<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR363957_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ondergrondse infrastructuur Nuenen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmaking.nl, gemeenteblad d.d. 09-04-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ondergrondse infrastructuur Nuenen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-05</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Corsanummer 2014.20245 &amp; 2014.20239</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening ondergrondse infrastructuur Nuenen 2015</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ondergrondse infrastructuur Nuenen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nuenen c.a.;</al><al/><al> gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 december
                        2014</al><al/><al> gelet op de desbetreffende bepalingen in de Gemeentewet </al><al/><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De Verordening Ondergrondse Infrastructuur 2015 vast te stellen
                                onder gelijktijdige intrekking van de Telecommunicatieverordening
                                gemeente Nuenen C.A.;</al></li><li nr="2."><al>Artikel 2:11, lid 4 van de Algemene Plaatselijke Verordening Nuenen
                                C.A. 2015 als volgt te wijzigen.</al></li></lijst><al/><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                        door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de
                        provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of
                        de daarop gebaseerde Verordening Ondergrondse Infrastructuur</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Beleidsregels</vet>: de door het college, aanvullend aan
                                    deze verordening, gestelde regels met betrekking tot
                                    nadeelcompensatie.</al></li><li nr="b."><al><vet>College</vet>: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al><vet>Coördinatieverplichting</vet>: de coördinerende rol van het
                                    college over de aanleg, ligging, instandhouding en opruiming van
                                    alle kabels of leidingen in de gehele openbare grond;</al></li><li nr="d."><al><vet>Gedoogplichtige</vet>: degene op wie een gedoogplicht rust
                                    als bedoeld in artikel 1, van de Belemmeringenwet Privaatrecht
                                    of in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet of via
                                    een (publiekrechtelijke) vergunning;</al></li><li nr="e."><al><vet>Grondroerder</vet>: degene, waaronder de netbeheerder,
                                    onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden
                                    worden verricht;</al></li><li nr="f."><al><vet>(huis)aansluiting</vet>: het gedeelte van de kabel of
                                    leiding dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt,
                                    dan wel dit gedeelte ten behoeve van een onroerende zaak als
                                    bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet
                                    Waardering Onroerende Zaken; </al></li><li nr="g."><al><vet>Instemmingsbesluit</vet>: besluit van het college op een
                                    melding van voorgenomen werkzaamheden aan kabels ten behoeve van
                                    een openbaar elektronisch communicatienetwerk, als bedoeld in
                                    artikel 5.4, eerste lid van de Telecommunicatiewet; </al></li><li nr="h."><al><vet>Kabel- en leidingentunnel</vet>: voor de geleiding van
                                    kabels of leidingen aangebrachte infrastructuur, waarvan door
                                    één of meerdere grondroerders gebruik kan worden gemaakt; </al></li><li nr="i."><al><vet>Kabels of leidingen</vet>: kabels of leidingen als
                                    onderdeel van een net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee
                                    verbonden (stalen) kasten t.b.v. Schakel-, verdeel- en
                                    onderstations geschikt voor het plaatsen op de openbare weg,
                                    voorzieningen en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze
                                    verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van
                                    een producent of van een afnemer, en ook omvattende lege buizen,
                                    ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken,
                                    elektriciteitskabels, gasleidingen, waterleidingen en kabels of
                                    leidingen ten behoeve van industriële netwerken, uitgezonderd
                                    kabels- en leidingennetwerken van de gemeente.</al></li><li nr="j."><al><vet>Kunstwerk</vet>: civieltechnisch werk voor de
                                    infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen,
                                    kabels of leidingen, niet bedoeld voor permanent verblijf; </al></li><li nr="k."><al><vet>Nadere regels</vet>: de door het college, aanvullend aan
                                    deze verordening, gestelde regels, voorwaarden en voorschriften
                                    opgenomen in een separaat handboek kabels en leidingen;</al></li><li nr="l."><al><vet>Netbeheerder</vet>: de rechtspersoon die handelt als
                                    beheerder van een net of netwerk voor de levering van
                                    elektriciteit, gas, water, aardwarmte of Warmte Koude Opslag,
                                    dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch
                                    communicatienetwerk;</al></li><li nr="m."><al><vet>Net of netwerk</vet>: een ondergrondse kabel of leiding,
                                    daaronder mede begrepen lege buizen, ondergrondse
                                    ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor
                                    transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van
                                    energie of van informatie;</al></li><li nr="n."><al><vet>Niet-openbare kabels of leidingen</vet>: kabels of
                                    leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze behoren) die niet
                                    gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden;</al></li><li nr="o."><al><vet>Openbaar elektronisch communicatienetwerk</vet>: openbaar
                                    elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1,
                                    onder h, van de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="p."><al><vet>Openbare gronden</vet>: openbare gronden als bedoeld in
                                    artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="q."><al><vet>Omwonenden</vet>: de bewoners en bedrijfsmatige gebruikers
                                    van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels of
                                    leidingen;</al></li><li nr="r."><al><vet>Registratiesysteem</vet>: geautomatiseerd systeem van het
                                    college waarin instemmingen of meldingen van
                                    (graaf)werkzaamheden aan kabels of leidingen en alles wat
                                    daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens het college of
                                    de grondroerder;</al></li><li nr="s."><al><vet>Spoedeisende werkzaamheden</vet>: reparatie of
                                    onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige
                                    belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende
                                    net is opgetreden;</al></li><li nr="t."><al><vet>Vergunning</vet>: vergunning op basis van deze verordening
                                    die bij het college aangevraagd moet worden voor voorgenomen
                                    werkzaamheden aan kabels of leidingen;</al></li><li nr="u."><al><vet>Werkzaamheden</vet>: handmatige of mechanische
                                    (graaf)werkzaamheden, inclusief het opbreken en herstel van de
                                    sleufverharding, in de openbare grond in verband met de aanleg,
                                    instandhouding en opruiming van kabels of leidingen;</al></li><li nr="v."><al><vet>Werkzaamheden van niet ingrijpende aard</vet>:</al><lijst><li nr="1."><al>Het aanbrengen of verwijderen van kabels of leidingen in
                                            reeds aangebrachte voorzieningen; reparaties of
                                            onderhoudswerk aan kabels of leidingen met een
                                            gezamenlijke lengte van minder dan vijfentwintig (25)
                                            meter en niet vallend onder spoedeisende
                                            werkzaamheden;</al></li><li nr="2."><al>Het maken van incidentele (huis)aansluitingen, waarbij
                                            geen verhardingen of groenvoorzieningen worden gekruist,
                                            tot een gezamenlijke lengte van vijfentwintig (25)
                                            meter, inclusief nieuwbouwprojecten;</al></li><li nr="3."><al>Het maken van een montagegat of lasgat, dat wil zeggen;
                                            een opbreking met een afmeting van maximaal 2 m², die
                                            wordt gemaakt ten behoeve van het plaatsen van een
                                            handhole, de toegang tot een handhole, plaatsen van
                                            afsluiters, het opgraven van een kabelrol ten behoeve
                                            van klantaansluitingen, het maken van aftakkingen, voor
                                            het herstellen van kabel of leidingstoringen of voor
                                            inspectiedoeleinden;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Toepasselijkheid</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de aanleg, de ligging, het (in
                            stand) houden, het onderhoud, de exploitatie, het verleggen/verplaatsen
                            en het verwijderen van kabels of leidingen in of op openbare gronden,
                            voor zover de gemeente deze gronden beheert, in bezit heeft dan wel
                            daarover coördinatieverplichtingen heeft in of op kunstwerken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter uitvoering van deze verordening nadere regels
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>Het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij de
                                        aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels of
                                        leidingen;</al></li><li nr="b."><al>Ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden in
                                        verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                                        kabels of leidingen;</al></li><li nr="c."><al>De omgang met kabels of leidingen in verontreinigde gronden,
                                        rond watergangen en stedelijk groen, en op verhardingen
                                        boven kabels of leidingen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Werkzaamheden inzake kabels of leidingen, uitgezonderd kabels ten
                            dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college of in
                                    afwijking van een verleende vergunning kabels of leidingen in,
                                    op of boven openbare gronden en in of op kunstwerken: </al></li><li nr="a."><al>Aan te leggen en of te houden;</al></li><li nr="b."><al>Te liggen</al></li><li nr="c."><al>Te onderhouden of te exploiteren;</al></li><li nr="d."><al>Te wijzigen;</al></li><li nr="e."><al>Te verplaatsen;</al></li><li nr="f."><al>Een andere functie te geven of;</al></li><li nr="g."><al>Te verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of
                                    werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen vergunning, als
                                    bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk, maar kan worden
                                    volstaan met een (digitale) melding vooraf aan het college.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Aanvragen en melden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning wordt door het college op aanvraag aan de
                                    grondroerder verleend, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan
                                    het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning dient 8 weken voor aanvang werkzaamheden te worden
                                    aangevraagd. </al></li><li nr="3."><al>Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
                                    vooroverleg voeren met het college om de aanvraag, als bedoeld
                                    in het eerste lid voor te bereiden.</al></li><li nr="4."><al>Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een
                                    andere gedoogplichtige wordt uiterlijk vier weken na ontvangst
                                    van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college
                                    schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het
                                    (voor)overleg tussen de grondroerder en de overige
                                    gedoogplichtige(n).</al></li><li nr="5."><al>Werkzaamheden van niet ingrijpende aard dienen minimaal vijf (5)
                                    werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld
                                    te worden.</al></li><li nr="6."><al>Spoedeisende werkzaamheden worden voorafgaand aan de start van
                                    de werkzaamheden gemeld. Als een melding vooraf niet mogelijk
                                    is, wordt de melding uiterlijk vóór 09.00 uur op de eerste
                                    werkdag na de start van de uitvoering gedaan aan het college.
                                    Indien achteraf blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden
                                    vergunningplichtig zijn, wordt er alsnog een vergunning
                                    aangevraagd.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor de
                                    uitzonderingsbepalingen voor spoedeisende werkzaamheden of
                                    werkzaamheden van niet ingrijpende aard, als bedoeld in artikel
                                    2.1, tweede lid, niet van toepassing zijn. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.</nr><titel>Weigeren, wijzigen of intrekken vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de vergunning weigeren in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>De openbare orde</al></li><li nr="b."><al>De openbare veiligheid</al></li><li nr="c."><al>De volksgezondheid</al></li><li nr="d."><al>De bescherming van het milieu</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>De grondroerder niet binnen een jaar na het
                                            onherroepelijk worden van de vergunning met de
                                            werkzaamheden als omschreven in de vergunning is
                                            begonnen;</al></li><li nr="b."><al>De in de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan
                                            een aaneengesloten periode van zes maanden
                                            stilliggen;</al></li><li nr="c."><al>De netbeheerder kabel(s) of leiding(en) definitief
                                            buiten gebruik heeft gesteld;</al></li><li nr="d."><al>De vergunning is verleend op basis van onjuiste of
                                            onvolledige gegevens;</al></li><li nr="e."><al>De vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift
                                            is afgegeven;</al></li><li nr="f."><al>De grondroerder het bepaalde bij of krachtens deze
                                            verordening of de vergunningvoorschriften niet
                                            naleeft;</al></li><li nr="g."><al>Na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van
                                            het college gegronde aanleiding bestaat te
                                            veronderstellen dat het van kracht blijven van de
                                            vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft
                                            voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen
                                            van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende
                                            vergunning niet kan worden tegemoetgekomen;</al></li><li nr="h."><al>Dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs
                                            nodig is vanwege de uitvoering van gemeentelijke
                                            werkzaamheden van openbaar belang en algemeen nut;</al></li><li nr="i."><al>Er sprake is van verkoop van gronden in eigendom van
                                            gemeente, behorende tot de openbare ruimte, aan
                                            derden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van de
                                    vergunning voordat het college de houder van de vergunning de
                                    gelegenheid heeft gegeven om zijn zienswijze naar voren te
                                    brengen. </al></li><li nr="4."><al>Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning
                                    kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabel(s)
                                    of leiding(en) te verleggen/verplaatsen of deze te
                                    verwijderen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.</nr><titel>Intrekken vergunning op verzoek netbeheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college trekt de vergunning in indien de netbeheerder
                                    schriftelijk aan het college heeft verklaard van de vergunning
                                    geen gebruik meer te willen maken.</al></li><li nr="2."><al>Degene die een schriftelijke verklaring als bedoeld in het
                                    eerste lid afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de kabel of
                                    leiding na de verklaring nog in de openbare ruimte aanwezig is,
                                    beschouwd als netbeheerder tenzij de leiding is overgedragen of
                                    wordt geëxploiteerd of beheerd door een andere natuurlijke dan
                                    wel rechtspersoon, in welk geval laatstgenoemde persoon als
                                    netbeheerder wordt beschouwd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Werkzaamheden inzake kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.</nr><titel>Instemmingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder instemmingsbesluit of in afwijking van
                                    een verleende instemmingsbesluit kabels in, op of boven openbare
                                    gronden en in of op kunstwerken:</al></li><li nr="a."><al>aan te leggen en of te houden;</al></li><li nr="b."><al>te onderhouden of te exploiteren;</al></li><li nr="c."><al>te wijzigen;</al></li><li nr="d."><al>te verplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een andere functie te geven of; </al></li><li nr="f."><al>te verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of
                                    werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen
                                    instemmingsbesluit, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk,
                                    maar kan worden volstaan met een (digitale) melding vooraf aan
                                    het college.</al></li><li nr="3."><al>Het instemmingsbesluit vervalt indien daarvan geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen één jaar na de datum waarop het besluit
                                    onherroepelijk is geworden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.</nr><titel>Aanvragen en melden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een instemmingsbesluit wordt door het college op aanvraag aan de
                                    grondroerder verleend, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan
                                    het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
                                    vooroverleg voeren met het college om de aanvraag, als bedoeld
                                    in het eerste lid van dit artikel voor te bereiden.</al></li><li nr="3."><al>Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een
                                    andere gedoogplichtige dan de gemeente wordt uiterlijk vier
                                    weken na ontvangst van de aanvraag, als genoemd in het eerste
                                    lid, het college schriftelijk in kennis gesteld van de
                                    uitkomsten van het (voor)overleg tussen de grondroerder en de
                                    overige gedoogplichtige(n).</al></li><li nr="4."><al>Werkzaamheden van niet ingrijpende aard worden minimaal vijf (5)
                                    werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden
                                    gemeld.</al></li><li nr="5."><al>Spoedeisende werkzaamheden worden voorafgaand aan de start van
                                    de werkzaamheden gemeld. Als een melding vooraf niet mogelijk
                                    is, wordt de melding uiterlijk vóór 09.00 uur op de eerste
                                    werkdag na de start van de uitvoering gedaan aan het college.
                                    Indien achteraf blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden
                                    instemmingsplichtig zijn, wordt er alsnog een instemmingsbesluit
                                    aangevraagd.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor de
                                    uitzonderingsbepalingen voor spoedeisende werkzaamheden of
                                    werkzaamheden van niet ingrijpende aard, als bedoeld in artikel
                                    3.1, tweede lid, niet van toepassing zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.</nr><titel>Intrekken instemmingsbesluit</titel></kop><al>Indien een grondroerder zich niet houdt aan de voorschriften en
                            beperkingen uit het instemmingsbesluit, kan het college het
                            instemmingsbesluit intrekken. Het college gaat niet over tot intrekking
                            of wijziging van de vergunning voordat het college de houder van het
                            instemmingsbesluit de gelegenheid heeft gegeven om zijn zienswijze naar
                            voren te brengen. </al><al>Aan het besluit tot intrekking van het instemmingsbesluit kan de
                            verplichting worden verbonden om de betreffende kabel(s) te
                            verleggen/verplaatsen of deze te verwijderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een grondroerder is verplicht om bij de aanleg van kabels of
                                    leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te
                                    maken van bestaande, hetzij door andere netbeheerders dan wel
                                    door of in opdracht van het college aangelegde
                                    voorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.2., tweede lid, dan wel
                                    een door het college geïnitieerd overleg naar aanleiding van een
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, is er mede op
                                    gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé
                                    gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien de grondroerder een redelijk aanbod wordt gedaan om
                                    gebruik te maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals
                                    mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de
                                    grondroerder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn
                                    netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken.</al></li><li nr="4."><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
                                    nieuwe leidingen, dient de grondroerder een alternatief tracé te
                                    kiezen, of aan een netbeheerder een billijk verzoek tot
                                    medegebruik van leidingen te doen, op grond van artikel 5.12,
                                    van de Telecommunicatiewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het aanvragen van een vergunning of een instemmingsbesluit
                                    wordt gebruik gemaakt van daartoe door het college vastgestelde
                                    formulieren of registratiesysteem.</al></li><li nr="2."><al>Bij een aanvraag om een vergunning of een aanvraag voor een
                                    instemmingsbesluit worden de navolgende gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>Een schriftelijke machtiging als het een aanvraag
                                            betreft voor de aanleg, instandhouding en opruiming van
                                            kabels of leidingen voor of namens een
                                            netbeheerder;</al></li><li nr="b."><al>Naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de eigenaar,
                                            beheerder en exploitant van de kabels of leidingen en
                                            van de (onder)aannemer(s) die belast zijn met de
                                            werkzaamheden, en de naam en telefoonnummer van de
                                            uitvoerder voor de werkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al>Een opgave van het aantal, de soort en het beoogde
                                            gebruik van de kabels of leidingen;</al></li><li nr="d."><al>Welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis
                                            worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang,
                                            beëindiging en aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="e."><al> Een (digitale) tekening in pdf-formaat van het gewenste
                                            tracé ingetekend op de GBKN (schaal 1:500) voor bestaand
                                            gebied, waarbij de tekening is voorzien van:</al><lijst><li nr="i)"><al>Een tekeninghoofd met een uniek tekeningnummer
                                                  en een datum waarbij de datum van de laatste
                                                  wijziging geldt;</al></li><li nr="ii)"><al>Een noordpijl;</al></li><li nr="iii)"><al>Voor Synfra-partners een Gemma-nummer waaruit
                                                  blijkt dat de werkzaamheden zijn aangemeld;</al></li><li nr="iv)"><al>Het aantal kabels of leidingen inclusief de
                                                  materiaalsoort en tevens de diameter van de
                                                  leiding(en).</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Voor gebieden die in ontwikkeling zijn wordt de kabel-
                                            of leidingtracétekening, zoals vastgesteld door het
                                            college, gebruikt voor de aanvraag van een vergunning
                                            dan wel een instemmingsbesluit;</al></li><li nr="g."><al>Een opgave van de objecten, zowel van permanente als
                                            tijdelijke aard, die ten tijde van de werkzaamheden
                                            worden geplaatst en de situering daarvan op de
                                            tekening;</al></li><li nr="h."><al>De doorsnede van de kabel of leiding(goot) en lengte en
                                            breedte van de te graven sleuf;</al></li><li nr="i."><al>Een omschrijving van eventuele opbrekingen;</al></li><li nr="j."><al>Het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van
                                            de werkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien de werkzaamheden betrekking hebben op kabels van
                                    elektronische communicatienetwerken dienen, aanvullend op het
                                    tweede lid, bij de aanvraag tevens de volgende gegevens te
                                    worden verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>Een opgave van het aantal kabels dat direct in gebruik
                                            wordt genomen;</al></li><li nr="b."><al>Een opgave van het aantal kabels dat niet direct in
                                            gebruik wordt genomen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij een melding (ten behoeve van spoedeisende werkzaamheden of
                                    werkzaamheden van niet ingrijpende aard), worden de volgende
                                    gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>Een schriftelijke machtiging indien het een aanvraag
                                            betreft voor de aanleg, instandhouding en opruiming van
                                            kabels en/of leidingen voor of namens een
                                            netbeheerder;</al></li><li nr="b."><al>Naam, adres en woonplaatsgegevens van de eigenaar,
                                            beheerder en exploitant van de kabels of leidingen, naam
                                            en adres van de (onder)aannemer(s) die belast zijn met
                                            de werkzaamheden, en de naam en telefoonnummer van de
                                            uitvoerder voor de werkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al>Het adres van de graaflocatie;</al></li><li nr="d."><al>De dagtekening van de melding;</al></li><li nr="e."><al>De lengte van de sleuf die wordt opengebroken;</al></li><li nr="f."><al>Het oppervlak dat wordt opengebroken indien het alleen
                                            een montagegat betreft;</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de
                                    gegevens die bij de aanvraag moeten worden verstrekt en over de
                                    wijze waarop deze worden verstrekt.</al></li><li nr="6."><al>Het college stelt nadere regels vast over welke gegevens en
                                    documenten noodzakelijk zijn voor de beoordeling van bijzondere
                                    constructies. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.</nr><titel>Beslistermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een beslissing op een aanvraag om een vergunning of een aanvraag
                                    voor een instemmingsbesluit wordt genomen uiterlijk acht weken
                                    na de dag van ontvangst van de aanvraag. Het college kan de
                                    beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen.</al></li><li nr="2."><al>Betreft het een aanvraag waarbij meerdere gedoogplichtigen zijn
                                    betrokken dan beslist het college binnen acht weken na de dag
                                    van ontvangst van een volledige aanvraag.</al></li><li nr="3."><al>Paragraaf 4.1.3.3. Van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de vergunning en het instemmingsbesluit
                                    nadere voorschriften of beperkingen verbinden in het belang
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>De openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>Veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de
                                            verkeersveiligheid of een goede doorstroming van het
                                            verkeer;</al></li><li nr="c."><al>Het voorkomen of beperken van schade of overlast;
                                            waaronder mede verstaan wordt de bescherming van
                                            eventuele archeologische vondsten, van
                                            groenvoorzieningen, bomen en beplantingen en van het
                                            uiterlijke aanzien van de omgeving;</al></li><li nr="d."><al>De bereikbaarheid van gronden of gebouwen; waaronder
                                            mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van
                                            openbare gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en
                                            onderhoud ervan en het belang van nader aan te geven
                                            grote lokale evenementen als weekmarkten en
                                            kermissen;</al></li><li nr="e."><al>De ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt
                                            het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de
                                            grond aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of
                                            zonder noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder
                                            mede verstaan worden werken ten behoeve van de riolering
                                            en de levering of het transport van elektronische
                                            informatie, gas, water en elektriciteit.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De voorschriften of beperkingen, zoals genoemd in het eerste
                                    lid, hebben betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>Het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering bij
                                            aanleg, instandhouding, onderhoud, verplaatsing en
                                            opruiming van kabels of leidingen;</al></li><li nr="b."><al>Het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en
                                            geleidingen, die door derden of de het college tegen
                                            marktconforme prijzen ter beschikking worden
                                            gesteld;</al></li><li nr="c."><al>Het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met
                                            beheerders van overige in de grond aanwezige
                                            werken;</al></li><li nr="d."><al>Afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren
                                            behorende bij het netwerk, niet zijnde een openbaar
                                            elektronisch communicatienetwerk.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De grondroerder start de werkzaamheden binnen een jaar na de
                                    datum van vergunningverlening of instemmingsbesluit en voltooit
                                    de werkzaamheden zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 6
                                    maanden na aanvang, tenzij in de vergunning of het
                                    instemmingsbesluit anders is bepaald.</al></li><li nr="4."><al>De grondroerder informeert omwonenden schriftelijk van de uit te
                                    voeren werkzaamheden over aanvang, duur, aard en plaats van de
                                    werkzaamheden.</al></li><li nr="5."><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                                    opruiming van kabels of leidingen en medegebruik van
                                    voorzieningen gebeurt volgens de door het college vastgestelde
                                    nadere regels.</al></li><li nr="6."><al>De grondroerder vergoedt aan het college de schade voortvloeiend
                                    uit de werkzaamheden, waarbij de omvang beperkt is tot
                                    vergoeding van de marktconforme kosten van de door het college
                                    ter beschikking gestelde voorzieningen en van de meerdere
                                    marktconforme kosten van onderhoud.</al></li><li nr="7."><al>De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden
                                    de grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen
                                    in de oude staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven
                                    hier zelf zorg voor te willen dragen.</al></li><li nr="8."><al>Het college stelt nadere regels op voor het in rekening brengen
                                    van de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van
                                    de openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van
                                    uitgevoerde werkzaamheden aan leidingen in de openbare
                                    ruimte.</al></li><li nr="9."><al>Indien een grondroerder/netbeheerder binnen 5 jaar na groot
                                    onderhoud of herinrichting van de openbare gronden werkzaamheden
                                    wil uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden stellen
                                    aan het herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor
                                    rekening van de grondroerder.</al></li><li nr="10."><al>Ten aanzien van het herstellen van bijzondere bestrating stelt
                                    het college nadere regels vast.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.</nr><titel>Nadeelcompensatie</titel></kop><al>Het college kan beleidsregels opstellen voor een door het college op
                            aanvraag toe te kennen financiële tegemoetkoming (bij wijze van
                            nadeelcompensatie) in het geval dat een netbeheerder als gevolge van een
                            besluit van het college, inhoudende een intrekking of wijziging van een
                            vergunning op grond van artikel 2.3, tweede lid onderdeel g, h of i,
                            schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot
                            het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en de vergoeding van deze
                            schade niet op een andere wijze is verzekerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.</nr><titel>Eigendom</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien eigendom, exploitatie of beheer van de kabel of leiding
                                    wordt overgedragen aan een andere netbeheerder, gaan de rechten
                                    en plichten volgens deze verordening die betrekking hebben op de
                                    kabel of leiding van rechtswege over op de nieuwe
                                    netbeheerder.</al></li><li nr="2."><al>De netbeheerder stelt het college onverwijld in kennis van het
                                    feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel
                                    of leiding verandert.</al></li><li nr="3."><al>Op het eigendom van de kabels of leidingen zijn de
                                    desbetreffende wettelijke bepalingen van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.</nr><titel>Niet-openbare kabels of leidingen</titel></kop><al>Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming
                            van niet-openbare kabels of leidingen in openbare wegen en wateren is
                            het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in
                                    kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten
                                    dienste staat van een net of netwerk in of op openbare
                                    gronden.</al></li><li nr="2."><al>In dit kader kan van de netbeheerder een overzicht van alle
                                    (niet) in gebruik zijnde kabels of leidingen worden verlangd. De
                                    bewijslast van ingebruikname ligt bij de netbeheerder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5.</nr><titel>Overleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan periodiek een overleg organiseren, waarvoor de
                                    bij haar bekende netbeheerders en andere betrokken of
                                    belanghebbende partijen worden uitgenodigd.</al></li><li nr="2."><al>In dit overleg worden de plannen van het college en van de
                                    diverse netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende
                                    partijen besproken en eventueel afgestemd in het kader van de
                                    bepalingen van deze verordening. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Handhavings- en toezichtsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen
                            personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien er
                            wordt gewerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>Zonder voorafgaande aanvraag voor een vergunning of
                                    instemmingsbesluit of melding (ten behoeve van spoedeisende
                                    werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard);</al></li><li nr="b."><al>Zonder vergunning of instemmingsbesluit of zonder toestemming
                                    ingeval van meldingsplicht;</al></li><li nr="c."><al>In afwijking van de uitvoeringsvoorschriften;</al></li><li nr="d."><al>In afwijking van de voorschriften uit de vergunning of het
                                    instemmingsbesluit;</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor kabels of leidingen die op de datum van inwerkingtreding
                                    van deze verordening aanwezig en in gebruik zijn geldt de
                                    schriftelijke instemming dan wel vergunning op grond waarvan zij
                                    gelegd zijn als een vergunning- respectievelijk
                                    instemmingsbesluit krachtens deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een melding is gedaan op grond van de
                                    Telecommunicatieverordening Nuenen C.A., maar waarop nog niet is
                                    beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de openbare
                            bekendmaking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 5 februari 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.C.P. Laurenssen Msc</ondertekening><ondertekening>M.J. Houben MBA</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP DE VERORDENING ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUCTUUR NUENEN
                            2015</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het doel van deze toelichting is informatie, aanvulling en nadere uitleg
                            met betrekking tot de Verordening Ondergrondse Infrastructuur (verder
                            aangeduid als VOI), zowel voor gebruik binnen de gemeente als door de
                            netbeheerders en grondroerders. </al><al>Deze VOI heeft als doel de regie en coördinatie uniform te regelen met
                            betrekking tot (graaf)werkzaamheden die nodig zijn voor de aanleg,
                            ligging, het (in stand) houden en opruiming van alle kabels of leidingen
                            in openbare gronden binnen de gemeentegrenzen. In deze verordening zijn
                            zowel regels gesteld betreffende kabels of leidingen voor openbare
                            elektronische netwerken alsmede regels voor de overige kabels of
                            leidingen. </al><al>Volgens de VOI wordt iedere aanvraag van elke netbeheerder eenduidig
                            behandeld. Het verschil in wettelijke grondslag (Telecommunicatiewet
                            e.a.) is geen reden om de aanvragen verschillend te behandelen. In deze
                            verordening is voor elk regime een apart onderdeel met bepalingen
                            opgenomen. Hoofdstuk 2 is van toepassing op de werkzaamheden in de
                            categorie overige kabels of leidingen. Hoofdstuk 3 is van toepassing op
                            werkzaamheden voor wat betreft kabels die ten dienste staan of komen van
                            een openbaar elektronisch communicatienetwerk.</al><al>De VOI reguleert de werkzaamheden in de openbare ruimte, waarbij de
                            (weg)verharding, maar ook bermen en groenvoorzieningen etc. worden
                            opgebroken. De VOI is onder andere gericht op minimalisatie van overlast
                            en maatschappelijke kosten ten gevolge van (graaf)werkzaamheden in de
                            openbare ruimte: proactieve regie ; meer grip en sturing op
                            werkzaamheden; het waarborgen van bereikbaarheid, leefbaarheid,
                            veiligheid en communicatie tijdens werkzaamheden; uniforme regels en
                            sanctiemogelijkheden en een efficiënt gebruik van de openbare ruimte. </al><al>Belangrijk uitgangspunt is dat werkzaamheden alleen in de openbare
                            ondergrond mogen worden uitgevoerd na voorafgaand akkoord van het
                            college. </al><al>De VOI geeft ook invulling aan de conform de Telecommunicatiewet
                            verplichte Telecommunicatieverordening. De regels voor werkzaamheden
                            betreffende een elektronisch communicatienetwerk waren voorheen
                            opgenomen in de gemeentelijke Telecommunicatieverordening uit 2007.
                            Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de nieuwe VOI wordt de
                            bestaande Telecommunicatieverordening als afzonderlijke verordening
                            ingetrokken. </al><al/><al><vet>Kaders voor de gemeentelijke bevoegdheden en rollen</vet></al><al>De gemeentelijke bevoegdheden vloeien onder andere voort uit de
                            Gemeentewet, de Belemmeringenwet Privaatrecht, de Algemene wet
                            bestuursrecht en de Algemene Plaatselijke Verordening, de WION, de
                            Telecommunicatiewet en uit contractuele afspraken met netbeheerders. </al><al>De gemeente is in vele rollen betrokken bij (graaf)werkzaamheden in de
                            openbare ruimte onder andere als grondeigenaar, ruimtelijk planner,
                            aanlegger van infrastructuur, verkeersregelaar, bodembeschermer, etc.
                            etc.. In het belang van de gemeente, burgers, bedrijven en netbeheerders
                            moet een zorgvuldig, uniform en integraal beleid gevoerd worden bij
                            voorbereiding, uitvoering en nazorg van (graaf)werkzaamheden in openbare
                            gronden. </al><al>Ondanks de verschillende uitgangsposities van partijen wordt door de
                            gemeente harmonisering en uniformering en gelijke behandeling
                            nagestreefd. Het opbreken van de openbare ruimte dient tot zo min
                            mogelijk overlast en schade te leiden, met waarborging van veiligheid en
                            bereikbaarheid en voorkoming van verstoring van openbare orde en
                            ondergrondse ordening. </al><al>De grondroerders zijn verantwoordelijk voor juiste en tijdige
                            gegevensverwerking en voldoen aan de wettelijke plicht tot zorgvuldig
                            graven. Ten aanzien van het ontwerp, voorbereiding, uitvoering en beheer
                            van de (graaf)werkzaamheden dient voldaan te worden aan de uniforme
                            (uitvoerings-)eisen die door het college zijn vastgelegd in het Handboek
                            Kabels &amp; Leidingen.</al><divisie><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>onderdeel b (college)</titel></kop><al>Het college is bevoegd de taken voortvloeiende uit de VOI af te
                            handelen, waarbij deze voor wat betreft de uitvoering naar wens en
                            behoefte uit praktische overweging gemandateerd kunnen worden aan één of
                            meer daartoe aangewezen ambtenaren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>onderdeel d (gedoogplichtige)</titel></kop><al>De gemeentelijke betrokkenheid is vooral gericht op haar rol als
                            beheerder van de openbare gronden. In deze hoedanigheid is de gemeente
                            voor wat betreft de elektronische openbare communicatienetwerken
                            gedoogplichtige althans voor zover van toepassing conform de
                            Telecommunicatiewet. Het begrip gedoogplichtige slaat ook op andere
                            partijen en personen die krachtens de wet en/of vergunning
                            gedoogplichtig zijn. Gedoogplichtigen moeten de aanleg, ligging, het (in
                            stand) houden en opruiming van kabels of leidingen toestaan in en op hun
                            gronden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>onderdeel e (grondroerder)</titel></kop><al>De grondroerder is de partij die daadwerkelijk de graafwerkzaamheden
                            verricht of laat verrichten. Dit zal vaak een aannemer of installateur
                            zijn, maar kan ook een interne afdeling van een netbeheerder betreffen
                            als die dergelijke werkzaamheden zelf uitvoeren. Als een grondroerder
                            namens een netbeheerder optreedt, wordt nu expliciet naar een machtiging
                            gevraagd, dit ter wille van rechtszekerheid en rechtsgeldigheid. Ook kan
                            de grondroerder een partij zijn die voor eigen naam en rekening
                            netwerken aanlegt, maar niet zelf exploiteert en het netwerk of
                            netwerkcapaciteit daarna verhuurt of verkoopt. De grondroerder is
                            verplicht om een melding van de voorgenomen graafwerkzaamheden te
                            verzorgen richting het college van burgemeester en wethouders en
                            eventuele overige betrokken partijen.</al><al>De grondroerder dient over een vergunning of instemmingsbesluit te
                            beschikken voor aanvang van de werkzaamheden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>onderdeel f ((huis)aansluiting)</titel></kop><al>(Huis)aansluitingen worden door de relatief beperkte omvang van de
                            werkzaamheden uitgezonderd van diverse algemene regels van de VOI.
                            Daarvoor is een lichter formeel regime van toepassing waarvoor nadere
                            regels zijn gesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>onderdeel g / onderdeel t (Instemmingsbesluit /
                                vergunning)</titel></kop><al>Werkzaamheden als bedoeld in deze verordening moeten vooraf (digitaal)
                            gemeld worden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen: </al><lijst><li nr="1."><al>reguliere (graaf)werkzaamheden;</al></li><li nr="2."><al>werkzaamheden van niet ingrijpende aard;</al></li><li nr="3."><al>spoedeisende werkzaamheden. </al></li></lijst><al>Voor de reguliere (graaf)werkzaamheden geldt dat pas gestart mag worden
                            met die werkzaamheden als op basis van een aanvraag een vergunning of
                            instemmingsbesluit is verleend. Het college hanteert in het algemeen een
                            doorlooptijd acht weken voor aanvragen voor reguliere
                            werkzaamheden.</al><al>Voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen vergunning of
                            instemmingsbesluit noodzakelijk maar kan worden volstaan met een
                            (digitale) melding vooraf. Na melding kan in het algemeen binnen een
                            termijn van vijf werkdagen met de werkzaamheden gestart worden. Voor
                            spoedeisende werkzaamheden kan het zo zijn dat melden vooraf onmogelijk
                            is. Alleen in dit uitzonderingsgeval is het toegestaan het werk achteraf
                            te melden. Echter, indien achteraf blijkt dat de uitgevoerde
                            werkzaamheden omvangrijk zijn geweest en dus vergunning- of
                            instemmingsplichtig zijn, dient er achteraf alsnog een vergunning of
                            instemmingsbesluit aangevraagd te worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>onderdeel h (kabel- en leidingentunnel)</titel></kop><al>Voorbeelden van kabel- en leidingentunnels zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>Mantelbuizen;</al></li><li nr="·"><al>Leidingenviaducten;</al></li><li nr="·"><al>In kunstwerken (bouwkundige zin) aanwezige voorzieningen t.b.v.
                                    de geleiding van kabels of leidingen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>onderdeel i (kabels of leidingen)</titel></kop><al>Verzamelbegrip; kabels of leidingen zijn onderdeel van een totaal
                            net(werk), met uitzondering van bovengrondse hoogspanningsleidingen,
                            daaronder ook begrepen de daarmee verbonden (stalen) kasten tbv.
                            transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations,
                            voorzieningen(afsluiters, brandkranen, lassen etc.) en andere
                            hulpmiddelen, behalve voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen
                            liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer. Ook
                            omvattende: lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken (zoals
                            mantelbuizen, kabelgoten, handholes, lasdozen, duikers) en
                            beschermingswerken. Voorbeelden van kabels of leidingen zijn
                            telecommunicatie- en omroepkabels, elektriciteitskabels (koppel-,
                            transport- en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie-
                            en dienstleidingen), leidingen voor warmte-koude opslag, waterleidingen
                            en kabels of leidingen voor industriële netwerken. Inhoudelijk is er
                            procedureel geen onderscheid gemaakt in de begrippen kabels of
                            leidingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>onderdeel l (netbeheerder)</titel></kop><al>Het begrip netbeheerder wordt gehanteerd als uniforme term voor de
                            beheerders van de netten voor de levering van water en energie en tevens
                            de aanbieders van (niet-)openbare elektronische communicatienetwerken.
                            Vaak zal de netbeheerder in het geval van voorgenomen graafwerkzaamheden
                            de rol van opdrachtgever op zich nemen. In aansluiting bij de recente
                            wet- en regelgeving op het gebied van graafrechten wordt de
                            opdrachtgever meer dan voorheen medeverantwoordelijk gehouden voor een
                            juiste uitvoering en naleving van de rechten en verplichtingen met
                            betrekking tot graafwerkzaamheden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>onderdeel m (net of netwerk)</titel></kop><al>De definitie is afgeleid van de omschrijving zoals die gehanteerd wordt
                            in de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION). De
                            omschrijving maakt met name duidelijk dat het om ondergrondse netten
                            gaat, en dan zowel de distributie- en transportnetten voor energie (gas,
                            water, elektriciteit) als de elektronische communicatienetwerken (zoals
                            specifiek geregeld in en krachtens de Telecommunicatiewet). In de tekst
                            wordt geen inhoudelijk onderscheid gemaakt tussen de termen net en
                            netwerk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>onderdeel p (openbare gronden)</titel></kop><al>Hiertoe worden conform wettelijke omschrijving gerekend de openbare
                            wegen inclusief trottoirs/voetpaden, glooiingen, bermen, sloten,
                            bruggen, viaducten, duikers, tunnels, beschoeiingen en andere werken,
                            evenals wateren inclusief bruggen, plantsoenen, pleinen, en andere
                            plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>onderdeel s (spoedeisende werkzaamheden)</titel></kop><al>Hiervoor geldt een lichter procedureel regime. De netbeheerder moet
                            duidelijk maken dat dit werk redelijkerwijs geen uitstel kan dulden op
                            grond van de aangegeven belangen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>onderdeel u (werkzaamheden)</titel></kop><al>(Graaf)werkzaamheden, inclusief het opbreken en herstel van de
                            sleufverharding, in de openbare grond in verband met de aanleg,
                            instandhouding en opruiming van kabels of leidingen. </al><al>Hoewel gezien de consequenties ervan de regelingen van de VOI vooral
                            betrekking hebben op mechanische werkzaamheden, vallen handmatige
                            werkzaamheden er ook onder. Deze zijn vaak van toepassing op het werken
                            nabij bomen of groenvoorzieningen en de separaat onderscheiden
                            categorieën spoedeisende werkzaamheden of niet ingrijpende
                            werkzaamheden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>onderdeel v (werkzaamheden van niet ingrijpende aard)</titel></kop><al>Het onderscheid tussen werkzaamheden van al dan niet ingrijpende aard
                            vloeit voort uit artikel 5.4, lid 5 van de Telecommunicatiewet. Naast
                            huisaansluitingen (tot een bepaalde lengte) worden andere niet
                            ingrijpende werkzaamheden aan een lichter regime onderworpen, omdat ze
                            veelal slechts gedurende relatief korte tijd in een beperkt gedeelte van
                            het netwerk worden verricht, en waarvan de impact relatief beperkt en
                            kortstondig is. Hieronder wordt dus verstaan één huisaansluiting en niet
                            verschillende huisaansluitingen tegelijkertijd. Nieuwbouwprojecten
                            vallen ook onder dit licht regime. Voor deze niet ingrijpende
                            werkzaamheden geldt een verkorte procedure. De definitie geeft op
                            hoofdlijnen aan voor welke situaties deze lichtere procedure van
                            toepassing kan zijn. Vaak gaat het om werkzaamheden aan reeds bestaande
                            kabels of leidingen en betreft het een beperkte lengte of oppervlakte
                            die niet of nauwelijks het normale gebruik van de openbare gronden
                            beperkt. Daarbij kan van belang zijn of rijbanen en andere verhardingen
                            of wateren, dan wel groenvoorzieningen, gekruist worden of dat boringen
                            noodzakelijk zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.2.</nr><titel>Toepasselijkheid</titel></kop><al>Deze VOI geeft invulling aan de wettelijke verplichting voor de raad om
                            een Telecommunicatieverordening op te stellen. Vooralsnog is niet
                            voorzien in een algemene wettelijke grondslag voor een vergelijkbare
                            regeling voor de energienetten en waterleidingen. Daarom wordt
                            vooruitlopend op mogelijke toekomstige nationale basisregelgeving
                            hiermee voorzien in uniforme afspraken met daarbij een zo gelijk
                            mogelijke behandeling van alle netbeheerders. </al><al>Daarnaast heeft de gemeente een coördinatieverplichting met betrekking
                            tot de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels of leidingen
                            in de gehele openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen. Onder het
                            uitvoeren van de coördinerende rol worden o.a. werkzaamheden verstaan
                            als een onderzoek naar de haalbaarheid van het gevraagde tracé en het
                            onderzoeken of meerdere partijen tegelijkertijd gebruik willen maken van
                            het tracé. Ook worden, indien noodzakelijk, voor het uiteindelijke tracé
                            aanvullende uitvoeringseisen gesteld. De feitelijke situatie is zo dat
                            de fysieke ondergrond vol raakt met een veelheid aan kabels of
                            leidingen, dit maakt betere afstemming van werkzaamheden en belangen
                            noodzakelijk.</al><al>Van belang is op te merken dat in beginsel alle kabels of leidingen in
                            de openbare ruimte waarover de bevoegdheid van het gemeentebestuur zich
                            uitstrekt onder de reikwijdte van de verordening vallen. De term
                            “openbare ruimte” dient in dit verband geïnterpreteerd te worden als
                            algemeen toegankelijk voor het publiek dan wel zonder veel belemmeringen
                            bereikbaar voor het publiek.</al><al>Het bereik van de verordening is niet beperkt tot de kabels of leidingen
                            die in de grond liggen, maar ziet ook op kabels of leidingen en
                            bijbehorende voorzieningen die door of over kunstwerken zijn gelegd. Met
                            kunstwerken wordt bedoeld infrastructuur die voor kabels of leidingen is
                            aangelegd om bijvoorbeeld een barrière (zoals een snelweg of een
                            waterweg) over te kunnen steken. Hierbij valt te denken aan kabel- en
                            leidingentunnels en -viaducten. Ook worden voorzieningen in bestaande
                            infrastructuur (zoals bruggen) in deze verordening als kunstwerken
                            beschouwd. In artikel 1.2 is de reikwijdte van de verordening expliciet
                            aangegeven. Bovengrondse hoogspanningsleidingen zijn uitgezonderd van de
                            definitie van “kabels of leidingen” en vallen dus niet onder de
                            vergunning- of instemmingsplicht van de verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.3.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Dit artikel biedt de grondslag voor het college van burgemeester en
                            wethouders om ter uitvoering en nadere uitwerking van de verordening
                            nadere regels te stellen. Deze zullen worden opgenomen in het Handboek
                            Kabels &amp; Leidingen.</al><al>Beoogd is hierin voornamelijk procedurele en technische voorschriften op
                            te nemen op het gebied van veiligheid van kabels of leidingen en de
                            uitvoering van werkzaamheden. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Werkzaamheden inzake kabels of leidingen, uitgezonderd kabels ten
                            dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.</nr><titel>Vergunning</titel></kop><al>Dit artikel vormt de kern van het vergunningenstelsel bij het regime
                            voor de overige kabels of leidingen (niet zijnde openbare elektronische
                            communicatienetwerken). Het is verboden om kabels- of leidingen aan te
                            leggen, te exploiteren, te onderhouden, te liggen, te wijzigen, te
                            verplaatsen (waaronder verticale verplaatsingen) of te verwijderen,
                            tenzij de netbeheerder in het bezit is van een vergunning. </al><al>Het onderscheid tussen reguliere werkzaamheden en werkzaamheden van niet
                            ingrijpende aard (ook spoedeisende werkzaamheden) wordt m.b.t. de
                            instemmingsprocedure in dit artikel duidelijk gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.</nr><titel>Aanvragen en melden</titel></kop><al>Dit bepaalt dat de vergunning wordt verleend indien wordt voldaan aan de
                            voorschriften in deze verordening en de nadere regels, zoals gesteld in
                            het Handboek Kabels &amp; Leidingen. Een vergunning moet 8 weken voor
                            aanvang van de werkzaamheden te worden aangevraagd. </al><al>In het derde lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de
                            aanvraag overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde
                            komen het mogelijk medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de
                            werkzaamheden bij omvangrijke projecten. Op deze wijze wordt bevorderd
                            dat de beslistermijn van acht weken ook werkelijk kan worden
                            gehaald.</al><al>Vijf werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden dient, door middel van
                            een speciaal formulier of digitaal meldsysteem, melding gemaakt te
                            worden van het voornemen daartoe. In geval van storingen waar reparatie
                            geen uitstel kan lijden en in geval van calamiteiten geldt de
                            meldtermijn van vijf werkdagen niet. Deze dienen uiterlijk voor 09.00
                            uur op de eerste werkdag na aanvang van de werkzaamheden gemeld te
                            zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.</nr><titel>Weigeren, wijzigen of intrekken vergunning</titel></kop><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om een vergunning te
                            weigeren, in te trekken of te wijzigen indien sprake is van één of meer
                            van de in het eerste lid of tweede lid genoemde situaties.</al><al>Een vergunning kan worden ingetrokken indien de netbeheerder niet binnen
                            een jaar is begonnen met het werk en in de situatie waarin de
                            werkzaamheden langer dan een periode van zes maanden stil liggen. Ook in
                            de situatie waarin de betreffende kabel of leiding definitief buiten
                            gebruik wordt gesteld, kan de vergunning worden ingetrokken. In gevallen
                            waarin kabels of leidingen nog wel worden onderhouden of waarbij sprake
                            is van kabels of leidingen die nog in reserve worden gehouden zal er in
                            beginsel geen sprake zijn van het intrekken van een vergunning. </al><al>De belangrijkste grond betreft het intrekken van de vergunning indien de
                            netbeheerder de voorschriften van de verordening, de nadere regels zoals
                            neergelegd in het Handboek Kabels &amp; Leidingen en de
                            vergunning(voorschriften) niet naleeft. </al><al>Onderdeel g is een vangnetbepaling, die het college de bevoegdheid geeft
                            om in te grijpen indien er ernstige gevolgen voor gezondheid en milieu
                            dreigen als gevolg van het in stand houden van de vergunning. Deze
                            bevoegdheid kan echter als laatste middel gebruikt worden aangezien
                            eerst moet worden bezien of de dreiging kan worden weggenomen door
                            aanpassing van de vergunning of door het stellen van nadere eisen. </al><al>Onderdeel h betreft het geval indien er werken van openbaar belang en
                            algemeen nut ter plaatse van de vergunde kabel of leiding moeten worden
                            uitgevoerd, waardoor deze kabel of leiding niet kan blijven liggen of
                            moet worden aangepast. Het betreft hier met name de uitvoering van
                            gemeentelijke werkzaamheden. Gedacht kan worden aan de aanleg van een
                            rotonde of het verplaatsen van een watergang. </al><al>Onderdeel i is beperkt tot de verkoop aan derden van gronden die
                            gemeentelijk eigendom zijn en behoren tot de openbare ruimte. In die
                            gevallen zal er voor het liggen van kabels of leidingen in deze gronden
                            een zakelijk recht moeten worden gevestigd ten behoeve van de
                            netbeheerder. De kosten voor het vestigen van een dergelijk zakelijk
                            recht komen voor rekening van de koper van de betreffende gronden. In
                            het geval de betreffende kabel of leiding met het oog op voorgenomen
                            bouwplannen op deze gronden verlegd moet worden zal ook hiervoor een
                            vergunning moeten worden aangevraagd door de netbeheerder.</al><al>De hoorplicht in lid 3 vloeit voort uit de eisen die de Algemene wet
                            bestuursrecht stelt aan de zorgvuldige voorbereiding van besluiten.</al><al>Lid 4 geeft het college de bevoegdheid om aan het besluit tot intrekking
                            of wijziging van de vergunning de verplichting te koppelen om de
                            betreffende kabel of leiding te verleggen/verplaatsen of deze zelfs in
                            zijn geheel te verwijderen. Wordt deze verplichting opgelegd dan geeft
                            dit de netbeheerder vervolgens de mogelijkheid om een beroep te doen op
                            de Verlegregeling, waarin de procedure en voorwaarden voor
                            tegemoetkoming in de schade die netbeheerder door de opgelegde
                            verplichting lijdt, is geregeld. Overigens zal per geval ook altijd
                            worden bezien of verwijdering van kabel- of leidingdelen wel wenselijk
                            is en ook technisch mogelijk is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.</nr><titel>Intrekken vergunning op verzoek netbeheerder</titel></kop><al>In geval dat de netbeheerder niet langer van een vergunning gebruik
                            wenst te maken, doet hij hiervan schriftelijk mededeling aan ons
                            college. Deze zal in reactie hierop de vergunning intrekken met daarbij
                            zo nodig de verplichting om de betreffende kabel of leiding ook te
                            verwijderen. Met het intrekken van de vergunning vervallen alle rechten
                            die met de vergunning gepaard gaan. </al><al>Om te voorkomen dat een netbeheerder door het afstand doen van een
                            vergunning niet langer aanspreekbaar zou kunnen zijn, is in het tweede
                            lid aangegeven dat hij nog steeds wordt beschouwd als netbeheerder in de
                            zin van deze verordening. De verwijderingplicht rust dan ook op hem. Dit
                            geldt niet indien de kabel of leiding is overgedragen aan een andere
                            (rechts)persoon. In dat geval wordt haast vanzelfsprekend de nieuwe
                            eigenaar als netbeheerder beschouwd. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Werkzaamheden inzake kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.</nr><titel>Instemmingsbesluit</titel></kop><al>Dit artikel vormt de kern van het instemmingsbesluit bij het regime voor
                            openbare elektronische communicatienetwerken. Het is verboden om kabels
                            aan te leggen, te exploiteren, te onderhouden, te wijzigen, te
                            verplaatsen (waaronder verticale verplaatsingen) of te verwijderen,
                            tenzij de netbeheerder in het bezit is van een instemmingsbesluit. </al><al>Het onderscheid tussen reguliere werkzaamheden en werkzaamheden van niet
                            ingrijpende aard (ook spoedeisende werkzaamheden) wordt m.b.t. de
                            instemmingsprocedure in dit artikel duidelijk gemaakt.</al><al>Het college kan de werkingsduur van het instemmingsbesluit beperken om
                            te voorkomen dat een aanbieder nog gebruik maakt van een dergelijk
                            besluit geruime tijd na afgifte. Immers, het intussen gewijzigde gebruik
                            van de openbare gronden kan het aanleggen van een telecomkabel
                            onwenselijk maken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.</nr><titel>Aanvragen en melden</titel></kop><al>Dit bepaalt dat het instemmingsbesluit wordt verleend indien wordt
                            voldaan aan de voorschriften in deze verordening en de nadere regels,
                            zoals gesteld in het Handboek Kabels &amp; Leidingen.</al><al>In het tweede lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de
                            aanvraag overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde
                            komen het mogelijk medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de
                            werkzaamheden bij omvangrijke projecten. Op deze wijze wordt bevorderd
                            dat de beslistermijn van acht weken ook werkelijk kan worden
                            gehaald.</al><al>Vijf werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden dient, door middel van
                            een speciaal formulier of digitaal meldsysteem, melding gemaakt te
                            worden van het voornemen daartoe. In geval van storingen waar reparatie
                            geen uitstel kan lijden en in geval van calamiteiten geldt de
                            meldtermijn van vijf werkdagen niet. Deze dienen uiterlijk voor 09.00
                            uur op de eerste werkdag na aanvang van de werkzaamheden gemeld te
                            zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.</nr><titel>Intrekken instemmingsbesluit</titel></kop><al>Het college heeft de mogelijkheid de verleende instemming in te trekken
                            als er niet voldaan is aan de voorschriften en beperkingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>(mede)gebruik van voorzieningen</titel></kop><al>Dit artikel beschrijft dat een grondroerder op verzoek van een
                            gedoogplichtige gebruik moet maken van reeds aanwezige voorzieningen als
                            deze tegen een marktconforme prijs worden aangeboden. Het doel hiervan
                            is te voorkomen dat onnodig gegraven wordt in gemeentegrond of overige
                            voorzieningen in de openbare ruimte.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><al>In dit artikel is verduidelijkt op welke wijze een aanvraag moet worden
                            gedaan en welke gegevens daarbij verstrekt moeten worden. Het betreft
                            informatie die de het college als coördinator van de openbare gronden
                            nodig heeft om een juiste beoordeling te maken en inzicht te krijgen in
                            de belangen die door de voorgenomen werkzaamheden worden geraakt.
                            Duidelijk is ook gemaakt dat vergunning of instemming steeds op aanvraag
                            van de verzoekende partij zal plaatsvinden en niet op eigen initiatief
                            van het college.</al><al>De aanvraag moet (digitaal) gebeuren door middel van de door het college
                            vastgestelde formulieren. Voor aanvragen voor werkzaamheden van niet
                            ingrijpende aard moeten slechts een beperkt aantal gegevens verstrekt
                            worden. Voor reguliere aanvragen moeten meer gegevens verstrekt worden. </al><al>Op grond van de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION)
                            is registratie van de kabels of leidingen bij het Kadaster wettelijk
                            verplicht. Van de netbeheerders wordt verwacht dat zij hun kabels of
                            leidingen zo registreren dat steeds inzicht kan worden geboden. Er is
                            samenhang tussen WION (nationale wetgeving) en VOI (gemeentelijke
                            verordening). </al><al>De WION heeft betrekking op het voorkomen van graafschade via een plicht
                            tot zorgvuldig graven én een plicht tot zorgvuldige en tijdige
                            informatie-uitwisseling. De WION bepaalt in artikel 44 dat het onverlet
                            laat dat de raad in het belang van openbare orde en veiligheid bij
                            verordening voorschriften kan geven over graafwerkzaamheden, waaronder
                            het binden aan een vergunning of instemmingsbesluit.</al><al>Bij de aanvraag voor een instemming voor kabels van elektronische
                            communicatienetwerken moeten meer gegevens worden aangeleverd. De reden
                            is dat het college wil weten of een kabel wel of niet in gebruik is
                            genomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.</nr><titel>Beslistermijnen</titel></kop><al>De beslistermijn van het college is maximaal acht weken en is afgeleid
                            uit de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van de Awb is het college
                            verplicht binnen een redelijke termijn een besluit te nemen, waarbij die
                            redelijke termijn geacht te zijn verstreken na verloop van acht weken.
                            In navolging van de Wet Dwangsom en Beroep bij niet tijdig beslissen
                            moet het college zich bewust zijn van het belang van de voortgang van de
                            activiteiten en zich inspannen om de termijn tot besluitvorming zo kort
                            mogelijk te houden. Het college kan onder bepaalde voorwaarden de
                            termijn tot besluitvorming verlengen.</al><al>De Lex Silencio Positivo is de rechtsfiguur waarbij er automatisch
                            sprake is van een positieve beschikking als een bestuursorgaan niet
                            binnen de voorgeschreven beslistermijn een besluit op een aanvraag heeft
                            genomen, de zogenaamde van rechtswege verleende beschikking (geregeld in
                            paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht). Het uitsluiten
                            van de Lex Silencio Positivo is alleen mogelijk wanneer dit
                            gerechtvaardigd kan worden door dwingende redenen van algemeen belang.
                            In de VOI wordt beschreven wat de procedure is om zaken grondig af te
                            wegen, waarbij juist onderdelen van openbare veiligheid en
                            verkeersveiligheid een grote rol spelen. Een Lex Silencio Positivo is
                            hier niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang met name
                            openbare orde, openbare veiligheid, verkeersveiligheid en
                            volksgezondheid. Derhalve is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                            bestuursrecht in de VOI niet van toepassing verklaard.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al>Grondroerders moeten aan een aantal verplichtingen voldoen als zij
                            werkzaamheden gaan verrichten zoals bedoeld in de VOI. Daarnaast kan het
                            college aan de vergunning en het instemmingsbesluit aanvullende
                            voorschriften of beperkingen verbinden. Omwille van de uniformiteit is
                            in de verordening geregeld onder welke voorwaarden dit kan en welke
                            soort voorschriften en beperkingen dit zijn. De voorschriften hebben
                            vooral te maken met de wijze van uitvoering en zijn gericht op de (deels
                            wettelijk vastgelegde) belangen die de gemeente geacht wordt te
                            behartigen. Daarnaast kunnen door het college lokaal geldende regels van
                            toepassing worden verklaard als die er ten aanzien van de aanleg van
                            kabels of leidingen zijn. Dit artikel benadrukt dat bewoners van
                            percelen langs het tracé, maar ook de bedrijfsmatige gebruikers worden
                            geïnformeerd. Hieronder vallen o.a. winkeliers en gebruikers van
                            kantoorpanden, die gelijk bewoners behandeld moeten worden.</al><al>Dit artikel omschrijft ook dat toegebrachte schade vergoed moet worden
                            en op basis waarvan de hoogte van deze vergoeding berekend wordt.
                            Uitgangspunt hierbij is dat de vergoeding beperkt is tot de
                            marktconforme kosten. De grondroerder moet eventuele verhardingen en
                            beplanting terugbrengen in de oude staat, tenzij het college vooraf
                            heeft aangegeven hiervoor zelf zorg te dragen. </al><al>Ook is geregeld dat als binnen 5 jaar na uitvoering van groot onderhoud
                            werkzaamheden uitgevoerd moeten worden speciale eisen gesteld kunnen
                            worden met betrekking tot schadeherstel, zoals het inschakelen van een
                            specifieke aannemer. Dit geldt ook voor gebieden waar bijzondere
                            bestrating is toegepast. Zodoende kan de uniformiteit van het openbaar
                            gebied worden gewaarborgd. Dit naar oordeel van het college.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.</nr><titel>Nadeelcompensatie</titel></kop><al>Op het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van
                            kabels of leidingen ten dienste van een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk op verzoek van het college, zijn de wettelijke
                            regels conform Art. 5.8 van de Telecommunicatiewet van toepassing. </al><al>Op het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van
                            kabels of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve
                            van nutsvoorzieningen in of op openbare gronden gelden de geformuleerde
                            bepalingen, in samenhang met eventuele geldende privaatrechtelijke
                            overeenkomsten met de netbeheerder(s) die gerespecteerd worden voor
                            zover deze regelingen niet aanvullend daarop zijn. Een netbeheerder is
                            verplicht maatregelen te nemen als dat noodzakelijk is voor werken door
                            of vanwege het college, zoals o.a. het verplaatsen van kabels en
                            leidingen. Het college zal dus de noodzakelijkheid moeten aantonen. De
                            eventuele compensatie van kosten van de het nemen van maatregelen,
                            waaronder het verplaatsen, worden vooralsnog berekend aan de hand van de
                            tussen partijen van toepassing zijnde afspraken, totdat er algemeen
                            geldende regels zijn vastgesteld. Alle hierboven bedoelde kosten van het
                            nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels
                            of leidingen, op verzoek van het college zijn onvermijdelijke
                            maatschappelijke kosten die zo laag mogelijk gehouden dienen te worden.
                            Dat is een van de redenen waarom op initiatief van de gemeente
                            proactieve regie wordt gevoerd. Hierbij worden de plannen van de
                            gemeente én van de netbeheerders vanuit een lange termijn planning
                            zoveel als mogelijk inzichtelijk gemaakt en gemonitord teneinde
                            werkzaamheden zoveel als mogelijk op elkaar af te stemmen of te
                            combineren. In welke omstandigheden en onder welke voorwaarden het
                            college een aangevraagde vergoeding verstrekt zal worden opgenomen in de
                            beleidsregels nadeelcompensatieregeling. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.</nr><titel>Eigendom</titel></kop><al>Het zakelijk karakter van de verkregen vergunning of instemming is
                            gewenst, opdat de nieuwe netbeheerder die gebruik maakt van de kabel of
                            leiding de betreffende graafrechten heeft en tevens gehouden is aan de
                            geldende voorschriften. </al><al>Het college moet op de hoogte gesteld worden van het feit dat het
                            eigendom wordt overgedragen. De wettelijke bepalingen zijn van
                            toepassing op het eigendom van netwerken in grond van anderen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.</nr><titel>Niet-openbare kabels of leidingen</titel></kop><al>Met niet-openbare kabels of leidingen worden kabels of leidingen bedoeld
                            die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden. Een
                            voorbeeld hiervan is een point-to-point glasvezelverbinding tussen twee
                            bankgebouwen als deze (gedeeltelijk) in openbare grond is aangelegd door
                            de bankinstelling zelf. Ook wordt hieronder de landelijke/specifieke
                            netwerken bedoeld zoals o.a. Gasunie, Tennet, DPO enz. Het college
                            gedoogt (onder voorwaarden) kabels of leidingen met een publieke of
                            openbare functie in de openbare ruimte. Het college kan echter ook
                            aanvragen krijgen van particuliere partijen. Vanwege het intensieve
                            gebruik van de ondergrondse ruimte en de veiligheidsrisico’s is de
                            tendens dat in het algemeen geen toestemming wordt verleend voor de
                            aanleg van niet-openbare kabels of leidingen van particulieren of
                            bedrijven. Particulieren die een eigen verbinding wensen, dienen bij
                            voorkeur gebruik maken van openbare aanbieders. Toch zijn er
                            uitzonderingssituaties en indien de beschikbare (ondergrondse) ruimte
                            het toestaat kan het college onder strikte voorwaarden daarvoor
                            toestemming geven. Bij werkzaamheden in verband met de aanleg,
                            instandhouding en opruiming van niet-openbare kabels of leidingen in
                            openbare wegen en wateren is het bepaalde in de VOI van overeenkomstige
                            toepassing.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Wettelijk is voor wat betreft openbare elektronische
                            communicatienetwerken voorzien in regels ten aanzien van kabels (en
                            bijbehorende voorzieningen) voor wat betreft de duur van de
                            gedoogplicht. Artikel 5.2, lid 8 van de Telecommunicatiewet bepaalt dat
                            aan de gedoogplicht een einde komt als gedurende tien jaar een kabel
                            geen onderdeel uitmaakt van een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk. Om die reden is het van belang dat de
                            gedoogplichtige gemeente in kennis wordt gesteld van het in- of uit
                            gebruik stellen van kabels ten einde bij overschrijding van die termijn
                            over te kunnen gaan tot het verzoeken van verwijdering van de
                            kabel.</al><al>Op grond van artikel 5 lid 2b van de WION verstrekt het Kadaster op
                            verzoek aan bestuursorganen gebiedsinformatie voor zover deze
                            noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak. Op deze wijze voorziet
                            deze wet in de informatiebehoefte van de gemeente over de in het
                            openbaar gebied liggende kabels of leidingen. De WION registreert echter
                            niet of de kabels of leidingen al dan niet in gebruik zijn. Vandaar de
                            aanvullende verplichting voor de netbeheerders om elke wijziging in
                            eigendom van het netwerk zelf aan het college te melden. Wijzigingen
                            kunnen ook optreden door het vervallen van het openbare karakter van
                            gronden. Dit heeft ook gevolgen voor het karakter van kabels of
                            leidingen in deze gronden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.5.</nr><titel>Overleg</titel></kop><al>Ter afstemming van allerlei zaken en het voeren van proactieve regie kan
                            er regelmatig een periodiek (lange termijn) overleg gepland worden
                            tussen het college en netbeheerders en andere betrokken of
                            belanghebbende partijen. Dit gebeurt op initiatief van het college. Het
                            kan ook in samenwerking met andere gemeenten of overheden gebeuren.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Handhavings- en toezichtsbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><al>Dit artikel maakt alle betrokken partijen bewust van het
                            niet-vrijblijvende karakter van de VOI. Uitgangspunt is dat partijen
                            zich houden aan de bepalingen van de VOI, waarmee nagestreefde
                            doeleinden bereikt kunnen worden.</al><al>Dit artikel geeft aan dat het college ambtenaren kan aanwijzen die
                            belast zijn met toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens deze
                            VOI. Als één of meer partijen zich echter niet houden aan de
                            voorschriften en beperkingen van deze VOI behoudt het college zich
                            nadrukkelijk het recht voor gebruik te maken van de haar toekomende
                            bevoegdheden en mogelijkheden zowel bestuursrechtelijk als
                            civielrechtelijk en eventueel strafrechtelijk. Bestuursrechtelijk zijn
                            met name de Awb en de Gemeentewet van belang met de huidige bepalingen
                            inzake bestuursdwang, last onder dwangsom en bestuurlijke boete.
                            Civielrechtelijk blijven de opties van onrechtmatige daad van
                            toepassing. Strafrechtelijk is naast het wetboek van Strafrecht in
                            algemene zin ook de Wet op de economische delicten relevant, omdat
                            daarin rechtstreeks bepalingen uit de Telecommunicatiewet van toepassing
                            zijn verklaard. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.2.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>Afgezien van voornoemde preventieve en vooral correctieve of repressieve
                            acties kan het college in voorkomende gevallen ook ingrijpen in het
                            lopende proces en werkzaamheden (onder bepaalde voorwaarden) ook
                            tijdelijk stil leggen. In dit artikel staat beschreven in welke gevallen
                            dit kan.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.1.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Deze bepaling bevat het overgangsrecht. De eigenaren van de talloze
                            kabels of leidingen die thans in de openbare ruimte aanwezig zijn is in
                            de meeste gevallen – al dan niet privaatrechtelijk dan wel door middel
                            van een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening
                            Geldrop-Mierlo – een ligrecht gegund waaraan diverse voorwaarden
                            verbonden zijn. Om redenen van efficiency en om te voorkomen dat de
                            huidige netbeheerders hoge kosten moeten maken is er voor gekozen de
                            huidige toestemmingen te beschouwen als een vergunning of instemming in
                            de zin van deze verordening. Overigens geldt voor kabels of leidingen
                            die zonder vergunning of toestemming in de openbare ruimte liggen hoe
                            dan ook dat een aanvraag moet worden ingediend om een vergunning of
                            instemmingsbesluit op grond van deze verordening te kunnen
                            verkrijgen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>Tenzij de gemeenteraad anders besluit treedt de verordening geheel
                            overeenkomstig de Gemeentewet in werking met ingang van de achtste dag
                            na publicatie. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>