<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR363330_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en inning van precariobelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2014, 48</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 228 Genmeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB14.0095</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de Verordening precariobelasting 2014. Ingangsdatum heffing: 1 januari 2015</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-17873</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en inning van precariobelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>maand: een kalendermaand;</al></li><li nr="c."><al>week: een periode van zeven opeenvolgende dagen;</al></li><li nr="d."><al>dag: een periode van vierentwintig opeenvolgende uren, beginnend bij
                                0.00 uur of een gedeelte daarvan;</al></li><li nr="e."><al>seizoen: de periode van 1 maart tot en met 31 oktober</al></li><li nr="f."><al>gemeentebezitting: voor de openbare dienst bestemd(e) bezitting,
                                werk of inrichting in eigendom, beheer of onderhoud van de
                                gemeente;</al></li><li nr="g."><al>gemeentegrond: voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond;</al></li><li nr="h."><al>bermen: niet bestrate, voor de openbare dienst bestemde stroken
                                gemeentegrond tussen het kanaal of de gracht en de aangrenzende
                                rijstraten;</al></li><li nr="i."><al>De onderlinge ruimte tussen op voor openbare dienst bestemde grond
                                bijeen geplaatste voorwerpen wordt geacht mede door die voorwerpen
                                te zijn ingenomen.</al></li><li nr="j."><al>vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een
                                gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een
                                persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake
                        van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij
                        behorende tarieventabel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp
                            of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een
                            vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                            rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij
                            blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven
                            voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt niet geheven van:</al><lijst><li nr="a."><al>zonneschermen en markiezen;</al></li><li nr="b."><al>erkers, balkons, luifels, uitstalkasten en dergelijke, die
                                    geacht kunnen worden deel van de gevel uit te maken;</al></li><li nr="c."><al>voorwerpen als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel,
                                    indien deze, gerekend van de grens van de voor de openbare
                                    dienst bestemde gemeentegrond of -water, niet meer dan 0,15 m
                                    over die grond of water uitsteken;</al></li><li nr="d."><al>voorwerpen te algemene nutte;</al></li><li nr="e."><al>indien en voor zover daarvoor op grond van bijzondere
                                    verordeningen van de gemeente een andere belasting wordt
                                    geheven;</al></li><li nr="f."><al>voor vlaggenstokken en de daaraan bevestigde vlaggen en wimpels
                                    welke niet worden gebruikt voor reclamedoeleinden;</al></li><li nr="g."><al>ten aanzien van inrichtingen, met bijbehorende wagens, schepen
                                    en dergelijke, waarvoor plaatsen zijn verpacht voor de
                                    jaarlijkse feestweek;</al></li><li nr="h."><al>voorwerpen ten behoeve van de uitvoering van bouwwerken in door
                                    het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen
                                    gedeelten van de gemeente, waar grote complexen woningen in
                                    aanbouw zijn, totdat deze aanwijzing door het college van
                                    burgemeester en wethouders weer wordt ingetrokken;</al></li><li nr="i."><al>uitstallinkjes, etc. voor winkels en dergelijke bedrijven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting wordt niet geheven van voorwerpen, indien de gemeente van
                            het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop
                            het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van
                            artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een
                            privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                        opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                        inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Berekening van de precariobelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een
                            in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte
                            daarvan als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
                            precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
                            projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op
                            het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp
                            geplaatste denkbeeldige rechthoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                            voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                            bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                            precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning,
                            tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode
                            heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij
                            het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende
                            tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de
                            voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van
                            de precariobelasting:</al><lijst><li nr="a."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief,
                                    maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week
                                    gelijkgesteld met een week;</al></li><li nr="b."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
                                    maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een
                                    gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief
                            of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode
                            dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze
                            tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het
                            belastingtijdvak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
                            hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de
                            openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de
                            periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij
                            een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het
                            belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                            belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode
                            gedurende welke het belastbare feit zich voordoet of heeft
                            voorgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde
                            precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving,
                            dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde
                            bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door
                            toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                            belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het
                            belastingtijdvak, of indien dit later is, op het tijdstip waarop de
                            belastingplicht aanvangt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt
                            is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor
                            zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
                            belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht,
                            nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven
                            precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
                            verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt
                            dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,50.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor
                            de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één
                            aanslagbiljet verenigde aanslagen precariobelasting al dan niet tezamen
                            met andere heffingen aangemerkt als één aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij toepassing van maand-, week- en dagtarieven wordt geen ontheffing
                            verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening
                            van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één
                            aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan
                            € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen
                            worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op
                            de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen steeds één maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De precariobelasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving als
                            bedoeld in artikel 8:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                    kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van
                                    de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen
                                    2 maanden na de dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening precariobelasting 2014’ van 6 november 2013 wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening precariobelasting
                                2015”.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 6 november 2014.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>Tarieventabel 2015</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Den Helder/i252834.pdf">Tarieventabel 2015</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>