<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR363310_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2014, 48</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 15.33 Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB14.0091</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de Verordening afvalstoffenheffing 2014. Ingangsdatum heffing: 1 januari 2015</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik
                        maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar
                            afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een
                            perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de
                            Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
                            afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                        omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                        recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan
                        ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                        verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per belastingjaar per perceel € 319,56</al></li><li nr="2."><al>Indien uit de Basisregistratie Personen blijkt dat het perceel wordt
                                gebruikt door één persoon, bedraagt de belasting per belastingjaar
                                per perceel € 220,57</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan
                            wel met toepassing van de in artikel 4 opgenomen tarieven hoger wordt
                            als gevolg van wijziging in het aantal personen dat gebruik maakt van
                            het perceel, is de belasting respectievelijk de hogere belasting voor
                            zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
                            als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht respectievelijk
                            na de wijziging als hiervoor bedoeld, nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan
                            wel met toepassing van de in artikel 4 opgenomen tarieven lager wordt
                            als gevolg van wijziging in het aantal personen dat gebruik maakt van
                            het perceel, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                            gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
                            jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk na de
                            wijziging als hiervoor bedoeld, nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar met een gelijk
                            aantal personen een ander perceel in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor
                            de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of
                            andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening
                            van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één
                            aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan
                            € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen
                            worden betaald in 9 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de
                            laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening
                            van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds
                            één maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening afvalstoffenheffing 2014" vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 6 november 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                            genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                            toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing
                            2015".</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 6 november 2014.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>