<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR362991_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regionale Huisvestingsverordening 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Metropoolregio Eindhoven</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergeijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cranendonck</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Deurne</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eersel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eindhoven</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gemert-Bakel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heeze-Leende</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Helmond</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oirschot</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Someren</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Son en Breugel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Valkenswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Regionale pers en huis-aan-huis-bladen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regionale Huisvestingsverordening 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening vervalt op 31 december 2015</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Regionale Huisvestingsverordening 2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>AFDELING</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMEEN</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Algemene bepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1.1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>
                    <vet>b</vet>
                    <vet>estuurlijke boete</vet>: bestuurlijke boete als
                                    bedoeld in artikel 85a van de wet. </al></li>
                <li nr="b."><al>
                    <vet>bevoegd gezag</vet>: bestuursorgaan als bedoeld in artikel
                                    1.1, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; </al></li>
                <li nr="c."><al>
                    <vet>Bouwverordening</vet>: de ter plaatse geldende
                                    Bouwverordening</al></li>
                <li nr="d."><al>
                    <vet>deelnemende gemeenten</vet>: deelnemende gemeenten als
                                    bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b van de Regeling
                                    Samenwerkingsverband Regio Eindhoven 2005; </al></li>
                <li nr="e."><al>
                    <vet>huisvestingsvergunning</vet>: de vergunning als bedoeld in
                                    artikel 7 van de wet; </al></li>
                <li nr="f."><al>
                    <vet>huurprijs</vet>: huurprijs als bedoeld in artikel 1, eerste
                                    lid, sub j van de wet; </al></li>
                <li nr="g."><al>
                    <vet>huurprijsgrens</vet>: huurprijsgrens als bedoeld in artikel
                                    6, derde lid, van de wet; </al></li>
                <li nr="h."><al>
                    <vet>standplaats</vet>: standplaats als bedoeld in artikel 1,
                                    eerste lid, sub h van de Woningwet;</al></li>
                <li nr="i."><al>
                    <vet>s</vet>
                    <vet>tandplaatsvergunning</vet>: vergunning als
                                    bedoeld in artikel 7, eerste lid van de wet; </al></li>
                <li nr="j."><al>
                    <vet>woonwagen</vet>: woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste
                                    lid, sub e van de Woningwet; </al></li>
                <li nr="k."><al>
                    <vet>wet</vet>: de Huisvestingswet; </al></li>
                <li nr="l."><al>
                    <vet>woningcorporatie</vet>: de door burgemeester en wethouders
                                    aan te wijzen toegelaten instelling, werkzaam in die gemeente;
                                </al></li>
                <li nr="m."><al>
                    <vet>woonruimte</vet>: woonruimte als bedoeld in artikel 1,
                                    eerste lid, sub b van de wet; </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Werkingsgebied Regionale Huisvestingsverordening</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1</nr>
                <titel>Reikwijdte</titel>
              </kop>
              <al>1.Deze Verordening is van toepassing op: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>wat betreft Afdeling 2 van deze Verordening, alleen voor het
                                        grondgebied van de gemeente Eindhoven; </al></li>
                <li nr="b."><al>wat betreft Afdeling 3 van deze Verordening, alleen voor het
                                        grondgebied van de gemeente Helmond; </al></li>
                <li nr="c."><al>wat betreft Afdeling 4 van deze Verordening, voor de
                                        deelnemende gemeenten met uitzondering van de gemeenten
                                        genoemd in de bijlage 1. Het Dagelijks Bestuur heeft de
                                        bevoegdheid om op verzoek van een individuele gemeente de
                                        bijlage te wijzigen wat betreft het al dan niet vermelden
                                        van die gemeente. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>AFDELING</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>HUISVESTING GEMEENTE EINDHOVEN</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Het onttrekken en samenvoegen van woonruimte</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1</nr>
                <titel>Vergunningsvereiste</titel>
              </kop>
              <al>De verboden, bedoeld in artikel 30, eerste lid, sub a en b van de wet
                            gelden voor alle woonruimten. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2</nr>
                <titel>Aanvragen van een omgevingsvergunning voor het onttrekken en
                                samenvoegen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De aanvraag van een omgevingsvergunning voor het onttrekken en
                                samenvoegen wordt op een door burgemeester en wethouders vastgesteld
                                formulier ingediend. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4.2 van de Algemene wet
                                bestuursrecht verschaft de aanvrager de navolgende gegevens: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>plaats en aard van de te onttrekken of samen te voegen
                                        woonruimte; </al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="b."><al> een duidelijke omschrijving van de gronden waarop de
                                        aanvraag berust; </al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="c."><al> de namen van de bewoners van de te onttrekken of samen te
                                        voegen woonruimte. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3</nr>
                <titel>Criteria voor vergunningverlening</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders toetsen een aanvraag om een
                                omgevingsvergunning voor het onttrekken of samenvoegen in ieder
                                geval aan: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de Woonvisie van de gemeente Eindhoven; </al></li>
                  <li nr="b."><al>Stedelijke Inrichtings- en Beheerplannen voor het gebied
                                        waarin de woonruimte is gelegen; </al></li>
                  <li nr="c."><al>Masterplannen; </al></li>
                  <li nr="d."><al>Buurtbeheerplannen; </al></li>
                  <li nr="e."><al>convenanten met wijk- en dorpsraden. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders weigeren de omgevingsvergunning voor het
                                onttrekken en samenvoegen in het belang van het behoud of de
                                samenstelling van woonruimtevoorraad indien: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>dit belang zwaarder weegt dan het belang van aanvrager en
                                        het volkshuisvestingsbelang niet kan worden gediend door het
                                        stellen van voorwaarden welke voorwaarden zijn geformuleerd
                                        in de in lid 1 van dit artikel genoemde plannen’ </al></li>
                  <li nr="b."><al>vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat
                                        verlening van omgevingsvergunning voor het onttrekken of
                                        samenvoegen zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op een
                                        geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de
                                        woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De omgevingsvergunning voor het onttrekken of samenvoegen ten
                                behoeve van een bedrijf en/of dienstverlenende instelling wordt
                                verleend indien: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de aanvraag strekt tot uitbreiding van een bedrijf of
                                        dienstverlenende instelling ten laste van een in het
                                        betrokken gebouw aanwezige woonruimte die niet voldoet aan
                                        de wettelijke vereisten voor woningen ingevolge de
                                        Bouwverordening en het Bouwbesluit; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de woonruimte slechts toegankelijk is via het bedrijf of de
                                        dienstverlenende instelling en indien de onttrekking en of
                                        samenvoeging geschiedt ten behoeve van dat bedrijf en/of de
                                        dienstverlenende instelling; </al></li>
                  <li nr="c."><al>er sprake is van onttrekking of samenvoeging van een
                                        dienstwoning; </al></li>
                  <li nr="d."><al>er sprake is van een onttrekking of samenvoeging van
                                        woonruimte waarbij vaststaat dat een redelijk groot deel van
                                        de woonruimte als woonruimte gebruikt blijft worden. Onder
                                        een redelijk groot deel wordt minimaal verstaan een keuken,
                                        woonkamer, slaapkamer en sanitaire voorzieningen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.4</nr>
                <titel>Tijdelijke vergunning</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor het
                            onttrekken of samenvoegen voor een bepaalde termijn verlenen indien de
                            aanvrager aantoont dat een situatie bestaat die een tijdelijke
                            onttrekking of samenvoeging rechtvaardigt en waarbij vaststaat dat die
                            situatie niet langer dan vijf jaar zal duren. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.5</nr>
                <titel>Het vervallen van de vergunning</titel>
              </kop>
              <al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3.2 onderscheidenlijk artikel 3.4
                            vervalt indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de vergunninghouder het gebruik van het gebouw waarvoor de
                                    omgevingsvergunning voor het onttrekken of samenvoegen is
                                    verleend, beëindigt; </al></li>
                <li nr="b."><al>het gebouw, waarvoor de vergunning geldt, uiterlijk twee jaren
                                    nadat het door brand of een vergelijkbare calamiteit is
                                    verwoest, vernield of beschadigd, niet zodanig is hersteld dat
                                    weer wordt voldaan aan de vergunningvereisten. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.6</nr>
                <titel>Voorwaarden en voorschriften</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning bedoeld in artikel
                            3.2 onderscheidenlijk artikel 3.4 voorwaarden en voorschriften
                            verbinden, zoals vastgelegd in: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>De woonvisie van de gemeente Eindhoven;</al></li>
                <li nr="b."><al>Stedelijke Inrichtings- en Beheerplannen voor het gebied waarin
                                    de woonruimte is gelegen;</al></li>
                <li nr="c."><al>Masterplannen;</al></li>
                <li nr="d."><al>Buurtbeheerplannen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.7</nr>
                <titel>Intrekken van de vergunning</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning intrekken, indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de ter verkrijging van de vergunning verstrekte gegevens zodanig
                                    onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat op de aanvraag een
                                    andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling
                                    daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend zouden zijn
                                    geweest; </al></li>
                <li nr="b."><al>de aan de vergunning verbonden voorwaarden en/of voorschriften
                                    niet worden nagekomen; </al></li>
                <li nr="c."><al>de vergunninghouder een jaar na de dagtekening van de vergunning
                                    daarvan nog geen gebruik heeft gemaakt; </al></li>
                <li nr="d."><al>vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat
                                    handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring van
                                    de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel tot een
                                    verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving
                                    van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Splitsing in appartementsrechten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1</nr>
                <titel>Vergunningsvereiste</titel>
              </kop>
              <al>Het verbod als bedoeld in artikel 33 van de wet geldt voor alle
                            woonruimten. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2</nr>
                <titel>Aanvragen van een splitsingsvergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De aanvraag om een splitsingsvergunning wordt op een door
                                burgemeester en wethouders beschikbaar te stellen formulier
                                ingediend. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4.2 van de Algemene wet
                                bestuursrecht verschaft de aanvrager de volgende gegevens: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>kadastrale ligging van het te splitsen gebouw; </al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="b."><al>bouwjaar van het te splitsen gebouw; </al></li>
                  <li nr="c."><al>het aantal appartementsrechten waarin het recht op het
                                        gebouw zal worden gesplitst; </al></li>
                  <li nr="d."><al>de tegenwoordige en toekomstige bestemming van de te vormen
                                        appartementsrechten; </al></li>
                  <li nr="e."><al>de namen en adressen van de bewoners van het te splitsen
                                        gebouw; </al></li>
                  <li nr="f."><al>een splitsingsplan dat voldoet aan de vereisten als
                                        neergelegd in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk
                                        Wetboek en het krachtens dat artikel vastgestelde besluit
                                        betreffende splitsing in appartementsrechten; </al></li>
                  <li nr="g."><al>een taxatierapport betreffende het gebouw en de tot
                                        afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw,
                                        opgemaakt door een beëdigd makelaar. Dit rapport bevat in
                                        elk geval een beschrijving en een beoordeling van de
                                        onderhoudstoestand van het gebouw. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3</nr>
                <titel>Gronden tot weigering van een splitsingsvergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning weigeren
                                indien: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebouw of gedeelte van een gebouw waarop de
                                        vergunningaanvraag betrekking heeft, én of meer woonruimten
                                        bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn
                                        geweest, dan wel, indien het gebouw of het gedeelte van een
                                        gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, voor
                                        zover het geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor
                                        bewoning, geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan
                                        voor bewoning in gebruik is genomen; </al></li>
                  <li nr="b."><al>niet is gewaarborgd dat die woonruimte of woonruimten na de
                                        voorgenomen splitsing bestemd blijven voor verhuur tot
                                        bewoning; </al></li>
                  <li nr="c."><al>het belang dat de aanvrager bij de splitsing heeft, niet
                                        opweegt tegen het belang van het behoud van de
                                        woonruimtevoorraad. Bij de beoordeling van het belang van
                                        het behoud voor de woonruimtevoorraad worden mede de ligging
                                        en de te verwachten vraag naar de in het betreffende gebouw
                                        of de in een gedeelte van het gebouw waarop de
                                        vergunningaanvraag betrekking heeft opgenomen woonruimte
                                        betrokken; </al></li>
                  <li nr="d."><al>voor het gebied, waarin het gebouw is gelegen waarop de
                                        vergunningaanvraag betrekking heeft, een
                                        stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 31 van de Wet
                                        op de stads- en dorpsvernieuwing of Leefmilieuverordening,
                                        als bedoeld in artikel 9 van die wet van kracht is, dan wel
                                        met een ontwerp voor zodanig plan of zodanige verordening of
                                        voor een herziening daarvan in procedure is; </al></li>
                  <li nr="e."><al>het ontwerp voor dat plan of voor die verordening ad d, dan
                                        wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat
                                        de aanvraag van de splitsingsvergunning is ingediend, dan
                                        wel, indien de aanvraag krachtens artikel 4.4 is
                                        aangehouden, voordat die aanhouding is geëindigd; </al></li>
                  <li nr="f."><al>de voorgenomen splitsing nadelige gevolgen heeft voor de met
                                        het plan of de verordening sub d nagestreefde of na te
                                        streven doeleinden; </al></li>
                  <li nr="g."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij de splitsing
                                        heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van
                                        belemmering van de stadsvernieuwing; </al></li>
                  <li nr="h."><al>de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag
                                        betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat
                                        van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet en
                                        de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
                                        voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen
                                        worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat die
                                        gebreken zullen worden opgeheven. Van gebreken in dit lid
                                        bedoeld is in ieder geval sprake indien: burgemeester en
                                        wethouders ingevolge de artikelen 14 t/m 28 van de Woningwet
                                        een aanschrijving hebben gedaan en deze aanschrijving nog
                                        niet is uitgevoerd; het gebouw, waarop de aanvraag om een
                                        splitsingsvergunning betrekking heeft één of meer
                                        woonruimten bevat, die ingevolge de artikelen 29 t/m 39 van
                                        de Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard; </al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="i."><al>de aanvraag betrekking heeft op een gebouw in een door
                                        burgemeester en wethouders aangewezen gebied als vermeld in
                                        artikel 4.9. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4</nr>
                <titel>Aanhouden van de splitsingsaanvraag</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag van een
                            splitsingsvergunning aan, indien voor het gebied waarin het gebouw is
                            gelegen waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft een
                            voorbereidingsbesluit als bedoeld in 3.7 lid 1 van de Wet ruimtelijke
                            ordening van kracht is voordat de aanvraag om vergunning werd ingediend
                            en redelijkerwijs verwacht mag worden dat de uitvoering van sanerings-,
                            reconstructie- of verbeteringsplannen nadelig zal worden beïnvloed door
                            het afgeven van de vergunning en de mogelijk daaraan verbonden
                            rechtsgevolgen. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5</nr>
                <titel>Beslissing op de aanvraag van een splitsingsvergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag als bedoeld in
                                artikel 4.1 binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is
                                ontvangen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Zij kunnen hun beslissing eenmaal voor ten hoogste acht weken
                                verdagen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6</nr>
                <titel>Het verbinden van voorwaarden en voorschriften aan een
                                splitsingsvergunning</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een splitsingsvergunning
                            voorwaarden en voorschriften verbinden met betrekking tot: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de samenstelling van de woonruimtevoorraad; </al></li>
                <li nr="b."><al>het voorkomen van belemmering van de stadsvernieuwing; </al></li>
                <li nr="c."><al>het voorkomen van splitsing van rechten op gebouwen waarvan de
                                    toestand uit oogpunt van indeling of staat van onderhoud zich
                                    geheel of ten dele tegen splitsing in appartementsrechten of de
                                    verlening van deelnemings- of lidmaatschapsrechten verzet. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.7</nr>
                <titel>Het vervallen van de vergunning</titel>
              </kop>
              <al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4.2 vervalt indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de vergunninghouder het gebruik van het gebouw waarvoor de
                                    splitsingsvergunning is verleend beëindigt; </al></li>
                <li nr="b."><al>het gebouw, waarvoor de vergunning geldt, uiterlijk twee jaar
                                    nadat het door brand of een vergelijkbare calamiteit is
                                    verwoest, vernield of beschadigd, niet zodanig is hersteld dat
                                    weer wordt voldaan aan de vergunningvereisten. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.8</nr>
                <titel>Intrekken van de vergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning intrekken,
                                indien:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>de ter verkrijging van de vergunning verstrekte gegevens zodanig
                                onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat op de aanvraag een andere
                                beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de
                                juiste omstandigheden volledig bekend zouden zijn geweest; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet
                                worden nagekomen; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>de vergunninghouder een jaar na de dagtekening van de vergunning
                                daarvan nog geen gebruik heeft gemaakt; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat handhaving
                                van de vergunning zou leiden tot een verstoring van de openbare
                                orde, veiligheid of gezondheid dan wel een verstoring van een
                                geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de
                                vergunning betrekking heeft. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de
                                vergunning over, voordat degene te wiens aanzien het besluit tot
                                intrekking wordt genomen bij aangetekende brief is gewaarschuwd dat
                                zij de vergunning zullen intrekken, indien voor een te bepalen datum
                                niet zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat
                                alsnog aan de desbetreffende bepalingen van deze verordening wordt
                                voldaan en hij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens
                                burgemeester en wethouders te doen horen. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.0</nr>
                <titel>Aanvullende begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>
                  <vet>bouwtechnisch rapport</vet>: een bouwtechnisch rapport
                                    betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte
                                    bestemde gedeelten van het gebouw. Dit rapport bevat in elk
                                    geval mede een beschrijving en een beoordeling van de
                                    onderhoudstoestand van het gebouw. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>
                  <vet>dienstverlenende instelling</vet>: instelling van
                                    maatschappelijke, sociale of medische dienstverlening; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>
                  <vet>exploitant</vet>: persoon die als eigenaar, bedrijfsleider,
                                    beheerder of anderszins een kamerverhuurpand exploiteert; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>
                  <vet>gemeenschappelijke voorzieningen</vet>: ruimten,
                                    opstelplaatsen, aansluitingen, installaties, apparatuur en
                                    dergelijke die gebruikt kunnen worden door de bewoners van twee
                                    of meer kamers; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>
                  <vet>huishouden</vet>: een alleenstaande, dan wel twee of meer
                                    personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren
                                    of willen gaan voeren en waarvan tenminste één persoon
                                    meerderjarig is of daarmee gelijkgesteld; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al>
                  <vet>kamerbewoningvergunning</vet>: vergunning als bedoeld in
                                    artikel 30, eerste lid, aanhef en onder c van de wet</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>g.</lidnr>
                <al>
                  <vet>kamerverhuur</vet>: de verhuur van een deel van al dan niet
                                    zelfstandige woonruimte ten behoeve van (langdurige) bewoning
                                    aan personen voor welke bewoning inschrijving in het
                                    bevolkingsregister noodzakelijk is; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>h.</lidnr>
                <al>
                  <vet>kamerverhuurpand</vet>: gebouw of een deel van een gebouw
                                    waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan twee of meer
                                    personen; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>i.</lidnr>
                <al>
                  <vet>omgevingsvergunning</vet> voor het omzetten: de vergunning
                                    als bedoeld in artikel 30, eerste lid, sub c van de wet; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>j.</lidnr>
                <al>
                  <vet>omgevingsvergunning </vet>voor het onttrekken: de
                                    vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid, sub a van de
                                    wet; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>k.</lidnr>
                <al>
                  <vet>omgevingsvergunning</vet> voor het samenvoegen: de
                                    vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid sub b van de
                                    wet; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>l.</lidnr>
                <al>
                  <vet>onzelfstandige woonruimte, kamer</vet>: woonruimte, niet
                                    zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, die geen eigen toegang
                                    heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder
                                    dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen
                                    buiten die woonruimte; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>m.</lidnr>
                <al>
                  <vet>splitsingsvergunning</vet>: de vergunning als bedoeld in
                                    artikel 33 van de wet; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>n.</lidnr>
                <al>
                  <vet>woningcomplex</vet>: samengesteld geheel van tenminste drie
                                    gestapelde woningen; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>o.</lidnr>
                <al>
                  <vet>zelfstandige woonruimte</vet>: woonruimte die een eigen
                                    toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond,
                                    zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke
                                    voorzieningen buiten die woonruimte; </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1</nr>
                <titel>Werkingsgebied</titel>
              </kop>
              <al>Het in artikel 30, eerste lid, sub c, van de wet vervatte verbod is
                                van toepassing op alle woonruimten, waarin onzelfstandige woonruimte
                                wordt verleend aan: </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>drie of meer personen, indien de eigenaar niet tevens
                                        woonachtig is in de betreffende woning; of</al></li>
                <li nr="2."><al>twee of meer personen, indien de eigenaar tevens woonachtig
                                        is in de betreffende woning.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2</nr>
                <titel>Aanvragen van een omgevingsvergunning voor het
                                    omzetten</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De omgevingsvergunning voor het omzetten wordt ingediend
                                        door indiening van een door het bevoegd gezag vastgesteld
                                        formulier informatie en bescheiden: </al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>naam en adres van de eigenaar of diens gemachtigde;</al></li>
                <li nr="b."><al>gegevens over de huidige situatie:</al></li>
                <li nr="·"><al>aantal kamers; </al></li>
                <li nr="·"><al>aantal bewoners; </al></li>
                <li nr="·"><al>woonoppervlak; </al></li>
                <li nr="·"><al>woonlaag; </al></li>
                <li nr="·"><al>een door een deskundige opgemaakt bouwtechnisch rapport
                                        betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte
                                        bestemde gedeelten van het gebouw. Dit rapport bevat in elk
                                        geval mede een beschrijving en een beoordeling van de
                                        onderhoudstoestand van het gebouw; </al></li>
                <li nr="c."><al>gegevens van de beoogde situatie:</al></li>
                <li nr="·"><al>bestemming; </al></li>
                <li nr="·"><al>bouwtekening met vermelding van functie/bouwvergunning;
                                    </al></li>
                <li nr="·"><al>tekening met gevelaanzichten; </al></li>
                <li nr="·"><al>kadastrale kaart; </al></li>
                <li nr="·"><al>aantal onzelfstandige woonruimten, kamers. </al></li>
                <li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met betrekking tot
                                        de in dit artikel bedoelde bescheiden nadere regels te
                                        stellen of aanvullende gegevens op te vragen omtrent de
                                        inhoud, uitvoering en vorm van indiening. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3</nr>
                <titel>Gronden tot weigering van een omgevingsvergunning voor het
                                    omzetten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning weigeren
                                    indien: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het belang dat de aanvrager bij omzetting heeft niet
                                            opweegt tegen het belang van het behoud of de
                                            samenstelling van de woonruimtevoorraad. Bij de
                                            beoordeling van het belang van het behoud of de
                                            samenstelling van de woonruimtevoorraad worden mede
                                            betrokken de ligging en de te verwachten vraag naar het
                                            type woonruimte waarop de vergunningaanvraag betrekking
                                            heeft. </al></li>
                  <li nr="b."><al>een eerder aan de aanvrager of zijn rechtsverkrijgende
                                            verleende omgevingsvergunning voor het omzetten minder
                                            dan vier jaar geleden werd ingetrokken op grond van een
                                            der in artikel 5.8, eerste lid, sub a en b genoemde
                                            redenen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders weigeren een vergunning indien: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat
                                            verlening van de omgevingsvergunning voor het omzetten
                                            zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend
                                            woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop
                                            de aanvraag betrekking heeft; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de aanvraag betrekking heeft op een gebouw in een door
                                            burgemeester en wethouders aangewezen gebied als vermeld
                                            in artikel 5.4. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.4</nr>
                <titel>Aanwijzen gebieden</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen gebieden aanwijzen waarvoor geldt
                                dat iedere aanvraag om een omgevingsvergunning voor het omzetten
                                wordt geweigerd omdat blijkens de buurtthermometer vaststaat of
                                redelijkerwijs moet worden aangenomen dat vergunningverlening zou
                                leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op het geordend woon- en
                                leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag
                                betrekking heeft. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.5</nr>
                <titel>Woningcomplex</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van artikel 5.4, lid
                                2 een omgevingsvergunning voor het omzetten verlenen wanneer de
                                aanvraag een woningcomplex, als bedoeld in artikel 1.1, onder q
                                betreft, burgemeester en wethouders van mening is dat er geen
                                ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in een
                                straat of buurt ontstaat; en de aanvraag alle ruimten van het
                                woningcomplex betreft. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.6</nr>
                <titel>Het vervallen van de omgevingsvergunning voor het
                                    omzetten</titel>
              </kop>
              <al>Een vergunning als bedoeld in artikel 5.2 vervalt van rechtswege
                                indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het gebouw, waarvoor de vergunning geldt, uiterlijk twee
                                        jaren nadat het door brand of een vergelijkbare calamiteit
                                        is verwoest, vernield of beschadigd, niet zodanig is
                                        hersteld dat weer voldaan wordt aan de aan de vergunning
                                        verbonden voorwaarden en voorschriften; </al></li>
                <li nr="b."><al>de vergunninghouder het gebruik van het gebouw waarvoor de
                                        omzetvergunning is verleend, beëindigt. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.7</nr>
                <titel>Intrekken van de omgevingsvergunning voor het
                                    omzetten</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen de omgevingsvergunning voor het
                                omzetten intrekken indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren; </al></li>
                <li nr="b."><al>de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften
                                        niet worden nagekomen; </al></li>
                <li nr="c."><al>de vergunninghouder een jaar na onherroepelijk worden van de
                                        vergunning daarvan nog geen gebruik heeft gemaakt; </al></li>
                <li nr="d."><al>vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat
                                        handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring
                                        van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een
                                        verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de
                                        omgeving van het gebouw waarop de vergunning betrekking
                                        heeft; </al></li>
                <li nr="e."><al>de exploitant een vergunning, als bedoeld in hoofdstuk 6 van
                                        de Bouwverordening gemeente Eindhoven, voor het gebouw
                                        waarop de omzettingsvergunning betrekking heeft, is
                                        geweigerd, dan wel ingetrokken; </al></li>
                <li nr="f."><al>het aantal onzelfstandige woonruimten en/of het aantal
                                        bewoners afwijkt van het in de aanvraag vermelde aantal.
                                    </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.8</nr>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning als bedoeld in
                                artikel 5.2 voorwaarden en voorschriften verbinden, zoals vastgelegd
                                in: </al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>De Woonvisie van de gemeente Eindhoven; </al></li>
                <li nr="·"><al>Stedelijke Inrichtings- en Beheersplannen voor het gebied
                                        waarin de woonruimte is gelegen; </al></li>
                <li nr="·"><al>Masterplannen; </al></li>
                <li nr="·"><al>Buurtbeheersplannen; </al></li>
                <li nr="·"><al>Voorwaarden en voorschriften. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.9</nr>
                <titel>Overgangsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>Omzettings-, onttrekkings- en samenvoegingvergunningen die zijn
                                verleend op grond van de Regionale Nood- Huisvestings-verordeningen
                                van 2008 en 2010 worden gelijkgesteld met omgevingsvergunningen voor
                                respectievelijk het omzetten, het onttrekken en het samenvoegen.
                            </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.10</nr>
                <titel>Connexiteit met Omgevingsvergunning</titel>
              </kop>
              <al>Activiteiten die krachtens deze verordening op grond van artikel 30
                                van de wet zijn verboden, zijn gelet op het bepaalde in artikel 2.2
                                lid 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                omgevingsvergunningplichtig. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>AFDELING</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>HUISVESTING GEMEENTE HELMOND</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Verdeling van woonruimte</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.1</nr>
                <titel>Huurprijsgrens</titel>
              </kop>
              <al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op
                            woonruimte met een huurprijs beneden de huurprijsgrens en in eigendom
                            van of in beheer bij een woningcorporatie. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.2</nr>
                <titel>Register van woningzoekenden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en
                                bijhouden van een register van woningzoekenden of dragen deze zorg
                                over aan door hen aan te wijzen woningcorporaties. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In dit register worden alle huishoudens die daarom verzoeken als
                                woningzoekende ingeschreven. Burgemeester en wethouders kunnen
                                hieromtrent nadere regels stellen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.3</nr>
                <titel>Verzoek om inschrijving</titel>
              </kop>
              <al>Het verzoek om als woningzoekende te worden ingeschreven in het in het
                            vorige artikel bedoelde register wordt gericht aan burgemeester en
                            wethouders op een door hen aangegeven wijze na overleg met de door
                            burgemeester en wethouders aangewezen woningcorporaties. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.4</nr>
                <titel>Bewijs van inschrijving</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders verstrekken aan de in het register
                                ingeschreven woningzoekenden een bewijs van inschrijving. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bewijs van inschrijving blijft, behoudens het in het derde en
                                vierde lid gestelde, één jaar geldig. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De inschrijving in het register van woningzoekenden kan telkens met
                                een periode van één jaar verlengd worden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door, indien: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de woningzoekende een woning van een woningcorporatie
                                        accepteert; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de woningzoekende niet meer aan de vereisten voor
                                        inschrijving voldoet; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de woningzoekende daarom schriftelijk of per e-mail
                                        verzoekt; </al></li>
                  <li nr="d."><al>de woningzoekende bij de inschrijving onjuiste gegevens
                                        heeft verstrekt. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.5</nr>
                <titel>Informatieverstrekking</titel>
              </kop>
              <al>Eigenaren van woonruimten die zelf een registratie van woningzoekenden
                            bijhouden zijn desgevraagd verplicht de informatie waarover zij in dat
                            verband beschikken aan burgemeester en wethouders te verstrekken. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.6</nr>
                <titel>Vergunningvereiste</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een woonruimte,
                                aangewezen in artikel 6.1, in gebruik te nemen voor bewoning. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden de in het vorige lid bedoelde woonruimte voor
                                bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet beschikt
                                over een huisvestingsvergunning. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.7</nr>
                <titel>Aanvragen van een huisvestingsvergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>De aanvraag van een huisvestingsvergunning wordt ingediend
                                        bij burgemeester en wethouders. De woningzoekende is
                                        verplicht bewijsstukken te verstrekken indien burgemeester
                                        en wethouders dit verzoeken. </al></li>
                  <li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag niet verder
                                        te behandelen, indien de aanvrager niet aannemelijk kan
                                        maken dat hij, indien hij een huisvestingsvergunning voor de
                                        in de aanvraag aangegeven woonruimte krijgt, die woonruimte
                                        ook daadwerkelijk in gebruik zal kunnen nemen, één en ander
                                        echter met uitzondering van de gevallen, genoemd in artikel
                                        23, lid 3, van de wet (medehuurderschap). </al></li>
                  <li nr="3."><al>Op of bij de huisvestingsvergunning vermelden burgemeester
                                        en wethouders in elk geval de volgende informatie: </al><al/><lijst>
                      <li nr="a."><al>de mededeling dat binnen 2 maanden nadat de woning
                                                ter beschikking is gesteld, van de
                                                huisvestingsvergunning gebruik gemaakt moet worden;
                                            </al></li>
                      <li nr="b."><al>de namen van de personen die als vergunninghouder
                                                worden aangemerkt;</al></li>
                      <li nr="c."><al>het aantal personen dat de woonruimte in gebruik
                                                neemt;</al></li>
                      <li nr="d."><al>de verschuldigde kosten.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.8</nr>
                <titel>Criteria voor vergunningverlening</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning, indien
                            wordt voldaan aan nader door hen vast te stellen regels, welke regels na
                            overleg met de woningcorporaties worden vastgesteld. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.9</nr>
                <titel>Intrekking</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken,
                            indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de
                                    door burgemeester en wethouders bij de verlening van de
                                    vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen; </al></li>
                <li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                    onjuist verstrekte gegevens. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.10</nr>
                <titel>Leeftijd</titel>
              </kop>
              <al>Ten minste één der leden van het huishouden moet meerderjarig zijn of
                            daarmee gelijkgesteld. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.11</nr>
                <titel>Verblijfsstatus</titel>
              </kop>
              <al>De leden van het huishouden moeten óf de Nederlandse nationaliteit
                            bezitten óf over een geldige verblijfsvergunning in Nederland
                            beschikken. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.12</nr>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks na overleg met de
                            woningcorporaties in verband met de toewijzing van woonruimte vast: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de te hanteren methodiek;</al></li>
                <li nr="b."><al>de te leveren prestaties;</al></li>
                <li nr="c."><al>de informatieverstrekking.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.13</nr>
                <titel>Melding van ter beschikking komen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De eigenaar van een woonruimte als bedoeld in artikel 6.1, is
                                verplicht het ter beschikking komen van die woonruimte onverwijld
                                aan burgemeester en wethouders te melden. Het daaromtrent in artikel
                                18 van de wet bepaalde is van overeenkomstige toepassing. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een woonruimte wordt geacht ter beschikking te zijn gekomen,
                                wanneer: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>degene die de woonruimte in gebruik heeft aan de eigenaar
                                        het gebruik daarvan heeft opgezegd; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de woonruimte is ontruimd; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de woonruimte als zodanig niet langer in gebruik is, tenzij
                                        aannemelijk wordt gemaakt dat dit slechts korte tijd het
                                        geval is; </al></li>
                  <li nr="d."><al>op enigerlei andere wijze is gebleken dat de woonruimte te
                                        huur is. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De eigenaar dient de burgemeester of door de burgemeester aan te
                                wijzen gemeenteambtenaren in de gelegenheid te stellen de woonruimte
                                te inspecteren ter vaststelling van de in de vorige leden genoemde
                                gegevens. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.14</nr>
                <titel>Melding van leegstand</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Zodra de leegstand van een woonruimte langer duurt dan 3 maanden, is
                                de eigenaar verplicht daarvan melding te doen aan burgemeester en
                                wethouders. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders noteren de ingevolge het eerste lid
                                aangemelde woonruimte in een leegstandregister. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.15</nr>
                <titel>Mandatering</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van de
                            bevoegdheden krachtens artikelen 6.3 tot en met 6.9 te mandateren aan
                            woningcorporaties. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.0</nr>
                <titel>Aanvullende begripsbepalingen :</titel>
              </kop>
              <al>Aanvullend op de begripsbepalingen die voorkomen in art 1.1 van deze
                                verordening gelden de onderstaande begripsbepalingen: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>
                    <vet>begeleide huisvesting: </vet>huisvesting van personen
                                        onder deskundige begeleiding </al></li>
                <li nr="b."><al>
                    <vet>huishouden</vet>: een alleenstaande, dan wel twee of
                                        meer personen waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid
                                        en die een duurzame gemeenschappelijke huishouding
                                        voeren.</al></li>
                <li nr="c."><al>
                    <vet>maatschappelijke instelling:</vet> organisatie gericht
                                        op dienstverlening aan een door burgemeester en wethouders
                                        erkend publiek belang</al></li>
                <li nr="d."><al>
                    <vet>omzettingsvergunning</vet>: de vergunning als bedoeld
                                        in artikel 30, eerste lid, sub c, van de wet; </al></li>
                <li nr="e."><al>
                    <vet>onderlinge verbondenheid</vet>: in vast verband levende
                                        relatiepartners en personen met een bloedverwantschap tot en
                                        met de tweede graad. </al></li>
                <li nr="f."><al>
                    <vet>onzelfstandige woonruimte:</vet> woonruimte, die geen
                                        eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan
                                        worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van
                                        wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;</al></li>
                <li nr="g."><al>
                    <vet>wezenlijke voorzieningen:</vet> keuken, toilet en
                                        badkamer.</al></li>
                <li nr="h."><al>
                    <vet>zelfstandige woonruimte:</vet> woonruimte, die een
                                        eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden
                                        bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van
                                        wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.1</nr>
                <titel>Vergunningvereiste</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden om zonder een omzettingsvergunning van
                                    burgemeester en wethouders, met het oog op het behoud of
                                    samenstelling van de woonruimtevoorraad een zelfstandige
                                    woonruimte om te zetten in onzelfstandige woonruimte(n).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op een woonruimte, waarin
                                    maximaal één huishouden en één persoon gehuisvest zijn. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet vereist
                                    voor het verlenen van begeleide huisvesting onder
                                    verantwoordelijkheid van een maatschappelijke instelling, mits
                                    voldaan wordt aan de volgende eisen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voor niet meer dan drie personen per om te zetten
                                            zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte(n)
                                            en;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de instelling die de begeleide huisvesting faciliteert,
                                            beschikt over een toelating als bedoeld in de Wet
                                            toelating zorginstellingen of een toestemming op grond
                                            van een daarmee gelijk te stellen regeling.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De vergunning als bedoeld in het eerste lid is strikt
                                    persoonlijk en niet overdraagbaar.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.2</nr>
                <titel>Aanvragen van een omzettingsvergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>De aanvraag voor een omzettingsvergunning wordt door de
                                            eigenaar ingediend op een door burgemeester en
                                            wethouders beschikbaar te stellen formulier.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="2."><al>De aanvrager moet de navolgende gegevens in drievoud
                                            verstrekken bij zijn aanvraag: </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>naam en adres van de eigenaar van het pand; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>een aanduiding van de onzelfstandige woonruimte, die zal worden
                                    verhuurd of in gebruik zal worden gegeven; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>een opgave van het maximaal aantal personen dat men wil
                                    huisvesten; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>een bouwkundige tekening schaal 1:100, waarop is aangegeven de
                                    indeling van de woonruimte en de bestemming van alle ruimten en
                                    vertrekken met een aanduiding van de juiste inwendige maten van
                                    lengte, breedte en hoogte; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>een aanduiding van de overige vertrekken en ruimten, die ook ter
                                    beschikking zullen worden gesteld; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al>per pand wordt niet meer dan een aanvraag tegelijk in
                                    behandeling genomen;</al>
                <al/>
                <lijst>
                  <li nr="3."><al>Voor zover dit voor een juiste beoordeling van de
                                            aanvraag nodig is, kunnen door of namens burgemeester en
                                            wethouders nadere gegevens of stukken gevraagd worden.
                                        </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.3</nr>
                <titel>Beslissing op de aanvraag van een
                                    omzettingsvergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag als bedoeld
                                    in artikel 7.2 binnen 12 weken na de dag waarop de aanvraag is
                                    ontvangen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Zij kunnen hun beslissing eenmaal voor ten hoogste 6 weken
                                    verdagen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Strekt het besluit, als in het eerste lid bedoeld, tot het
                                    verlenen van de gevraagde omzettingsvergunning, dan voegen
                                    burgemeester en wethouders daarbij een gewaarmerkt exemplaar van
                                    de op de vergunning betrekking hebbende tekeningen en
                                    bescheiden. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.4</nr>
                <titel>Gronden voor weigering van een omzettingsvergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders verlenen de omzettingsvergunning,
                                    tenzij het belang van het behoud of de samenstelling van de
                                    woonruimtevoorraad groter is dan het met het onttrekken aan de
                                    bestemming tot bewoning gediende belang en het belang van het
                                    behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad niet door
                                    het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan
                                    worden gediend: </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad omvat ook
                                    de leefbaarheid. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders weigeren de omzettingsvergunning,
                                    indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van
                                    de omzettingsvergunning zal leiden tot een ontoelaatbare inbreuk
                                    op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het
                                    gebouw waarop de aanvraag om een omzettingsvergunning betrekking
                                    heeft. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.5</nr>
                <titel>Intrekken van de omzettingsvergunning</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen de omzettingsvergunning intrekken,
                                indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>niet binnen een jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                        geworden, is overgegaan tot omzetting van de
                                        woonruimte;</al></li>
                <li nr="b."><al>de omzettingsvergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren;</al></li>
                <li nr="c."><al>de voorwaarden of voorschriften als bedoeld in artikel 7.7
                                        niet worden nagekomen; </al></li>
                <li nr="d."><al>vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het
                                        in stand laten van de vergunning zal leiden tot een
                                        verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid
                                        dan wel tot een verstoring van het geordend woon- en
                                        leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de
                                        vergunning betrekking heeft.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.6</nr>
                <titel>Het vervallen van de omzettingsvergunning</titel>
              </kop>
              <al>Een vergunning als bedoeld in artikel 7.1 vervalt van rechtswege
                                indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>indien het gebouw waarvoor de omzettingsvergunning werd
                                        verleend in eigendom is overgedragen; </al></li>
                <li nr="b."><al>indien het gebouw, waarvoor de vergunning geldt, uiterlijk
                                        twee jaren nadat het door brand of een vergelijkbare
                                        calamiteit is verwoest, vernield of beschadigd, niet zodanig
                                        is hersteld dat weer wordt voldaan aan de
                                        vergunningvereisten voor bewoning van onzelfstandige
                                        woonruimte. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.7</nr>
                <titel>Voorwaarden en voorschriften</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden en voorschriften
                                    aan de omzettingsvergunning verbinden in het belang van de
                                    voorziening in de behoefte aan woonruimte en het geordend woon-
                                    en leefmilieu:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De aan de omzettingsvergunning verbonden voorwaarden en
                                    voorschriften kunnen door burgemeester en wethouders worden
                                    gewijzigd. Daarnaast kunnen burgemeester en wethouders nieuwe
                                    voorschriften aan de vergunning verbinden. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.8</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen in het
                                in het belang van het behoud of de samenstelling van de
                                woonruimtevoorraad en het geordend woon- en leefmilieu.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.9</nr>
                <titel>Toezichthouders</titel>
              </kop>
              <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 van het
                                        Wetboek van Strafvordering;</al></li>
                <li nr="b."><al>ambtenaren van de gemeentelijke dienst Stedelijke
                                        Ontwikkeling &amp; Beheer, de gemeentelijke afdeling
                                        Veiligheid en Bestuurs- en Juridische Zaken, de afdeling
                                        Preventie van de Veiligheidsregio Brabant Zuid Oost, de
                                        Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, voor zover het zaken
                                        betreft waarvan het toezicht aan hen is toevertrouwd;</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.10</nr>
                <titel>Overgangsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien kan worden aangetoond dat op het moment van
                                    inwerkingtreding van deze verordening in een gebouw reeds sprake
                                    was van het verlenen van huisvesting als bedoeld in artikel 7.1,
                                    lid 4 van de Regionale Nood-Huisvestingsverordening 2012 dan wel
                                    daarmee gelijk te stellen huisvesting na toepassing van de
                                    hardheidsclausule als bedoeld in artikel 6.16 van diezelfde
                                    verordening, mag deze huisvesting worden voortgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde onder 1 vervalt, indien de genoemde huisvesting na
                                    het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening voor een
                                    periode langer dan 26 weken wordt onderbroken.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>AFDELING</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>STANDPLAATSEN VAN WOONWAGENS</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Standplaatsen van woonwagens</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.1</nr>
                <titel>Verbodsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders met
                                een woonwagen, of met een voertuig dat geen woonwagen is, een
                                standplaats in gebruik te nemen of te houden. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.2</nr>
                <titel>Aanvragen van vergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die in de gemeente een standplaats in gebruik wil nemen
                                    met een woonwagen, moet hiervoor een schriftelijke aanvraag
                                    indienen, op een aanvraagformulier dat burgemeester en
                                    wethouders daartoe beschikbaar stelt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De aanvrager verstrekt bij het indienen van de aanvraag aan
                                    burgemeester en wethouders de volgende gegevens:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de naam, burgerlijke staat en personalia van de
                                            aanvrager en van de personen die eventueel tot het
                                            huishouden behoren; </al></li>
                  <li nr="b."><al>het adres van herkomst; </al></li>
                  <li nr="c."><al>het adres, inclusief huisnummer, van de locatie waar de
                                            aanvrager standplaats wenst in te nemen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.3</nr>
                <titel>Voorwaarden voor inschrijving</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders gaat over tot inschrijving op de
                                    wachtlijst of voorrangslijst indien: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de aanvrager 18 jaar of ouder is; en </al></li>
                  <li nr="b."><al>het aanvraagformulier volledig is ingevuld. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Als datum van inschrijving geldt de datum van ontvangst van het
                                    aanvraagformulier. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Mocht de datum van ontvangst van twee of meer aanvragen dezelfde
                                    zijn, dan wordt door loting de volgorde bepaald. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Na ontvangst krijgt de aanvrager zo spoedig mogelijk een
                                    inschrijvingsbewijs. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.4</nr>
                <titel>Wachtlijst</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders stelt een wachtlijst vast van
                                    kandidaten die voor een standplaats in aanmerking wensen te
                                    komen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De wachtlijst vermeldt de namen van de kandidaten in volgorde
                                    van inschrijving. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.5</nr>
                <titel>Voorrangslijst</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Als kandidaten, die in aanmerking komen voor de wachtlijst,
                                    kunnen aantonen dat zij legaal in een woonwagen op een
                                    standplaats wonen of niet minder dan één jaar geleden, gerekend
                                    vanaf de datum van indiening van de aanvraag, op een
                                    woonwagenlocatie hebben gewoond, wordt hun naam vermeld op de
                                    voorrangslijst. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorrangslijst vermeldt de namen van de kandidaten in de
                                    volgorde van inschrijving. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.6</nr>
                <titel>Vervallen van de inschrijving</titel>
              </kop>
              <al>De inschrijving als gegadigde voor een standplaats van een woonwagen
                                vervalt: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>indien de ingeschrevene andere woonruimte wordt toegewezen
                                        en hij deze woonruimte heeft geaccepteerd, waaronder dient
                                        te worden verstaan een andere standplaats, een woning of een
                                        ligplaats; </al></li>
                <li nr="b."><al>indien de ingeschrevene na inschrijving kenbaar maakt dat
                                        hij geen gebruik meer wenst te maken van de inschrijving,
                                        hetzij door mondelinge of schriftelijke mededeling, hetzij
                                        doordat de aanvrager gedurende langere tijd niet reageert op
                                        het herhaalde verzoek van de gemeente nadere gegevens te
                                        verstrekken; </al></li>
                <li nr="c."><al>bij overlijden van de ingeschrevene. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.7</nr>
                <titel>Toewijzing</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders wijst alleen dan een standplaats toe,
                                    indien de aanvrager staat ingeschreven op de wacht- of
                                    voorrangslijst. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De standplaats wordt toegewezen aan een aanvrager wiens naam
                                    boven aan de lijst staat, met dien verstande dat gegadigden op
                                    de voorrangslijst voorgaan boven de gegadigden op de wachtlijst.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.8</nr>
                <titel>Verlenen van de vergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een standplaatsvergunning wordt verleend voor een onbepaalde
                                    periode, is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders aan een standplaatsvergunning
                                    voorschriften verbinden. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.9</nr>
                <titel>Intrekken van de vergunning</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kan de standplaatsvergunning intrekken
                                indien: </al>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="a."><al>de standplaats niet binnen een termijn van vier
                                                weken na de bekendmaking van het besluit tot
                                                verlening van de vergunning wordt ingenomen. Indien
                                                de termijn is verlengd en de standplaats nog niet is
                                                ingenomen, kan de vergunning na afloop van de
                                                termijn van de verlenging worden ingetrokken of;
                                            </al></li>
                    <li nr="b."><al>de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft
                                                gegeven hiervan geen gebruik te maken of; </al></li>
                    <li nr="c."><al>gebleken is dat de aanvrager bij de inschrijving
                                                onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt of;
                                            </al></li>
                    <li nr="d."><al>de vergunninghouder in strijd handelt met de
                                                bepalingen van deze verordening of met aan de
                                                vergunning verbonden voorschriften; of </al></li>
                    <li nr="e."><al>de vergunninghouder het gebruik van de standplaats
                                                heeft beëindigd. </al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>AFDELING</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Overige bepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.1</nr>
                <titel>Strafbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                                daarbij gegeven voorschriften en beperkingen worden gestraft met
                                hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                                categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                                rechterlijke uitspraak. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                                daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een
                                geldboete van de eerste categorie. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.2</nr>
                <titel>Toezicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn belast de daartoe door Burgemeester en
                                Wethouders van de betrokken gemeente aangewezen of aan te wijzen
                                ambtenaren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Met de opsporing van de in de artikelen 3.1, 4.1, 5.1 en 6.6
                                genoemde strafbare feiten zijn, behalve de in artikel 141 van het
                                Wetboek van Strafvordering en de in artikel 75 van de wet aangewezen
                                ambtenaren, belast de in het eerste lid genoemde ambtenaren, voor
                                zover zij door de minister van Justitie daartoe zijn
                                aangewezen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De in het eerste lid genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheden als
                                bedoeld in de wet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.3</nr>
                <titel>Overleg bij wijziging</titel>
              </kop>
              <al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van afdelingen 1, 2
                            en 3 van deze verordening plegen burgemeester en wethouders van de
                            gemeenten Eindhoven en Helmond, overleg met de door hen aangewezen
                            woningcorporaties en met andere daarvoor naar hun oordeel in aanmerking
                            komende organisaties die binnen de gemeente op het gebied van de
                            woonruimteverdeling werkzaam zijn. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.4</nr>
                <titel>Bestuurlijke boete</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onverminderd de bevoegdheid tot het toepassen van bestuursdwang en
                                het opleggen van een last onder dwangsom, hebben burgemeester en
                                wethouders de bevoegdheid om bij overtredingen van artikel 7 en 30,
                                eerste lid, van de Huisvestingswet een bestuurlijke boete op te
                                leggen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Indien aan de overtreder een bestuurlijke boete is opgelegd voor
                                overtreding van artikel 7, tweede lid of artikel 30, eerste lid, van
                                de Huisvestingswet en binnen 5 jaar opnieuw dezelfde overtreding is
                                geconstateerd wordt de overtreding beboet met een hogere boete.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien aan de overtreder een bestuurlijke boete is opgelegd voor
                                overtreding van artikel 7, tweede lid of artikel 30, eerste lid, van
                                de Huisvestingswet en de overtreding vanuit bedrijfsmatige
                                exploitatie van woonruimte is geconstateerd, wordt de overtreding
                                beboet met een hogere bestuurlijke boete.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De te hanteren boetes door burgemeester en wethouders, voor de
                                overtreding van artikel 7 en artikel 30, eerste lid, van de
                                Huisvestingswet staan vermeld in bijlage 2. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.5</nr>
                <titel>Hardheidsclausule</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente zijn bevoegd om, in
                            die gevallen waarin de toepassing van deze verordening zal leiden tot
                            een bijzondere hardheid, ten gunste van de aanvrager af te wijken van
                            deze verordening.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.1</nr>
                <titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Regionale
                                Huisvestingsverordening 2014”.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2014</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.2</nr>
                <titel>Intrekkings- en overgangsbepaling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De Regionale nood-huisvestingsverordening 2012 wordt
                                    ingetrokken.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>De Regionale huisvestingsverordening voor standplaatsen van
                                    woonwagens van 1 juli 1999 wordt ingetrokken, met dien verstande
                                    dat zij van toepassing blijft op aanvragen die zijn ingediend
                                    voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Regioraad van 25
                            juni 2014. </al></slotformulering></regeling-sluiting>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>BIJLAGE</label>
          <nr>1</nr>
        </kop>
        <al/>
        <al>Bij artikel 2.1, eerste lid, c, van de Regionale Huisvestingsverordening. </al>
        <al>De Regionale Huisvestingsverordening is niet van toepassing op standplaatsen van
                    woonwagens in de gemeenten: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>Asten</al></li>
          <li nr="-"><al>Bergeijk </al></li>
          <li nr="-"><al>Bladel</al></li>
          <li nr="-"><al>Deurne</al></li>
          <li nr="-"><al>Eersel </al></li>
          <li nr="-"><al>Eindhoven </al></li>
          <li nr="-"><al>Nuenen</al></li>
          <li nr="-"><al>Someren</al></li>
          <li nr="-"><al>Son en Breugel</al></li>
          <li nr="-"><al>Veldhoven </al><al/></li>
        </lijst>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>BIJLAGE</label>
          <nr>2</nr>
        </kop>
        <al>
          <plaatje>
            <illustratie id="i9131507e-aee1-47a2-8b41-28629ffcbae1" naam="i252704i9131507e-aee1-47a2-8b41-28629ffcbae1.png" type="tekst" breedte="15.9cm" hoogte="9.8cm"/>
          </plaatje>
        </al>
      </bijlage>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Toelichting</label>
        </kop>
        <al/>
        <al>Omdat alleen Helmond toepassing heeft gegeven aan artikel 7 van de
                    Huisvestingswet, geldt dit artikel alleen voor Helmond. Artikel 30 van de
                    Huisvestingswet geldt zowel voor Eindhoven als voor Helmond. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Recidive </cursief>Van recidive is sprake indien dezelfde persoon
                    binnen 5 jaar na beëindiging van de overtreding opnieuw een overtreding begaat
                    betreffende hetzelfde artikel.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Opnieuw dezelfde gedraging </cursief>Er kan niet tweemaal een
                    boete worden opgelegd voor dezelfde gedraging, maar wel indien het feit zich
                    tweemaal voordoet. Wanneer is sprake van “opnieuw dezelfde gedraging”? </al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>De eerste overtreding moet beëindigd zijn, wanneer het gaat om dezelfde
                            woonruimte. Er kan niet tweemaal een boete worden opgelegd voor
                            hetzelfde feit. Wordt bij dezelfde woonruimte opnieuw dezelfde
                            overtreding begaan, nadat er sprake is geweest van een beëindiging van
                            de eerste overtreding, dan geldt dit wel als “opnieuw dezelfde
                            gedraging”.</al></li>
          <li nr="2."><al>Wordt eenzelfde overtreding begaan met betrekking tot een andere
                            woonruimte, dan is er sprake van “opnieuw dezelfde gedraging”. Een
                            overtreder overtreedt immers tweemaal hetzelfde artikel en de daarin
                            beschermde norm.</al></li>
          <li nr="3."><al>“Opnieuw dezelfde gedraging” moet om een overtreding van hetzelfde
                            artikel in de Huisvestingswet gaan.</al><al/></li>
        </lijst>
        <al>
          <cursief>Bedrijfsmatige exploitatie </cursief>
        </al>
        <al>Van een bedrijfsmatige exploitatie is in de volgende gevallen sprake: </al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>De overtreder verhuurt aantoonbaar meerdere woonruimten. Uit de omvang
                            van de exploitatie blijkt het bedrijfsmatige aspect. Iemand die zich
                            bedrijfsmatig bezig houdt met exploitatie behoort de regelgeving te
                            kennen.</al></li>
          <li nr="2."><al>De overtreder houdt zich beroepsmatig bezig met regelgeving omtrent
                            huisvesting en exploitatie van onroerend goed. Hieronder vallen in ieder
                            geval: vastgoedontwikkelaars, makelaars, woning- en
                            kamerbemiddelingsbureaus en bedrijven die zich bezig houden met
                            huisvesting van hun eigen werknemers. Het bedrijfsmatige aspect van de
                            exploitatie vloeit voort uit de aard van het bedrijf of beroep van de
                            overtreder.</al></li>
          <li nr="3."><al>Uit de omvang van onzelfstandige bewoning kan ook een bedrijfsmatig
                            karakter van de exploitatie blijken: bij meer dan vier personen, kan dit
                            aangemerkt worden als kamerverhuur in de zin van het Besluit brandveilig
                            gebruik bouwwerken. De exploitant dient bij een exploitatie van die
                            omvang ook te zorgen voor een brandveilig gebruik en op de hoogte te
                            zijn van de overige regelgeving.</al></li>
          <li nr="4."><al>Onttrekking van woonruimte is enkel bedrijfsmatig indien dit vanuit
                            commercieel oogpunt plaatsvindt. Onttrekking in het kader van het voeren
                            van een bedrijf (opslag supermarkt, meelsilo voor een bakkerij, of een
                            logiesfunctie), maar ook het in gebruik hebben van woonruimte met een
                            hennepkwekerij, is als een onttrekking vanuit commercieel oogpunt te
                            beschouwen.</al></li>
          <li nr="5."><al>Samenvoeging van een woonruimte is niet bedrijfsmatig, tenzij de
                            overtreder zich beroepsmatig bezig houdt met huisvesting en exploitatie
                            van onroerend goed. Hieronder vallen in ieder geval:
                            vastgoedontwikkelaars, makelaars, woning- en kamerbemiddelingsbureaus en
                            bedrijven die zich bezig houden met huisvesting van hun eigen
                            werknemers. Het bedrijfsmatige aspect van de exploitatie vloeit voort
                            uit de aard van het bedrijf of beroep van de overtreder.</al><al/></li>
        </lijst>
        <al>d.d. 25 juni 2014</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>