<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR363795_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling Technologische Milieu Innovatie 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-03-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2015, 03</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>TMI-regeling 2008-2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-03-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 5, 7, 12, 13, 14, 15</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegevoorstel 1712586</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidies</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling Technologische Milieu Innovatie 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van provincie Flevoland</al><al>overwegende dat</al><al>het Operationeel Programma Landsdeel West, Europees  Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2007-2013, Kansen voor West, bij  beschikking van 13 augustus 2007, nummer C(2007) 3949 is goedgekeurd  door de Commissie van de Europese Gemeenschappen;</al><al>het Uitvoeringsdocument provincie Flevoland, Kansen  voor Flevoland, vastgesteld op 6 september 2007, kenmerk 524250, een  aanvulling vormt op het Operationeel Programma Landsdeel West, waarin de  in dit operationeel Programma opgenomen doelstellingen verder worden  uitgewerkt;</al><al>in dit uitvoeringsdocument bij prioriteit 1 'Kennis,  innovatie en ondernemerschap' opgenomen doelstelling 1.3 'Stimuleren  van technologische milieu-innovaties' tot oogmerk heeft het versterken  van de concurrentiepositie van het MKB op het gebied van duurzame  technologie, door het initiëren van projecten die zich richten op  milieu-innovatie en milieutechnologie binnen het MKB;</al><al>het gewenst is ten behoeve van de beoordeling van in  het kader van deze doelstelling 1.3 door het bedrijfsleven ingediende  aanvragen om een subsidie specifiek voor projecten op het gebied van  technologische innovatie en milieu-innovatie, een regeling vast te  stellen - die valt binnen de Vrijstellingsverordening nr. 70/2001 van de  Europese Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88  van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote  ondernemingen - waarin onder meer criteria zijn opgenomen waaraan de  ingediende aanvragen worden getoetst;</al><al>gelet op artikel 105, eerste lid juncto artikel 143 en artikel 145 van de Provinciewet,</al><al>BESLUITEN:</al><al>Vast te stellen de navolgende:</al><al>REGELING TECHNOLOGISCHE INNOVATIE - EN MILIEUINNOVATIE 2008-2013 (TMI-REGELING 2008-2013)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a. "><al>Technologische innovatie en  milieu-innovatie:Speur- en ontwikkelingsactiviteiten die tot doel  hebben milieu-innovatie te leiden tot voor Flevoland technisch nieuwe  producten, technisch nieuwe werkwijzen, nieuwe systemen, nieuwe  diensten, dan wel wezenlijke onderdelen daarvan, gericht op  energiebesparing, milieuverbetering en duurzaamheids- bevordering, dan  wel een neutraal milieu effect hebben.</al></li><li nr="b."><al> Project : Het samenhangend geheel van activiteiten waarvoor een subsidie wordt gevraagd.</al></li><li nr="c."><al> Ontvanger  subsidie/aanvrager: De aanvrager is een ondernemer die voldoet aan de  EU-definitie voor kleine en middelgrote ondernemingen (MKB) en is</al><al/><lijst><li nr="1. "><al>een in de provincie  Flevoland gevestigde natuurlijke persoon voor wiens rekening de  onderneming wordt gedreven in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting  1964 (Stb. 1990, 103) of</al></li><li nr="2. "><al>een in de provincie  Flevoland gevestigde belastingplichtige in de zin van de Wet op de  vennootschapsbelasting 1969 Stb. 469). Daaronder niet begrepen  natuurlijke personen als onder 1.</al></li></lijst></li><li nr="d. "><al>Groep: Een economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden:
    </al><lijst><li nr="1."><al> een natuurlijke persoon of niet-publiekrechtelijke rechtspersoon die direct of indirect:
        </al><lijst><li nr="- "><al>meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan;</al></li><li nr="- "><al>volledig aansprakelijk vennoot is van, of;</al></li><li nr="-"><al> overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen en</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> laatstbedoelde  rechtspersonen of vennootschappen. Indien een ondernemer behoort tot een  groep, worden de werknemers van de bij die groep behorende natuurlijke  of rechtspersonen mede in aanmerking genomen. Deeltijdwerkers worden  naar evenredigheid van de met hun overeengekomen arbeidsduur in  aanmerking genomen.</al></li></lijst></li><li nr="e. "><al>OP West: Operationeel Programma Landsdeel West, Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2007-2013.</al></li><li nr="f."><al> Uitvoeringsdocument:  Aanvulling op het Operationeel Programma Landsdeel West. In dit  uitvoeringsdocument zijn de in dit Operationeel Programma opgenomen  maatregelen verder uitgewerkt.</al></li><li nr="g."><al> EFRO<vet>:</vet> Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.</al></li><li nr="h."><al> Betaling : Betaling door middel van een overschrijving via bank of giro, kasbetalingen en verrekeningen binnen bijvoorbeeld een rekening-courant.</al></li><li nr="i."><al> MKB-onderneming: Een  zelfstandige onderneming waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en  waarvan de jaaromzet maximaal 50 miljoen euro, of het jaarlijkse  balanstotaal maximaal 43 miljoen euro is. </al><al/><al>
    Als 'zelfstandig' wordt beschouwd de onderneming die niet voor 25%  of meer van het kapitaal of van de stemrechten in handen is van één  onderneming, of van verscheidene ondernemingen gezamenlijk, die niet aan  de definitie van de MKB of van de kleine onderneming beantwoorden, met  uitzondering van publieke investeringsmaatschappijen,  participatiemaatschappijen of, mits geen controle wordt uitgeoefend,  institutionele beleggers. </al><al/><al>
    Als bedoeld in de Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei  2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en  micro-ondernemingen, C(2003) 1422, 2003/361/EG //ec.europa.eu/enterprise/enterprise_policy/sme_definition/</al></li><li nr="j. "><al>Kleine onderneming: Een  kleine onderneming is een MKB-onderneming waar minder dan 50 personen  werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal  maximaal 10 miljoen euro is.</al></li><li nr="k."><al> Aanvang van de activiteiten: hetzij de aanvang van de bouwwerkzaamheden met betrekking tot de investering, hetzij de eerste, juridisch bindende toezegging om uitrusting te bestellen, hetzij een andere toezegging die de investering onomkeerbaar maakt. De aankoop van gronden en voorbereidende werkzaamheden zoals het verkrijgen van vergunningen en de uitvoering van voorbereidende haalbaarheidsstudies worden niet als aanvang van de werkzaamheden beschouwd. Bij overnames is de aanvang van de werkzaamheden het tijdstip van de verwerving van de activa die rechtstreeks met de overgenomen vestiging verband houden.</al><al/><al>
     </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Beschikbare budget</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten maken na goedkeuring van de onderhavige regeling het beschikbare budget bekend in het Provinciaal Blad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Wanneer na uitputting van  het in het eerste lid bedoelde beschikbare budget weer middelen  beschikbaar komen maken Gedeputeerde Staten dat zo spoedig mogelijk in  het Provinciaal Blad bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Delegatiebepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten zijn bevoegd de in het kader van deze regeling benodigde besluiten te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het College van Gedeputeerde Staten is bevoegd de in het kader van deze regeling benodigde overeenkomsten aan te gaan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De TMI-regeling 2008-2013 vormt een uitzondering op de Bijdrageverordening Operationeel Programma Landsdeel West Flevoland.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen  aan een aanvrager die overeenkomstig deze regeling een aanvraag heeft  ingediend een subsidie verstrekken, indien de aanvrager voor eigen  rekening en risico een project wil uitvoeren, waaraan voor hem  technische en daaruit voortvloeiende financiële risico's verbonden zijn  en zonder welke subsidie het project niet of met aanmerkelijke  vertraging zou worden uitgevoerd. Het project dient gericht te zijn op  de uitvoering van doelstelling 1.3 'Stimuleren van technologische  milieu-innovaties'  van het uitvoeringsdocument, en tenminste te voldoen  aan de in het tweede lid genoemde criteria.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:</al><al/><lijst><li nr="a."><al> het technologisch innovatief en/of milieu-innovatief is;</al></li><li nr="b."><al> het niet leidt tot een  vergroting van de milieudruk (veiligheid, bodem, lucht, water, energie  en grondstoffengebruik of een combinatie van deze zaken). Significante  vermindering van de milieudruk wordt een bijzonder gewicht toegekend en  kan leiden tot een hogere subsidie;</al></li><li nr="c."><al> het in economisch  opzicht voor Flevoland van belang is, waarbij een verhoging van het  aantal arbeidsplaatsen tot aanbeveling strekt;</al></li><li nr="d."><al> het niet in aanmerking komt voor een andere subsidie van de provincie Flevoland;</al></li><li nr="e. "><al>het financieel haalbaar is;</al></li><li nr="f."><al> de aanvrager van de subsidie zorgt voor voldoende medefinanciering van het project;</al></li><li nr="g."><al> het in artikel 2 beschikbare budget toereikend is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Hoogte subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De per project toe te  kennen subsidie (te weten inzet EFRO-middelen en provinciale  cofinanciering) bedraagt maximaal 20% van de eligibele kosten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Wanneer het een project van  een kleine onderneming betreft, bedraagt de per project toe te kennen  maximale subsidie - in afwijking van het bepaalde in het eerste lid -  25% van de eligibele kosten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien het project leidt tot aantoonbare vermindering van de milieudruk, kan de subsidie worden verhoogd met vijf procentpunt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De minimale subsidie per project is 20.000 euro en de maximale subsidie per project is 200.000 euro.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Per aanvrager of per groep kunnen maximaal twee projecten per jaar voor een subsidie in aanmerking komen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan al door of vanwege het Rijk, een provincie of een gemeente een subsidie of een krediet is toegezegd of verleend, wordt slechts een zodanige subsidie verleend, dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan binnen de AGVV is toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Cumulatie van Europese subsidies op dezelfde – elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten - is niet toegestaan indien een dergelijke cumulatie ertoe zou leiden dat daarmee de hoogste steunintensiteit of het hoogste bedrag dat krachtens de AGVV voor die steun geldt, wordt overschreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Besluitvorming achter gesloten deuren/geheimhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen met gesloten deuren over ingediende aanvragen om een subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gedeputeerde Staten hebben  op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid  van Bestuur, over het achter de gesloten deuren behandelde en omtrent de  inhoud van de stukken die met betrekking tot de aanvraag zijn overlegd,  een geheimhoudingsplicht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De in het tweede lid  genoemde geheimhoudingsplicht strekt zich uit tot allen die van het  achter gesloten deuren behandelde of de stukken kennis dragen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De in de vorige leden  genoemde geheimhoudingsplicht vervalt wanneer de aanvrager schriftelijk  aan Gedeputeerde Staten te kennen heeft gegeven dat geheimhouding met  betrekking tot de door hem ingediende aanvraag, de behandeling daarvan  en de besluitvorming daarover kan worden opgeheven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK II. Aanvraag om een subsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7. Aanvraag om een subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag om een  subsidie dient door de aanvrager uiterlijk op 31 december 2013 en  schriftelijk te worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met  gebruikmaking van een aanvraagformulier dat voor deze regeling is  vastgesteld. Het aanvraagformulier dient juist en volledig ingevuld te  zijn en voorzien te zijn van een originele handtekening. Het  aanvraagformulier moet worden ingediend voordat met het project wordt  begonnen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvraag dient vergezeld te gaan van:</al><al/><lijst><li nr="1."><al> [Vervallen]</al></li><li nr="2."><al> Projectgegevens, bestaande uit:
        </al><lijst><li nr="a."><al> een technische  omschrijving van het project, duidelijk gemaakt met tekeningen of  schetsen, zo mogelijk aangevuld met de eerste onderzoeksresultaten en  een motivering van de nieuwheid voor de onderneming en Flevoland;</al></li><li nr="b. "><al>een  milieutechnische omschrijving waaruit blijkt dat het project leidt tot  vermindering van de milieudruk, of niet leidt tot een vergroting van de  milieudruk;</al></li><li nr="c. "><al>risico's en knelpunten die zich tijdens het project kunnen voordoen;</al></li><li nr="d"><al>. een omschrijving  van het traject met een tijdsplanning en een projectbegroting,  gespecificeerd per projectfase en herkomst van de kosten;</al></li><li nr="e."><al> een  financieringsplan waaruit blijkt op welke wijze het eigen aandeel van de  ondernemer in de ontwikkeling wordt gefinancierd en welke andere  subsidies, kredieten of deelnemingen met betrekking tot het project  zullen worden gevraagd of al zijn verkregen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat de aanvrager naast de in lid 1 genoemde stukken andere, voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk geachte, bescheiden overlegt zoals:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>	een origineel, actueel en recent uittreksel uit het Handelsregister van de inschrijving van de onderneming van de ondernemer;</al></li><li nr="b."><al>	jaarrekening en accountantsrapporten met betrekking tot het laatste boekjaar of, indien nog niet beschikbaar, van het laatste daaraan voorafgaande boekjaar;</al></li><li nr="c."><al>	Indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep geldt het voorgaande tevens ten aanzien van de groep.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Integriteitonderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Naar aanleiding van de door  de aanvrager bij de aanvraag overgelegde bescheiden kunnen Gedeputeerde  Staten besluiten een integriteitonderzoek in te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de uitkomst van het  in lid 1 bedoelde integriteitonderzoek daartoe aanleiding geeft, kunnen  Gedeputeerde Staten besluiten de aanvraag om een subsidie te weigeren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een besluit als bedoeld in  het tweede lid wordt niet eerder genomen dan nadat de aanvrager in de  gelegenheid is gesteld zijn zienswijze hierover naar voren te brengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Ontvangstbevestiging aanvraag om een subsidie</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten bevestigen binnen vier weken na binnenkomst de ontvangst van de aanvraag om een subsidie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Niet in behandeling nemen van de aanvraag om een subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien de aanvrager niet  heeft voldaan aan enig bij of krachtens deze verordening gesteld  voorschrift voor het in behandeling nemen van een aanvraag, kunnen  Gedeputeerde Staten besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Alvorens over te gaan tot  een besluit als genoemd in het eerste lid stellen Gedeputeerde Staten de  aanvrager gedurende vier weken in de gelegenheid om alsnog te voldoen  aan de voorschriften die bij of krachtens deze verordening zijn gesteld,  of om de aanvraag aan te vullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Besluit op aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten  beslissen op een aanvraag om een subsidie binnen dertien weken na  ontvangst van alle voor de beoordeling van de aanvraag benodigde  stukken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen  het besluit als genoemd in het eerste lid onder opgave van redenen  verdagen. Zij delen dit de aanvrager mede. Daarbij wordt de datum  vermeld waarop uiterlijk op de aanvraag zal worden beslist.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK III. VERLENING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12. Verlening van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een aanvraag naar  het oordeel van Gedeputeerde Staten voldoet aan de eisen van deze  regeling en de hoogte van het gevraagde bedrag past binnen het in  artikel 2 genoemde beschikbare budget, wordt een subsidie verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De beschikking tot verlening van de subsidie vermeldt tenminste:</al><al/><al>
    de doelstelling</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen in de beschikking tot verlening van de subsidie nadere verplichtingen opnemen als bedoeld in artikel 4:37 van de Algemene Wet Bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Eligibele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Als eligibele kosten worden uitsluitend aangemerkt kosten die door of op verzoek van de aanvrager daadwerkelijk zijn gemaakt en betaald, die ten laste van de aanvrager of haar groepsleden zijn gebleven en die voor de uitvoering van het project noodzakelijk zijn. Het kan dus zijn dat kosten ten behoeve van het project op naam van dochterondernemingen gemaakt worden. Als deze onderneming tot de groep behoort, komen deze kosten voor subsidie in aanmerking. Voor deze kosten gelden dezelfde voorwaarden, als waren de kosten op naam van de aanvrager zelf gesteld. In de kosten bestaat daarom geen ruimte voor opslagen of winst. De onderliggende stukken vormen een integraal onderdeel van het projectdossier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Tot de eligibele kosten worden niet gerekend de kosten die gemaakt zijn vóór de datum van ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als eligibele kosten worden uitsluitend aangemerkt de kosten die tijdens de looptijd van het project zijn gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voor de volgende soorten  kosten gelden de navolgende specifieke eisen om als eligibele kosten  binnen het bepaalde in het eerste lid, aangemerkt te worden. Hierbij is  de Regeling van de Minister van Economische Zaken houdende de  Rijkscofinanciering voor EFRO-programma's 2007-2013 voor doelstelling 2,  artikel 10, van toepassing.
    </al><lijst><li nr="a. "><al>het aantal door direct  bij het project betrokken personeel gemaakte uren, vermenigvuldigd met  het in het vijfde lid bedoelde integrale uurtarief dat de  subsidieontvanger hanteert voor dat personeel, dan wel de loonkosten en  de algemene indirecte kosten bedoeld in het zesde lid;</al></li><li nr="b."><al> kosten ten behoeve van promotie en publiciteit;</al></li><li nr="c. "><al>kosten van het gebruik  voor het project van machines en apparatuur die in het bezit zijn van  een deelnemer aan het kennisproject of van derden, gebaseerd op  onafhankelijke waardebepaling;</al></li><li nr="d."><al> kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;</al></li><li nr="e."><al> kosten voor financiële  transacties, financieel juridische diensten, patenten en bankkosten, met  uitzondering van debetrente, boetes, financiële sancties en  gerechtskosten;</al></li><li nr="f."><al> reis- en  verblijfskosten voor binnenlandse en buitenlandse reizen, voorzover deze  niet inbegrepen zijn in het integrale uurtarief;</al></li><li nr="g."><al> andere aan derden verschuldigde kosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De subsidieontvanger  berekent het integrale uurtarief op basis van een bij de  subsidieontvanger gebruikelijke en controleerbare methodiek, die is  gebaseerd op bedrijfseconomisch en maatschappelijk aanvaardbare  grondslagen. Het integrale uurtarief is samengesteld uit de directe  personeelskosten en de indirecte kosten. Het integrale uurtarief betreft  uitsluitend de kosten uit de gewone bedrijfsvoering en bevat geen  winstopslag.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> algemene indirecte kosten (overhead) die gerelateerd zijn aan de loonkosten, of op basis van de werkelijke kosten van de uitgevoerde actie waarbij vooraf een goedgekeurde berekeningswijze bij de subsidieaanvraag wordt overgelegd</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Indien de subsidieontvanger geen integraal uurtarief hanteert worden de volgende kosten in aanmerking genomen:
    </al><lijst><li nr="a."><al> loonkosten van het bij  de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op  basis van het brutoloon volgens de loonstaat van de betrokken  medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een  collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale  lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van 1.650 productieve  uren per jaar uitgaande van een voltijds dienstverband;</al></li><li nr="b."><al> algemene indirecte  kosten (overhead) die gerelateerd zijn aan de loonkosten, of op basis  van de werkelijke kosten van de uitgevoerde actie waarbij vooraf een  goedgekeurde berekeningswijze bij de subsidieaanvraag wordt overgelegd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De in het vierde, vijfde en  zesde lid genoemde kosten zijn slechts toe te rekenen aan het project  voor zover zij proportioneel en doelmatig zijn.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Voor de beoordeling of de  gemaakte kosten eligibel zijn worden de bij de aanvraag overgelegde  gegevens en de dienaangaande genomen beslissingen als uitgangspunt  genomen.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> Indien ter zake van de  projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of  de Europese commissie subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig  bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet  meer bedraagt dan de totale waarde van projectkosten die voor deze  subsidie in aanmerking komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Weigeringgronden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten verlenen geen subsidie aan ondernemingen die behoren tot:
    </al><lijst><li nr="a. "><al>De vervoersector;</al></li><li nr="b."><al> Sectoren van de productie en de eerste verwerking van landbouwproducten in bijlage 1 van het EG-verdrag;</al></li><li nr="c. "><al>Sectoren van de productie, de verwerking en de afzet van visserij- of aquacultuurproducten in bijlage 1 van het EG-verdrag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen een subsidie weigeren indien.
    </al><lijst><li nr="a."><al> De activiteiten in het  kader van het project reeds zijn aangevangen voordat een  subsidieaanvraag, als gesteld in artikel 7 lid 1, is ingediend.</al></li><li nr="b."><al> De werkzaamheden in het kader van het project verband houden met export.</al></li><li nr="c."><al> Onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project.</al></li><li nr="d."><al> Onvoldoende aannemelijk  is gemaakt dat de aanvrager naast de subsidie tenminste de overige  noodzakelijke financiële middelen van de projectkosten van het project  kan financieren.</al></li><li nr="e. "><al>Onvoldoende vertrouwen  bestaat dat de aanvrager de capaciteiten heeft en zal kunnen beschikken  over voldoende financiële middelen om bij welslagen van het project de  commercialisatie van de resultaten met succes ten uitvoer te brengen.</al></li><li nr="f. "><al>De kosten van het project niet in verhouding staan tot de daarvan te verwachten effecten.</al></li><li nr="g."><al> Onvoldoende zekerheid  bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten  behoeve van de uitvoering van het project te maken kosten.</al></li><li nr="h. "><al>Het in artikel 2 bedoelde budget is uitgeput, dan wel dreigt te worden overschreden.</al></li><li nr="i."><al> De gevraagde subsidie lager is dan de minimum subsidie per project van 20.000 euro, als gesteld in artikel 5, lid 4.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Verplichtingen van de aanvrager</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij iedere subsidieverlening legt GS de verplichting op, dat het project moet zijn uitgevoerd op uiterlijk 1 juli 2015.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De aanvrager dient het  project uit te voeren in overeenstemming met het projectplan waarop de  verlening van de subsidie betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De aanvrager dient het project uit te voeren in Flevoland.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De aanvrager dient bij het welslagen van het project de commercialisatie van de resultaten direct ter hand te nemen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De aanvrager dient  Gedeputeerde Staten op de data als genoemd in de beschikking tot  verlening van de subsidie drie keer per jaar te rapporteren over de  voortgang van het project. De aanvrager dient tussentijds schriftelijk  mededeling te doen aan Gedeputeerde Staten ingeval bijzondere  omstandigheden optreden die de voortgang van het project wijzigen, of  anderszins het voortbestaan van het recht op subsidie beïnvloeden, onder  overlegging van de daarop betrekking hebbende gegevens.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De aanvrager zal de uit het  project voortvloeiende rechten op intellectuele eigendom op zijn naam  stellen en dergelijke rechten niet vervreemden of aan derden ter  beschikking stellen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De aanvrager zal de  onderneming waarin het project wordt uitgevoerd en de activa, welke mede  met de subsidie zijn gefinancierd, niet geheel of gedeeltelijk  vervreemden.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> De aanvrager zal, indien  hij een rechtspersoon is, niet overgaan tot ontbinding van de  rechtspersoon, of indien hij deelneemt in een vennootschap onder firma  of een maatschap, niet meewerken aan de ontbinding daarvan of het  uittreden van een of meer deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> De aanvrager dient een  administratie te voeren waaruit te allen tijde op eenvoudige en  duidelijke wijze is af te lezen welke projectkosten er zijn gemaakt en  betaald, welke inkomsten er zijn geweest uit het verkopen van activa,  waarvan de aanschafkosten deel uitmaakten van de projectkosten en welke  opbrengst is gerealiseerd met de uit het project voortvloeiende of ervan  afgeleide productie of dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al> De aanvrager draagt er  zorg voor dat alle administratieve bescheiden die betrekking hebben op  het project waarvoor subsidie is verleend bewaard worden tot en met 31  december 2020.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Betalingen; voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen  aan de aanvrager voorschotten verlenen, voor zover dit bij de  beschikking tot verlening van de subsidie is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De in het eerste lid bedoelde voorschotverlening vindt als volgt plaats:
    </al><lijst><li nr="a. "><al>Een eerste voorschot  van ten hoogste 5% van de verleende subsidie na afgifte van de  beschikking tot verlening van de subsidie voor een project en nadat de  activiteiten daadwerkelijk zijn begonnen;</al></li><li nr="b. "><al>Een verder voorschot  tot ten hoogste 90% van de verleende subsidie indien en voor zover  blijkens de voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 15 verdere  bevoorschotting noodzakelijk is en overigens naar het oordeel van  Gedeputeerde Staten de realisatie niet onevenredig achterblijft bij de  begroting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voorschotten worden niet  verleend indien er, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, twijfel is  aan een correcte uitvoering van het project.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij de voorschotverlening  leggen Gedeputeerde Staten de verplichting op, dat de als voorschot  uitbetaalde bedragen onmiddellijk door de aanvrager moeten worden  terugbetaald indien:
    </al><lijst><li nr="a."><al> de subsidie lager wordt vastgesteld dan het totaal aan uitbetaalde voorschotten, of;</al></li><li nr="b."><al> de subsidie lager wordt vastgesteld dan 20.000 euro, of;</al></li><li nr="c."><al> na betaling van het  voorschot de beschikking inzake verlening van de subsidie wordt  ingetrokken, of ten nadele van de aanvrager wordt gewijzigd.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK IV. DEFINITIEVE VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17. Aanvraag definitieve vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag tot  vaststelling van de subsidie moet door de aanvrager zo spoedig mogelijk  na afloop van het project en uiterlijk binnen 12 weken na de  realisatiedatum van het project bij Gedeputeerde Staten worden  ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor de aanvraag tot  vaststelling van de subsidie is door Gedeputeerde Staten een formulier  vastgesteld. Het formulier dient in ieder geval vergezeld te gaan van:</al><al/><lijst><li nr="a. "><al>een eindverslag met betrekking tot het project;</al></li><li nr="b."><al> een eindafrekening van het project, vergezeld van een accountantsverklaring.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen  bepalen dat de aanvrager naast de in het tweede lid bedoelde gegevens  andere gegevens overlegt, die nodig zijn voor een juiste vaststelling  van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Termijn definitieve vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten  beschikken binnen 3 maanden na ontvangst van het formulier en alle  benodigde bescheiden, op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen het besluit als genoemd in het eerste lid onder opgave van redenen verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19. Beschikking tot vaststelling van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien de aanvraag tot  vaststelling van de subsidie voldoet aan de eisen van deze regeling,  geven Gedeputeerde Staten een beschikking tot vaststelling van de  subsidie af. Daarbij wordt het bedrag, dat in de beschikking tot  verlening van de subsidie is opgenomen, als maximum gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De beschikking tot vaststelling van de subsidie vermeldt de volgende gegevens:
    </al><lijst><li nr="a."><al> de projecttitel;</al></li><li nr="b."><al> het projectnummer;</al></li><li nr="c. "><al>het vastgestelde subsidiebedrag;</al></li><li nr="d."><al> de totale projectkosten welke hebben gediend voor de bepaling van de hoogte van de vaststelling van de subsidie;</al></li><li nr="e."><al> het, na verrekening van betaalde voorschotten, door Gedeputeerde Staten te betalen of terug te vorderen bedrag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Betaling</titel></kop><al>De subsidie wordt overeenkomstig de beschikking tot vaststelling van  de subsidie betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFSTUK V. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in op * 2008. De regeling wordt na  besluitvorming door Provinciale Staten bekend gemaakt in het Provinciaal  Blad.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22. Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als TMI-regeling 2008-2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van Provinciale Staten d.d. 10 januari 2008.
, griffier , voorzitter</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMEEN</titel></kop><al>Met de TMI-regeling 2008-2013 wordt beoogd een rechtmatige besteding  te waarborgen van de middelen die door de Europese Commissie aan  Landsdeel West ten laste van het Europees Fonds voor Regionale  Ontwikkeling (EFRO) beschikbaar worden gesteld in de provincie Flevoland  voor de periode 2007 tot 2014.</al><al>De regelgeving inzake het EFRO is getrapt van aard. Op Europees  niveau is het EFRO verankerd in het EG-verdrag alsmede in de Verordening  (EG) nr. 1260/99 welke de basisregels geeft voor de werking van de twee  grote structuurfondsen, het EFRO en het ESF.
Deze verordening richt zich tot de lidstaten en geven de voorwaarden  waaronder de lidstaten uitgaven kunnen doen ten laste van het EFRO. Deze  verordening heeft derhalve geen directe werking voor aanvragers.  Vanzelfsprekend dient de lidstaat zorg te dragen voor de doorregeling  van de verplichtingen welke krachtens Europese regelgeving opgelegd  zijn.</al><al>De Europese regelgeving wordt via het zogeheten Operationeel  Programma Landsdeel West (OP West) concreet doorvertaald naar de  activiteiten die in de provincie Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en  Flevoland en in de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en  Den Haag met EFRO steun plaatsvinden. Dit OP West is opgesteld door de  Colleges van Gedeputeerde Staten van de vier provincies en de Colleges  van Burgemeester en Wethouders van de vier grote steden. Door de  beschikking van de Europese Commissie tot goedkeuring van dit OP West  krijgt het een dwingend karakter voor de verdere invulling van de  uitvoering.</al><al>In de voorliggende TMI-regeling 2008-2013 voor de provincie Flevoland  zijn concreet de voorwaarden voor subsidieverstrekking aan derden  bepaald. Bij de uitleg van de bepalingen in deze TMI-regeling 2008-2013  is het evident dat deze uitleg altijd dient te worden gedaan tegen de  achtergronden van de relevante Europese regelgeving.</al><al>Subsidietoekenning zal tot 1 juli 2008 plaatsvinden binnen  Vrijstellingsverordening nr. 70/2001 van de Europese Commissie  betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag  op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen. Hierin zijn  onder meer criteria opgenomen waaraan de ingediende aanvragen worden  getoetst. Naar verwachting wordt vanaf 1 juli 2008  Vrijstellingsverordening nr. 70/2001 opgevolgd door de Algemene  Groepsvrijstellingsverordening.</al><al>Alle formele documenten dienen op schrift te worden uitgewisseld. Een  elektronische aangifte, rapportage of declaratie heeft geen formele  status.</al><al>Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de bepalingen in de Algemene  Wet Bestuursrecht op het terrein van aanvragen, beschikkingen,  subsidies en procedures onverminderd van toepassing zijn op zaken die in  de TMI-regeling 2008-2013 zelf niet uitputtend zijn opgenomen.</al><al>Zowel het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en  Milieubeheer (VROM) als het ministerie van Economische Zaken (EZ) voeren  regelingen uit die hetzelfde onderwerp beslaan: technologische  innovatie en milieu-innovatie. Echter, deze regelingen hanteren het  criterium 'nieuw voor Nederland', terwijl de TMI-regeling 2008-2013 als  criterium 'nieuw voor Flevoland' hanteert. De provincie zal in overleg  met SenterNovem beoordelen of het project in aanmerking kan komen voor  een EU-, rijks- of kaderregeling en zal de aanvrager daar op wijzen.</al><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel worden veel gebruikte begrippen omschreven.</al><tussenkop>Artikel 2. Beschikbare budget</tussenkop><al>In dit artikel wordt geregeld dat Gedeputeerde Staten het voor de  regeling beschikbare budget bekend maken. In artikel 12, eerste lid van  de TMI-regeling 2008-2013 is bepaald dat een ingediende aanvraag om  subsidie niet gehonoreerd kan worden wanneer het beschikbare budget niet  toereikend is.</al><tussenkop>Artikel 3. Delegatiebepaling</tussenkop><al>In dit artikel is aangegeven dat Gedeputeerde Staten de in het kader  van deze regeling benodigde besluiten en uitvoeringsbeslissingen nemen  en de benodigde overeenkomsten aan gaan. Tevens is aangegeven dat de  TMI-regeling 2008-2013 een uitzondering vormt op de Subsidieverordening  Operationeel Programma Landsdeel West Flevoland 2007-2013. Op de  TMI-regeling 2008-2013 is de Wet Openbaarheid van Bestuur van  toepassing.</al><tussenkop>Artikel 4. Activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt</tussenkop><al>In dit artikel is omschreven voor welke activiteiten een subsidie kan  worden verstrekt. Ook is in dit artikel omschreven aan welke criteria  een project tenminste dient te voldoen om voor een subsidie in  aanmerking te komen. 
Onder innovatie wordt verstaan een proces waarbij kennis en technologie,  niet zonder enig risico, worden samengebracht met het benutten van  marktkansen voor nieuwe of betere producten, diensten en zakelijke  processen, ten opzichte van hetgeen al op de gemeenschappelijke markt,  binnen de betreffende branche, beschikbaar is.
Onder milieu-innovatie kan worden verstaan: vermindering van gebruikte  materialen, of vermindering van energieverbruik, of vermindering van  emissies van toxische stoffen, of vermindering van toepassing van niet  hernieuwbare grond- en hulpstoffen, of vermindering van transport, of  het optimaliseren van de levensduur, of het vergroten van hergebruik.</al><al>Een ontwikkelingsproject heeft betrekking op de fase van  preconcurrentiële ontwikkeling, zoals gedefinieerd in de Communautaire  kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling (PbEG  1996, C 45). Daarbij gaat het om het omzetten van resultaten van  industrieel onderzoek in plannen, schema's of ontwerpen voor nieuwe,  gewijzigde of verbeterde producten, processen of diensten. Het omvat nog  de fabricage van een eerste prototype, dat niet voor commerciële  doeleinden kan worden aangewend. Onder preconcurrentiële ontwikkeling  wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijzigingen van  bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen of diensten en  andere courante werkzaamheden, zelfs indien deze wijzigingen  verbeteringen zijn.</al><tussenkop>Artikel 5. Hoogte subsidie</tussenkop><al>In dit artikel wordt aangegeven hoe hoog de minimaal en de maximaal toe te kennen subsidie is.</al><tussenkop>Artikel 6. Besluitvorming achter gesloten deuren</tussenkop><al>Omdat het om technologisch innovatieve en milieu-innovatieve  projecten gaat is het gewenst dat de besluitvorming achter de gesloten  deuren plaatsvindt.</al><tussenkop>Artikel 7. Aanvraag om subsidie</tussenkop><al>In dit artikel is geregeld dat Gedeputeerde Staten voor het indienen  van een aanvraag om subsidie een aanvraagformulier vaststellen. Dit  helpt de aanvrager om de juiste gegevens te overleggen.</al><tussenkop>Artikel 8. Integriteitonderzoek</tussenkop><al>In dit artikel is de mogelijkheid van het instellen van een integriteitonderzoek opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 9 Ontvangstbevestiging</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 10. Niet in behandeling nemen aanvraag om een subsidie</tussenkop><al>Om misverstanden te voorkomen is in dit artikel geregeld dat een  aanvraag om een subsidie niet in behandeling kan worden genomen wanneer  de aanvrager niet heeft voldaan aan enig bij of krachtens deze regeling  gesteld voorschrift.</al><tussenkop>Artikel 11. Besluit op aanvraag</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 12. Verlening van de subsidie</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 13. Eligibele kosten</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikelen 14 t/m 22</tussenkop><al>Behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>