<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR363349_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad Nr. 27717</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening MGR Rijk van Nijmegen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 212 Gemeentewet en art. 28 MGR Rijk van Nijmegen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-11-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiële verordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening wordt bekend gemaakt namens de Modulaire gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen (MGR RvN)</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Het algemeen bestuur van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van
                    Nijmegen gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, zoals luidend vanaf de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur; gelet op artikel 28 van de MGR
                    Rijk van Nijmegen; besluit vast te stellen: de verordening op de uitgangspunten voor het
                    financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de
                    financiële organisatie van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van
                    Nijmegen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Modulaire Gemeenschappelijke Regeling: het openbaar lichaam als
                                    bedoeld in artikel 2 van de MGR Rijk van Nijmegen (hierna
                                    genoemd: ‘MGR’).</al></li><li nr="-"><al>module: iedere organisatorische eenheid binnen de MGR met een
                                    eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het dagelijks
                                    bestuur.</al></li><li nr="-"><al>inkomsten: totaal van de baten voor onttrekking reserves.</al></li><li nr="-"><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt.</al></li><li nr="-"><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de MGR en ten behoeve van de verantwoording
                                    die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="-"><al>financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat
                                    omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                    betreffende de financiële gegevens van de organisatie van de
                                    MGR, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover.</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordeijke
                                    leiding.</al></li><li nr="-"><al>financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de
                                    MGR.</al></li><li nr="-"><al>rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                    regelgeving.</al></li><li nr="-"><al>doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde
                                    maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt
                                    mogelijke inzet van middelen, of met de beschikbare middelen zo
                                    veel mogelijk resultaat wordt bereikt.</al></li><li nr="-"><al>doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en
                                    beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk
                                    worden behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting worden onder elk van de modules de lasten en baten
                                per module weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de
                                modules de gerealiseerde lasten en baten per module
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                                aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming en de investeringen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige
                                projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten
                                en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt overeenkomstig artikel 29 van de MGR
                                Rijk van Nijmegen een ontwerpbegroting (waarin is opgenomen een
                                investeringsbegroting) aan over de kaders voor het volgende
                                begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren. In deze
                                ontwerpbegroting worden de bevindingen betrokken uit de tussentijdse
                                rapportages bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in
                                artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen, overeenkomstig artikel
                                29 van de MGR Rijk van Nijmegen, bij het dagelijks bestuur hun
                                zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het
                                dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de gevoelens van de
                                raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het
                                algemeen bestuur wordt aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt overeenkomstig artikel 29 van de MGR Rijk
                                van Nijmegen de begroting vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de
                                begroting de baten en de lasten per module (zoals het Werkbedrijf en
                                ICT Rijk van Nijmegen).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft het algemeen bestuur aan van
                                welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart
                                voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen.
                                De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling
                                met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de begrotingsvaststelling wordt ook het bulkkrediet van de
                                bedrijfsvoeringinvesteringen van de regiogemeenten, gebaseerd op het
                                ideaalcomplex (zie Bedrijfsplan ICT Rijk van Nijmegen) vastgesteld.
                                De invulling van de kredieten wordt door het hoofd van de module
                                gemaakt door middel van (meer-) jarige uitvoeringsprogramma’s.
                                Inhoudelijk en financieel wordt bij de jaarrekening verantwoording
                                afgelegd. Onder- of overschrijding op deze investeringen tot een
                                bandbreedte van 20% van het jaarkrediet komen ten gunste / ten laste
                                van het krediet van het volgend jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Investeringen met eigen dekking leggen geen beslag op de middelen
                                van toekomstige begrotingen. Dat kan doordat een investering ineens
                                gedekt wordt door een reserve. Ook kunnen de toekomstige
                                kapitaallasten gedekt worden door jaarlijkse opbrengsten. Ook deze
                                investeringen worden opgenomen in de investeringsplanning en door
                                het algemeen bestuur vastgesteld. Het moment van besluitvorming is
                                niet per se de begroting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur vooraf als ze
                                verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten of de
                                investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen
                                te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te
                                onderschrijden. Het algemeen bestuur geeft vervolgens aan of hij
                                hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of een
                                voorstel voor bijstelling van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportages in het algemeen bestuur
                                doet het dagelijks bestuur voorstellen voor het wijzigen van de
                                geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het
                                bijstellen van het beleid, het algemeen bestuur stelt deze
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het dagelijks
                                bestuur vooraf aan het aangaan van verplichtingen een
                                investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een
                                investeringskrediet aan het algemeen bestuur voor. Bij investeringen
                                groter dan €250.000 informeert het dagelijks bestuur het algemeen
                                bestuur in het voorstel over het effect van de investering op de
                                schuldpositie van de MGR.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt regels die waarborgen dat de uitvoering
                                van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend
                                verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt ten aanzien van de financiële raming er
                                zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, eenduidig zijn toegewezen;</al></li><li nr="b."><al>de budgetten en kredieten voor investeringen passen binnen
                                        de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de
                                        uiteenzetting van de financiële positie;</al></li><li nr="c."><al>de lasten niet dusdanig worden overschreden dat realisatie
                                        van andere taken binnen de begroting onder druk komt.</al></li><li nr="d."><al>Het dagelijks bestuur stelt richtlijnen voor de sturing,
                                        beheersing en verantwoording van de loonsom, de formatie en
                                        de inhuur vast. Deze richtlijnen worden ter kennis van het
                                        algemeen bestuur gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat de taakstellingen
                                zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                overschreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur door
                                middel van tussentijdse rapportages over de realisatie ten opzichte
                                van de begroting van de MGR over de eerste drie maanden, de eerste
                                zes maanden en de eerste negen maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze rapportages worden aan het algemeen bestuur aangeboden
                                uiterlijk 1 maand na afloop van de in lid 1 genoemde
                                informatiemomenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inrichting van de rapportage sluit aan bij de indeling van de
                                begroting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportage gaat in op relevante afwijkingen in de lasten en baten
                                en geplande prestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur legt in het jaarverslagverantwoording af over
                                de uitvoering van de begroting en het financiële meerjarenplan. In
                                de verantwoording geeft het dagelijks bestuur aan:</al><lijst><li nr="-"><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="-"><al>wat de kosten zijn;</al></li><li nr="-"><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                        gestelde doelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt de jaarstukken op overeenkomstig artikel
                                31 van de MGR Rijk van Nijmegen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><al><vet>Waardering </vet><vet>en </vet><vet>afschrijving vaste
                            activa</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Activa worden gewaardeerd op basis van verkrijgings- of
                                    vervaardigingsprijs of zo nodig aangepast door duurzame
                                    waardeverminderingen.</al></li><li nr="2."><al>De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van
                                    het boekjaar.</al></li><li nr="3."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van de exploitatie gebracht.</al></li><li nr="4."><al>De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                    artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording
                                    provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven in
                                    maximaal:</al><lijst><li nr="a."><al>25 jaar: voorzieningen aan terreinen;</al></li><li nr="b."><al>40 jaar: gebouwen;</al></li><li nr="c."><al>15 jaar: machines, apparaten en installaties;</al></li><li nr="d."><al>15 jaar: inventarissen;</al></li><li nr="e."><al>5 jaar: vervoermiddelen;</al></li><li nr="f."><al>3 jaar: ICT-investeringen</al></li><li nr="g."><al>10 jaar: overige activa;</al></li><li nr="h."><al>niet: gronden.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan €5.000 worden
                                    niet geactiveerd maar rechtstreeks ten laste van het
                                    jaarresultaat gebracht, uitgezonderd gronden en terreinen, deze
                                    laatst genoemden worden altijd geactiveerd.</al></li><li nr="6."><al>Het dagelijks bestuur stelt richtlijnen voor de activering en
                                    afschrijving van materiele vaste activa vast. Deze richtlijnen
                                    worden ter kennis van het algemeen bestuur gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
                            voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele
                            beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur geeft jaarlijks bij de jaarrekening een
                                overzicht van de reserves en voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur neemt daarbij de richtlijnen in acht die zijn
                                vastgelegd in de nota “Reserves en voorzieningen”. Daarin is
                                opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves alsmede de minimale
                                        en/of maximale hoogte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van de rente over de reserves
                                        en voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De nota “Reserves en voorzieningen” wordt elke vijf jaar
                                geactualiseerd en aan het algemeen bestuur ter vaststelling
                                aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11. Kostprijsberekening</nr></kop><al/><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                            diensten wordt uitgegaan van een integrale kostprijs. Bij de
                            kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten
                            betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de MGR verleende
                            diensten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>In het door het algemeen bestuur vastgestelde Treasurystatuut zijn
                            regels en richtlijnen opgenomen met betrekking tot de
                            financieringsfunctie. Het dagelijks bestuur neemt bij het uitvoeren van
                            de financieringsfunctie de richtlijnen in acht, zoals opgenomen in het
                            Treasurystatuut.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van
                            artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten in ieder geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="b."><al>de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende vier jaar;</al></li><li nr="d."><al>de rentevisie voor de komende vier jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota aan, waarin wordt ingegaan op het
                                risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen,
                                voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota
                                wordt tevens de wijze waarop de gewenste weerstandscapaciteit wordt
                                bepaald vastgelegd. Het algemeen bestuur stelt de nota vast binnen
                                drie maanden na aanbieding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de
                                begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur
                                overeenkomstig artikel 11 van het Besluit begroting en
                                verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;</al></li><li nr="b."><al>een inventarisatie van de risico’s;</al></li><li nr="c."><al>het beleid omtrent de weestandscapaciteit en de
                                        risico’s.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><al>Op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording
                            provincies en gemeenten neemt het dagelijks bestuur bij de begroting en
                            de jaarstukken in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ieder geval
                            op:</al><lijst><li nr="a."><al>het beleidskader;</al></li><li nr="b."><al>de uit het beleidskader voortvloeiende consequenties;</al></li><li nr="c."><al>de vertaling van de financiële consequenties in de
                                    begroting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van
                            artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten in ieder geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en
                                    de loonkosten;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van inhuur derden;</al></li><li nr="c."><al>de huisvestingskosten;</al></li><li nr="d."><al>de automatiseringskosten;</al></li><li nr="e."><al>de budgetten voor het algemeen bestuur en de accountant.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        MGR als geheel en in de modules;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen,
                                        schulden, contracten, enzovoort;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                        toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het
                                        maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over de geformuleerde
                                        doelstellingen;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en relevante wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de
                                        controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                                        regelgeving.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>De inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>De vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, evenals aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur draagt zorgt voor en legt vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de MGR en een eenduidige toewijzing
                                    van de taken aan de modules;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties
                                    en de bijbehorende informatievoorziening van de
                                    financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de modules over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productenraming en de
                                    productenrealisatie;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten;</al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en
                                    verantwoording wordt voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                            jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                            Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                            balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                            Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van
                            de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                            beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het dagelijks bestuur
                            maatregelen tot herstel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Gemeentelijke bijdragen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Bijdragen van de gemeenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke afzonderlijke
                                gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting
                                betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van deze bijdrage wordt rekening gehouden met
                                bijdragen van het Rijk en van anderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deelnemers betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16
                                januari, vóór 16 april, vóór 16 juli en vóór 16 oktober telkens een
                                kwart van de in lid 1 bedoelde bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deelnemers dragen er zorg voor dat het samenwerkingsverband te
                                allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar
                                verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kosten die resteren na afrekening per module worden verdeeld op
                                basis van artikel 31 uit de MGR.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Doelmatig- en doeltreffendheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt ieder jaar als onderdeel van de
                                begroting een onderzoeksplan naar het algemeen bestuur voor de in
                                het erop volgende jaar te verrichten interne onderzoeken naar de
                                doelmatigheid en de doeltreffendheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                                aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het object van onderzoek</al></li><li nr="b."><al>de reikwijdte van het onderzoek</al></li><li nr="c."><al>de onderzoeksmethode</al></li><li nr="d."><al>doorlooptijd van het onderzoek</al></li><li nr="e."><al>de wijze van uitvoering</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het jaarplan wordt aangegeven welke budgetten in de begroting
                                zijn opgenomen voor de uitvoering van onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur rapporteert in de bedrijfsvoering paragraaf van de
                            begroting, tussentijdse rapportages en jaarstukken over de voortgang van
                            de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid en de
                            uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                                Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de
                                onderzoeksresultaten en indien nodig aanbevelingen voor
                                verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het dagelijks
                                bestuur indien nodig een plan van verbetering op. De rapportage en
                                het plan van verbetering worden ter kennisgeving aan het algemeen
                                bestuur aangeboden. Het dagelijks bestuur kan op basis van het plan
                                van verbetering organisatorische maatregelen treffen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 11 februari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                    MGR Rijk van Nijmegen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 11
                        februari 2015, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De Secretaris,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>drs. W.G.R.J. van der Linden</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> drs. H.M.F. Bruls </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>