<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR363291_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Noordwijkerhout 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Awb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-07-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Subsidie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Noordwijkerhout;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 10 februari 2015;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de Algemene subsidieverordening Noordwijkerhout
                        2015:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><lijst><li nr="·"><al>1. algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr.
                                800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6
                                augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de
                                artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt
                                verenigbaar worden verklaard („de algemene
                                groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3) , dan wel later
                                daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al></li><li nr="·"><al>2. de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de
                                Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006
                                betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag
                                op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van
                                de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007
                                betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag
                                op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en
                                verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese
                                Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de
                                artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de
                                visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004
                                (PbEU L 193/6) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende
                                Europese regelgeving;</al></li><li nr="·"><al>3. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling,
                                besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun
                                die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op
                                de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft
                                vastgesteld;</al></li><li nr="·"><al>4. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze
                                van financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al></li><li nr="·"><al>5. Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese
                                Unie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door
                            burgemeester en wethouders op de volgende beleidsterreinen, met
                            uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een
                            uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel
                            4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor
                            geen wettelijke grondslag nodig is):</al><lijst><li nr="·"><al>a. bestuurlijke organisatie;</al></li><li nr="·"><al>b. Ruimte, wonen, bedrijvigheid en toerisme;</al></li><li nr="·"><al>c. openbare ruimte;</al></li><li nr="·"><al>d. veiligheid en handhaving;</al></li><li nr="·"><al>e. zorg, welzijn en educatie;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is
                            kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of
                            gedeeltelijk van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te noemen:
                        subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor
                        subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke
                        doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt
                        berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees
                            steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij
                            subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden
                            gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar
                            het toepasselijke steunkader.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is,
                            verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van
                            het steunkader.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                            alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in
                            aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke
                            steunkader.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is,
                            komen onderneming alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de
                            voorwaarden van de de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De raad kan subsidieplafonds vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. In dat geval bepalen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling
                            de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld
                            of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                            middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de
                            verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Tenzij de raad daarvan bij afzonderlijk besluit afwijkt, gelden als
                            subsidieplafond de in de gemeentebegroting of wijzigingen daarvan per
                            onderwerp opgenomen inkomensoverdrachten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij
                                burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een
                                aanvraagformulier.</al><lijst><li nr="2."><al>Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens
                                        over:</al><lijst><li nr="a."><al> een beschrijving van de activiteiten waarvoor de
                                                subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelen en resultaten welke met die activiteiten
                                                worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan
                                                bijdragen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten
                                                van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een
                                                opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of
                                                vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten,
                                                onder vermelding van de stand van zaken
                                                daarvan;</al></li><li nr="d."><al>als de aanvrager een onderneming is, zoals
                                                omschreven in artikel 1 lid 4:</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al><cursief>1° </cursief>een opgave van subsidies, vergoedingen of
                        tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn
                        of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt
                        aangevraagd;</al><al><cursief>2° </cursief>een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening
                        (de-minimisverklaring);</al><lijst><li nr="·"><al>3. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt,
                                voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede,
                                indien van toepassing, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans
                                van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.</al></li><li nr="·"><al>4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden
                                afgeweken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Een aanvraag om een subsidie, die per kalenderjaar wordt verstrekt,
                            wordt ingediend uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het jaar of de jaren
                            waarop de aanvraag betrekking heeft. Wanneer een aanvraag te laat is
                            ingediend kunnen burgemeester en wethouders gemotiveerd besluiten deze
                            aanvraag alsnog in behandeling te nemen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend tussen 13 en 26 weken
                            voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten
                            waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie
                            als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het
                            jaar waarin de aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie
                            als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen twaalf weken nadat de
                            volledige aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde
                            lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de
                            termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft
                            genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet
                            bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid,
                                    van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar
                                    is met de interne markt.</al></li><li nr="b."><al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot
                                    terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de
                                    Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar
                                    met de gemeenschappelijke markt is verklaard.</al></li><li nr="c."><al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk
                                    voorschrift.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de
                            subsidie verder in ieder geval weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende
                                    mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze
                                    onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar
                                    ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het
                                    verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt
                                    gevraagd;</al></li><li nr="c."><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van
                                    de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen (Wet Bibob) door
                                    het openbaar bestuur ;</al></li><li nr="d."><al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor
                                    subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li nr="e."><al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de
                                    Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid,
                                    van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is
                                    met de interne markt;</al></li><li nr="f."><al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken
                            in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet
                            bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur .</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit
                            nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese
                            Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de
                        verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de
                        besteding van de subsidie dient te verantwoorden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de
                                subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of
                                dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat
                                onverwijld aan burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders
                                onverwijld schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de
                                        beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is
                                        verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde
                                        rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de
                                        subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen
                                        kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de
                                        bestuurder of bestuurders en het doel van de
                                        rechtspersoon.</al></li></lijst></li><li nr="3."><lijst><li nr="a."><al>Bij liquidatie, fusie of een andere vorm van samenwerking of
                                        het geheel staken van activiteiten blijven voor de
                                        subsidieontvanger of diens rechtsopvolger de voorschriften
                                        omtrent rekening en verantwoording, en de betreffende
                                        vaststelling van subsidie en verrekening van voorschotten
                                        van overeenkomstige toepassing;</al></li><li nr="b."><al>voor zover een batig liquidatiesaldo mede door het
                                        verstrekken van gemeentelijke subsidie is gevormd, kunnen
                                        burgemeester en wethouders terug storting van dit saldo in
                                        de gemeentekas verlangen tot het bedrag dat in totaliteit
                                        aan subsidie is ontvangen in de laatste zeven jaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen
                            worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen
                            met de subsidie tot stand is gebracht.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Bij subsidies, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in
                            beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds
                            afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte
                            activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De
                            verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies (directe vaststelling)</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In de subsidieregeling worden categorieën subsidies benoemd die door
                            burgemeester en wethouders direct worden vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Bij de vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de aanvrager
                            worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan het eind van de
                            subsidie periode aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie
                            wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie
                            verbonden verplichtingen. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. In de subsidieregeling wordt vastgelegd op welke wijze de subsidie,
                            die direct wordt vastgesteld wordt uitbetaald na vaststelling van de
                            subsidieplafonds door de Raad. Bij andere, tussentijdse aanvragen, vindt
                            uitbetaling plaats binnen 6 weken na het besluit tot subsidie
                            vaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies (verlening en vaststelling)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de subsidieregeling worden categorieën benoemd die door burgemeester
                            en wethouders worden verleend en aan het eind van de subsidie periode
                            worden vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor deze categorieën subsidies dient de subsidieontvanger voor
                            subsidies per kalenderjaar, zoals bedoeld in artikel 7.1 uiterlijk op 30
                            april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar een aanvraag
                            tot vaststelling in. Voor andere, tussentijdse aanvragen zoals bedoeld
                            in artikel 7.2, wordt uiterlijk binnen 12 weken nadat de gesubsidieerde
                            activiteiten zijn verricht een verzoek tot vaststelling ingediend;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                                    gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan
                                    verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                    jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                                    daarop;</al></li><li nr="d."><al>voor subsidies van meer dan € 75.000 tevens een
                                    controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk
                                    accountant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt
                            aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of
                            andere gegevens worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 12 weken
                            na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij
                            subsidieregeling anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 6 weken worden
                            verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip,
                            bedoeld in de artikel 14, tweede lid is ingediend, kunnen burgemeester
                            en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn
                            stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen
                            zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel></kop><al>·1. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                        alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de
                        eisen van het toepasselijke steunkader.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering
                            van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing
                            laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen
                            voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die
                            onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te
                            dienen doelen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en
                            hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. De Algemene Subsidieverordening Noordwijkerhout 2005 wordt
                                ingetrokken.</al></li><li nr="·"><al>2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="·"><al>3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn
                                de artikelen die betrekking hebben op de aanvraag van de Algemene
                                Subsidieverordening Noordwijkerhout 2005 van toepassing.</al></li><li nr="·"><al>4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene
                                subsidieverordening Noordwijkerhout 2015</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 maart 2015.</ondertekening><ondertekening>drs. E.A. Jellema drs. G. Goedhart</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Een aantal begripsomschrijvingen staat in de Algemene wet bestuursrecht
                        (Awb), titel 1.1 en titel 4.2. en is daarom niet opgenomen in deze
                        verordening. De VNG heeft een modelverordening gemaakt die ”staatssteunproof
                        ”is. Daartoe zijn op diverse plaatsen in de verordening artikelen opgenomen
                        uit Europese regelgeving.</al><al>In de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV)zijn bepaalde
                        steuncategorieën vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting. In de AGVV
                        staan onder andere regels voor de steun voor cultuur en instandhouding van
                        het erfgoed en steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele
                        recreatieve infrastructuur.</al><al>Steunmaatregelen die onder de de- minimumverordening vallen hebben een
                        beperkt effect op het handelsverkeer tussen lidstaten en voldoen hierdoor
                        niet aan de criteria van het staatssteunverbod.</al><al>Economische activiteiten zijn activiteiten die een overheid of een bedrijf,
                        ongeacht de rechtsvorm uitvoert als zij producten of diensten aanbiedt op
                        een bepaalde markt. Het is niet altijd eenvoudig om vast te stellen of
                        activiteiten economisch van aard zijn. Deze beoordeling is afhankelijk van
                        de specifieke omstandigheden. </al><al>Om de voorkomen dat de lokale verordening niet staatssteunproof is zijn de
                        regels over staatssteun in deze verordening volledig overgenomen uit de
                        modelverordening.</al><al>In verband met de Wet markt en Overheid (Wet M&amp;O) zijn in de
                        raadsvergadering van 10 juli 2014 economische activiteiten aangewezen die in
                        het algemeen belang zijn. Hiertoe behoren enkele gesubsidieerde
                        organisaties. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Eerste lid</al><al>Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te
                        besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene
                        subsidieverordening (hierna: ASV) van toepassing is. Hierbij is de indeling
                        van de programmabegroting aangehouden.</al><al>Dit betreft in beginsel alle subsidies op de genoemde beleidsterreinen, met
                        uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een
                        uitputtende regeling is getroffen en subsidies waar overeenkomstig artikel
                        4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen wettelijke grondslag
                        nodig is.</al><al>Tweede lid</al><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid,
                        van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld
                        incidentele subsidies) is de ASV in beginsel niet van toepassing. Dit lid
                        geeft het college de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te
                        verklaren als daartoe aanleiding bestaat.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels, hier en
                        verder subsidieregeling genoemd, de te subsidiëren activiteiten te bepalen.
                        Voor zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot de
                        doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de
                        subsidie en de wijze van uitbetalen, dient dit eveneens in de
                        subsidieregeling te gebeuren.</al><al>In andere artikelen van ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die
                        betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van
                        termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie, de
                        wijze van verdelen van het subsidieplafond.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op
                        het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn
                        dat er afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste
                        lid maakt het college daartoe bevoegd.</al><al>Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese
                        Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van
                        het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt
                        vermeld.</al><al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen
                        uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor
                        subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en
                        voorwaarden van het betreffende steunkader (lid 4). Net zo goed als dat bij
                        subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, ondernemingen
                        alleen in aanmerking komen voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van
                        de de-minimisverordening (lid 5).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>De raad stelt de subsidieplafonds vast (lid 1). Vervolgens bepaalt het
                        college bij subsidieregeling de wijze van verdelen (tweede lid in combinatie
                        met artikel 4:26, tweede lid, van de Awb). </al><al>Het college, dat via artikel 2 de bevoegdheid gedelegeerd heeft gekregen om
                        te besluiten over het verstrekken van subsidies, is verder verplicht – in
                        lijn met de mogelijkheid van artikel 4:34, eerste lid, van de Awb – (in
                        bepaalde gevallen) om bij het gebruik maken van deze gedelegeerde
                        bevoegdheid een begrotingsvoorbehoud te maken (derde lid).</al><al>Het vierde lid geeft aan dat de subsidieplafonds in principe bij de
                        vaststelling van de gemeentebegroting of bij begrotingswijzigingen wordt
                        overeengekomen met de Raad. Het zal dan gaan om de jaarlijkse subsidies. De
                        raad kan voor incidentele subsidies ook bij de begroting een bedrag
                        beschikbaar stellen, maar kan in voorkomende gevallen ook een afzonderlijk
                        besluit nemen om een subsidieplafond te wijzigen, bijv. bij een
                        beleidswijziging of een onverwachte gebeurtenis die aanpassing noodzakelijk
                        maakt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk
                        dient te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier
                        geschreven’. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het
                        college het door hem vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar
                        heeft gesteld. In het tweede en derde lid is bepaald welke stukken en
                        gegevens bij de aanvraag overlegd dienen te worden.</al><al>Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie
                        wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108
                        van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna VWEU).
                        Daarom zijn een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek voor
                        ondernemingen gelden. Ten eerste, om ontoelaatbare cumulatie te voorkomen
                        wordt een overzicht gevraagd van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen
                        in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd die al zijn of zullen worden
                        ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (tweede
                        lid, onderdeel d, onder 1). Het gaat naast subsidie bijvoorbeeld om
                        garanties, leningen, korting op de grondprijs, etc. Ten tweede, om subsidie
                        onder de de-minimisverordening te kunnen verlenen moet de onderneming een
                        de-minimisverordening gevraagd worden (tweede lid, onderdeel d, onder 2). Op
                        basis van een ingeleverde de-minimisverklaring dient het college te
                        controleren of verlenen van de subsidie in overeenstemming is met de
                        de-minimisverordening.</al><al>Het derde lid geeft aan dat er door een rechtspersoon bij de eerste aanvraag
                        nog aanvullende stukken moeten worden ingeleverd. Bestaat de rechtspersoon
                        al meer dan een jaar voordat de subsidie wordt aangevraagd dan dient er ook
                        een jaarverslag, jaarrekening en balans over het voorgaande jaar te worden
                        aangeleverd.</al><al>Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de
                        indieningsvereisten (vierde lid).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt
                        onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt,
                        en andere, incidentele subsidies.</al><al>Komt een subsidieaanvraag buiten de gestelde termijn bij de gemeente binnen
                        dan wordt deze in beginsel niet in behandeling genomen. </al><al>Wordt een subsidie te laat ingediend dan kan het college, in het algemeen
                        belang, de aanvraag alsnog in behandeling nemen als er duidelijke redenen
                        zijn voor de te late indiening. Het college moet motiveren waarom men de
                        aanvraag toch in behandeling neemt. Bij subsidieregeling kan het college
                        besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het
                        eerste tot en met derde lid (vierde lid).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te
                        beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte
                        beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid
                        gemaakt tussen subsidies per kalenderjaar en andere. Bij subsidieregeling
                        kan het college besluiten af te wijken van de beslistermijnen die
                        vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid (derde lid).</al><al>De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie
                        aangemeld worden verdaagd totdat de Europese Commissie een eindebeslissing
                        heeft genomen (vierde lid). Dit om te voorkomen dat subsidie wordt verleend
                        die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
                        betreffende de Werking van de Europese Unie en vervolgens teruggevorderd
                        dient te worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigerings- en intrekkingsgronden</titel></kop><al>In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringsgronden van
                        artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte
                        gronden aangevuld.</al><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te
                        verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan
                        goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele
                        melding. Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet
                        het college overgaan tot weigering (vandaar de verplichte weigeringsgrond
                        onder a). In aanvulling daarop wordt met onderdeel b bepaald dat
                        ondernemingen waartegen een terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking
                        komen voor subsidie.</al><al>In het tweede lid zijn nog enkele facultatieve weigeringsgronden opgenomen.
                        Het college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe niet
                        verplicht.</al><al>Onderdelen a, en d spreken voor zichzelf. Onderdeel b geeft de mogelijkheid
                        de subsidie te weigeren als de aanvrager over voldoende eigen middelen
                        beschikt.</al><al>Onderdeel c betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van
                        de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur
                        (hierna: Wet Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond is niet van
                        belang of de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd op zichzelf
                        beoordeeld subsidiabel zijn. Het gaat hierbij louter om de integriteit van
                        de persoon dan wel rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op
                        grond van de Wet Bibob geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie
                        weigeren, kan het college in dergelijke gevallen ook een reeds verleende en
                        vastgestelde subsidies intrekken (derde lid).</al><al>Onder e is een weigeringsgrond opgenomen waarmee het college een aanvraag
                        kan weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan nadat deze
                        overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU (de meldingsprocedure)
                        is goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat hier om
                        subsidieverstrekking die in beginsel niet ongeoorloofd is vanwege
                        strijdigheid met de toepasselijke cumulatieregels of overschrijding van het
                        toegestane bedrag aan de-minimissteun. In deze gevallen kan het college óf
                        weigeren de subsidie te verstrekken óf de subsidie melden bij de Europese
                        Commissie om langs deze weg goedkeuring te verkrijgen. Een subsidie die is
                        of kan worden goedgekeurd kan uiteraard ook op een andere grond worden
                        geweigerd.</al><al>Onderdeel f ten slotte geeft het college de bevoegdheid in een
                        subsidieregeling nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld
                        weigeringsgronden die specifiek met de te subsidiëren activiteiten
                        samenhangen. Zo kan bijvoorbeeld in die gevallen waarin, naar het oordeel
                        van het college van Burgemeester en wethouders, een verklaring omtrent
                        gedrag nuttig en noodzakelijk is, het niet voldoen aan die verplichting als
                        weigeringsgrond worden opgenomen. Dit zal met name bij gesubsidieerde
                        verenigingen, die zich bezighouden met de doelgroep Jeugd, een verplichting
                        kunnen zijn waaraan moet worden voldaan. </al><al>Als de Europese Commissie tot het oordeel is gekomen dat een subsidie niet
                        in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
                        betreffende de Werking van de Europese Unie, dan moet de verleende subsidie
                        ingetrokken en teruggevorderd worden (inclusief rente). Het vierde lid geeft
                        het college de bevoegdheid om hier uitvoering aan te geven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Om de eindverantwoording meer op maat vast te leggen worden in de
                        subsidieregeling enkele algemene verplichtingen opgenomen per categorie en
                        kunnen in de individuele beschikkingen nadere afspraken worden
                        vastgelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</titel></kop><al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht
                        (tweede lid) die voor alle subsidieontvangers geldt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel bevat een aanvullende bevoegdheidsgrondslag voor het college om
                        aan de subsidie bepaalde ’bijzondere‘ verplichtingen te verbinden, in
                        aanvulling op wat reeds mogelijk is direct op grond van de Awb (zie artikel
                        4:37 van de Awb).</al><al>De artikelen 4:38 en 4:39 van de Awb maken het verder mogelijk om nog andere
                        verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening daarvoor
                        een grondslag biedt. Die grondslag is in artikel 10 gegeven met betrekking
                        tot verplichtingen in het kader van het beheer en gebruik van datgene wat
                        met de subsidie tot stand is gebracht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Eindverantwoording voor subsidies die direct worden
                            vastgesteld</titel></kop><al>Kenmerkend voor subsidies die direct worden vastgesteld is dat deze op basis
                        van vertrouwen worden verleend; er wordt niet meer standaard om
                        verantwoording gevraagd. In plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht
                        voor de subsidieontvanger bij niet nakoming van de voorwaarden (zie artikel
                        9 en 11). Achteraf kan een risicogeoriënteerde controle plaatsvinden bij de
                        subsidieontvanger.</al><al>Verder wordt de subsidie uitbetaald na vaststelling van de subsidieplafonds
                        door de raad op de wijze zoals vermeld in de subsidieregeling en hoeft de
                        subsidieontvanger geen aanvraag voor subsidievaststelling (verantwoording)
                        in te dienen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als
                        de subsidieverstrekker worden bespaard. De subsidie kan in het geheel in een
                        keer worden uitbetaald of in termijnen. Bij incidentele subsidies, die
                        direct worden vastgesteld vindt uitbetaling plaats binnen 6 weken na
                        verzending van de beschikking.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Eindverantwoording verleende subsidies</titel></kop><al>In dit artikel is bepaald op welke wijze subsidieontvangers een verleende
                        subsidie aan het college dienen te verantwoorden; er dient een aanvraag tot
                        vaststelling ingediend te worden (tweede lid), deze bevat onder andere een
                        inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde
                        activiteiten zijn verricht (derde lid onder a). De wijze van verantwoording
                        wordt bij het besluit tot verlening van de subsidie aan de subsidieontvanger
                        bekend gemaakt.</al><al>Met betrekking tot het inhoudelijk verslag kan vooraf bij de
                        subsidieverlening worden aangegeven op welke manieren het aantonen kan
                        plaatsvinden. Er kunnen daarbij verschillende instrumenten worden gebruikt,
                        zoals bestuurs- en activiteitenverslagen, een managementverklaring, een
                        deskundigenverklaring of andere bewijsstukken (bijvoorbeeld een publicatie),
                        enz. Het verslag kan ook bestaan uit een algemeen jaarverslag van een
                        rechtspersoon. Het gaat er om dat duidelijk is dat de verkregen subsidie is
                        aangewend voor het doel waarvoor de subsidie werd verstrekt. Voorts kan het
                        college, overeenkomstig het vijfde lid, in een subsidieregeling aangeven
                        andere bewijsmiddelen te verlangen.</al><al>Bij subsidies vanaf € 75.000 wordt een accountants controleverklaring van
                        een accountant vereist (lid 3 onder d).</al><al>Het vierde lid biedt de basis om in een subsidieregeling te bepalen dat er
                        ook andere, waaronder minder, gegevens gevraagd worden.</al><al>De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde
                        activiteiten en gerealiseerde kosten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><al>Het eerste lid bevat – overeenkomstig artikel 4:13 van de Awb – de termijn
                        waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Het merendeel van de
                        aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden afgehandeld. Meer
                        ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De verdaging van de
                        beslistermijn – voor de duur van ten hoogste de in het tweede lid nader
                        bepaalde termijn – biedt dan uitkomst. Een besluit tot verdaging is
                        appellabel.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Berekening van uniforme kostenbegrippen</titel></kop><al>Dit artikel schrijft voor dat het college bij de bepaling van de
                        subsidiabele kosten van een subsidie waarop het Europees steunkader van
                        toepassing is, bij de berekeningswijze de voorgeschreven definities in een
                        subsidieregeling of bij de subsidieverlening moet vastleggen. Bij subsidies
                        waarop een Europees steunkader van toepassing is, is het college beperkt tot
                        tarieven en kostenbegrippen die voldoen aan de eisen van het toepasselijke
                        steunkader.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de regeling
                        deze clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in de
                        verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de
                        subsidie te passen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>