<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR364011_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Marktverordening Giessenlanden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Giessenlanden</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Molenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.officielebekendmakingen.nl">Officiele Bekendmakingen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktverordening Giessenlanden 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 en 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-10-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Vervangt Standplaatsen- en ventvergunningenverordening Giessenlanden 1987</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Marktverordening Giessenlanden 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit 2014-96</vet></al><al>Zaaknummer : 14-16307 - 336</al><al>De raad van de gemeente Giessenlanden;</al><al>Gelezen het raadsvoorstel van 10 februari 2015;</al><al>Gelet op artikelen 149 en 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de
                        Gemeentewet;</al><al><vet>B e s l u i t:</vet></al><lijst><li nr="-"><al>in te trekken de “Standplaatsen- en ventvergunningenverordening
                                Giessenlanden 1987”</al></li><li nr="-"><al>vast te stellen de “Marktverordening Giessenlanden 2015”</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op alle door burgemeester en
                                wethouders ingestelde warenmarkten die op gezette tijden worden
                                gehouden.</al><al>De verordening is niet van toepassing op jaarmarkten, braderieën en
                                individuele standplaatsen op grond van de APV.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inrichtingsplan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor elke markt stellen burgemeester en wethouders een
                                        inrichtingsplan vast, dat in elk geval bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van de dagen en de uren waarop en eventueel de
                                        periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd);</al></li><li nr="b."><al>een kaart van de markt;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op de kaart zijn aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de grenzen van de markt;</al></li><li nr="b."><al>de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van
                                        een vaste-vergunning;</al></li><li nr="c."><al>voor zover van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij
                                        voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of
                                        artikelgroepen alsmede, indien van toepassing, de maximum
                                        aantallen vaste-vergunningen die voor een of meer branches
                                        of artikelgroepen of combinaties daarvan kunnen worden
                                        afgegeven;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vergunningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, op een markt zonder vergunning van
                                        burgemeester en wethouders een standplaats voor het
                                        uitoefenen van markthandel in te nemen.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning geldt voor onbepaalde tijd en voor de op de
                                        vergunning vermelde standplaats, tenzij de vergunning anders
                                        bepaalt. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere
                                        gevallen een andere standplaats aanwijzen.</al></li><li nr="3."><al>Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen
                                        worden verbonden.</al></li><li nr="4."><al>Vergunning kan enkel worden verleend aan een
                                        handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in
                                        Nederland arbeid te verrichten en die geen vaste-vergunning
                                        heeft voor de betrokken markt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Mandaatverboden</titel></kop><al>De bevoegdheid tot het vaststellen van inrichtingsplannen kan niet
                                worden gemandateerd. De bevoegdheid tot wijzigen daarvan kan
                                eveneens niet worden gemandateerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Vaste-vergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Wachtlijststelsel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van de
                                        kandidaten voor een vaste-vergunning die daarvoor een
                                        aanvraag hebben ingediend en die een handelingsbekwame
                                        natuurlijke persoon zijn (wachtlijst).</al></li><li nr="2."><al>Op de wachtlijst worden bij iedere kandidaat vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>diens naam en voornamen, geboortedatum en -plaats, adres en
                                        woonplaats;</al></li><li nr="b."><al>de datum van de aanvraag;</al></li><li nr="c."><al>de branche waartoe de kandidaat behoort of de soort
                                        artikelen die hij wenst te verhandelen;</al></li><li nr="d."><al>informatie over de uitstalling die de kandidaat wenst te
                                        gebruiken.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De kandidaat ontvangt een schriftelijk bewijs van
                                        inschrijving op de wachtlijst.</al></li><li nr="4."><al>De inschrijving wordt doorgehaald als aan de kandidaat een
                                        vaste-vergunning is toegekend, als hij reeds 3 keren heeft
                                        afgezien van een vaste-vergunning waarvoor hij
                                        overeenkomstig het volgende lid in aanmerking kwam,op zijn
                                        schriftelijke aanvraag, na zijn overlijden, als hij onder
                                        curatele is gesteld of als hij niet vóór 1 januari van het
                                        lopende jaar een aanvraag om verlenging voor dat jaar heeft
                                        gedaan.</al></li><li nr="5."><al>Als er ruimte is om een nieuwe vaste-vergunning toe te
                                        kennen, komt daarvoor als eerste in aanmerking de
                                        hoogstgeplaatste kandidaat die op de wachtlijst staat en die
                                        voldoet aan de vereisten voor toekenning. Daarna komen
                                        andere aanvragers in aanmerking, in volgorde van indiening
                                        van hun aanvraag tot plaatsing op de wachtlijst. De
                                        kandidaat die in aanmerking komt voor de vergunning dient
                                        daarvoor binnen 4 weken een aanvraag in te dienen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Overschrijven vaste-vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wenst de houder van een vaste-vergunning niet langer zelf
                                        gebruik te maken van de vergunning of is hij overleden of
                                        onder curatele gesteld, dan kunnen burgemeester en
                                        wethouders op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven
                                        of zijn curator devergunning overschrijven op naam van
                                        zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon
                                        met wie hij duurzaam samenwoonde, of zijn kind.</al></li><li nr="2."><al>Kan deze weg niet worden gevolgd, dan kan de vergunning op
                                        aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator
                                        worden overgeschreven op een medewerker van de
                                        vergunninghouder of de mede-eigenaar van diens bedrijf als
                                        deze ten minste 1 jaar in loondienst heeft gewerkt bij de
                                        vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als
                                        mede-eigenaar.</al></li><li nr="3."><al>In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de
                                        vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen
                                        twee maanden nadien ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het vorenstaande
                                        afwijken voor zover de toepassing daarvan voor een of meer
                                        belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere
                                        omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de
                                        bepalingen te dienen doelen.</al></li><li nr="5."><al>De aanvraag tot overschrijving wordt alleen geweigerd als
                                        niet wordt voldaan aan de uit dit artikel voortvloeiende
                                        eisen of aan een eis waaraan een houder van een
                                        vaste-vergunning volgens deze verordening moet voldoen.</al></li><li nr="6."><al>Als de nieuwe vergunninghouder reeds over een
                                        vaste-vergunning [voor de betrokken markt] beschikt, wordt
                                        deze ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Intrekking en vervallen vaste-vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders trekken een vaste-vergunning
                                        in:</al><lijst><li nr="a."><al>op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of</al></li><li nr="b."><al>twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling,
                                        tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend
                                        overeenkomstig artikel 6.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vaste-vergunning voor
                                        bepaalde of onbepaalde tijd intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning
                                        onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een
                                        persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft
                                        gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze
                                        verordening gestelde bepaling heeft overtreden;</al></li><li nr="c."><al>als van de vergunning gedurende ten minste 2 maanden geen
                                        gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="d."><al>als de vergunninghouder niet of niet tijdig het
                                        verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond
                                        van artikel 228 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>als de vergunninghouder na door burgemeester en wethouders
                                        te zijn aangeschreven, nog steeds niet voldoet aan de
                                        voorschriften en voorwaarden van de vergunning;</al></li><li nr="f."><al>als de vergunninghouder niet voldoet aan het bepaalde in
                                        deze verordening;</al></li><li nr="g."><al>als instandhouding van de vergunning voor één of meer
                                        belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere
                                        omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de
                                        bepalingen in deze verordening te dienen doelen. Behoudens
                                        in het geval er sprake is van een dringend belang, wordt dit
                                        minimaal een jaar vóórdat de vergunning wordt ingetrokken
                                        aan belanghebbende(n) bekendgemaakt. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In geval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden
                                        bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Persoonlijk innemen standplaats; vervanging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De houder van een vaste-vergunning neemt de hem toegewezen
                                        standplaats persoonlijk in.</al></li><li nr="2."><al>In geval van vakantie of van bijzondere omstandigheden
                                        kunnen burgemeester en wethouders echter toestaan dat de
                                        standplaats wordt ingenomen door een vervanger. Een aanvraag
                                        daartoe vermeldt de reden en de verwachte duur van de
                                        afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de
                                        beoogde vervanger.</al></li><li nr="3."><al>De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De
                                        rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige
                                        lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze
                                        verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van
                                        overeenkomstige toepassing op de vervanger.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Dagplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Dagplaatsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een dagplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen
                                        van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op
                                        een markt op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door
                                        de houder van een vaste-vergunning omdat voor de plaats geen
                                        vergunning geldt, de vergunning is vervallen of omdat de
                                        vergunninghouder niet in staat is de plaats in te
                                        nemen.</al></li><li nr="2."><al>Voor een dagplaatsvergunning komen in
                                        aanmerkingdegenen die daarvoor een aanvraag hebben
                                        ingediend, voldoen aan de branche- of artikelgroepvereiste
                                        en die niet zijn uitgesloten omdat zij gedurende een of meer
                                        van de voorafgaande vier marktdagen:</al><lijst><li nr="a."><al>zich op de markt schuldig hebben gemaakt aan wangedrag of
                                        aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde
                                        bepaling hebben overtreden, of</al></li><li nr="b."><al>niet tijdig het verschuldigde marktgeld hebben voldaan dat
                                        wordt geheven op de grondslag van artikel 228 van de
                                        Gemeentewet.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van een
                                        gegadigde bepalen dat een uitsluitingsgrond niet geldt of
                                        dat voor de toepassing van het vorige lid een langere
                                        termijn in aanmerking wordt genomen.</al></li><li nr="4."><al>De dagplaatsvergunningen worden verstrekt aan de in
                                        aanmerking komende gegadigden op volgorde van ontvangst van
                                        de aanvragen en kan maximaal 3 maal worden verleend voor
                                        dezelfde markt.</al></li><li nr="5."><al>Een dagplaatsvergunning kan niet worden overgedragen. De
                                        vergunninghouder kan zich niet laten vervangen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Algemene bepalingen voor vergunninghouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Bijstand</titel></kop><al>De houder van een vaste-vergunning of van een dagplaatsvergunning
                                kan zich doen bijstaan door een of meer andere personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Legitimatieplicht</titel></kop><al>Degene die een standplaats wenst in te nemen of inneemt op een markt
                                is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen
                                dat hij daartoe gerechtigd is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Markttijden in acht nemen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een vergunninghouder verboden meer dan 1 uur voor de
                                        aanvang en meer dan 1 uur na afloop van de markt ruimte in
                                        te nemen of te doen innemen op het marktterrein met een
                                        voertuig, met goederen of anderszins, of goederen aan- of af
                                        te voeren of te laten aan- of afvoeren.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de
                                        sluitingstijd van de markt, behoudens op aanvraag door
                                        burgemeester en wethouders verleende ontheffing. Aan een
                                        ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
                                        verbonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Markt veilig &amp; schoonhouden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunninghouder is verplicht afval, waaronder
                                        verpakkingsmateriaal, dat tijdens de door hem uitgeoefende
                                        verkoop op zijn standplaats vrij komt zodanig te bewaren dat
                                        het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het
                                        afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. Hij voert
                                        het afval onmiddellijk na afloop van de markt af of laat het
                                        afvoeren.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen
                                        standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de
                                        markt veegschoon achter te laten.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunninghouder dient de veiligheid van de
                                        verkoopinrichting, uitstalling, stroomkabels en de directe
                                        omgeving om de verkoopinrichting heen te waarborgen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn belast de door burgemeester en wethouders
                                aangewezen toezichthouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunninghouder of iemand die
                                hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te
                                verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan
                                wangedrag of aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening
                                gestelde bepaling heeft overtreden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt
                                gestraft met geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten
                                hoogste drie maanden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Standplaatsen- en ventvergunningenverordening
                                        Giessenlanden 1987wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>De krachtens de Standplaatsen- en
                                        ventvergunningenverordening Giessenlanden 1987vastgestelde
                                        wacht- en anciënniteitslijsten gelden als lijsten krachtens
                                        deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>Een krachtens de Standplaatsen- en
                                        ventvergunningenverordening Giessenlanden 1987 verleende
                                        vergunning of ontheffing geldt als vergunning of ontheffing
                                        verleendkrachtens deze verordening. Burgemeester
                                        en wethouders kunnen deze ambtshalve vervangen door een
                                        vergunning of ontheffing krachtens deze verordening.
                                        Ambtshalve vervanging kan gepaard gaan met een wijziging van
                                        beperkingen en voorschriften.</al></li><li nr="4."><al>Aanvragen om vergunning of ontheffing die zijn ingediend
                                        onder de Standplaatsen- en ventvergunningenverordening
                                        Giessenlanden 1987 maar waarop nog niet is beschikt bij het
                                        in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld
                                        overeenkomstig deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening
                                Giessenlanden 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de
                        gemeente Giessenlanden van 26 maart 2015.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>mevr. mr. A. van Dijk - van den Hoef</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>ir. W.E. ten Kate</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Artikel I: Marktverordening 2015</vet></al><al/><al><vet>Algemeen </vet></al><al/><al>Het doel van deze verordening is in principe tweeledig. Ten eerste
                                worden hiermee de kaders gecreëerd om markten zodanig te
                                (her)organiseren dat de gemeentelijke belangen beschermd worden en
                                dat de markten tegelijkertijd aantrekkelijk blijven voor zowel
                                consumenten als marktkooplieden en – voor zover gemeenten daar
                                invloed op kunnen uitoefenen – dat er een divers aanbod is dat van
                                goede kwaliteit is. Ten tweede heeft deze verordening tot doel dit
                                alles op een overzichtelijke, duidelijke manier te regelen, ontdaan
                                van overbodige regels en administratieve lasten.</al><al>Daarnaast vindt er een dereguleringsslag plaats. Op basis van de
                                oude verordening moeten standplaatshouders jaarlijks een vergunning
                                aanvragen. Op basis van deze verordening krijgen standplaatshouders
                                een vergunning voor onbepaalde tijd.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Toepassingsgebied</vet></al><al/><al>Op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de
                                Gemeentewet (hierna: Gemw) kunnen burgemeester en wethouders
                                jaarmarkten of gewone marktdagen instellen (en afschaffen of
                                veranderen). </al><al>Wanneer er sprake is van een markt of losse standplaats is
                                afhankelijk van de gemeente en de grootte van de weekmarkt. In de
                                jurisprudentie wordt bijvoorbeeld bij 6 tot 8 standplaatsen bij
                                elkaar gesproken van marktvorming of naar aanleiding van de
                                plaatselijke situatie het als een markt kan worden aangemerkt. In
                                dat geval dient het college een groep standplaatsen als markt in te
                                stellen en is de marktverordening van toepassing. Dit betekent dat
                                niet alles in de standplaatsvergunning hoeft te worden geregeld.
                                Daarnaast kan er ook een gebied als markt ingesteld worden daar waar
                                nog geen markt is ontstaan.</al><al><cursief>Samenloop met APV</cursief></al><al>De regulering van andere ambulante handel dan waarop deze
                                verordening van toepassing is, is te vinden in de Algemene
                                Plaatselijke Verordening. De APV bevat bijvoorbeeld het
                                vergunningstelsel voor evenementen, zoals braderieën, standplaatsen
                                niet zijnde standplaatsen op markten. Uit de in APV opgenomen
                                bepalingen blijkt steeds dat deze niet van toepassing zijn op door
                                burgemeester en wethouders op grond van artikel 160, eerste lid,
                                aanhef en onder h, van de Gemw ingestelde markten.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Inrichtingsplan</vet></al><al/><al>Dit artikel schrijft voor dat burgemeester en wethouders per markt
                                een inrichtingsplan vast dienen te stellen en regelt wat daarin
                                geregeld moet en kan worden. Zo kan per markt onder andere bepaald
                                worden wat de markttijd is en welke delen van de markt bestemd zijn
                                voor welke marktactiviteiten Ieder inrichtingsplan dient voorzien te
                                zijn van een kaart waarop het hierboven genoemde is aangegeven. </al><al>Voor alle markten geldt hetzelfde wachtstelsel voor het toekennen
                                van nieuwe vergunningen (wachtlijststelsel). De marktverordening
                                vermeldt alleen dit stelsel en kan daardoor in het inrichtingsplan
                                achterwege blijven.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Vergunningen</vet></al><al/><al>Vaste-vergunningen gelden in beginsel voor onbepaalde tijd, maar
                                hier kan in individuele gevallen van worden afgeweken (tweede lid).
                                Bijvoorbeeld als gewerkt wordt met een ‘proefperiode’. Bij
                                bijzondere gevallen (eveneens tweede lid) kan een andere standplaats
                                worden aangewezen. </al><al>Door de koppeling van de vergunning aan een natuurlijke persoon en
                                eventueel de beperking tot één vergunning per persoon per markt of
                                voor de gemeente (lid 4) wordt een zo eerlijk mogelijke verdeling
                                van vergunningen bewerkstelligd. Uiteraard kan het wel zo zijn dat
                                de natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van een
                                rechtspersoon. Ook dan wordt een natuurlijke persoon (bijvoorbeeld
                                de bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is dus niet
                                mogelijk de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen.</al><al>Doordat de eis van handelingsbekwaamheid niet gekoppeld is aan een
                                minimumleeftijd (eveneens lid 4) komen ook zestien- en
                                zeventienjarigen aan wie door de kantonrechter handlichting is
                                verleend in aanmerking voor een vergunning. Er is geen reden om
                                minderjarigen die in het rechtsverkeer als handelingsbekwaam
                                beschouwd worden, van de vergunning uit te sluiten.</al><al>Het vereiste ‘gerechtigd in Nederland arbeid te verrichten’
                                (eveneens lid 4) ziet met name op vreemdelingen die een vergunning
                                ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen nodig hebben. </al><al/><al><vet>Artikel 4. Mandaatverboden</vet></al><al/><al>Inrichtingsplannen zijn van een zo’n belang voor het ordenen van de
                                markten dat ze door burgemeester en wethouders zelf behoren te
                                worden vastgesteld.</al><al/><al><vet>Artikelen 5. Wachtlijststelsel</vet></al><al/><al>Om in aanmerking te komen voor een standplaats op één van de
                                warenmarkten waarop deze verordening van toepassing is wordt het
                                wachtlijststelsel gehanteerd. Onze markten en gegadigden zijn te
                                gering om bv. een selectiestelsel op te richten.</al><al>Om rechtszekerheid aan de aanvrager te verschaffen, krijgt deze een
                                bewijs van zijn inschrijving op de wachtlijst (artikel 6, vierde
                                lid). Wel dient de aanvrager jaarlijks (vóór 1 januari) zijn
                                inschrijving te verlengen. Deze jaarlijkse verlenging is wenselijk
                                om controle te houden op het systeem en om de gegadigden gemotiveerd
                                te houden.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Overschrijven vaste-vergunning</vet></al><al/><al>Dit artikel regelt de gevallen en voorwaarden waaronder het mogelijk
                                is om vaste-vergunningen over te schrijven. Het gaat om
                                overschrijving van een vaste-vergunning met alle daaraan verbonden
                                voorwaarden en beperkingen, waaronder dus de nader bepaalde
                                individuele standplaats.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Intrekking en vervallen vaste-vergunning</vet></al><al/><al>De inhoud van dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 8. Persoonlijk innemen standplaats;
                                vervanging</vet></al><al/><al>De inhoud van dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Dagplaatsvergunning</vet></al><al/><al>Het in aanmerking nemen van een langere termijn ex artikel 12, derde
                                lid, betekent dat langer dan vier marktdagen wordt ‘teruggekeken’ om
                                te zien of de betrokkene zich heeft misdragen of in gebreke is
                                gebleven met de betaling van zijn marktgeld</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4. Algemene bepalingen voor vergunninghouders
                                    (artikel 10 t/m 13)</vet></al><al/><al>De inhoud van deze artikelen spreken voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 14. Toezichthouders</vet></al><al/><al>De inhoud van dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Onmiddellijke verwijdering</vet></al><al/><al>In artikel 125 van de Gemw is bepaald dat het gemeentebestuur onder
                                andere ter uitvoering van gemeentelijke verordeningen de bevoegdheid
                                heeft een last onder bestuursdwang op te leggen. Artikel 20 geeft
                                burgemeester en wethouders de bevoegdheid om een bijzondere vorm van
                                bestuursdwang (verwijdering) toe te passen als een vergunninghouder
                                zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog op de markt of bij
                                andere overtredingen van de marktverordening.</al><al>Bij deze vorm van bestuursdwang wordt spoedeisendheid als bedoeld in
                                artikel 5:31, eerste lid, van de Awb, verondersteld. Dan kan de
                                bestuursdwang worden toegepast zonder voorafgaande last. Bij zéér
                                spoedeisende gevallen, waarbij een besluit niet kan worden
                                afgewacht, kan bestuursdwang onmiddellijk worden toegepast (artikel
                                5:31, tweede lid, van de Awb). Wel dient het besluit in dat geval
                                achteraf alsnog bekendgemaakt te worden overeenkomstig artikel 5:31,
                                tweede lid, van de Awb jo. artikel 5:24, derde lid, van de Awb. Het
                                hangt van de omstandigheden van het geval af of er sprake is van een
                                spoedeisend geval, of misschien zelfs van een zeer spoedeisend
                                geval.</al><al/><al><vet>Artikel 16. Strafbepaling</vet></al><al/><al>De inhoud van dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 17. Intrekking oude verordening en
                                overgangsrecht</vet></al><al/><al>Deze marktverordening vervangt de Standplaatsen- en
                                ventvergunningenverordening Giessenlanden 1987. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>