<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR363539_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde Algemeen Bestuur Omgevingsdienst Regio Arnhem</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Omgevingsdienst Regio Arnhem</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Duiven</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Renkum</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rheden</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rijnwaarden</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rozendaal</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westervoort</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad provincie Gelderland 2013/47</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van Orde voor de vergaderingen van het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Regio Arnhem</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde Algemeen bestuur Omgevingsdienst regio Arnhem</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst regio Arnhem</al><al>gelet op artikel 13 vijfde lid van de Gemeenschappelijke regeling
                        Omgevingsdienst regio Arnhem</al><al>besluit vast te stellen het:</al><al><vet>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van
                            het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst
                            regio Arnhem</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li><li nr="b."><al>regeling: gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio
                                    Arnhem;</al></li><li nr="c."><al>Omgevingsdienst: de omgevingsdienst regio Arnhem;</al></li><li nr="d."><al>voorzitter: de voorzitter van het Algemeen Bestuur van de
                                    omgevingsdienst of diens plaatsvervanger;</al></li><li nr="e."><al>lid of leden: lid of leden van het Algemeen Bestuur van de
                                    Omgevingsdienst:</al></li><li nr="f."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening
                                    of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="g."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="h."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="i."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="j."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel,</al></li><li nr="k."><al>secretaris: de secretaris van het Algemeen Bestuur van de
                                    omgevingsdienst of dienstplaatsvervanger, bedoeld in artikel 27
                                    eerste lid van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst
                                    regio Arnhem.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de wet, de regeling of dit reglement hem verder
                                    opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris is in elke vergadering van het Algemeen Bestuur
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd,
                                aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur vergadert tenminste twee keer per jaar en
                                    verder zo dikwijls als het Algemeen Bestuur daartoe besloten
                                    heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de voorzitter of het Dagelijks Bestuur of ten minste twee
                                    leden van het Algemeen Bestuur het onder opgaaf van redenen
                                    nodig oordeelt, belegt de voorzitter binnen 10 dagen een
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris stelt, in afstemming met het Algemeen Bestuur,
                                    voor de aanvang van elk kalenderjaar een schema op voor de in
                                    dat jaar te houden vergaderingen. Dit schema wordt tijdig ter
                                    kennis gebracht van de leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de leden een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats
                                    van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 32 van dit reglement bedoelde
                                    stukken, worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden
                                    verzonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                    vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de
                                    daarbij behorende stukken aan de leden verzonden, en openbaar
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt het Algemeen Bestuur de
                                    agenda vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op voorstel van een lid van het Algemeen Bestuur of de
                                    voorzitter kan het Algemeen Bestuur bij de vaststelling van de
                                    agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda
                                    afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of van de voorzitter kan het Algemeen
                                    Bestuur de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                    de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                    oproep voor een ieder op het kantoor van de Omgevingsdienst ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de oproep stukken ter
                                    inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                    leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook
                                    op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 32 van dit reglement
                                    geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van
                                    het eerste lid, onder berusting van de secretaris en verleent de
                                    secretaris de leden inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging op de website van de
                                    Omgevingsdienst bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                            agenda van de vergadering</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de
                                            vergadering behorende stukken kan inzien.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden op
                                    de website van de Omgevingsdienst geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Orde der vergadering﻿</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van het Algemeen
                                bestuur de presentielijst.</al><al>Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de
                                voorzitter en de secretaris door ondertekening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Opening vergadering: quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur
                                    indien meer dan de helft van het ingevolge de regeling zitting
                                    hebbende leden blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering. Tussen de twee vergaderingen zit minimaal
                                    een werkdag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. Het Algemeen Bestuur kan echter over andere
                                    aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid
                                    niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of
                                    besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft
                                    van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris draagt zorg voor het bijhouden van een
                                    presentielijst en een kort verslag van de vergadering. Het
                                    verslag is tevens de besluitenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt binnen
                                    twee weken toegezonden aan de leden. Het conceptverslag wordt
                                    gelijktijdig aan de overige personen die het woord hebben
                                    gevoerd, toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het conceptverslag bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de secretaris en de ter
                                            vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die
                                            afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd
                                            hebben;</al></li><li nr="b."><al>de genomen besluiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld,
                                    waarna deze door de voorzitter en de secretaris wordt
                                    ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><al>Bij het Algemeen Bestuur ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                mededelingen van het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur,
                                worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden
                                toegezonden en ter inzage gelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij het Algemeen Bestuur anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                            initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                            amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Handhaving orde: schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht
                                            nemen van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan
                                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan op voorstel van de voorzitter of een
                                    lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan het
                                    Algemeen Bestuur besluiten de beraadslaging voor een door hem te
                                    bepalen tijd te schorsen teneinde het Dagelijks Bestuur de
                                    gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De
                                    beraadslagingen worden hen/at nadat de schorsingsperiode
                                    verstreken is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan bepalen dat anderen dan de in de
                                    vergadering aanwezige leden en de secretaris, deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één der leden genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien
                                    van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat het Algemeen Bestuur
                                tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij het
                                    Algemeen Bestuur anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel,
                                    zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Algemene bepalingen overstemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt verlangd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het
                                    verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich van medestemmen dienden te onthouden in een
                                    aangelegenheid die het lid rechtstreeks of middellijk
                                    persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is
                                    betrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                    voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter of de secretaris roept de leden bij naam op hun
                                    stem uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van de Wet
                                    moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor', 'blanco' of
                                    'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nogherstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
                                    in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot
                                    stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>leder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van stemming
                                    dient te onthouden vanwege een aangelegenheid die hem
                                    rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij
                                    als vertegenwoordiger is betrokken is verplicht een stembriefje
                                    in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Het Algemeen Bestuur
                                    kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde
                                    stemmingen worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt
                                    de meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.
                                    De leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd,
                                    worden geacht geen stem te hebben uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    het Algemeen Bestuur, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onder de zorg van de secretaris worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de meerderheid heeft
                                    verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de meerderheid
                                    is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee
                                    personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich
                                    hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen
                                    over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moetplaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>RECHTEN VAN LEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>leder lid kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen
                                indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een
                                geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover
                                afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan alleen
                                beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door leden
                                die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>leder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in
                                behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter
                                worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het
                                eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt dat met een
                                mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement
                                is mogelijk, totdat de besluitvorming door het Algemeen Bestuur
                                heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>leder lid kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de
                                besluitvorming door het Algemeen Bestuur heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van het Algemeen Bestuur kunnen tijdens
                                de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan
                                worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist het Algemeen Bestuur
                                terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij de oproep al verzonden is. In dit laatste geval
                                wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering
                                geplaatst. Bij vaststelling van de agenda wordt het
                                initiatiefvoorstel in stemming gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij het
                                Algemeen Bestuur oordeelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorstel met het oog op de orde van de vergadering
                                        tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp
                                        dient te worden behandeld;</al></li><li nr="b."><al>het voorstel voor advies naar het Dagelijks Bestuur dient te
                                        worden gezonden. In dit geval bepaalt het Algemeen Bestuur
                                        in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                                        wordt</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan voorwaarden stellen aan de indiening en
                                behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden. Bij de vaststelling van de agenda
                                van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt
                                het verzoek in stemming gebracht. Het Algemeen Bestuur bepaalt op
                                welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
                                gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden niet meer dan</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden
                                per omgaande aan de indiener teruggestuurd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de voorzitter ingediend. Deze draagt er zorg
                                voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
                                leden worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                vergadering van het Algemeen Bestuur. Indien beantwoording niet
                                binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt de secretaris de
                                vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
                                aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit
                                bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden van het Dagelijks Bestuur worden aan de leden
                                toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur en bij mondelinge
                                beantwoording in dezelfde vergadering, na debehandeling van de op de
                                agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent
                                het door het Dagelijks Bestuur gegeven antwoord, tenzij het Algemeen
                                Bestuur anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Schriftelijke vragen raads- en statenleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>leder lid van de raad van een aan de regeling deelnemende gemeente
                                of provincie kan aan het Algemeen Bestuur schriftelijk vragen
                                stellen. De vragen worden bij de voorzitter ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de gestelde vragen zo spoedig mogelijk ter
                                kennis van alle raden van de aan de regeling deelnemende gemeenten
                                en aan provinciale staten van Gelderland.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur beantwoordt de vragen zo spoedig mogelijk, doch
                                in elk geval binnen twee maanden, nadat de vragen de voorzitter
                                hebben bereikt. De antwoorden worden door de voorzitter zo spoedig
                                mogelijk schriftelijk aan de raden van de aan de regeling
                                deelnemende gemeenten en provincie medegedeeld. Bij de antwoorden
                                worden de vragen opnieuw vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid van het Algemeen Bestuur over een onderwerp
                                inlichtingen verlangt over het door het Dagelijks Bestuur dan wel de
                                voorzitter gevoerde bestuur, wordt een verzoek daartoe ingediend bij
                                het Dagelijks Bestuur dan wel de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris draagt er zorg voor dat de overige leden een afschrift
                                van dit verzoek krijgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>BESLOTEN VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter het nodig acht of een vijfde van het aantal
                                leden dat de presentielijst heeft ondertekend daarom verzoekt,
                                worden de deuren gesloten, waarna het Algemeen Bestuur bepaalt, of
                                met gesloten deuren zal worden beraadslaagd en besloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                                overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig
                                zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van
                                de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van
                                bestuur, omtrent hetgeen in een besloten vergadering is behandeld en
                                besloten en omtrent de inhoud van de stukken, die aan de vergadering
                                worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt zowel door de
                                leden, die bij de behandeling tegenwoordig waren, als door de leden,
                                die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis
                                nemen, in acht genomen, totdat het Algemeen Bestuur haar
                                opheft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden
                                opgelegd door het Dagelijks Bestuur, de voorzitter en door een
                                commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het Algemeen
                                Bestuur of aan de leden van het Algemeen Bestuur overleggen. Daarvan
                                wordt op de stukken melding gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De krachtens het tweede lid aan het Algemeen Bestuur
                                        opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de
                                        oplegging niet door het Algemeen Bestuur in zijn
                                        eerstvolgende vergadering, die blijkens de presentielijst
                                        door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                                        leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft van het
                                        aantal stemmen, is bezocht, wordt bekrachtigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De krachtens het tweede lid aan leden opgelegde verplichting tot
                                geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan, dat
                                de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het onderwerp
                                waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het Algemeen Bestuur is
                                voorgelegd, totdat het Algemeen Bestuur haar opheft. Het Algemeen
                                Bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die
                                blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal
                                zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft
                                van het aantal stemmen, is bezocht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die
                                bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere
                                wijze kennis heeft van de stukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien het Algemeen Bestuur voornemens is de geheimhouding op te heffen
                            wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding
                            heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende
                            orgaan overleg gevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet verspreid, maar
                                ligt uitsluitend voor de leden ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt het
                                Algemeen Bestuur een besluit over het al dan niet openbaar maken van
                                dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                secretaris ondertekend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>TOEHOORDERS EN PERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                                de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tel&lt;enen van goed- of afkeuring of het op andere
                                wijze verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering geluid-
                            dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen
                            kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen
                            dat inbreuk kan maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming
                            van de voorzitter, niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist het Algemeen Bestuur op
                            voorstel van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement wordt aangehaald als 'Reglement van orde voor de
                            vergaderingen van het algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst regio
                            Arnhem 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit reglement treedt onmiddellijk na de vaststelling in werking. Dit
                            reglement wordt conform de bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht
                            bekend gemaakt.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de oprichtingsvergadering van het algemeen bestuur van
                        de Omgevingsdienst regio Arnhem,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mevrouw M.J. van Gastel</ondertekening><ondertekening>de waarnemend secretaris, </ondertekening><ondertekening> de heer ing. J.B.H. Robben</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>