop><al>De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen
                        van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.
                        De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Bijzondere situaties</titel></kop><al>In bijzondere situaties kan het college afwijken van het bepaalde in deze
                        verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                                bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Gemeentelijk
                                Minimabeleid 2015”.</al></li><li nr="3."><al>De Verordening Gemeentelijk Minimabeleid 2012 vastgesteld in de
                                vergadering van 19 april 2012 wordt ingetrokken op de dag van
                                inwerkingtreding als bedoeld in het eerste lid. </al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare
                        vergadering van</ondertekening><ondertekening>12 maart 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de plaatsvervangend griffier</ondertekening><ondertekening>W.G.J. de Veer</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter</ondertekening><ondertekening>drs. M.A.H. Moorman</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>De huidige regeling tegemoetkoming voor kosten van maatschappelijke participatie
                    die door Optimisd wordt uitgevoerd is enerzijds in de gemeentelijke Verordening
                    Gemeentelijk Minimabeleid 2012 opgenomen, en anderzijds in de Verordening
                    maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen op grond van de Wet werk en
                    bijstand. De bestaande verordeningen onderschrijven het belang van
                    maatschappelijke participatie van inwoners met een laag inkomen en hun ten laste
                    komende (schoolgaande) kinderen.</al><al>Met ingang van 1 januari 2012 was het verplicht om een afzonderlijke verordening
                    op grond van de Wet werk en bijstand op te stellen voor schoolgaande kinderen in
                    de leeftijd van 4 tot 18 jaar.</al><al>Deze aparte WWB verordening is per 1 januari 2015 vervallen. </al><al>De regels voor een tegemoetkoming voor de ouder/aanvrager zelf en voor kinderen
                    zijn nu weer opgenomen in de Verordening Gemeentelijk Minimabeleid 2015, net als
                    voor 2012. De gemeenteraad is bevoegd tot vaststelling van deze verordening. Dit
                    gemeentelijk minimabeleid valt niet onder de Participatiewet, maar onder wat in
                    artikel 108 van de Gemeentewet wordt aangemerkt als gemeentelijke huishouding. </al><al>De inkomensgrens is per 1 januari 2015 weer bepaald op 120% (was 110%)
                    overeenkomstig de inkomensgrenzen (individuele) bijzondere bestand, vastgesteld
                    door het Algemeen bestuur van Optimisd, zodat ook bijvoorbeeld burgers die
                    werken met een inkomen hoger dan 110% van het sociaal minimum, hiervoor in
                    aanmerking kunnen komen. </al><al>Enkel de bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al>In dit artikel worden definities gegeven van begrippen die in de verordening
                    voorkomen en waarvan het van belang is dat er telkens hetzelfde onder wordt
                    verstaan. In een aantal gevallen wordt verwezen naar definities in de wet om
                    ervoor te zorgen, dat er zoveel mogelijk aansluiting blijft bij de wetgeving die
                    van toepassing is. </al><al/><tussenkop>Artikel 2.</tussenkop><al>Hiermee is doel en strekking van de regeling verwoord.</al><al>Benadrukt wordt, dat het hierbij gaat om personen met een of meerdere ten laste
                    komende kinderen. Dus een kind waarvoor de ouder aanspraak kan maken op
                    kinderbijslag. Na het bereiken van de 18-jarige leeftijd kan zelfstandig een
                    beroep worden gedaan op een bijdrage in kosten die gemaakt worden in verband met
                    sociaal- culturele, sportieve en maatschappelijke activiteiten.</al><al/><tussenkop>Artikel 3.</tussenkop><al>Voor beoordeling van het recht op een bijdrage is de inkomenssituatie- en
                    vermogenssituatie van de aanvrager van belang. De bepalingen van de
                    Participatiewet zijn van toepassing. </al><al/><tussenkop>Artikel 4.</tussenkop><al>Het betreft activiteiten maatschappelijke participatie met een sportief,
                    educatief, sociaal dan wel cultureel karakter, waarbij actief aan de samenleving
                    wordt deelgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 5.</tussenkop><al>Per kalenderjaar bedraagt de vergoeding € 252,- per kind in de kosten van
                    maatschappelijke participatie en € 185,- per volwassene. </al><al>Door de vele soorten van activiteiten die in de verordening onder het begrip van
                    maatschappelijke participatie zijn genoemd, de mogelijke stigmatisering van de
                    doelgroep, en vanwege hoge uitvoeringskosten is verstrekking in natura veelal
                    niet doelmatig. Als uitgangspunt geldt dan ook een geldelijke bijdrage. Het
                    college kan via steekproefsgewijze controle nagaan of de middelen doelmatig zijn
                    besteed. </al><al>Het college kan in individuele gevallen besluiten tot betaling in natura. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>